CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6.pdf

Commissie Omgeving & Economie 11 mei 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6”25.620 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Twelweg 11 En Ekelhofsveldweg 6

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld april 2021 NL.IMRO.1774.BUIBPTWELW11OOT60VG01

Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 9 11 11

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

13 13 14

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

19 19 20 26

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem

31 31 32 33 33

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

34 35 36 37 38 39 40

Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

43 43 43

Hoofdstuk 6

47

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

49 49 49

Bijlagen bij toelichting

51

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

52

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan RVR

79

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek - Twelweg 11

82

Bijlage 4

Watertoets Twelweg 11

143

2

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Bijlage 5

Watertoets Ekelhofsveldweg 6

146

Bijlage 6

quickscan natuurwaardenonderzoek

149

Regels

189

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

191 191 196

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Agrarisch - 2 Wonen

197 197 199

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

205 205 206 207 208 209

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

211 211 212

Bijlagen bij regels

213

Bijlage 1

erfinrichtingsplan Twelweg 11

214

Bijlage 2

erfinrichtingsplan Ekelhofsveldweg 6

216

Bijlage 3

Schets schuren Ekelhofsveldweg 6

218

Bijlage 4

Specifieke toetsingscriteria ondergeschikte tweede tak of deeltijdfunctie

220

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op twee locaties in de gemeente Dinkelland welke gezamenlijk deelnemen aan de rood-voor-rood regeling. Aan de Twelweg 11 in Rossum (Volthe) is een agrarisch erf gelegen met een woning en enkele schuren. De landschapsontsierende schuren hebben een oppervlakte van 540 m². Het voornemen bestaat om deze schuren te slopen, een nieuwe woning op het erf te realiseren en de bestaande woning te vervangen. Op basis van de rood-voor-rood regeling dient minimaal 850 m² aan landschapsontsierende bebouwing te worden gesloopt om in aanmerking te kunnen komen voor een compensatiewoning. Deze aanvullende sloopmeters zijn gevonden aan de Ekelhofsveldweg 6 in Rossum, waarbij op dit erf sprake is van 1.245 m2 oppervlak te slopen landschap ontsierende bebouwing. Op basis van de totale sloopoppervlakte aan de Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 kan op basis van het rood voor rood-beleid daarom een tweede compensatiewoning worden gerealiseerd. Voor dit tweede rood voor rood woonrecht wordt conform het rood voor rood beleid van de gemeente Dinkelland (artikel 4.9 onder b) een sloopvoucher verstrekt. In totaal zal er 1.785 m2 gesloopt worden, goed voor in totaal twee compensatiewoningen, één op de locatie Twelweg 11 en één sloopvoucher.

Het voorliggend plan heeft als ontwerp ter inzage gelegen, waarbij de tweede woning beoogd was op locatie Ootmarsumsestraat 60 in Denekamp. Gebleken is echter dat hier bezwaren tegen zijn, waardoor besloten is om de locatie niet te integreren binnen het voorliggend bestemmingsplan en een bemiddelingstraject op te starten voor de betreffende locatie. Het erf aan de Twelweg 11 betreft op dit moment een bedrijfsperceel voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Het agrarische bedrijf is reeds gestaakt en zal in de toekomstige situatie een woonerf worden. Voorgenoemde ontwikkelingen passen niet binnen de geldende bestemming, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bestaat uit twee verschillende locaties: de Twelweg 11 te Rossum en de Ekelhofsveldweg 6 te Rossum. Het plangebied ligt binnen de gemeente Dinkelland. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven en zijn de twee locaties omcirkeld.

Figuur 1.1: Ligging plangebied Twelweg 11 (zwart), Ekelhofsveldweg 6 (licht blauw) (bron: Esri Nederland, Jan Willem van Aalst). bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 7

Twelweg 11 Rossum De locatie Twelweg 11 te Rossum, kadastraal bekend als Weerselo nummer 914, sectie U, ligt in het buurtschap Volthe. De Twelweg is een erftoegangsweg en gaat in noordelijke richting naar Tilligte en in zuidelijke ricting naar Volthe. Ekelhofsveldweg 6 Rossum De locatie Ekelhofsveldweg 6 te Rossum, kadastraale bekend als Weerselo nummer 671, sectie U, ligt in het buitengebied van Rossum, ten noorden van het buurtschap Volthe. Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in de onderstaande figuren voor iedere locatie separaat weergegeven (rood omkaderd). Zie de - digitale - verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied Twelweg (bron: atlasvanoverijssel.nl)

8

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Figuur 1.3: Begrenzing plangebied Ekelhofsveldweg (bron: atlasvanoverijssel.nl)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010', vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland op 18 februari 2010. Onderstaand zijn uitsneden van de verbeelding voor de locaties weergegeven en is een nadere toelichting verschaft. Twelweg 11 Rossum De locatie Twelweg heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch - 2’ met een bouwvlak en met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf'. Een klein deel van het bouwperceel heeft de dubbelbestemming 'waarde - ecologie'. De gronden van het perceel hebben naast de agrarische bestemming ook de aanduiding ‘reconstructiewetzone - extensiveringsgebied’. De voor ‘Agrarisch - 2’ aangewezen gronden zijn- onder meer - bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering.

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 9

Figuur 1.5: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’ ter plaatse van de Twelweg (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Ekelhofsveldweg 6 Rossum De locatie Ekelhofveldweg heeft de enkelbestemming ‘Wonen’. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en mantelzorg met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

10

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Figuur 1.6: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’ ter plaatse van de Ekelhofveldweg (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.BUIBPTWELW11OOT60-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie Twelweg 11 Rossum Aan de Twelweg 11 in Rossum is in de huidige situatie sprake van een agrarisch erf. Het erf omvat een woonhuis, een paar voormalige agrarische schuren en een landschapselement langs de oprit. Het erf aan de Twelweg is aan een kamp gelegen. Het erf heeft zich na de bouw van de huidige woning vervolgens in zuidoostelijke richting uitgebreid onder meer met wat schuren en een kuilvoerplaat.

Figuur 2.1: huidig aanzicht erf aan de Twelweg 11 in Rossum Ekelhofsveldweg 6 Rossum Aan de Ekelhofsveldweg 6 in Rossum is in de huidige situatie sprake van een voormalig agrarisch erf met inmiddels een woonfunctie. Via de oprit met een bomenlaan is het erf te bereiken. De meerdere opstallen staan rondom het woonhuis gebouwd.

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 13

Figuur 2.2: toerit huidig erf Ekelhofsveldweg 6 Rossum (bron: Hannink Landschapsvormgeving)

2.2 Toekomstige situatie Ten behoeve van de nieuwe erfinrichting is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld met daarin voor elke locatie een landschapsontwerp. Onderstaand wordt per deellocatie, een weergave van de toekomstige situatie weergegeven volgens het landschapsontwerp. Het complete ruimtelijke kwaliteitsplan opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting. Twelweg 11 Rossum Initiatiefnemer is voornemens om met toepassing van het Rood voor Rood beleid Dinkelland 2015 een nieuwe woning met bijgebouw te realiseren op het nieuw vorm te geven erf. Alle bebouwing zal worden geamoveerd en de bestaande woning zal worden herbouwd evenals de bijgebouwen. In de beoogde situatie wordt er, op verschillende plaatsen, op het erf nieuwe beplanting aangeplant. Ten behoeve van de ontwikkeling is een landschapsontwerp gemaakt (zie figuur 2.4).

14

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Figuur 2.4: erfinrichting toekomstige situatie Twelweg 11 Rossum (bron: Hannink Landschapsvormgeving) Ekelhofsveldweg 6 Rossum Via de rood voor rood regeling worden meerdere landschap ontsierende schuren gesloopt. Met name aan de noordwestelijke zijde van het erf is sprake van landschap ontsierende schuren (E/G). Een gedeelte van "G" is reeds ingestort. De schuren aan de noordzijde (F) en aan de zuidzijde (B) van het hoofdgebouw (A) passen binnen de karakteristieke opzet van het erf. Met name aan de zuidzijde vormen de schuren samen met het hoofdgebouw en de karakteristieke laan (J) een prachtig erfensemble. Nabij het erf is een Natura 2000 gebied gelegen, het Agelerbroek. De eigenaar heeft passie voor de natuur en wil een gedeelte van het erf beschikbaar stellen voor doelsoorten van het natura gebied, specifiek de kamsalamander. Om die reden wordt er een laagte (K) gegraven. Het is echter niet mogelijk om de schuren aan de noord- én zuidzijde in het kader van de rood voor rood regeling te behouden. Er is dan geen goed evenwicht tussen sloop en behoud. Inclusief de wens voor een nieuwe berging voor auto's blijft er circa 640 m2 behouden en wordt er 1.245 m2 gesloopt. De nieuwe berging wordt gebouwd met een streekeigen uitstraling en draagt bij in een compact erfensemble.

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 15

Figuur 2.5: erfinrichting toekomstige situatie Ekelhofsveldweg 6 Rossum (bron: Hannink Landschapsvormgeving) Er zijn meerdere argumenten (ruimte voor opslag, bouwkundige staat en zonnepanelen) om de schuren aan de zuidzijde te behouden, maar ruimtelijk gezien is er geen optie om de schuren aan de zuidzijde te saneren zonder dat dit onherstelbare gevolgen heeft voor het erfensemble en daarmee de ruimtelijke kwaliteit. Wel moeten de schuren nadien landschappelijk worden ingepast door de daken te ontdoen van asbest en de gevels aan de zuidzijde - de zichtzijde vanaf de Ekelhofsveldweg - te bekleden met rabatdelen (zie onderstaande aanzichten en plattegrond). Tevens is in dit figuur een suggestie gegeven voor een verbetering van de westgevels, deze is echter recentelijk gerenoveerd en deze weergave is dan ook verstrekt voor uitvoering bij een volgende renovatie van de betreffende gevels.

16

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Figuur 2.6: inpassing behouden schuren Ekelhofsveldweg (bron: Erwin Meinders Bouwkundig Buro) Aan de voorzijde van de schuur is een mestkelder (H in figuur 2.5) gelegen. Aanvankelijk zou deze gesaneerd moeten worden, maar er zijn twee argumenten om de kelder te behouden. Uit een onderzoek is gebleken dat sanering van de mestkelder directe gevolgen heeft voor de stabiliteit van de te behouden schuur (zie ook nadere motivering in het ruimtelijk kwaliteitsplan, Bijlage 1. Daarnaast zou de mestkelder vervangen gaan worden door straatwerk. Ruimtelijk is er geen verschil tussen een mestkelder en straatwerk rondom de te behouden schuur. De mestkelder kan daarom behouden blijven. Wel wordt de kelder ingepast met een nieuw aan te planten gemengde haag (P in figuur 2.5) aan de voorzijde.

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 17

18

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS (inmiddels NNN), inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit deze Structuurvisie heeft het Rijk op basis van de Wet ruimtelijke ordening, twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van elkaar in aard (beleidsmatig versus procesmatig): Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk beleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij verschillende overheden. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 19

De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor zeer kleinschalige ontwikkelingen. Uit de uitspraken ECLI:NL:RVS:2014:4720 & ECLI:NL:RVS:2015:2921 blijkt namelijk dat de ontwikkeling van respectievelijk acht en elf woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Onderhavig plan betreft de realisatie van in totaal twee extra woningen en is daarmee veel kleinschaliger. De compensatiewoning wordt gerealiseerd op een bestaande erfstructuur. De woningen wordt gesitueerd op/nabij een locatie waar momenteel sprake is van bestaande bebouwing.

In ruil daarvoor wordt op twee locaties landschapsontsierende bebouwing gesloopt, waardoor op deze percelen sprake is van transformatie en herinvulling. Volgens de Nota van toelichting behorend bij het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking worden ontwikkelingen die geen extra verstedelijking tot gevolg hebben maar bebouwing reduceren of verplaatsen, zoals bijvoorbeeld de Ruimte-voor-Ruimteregelingen, niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Op 13 november 2019 is door de Provinciale Staten van Overijssel de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 vastgesteld. De aanpassingen van de Omgevingsvisie die met de Actualisatie 2018/2019 zijn doorgevoerd zijn op 1 december 2019 in werking getreden. Met de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsvisie weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 van de provincie Overijssel. De Provinciale Staten van Overijssel hebben de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 op 13 november 2019 vastgesteld en is op 1 december 2019 in werking getreden. Met de vaststelling van de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsverordening weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. 20

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 21

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Artikel 2.1.2 lid 1 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan: Met dit artikel stelt de provincie Overijssel dat woningbouw uitsluitend is toegestaan als voorzien kan worden in een lokale behoefte. De lokale behoefte is weergegeven in de Woonvisie 2016+ en het daarbijbehorende woningbouwprogramma van de gemeente Dinkelland. De toevoeging van twee woningen c.q.

woonrechten in het kader van de gemeentelijke rood voor rood woning past binnen de Woonvisie 2016+ en het bijbehorende woningbouwprogramma en voorziet daarmee in een lokale behoefte. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan:

22

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

In de huidige situatie betreffen de locaties elk bestaande erfstructuren met (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. In het kader van de gemeentelijke Rood voor Rood regeling wordt 1.785 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt. Ter compensatie wordt er één woning teruggebouwd en één sloopvoucher verstrekt. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling die met dit plan wordt mogelijk gemaakt dan ook niet leidt tot een extra ruimtebeslag in de 'groene omgeving'. De bebouwde oppervlakte in het buitengebied van de gemeente Dinkelland neemt als gevolg van dit plan af. Voorliggend plan voldoet daarmee aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd.

Doorwerking voor voorliggend plan: Onderhavig plan voorziet in de realisatie van één extra woning die landschappelijk worden ingepast in de omgeving. Door de sloop van (voormalige) agrarische opstallen en de uitvoering van de landschapsmaatregelen wordt de ruimtelijke kwaliteit binnen de plangebieden aanzienlijk versterkt. Voor een nadere toelichting op de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar hoofdstuk 2 en de als bijlagen opgenomen landschapsontwerpen. Verderop in deze paragraaf is het plan getoetst aan de geldende ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig plan voldoet aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan is daarmee in overeenstemming met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. de behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis va regionale afstemming.

Doorwerking voor voorliggend plan: De 14 gemeenten in Twente hebben samen de Regionale Woonvisie opgesteld. Daarmee zijn de hoofdlijnen voor het woonbeleid overeen gekomen. De woonafspraken zijn bekrachtigd in de 'Bestuursovereenkomst woonafspraken Twente' die in januari 2016 is gesloten. Eén van de uitwerkingen betreft het verder afstemmen van de gemeentelijke bouwprogramma's. Dit is uitgewerkt in de 'Regionale Woonprogrammering Twente' (december 2015). De bevolkings- en huishoudensprognose van Primos2013 is daarbij als uitgangspunt gehanteerd. De Woonvisie 2016+ van de gemeente Dinkelland vormt de basis voor strategische afwegingen die de gemeente maakt op het gebied van wonen. De concept-woonvisie is als onderdeel van de gemaakte afspraken in het kader van de regionale Woonagenda voorgelegd aan de gemeenten uit de subregio Noord-Twente en zij hebben hiermee ingestemd. De (mogelijkheid voor) realisatie van één extra woning en één sloopvoucher in het kader van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid past binnen de in de Woonvisie 2016+ opgenomen woningbouwprogramma. Het plan is daarmee in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van de Omgevingsverordening Overijssel. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap 'Noordoost - Twente' zijn: het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Doorwerking voor voorliggend plan: De plangebieden liggen in het Nationaal Landschap 'Noordoost - Twente'. Zoals beschreven zorgt onderhavig plan voor een kwaliteitsverbetering van het plangebied en de omgeving. Onderhavig plan heeft betrekking op de sloop van een veelvoud aan (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. De compensatiewoning wordt bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 23

landschappelijk ingepast waarbij rekening wordt gehouden met de kernwaarden en kwaliteiten van de omgeving. Deze landschappelijke inpassing levert een bijdrage aan de verbetering en versterking van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap 'Noordoost - Twente'. Het plan is in overeenstemming met artikel 2.6.4 en 2.6.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuren 3.2 en 3.3 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie voor de verschillende locaties weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie Twelweg is blauw omcirkeld (bron: provincie Overijssel)

24

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Figuur 3.3: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie Ekelhofsveldweg is blauw omcirkeld (bron: provincie Overijssel) Het plangebied is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In dit ontwikkelingsperspectief staat de ambitie 'Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Daarnaast gelden de volgende ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; Continu en beleefbaar watersysteem. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken.

Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Binnen het mixlandschap worden onder andere ontwikkelingsmogelijkheden voor de functie 'wonen' geboden, mits dit past binnen de ruimtelijke kwaliteitsambities. Onderhavig plan heeft betrekking op de sloop van agrarische opstallen op twee erven in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Als compensatie van de sloop kan één extra woning worden gerealiseerd op één van de slooplocaties. Het andere woonrecht wordt verstrekt in de vorm van een sloopvoucher. Deze woningen worden landschappelijk ingepast in de omgeving en levert een bijdrage aan de verbetering en versterking van de landschappelijke waarden. Gebiedskenmerken Voor wat betreft de gebiedskenmerken voor de verschillende deelgebieden wordt onderstaand een opsomming weergegeven van de van toepassing zijnde kenmerken: Twelweg 11, Rossum natuurlijke laag: dekzandvlakte en ruggen laag van agrarisch cultuurlandschap: oude hoevenlandschap bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 25

stedelijke laag: verspreide bebouwing laag van de beleving: donkerte Ekelhofsveldweg 6, Rossum natuurlijke laag: dekzandvlakte en ruggen laag van agrarisch cultuurlandschap: jonge heide- en broekontginningslandschap stedelijke laag: verspreide bebouwing laag van de beleving: donkerte Als gevolg van de sloop van bestaande agrarische bedrijfsgebouwen en de realisatie van één nieuwe woning wordt het bestaande reliëf op de deellocaties niet aangetast. De te bouwen woning aan de Twelweg is voorzien op de locatie van de te slopen voormalige agrarische schuren. Ter hoogte van deze locatie is reeds sprake van een vlak terrein en is reliëf niet of nauwelijks aanwezig. Daarnaast worden de woningen conform in de bijlagen opgenomen landschapsontwerpen landschappelijk ingepast. Onderhavig plan maakt de realisatie van één woning mogelijk als gevolg van de sloop van de bestaande agrarische opstallen. Het plangebied wordt landschappelijk ingepast waarbij rekening gehouden wordt met de landschappelijke waarden en kenmerken van het plangebied. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de aanwezige gebiedskenmerken voor de twee deelgebieden en tracht deze juist te versterken. Hiertoe is de planvorming ook voorgelegd aan het kwaliteitsteam van de gemeente, die goedkeuring op de planvorming hebben verstrekt.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Structuurvisie Dinkelland

De gemeente Dinkelland heeft op grond van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening een structuurvisie vastgesteld voor het gehele grondgebied van de gemeente (10 september 2013). De visie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De gemeente Dinkelland profileert zich als een agrarische en toeristische gemeente. Kenmerkend voor de gemeente Dinkelland is het unieke landschap dat is aan te merken als een kleinschalig samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen. De gemeente heeft een gezonde economie die ten dele drijft op de agrarische en toeristische sector maar waarin ook zeker andere bedrijvigheid, die zowel in de kernen als het buitengebied is gevestigd, een belangrijke rol speelt. Dinkelland staat voor het duurzaam borgen en ontwikkelen van deze unieke combinatie van levende en sociaal coherente gemeenschappen, ligging en landschap, rijk historisch bezit en een gezonde weerbare economie.

Voor de ruimtelijke ontwikkeling van het buitengebied betekent dit dat Dinkelland staat voor: een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het grondgebied, met respect voor het natuurlijke en culturele erfgoed; goede condities voor een goed functionerende economische sector, passend bij het karakter van Dinkelland, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector en de toeristisch recreatieve sector. Toets In de structuurvisie wordt ook een visie gegeven op de transformatie van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen. Gemeentelijk beleid moet bijdragen aan het realiseren van nieuwe economische dragers en ruimte bieden voor een verbreding van bestaande economische dragers in het landelijk gebied. Het gemeentelijk beleid heeft een sociaal-economisch hoofddoel. Daarnaast dient het ter voorkoming van verval en verkrotting van agrarische bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied. De verruiming van de mogelijkheden mag in elk geval niet leiden tot afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit. Eén van de regelingen die hiervoor in het leven is geroepen is de ' Rood voor rood' regeling. Dit betreft een apart beleidskader dat hierna zal worden behandeld. Met dit Rood-voor-rood plan wordt op een positieve bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van de Twelweg 11 in Rossum en Ekelhofsveldweg 6 in Rossum.

De hoeveelheid leegstaande voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen wordt verminderd en tegelijkertijd wordt rondom de bestaande woningen en de compensatiewoning geïnvesteerd in de ontwikkeling van landschapselementen (singels, bosjes, erfbeplanting). Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan niet in strijd is met het beleid uit de gemeentelijke structuurvisie.

26

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

3.3.2

Woonvisie 2016+ gemeente Dinkelland

Op 11 juli 2016 is de Woonvisie 2016+ vastgesteld. De centrale ambitie van de woonvisie is dat het voor alle doelgroepen, jong en oud, het aantrekkelijk wonen blijft in Dinkelland. Hiervoor dient het woningaanbod gevarieerd en comfortabel en toekomstbestendig te zijn, zodat men ook op latere leeftijd thuis kan blijven wonen. Hierbij hoort een passend voorzieningenniveau en betrokkenheid van inwoners tot elkaar, waardoor de leefbaarheid in de negen kernen wordt versterkt. De visie is vertaald in drie ambities: kwaliteitsslag maken: in stand houden kwaliteit centrumgebied/kernwinkelgebieden, verduurzamen en toekomstbestendig maken van de woningvoorraad, gerichte aanpak in buurten door renovatie van woningen en woonomgeving beschikbaarheid: voor iedere doelgroep een woning. Het nieuwbouwprogramma wordt afgestemd met regiogemeenten, nieuwe plancapaciteit wordt getoetst aan afwegingskader, flexibele woningdifferentiatie in bestemmingsplannen en nieuwbouwaccenten op sociale huur en voor middeninkomens. betaalbaarheid: passende prijs met bijbehorende kwaliteit. Beperkte vermindering van de kernvoorraad sociale huurwoningen is mogelijk, voortzetten starterslening, onderzoek naar blijverslening, in huurprijsbeleid corporatie wordt huurprijs beter afgestemd op inkomen. Dinkelland krijgt de komende jaren te maken met enige bevolkingskrimp.

Tot 2035 blijft het aantal huishoudens nog wel toenemen, waarvoor nog aanvullende nieuwbouw nodig is. De gemeente vindt het belangrijk dat er in alle kernen woningen worden gebouwd om te kunnen voorzien in de lokale woonbehoefte. Consumenten en ontwikkelaars vragen om meer ‘ontwikkel-vrijheid’, meer maatwerk en mogelijkheden om eigen ideeën te kunnen vormgeven. Een nieuwbouwprogramma moet flexibel zijn naar type woning, prijsklassen, eigendomsvormen enwoonconcepten. De gemeente volstaat in de Woonvisie met een prioritering voor welke doelgroepen het bestemmingsplan geschikt is. Voor de kleine kernen wordt de woningdifferentiatie op andere wijze bepaald, omdat het erg moeilijk is om inzicht te krijgen in de woonwensen van verschillende doelgroepen. Daarom worden er bestemmingsplannen gerealiseerd met een flexibele woningdifferentiatie. Verder wordt aan marktpartijen en corporatie gevraagd om concrete bouwplannen te ontwikkelen. Bij het niet voldoende op gang komen van de bouwproductie in een bepaalde kern worden de verschillende doelgroepen die actief zijn op de woningmarkt betrokken en worden concrete woonwensen geinventariseerd. Toets Op dit moment (peildatum 1-2-2019) is er sprake van een harde plancapaciteit van 27 woningen in het buitengebied.

Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2016+, en dat er op basis van het woningbouwaantal dat in de Uitvoeringsnota woningbouw 2018 voor het buitengebied is opgenomen (60) ten opzichte van de plancapaciteit (27) ruimte is voor de realisatie van twee woningen, waarvan één dus in dit bestemmingsplan opgenomen is en één sloopvoucher wordt verstrekt. Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2016+. 3.3.3

"Rood voor rood beleid gemeente Dinkelland 2015"

Aanleiding voor het vaststellen van het beleid is dat steeds meer agrarische bedrijven veranderen in hobbymatige agrarische activiteiten of volledig stoppen met hun agrarische activiteiten.Het gevolg hiervan is een toename van leegstaande landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, waardoor verval van het buitengebied op de loer ligt. Middels Rood voor Rood is het mogelijk om deze gebouwen te slopen en er een woning voor terug te bouwen. Centrale doelstelling is om een ruimtelijke kwaliteitsverbetering te realiseren. In het beleid is ook de mogelijkheid tot maatwerk opgenomen. Uitgangspunt van beleid is dat een oppervlakte van minimaal 850 m2 landschapsontsierende bebouwing of 4500 m2 aan kassen dient te worden gesloopt om een compensatiekavel (woning) te kunnen verkrijgen. In het beleid zijn verschillende uitgangspunten voor de sloop- en herbouwlocatie opgenomen, waaraan het plan in principe dient te voldoen. Voorwaarden ten aanzien van de slooplocatie welke van toepassing zijn op dit plan zijn dat de te slopen bebouwing van minimaal 850 m2 landschapsontsierend is. Hierbij is behalve de uiterlijke staat ook de locatie op het erf van belang. Gebouwen die niet als landschapsontsierend worden aangemerkt, kunnen als bijgebouw bij de bestemming 'Wonen' worden gebruikt.

De te slopen bebouwing is legaal gebouwd, dat betekent dat er een bouwvergunning aanwezig is of dat het gebouw valt onder het overgangsrecht. Voorwaarden ten aanzien van de herbouwlocatie zijn; binnen de gemeentelijke Woonvisie moet ruimte zijn om een compensatiekavel te kunnen realiseren. Wanneer hierbinnen geen ruimte is, dan wordt de aanvraag afgewezen. De compensatiewoning kan geen onevenredige aantasting van agrarische en/of andere belangen in bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 27

de omgeving veroorzaken, zoals belemmering van de bedrijfsmatige activiteiten van een bedrijf in de omgeving. De compensatiewoning dient aan te sluiten op bestaande bebouwing waarbij de maximale omvang van één compensatiekavel voor een enkele woning 1200m² bedraagt. Het kan dan gaan om kernen, dorpsranden, buurtschappen, lintbebouwing en bestaande erfstructuren. Daarnaast dient een erfplan te worden ontwikkeld waaruit blijkt dat wordt geinvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. De deelnemer aan Rood voor Rood zal uit de opbrengst van de bouwkavel het slopen van de bedrijfsgebouwen en de bijdrage voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit moeten bekostigen. Toets Er zal een oppervlakte van 1.785 m2 aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden gesloopt, waarmee ruimschoots aan de voorwaarde van minimaal 850 m2 voor een compensatiewoning wordt voldaan. Deze sloopbebouwing bevindt zich aan de Twelweg 11 in Rossum en de Ekelhofsveldweg 6 in Rossum. Op de locatie Twelweg 11 kan op basis hiervan een compensatiewoning gerealiseerd worden. Voor de locatie Ekelhofsveldweg 6 geldt dat een extra woning door de eigenaar niet wenselijk geacht wordt, bovendien komt het toevoegen van een extra woning het erfensamble niet ten goede. In de ontwerpfase van voorliggend bestemmingsplan was het tweede woonrecht daarom beoogd op de locatie Ootmarsumsestraat 60 in Denekamp.

Gebleken is echter dat de ontwikkeling hiervan vanuit de omgeving op bezwaren stuit. Daarom is een bemiddelingstraject voor deze locatie opgestart en wordt gekozen om deze locatie niet te betrekken in het voorliggend bestemmingsplan. Daarom is gekozen om een sloopvoucher voor het tweede woonrecht aan te vragen conform artikel 4.9 onder b van de gemeentelijke rood voor rood-regeling. Aan de Ekelhofsveldweg worden niet alle voormalig agrarische opstallen gesaneerd. Voor de te behouden opstallen geldt dat er een vervolgfunctie is voor de hobbymatige stalling van auto's van de eigenaar en voor materieel voor onderhoud van de in eigendom zijnde gronden. Deze te behouden schuren zijn daarnaast van belang voor behoud van het erfensemble en komen dan ook in aanmerking voor behoud, maar worden wel verfraaid aan de zichtzijde om de verbetering van ruimtelijke kwaliteit te borgen. Er is daarom voor alle betrokken locaties een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld dat als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is gevoegd. In deze plannen is de te slopen bebouwing opgenomen, de situering van de woningen en nieuwe aan te planten beplanting.

De landschapsontwerpen zijn tot stand gekomen op basis van de beeldkwaliteitsprincipes Rood voor Rood, het Cascobeleid en Kwaliteitskader Gebiedskenmerken van de gemeente (een uitwerking van de gebiedskenmerken uit de Omgevingsvisie Overijssel). Het plan voldoet daarmee aan de criteria van het gemeentelijk Rood voor Rood-beleid. Ten behoeve van de vormgeving van de woning geldt een algemeen Beeldkwaliteitsplan voor Rood voor Rood plannen. Deze is bijgevoegd als Bijlage 2. Bij het ontwerp van de compensatiewoning dient rekening gehouden te worden met deze uitgangspunten. 3.3.4

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

28

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Figuur 3.4: Fragmenten deelgebieden op casco-kaart (bron: www.overijssel.nl/cascokaart) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets Aan de Twelweg staat een element als te verplaatsen (rode lijn) weergegeven. Dit element vormt echter het enige robuuste element op het erf en zeker als er sprake is van een volledig nieuw erf. Het is belangrijk om dit element te handhaven en in te passen. Aan de Ekelhofsveldweg is eveneens een element als te verplaatsen weergegeven. Het eerste gedeelte van dit element is echter zeer waardevol voor de inpassing van het erf. Zonder dit element verkrijgt het erf een open structuur. Dat laatste is in geen geval gewenst. Het element dient behouden te blijven.

Gesteld kan worden dat er geen nadelige gevolgen voor de casco kaart ontstaan. 3.3.5

Beeldkwaliteit RvR

De Nota omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 is in dit geval niet van toepassing, omdat voor rood voor rood-projecten een algemeen beeldkwaliteitsplan geldt. Toetsing op welstand vindt uiteindelijk plaats bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de extra woning. Voor de rood voor rood-woning geldt het algemeen beeldkwaliteitplan rood voor rood zoals opgenomen in Bijlage 2. Op voorhand worden geen belemmeringen verwacht voor wat betreft de uitvoering van de plannen.

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 29

30

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels dit bestemmingsplan worden één nieuwe woning met bijgebouwen aan de Twelweg in het kader van de gemeentelijke rood-voor-rood regeling mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt één sloopvoucher verstrekt dat daarmee verder geen milieugevolgen heeft in onderhavig plan.

Om de woning in voorliggend plan mogelijk te maken wordt er 1.785 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. De ontwikkeling is concreet beschreven in Hoofdstuk 2. In de D-lijst onderdeel D 11.2 wordt onder een stedelijke ontwikkeling het volgende verstaan: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Vanuit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2017:694) blijkt dat de beoordeling of een activiteit aangemerkt kan worden als een stedelijk ontwikkelingsproject afhangt van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Uit voorgaande volgt dat de bouw van één extra woning in het buitengebied van de gemeente Dinkelland in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De ontwikkelingen zijn van een dusdanig beperkte omvang en vinden plaats in het buitengebied, waardoor geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject.

De kwalificatie is wel afhankelijk van aard en omvang van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In dit geval is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. De ontwikkeling wordt op passende wijze in het landschap opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 31

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Twelweg 11 Rossum In de nabijheid van Twelweg 11 zijn met name agrarische gronden, natuurgronden en diverse agrarische bedrijven aanwezig. Het dichtstbijzijnde bedrijfspereel is Twelweg 7 en ligt op een onderlinge afstand van 66 m gemeten tussen het huidig bouwvlak aan de Twelweg 11 en het bouwvlak Twelweg 7. Het perceel Twelweg 7 is bestemd als een niet-grondgebonden agrarisch bedrijfsperceel. Op basis van beschikbare informatie gaat het om de activiteit 'fokken en houden van melkvee' Voor de activiteit 'Akker-en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren (niet intensief)' geldt een milieucategorie 3.2 en een grootste richtafstand van 100 m voor geur en 30 m voor stof en geluid. De afstand tussen de nieuw te bouwen woning binnen het plangebied en het bouwvlak betreft 60 m. Daarmee wordt niet aan de richtafstand voor het aspect geur voldaan. Echter is in dit geval niet de richtafstand voor geur leidend, maar geldt op basis van de Wet geurhinder en veehouderij een vaste wettelijke afstand van 50 m, waaraan ruimschoots voldaan wordt. Dit wordt nader beschouwd in paragraaf 4.3. Het bedrijf wordt hiermee niet in de mogelijkheden beperkt en anderszijds is sprake van een goed woon- en leefklimaat in het plangebied. Ekelhofsveldweg 6 Rossum

32

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

Aan de Ekelhofsveldweg 6 wordt enkel gesaneerd. Er is geen sprake van een gewijzigde bestemming voor wat betreft het erf. Voor bedrijven en milieuzonering is dan ook geen sprake van een gewijzigde situatie welke belemmeringen oplevert voor de omgeving. Conclusie Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan niet leidt tot mogelijke hinder van omliggende functies en/of beperkend is voor ontwikkelmogelijkheden van bedrijvigheid in de omgeving. Omgekeerd blijft binnen de plangebieden sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor dit plan.

4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/474/documents/15324