CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum.pdf

Gemeenteraad 17 oktober 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 11: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum”30.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Tabel 12 Toetsingskader Wbb Concentratie ≤ AW-waarde (of < detectielimiet) * > AW-waarde ≤ T-waarde > T-waarde ≤ I-waarde

Betekenis Niet verontreinigd Licht verontreinigd Matig verontreinigd

> I-waarde

Sterk verontreinigd

Opmerking Geen aanvullend onderzoek nodig Geen aanvullend onderzoek nodig Mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk Nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging

Code * ** ***

* Voor grondwater geldt de streefwaarde Toelichting: De AW-waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

2022-185

7-2-2023

Pagina 13 van 29

Verkennend- en Nader bodemonderzoek Roepenbeltweg 16-18 te Rossum

Tabel 13 Analyseresultaten NEN 5740 Monster

Traject (m-mv)

BM1

0,00 - 0,50

BM2

0,00 - 0,50

BM-3

0,00 - 0,50

19-1 20-1 28-1 29-1 BM4

0,00 - 0,50 0,08 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,00 - 0,50

BM5

0,05 - 0,50

BM6

0,00 - 0,50

4-1 5-1 6-1 OM1

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 2,00

OM2

0,50 - 2,00

Pb1wm1 Pb4wm1 Pb7wm1 Pb8wm1

2,90 - 3,90 2,50 - 3,50 2,50 - 3,50 2,50 - 3,50

Samenstelling 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) 13 (0,08 - 0,50) 14 (0,08 - 0,50) 15 (0,08 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,08 - 0,50) 28 (0,05 - 0,50) 29 (0,05 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,08 - 0,50) 28 (0,05 - 0,50) 29 (0,05 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 1 (0,05 - 0,50) 2 (0,05 - 0,50) 3 (0,05 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 15 (0,50 - 1,00) 15 (1,00 - 1,50) 15 (1,50 - 2,00) 8 (0,50 - 1,00) 8 (1,00 - 1,50) 8 (1,50 - 2,00) 9 (0,50 - 1,00) 9 (1,00 - 1,50) 9 (1,50 - 2,00) 30 (0,50 - 1,00) 30 (1,00 - 1,50) 30 (1,50 - 2,00) 32 (0,50 - 1,00) 32 (1,00 - 1,50) 32 (1,50 - 2,00) 7 (0,50 - 1,00) 7 (1,00 - 1,50) 7 (1,50 - 2,00) Pb1 Pb4 Pb7 Pb8

Verhogingen -

-

Minerale olie*, PAK 10 VROM***

PAK 10 VROM*** PAK 10 VROM*** PAK 10 VROM*** Minerale olie*, PAK 10 VROM*

-

Minerale olie**

Minerale olie*** Minerale olie*** Minerale olie*

-

Ba* Tetrachlooretheen (Per)*, Ba*, Naftaleen*

* verhoging groter dan streefwaarde ** verhoging groter dan tussenwaarde *** verhoging groter dan interventiewaarde

Naar aanleiding van de sterke verhoging PAK 10 VROM in het bovengrondmengmonster BM-3 en de matige verhoging minerale olie in bovengrondmengmonster BM6 zijn de separate deelmonsters geanalyseerd op PAK 10 VROM en minerale olie.

2022-185

7-2-2023

Pagina 14 van 29

Verkennend- en Nader bodemonderzoek Roepenbeltweg 16-18 te Rossum

Tabel 14 Analyseresultaten NEN 5707 Monster MM1

Traject (m-mv) 0,00 - 0,50

MM2

0,00 - 0,50

MM3

0,00 - 0,50

MM4

0,00 - 0,50

DZ1

0,00 - 0,10

Samenstelling 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) 13 (0,08 - 0,50) 14 (0,08 - 0,50) 15 (0,08 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,08 - 0,50) 28 (0,05 - 0,50) 29 (0,05 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,10) 36 (0,00 - 0,10)

Matrix Asbest in grond

Resultaat Bevat geen asbest

Asbest in grond

Bevat geen asbest

Asbest in grond

Bevat geen asbest

Asbest in grond

12 mg/kg ds

Asbest in grond

9,8 mg/kg ds

Het resultaat in bovenstaand tabel is het gewogen asbestgehalte berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest.

4.3

Toetsing van de hypothese

Onderdeel

Deellocatie

NEN 5740 NEN 5740 NEN 5740 NEN 5707 NEN 5707

Gehele locatie Vml. dieseltank 1 Vml. dieseltank 2 Gehele locatie Druppelzone

4.4

Gestelde hypothese

Hypothese verworpen of aangenomen

Verdacht Verdacht Verdacht Verdacht Verdacht

Aangenomen Verworpen Aangenomen Grotendeels verworpen Grotendeels verworpen

Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740

Gehele locatie De sterke verhoging PAK 10 VROM in het bovengrondmengmonster BM-3 geeft formeel aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek is reeds uitgevoerd door uitsplitsing van het verhoogde mengmonster. Op basis van de uitsplitsing is nog nader onderzoek noodzakelijk.

Vml. dieseltank 1 Er zijn geen concentraties in de grond en het grondwater boven de tussenwaarde aangetroffen, dit houdt in dat er geen aanleiding bestaat voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek.

Vml. dieseltank 2 De matige verhoging minerale olie in het bovengrondmengmonster BM6 geeft formeel aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek is reeds uitgevoerd door uitsplitsing van het verhoogde mengmonster. Op basis van de uitsplitsing is nog nader onderzoek noodzakelijk. Verkennend bodemonderzoek NEN5707

Gehele locatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In de mengmonsters is analytisch geen asbest aangetoond of het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Druppelzone Ter plaatse van de druppelzone zijn twee inspectiesleuven gegraven. Het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

2022-185

7-2-2023

Pagina 15 van 29

Verkennend- en Nader bodemonderzoek Roepenbeltweg 16-18 te Rossum

5

Nader bodemonderzoek

Op basis van de resultaten uit het verkennend bodemonderzoek is nader onderzoek uitgevoerd conform NTA 5755:2010 Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van de bodemverontreiniging. 5.1 Conceptueel model NTA 5755 In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de belangrijkste onderdelen van een conceptueel model en de uitgangspunten van het onderzoek. Niet alle subonderdelen zijn voor onderhavig onderzoek even relevant en worden daarmee in meer of mindere mate uitgewerkt. De in de tabel opgenomen informatie dient als basis voor de uitvoering van en het nader bodemonderzoek.

Tabel15 Conceptueel model (verhoging PAK) Onderdeel Oorzaak van de verontreinigingen

Toelichting De oorzaak van de verontreiniging is vermoedelijk te relateren aan het relatief lange historische agrarische gebruik van de locatie en de aanwezige asfaltverharding op de locatie.

Aard van de verontreinigingen

Grond: interventiewaarde overschrijding met PAK in de bovengrond Grondwater: geen verhoging in verkennend bodemonderzoek aangetroffen.

Bodemgebruik

Op de locatie is een voormalig agrarisch bedrijf gevestigd. De onderzoekslocatie bestaat uit de woning met opstallen. Het grootste gedeelte van de locatie is verhard met asfalt en klinkers.

Bodemopbouw

Tot de maximaal verkende diepte 3,9 m-mv. bestaat de bodemopbouw uit overwegend matig fijn zand en sterk zandig leem.

Omvang van de verontreiniging

De omvang van de verontreiniging is nog niet bekend. De verontreiniging dient zowel horizontaal en verticaal afgeperkt te worden.

Ernst van de verontreiniging

Op basis van het verkennend bodemonderzoek wordt verwacht dat het om een diffuse heterogeen verspreide verontreiniging gaat.

Onderzoeksvragen en Onderzoeksstrategie Als onderzoeksstrategieën worden (gecombineerd) gehanteerd: • •

Onderzoeksstrategie voor het bepalen van de ernst van de bodemverontreiniging (NTA5755 § 6.2) Onderzoeksstrategie voor het bepalen van de omvang van bodemverontreiniging (NTA5755 § 6.4)

Op basis van het conceptueel model en de doelstelling van het nader bodemonderzoek is informatie nodig met betrekking tot de omvang van de verontreiniging in de grond en eventueel het grondwater. De informatiebehoefte bestaat concreet uit de onderstaande onderzoeksvragen. • •

Wat is de globale omvang van de aangetroffen verontreiniging? Is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging?

2022-185

7-2-2023

Pagina 16 van 29

Verkennend- en Nader bodemonderzoek Roepenbeltweg 16-18 te Rossum

Tabel16 Conceptueel model (verhoging minerale olie) Onderdeel Oorzaak van de verontreinigingen

Toelichting De oorzaak van de verontreiniging is te relateren aan de voormalige dieseltank. De olieverontreiniging ter plekke betreft, voor zover bekend, een historisch geval (ontstaan voor 1987) omdat de verontreiniging waarschijnlijk (grotendeels) is veroorzaakt tijdens het vullen of legen van de tank. Op een milieutekening van 1995 is te zien dat de tank al is doorstreept.

Aard van de verontreinigingen

Grond: interventiewaarde overschrijding met minerale olie in de bovengrond Grondwater: geen verhoging in verkennend bodemonderzoek aangetroffen.

Bodemgebruik

Op de locatie is een voormalig dieseltank gesitueerd. De plaats van de voormalige dieseltank is geheel onverhard. Het is niet bekend of in het verleden hier verharding aanwezig is geweest.

Bodemopbouw

Tot de maximaal verkende diepte 3,9 m-mv. bestaat de bodemopbouw uit overwegend matig fijn zand en sterk zandig leem.

Omvang van de verontreiniging

De omvang van de verontreiniging is nog niet bekend. De verontreiniging dient zowel horizontaal en verticaal afgeperkt te worden..

Ernst van de verontreiniging

Op basis van het vooronderzoek kan gesteld worden dat de verontreiniging waarschijnlijk voor 1987 is ontstaan. Uit een milieutekening van 1995 blijkt dat de tank al niet meer aanwezig is ter plekke (verplaatst).

Onderzoeksvragen en Onderzoeksstrategie Als onderzoeksstrategieën worden (gecombineerd) gehanteerd: • •

Onderzoeksstrategie voor het bepalen van de ernst van de bodemverontreiniging (NTA5755 § 6.2) Onderzoeksstrategie voor het bepalen van de omvang van bodemverontreiniging (NTA5755 § 6.4)

Op basis van het conceptueel model en de doelstelling van het nader bodemonderzoek is informatie nodig met betrekking tot de omvang van de verontreiniging in de grond en eventueel het grondwater. De informatiebehoefte bestaat concreet uit de onderstaande onderzoeksvragen. • •

Wat is de globale omvang van de aangetroffen verontreiniging? Is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging?

5.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 16 en 27 januari 2023. De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III. Voorafgaand aan het nader bodemonderzoek is een onderzoeksopzet voorgelegd aan de Omgevingsdienst Twente. Deze is op enkele kleine opmerkingen na goedgekeurd door Dhr. M. Oostland op 28 november 2022.

Tabel 16 Onderzoeksopzet NEN 5740 Locatie

Ondiepe boringen1

Afperking PAK Afperking minerale olie

18 5

Diepe boringen2

Peilbuizen

1

-

Analyses grond

Analyses water

19x PAK 10 VROM* 7x Minerale olie*

-

1

Ondiepe boringen standaard tot 1,0 m-mv. Diepe boringen tot 2,0m -mv. * Analyses afhankelijk van zintuiglijke waarnemingen en resultaten 2

2022-185

7-2-2023

Pagina 17 van 29

Verkennend- en Nader bodemonderzoek Roepenbeltweg 16-18 te Rossum

5.3 Analysestrategie Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt.

Tabel 17 Analyse onderzochte monsters Analyse monster BM10

Traject (m-mv) 0,00 - 0,50

BM11

0,08 - 0,50

OM10

0,50 - 1,00

101 102 103 104-2 114

Deelmonsters

Analyse PAK 10 VROM (AS3000)

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,05 - 0,50

110 (0,00 - 0,50) 111 (0,00 - 0,50) 112 (0,00 - 0,50) 113 (0,00 - 0,50) 105 (0,08 - 0,50) 106 (0,08 - 0,50) 107 (0,08 - 0,50) 119 (0,50 - 1,00) 120 (0,50 - 1,00) 101 (0,00 - 0,50) 102 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,50) 104 (0,50 - 1,00) 114 (0,05 - 0,50)

115 116 117 118 121 122 123 124 127-1 125-3

0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,00 - 0,50 1,00 - 1,50

115 (0,05 - 0,50) 116 (0,05 - 0,50) 117 (0,05 - 0,50) 118 (0,05 - 0,50) 121 (0,05 - 0,50) 122 (0,05 - 0,50) 123 (0,05 - 0,50) 124 (0,05 - 0,50) 127 (0,00 - 0,50) 125 (1,00 - 1,50)

125-4 126

1,50 - 2,00 0,00 - 0,50

125 (1,50 - 2,00) 126 (0,00 - 0,50)

127 128 128-3 130-3 131-5

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 1,00 - 1,50 1,00 - 1,50 2,00 - 2,50

127 (0,00 - 0,50) 128 (0,00 - 0,50) 128 (1,00 - 1,50) 130 (1,00 - 1,50) 131 (2,00 - 2,50)

2022-185

PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000), Structuurpakket (lutum/humus) (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) PAK 10 VROM (AS3000) Minerale Olie GC (AS3000), Structuurpakket (lutum/humus) (AS3000) Minerale Olie GC (AS3000) Minerale Olie GC (AS3000), Structuurpakket (lutum/humus) (AS3000) Minerale Olie GC (AS3000) Minerale Olie GC (AS3000) Minerale Olie GC (AS3000) Minerale Olie GC (AS3000) Minerale Olie GC (AS3000)

7-2-2023

Pagina 18 van 29

Verkennend- en Nader bodemonderzoek Roepenbeltweg 16-18 te Rossum

5.4 Zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn zand, plaatselijk zwak humeus. De ondergrond bestaat plaatselijk uit matig fijn zand en plaatselijk uit matig zandig leem. De diepere ondergrond bestaat uit matig tot sterk zandig leem. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven:

Tabel 18 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring 119 120 125

Diepte boring (m -mv) 1,00 1,00 2,00

126

2,00

127

2,00

128

2,00

129

2,00

130

2,00

131

3,00

Traject (m -mv) 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand Zand Zand Zand

1,50 - 2,00

Zand

0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

2,00 - 2,50

Zand

2,50 - 3,00

Zand

sterk bitumenhoudend sterk bitumenhoudend geen olie-water reactie geen olie-water reactie sterke petroleumgeur, sterke olie-water reactie sterke petroleumgeur, sterke olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie sterk leemhoudend, zwakke olie-water reactie matig leemhoudend, geen olie-water reactie matig leemhoudend, geen olie-water reactie

Ter plaatse van de boringen 119 en 120 zijn grote hoeveelheden teermaterialen aangetroffen tot een maximale diepte van 0,50 m-mv.

2022-185

7-2-2023

Pagina 19 van 29

Verkennend- en Nader bodemonderzoek Roepenbeltweg 16-18 te Rossum

De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven in bijlage V. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab te Deventer. Deze analyses zijn allen AS3000 erkende verrichtingen.

Tabel 19 Analyseresultaten NEN 5740 Monster

Traject (m-mv)

BM10

0,00 - 0,50

BM11

0,08 - 0,50

OM10

0,50 - 1,00

101 102 103 104-2 114 115 116 117 118 121 122 123 124 127-1 125-3 125-4 126 127 128 128-3 130-3 131-5

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,00 - 0,50 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 1,00 - 1,50 1,00 - 1,50 2,00 - 2,50

Samenstelling 110 (0,00 - 0,50) 111 (0,00 - 0,50) 112 (0,00 - 0,50) 113 (0,00 - 0,50) 105 (0,08 - 0,50) 106 (0,08 - 0,50) 107 (0,08 - 0,50) 119 (0,50 - 1,00) 120 (0,50 - 1,00) 101 (0,00 - 0,50) 102 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,50) 104 (0,50 - 1,00) 114 (0,05 - 0,50) 115 (0,05 - 0,50) 116 (0,05 - 0,50) 117 (0,05 - 0,50) 118 (0,05 - 0,50) 121 (0,05 - 0,50) 122 (0,05 - 0,50) 123 (0,05 - 0,50) 124 (0,05 - 0,50) 127 (0,00 - 0,50) 125 (1,00 - 1,50) 125 (1,50 - 2,00) 126 (0,00 - 0,50) 127 (0,00 - 0,50) 128 (0,00 - 0,50) 128 (1,00 - 1,50) 130 (1,00 - 1,50) 131 (2,00 - 2,50)

Verhogingen PAK 10 VROM*

PAK 10 VROM*

PAK 10 VROM* PAK 10 VROM* PAK 10 VROM* PAK 10 VROM*** PAK 10 VROM** PAK 10 VROM* PAK 10 VROM* Minerale olie*** Minerale olie*** Minerale olie* Minerale olie* Minerale olie* -

* verhoging ten opzichte van de streefwaarde ** verhoging ten opzichte van de tussenwaarde *** verhoging ten opzichte van de interventiewaarde

5.5

Toetsing conceptueel model

Op basis van de NTA 5755 zijn 2 onderzoeksvragen opgesteld voor de verhoging PAK: 1) Wat is de globale omvang van de aangetroffen verontreiniging? 2) Is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging? 1) Globale omvang van de verontreiniging In het verkennend bodemonderzoek zijn (na uitsplitsing) ter plaatse van boorpunten 19, 28 en 29 sterke verhogingen met PAK aangetroffen. In onderhavig nader onderzoek zijn ter plaatse van deze verhogingen meerdere boringen geplaatst om een beeld te krijgen van de verontreiniging. In de boringen voor de verticale afperking zijn geen verhogingen boven de tussenwaarde aangetroffen, hiermee kan gesteld worden dat verticaal de verontreiniging in voldoende mate is afgeperkt. In de boringen voor de horizontale afperking is een matige verhoging aangetroffen bij boring 122 en een sterke verhoging PAK aangetroffen in boring 121. Boringen 119 en 120 zijn zintuiglijk als verontreinigd beschouwd gezien de aangetroffen teermaterialen.

2022-185

7-2-2023

Pagina 20 van 29

Verkennend- en Nader bodemonderzoek Roepenbeltweg 16-18 te Rossum

Op basis van de resultaten uit onderhavig nader onderzoek kan gesteld worden dat de verontreiniging met PAK horizontaal en verticaal in voldoende mate is afgeperkt. De verontreinigingscontour bevindt zich voornamelijk in het zuidelijk deel van de schuur (zie bijlage III). Ter plaatse van boring 19 en 28 uit het verkennend bodemonderzoek zijn geen of lichte verhogingen aangetoond in de geplaatste boringen. Hier is waarschijnlijk sprake van (kleine) verontreinigingsspots boven de interventiewaarde. Tevens kan gesteld worden dat de gehele onderzoekslocatie licht heterogeen verontreinigd is met PAK.

2)

Geval van ernstige bodemverontreiniging

Op basis van de historische gegevens wordt geconcludeerd dat de heterogene verontreiniging waarschijnlijk voor 1987 is ontstaan. De sterke verontreiniging bestaat uit de 2 kleine spots en uit de verontreiniging in het zuidelijke deel van de schuur. De oppervlakte van de contour bedraagt circa 45 m2 en de diepte van de verontreiniging is vastgesteld van 0,05 m-mv tot circa 0,50 m-mv. Dit komt neer op een geschatte hoeveelheid van 20 m3 met PAK verontreinigde grond. Om het terrein geschikt te maken voor toekomstig gebruik is sanering mogelijk noodzakelijk. Omdat de verontreiniging zich onder verharding bevindt zijn er geen blootstellingsrisico’s bij het huidige gebruik. Op basis van de NTA 5755 zijn 2 onderzoeksvragen opgesteld voor de verhoging minerale olie: 1) Wat is de globale omvang van de aangetroffen verontreiniging? 2) Is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging? 1) Globale omvang van de verontreiniging In het verkennend bodemonderzoek zijn (na uitsplitsing) ter plaatse van boorpunten 4 en 5 sterke verhogingen met minerale olie aangetroffen. In onderhavig nader onderzoek zijn ter plaatse van deze verhogingen meerdere boringen geplaatst om een beeld te krijgen van de verontreiniging. In de geplaatste boringen voor de horizontale afperking zijn geen of lichte verhogingen minerale olie aangetroffen.

In boring 125 is een sterke verhoging minerale olie aangetroffen in de laag 1,002,00 m-mv. Hierop is de laag 2,00-2,50 m-mv geanalyseerd op de aanwezigheid van minerale olie. In het monster 131-5 is geen verhoging minerale olie aangetoond.

2)

Geval van ernstige bodemverontreiniging

Op basis van de historische gegevens wordt geconcludeerd dat de verontreiniging waarschijnlijk voor 1987 is ontstaan, omdat de tank in 1995 niet meer aanwezig was. De totale omvang van de verontreiniging ter plaatse van de voormalige dieseltank bedraagt circa 12 m 2 x 2,00 m-mv = 24 m3. Om het terrein geschikt te maken voor toekomstig gebruik is sanering mogelijk noodzakelijk. Omdat de verontreiniging zich voornamelijk in de ondergrond bevindt zijn er geen blootstellingsrisico’s bij het huidige gebruik.

2022-185

7-2-2023

Pagina 21 van 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/723/documents/20302