CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49.pdf

Commissie Omgeving & Economie 1 juni 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49”22.884 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 32

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49

Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied.

Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 33

Figuur 4.2: Uitsnede risicokaart plangebied in paars omkaderd (bron: risicokaart.nl). Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van circa 1 kilometer van het plangebied aan de Postweg 13 te Saasveld geen risicobronnen op basis van de externe veiligheid zijn gelegen. Voor het plangebied aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld bevindt de meest nabij gelegen risicobron zich op circa 1,65 kilometer. Gelet op bovenstaande geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarnaast zal als gevolg van onderhavig plan het aantal personen binnen het plangebied niet toenemen. Een en ander brengt met zich mee dat het plan in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.8 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de SVIR en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021.

De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Waterbeheerplan 2016-2021 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit.

Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.

34

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49

Watertoetsproces Postweg 13 Op 11 december 2020 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht voor de locatie Postweg 13, zie Bijlage 3. Op grond van de watertoets volgt de korte procedure. Het waterschap heeft op voorhand geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Gunnerstraat 49 Op 11 december 2020 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht voor de locatie Gunnerstraat 49, zie Bijlage 4. Op grond van de watertoets volgt de korte procedure. Het waterschap heeft op voorhand geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. De oppervlakte aan verharding neemt op deze locatie af.

4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Gunnerstraat 49 Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is voor de locatie Gunnerstraat 49 een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Natuurbank Overijssel (projectnummer 2280, versie 1.0, rapportdatum 02-12-2019). De quickscan is in Bijlage 5 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. De resultaten van het onderzoek zijn als volgt: Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. In verband met de ligging van het plangebied op enige afstand van het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties omdat de bescherming van het Natuurnet Nederland geen externe werking kent.

Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de ligging op enige afstand van Natura 2000-gebied, is het niet aannemelijk dat de uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Wettelijke consequenties m.b.t. soortenbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor beschermde diersoorten en tot een ongeschikte groeiplaats voor beschermde planten. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Samenvattende conclusie: Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. De wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Postweg 13 Consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op minimaal 3,6 km afstand en betreft het Natura 2000-gebied Lemselermaten. Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gronden die tot het NNN behoren liggen op minimaal 190 m afstand van het plangebied. Consequenties m.b.t.

soortenbescherming: De gronden in het plangebied zijn reeds in gebruik ten behoeve van wonen. Als gevolg van onderhavig plan zal de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken worden uitgebreid. Deze uitbreiding is direct aansluitend op de bestaande woning, alwaar de gronden momenteel reeds deels verhard zijn en deels als gazon in gebruik. Gelet op de terreingesteldheid van de gronden is het locatie ongeschikt voor beschermde flora en/of fauna, bovendien is de impact van de ontwikkeling zeer beperkt. Op basis hiervan lijkt van aantasting van leefgebied voor beschermde flora en fauna geen sprake, daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling lokaal. Conclusie: bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 35

Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd nader onderzoek op basis van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.10.1 Archeologie De gemeente Dinkelland heeft voor haar grondgebied een archeologische verwachtings- en advieskaart laten opstellen. Het rapport is door RAAP opgesteld en geeft voor het grondgebied van de gemeente de verwachtingswaarde voor archeologische resten aan. Aan de hand van deze kaart kan bepaald worden of archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In onderstaande figuur 4.3 is een uitsnede van de archeologische verwachtings- en advieskaart weergegeven voor het perceel aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld. In figuur 4.4 is een uitsnede weergegeven voor het perceel aan de Postweg 13 te Saasveld.

Figuur 4.3: Uitsnede archeologische verwachtingskaart ter Plaatsen van de Gunnerstraat 49 (bron: gemeente Dinkelland/RAAP) 36

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49

Figuur 4.4: Uitsnede archeologische verwachtingskaart ter plaatse van de Postweg 13 (bron: gemeente Dinkelland/RAAP)

Toets Gunnerstraat 49 Het plangebied aan de Gunnerstraat 49 is gelegen op 'dekzandhoogten en -ruggen' en op 'dekzandwelvingen en -vlakten'. De te slopen schuur bevindt zich op 'dekzandhoogten en -ruggen' waarvoor een hoge archeologische verwachting geldt. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk in plangebieden groter dan 2500 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 2500 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Als gevolg van onderhavig plan vinden er geen nieuwe bodemverstorende maatregelen plaats. Op het erf aan de Gunnerstraat wordt een schuur van 80 m2 gesloopt. Archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Postweg 13 Het plangebied aan de Postweg 13 is gelegen op 'dekzandwelvingen en -vlakten' waarvoor een middelmatige verwachting voor archeologische resten uit alle perioden. Echter is het erf aangeduid als verstoord waardoor er geen verwachting van archeologische resten is en er dan ook geen archeolosche onderzoek noodzakelijk is.

4.10.2 Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie blijkt dat de Postweg een historische route betreft die bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 37

zeker al in 1648 aanwezig was. De ontwikkeling die met onderhavig plan mogelijk wordt gemaakt is niet van invloed op deze weg. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

4.11

Verkeer / parkeren

Onderhavig plan heeft betrekking op de sloop van een bestaande schuur aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld. In het kader van de 'Schuur voor Schuur-regeling wordt ter compensatie aan de Postweg 13 de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken uitgebreid. Als gevolg van onderhavig plan zal er geen sprake zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen. De bestaande verkeersbewegingen kunnen via de huidige wegen, de Gunnerstraat en Postweg, afgewikkeld worden. De parkeerbehoefte neemt als gevolg van onderhavig plan niet toe. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.

38

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2 Toelichting op de regels 5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); Afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; Afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; Wijzigingsregels bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 39

In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.

De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd voor de mogelijkheid om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing te stellen. Tevens bepalen deze regels dat de inrichting van de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden zodanig moet plaatsvinden dat er voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het parkeren of stallen van voertuigen wordt gerealiseerd. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Agrarisch - 1 De gronden binnen de bestemming ‘Agrarisch - 1’ hebben als hoofdfunctie de uitoefening van de agrarische functie. De gronden die bestemd zijn als 'Agrarisch - 1' zijn bestemd voor het agrarisch gebruik. De uitoefening van een gemengd agrarisch bedrijf is mogelijk ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf'. De bestemming 'Agrarisch - 1' is tevens gericht op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden. Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden alsmede doeleinden van agrarisch natuurbeheer zijn binnen deze agrarische gebiedsbestemming van ondergeschikt belang. Tevens is onder meer extensief recreatief medegebruik toegestaan. In de bestemming zijn een aantal specifieke gebruiksregels, afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. In de specifieke gebruiksregels van deze bestemming is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De voorwaardelijke verplichting voorziet in een borging van de sloop van een landschapsontsierende schuur.

De toegestane oppervlakte van bedrijfsgebouwen is vastgelegd op de resterende 40

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49

oppervlakte na sanering van de sloopoppervlakte in het kader van de Schuur voor Schuur-regeling. De toegestane oppervlakte van bedrijfsgebouwen is vastgelegd op de resterende oppervlakte na sanering van de sloopoppervlakte in het kader van de Schuur voor Schuur-regeling door middel van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)'. Wonen De bestemming 'Wonen' heeft betrekking op de woning en bijbehorende bouwwwerken in het plangebied. Onder de woonfunctie vallen woonhuizen, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen het hoofdgebouw, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Extra functies waaronder een beroep aan huis ten behoeve van het wonen mogen in woonhuizen en bijbehorende bouwwerken plaatsvinden. In de bestemming zijn een aantal specifieke gebruiksregels, afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. In de specifieke gebruiksregels van deze bestemming is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De voorwaardelijke verplichting voorziet in het instand houden van de landschapsmaatregelen zoals die opgenomen zijn in het erfinrichtingsplan. De toegestane oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen is vastgelegd door middel van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)'. Waarde - Landschap Door middel van de dubbelbestemming ‘Waarde - Landschap’ worden de waardevolle landschapselementen beschermd.

De houtwallen, houtsingels en bosjes ouder dan 60 jaar, staan op de verbeelding aangegeven. Uit het landschapsontwikkelingsplan is gebleken dat deze elementen zodanig waardevol zijn dat ze een specifieke bescherming krijgen. Het verwijderen van deze landschapselementen wordt niet mogelijk gemaakt, uitgezonderd vanuit het beheer van deze landschapselementen.

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 41

42

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Tussen de gemeente Dinkelland en de initiatiefnemer wordt een Schuur voor Schuur- en planschadeovereenkomst afgesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 43

44

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. In de uitzonderingslijst is opgenomen dat indien de gemeente over een eigen kwaliteitskader beschikt dat in lijn is met het Werkboek KGO en de Omgevingsvisie er geen vooroverleg gevoerd hoeft te worden.

Waterschap Vechtstromen Op 11 december 2020 is via de digitale watertoets bij het waterschap Vechtstromen kenbaar gemaakt dat bij onderhavig plan van de Schuur voor Schuur regeling gebruik gemaakt wordt. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 5 maart 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 45

46

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 47

Bijlage 1

48

Asbestinventarisatie

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49

Asbestinventarisatierapport Opdrachtgever: Projectlocatie: Postcode, plaats:

Dhr. M. Lubbers Gunnerstraat 49 7597 LH Saasveld

Onderzoek verricht door: SCA certificaat: Onderzocht door: Technisch eindverantwoordelijke: Projectnummer: Rapportnummer: Versie:

ACMAA Advies 07-D070093.01 Dhr. R. ten Elsen (DIA 51E-130317-411107) Dhr. M. Nijhuis (DIA 51E-130317-411106) I19300 I19300 01

Reikwijdte onderzoek ☒ Het gehele bouwwerk of het gehele object ☐ Een gedeelte van het bouwwerk of een gedeelte van het object ☐ Het bouwwerk of het object en het gebied rondom het bouwwerk of object ☐ Uitsluitend het gebied rondom het bouwwerk of object Inventarisatierapport geschikt voor ☐ Niet geschikt voor asbestverwijdering, risicobeoordeling noodzakelijk ☐ Geschikt voor uitsluitend de verwijdering van het in dit rapport genoemde asbesthoudende materiaal ☐ Geschikt voor renovatie zonder de bouwkundige integriteit aan te tasten ☒ Geschikt voor volledige renovatie of totaalsloop

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden zonder onze voorafgaande toestemming

I19300

Gunnerstraat 49 Saasveld

pag. 1 van 11

Projectgegevens Projectnummer: Rapportnummer: Versie: Locatieadres: Postcode, plaats: Type bouwwerk of object:

I19300 I19300 01 Gunnerstraat 49 7597 LH Saasveld Woning, aanbouw en schuur

Gegevens opdrachtgever Naam: Adres: Postcode, plaats:

Dhr. M. Lubbers Gunnerstraat 49 7597 LH Saasveld

Contactpersoon:

Dhr. M. Lubbers

Uitgevoerd door: Naam: Adres: Postcode, plaats: Telefoonnummer: Faxnummer: E-mailadres: Procescertificaat t.n.v. SCA-code Onderzocht door: Onderzoeksdatum: Gerapporteerd door:

ACMAA Advies 't Haarboer 6 7561 BL Deurningen 074-2455044 074-2508245 advies@acmaa.nl Sanitas Milieukundig Adviesbureau B.V. h.o.d.n. ACMAA Advies 07-D070093.01 Dhr. R. ten Elsen (DIA 51E-130317-411107) 30-08-2019 Dhr. R. ten Elsen

Datum: Geldig tot:

06-09-2019 06-09-2022

Autorisatie: Dhr. M. Nijhuis

Technisch eindverantwoordelijke (DIA 51E-130317-411106)

I19300

Gunnerstraat 49 Saasveld

pag. 2 van 11

Samenvatting Dhr. M. Lubbers heeft aan ACMAA Advies opdracht gegeven om een inventarisatie uit te voeren naar de aanwezigheid van asbesthoudende materialen betreffende de woning, aanbouw en schuur aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld. Het betreft hier een asbestinventarisatie ten behoeve van volledige renovatie of totaalsloop van de woning, aanbouw en schuur. Het doel van het onderzoek is het volledig in kaart brengen, identificeren en kwantificeren van alle asbest, asbesthoudende producten, asbest verontreinigd materiaal of asbest verontreinigde constructieonderdelen die aanwezig zijn in de onderzochte bouwwerken of objecten. Daarnaast wordt op grond van de aard van het aangetroffen asbest en/of de asbesthoudende producten, de wijze waarop deze in de constructie zijn bevestigd en de omgevingsomstandigheden, een indeling in één van de drie risicoklassen voor verwijdering gemaakt. Tijdens de inventarisatie zijn in tabel 4.1 de aangetroffen asbestverdachte bronnen opgenomen, waarbij de bijhorende risicoklasse is aangegeven. Er bestaat geen redelijk vermoeden op de aanwezigheid van de in de constructie verborgen asbesthoudende materialen. Als er tijdens sloop- of renovatiewerkzaamheden asbestverdachte materialen worden aangetroffen, dient er een aanvullende asbestinventarisatie te worden uitgevoerd.

Opmerking/beperking: Tijdens het onderzoek is er geen kruipruimte onder de woning aangetroffen. De aangrenzende schuren (zie plattegrond, bijlage 1) behoren niet tot dit rapport. (De schuren vallen echter binnen het onderzoeksgebied, visueel zijn er aan de buitenzijde van de schuren asbestverdachte hechtgebonden golfplaten aangetroffen). In bijlage 1 is de plattegrond opgenomen waarin het onderzoeksgebied staat aangegeven. Daarbinnen kan de saneerder naar eigen inzicht afschermen / afbakenen, met inachtneming van de eventuele beperkingen (zie paragraaf 4.3). Ondanks de zorgvuldige wijze waarop ACMAA Advies dit onderzoek heeft uitgevoerd, kan niet worden uitgesloten dat om verschillende redenen asbesthoudende of verdachte materialen worden aangetroffen, die niet in dit rapport staan vermeld. ACMAA Advies is niet aansprakelijk voor de gevolgen, in welke vorm dan ook, van niet geïnventariseerde en in de rapportage beschreven asbesthoudende of verdachte materialen.

I19300

Gunnerstraat 49 Saasveld

pag. 3 van 11

Inhoudsopgave Samenvatting ...........................................................................................................................................3 1. Inleiding ................................................................................................................................................5 2. Doel van het onderzoek ........................................................................................................................5 3. Methoden van onderzoek .....................................................................................................................6 3.1 Inventarisatie ..................................................................................................................................6 3.2 Analyse ...........................................................................................................................................7 4.

Resultaten ............................................................................................................................................8 4.1 Vooronderzoek (deskresearch) .......................................................................................................8 4.2 Aangetroffen asbestverdachte materialen .......................................................................................8 4.3 Beperkingen..................................................................................................................................11 5. Conclusie ...........................................................................................................................................11 6.

Opmerkingen/aanbeveling ...............................................................................................................11

7. Literatuur ............................................................................................................................................11 Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.

Plattegrond Bevindingen uit interviews en deskresearch Analysecertificaat Bron gerelateerde output van de SMA-rt risicoclassificatie Projectfoto’s

I19300

Gunnerstraat 49 Saasveld

pag. 4 van 11

1. Inleiding Dhr. M. Lubbers heeft aan ACMAA Advies opdracht gegeven om een inventarisatie uit te voeren naar de aanwezigheid van asbesthoudende materialen betreffende de woning, aanbouw en schuur aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld. Dit onderzoek is uitgevoerd op 30-08-2019 door dhr. R. ten Elsen (DIA 51E-130317-411107). Het betreft hier een asbestinventarisatie ten behoeve van volledige renovatie of totaalsloop van de woning, aanbouw en schuur. De opdrachtgever heeft geen informatie en/of documenten ter beschikking gesteld: Datum autorisatie: 06-09-2019.

2. Doel van het onderzoek Het doel van het onderzoek is het inventariseren van de plaatsen waar zich asbesthoudende materialen bevinden. Hiervoor worden de volgende stappen doorlopen: • Het vooronderzoek (deskresearch en interviews) • Opstellen van inventarisatieplan • Asbestinventarisatie op locatie • Analyse van materiaalmonsters (indien van toepassing) • Classificatie van de risicoklasse voor verwijdering • Het verwerken van de resultaten in een overzichtelijk rapport Het onderzoek is uitgevoerd conform het Werkveldspecifiek certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering, zoals opgenomen in het Arbeidsomstandighedenbesluit. ACMAA Advies is, als vestiging van Sanitas Milieukundig Adviesbureau BV, hiervoor gecertificeerd door Normec Certification B.V. onder SCA-code: 07-D070093.01. Via de website www.ascert.nl is de geldigheid van het procescertificaat te controleren. Ondanks alle zorg en aandacht die aan het onderzoek is besteed, kan het niet volledig worden uitgesloten dat bij onderhouds-, verbouwings- en sloopwerkzaamheden aan de gebouw(en) asbesthoudende onderdelen worden aangetroffen welke niet tijdens de inventarisatie zijn opgemerkt. De oorzaak hiervan kan liggen in het ontbreken van gegevens omtrent opbouw of mogelijke verbouwingen die in de loop der jaren hebben plaatsgevonden.

Daarnaast kan het voorkomen dat onderdelen in de gebouwen aanwezig zijn die zonder dat er destructief onderzoek heeft plaatsgevonden visueel niet te detecteren zijn. Voorbeelden van verborgen elementen zijn: asbesthoudend materiaal in schoorstenen, kruipruimtes, fundering, tussenwanden, waterleidingen, rioleringen, onder huidige vloerbedekking en boven vaste plafondplaten (in de ruimste zin des woord). Het is daarom mogelijk dat voorafgaand aan de bouwkundige sloop door de saneerder d.m.v. destructief onderzoek niet-direct-waarneembare asbest en asbesthoudende producten zijn opgespoord. Er behoort dan een aanvullende asbestinventarisatie te worden uitgevoerd. Het asbestinventarisatierapport vormt dan een aanvulling op het reeds beschikbare asbestinventarisatierapport.

I19300

Gunnerstraat 49 Saasveld

pag. 5 van 11

3. Methoden van onderzoek 3.1 Inventarisatie Het betreft hier een inventarisatie van direct waarneembaar asbest, asbesthoudende producten, asbest verontreinigd materiaal of asbest verontreinigde constructieonderdelen in een bouwwerk of object. Bij de inventarisatie kan gebruik worden gemaakt van handgereedschap (zonder of met licht destructief onderzoek). Om inzicht te krijgen in de situatie wordt van de asbesthoudende materialen het volgende inzichtelijk gemaakt: • de exacte plaatsen • de omschrijving van het materiaal • de hoeveelheid (oppervlak/lengte in m² of in m¹, of kg/ton, volume en/of massa-eenheden) • het soort asbest en de concentratie asbest (massa %) • de vezelverbinding; is het asbest wel of niet hechtgebonden • de wijze van bevestiging van het asbesthoudende materiaal • de conditie waarin zich het materiaal bevindt (mate van verwering en beschadiging) • de risicogerichte classificatie van werkzaamheden met aangetroffen asbesthoudende producten (gebaseerd op een geautomatiseerd databestand van het ministerie van SZW onder de naam SMA-rt) Indien relevant voor het bouwwerk of object wordt tevens een opsomming gegeven van de vermoedelijk niet-direct-waarneembare aanwezigheid van asbest, asbesthoudende producten, asbest verontreinigd materiaal of asbest verontreinigde constructieonderdelen in het bouwwerk of object, waarop in tweede instantie een aanvullende

inventarisatie uitgevoerd zal moeten worden. Deze bevinding wordt in de samenvatting aangegeven. De inventarisatie van asbest, asbesthoudende producten, asbest verontreinigd materiaal of asbest verontreinigde constructieonderdelen in een bouwwerk of object is gericht op het vaststellen van de blootstellingsrisico's bij het verwijderen ervan. De bepalende factoren daarbij zijn o.a. soort asbest, conditie van het asbesthoudende product, asbest verontreinigd materiaal of asbest verontreinigd constructieonderdeel, de wijze waarop het is aangebracht en daarmee de methode van verwijderen en de beschermingsmaatregelen. De vaststelling van de risicoklasse is op basis van de inventarisatie aantoonbaar gedocumenteerd. Het besluit van 7 juli 2006 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (SZW, Staatsblad nummer 348,2006) heeft er toe geleid dat het wettelijk verplicht is om saneringen van asbesthoudend materiaal in te delen in risicoklassen. De methode is gebaseerd op een geautomatiseerd databestand van het ministerie van SZW onder de naam SMA-rt. De indeling in risicoklassen is gebaseerd op het Arbo besluit. Er zijn drie risicoklassen gedefinieerd, elk met een eigen specifiek veiligheidsregime. Deze risicoklassen zijn volgens het volgende globale model ingedeeld:

I19300

Gunnerstraat 49 Saasveld

pag. 6 van 11

Chrysotiel Amfibool

Risicoklasse 1 < 2000 vezels/m³ < 2000 vezels/m³

Chrysotiel en Amfibool

< 2000 vezels/m³

Risicoklasse 2 > 2000 vezels/m³ > 2000 vezels/m³

Risicoklasse 2A > 2000 vezels/m³ > 2000 vezels/m³

Waarbij amfibool < 2000 vezels/m³

Waarbij amfibool > 2000 vezels/m³

Om een juiste indeling te kunnen maken zijn niet alleen gegevens nodig over het asbesthoudende materiaal (o.a. soort, samenstelling, asbestgehalte, graad van verwering/aantasting, wijze van bevestiging etc). Ook moeten de beschikbare verwijderingstechnieken en –methoden bekend zijn, omdat de combinatie van materiaaleigenschappen en de bij demontage of sloop gebruikte technieken uiteindelijk het concentratieniveau aan asbest in de lucht tijdens de asbestverwijdering bepalen. Als SMA-rt aangeeft dat de bron, indien deze in zijn geheel of slechts met sporadische breuk verwijderd kan worden, in risicoklasse 1 valt, kan ACMAA Advies als asbestinventarisatie bedrijf niet garanderen dat de grenswaarde tijdens het verwijderen van het materiaal niet overschreden zal worden. Van elk type als asbestverdacht aangemerkt materiaal is per onderzoeksproject tenminste één representatief monster genomen. Van het materiaal waarin het asbest inhomogeen aanwezig is, worden meerdere analysemonsters selectief op verschillende toepassingslocaties genomen. Van materialen waar een analysemonster van genomen is, is de methode van bemonsteren afhankelijk van het soort materiaal, de bereikbaarheid en de staat van het materiaal. Tijdens de bemonstering zijn alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen genomen. Het analysemonster is dubbel verpakt in polyethyleen monsterzakje en voorzien van een asbestmerkteken.

Vervolgens wordt het monster getransporteerd naar het laboratorium van Eurofins ACMAA Testing. Indien bij het daadwerkelijk verwijderen van de asbesthoudende materialen het inventarisatierapport ouder is dan drie jaar, dient het inventarisatierapport getoetst te worden op actualiteit. Verandering in het bouwwerk of object dienen dan te zijn beoordeeld op gevolgen voor de aanwezigheid van asbest en asbesthoudende producten. Deze dienen te zijn geregistreerd en te zijn toegevoegd aan het inventarisatierapport voordat verwijdering kan plaats vinden. In geval er geen veranderingen zijn, of veranderingen zonder gevolgen, dient dit eveneens te worden geregistreerd en te zijn toegevoegd aan het inventarisatierapport voordat verwijdering kan plaats vinden. Bij twijfel over de aanwezigheid van asbesthoudende materialen, welke niet in deze rapportage staan beschreven, verzoeken wij u contact met ons op te nemen voordat deze materialen worden verwijderd. In voorkomende gevallen zullen wij, indien noodzakelijk, met spoed een aanvullend onderzoek instellen en de hierbij benodigde rapportage verzorgen.

3.2 Analyse Het genomen analysemonster is geanalyseerd door het RvA geaccrediteerd laboratorium van Eurofins ACMAA Testing op de aanwezigheid van asbest (soort en concentratie) conform NEN 5896. De identificatie van asbest is uitgevoerd met behulp van lichtmicroscopie (stereo- en polarisatiemicroscopie). Met deze techniek wordt asbest onderscheiden van andere vezelvormige materialen.

I19300

Gunnerstraat 49 Saasveld

pag. 7 van 11

4. Resultaten 4.1 Vooronderzoek (deskresearch) Zie bijlage 2.

4.2 Aangetroffen asbestverdachte materialen Tijdens de inventarisatie zijn er asbestverdachte materialen aangetroffen betreffende de woning, aanbouw en schuur, welke zijn opgenomen in tabel 4.1. Indien van belang, worden bijzonderheden in tabel 4.1 verder toegelicht. Op de plattegrond in bijlage 1 zijn de locaties van de asbestverdachte materialen weergegeven. In bijlage 2 zijn inspanningen m.b.t. deskresearch, gesprekken met gebouwbeheerder en de bevindingen betreffende deze informatie voor het veldwerk opgenomen. In bijlage 3 is het analysecertificaat opgenomen van het genomen materiaalmonster. Tenslotte zijn voor de risicoclassificatie in bijlage 4 de oorspronkelijke bron gerelateerde output van de SMA-rt risicoclassificatie toegevoegd.

I19300

Gunnerstraat 49 Saasveld

pag. 8 van 11

Tabel 4.1 Overzicht van de asbestverdachte materialen betreffende de woning, aanbouw en schuur aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld. De omvang is bij benadering.

Bronnummer: 1 M1

Golfplaten op het dak van de schuur. Monsternummer Identificatiecode analysecertificaat Omschrijving Locatie Omvang Asbestsoort / asbestmassa Vezelverbinding Bevestiging Mate van beschadiging Mate van verwering Bereikbaarheid Risicoklasse B/C* Opmerkingen

M1 V190900001 versie 1 Golfplaten Dak van de schuur 112 m² Chrysotiel 10-15% Hechtgebonden Geschroefd Licht beschadigd Licht verweerd Goed 2B De vermelde omvang betreft het dakoppervlak, waarbij er rekening is gehouden met 10% onderlinge overlap van de asbesthoudende golfplaten. Het mos op de golfplaten dient als asbestverdacht materiaal te worden beschouwd en moet gelijktijdig met de golfplaten onder risicoklasse 2 worden verwijderd.

* B= buitensituatie

I19300

C= containment

Gunnerstraat 49 Saasveld

pag. 9 van 11

Bronnummer: 2

Asbestverdachte gashaard in de woonkamer. Monsternummer Identificatiecode analysecertificaat Omschrijving Locatie Omvang Asbestsoort / asbestmassa Vezelverbinding Bevestiging Mate van beschadiging Mate van verwering Bereikbaarheid Risicoklasse B/C* Opmerkingen * B= buitensituatie

I19300

N.v.t. N.v.t. Gashaard Woonkamer 1 stuks Asbestverdacht Niet hechtgebonden Losstaand Niet beschadigd Niet verweerd Goed 1 De gashaard in het geheel verwijderen.

C= containment

Gunnerstraat 49 Saasveld

pag. 10 van 11

4.3 Beperkingen Tijdens de inventarisatie waren er geen beperkingen.

5. Conclusie 

De aangetroffen bronnen moeten, bij sanering, volgens tabel 4.1 onder paragraaf 4.2 worden verwijderd.

Het inventarisatierapport dient als basis voor de sloopmelding. Als er tijdens sloop- of renovatiewerkzaamheden asbestverdachte materialen worden aangetroffen dient er een aanvullende asbestinventarisatie te worden uitgevoerd. De vergunningverlener (Gemeente) verplicht in de sloopmelding dan tot een aanvullende inventarisatie.

6. Opmerkingen/aanbeveling Tijdens het onderzoek is er geen kruipruimte onder de woning aangetroffen. De aangrenzende schuren (zie plattegrond, bijlage 1) behoren niet tot dit rapport. (De schuren vallen echter binnen het onderzoeksgebied, visueel zijn er aan de buitenzijde van de schuren asbestverdachte hechtgebonden golfplaten aangetroffen). In bijlage 1 is de plattegrond opgenomen waarin het onderzoeksgebied staat aangegeven. Daarbinnen kan de saneerder naar eigen inzicht afschermen / afbakenen, met inachtneming van de eventuele beperkingen (zie paragraaf 4.3). Ondanks de zorgvuldige wijze waarop ACMAA Advies dit onderzoek heeft uitgevoerd, kan niet worden uitgesloten dat om verschillende redenen asbesthoudende of verdachte materialen worden aangetroffen, die niet in dit rapport staan vermeld. ACMAA Advies is niet aansprakelijk voor de gevolgen, in welke vorm dan ook, van niet geïnventariseerde en in de rapportage beschreven asbesthoudende of verdachte materialen.

7. Literatuur -

I19300

Arbeidsomstandighedenregeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Productenbesluit Asbest Handboek Asbest; Verantwoord omgaan mét en veilig werken aan asbesthoudende installaties, Intechnium Woerden, 2000

Gunnerstraat 49 Saasveld

pag. 11 van 11

Bijlagen 1. Plattegrond 2. Bevindingen uit interviews en deskresearch 3. Analysecertificaat 4. Bron gerelateerde gegevens (SMA-rt) 5. Projectfoto’s

1. Plattegrond

Er is waar mogelijk 5 meter rondom de onderzochte bouwwerken geïnventariseerd.

Schuur

8,5 m¹

9 m¹

Schuur

Schuur

Schuur Bron 1 M1

Golfplaten op het dak van de schuur.

Schuur

Bron 2

Asbestverdachte gashaard in de woonkamer.

15 m¹

Aanbouw Woning

14,5 m¹ Projectnr: I19300 Rapportnr: I19300 = asbesthoudend = asbestvrij = asbestverdacht = niet geïnventariseerd = erfscheiding

2. Bevindingen uit interviews en deskresearch

Projectnr: Rapportnr:

I19300 I19300

Bouwkundige eenheden: Woning, aanbouw en schuur gelegen aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld. Verslaglegging inspanningen deskresearch Type gegevens (zoals tekeningen, rapporten, Bronvermelding calamiteiten) Plattegrond Bagviewer Verslaglegging van gesprekken met gebouwbeheerders Gesproken met: Dhr. M. Lubbers Telefoon: DIA: Dhr. R. ten Elsen (DIA 51E-130317-411107) Het betreft een asbestinventarisatie van een woning, aanbouw en schuur.

Conclusie: De verkregen gegevens zijn voldoende voor het onderzoek.

I19300

3. Analysecertificaat

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

ACMAA Advies Dhr. R. ten Elsen 't Haarboer 6 7561 BL Deurningen I19300 Gunnerstraat 49 Saasveld

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

Naam M1 Golfplaat Datum monstername Monstersoort Materiaal Datum analyse Monstername door Opdrachtgever Barcode Typering materiaal Golfplaat Hechtgebonden Analyse methode Asbest in materiaal m.b.v. microscopie - conform NEN 5896 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Resultaten Parameter Chrysotiel (serpentijn) Am osiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Anthophylliet (amfibool) Tr e m o l i e t (amfibool) Actinoliet (amfibool)

Resultaat 10-15 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1

V190900001 versie 1 30-08-2019 01-09-2019 02-09-2019 1 van 1

30-08-2019 02-09-2019 Ja

Eenheid % (m/m) % (m/m) % (m/m) % (m/m) % (m/m) % (m/m)

Bij "typering materiaal" is de bevinding opgenomen die door ACMAA op het laboratorium is geconstateerd. De bevindingen van het laboratorium kunnen, als gevolg van de monstername methode, mogelijk afwijken van de bevindingen welke door de opdrachtgever in het veld zijn vastgesteld. Wanneer hechtgebondenheid niet door de opdrachtgever is aangegeven dan wordt bij hechtgebondenheid de bevinding opgenomen die door ACMAA op het laboratorium is geconstateerd. De bevindingen van het laboratorium kunnen, als gevolg van de monstername methode en de staat van het aangeleverde monster, mogelijk afwijken van de bevindingen welke door de opdrachtgever in het veld zijn vastgesteld.

Eerste analist laboratorium Mw. ing. E. Kingma

Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.

4. Bron gerelateerde gegevens (SMA-rt)

SMART Risicoclassificatie Aangemaakt op 05 september 2019 om 12h51 (1511670) Sanitas Milieukundig Adviesbureau B.V.

SCA-code: 07-D070093.01

Deze risicoclassificatie maakt onverbrekelijk onderdeel uit van het asbestinventarisatierapport [07-D070093.01-I19300].

Identificatie Adres

Gunnerstraat 49, Saasveld

Projectcode

I19300

Projectnaam

Woning, aanbouw en schuur

Broncode

Bron 1: M1

Bronnaam

Golfplaten op het dak van de schuur.

Feiten Productspecificatie

Asbestcement golfplaat

Hechtgebondenheid

Hechtgebonden

Hoeveelheid asbest

112 m²

Percentage Chrysotiel

10 - 15 %

Percentage Amfibool asbest

< 0.1 % (niet aantoonbaar)

Analysecertificaatnummer

V190900001 versie 1

Situatie Bevestiging

Geschroefd

Binnen / buiten

Buiten

Beschadiging

Licht

Verweerdheid

Licht

Verwijdering Handeling

Overig (als geheel verwijderen niet mogelijk is)

Risicoclassificatie Risicoklasse

2

Gebruikte versie classificatiemodel

SMART 2.3 10062019 (ingangsdatum 10-06-2019)

Werkplanelementen Openlucht RK2 Het werkgebied dient afgezet/gemarkeerd te worden. Het gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijf dat de asbestverwijderingswerkzaamheden uitvoert, dient de best bestaande technieken toe te passen. Er dienen bronmaatregelen genomen te worden om vezelemissie te voorkomen. Deze maatregelen dienen in een werkplan, opgesteld conform het certificatieschema, te worden opgenomen. Er dient een eindcontrole door een RvA geaccrediteerde (ISO 17020) inspectie-instelling volgens NEN 2990, onderdeel visuele inspectie, te worden uitgevoerd.

(1511670)

SMART Risicoclassificatie Aangemaakt op 05 september 2019 om 12h51 (1511674) Sanitas Milieukundig Adviesbureau B.V.

SCA-code: 07-D070093.01

Deze risicoclassificatie maakt onverbrekelijk onderdeel uit van het asbestinventarisatierapport [07-D070093.01-I19300].

Identificatie Adres

Gunnerstraat 49, Saasveld

Projectcode

I19300

Projectnaam

Woning, aanbouw en schuur

Broncode

Bron 2

Bronnaam

Asbestverdachte gashaard in de woonkamer.

Feiten Productspecificatie

Pakking

Hechtgebondenheid

Niet-hechtgebonden

Hoeveelheid asbest

1 stuks

Percentage Chrysotiel

Geen analyse

Percentage Amfibool asbest

Geen analyse

Analysecertificaatnummer

nvt

Situatie Bevestiging

Asbesthoudend materiaal geheel omsloten

Binnen / buiten

Binnen

Beschadiging

Niet

Verweerdheid

Niet

Extra vragen Vraag:

Het betreft een gecontroleerde verwijdering zonder beschadiging en/of breuk van het asbesthoudende materiaal.

Antwoord:

Ja

Vraag:

De toepassing (materiaal, object, constructie, installatie) wordt als geheel verwijderd waarbij geen bewerkingen aan het asbesthoudende materiaal nodig zijn. Ja

Antwoord:

Verwijdering Handeling

Geheel omsloten asbesthoudend materiaal direct verpakken

Risicoclassificatie Risicoklasse

1

Gebruikte versie classificatiemodel

SMART 2.3 10062019 (ingangsdatum 10-06-2019)

Werkplanelementen Risicoklasse 1 Het werkgebied dient afgezet/gemarkeerd te worden. Het bedrijf dat de asbestverwijderingswerkzaamheden uitvoert, dient de best bestaande technieken toe te passen. Er dienen bronmaatregelen genomen te worden om vezelemissie te voorkomen. De te nemen bronmaatregelen en te gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen dienen vastgelegd te zijn in een Risico Inventarisatie Evaluatie (RI&E). Er dient een visuele inspectie conform NEN2990 hoofdstuk 'Visuele Inspectie' te worden uitgevoerd van het gehele werkgebied.

(1511674)

5. Projectfoto’s

Bijlage 2

Landschapsplan Postweg 13

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 73

Nieuw aan te planten landschapselementen Overzicht beplantingsplan

Hekwerk

5

1: Bomengroep Rode paardenkastanje - Aesculus carnea > 3 stuks Plantmaat 14-16 2: Solitaire boom Walnoot - Juglans regia > 1 stuks Plantmaat 14-16 3: Hoogstam fruitboomgaard Appel, peer, pruim, kers etc. > 4 stuks Plantmaat 10-12, tussenafstand 6 meter, driehoeksverband 4: Meidoornhaag 20 meter Meidoorn - Crateagus monogyna > 180 stuks Plantmaat 80-100, 9st/m1, dubbele plantrij 5: Eiken raster+dubbel draad - 850 meter + 2 hekwerken * Houtsingels doorgeplant met inheems plantmateriaal * Berkengroep 8 stuks aangeplant * Fruitbomen 4 stuks aangeplant * Solitaire bomen 3 stuks aangeplant

Houtsingels doorgeplant met inheems plantmateriaal

Houtsingels doorgeplant met inheems plantmateriaal

Hekwerk

Berken 8 stuks

1 TUIN

Solitaire boom Beukenhaag 35 meter

4

Solitaire boom Solitaire boom

3 TUIN

2

Houtsingels doorgeplant met inheems plantmateriaal

TUIN

Fruitbomen 4 stuks

Landschapstype: Essenlandschap Project

Landschappelijke inpassing Planlocatie

Postweg 13 - Saasveld Getekend door

Niels Borgerink Laatste gewijzigd op

15-06-2020

Bezoekadres/Postadres: Ootmarsumsestraat 133 7634 PN Tilligte

A3 staand

Contact: Telefoon: (0541) 725 005 Mobiel: (06) - 531 988 54 E-mail: info@borgerinkgroendesign.nl

1 : 600

w w w . b o r g e ri n k g r o e n d e sig n . nl

Datum

01-05-2020 Paginaformaat

Schaal

Bijlage 3

Watertoets Postweg 13

bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 75

datum 14-12-2020 dossiercode 20201214-63-25049 Geachte heer/mevrouw T.M. Boswerger, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de korte procedure. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan onder de voorwaarde dat u de standaard waterparagraaf uit dit document toepast.

STANDAARD WATERPARAGRAAF

Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Deze standaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan 19AF111. Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021.

De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit.

Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/478/documents/15527