Bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Postweg 13 En Gunnerstraat 49
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld 23 april 2021 NL.IMRO.1774.BUIBPPOSTWGGUNSTRVG01
Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
11 11 11
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 18 24
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem
29 29 29 30 31
4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
31 32 32 34 35 36 38
Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
39 39 39
Hoofdstuk 6
43
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
45 45 45
Bijlagen toelichting
47
Bijlage 1
Asbestinventarisatie
48
Bijlage 2
Landschapsplan Postweg 13
73
Bijlage 3
Watertoets Postweg 13
75
Bijlage 4
Watertoets Gunnerstraat 49
78
2
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Bijlage 5
Quickscan natuurwaardenonderzoek
Regels
81
109
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
111 111 116
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Wonen Waarde - Landschap
117 117 124 127
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
129 129 130 131 132 133
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
135 135 136
Bijlagen bij regels
137
Bijlage 1
Kwaliteitscriteria voor serrestallen
138
Bijlage 2
Sloopopgave
153
Bijlage 3
Specifieke toetsingscriteria ondergeschikte tweede tak
155
Bijlage 4
Landschappelijk inpassingsplan
159
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 3
4
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 5
6
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding De eigenaren van het woonerf aan de Postweg 13 te Saasveld zijn voornemens gebruik te maken van de Schuur voor Schuur-regeling van de gemeente Dinkelland. Met toepassing van de Schuur voor Schuur-regeling wordt de toegestane oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen vergroot, een deel van de bestaande vierkante meters aan bijgebouwen wordt ingezet voor het vergroten van de woning met een aan- of uitbouw. Als slooplocatie geldt het agrarische erf aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld. Op dit erf bevindt zich een schuur van 80 m2 met asbesthoudende golfplaten (zie asbestinventarisatie in Bijlage 1), welke gesloopt zal worden. De initiatiefnemer is voornemens om de bestemming 'Agrarisch -1' te behouden. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan voor zowel het woonerf aan de Postweg 13 alsmede voor het agarische erf aan de Gunnerstraat 49 in Saasveld noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bestaat uit het woonerf aan de Postweg 13 te Saasveld en een agrarisch erf aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld. De locaties liggen respectievelijk circa 1,3 km ten zuidoosten en circa 1 km ten noordoosten van Saasveld. Beide erven liggen in het westen van de gemeente Dinkelland. De locatie Postweg 13, 13a en 13b staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie V, perceelnummers 680, 810 en 811. De locatie Gunnerstraat 49 (het bouwperceel) staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie T, perceelnummers 1982 en deels 1250 en 1967. In figuur 1.1 is de ligging van beide locaties weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied, boven Gunnerstraat 49 en onder Postweg 13 (bron: Open Topo, Jan Willem van Aalst) Begrenzing bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 7
De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven. De begrenzing van het plangebied is voor de Gunnerstraat gebaseerd op functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf' en voor de Postweg op het bestemmingsvlak van de bestemming 'Wonen' en de naastgelegen agrarische gronden. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
Figuur 1.2: Begrenzing plangebied, links Gunnerstraat 49 en rechts Postweg 13 (bron: Open Topo, Jan Willem van Aalst)
1.3 Vigerend bestemmingsplan De locatie aan de Gunnerstraat 49 is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010', vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland op 18 februari 2010. De locatie aan Postweg 13 is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘Postweg 13 Saasveld’, vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland op 2 juli 2013. Daarnaast zijn de agrarische gronden, waarop de landschappelijke inpassing plaatsvindt, gelegen op gronden die zijn gelegen binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010'. In onderstaande figuur 1.3 zijn de verbeeldingen van de bestemmingsplannen 'Buitengebied 2010' en 'Postweg 13 Saasveld' weergegeven.
Figuur 1.3: Uitsnedes verbeeldingen bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' en 'Postweg 13 Saasveld' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Gunnerstraat 49 Het erf aan de Gunnerstraat 49 kent de enkelbestemming 'Agrarisch - 1' met een bouwvlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf. De voor ‘Agrarisch 1’ aangewezen gronden zijn, onder meer, bestemd voor het agrarisch en gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in combinatie met een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf' met de daarbijbehorende bedrijfsgebouwen en overkappingen en bedrijfswoningen. Postweg 13 Het woonerf aan de Postweg 13 kent de enkelbestemming ‘Wonen’. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn 8
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en mantelzorg. In de bouwregels is bepaald dat de gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw ten hoogste 100 m² mag bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste de bestaande oppervlakte zal bedragen. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om invulling te geven aan het voornemen om de woning met 78,5 m2 aan bijbehorende bouwwerken uit te breiden. Het bestemmingsplan zelf kent geen afwijkingsmogelijkheden om de toename aan bijbehorende bouwwerken mogelijk te maken. Om het plan te kunnen realiseren is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Aangezien het voornemen wordt gerealiseerd door middel van de Schuur voor Schuur-regeling, is ook een herziening nodig voor het perceel aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld. Op voornoemde locatie wordt een schuur van 80 m2 gesloopt.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.BUIBPPOSTWGGUNSTR-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 9
10
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Hoofdstuk 2
Het plan
2.1 Huidige situatie Beide erven bevinden zich op korte afstand van elkaar in het buitengebied van Saasveld. Het erf aan de Gunnerstraat is gelegen te midden van graslanden aan de oostzijde en kwekerijpercelen aan de westzijde. Het erf bestaat uit een woonboerderij (bedrijfswoning) met daarachter een vijftal bedrijfsgebouwen (de te slopen bebouwing is in paragraaf 2.2 weergegeven). Op het erf is erfplanting in de vorm van bomen aanwezig. Het erf aan de Postweg is gelegen te midden van graslanden welke omzoomd worden door houtwallen en -singels. Naast de Postweg 13 behoren de Postweg 13a en 13b ook tot het erf en het plangebied. Op het erf bevinden zich de bestaande woningen en een oude boerderij. Figuur 2.1 toont een luchtfoto van de huidige situatie van beide erven.
Figuur 2.1: Huidige situatie Gunnerstraat 49 (links) en Postweg 13 (rechts) in Saasveld (bron: Atlas van Overijssel)
2.2 Toekomstige situatie Postweg 13 De eigenaren van het woonerf aan de Postweg 13 te Saasveld zijn voornemens om een uitbreiding van de bestaande woning met 78,5 m2 te realiseren. Op grond van de voorgenomen ontwikkeling wordt de maximale oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel overschreden. De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling is op grond van de Schuur voor schuur regeling van de gemeente Dinkelland mogelijk. Op grond van de Schuur voor schuur regeling is het mogelijk om extra bebouwing te kunnen realiseren in ruil voor de sloop van een veelvoud aan schuren elders binnen de gemeente Dinkelland. In figuur 2.2 is de voorgenomen ontwikkeling aan de Postweg 13 weergegeven
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 11
Figuur 2.2: Toekomstige situatie Postweg 13 te Saasveld (bron: Building Design Architectuur). De uitbreiding van de woning wordt mogelijk gemaakt door een aanbouw/uitbouw aan de woning te realiseren met een oppervlakte van 78,5 m2. Om de uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden op het perceel aan de Postweg 13 mogelijk te maken dient conform de Schuur voor Schuur-regeling 78,5 m2 aan asbesthoudende schuren (sloopverhouding 1:1) gesloopt te worden, zie paragraaf 3.3.2. Derhalve wordt aan de Gunnerstraat 49 een asbesthoudende schuur met een oppervlakte van 80 m2 gesloopt. Daarnaast geldt als voorwaarde van de Schuur voor schuur regeling dat de ontwikkeling landschappelijk moet worden ingepast. Derhalve is door Borgerink Groendesign een landschapsplan opgesteld om de landschappelijke inpassing aan de Postweg 13 te garanderen. Het landschapsplan is opgenomen als Bijlage 2 bij de toelichting van dit plan. In onderstaande figuur 2.3 is een impressie van het landschapsplan opgenomen.
12
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Ten aanzien van de landschappelijke inpassing worden 3 rode paardenkastanjes in de plantmaat 14-16 aangeplant (1). Daarnaast wordt een solitaire boom (walnoot) aangeplant (2). Tevens worden vier hoogstam fruitbomen aangeplant in de plantmaat 10-12 (3). Daarnaast wordt aan de zuidoostzijde over een lengte van 20 meter een meidoornhaag aangeplant. Tot slot wordt een eiken raster over een lengte van 850 meter in het plangebied gerealiseerd. Gunnerstraat 49 Zoals reeds is aangegeven dient ter compensatie van de extra bebouwingsmogelijkheden aan de Postweg 13 78,5 m2 aan asbesthoudende schuren gesloopt te worden. In ruil voor deze extra bebouwingsmogelijkheden wordt aan de Gunnerstraat 49 een asbesthoudende schuur (zie Bijlage 1 voor de asbestinventarisatie) met een oppervlakte van 80 m2 gesloopt. De te slopen schuur is in figuur 2.4 weergegeven. In figuur 2.5 en 2.6 is een aanzicht van de schuur weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 13
Figuur 2.4: Luchtfoto erf Gunnerstraat 49 met de te slopen schuur rood omkaderd (bron: Atlas van Overijssel).
Figuur 2.5: Te slopen schuur aan de Gunnerstraat 49.
14
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Figuur 2.6: Te slopen schuur aan de Gunnerstraat 49. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing aan de Gunnerstraat 49 geldt dat de te slopen schuur is gesitueerd in het midden van het erf en volledig wordt omgeven door de overige schuren en een houtwal/-singel. Een nadere landschappelijke inpassing van het erf wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 15
16
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS (inmiddels NNN), inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit deze Structuurvisie heeft het Rijk op basis van de Wet ruimtelijke ordening, twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van elkaar in aard (beleidsmatig versus procesmatig): Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk beleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij verschillende overheden. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 17
De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Onderhavig plan heeft betrekking op de sloop van een schuur aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld en de uitbreiding van het oppervlak aan bijbehorende bouwwerken aan de Postweg 13 te Saasveld. Gelet op het feit dat er in het onderhavige plan eerst bebouwing zal worden gesloopt, alvorens er een nieuwe schuur wordt gebouwd, kan gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De oppervlakte aan bebouwing in het buitengebied van de gemeente Dinkelland zal niet toenemen. Derhalve kan gesteld worden dat toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven.
Echter, op grond van de uitspraak van de Raad van State van 16 september 2015 ECLI:NL:RVS:2015:2921) geldt dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. De toelichting van dit bestemmingsplan toont aan dat er als gevolg van onderhavig plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening en het plan uitvoerbaar is.
3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Op 13 november 2019 is door de Provinciale Staten van Overijssel de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 vastgesteld. De aanpassingen van de Omgevingsvisie die met de Actualisatie 2018/2019 zijn doorgevoerd zijn op 1 december 2019 in werking getreden. Met de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsvisie weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 van de provincie Overijssel. De Provinciale Staten van Overijssel hebben de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 op 13 november 2019 vastgesteld en is op 1 december 2019 in werking getreden. Met de vaststelling van de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsverordening weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is 18
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven.
In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 19
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Het initiatief is getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel, hiermee ontstaat het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' van belang. Op basis van dit artikel dient er in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied te worden benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. In onderhavig plan gaat het om het slopen van een in verval zijnde schuur op een bestaand agrarisch erf. De bebouwing wordt gesaneerd en de bestemming 'Agrarisch - 1' blijft daarbij gehandhaafd. In de bouwregels van dit bestemmingsplan is geborgd dat de gesloopte gebouwen niet kunnen worden teruggebouwd. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat er sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In artikel 2.1.5 is bepaald dat in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.
Aan de Postweg 13 te Saasveld wordt, ter compensatie van de sloop van een asbesthoudende schuur aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld, de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken vergoot. Hiermee wordt verrommeling van het buitengebied voorkomen. Daarnaast is een landschapsplan opgesteld waarin de ontwikkeling wordt voorzien van een goede landschappelijke inpassing. Ten aanzien van de landschappelijke inpassing worden 3 rode paardenkastanjes in de plantmaat 14-16 aangeplant (1). Daarnaast wordt een solitaire boom (walnoot) aangeplant (2). Tevens worden vier hoogstam fruitbomen aangeplant in de plantmaat 10-12 (3). Daarnaast wordt aan de zuidoostzijde over een lengte van 20 meter een meidoornhaag aangeplant. Tot slot wordt een eiken raster over een lengte van 850 meter in het plangebied gerealiseerd. De landschappelijke inpassing is opgenomen in het landschapsplan dat als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is opgenomen. De aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zijn middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan verankerd. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd 20
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
worden dat er met het onderhavige bestemmingsplan een sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In onderstaande figuur 3.2 is een fragment van de ontwikkelingsperspectievenkaart weergegeven.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locaties zijn omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het plangebied valt binnen het ontwikkelperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Dit perspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Initiatiefnemers zijn voornemens om middels de beleidsnota 'Schuur voor schuur gemeente Dinkelland' aan de Postweg 13 te Saasveld 78,5 m2 aan extra bijbehorende bouwwerken te realiseren. In ruil voor de mogelijkheid om extra bebouwing te kunnen realiseren wordt er aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld een schuur van 80 m2 (met asbesthoudende golfplaten) gesloopt. Het voornemen past binnen het ontwikkelingsperspectief: het leidt niet tot negatieve effecten voor nabijgelegen agrarische bedrijven en doet derhalve geen afbreuk aan de harmonie van verschillende functies. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag Het plangebied is binnen het dekzandlandschap 'Bekken van Hengelo'. Derhalve geeft de natuurlijke laag van de Catalogus Gebiedskenmerken het gebied het kenmerk 'dekzandvlakten en -ruggen' (zie figuur 3.3).
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 21
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd - zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Onderhavig plan heeft betrekking op de realisatie van een extra bebouwing aan de Postweg 13 te Saasveld. Om het gewenste voornemen te realiseren wordt aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld een schuur met asbesthoudende golfplaten gesloopt. Het plan doet geen afbreuk aan de kenmerken van de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het planlocatie is gelegen binnen het 'Jong heide- en broekontginningslandschap' (Gunnerstraat 49) en het 'Essenlandschap' (Postweg 13). In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
22
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Jong heide- en broekontginningslandschap Kenmerkend voor het heide- en broeklandschap waren oorspronkelijk de grote oppervlaktes aan natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de heide- en broekontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door bos. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidingslandschappen' met rommelige driehoekstructuren als resultaat. De ambitie is gericht op een stevige impuls aan de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden en in voorkomende gevallen op een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Essenlandschap Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, voormaligeheidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen worden aangelegd.
Eeuwenlange bemesting - met heideplaggen en mest - heeft geleid tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Herkenbaarheid van de essen, flanken, maten en flieren en heidegebieden is sterk afgenomen. Samenhang essenlandschap - bijvoorbeeld de relatie bebouwing/ erf/ omliggend land - verdwijnt. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. De sloop van de landschapsontsierende, asbesthoudende, schuur aan de Gunnerstraat 49 draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. De uitbreiding van de woning aan de Postweg 13 past binnen de bestaande landschappelijke structuren van het erf. De uitbouw wordt, gezien vanaf de Postweg, aan de zijgevel van de woning aangebouwd waardoor de uitbouw eenheid uitstraalt in de bebouwing. Er wordt geen nieuw vrijstaand bijgebouw opgericht. Tot slot wordt het plan voorzien van een goede landschappelijke inpassing (zie Bijlage 2). Onderhavig plan doet geen afbreuk aan de voor het landschap kenmerkende structuren en elementen. Stedelijke laag De 'stedelijke laag' heeft binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijft daarom verder buiten bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 23
beschouwing. Laag van de beleving Het erf aan de Gunnerstraat 49 kent met betrekking tot de laag van beleving het gebiedskenmerk 'Donkerte'. De donkere gebieden geven een indicatie van het 'buitengebied' van Overijssel, de natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Door de sloop van de schuur worden de bouwmogelijkheden voor het erf 'bevroren' tot de na de sloop van de schuur aanwezige oppervlakte. Hierdoor kan er geen schuur met verlichting worden gerealiseerd. Daarmee wordt een positieve bijdrage geleverd aan het behouden van het gebiedskenmerk 'Donkerte'. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging, volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Beleidsregel ‘Schuur voor schuur gemeente Dinkelland; eerste herziening’
Op 11 april 2019 is de beleidsregel 'Schuur voor schuur gemeente Dinkelland; eerste herziening’ van kracht geworden. Het doel van de schuur voor schuur-regeling is meervoudig. Enerzijds is het bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren door de sloop van leegstaande schuren. Anderzijds is het de bedoeling om ontwikkeling van economische activiteiten (bij zowel bedrijfslocaties als particuliere locaties) te faciliteren en te voorzien in uitbreidingsbehoefte bij particuliere erven. Bovendien wil de gemeente Dinkelland graag stimuleren/faciliteren dat asbesthoudende schuren worden verwijderd. Het schuur voor schuur-beleid is van toepassing op bouwlocaties waar een woonbestemming geldt (en de aangrenzende gronden) en op VAB-locaties waarop het KGO-beleid niet van toepassing is (en de aangrenzende gronden). Het gaat dan om VAB-activiteiten die niet aan het buitengebied gebonden zijn. Spelregels Schuur voor schuur-regeling Zonder alle spelregels te beschrijven worden hierna de belangrijkste regels aangehaald: In ruil voor de mogelijkheid om extra bebouwing te kunnen realiseren, moet elders een veelvoud aan schuren worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende sloopverhouding:
Er wordt geen rekening gehouden met de aanwezigheid van kelders; Sloop- en bouwlocaties die betrekking hebben op hetzelfde plan, bevinden zich in de gemeente Dinkelland of Tubbergen, in het buitengebied; Sloop van een deel van het erf is mogelijk; Schuren moeten in het geheel worden ingezet in de Schuur voor schuur-regeling. Enkel schuren waarvoor vergunning voor bouwen is verleend en welke daadwerkelijk aanwezig zijn, komen in aanmerking voor deelname aan de schuur voor schuur-regeling; In afwijking van het vorige komen ook schuren zonder bouwvergunning in aanmerking indien aangetoond is dat deze op 31 december 1997 reeds aanwezig waren; Schuren met een cultuurhistorische waarde komen niet in aanmerking voor deelname aan de schuur voor schuur-regeling; De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Gedeeltelijke/gefaseerde beëindiging van het (agrarisch) bedrijf is mogelijk. Toets Onderhavig plan voldoet aan de uitgangspunten van het Schuur voor Schuur-beleid. Zowel het erf aan de Postweg 13 waar de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken wordt uitgebreid, als het erf aan de Gunnerstraat 49 waar een landschapsontsierende schuur wordt gesloopt, liggen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Op het erf aan de Gunnerstraat 49 wordt een schuur van 80 m2 met asbesthoudende golfplaten gesloopt.
De te slopen schuur is in 1970 gebouwd. Door de sloop van deze schuur ontstaat een extra bouwrecht van 80 m2 aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken. Dit recht wordt ingezet aan de Postweg 13 (uitbreiding 78,5 m2). Met toepassing van de Schuur voor Schuur-regeling wordt hier de toegestane oppervlakte 24
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
aan vrijstaande bijgebouwen vergroot, een deel van de bestaande vierkante meters aan bijgebouwen wordt ingezet voor het vergroten van de woning met een aan-/uitbouw. Zowel voor het erf aan de Postweg 13 als voor het erf aan de Gunnerstraat 49 dient een procedure tot herziening van het bestemmingsplan te worden doorlopen. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van extra bebouwing mogelijk aan de Postweg 13 te Saasveld. Daarnaast zorgt dit bestemmingsplan er tevens voor dat op het erf aan de Gunnerstraat 49 de herbouw van de gesloopte bebouwing planologisch niet meer mogelijk is. Naast de planologische verankering in het bestemmingsplan is hiervoor een overeenkomst tussen de eigenaren van de erven afgesloten. 3.3.2
Structuurvisie Dinkelland
De gemeente Dinkelland heeft op grond van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening een structuurvisie vastgesteld voor het gehele grondgebied van de gemeente (10 september 2013). De visie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De gemeente Dinkelland profileert zich als een agrarische en toeristische gemeente. Deze twee componenten zijn dan ook grote dragers van de Dinkellandse economie. Het beleid wordt gericht op het versterken van dit economische profiel. Dinkelland kiest voor een regisserende en faciliterende rol in het borgen en bevorderen van een gezond en maatschappelijk verantwoord economisch leven in de gemeente. Realisering van compenserende werkgelegenheid voor de teruglopende agrarische sector en de bevordering van de economische betekenis van de toeristisch-recreatieve sector zijn hoofdkeuzes van beleid. Kenmerkend voor de gemeente Dinkelland is het unieke landschap dat is aan te merken als een kleinschalig samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen. De gemeente heeft een gezonde economie die ten dele drijft op de agrarische en toeristische sector maar waarin ook zeker andere bedrijvigheid, die zowel in de kernen als het buitengebied is gevestigd, een belangrijke rol speelt.
Dinkelland staat voor het duurzaam borgen en ontwikkelen van deze unieke combinatie van levende en sociaal coherente gemeenschappen, ligging en landschap, rijk historisch bezit en een gezonde weerbare economie. Voor de ruimtelijke ontwikkeling van het buitengebied betekent dit dat Dinkelland staat voor: een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het grondgebied, met respect voor het natuurlijke en culturele erfgoed; goede condities voor een goed functionerende economische sector, passend bij het karakter van Dinkelland, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector en de toeristisch recreatieve sector. Hoofdkeuzes De hoofdambitie voor Dinkelland luidt daarom: “Dinkelland staat voor het duurzaam borgen en ontwikkelen van een unieke combinatie van levende en sociaal coherente gemeenschappen, ligging en landschap, rijk historisch bezit en een gezonde en weerbare economie.” Om deze hoofdambitie te kunnen realiseren zijn een vijftal hoofdkeuzes opgesteld die een grote bijdrage leveren om de hoofdambitie voor Dinkelland te realiseren. In het kader van het onderhavig bestemmingsplan is hoofdkeuze 3 'ruimtelijke kwaliteit buitengebied waarborgen' relevant. Hoofdkeuze 3 De ruimtelijke druk op het buitengebied wordt steeds groter. Verrommeling van het platteland is een actuele dreiging.
De trend van de afnemende betekenis van de agrarische bedrijvigheid in het buitengebied zal zich de komende jaren doorzetten. De verwachting is dat het huidige aantal van actieve agrarische bedrijven flink zal afnemen in Dinkelland. Het gemiddelde agrarische bedrijf zal in de toekomst groter in omvang zijn dan naar de huidige maatstaven. Vele agrarische percelen en agrarische bebouwing komen hierdoor vrij en zullen een andere functie in de toekomst vervullen. Andere economische activiteiten gaan plaatsvinden in het buitengebied. Activiteiten die veelal geen natuurlijke binding hebben met het platteland. De mogelijkheden om bestaande kwaliteit te borgen en nieuwe kwaliteit te creëren zullen volop worden benut. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de Catalogus Gebiedskenmerken behorend bij de Omgevingsvisie Overijssel en het Handboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Toets Het platteland verandert. Veel boeren stoppen ermee waardoor steeds vaker gebouwen leeg komen te staan. Tegelijkertijd kopen burgers vaak de vrijgekomen boerenerven. Het gemeentelijk beleid moet bijdragen aan het realiseren van nieuwe economische dragers en ruimte bieden voor een verbreding van bestaande economische dragers in het landelijk gebied. De verruiming van de mogelijkheden mag in elk geval niet leiden tot afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit.
Ten tijde van de Structuurvisie Dinkelland waren er al enkele regelingen in het leven geroepen zoals "Rood voor Rood" en "Rood voor Groen". De 'Schuur voor schuur' regeling is in 2016 in werking bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 25
getreden. Doel van deze regeling is meervoudig. Enerzijds is het bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren door de sloop van leegstaande schuren. Anderzijds is het de bedoeling om ontwikkeling van economische activiteiten te faciliteren en te voorzien in uitbreidingsbehoefte bij particuliere erven. Onderhavig plan heeft betrekking op de realisatie van extra bebouwing op het erf aan de Postweg 13 te Saasveld. In ruil voor de mogelijkheid om aan de Postweg 13 extra bebouwing te realiseren, wordt er aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld een schuur gesloopt. Daarmee wordt er met onderhavig plan een bijdrage geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van de gemeente Dinkelland en wordt verommeling tegen gegaan. Geconcludeerd kan worden dat het voornemen past binnen de 'Stuctuurvisie Dinkelland'. 3.3.3
Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'
De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuren 3.5 en 3.6) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.
Figuur 3.5: Fragment casco-kaart Gunnerstraat 49 te Saasveld (paars omkaderd) (bron: Provincie Overijssel)
26
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Figuur 3.6: Fragment casco-kaart Postweg 13 te Saasveld (paars omkaderd) (bron: Provincie Overijssel) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. a. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 2. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets Binnen het plangebied aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld zijn meerdere elementen aanwezig die behoren tot het casco. Binnen het plangebied aan Postweg 13 zijn geen casco elementen aanwezig. Als gevolg van onderhavig plan vinden er geen wijzigingen plaats aan de casco elementen. Onderhavig plan is dan ook niet in strijd met de cascobenadering.
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 27
28
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt extra bebouwing mogelijk gemaakt aan de Postweg 13. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt er aan de Gunnerstraat 49 bebouwing gesloopt. De ontwikkeling is concreet beschreven in hoofdstuk 2.
Het huidige gebruik van het plangebied is 'Wonen' (Postweg 13) en 'Agrarisch 1' (Gunnerstraat 49). Deze bestemming blijven gehandhaafd. Op grond van categorie D11.2 is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-plichtig in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is.
4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 29
de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Zowel het erf aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld als het erf aan de Postweg 13 te Saasveld zijn gelegen in het omgevingstype 'rustig buitengebied'. Bij het realiseren van een nieuwe bestemming danwel nieuwe functie dient gekeken te worden of de nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Als gevolg van onderhavig plan wordt het mogelijk om aan de Postweg 13 extra bebouwing te realiseren en ter compensatie daarvan een schuur aan de Gunnerstraat 49 gesloopt. Er wordt als gevolg van onderhavig plan geen nieuw milieugevoelig of milieubelastend object opgericht. Gunnerstraat 49 Aan de Gunnerstraat 49 wordt uitsluitend een gebouw gesloopt en wijzigt de bestemming niet. Ook wordt het bestemmingsvlak aan de Postweg 13 niet uitgebreid. Aan de Postweg 13 wordt enkel de bouwmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken vergroot. Het vorenstaande heeft geen aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige objecten tot gevolg. Ook is hiermee geen sprake van extra hinder voor omliggende bedrijvigheid. Postweg 13 Aan de Postweg 6 te Saasveld is een agrarisch bedrijf gevestigd. Het bouwvlak van het agrarisch bedrijf is gelegen op een afstand van meer dan 50 meter en betreft een grondgebonden agrarisch bedrijf.
Voor een grondgebonden agrarisch bedrijf is met name het aspect 'geur' van belang. In paragraaf 4.3 is het plan getoetst aan de Wet geurhinder en veehouderij die van toepassing is op dit agrarisch bedrijf. Gebleken is dat het aspect 'geur' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. 30
bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49
Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht. Toets Het bouwvlak van het grondgebonden agrarisch bedrijf aan de Gunnerstraat 49 wijzigt niet, uitsluitend wordt hier een bestaand bedrijfsgebouw gesloopt. Van extra geurhinder is met deze ontwikkeling dan ook geen sprake. Daarnaast wijzigt het bestemmingsvlak 'Wonen' aan de Postweg 13 niet. Enkel worden binnen het bestaande bestemmingsvlak extra bouwmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken geboden. Van extra hinder voor omliggende agrarische bedrijven is als gevolg van deze ontwikkeling dan ook geen sprake.
4.4 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. 4.4.1
Postweg 13 Saasveld
Onderhavig plan heeft betrekking op de realisatie van extra bebouwing op het perceel aan de Postweg 13 te Saasveld. Het plangebied heeft reeds de bestemming 'Wonen'. De gronden zijn hiermee geschikt bevonden voor de woonfunctie. Deze bestemming wijzigt op zichzelf niet. Er vindt alleen een uitbreiding van de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken plaats. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor het voornemen. 4.4.2
Gunnerstraat 49 Saasveld
Bij het agrarisch erf aan de Gunnerstraat 49 te Saasveld is geen sprake van een wijziging van het gebruik dan wel de bestemming. Op dit erf zal er slechts een schuur met astbesthoudende golfplaten gesloopt worden. Het dak watert af op verharding waardoor er geen sprake is van druppelzones. Tevens is een asbestinventarisatie uitgevoerd. Deze is als bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan bijgevoegd. Derhalve is het uitvoeren van bodemonderzoek niet noodzakelijk.
4.5 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Als gevolg van onderhavig plan wordt geen nieuw geluidsgevoelig object opgericht. Voorliggend bestemmingsplan maakt de uitbreiding van de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op het erf aan de Postweg 13 mogelijk. Akoestisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'geluid' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. bestemmingsplan Buitengebied, Postweg 13 en Gunnerstraat 49 31
4.6 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Onderhavig plan heeft betrekking op de uitbreiding van de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken aan de Postweg 13 en de sloop van een schuur aan de Gunnerstraat 49 in het kader van de Schuur voor Schuur-regeling. Ook zal het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het plan niet toenemen.
Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig.
4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.