CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10.pdf

Commissie Omgeving & Economie 5 juli 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 8: . Voorstel inzake gewijzigd vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10”30.105 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 En Bellinckhofweg 10

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPPEDWGFRENSWGVG01

Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 11 11

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

13 13 15

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

19 19 20 29

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem

41 41 42 43 44

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

45 46 48 50 51 52 55

Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer en parkeren

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

57 57 57

Hoofdstuk 6

61

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

63 63 63

Bijlagen bij toelichting

65

Bijlage 1

Sloopopgave

66

Bijlage 2

Bodemonderzoek Frensdorferweg

68

Bijlage 3

Watertoets Peddemorsweg

142

Bijlage 4

Watertoets Frensdorferweg

145

2

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Bijlage 5

Watertoets Bellinckhofweg

148

Bijlage 6

Natuurwaardenonderzoek

156

Bijlage 7

Stikstof onderzoek

194

Bijlage 8

Landschappelijke inpassing Frensdorferweg

222

Bijlage 9

Landschappelijke inpassing Bellinckhofweg 10

226

Bijlage 10

Landschappelijke inpassing Peddemorsweg 6-8

228

Bijlage 11

Nota ambtelijke wijziging

230

Regels

235

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

237 237 243

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Agrarisch - 2 Bedrijf - Paardenhouderij Bos - Natuur Verkeer Wonen

245 245 248 255 259 261 262

Artikel 9 Artikel 10

Wonen - Landhuis Waarde - Landschap

267 270

Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

271 271 272 273 274 275

Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

277 277 278

Bijlagen bij regels

279

Bijlage 1

Natuurwaardenonderzoek

280

Bijlage 2

Specifieke toetsingscriteria ondergeschikte tweede tak of deeltijdfunctie

318

Bijlage 3

Sloopopgave Frensdorferweg

322

Bijlage 4

Sloopopgave Bellinckhofweg

324

Bijlage 5

Verplaatsing tweede bedrijfswoning

326

Bijlage 6

Landschappelijke inpassing Peddemorsweg

328

Bijlage 7

Landschappelijke inpassing Frensdorferweg

330

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

3

Bijlage 8

Landschappelijke inpassing Bellinckhofweg

334

Bijlage 9

Specifieke toetsingscriteria ondergeschikte tweede tak of deeltijdfunctie

336

4

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Op de locatie Frensdorferweg 41 te Lattrop-Breklenkamp, gelegen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, is een voormalig agrarisch erf aanwezig. De agrarische bedrijfsactiviteiten op deze locatie zijn beëindigd en alleen de bedrijfswoning wordt nog gebruikt. De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing heeft geen vervolgfunctie, waardoor niet langer in het onderhoud van de bebouwing geïnvesteerd wordt en verval op de loer ligt. Het is wenselijk deze landschapsontsierende bebouwing te slopen. Aan de Peddemorsweg 6-8 te Saasveld is een woonerf met een landhuis en een woning gelegen op landgoed 't Lammersboer. De eigenaar, tevens initiatiefnemer, heeft de wens een bijgebouw en schuur te ontwikkelen bij zijn landhuis aan de Peddemorsweg 6. Het voornemen bestaat om met het toepassen van de Schuur voor Schuur-regeling van de gemeente Dinkelland de toegestane oppervlakte aan (vrijstaande) bijgebouwen te vergroten. Een deel van de sloopmeters van de Frensdorferweg 41 zullen ingezet worden ten behoeve van het realiseren van dit bijgebouw en de legalisatie van enkele bestaande bijgebouwen. Daarnaast zal het bestemmingsplan ter plaatse van de woning aan Peddemorsweg 8 hersteld worden zodat de woning binnen het bestemmingsvlak komt te liggen.

Op de locatie Frensdorferweg 37-39 is een paardenhouderij aanwezig, waarvan de eigenaar heeft aangegeven gebruik te willen maken van de Rood voor Rood-regeling van de gemeente Dinkelland. Initiatiefnemer stelt ruim 850 m2 beschikbaar voor de ontwikkeling van een compensatiewoning. Daarnaast wenst de eigenaar de bedrijfswoning van nummer 37 als kantoor te gaan gebruiken en het woonrecht door te schuiven naar de Frensdorferweg 41. Het vrijkomende wooncontigent van nummer 41 zal samen met de compensatiewoning een erfensemble vormen ter plaatse van de sloopschuren aan de Frensdorferweg 41. Op de locatie Bellinckhofweg 10 te Weerselo is een agrarisch erf aanwezig. Een gedeelte van het oppervlakte aan schuren op het erf is overbodig geworden en zal in het kader van de schuur voor schuurregeling van de gemeente Dinkelland ingezet worden ten behoeve van de vergroting van oppervlakte aan bijgebouwen op het erf aan de Peddemorsweg. Voorgenoemde ontwikkelingen passen niet binnen de geldende bestemming, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging en begrenzing Het plangebied bestaat uit verschillende locaties: de Peddemorsweg 6-8 te Saasveld, de Frensdorferweg 37-39, de Frensdorferweg 41 te Lattrop-Breklenkamp en de Bellinckhofweg 10 in Weerselo. Peddemorsweg 6-8 De locatie aan de Peddemorsweg is gelegen in het buitengebied van Saasveld, bereikbaar vanaf de Peddemorsweg die aansluit op de Bornsestraat. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie V, nummer 117. In figuur 1.1 is de ligging van de locatie ten opzichte van Saasveld en de directe omgeving weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

7

Figuur 1.1: Ligging en begrenzing plangebied Peddemorsweg 6-8 Saasveld (bron: atlasvanoverijssel.nl) Frensdorferweg 37-39 en Frensdorferweg 41 De locaties aan de Frensdorferweg zijn gelegen in het buitengebied van Lattrop, bereikbaar via de Frensdorferweg. De locatie Frensdorferweg 37-39 is kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie L, nummers 1296 en 1402. De locatie Frensdorferweg 41 is kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie L, nummer 1149. In figuur 1.2 is de ligging van de locaties ten opzichte van Lattrop en de directe omgeving weergegeven. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

Figuur 1.2: Ligging en begrenzing plangebied (bron: atlasvanoverijssel.nl) Bellinckhofweg 10 De erf aan de Bellinckhofweg is gelegen in het buitengebied van Weerselo, bereikbaar vanaf de Bellinckhofweg. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie T, nummer 1631. In figuur 1.3 is de ligging van de locaties ten opzichte van Lattrop en de directe omgeving weergegeven. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

Figuur 1.3: Ligging en begrenzing plangebied (bron: atlasvanoverijssel.nl)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Peddemorsweg 6-8 Het vigerende bestemmingsplan voor de locatie aan de Peddemorsweg is het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening peddemorsweg 6 en 8, Saasveld', vastgesteld door de gemeente Dinkelland op 10 juli 2010. In figuur 1.4 is een uitsnede van het bestemmingsplan weergegeven.

8

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Figuur 1.4: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening peddemorsweg 6 en 8, Saasveld' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het perceel heeft in het vastgestelde bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening peddemorsweg 6 en 8, Saasveld' de bestemming 'Wonen - Landhuis' ter plaatse van het landhuis en 'Wonen' ter plaatse van de naastgelegen woning. Het erf is daarmee bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep, een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit of mantelzorg. De aangrenzende gronden hebben de bestemming 'Agrarisch - 2', voornamelijk bestemd voor het agrarische gebruik, en de bestemming 'Bos - Natuur' waarvan de gronden voornamelijk bestemd zijn natuur, bosbouw en houtproductie. In de bouwregels is bepaald dat de gezamenlijke inhoud van een hoofdgebouw, inclusief aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, ten hoogste 2.000 m³ mag bedragen. Op dit moment is die hoeveelheid aan vrijstaande (bij)gebouwen aanwezig. Het plan om naast de bestaande bijgebouwen nog twee nieuwe vrijstaande bijgebouwen op het erf bij de bestaande woning te realiseren past daarmee niet binnen het bestemmingsplan. Bovendien past de locatie van de voorgenomen schuur niet in het huidige bestemmingsvlak.

Het vigerende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om maximale toegestane oppervlakte aan bijbehorende bijgebouwen te verhogen. Het bestemmingsplan kent geen afwijkingsmogelijkheden om de toename aan bijbehorende bouwwerken mogelijk te maken. Om het plan te kunnen realiseren is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Frensdorferweg 37-39 en 41 Het vigerende bestemmingsplan voor de locatie aan de Frensdorferweg is het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010'. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Dinkelland op 18 februari 2010 gewijzigd vastgesteld en is op 26 juli 2010 in werking getreden. Op 20 april 2012 is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden.

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

9

Figuur 1.5: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De locatie Frensdorferweg 37-39 heeft de bestemming 'Bedrijf - Paardenhouderij', waarmee de gronden zijn bestemd voor een gebruiksgerichte paardenhouderij, al dan niet in combinatie met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Daarnaast heeft de locatie een aanduiding voor een tweede bedrijfswoning. De slooplocatie heeft de bestemming 'Agrarisch – 1' met een bouwvlak en de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – bouwperceel niet grondgebonden agrarisch bedrijf'. De gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarische bedrijfsdoeleinden. Hierbij is het niet mogelijk burgerwoningen te ontwikkelen of de bestaande bedrijfswoning te gaan gebruiken als tweede bedrijfswoning behorende bij de paardenhouderij aan de Frensdorferweg 37-39. Bellinckhofweg 10 Het vigerende bestemmingsplan voor de locatie aan de Bellinckhofweg is het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010'. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Dinkelland op 18 februari 2010 gewijzigd vastgesteld en is op 26 juli 2010 in werking getreden. Op 20 april 2012 is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden.

10

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Figuur 1.6: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De slooplocatie heeft de bestemming 'Agrarisch – 2' met een bouwvlak en de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – bouwperceel niet grondgebonden agrarisch bedrijf'. De gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarische bedrijfsdoeleinden. De bestemming blijft agrarisch waarbij de maximale hoeveelheid aan bebouwing zal worden vastgelegd. Op basis van de vigerende bestemmingsplannen is de beoogde ontwikkeling niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de planvoornemens mogelijk te maken.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.BUIBPPEDWGFRENSWG-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie Peddemorsweg 6-8 Het erf aan de Peddemorsweg 6 en 8 is onderdeel van het landgoed 't Lammersboer, gelegen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het erf ligt circa 1.4 km ten oosten van Hertme en circa 1.7 km ten noordoosten van de kern Borne. Het betreft een erf op een landgoed met agrarische gronden, natuur en bos. Op het erf is een landhuis met allure, een tweede woning en meerdere bijgebouwen aanwezig, zie figuur 2.1 voor een luchtfoto van het erf. In de omgeving zijn enkele agrarische bedrijven en een woonperceel aanwezig. Het erf is op een afstand van circa 400 meter van de kruising Peddemorsweg en Bornsestraat gelegen.

Figuur 2.1: Huidige situatie luchtfoto erf Peddemorsweg 6-8 (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Frensdorferweg 37-39 en Frensdorferweg 41 Beide locaties liggen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, circa 850 meter ten zuidoosten van de kern Lattrop-Breklenkamp. De omgeving bestaat uit een diversiteit van functies en bedrijvigheid zoals camping de Rammelbeek in oostelijke richting, een aannemersbedrijf en diverse agrarische bedrijven. Op de locatie Frensdorferweg 37-39 een paardenhouderij gevestigd. De paardenhouderij bestaat uit een erf met twee bedrijfswoningen en meerdere bedrijfsopstallen ten behoeve van de gebruiksgerichte paardenhouderij. Het hippische centrum, genaamd de Meyboom, is een familiebedrijf die zich bezig houdt met het (op)fokken van paarden, het opleiden van getalenteerde sportpaarden in zowel springen als dressuur en daarnaast heeft men een pensionstal. Hiervoor zijn verscheidene bedrijfsopstallen op het erf aanwezig, zoals stallen, rijhallen en schuren voor opslag van het benodigde materiaal. De locatie aan de Frensdorferweg 41 betreft een agrarisch erf met een voormalige varkenshouderij. Op het erf zijn opstallen te vinden voor het stallen van varkens en de opslag van het benodigde materiaal. Het erf grenst aan de westzijde aan de paardenhouderij de Meyboom en aan de oostzijde bevindt zich de Geele Beek.

In figuur 2.2 is een luchtfoto van beide erven weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

13

Figuur 2.2: Huidige situatie luchtfoto erf Frensdorferweg 37-39 en 41 (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Bellinckhofweg 10 De slooplocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. De omgeving bestaat grotendeels uit agrarische gronden en woonerven. Op locatie is een agrarisch bedrijf gevestigd. Op het erf zijn opstallen te vinden voor het stallen van vee en de opslag van het benodigde materiaal.

14

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Figuur 2.3: Huidige situatie luchtfoto erf Bellinckhofweg 10 (bron: atlasvanoverijssel.nl)

2.2 Toekomstige situatie Peddemorsweg 6-8 Het voornemen van de initiatiefnemer bestaat uit het deelnemen aan de Schuur voor schuur-regeling van de gemeente Dinkelland om de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op het erf van landgoed 't Lammersboer uit te breiden. De totale hoeveelheid toe te voegen oppervlakte aan bijgebouwen betreft 1.063 m2. Het voornemen bestaat een schuur toe te voegen aan de noordoostzijde van het bestaande erf. De schuur zal voor meerdere doeleinden worden gebruikt, zoals voor opslag van materiaal voor het onderhoud van het landgoed, het stallen van oldtimers en andere verzamelwaardige voertuigen. De schuur zal gesitueerd worden ten noordoosten van het bestaande landhuis zodat deze aansluit op het bestaande erfensemble en niet direct zichtbaar is voor de omgeving. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast waarbij een robuuste beplanting wordt aangebracht in de vorm van een bosstrook (bomen met onderbeplanting) aan de landschapszijde. Deze eindigt ter hoogte van de achterzijde van het gebouw, waardoor een interessant contrast tussen geslotenheid en openheid ontstaat. De toegangsweg sluit aan op de bestaande aftakking van de toegangsweg naar een reeds bestaand bijgebouw. In figuur 2.4 is de toekomstige situatie weergegeven. Ten westen van de nieuwe grote schuur zal een schuur toegoevoegd worden voor het houden van hobbyvee.

De schuur sluit aan op het erfensemble en op de hoek van de verharding zal een solitaire boom aangeplant worden. Middels voorliggend plan zullen enkele bijgebouwen zoals de carport, een overkapping en enkele aangebouwde bijgebouwen op het erf gelegaliseerd worden. Daarnaast zal het woonvlak van de tweede woning op het erf aangepast worden zodat de bestaande gebouwen binnen de bestemming zullen vallen. Bij de bouw van het woonhuis is de woning per abuis buiten het woonvlak gebouwd. In het voorgaande bestemmingsplan had er rekening gehouden kunnen worden met deze locatie en de situering van het bouwvlak. Toen der tijd is het bestemmingsvlak echter niet op die manier gesitueerd zoals het woonhuis nu is gesitueerd. Om dit te herstellen zal het bestaande bestemmingsvlak enkele meters verschoven moeten worden zodat het bestaande woning volledig binnen het woonvlak valt.

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

15

Figuur 2.4: Toekomstige situatie Peddemorsweg 6-8 (bron: Bijkerk C.S.) Frensdorferweg 37-39 en 41 Initiatiefnemer heeft ter plaatse van de Frensdorferweg 41 te Lattrop Breklenkamp een grote hoeveelheid sloopmeters gevonden. Het betreft een voormalige varkenshouderij welke in totaal een oppervlakte van circa 2.680 m2 bedrijfsopstallen op het erf heeft staan. Zoals uiteengezet zal een deel van de te slopen schuren gebruikt worden ten behoeve van de ontwikkeling aan de Peddemorsweg en een deel van de te slopen schuren zal ingezet worden ten behoeve van de ontwikkeling van een Rood voor rood woning aan de Frensdorferweg 41. In figuur 2.5 is de toekomstige situatie weergegeven van de locatie Frensdorferweg 41 waarbij de bestaande voormalige bedrijfwoning van de varkenshouderij in gebruik zal worden genomen als tweede bedrijfswoning van de naastgelegen paardenhouderij.

16

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Figuur 2.5: Situatieschets erfopzet Frensdorferweg 41 (bron: Leferink Architecten en Bijkerk C.S.)

Figuur 2.6: Situatieschets woonrechten (bron: bewerking Bijkerk C.S.) Met voorliggend plan zal de bestaande tweede bedrijfswoning van de paardenhouderij aan de Frensdorferweg 37-39 gebruikt gaan worden als kantoor. Het tweede bedrijfswoning recht wordt verplaatst naar de voormalige bedrijfswoning van de varkenshouderij. Het woonrecht van de voormalige bedrijfswoning van de varkenshouderij zal omgezet worden in een regulier woonrecht en verplaatst worden naar het naastgelegen nieuwe woonerf. De verkregen compensatiewoning op basis van de Rood voor rood-regeling zal samen met de burgerwoning het woonerf vormen ter vervanging van het agrarische erf.

Bellinckhofweg 10 Initiatiefnemer heeft ter plaatse van de Bellinckhofweg 10 een aanvullende hoeveelheid sloopmeters gevonden. Het bedrijf gaat afschalen waarbij de grootste schuur van 2.199,3 m2 op het bedrijf gesloopt zal worden. De agrarische bestemming blijft behouden en de resterende bedrijfsgebouwing zal als maximale hoeveelheid meters vastgelegd worden. Het erf wordt landschappelijk ingepast door het toevoegen van een hakhoutsingel ten zuiden en ten westen van het erf. De ligging van de schuren ten opzichte van de woning zorgt ervoor dat er een centrale erfruimte op het erf wordt gecreëerd.

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

17

Figuur 2.7: Situatieschets erfopzet Bellinckhofweg 10 (bron: Bijkerk C.S.)

18

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Onderhavig plan heeft betrekking op de sloop van schuren aan de Frensdorferweg 41 te Lattrop-Breklenkamp en Bellinckhofweg 10 in Weerselo, het verhogen van de toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken aan de Peddemorsweg 6 te Saasveld en het realiseren van een compensatiewoning aan de Frensdorferweg 41. Daarnaast zal een bestaande tweede bedrijfswoning en een reguliere woning verplaatst worden binnen bestaand bebouwd gebied van de Frensdorferweg 37-39 en 41. bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

19

Middels onderhavig plan zal de hoeveelheid bebouwing in het buitengebied van de gemeente Dinkelland signifcant afnemen. Er wordt per saldo meer bebouwing gesloopt, dan zal worden teruggebouwd. In ruil voor de sloop ter plaatse van de Frensdorferweg 41 en de Bellinckhofweg 10 wordt er elders een toename van de oppervlakte bijbehorende bebouwing toegestaan. Daarnaast wordt er een compensatiewoning gerealiseerd op een bestaand erf. Mede gelet op het toevoegen van het geringe aantal van één woning is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Uit de uitspraken (ECLI:RVS:2013:2471 & ECLI:NL:RVS:2014:4720) blijkt bijvoorbeeld dat de ontwikkeling van respectievelijk drie en acht woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Onderhavig plan betreft de realisatie van één woning en is daarmee nog kleinschaliger. Derhalve kan gesteld worden dat toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven. Echter, op grond van de uitspraak van de Raad van State van 16 september 2015 ECLI:NL:RVS:2015:2921) geldt dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is.

De toelichting van dit bestemmingsplan toont aan dat er als gevolg van onderhavig plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening en het plan uitvoerbaar is.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische 20

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen generieke beleidskeuzes die voor heel Overijssel gelden en gebiedspecifieke beleidskeuzes die op voorhand bepaalde ontwikkelingen uitsluiten in een bepaald gebied. bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

21

Relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel zijn in dit geval artikel 2.1.2, 2.1.3, 2.1.5. en artikel 2.2.2 lid 1 t/m 4. Op deze artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.2 lid 1 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan: Met dit artikel stelt de provincie Overijssel dat woningbouw uitsluitend is toegestaan als voorzien kan worden in een lokale behoefte. De lokale behoefte is weergegeven in de Woonvisie 2021+ en het daarbijbehorende woningbouwprogramma van de gemeente Dinkelland. De toevoeging van één woning c.q. woonrecht in het kader van de gemeentelijke rood voor rood woning past binnen de Woonvisie 2021+ en het bijbehorende woningbouwprogramma en voorziet daarmee in een lokale behoefte.

Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: In het kader van de gemeentelijke Rood voor Rood regeling is wordt 850 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen aan de Frensdorferweg 41 te Lattrop-Breklenkamp gesloopt, waarbij één woning op dit erf wordt gebouwd. De overige sloopmeters worden ingezet ten behoeve van het uitbreiden van de toegestane hoeveelheid m2 aan bijgebouwen op de gronden behorende bij het adres Peddemorsweg 6 te Saasveld. Ter plaatse van de Frensdorferweg 41 te Lattrop-Breklenkamp vervalt het agrarische bouwperceel waarvan ruim 5.000 m2 teruggegeven wordt aan de Groene Omgeving door omzetting naar de agrarische bestemming. Aan de Peddemorsweg 6 zal het bestemmingsvlak uitgebreid worden ten behoeve van de ontwikkeling van twee vrijstaande bijgebouwen bij het landhuis. De toename van de bestemming betreft circa 2.000 m2.

Hoewel de paardenstal en een deel van het bijgebouw ter plaatse van de Peddemorsweg 6 wordt opgericht in de Groene Omgeving, is er door de sloop en het herbestemmen op de slooplocaties Frensdorferweg en Bellinckhofweg per saldo geen sprake van een extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving. Op het agrarische bedrijf aan de Bellinckhofweg 10 bebouwing gesaneerd worden. Dit heeft echter geen invloed op de omvang van de bestaande contouren van de bestemming. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling die met dit plan wordt mogelijk gemaakt per saldo ook niet leidt tot een extra ruimtebeslag in de 'groene omgeving'. De bebouwde oppervlakte in het buitengebied van de gemeente Dinkelland neemt als gevolg van het plan af. Voorliggend plan voldoet daarmee aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Doorwerking voor voorliggend plan: De voorgenomen ontwikkelingen op de locaties Frensdorferweg 37-41, Peddemorsweg 6-8 en de Bellinckhofweg 10 worden landschappelijk ingepast in de omgeving. Door de uitvoering van de landschapsmaatregelen en sanering van opstallen (elders) wordt de ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied versterkt. Voor een nadere toelichting op de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar hoofdstuk 2 en de als bijlage opgenomen landschapsontwerp. Verderop in deze paragraaf is het plan getoetst aan de geldende ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig plan voldoet aan een verbetering van de 22

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

ruimtelijke kwaliteit. Het plan is daarmee in overeenstemming met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. de behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis va regionale afstemming. Doorwerking voor voorliggend plan: De provincie Overijssel en de Twentse gemeenten hebben in 2021 nieuwe woonafspraken gemaakt. Deze woonafspraken zijn vertaald in de woonagenda Twente 2021-2025. De ambities die in deze woonagenda zijn opgenomen zijn o.a. het toevoegen het 60.000 woningen tot 2030 in de provincie, inspelen en voorsorteren op veranderde woningvraag, verstedelijking en stedelijke vernieuwing, sterke dorpen en platteland in het regionale netwerk, verduurzaming, versnelling van de woningbouw, toegankelijke en doorstromen. Deze ambities zijn vertaald in een visie op het wonen in Twente.

Daarbij zijn drie hoofdpunten benoemd: een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen; een toekomstbestendige leefomgeving: sterke steden en vitale kernen en buitengebied; een duurzaam en circulair woningbestand. Centraal in de woonagenda staat het sturen op kwaliteit en betaalbaarheid. Bouwen voor de lokale behoefte kan op basis van goed onderbouwde woningbehoefte. De gemeente heeft dit vertaald in de woonvisie 2021+. De provincie heeft de woonvisie geaccordeerd als zijnde onderbouwing van de behoefte. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt er middels de Rood voor Rood regeling van de gemeente Dinkelland één extra woning toegevoegd aan het buitengebied. In paragraaf 3.3 wordt de ontwikkeling getoetst aan de Woonvisie 2021+ van de gemeente Dinkelland. Daarmee wordt geacht dat er voldaan wordt aan artikel 2.2.2 uit de omgevingsverordening van provincie Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locaties van links naar rechts Frensdorferweg, Peddemorsweg en Bellinckhofweg zijn omcirkeld (bron: provincie Overijssel) De plangebieden vallen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In het ontwikkelingsperspectief voor 'mixlandschap' wordt ruimte geboden aan een mix/verweving van verschillende functies. De plannen van initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor omliggende functies in de omgeving. Binnen dit perspectief is ruimte voor landbouw, landschapsontwikkeling, natuur, cultuurhistorie, vrijetijd, wonen en overige bedrijvigheid. Het onderhavig plan geeft invulling aan dit perspectief; landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt en er mag in ruil hiervoor één compensatiewoning en bijbehorende bouwwerken worden teruggebouwd op de desbetreffende locaties. Het geheel wordt landschappelijk ingepast en levert zodoende een bijdrage aan een versterking van de ruimtelijke bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

23

kwaliteit.

Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan de locatie Frensdorferweg 37-39 en 41 het kenmerk 'Beekdalen en natte laagtes', voor de locatie Peddemorsweg 6-8 het kenmerk 'dekzandvlakte en ruggen' en voor de locatie Bellinckhofweg 10 het kenmerk 'dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3, 3.4 en 3.5).

Figuur 3.3: Natuurlijke laag Frensdorferweg, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel)

Figuur 3.4: Natuurlijke laag Peddemorsweg, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel)

24

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Figuur 3.5: Natuurlijke laag Bellinckhofweg, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden zijn ontstaan toen er na de ijstijden een relïefrijk - door de wind gevormd - zandlandschap achterbleef. De beekdalen zijn gevormd door erosie. Dit landschap wordt gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. De ambitie voor deze gronden is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook bijdragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. De landschappelijke inpassing van het plangebied dat opgesteld is om de ontwikkeling mogelijk te maken heeft zoveel mogelijk rekening gehouden met de gebiedskenmerken en de kenmerken van de natuurlijke laag. Zo wordt er ter plaatse van de Frensdorferweg meer ruimte gegeven aan de beek door de bestaande bebouwing te verwijderen en de compensatiewoningen verder van de beek te situeren. Hierdoor kunnen specifieke kenmerken weer teruggebracht worden. Geconcludeerd wordt dat dit plan geen afbreuk doet aan de natuurlijke laag.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'oude hoevelandschap' aan het plangebied Frensdorferweg en Peddemorsweg toe. De Peddemorsweg ligt op de grens tussen het 'oude hoevenlandschap' en het 'jonge heide- en broekontginningslandschap'. De Bellinckhofweg wordt gekenmerkt met het 'jonge heideen broekontginningslandschap'. In figuren 3.6, 3.7 en 3.8 zijn fragmenten van de betreffende kaart weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

25

Figuur 3.6: Laag van het agrarische cultuurlandschap Frensdorferweg, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel)

Figuur 3.7: Laag van het agrarische cultuurlandschap Peddemorsweg, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel)

26

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

Figuur 3.8: Laag van het agrarische cultuurlandschap Bellinckhofweg, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het oude hoevenlandschap werd ontwikkeld nadat de complexen met grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij klein dekzandkopjes. Het individueel ontginnen van deze dekzandkopjes leidde tot een landschap dat eenzelfde soort opbouw kent als het essenlandschap. Het oude hoevenlandschap is echter een wat meer kleinschalige, individuele en jongere variant. De ambitie voor het oude hoevenlandschap is om het kleinschalige, afwisselende landschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Nieuwe ontwikkelingen moeten daarom bijdragen aan het behoud en de accentuering van de dragende structuren van het oude hoevenlandschap en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Daarnaast moeten zij de toegankelijkheid van erven en erfroutes versterken. Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningslandschap waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemestte plaggen dienden als structuur verbeteraar en bemesting voor de akker gronden op de essen.

Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Vanaf 1750 zijn vanuit de landgoederen en buitens ook veel van de voormalige heidegronden voor de jacht en houtproductie bebost. Bij voorliggend plan is sprake van de sloop van landschapsontsierende bebouwing en het terugbouwen van een compensatiewoning en bijbehorende bouwwerken op een bestaand erf. Bij het opstellen van het erfinrichtingsplan en de landschappelijke inpassing van de planlocaties is rekening gehouden met de kenmerken van het landschap in acht zijn genomen, zodat de maatregelen een versterking van het landschap tot gevolg hebben. Er is geen sprake van afbreuk aan de laag van het agrarisch cultuurlandschap.

Stedelijke laag en de laag van de beleving Frensdorferweg 37-39 en 41 De Frensdorferweg 37-39 en 41 is onderdeel van de verspreid liggende bebouwing van Lattrop-Breklenkamp. Kenmerkend in het buitengebied is de verscheidenheid aan aan agrarische erven. Steeds meer van deze erven zullen vrjkomen, zij hebben de potentie om uit te groeien tot unieke woon-, werk- en recreatiemilieu's. De ambitie is daarom dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit . Ook dragen nieuwe ontwikkelingen bij aan het behoud en de versterking van de kernmerkende erfstructuren. bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

27

Figuur 3.9: stedelijke laag, laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel)

Figuur 3.10: stedelijke laag, laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Ter plaatse van het plangebied aan de Frensdorferweg en de Bellinckhofweg geldt verder , ten aanzien van de laag van de beleving, het gebiedskenmerk 'donkerte'. Dit gebiedskenmerk wordt toegekend aan gebieden waar het 's nachts nog echt donker is en waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Met dit plan wordt op een bestaand erf een compensatiewoning mogelijk gemaakt. De extra lichtuitstoot van deze woning is verwaarloosbaar ten opzichte van het voormalige agrarische gebruik en de bestaande nabijgelegen erven. De aanpassing van het erf brengt geen veranderingen aan de lichtuitstoot met zich mee. De 'Stedelijke laag' en de 'laag van de beleving' heeft voor de locatie aan de Peddemorsweg 6-8 geen specifieke 28

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

kenmerken en blijft daarom verder buiten beschouwing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Dinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.

Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toets De waardenkaart in de Omgevingsvisie heeft voor het buitengebied als basis de combinatie van landschapstype en landschapsdynamiek.

De waardenkaart geeft voor het plangebied de kleuren licht groen (gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek) en middelgroen (gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek). Middelgroen landschap: beperkte ontwikkeling afgestemd op de schaal van het landschap. In de gebieden met de tussenkleur groen zijn waarden aanwezig voor modern, agrarisch gebruik alsmede landschapswaarden die van belang zijn voor natuur, beleving en recreatie. Lichtgroen landschap: Landschap met veel ontwikkelmogelijkheden. Dit zijn landschappelijk minder waardevolle landschappen waar in de afgelopen 80 tot 100 jaar veel veranderd is en waar de lagere landschapswaarde ruimte voor ontwikkeling biedt. Dit zijn bijvoorbeeld de heide- of veenontginningen met een hoge dynamiek.

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

29

Figuur 3.11: Omgevingsvisiekaart gemeente Dinkelland met linksboven de Frensdorferweg, rechtsboven de Bellinckhofweg en linksonder de Peddemorsweg (bron: gemeente Dinkelland) De verandering in bebouwd oppervlakte op het erf aan de Bellinckhofweg is passend in het licht groene landschap waar een hoge dynamiek heerst. Het landschap wordt versterkt conform de gebiedskenmerken. Het plangebied aan de Frensdorferweg is gelegen in een middelgroen landschap. De forse uitbreidingen van het agrarische bedrijf op nr. 41 ten behoeve van de schaalvergroting in het verleden worden door inbreng van de sloopmeters voor het Rood voor Rood, dan wel Schuur voor schuur worden middels onderhavige ontwikkeling opgeheven. De vervallen bebouwing wordt verwijderd en de burgerwoning zal samen met de compensatiewoning een nieuw erfensemble vormen. Daarmee wordt er ruimte teruggegeven aan de Groene Omgeving, wordt er meer ruimte gegeven aan de beek doordat de gebouwen verder verwijderd zijn van de beek dan in de oude situatie het geval was en wordt het geheel landschappelijk ingepast. De landschapswaarden worden versterkt welke van belang zijn voor de recreatie in het buitengebied van Lattrop-Breklenkamp, de beleving en de natuur. Het plangebied aan de Peddemorsweg is gelegen in een middelgroen landschap.

De ontwikkeling bestaat uit het legaliseren van enkele bestaande bijgebouwen en het toevoegen van twee vrijstaaande gebouwen. Het Qteam van de gemeente Dinkelland heeft aangegeven dat de basis voor het ontwerp van de nieuwe gebouwen gevonden dient te worden in de bebouwingskarakteristiek van het buitengebied. Dus een heldere, en ingetogen bouwmassa met een schuur-uitstraling en een robuuste tegenwicht van beplanting op de locatie. Zodoende is de ontwikkeling passend binnen de schaal van het landschap. De voorgenomen ontwikkeling ziet hierop toe en is goedgekeurd door de gemeente Dinkelland. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. De hoeveelheid landschapsontsierende, tevens leegstaande voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen wordt verminderd en tegelijkertijd wordt er rondom de bestaande erven en de compensatiewoning geïnvesteerd in de ontwikkeling van landschapselementen (singels, bosjes, erfbeplanting). De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het beleid in de omgevingsvisie van de gemeente Dinkelland.

30

bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferweg 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

3.3.2

Woonvisie 2021+ gemeente Dinkelland

Op 5 juli 2021 is de nieuwe Woonvisie 2021+ vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland. De Woonvisie is een plan, dat gaat over het realiseren van voldoende betaalbare woningen in de koopsector variërend van rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen, appartementen, vrijstaande woningen en levensloopbestendige woningen. Daarnaast moeten er ook voldoende betaalbare en huurwoningen zijn. In de Woonvisie wordt ook de toenemende vraag naar diverse soorten zorgwoningen meegenomen en er is aandacht voor huisvesting van arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners. Bovendien is er aandacht voor aanpassingen in de bestaande woningvoorraad, zodat deze levensloopbestendiger wordt. Meer woningen... De gemeente Dinkelland wil inzetten op meer woningen met de juiste kwaliteit. De gemeente gaat de komende jaren voldoende woningen bouwen om te voorzien in de verwachte vraag. De gemeente gaat uit van een woningbehoefte van 515 woningen voor de periode 2020-2030. Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar houdt de gemeente ook rekening met de instroom van vestigers. Gezien de huidige druk op de markt wil de gemeente Dinkelland de woningbouwopgave zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren.

Om te kunnen voorzien in de woninghoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Dinkelland kan worden gebouwd. De prognose is vertaald in een woningbouwprogramma waarbij de zachte plannen verdeeld zijn over de grote en kleine kernen:

Dit houdt in dat ongeveer de helft van de woningbehoefte landt in de grotere kernen. In deze kernen woont tweederde van de inwoners van Dinkelland en geldt de grootste woningbehoefte vanwege de nabijheid van voorzieningen: iets wat met name voor senioren en de mensen met een zorgvraag een grote rol speelt. Realisatie vindt plaats per kern (evt. gefaseerde) plannen plaats. Dus niet alles in een paar grote plannen. Hierdoor kan goed worden bijgestuurd als dat nodig blijkt te zijn. ...met de juiste kwaliteit In de gemeente Dinkelland krijgt inbreiding prioriteit boven uitbreiding. In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking zal de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom op inbreidingslocaties plaatsvinden. Dit heeft de gemeente ook vastgelegd in de Nota Inbreidingslocaties (2020). Bij het bouwen op inbreidingsplekken gaat de focus uit naar zogenaamde 'structuurversterkende plekken'. Dat zijn beeldbepalende of centrale plekken in de kern of op locaties waar verbetering van belang is. Bouwen op dergelijke plekken zorgt voor meer levendigheid, meer ruimtelijke kwaliteit en meer draagvlak voor voorzieningen. De gemeente Dinkelland zet in op twee doelgroepen: starters en senioren. Dit betekent onder ander het toevoegen van betaalbare starterswoningen en levensloopbestendige woningen voor senioren.

Voor voorliggend bestemmingsplan is vooral die laatste groep relevant. Een levensloopbestendige woning is gelijkvloers en bij voorkeur in de eigen vertrouwde omgeving (de buurt of kenr waar men nu woont) en dichtbij voorzieningen. Het voordeel van nieuwbouw voor senioren is dat er ook meer doorstroming op de woningmarkt komt. Als senioren gaan verhuizen, komen er meer bestaande ruimte woningen op de markt die geschikt zijn voor gezinnen, waardoor er uiteindelijk ook weer meer woningen voor jonge doorstromers en starters beschikbaar komen. De gemeente heeft daarom de ambitie om een groot deel van de nieuwbouw de komende jaren levensloopbestendig te realiseren. Toets De woonvisie 2021+ van de gemeente Dinkelland laat zien dat er voor de periode 2020-2030 een woningbehoefte van 50 woningen voor het buitengebied (rood voor rood) is. Met voorliggend plan wordt één compensatiewoning gerealiseerd in het buitengebied van Lattrop-Breklenkamp. Deze woning is naar aanleiding van het principebesluit over de locatie reeds opgenomen in de reservering voor woningen in het buitengebied in het kader van Rood voor Rood. De compensatiewoning past dan ook binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma. Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2021+. bestemmingsplan Buitengebied, Peddemorsweg 6-8, Frensdorferwe g 37-39-41 en Bellinckhofweg 10

31

3.3.3

Beleid schuur voor schuur gemeente Dinkelland

De gemeenteraad van Dinkelland heeft op 11-04-2019 het schuur voor schuur-beleid vastgesteld. Dit beleid biedt een handvat om extra bebouwing op een (woon)perceel mogelijk te maken. Doel van het schuur voor schuur-beleid is meervoudig. Enerzijds is het bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren door de sloop van leegstaande schuren. Anderzijds is het de bedoeling om ontwikkeling van economische activiteiten (zowel bij bedrijfslocaties als particuliere locaties) te faciliteren en de voorzien in uitbreidingsbehoefte bij particuliere erven. Bovendien wordt het verwijderen van asbesthoudende schuren gestimuleerd/gefaciliteerd. Het schuur voor schuur-beleid is van toepassing op locaties waar een woonbestemming geldt (en de aangrenzende gronden) en op VAB-locaties waarop het KGO-beleid niet van toepassing is. Voor het plangebied geldt dat sprake is van een woonbestemming. Met dit beleid kan extra oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen gerealiseerd worden. Zonder alle spelregels te beschrijven worden hierna de belangrijkste regels aangehaald. In ruil voor de mogelijkheid om extra bebouwing te kunnen realiseren, moet elders een veelvoud aan schuren worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende sloopverhouding:

Werkwijze staffel De tabel met de bouw-sloopverhouding dient als volgt toegepast te worden: Allereerst wordt bepaald welke oppervlakte aan bebouwing gerealiseerd dient te worden. Vervolgens wordt van de eerste 100 m² van die te bouwen oppervlakte de verhouding van de eerste trede toegepast: 1:1 (bij asbest) of 1:2 (bij geen asbest). Bij de volgende 400 m² wordt de verhouding van de tweede trede toegepast: 1:2 (bij asbest) of 1:4 (bij geen asbest). Bij de daar op volgende m² sloopmeters wordt de verhouding van de derde trede toegepast: 1:3 (bij asbest) of 1:5 (bij geen asbest). Uitgangspunten beleid en spelregels Bij de totstandkoming van het schuur voor schuur-beleid is een aantal uitgangspunten gehanteerd: Leegstaande schuren zijn een primaire verantwoordelijkheid van de eigenaren; Het gaat om een extra mogelijkheid voor leegstaande schuren, naast bestaand instrumentarium als rood voor rood en functieverandering; De gewijzigde economische omstandigheden, de gewijzigde rol, functie en omvang van de agrarische sector leiden tot meer functiemenging in het buitengebied Ontstening: er moet vanaf een toename bebouwing van meer dan 100 m² een veelvoud gesloopt worden dan er elders wordt teruggebouwd; Stimulans om vooral asbestschuren te slopen Er wordt geen rekening gehouden met de aanwezigheid van kelders Sloop- en bouwlocaties die betrekking hebben op hetzelfde plan, bevinden zich

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/592/documents/18042