CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Ottershagenweg 3 Oud Ootmarsum.pdf

Gemeenteraad 21 september 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 14: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Partiële herziening Ottershagenweg 3 Oud Oot-marsum”22.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Naast bovengenoemde vinden er enkele ondergeschikte wijzigingen in de bestaande bedrijfsgebouwen plaats. Op het bedrijf worden tevens een opslagsilo voor spuiwater en een silo voor mestopslag gerealiseerd.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

37

Tabel 5.2: Bedrijfsontwikkelingsplan voornemen (tevens bijgevoegd als bijlage 1) Bedrijfstotaal 8136,40 kg NH3 / totaal NH3 diercategorie # dieren dier

Kolom A, B of C

nr stal

RAV code

A

1

D 1.1.3

BWL 2006.07.V2

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

Gespeende biggen

700

0,15

A

2

D 1.1.3

BWL 2006.07

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

Gespeende biggen

2304

0,15

A

3a

D 3.2.7.2.1

BWL 2004.05

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Vleesvarkens

A

4

B 1.100

0

A

5a

D 1.2.16

BWL 2004.07.V1

A

5b

D 2.100

0

A

5b

D 3.2.7.2.1

A

5d

A

7b

GL nr

omschrijving GL

134170

829404 totaal fijnstof fijnstof / dier (gr/jaar)

Oue / dier

totaal Oue

105

5,4

3780

56

39200

345,6

5,4

12441,6

56

129024

55080

360

1,5

540

17,9

6444

153

overige huisvestingssystemen waterkanaal in combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak overige huisvestingssystemen

schapen

175

0,7

122,5

7,8

1365

0

0

Kraamzeugen

80

2,9

232

27,9

2232

160

12800

Dekberen

5

5,5

27,5

18,7

93,5

180

900

BWL 2004.05

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Opfokzeugen

35

1,5

52,5

17,9

626,5

153

5355

D 1.3.9.2

BWL 2006.09.V1

groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal roosters anders dan metalen driekant

Guste en Dragende zeugen

321

2,5

802,5

18,7

6002,7

175

56175

D 3.2.7.2.1

BWL 2004.05

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Vleesvarkens

1920

1,5

2880

17,9

34368

153

293760

12

5,3

63,6

35,6

427,2

170

2040

20 30

4,4 4,1

88 123

0 0

0 0

38 86

760 2580

Vleesvarkens

504

0,45

226,8

12,7

6400,8

31

15624

Gespeende biggen

4608

0,1

460,8

4,3

19814,4

15

69120

A

8

A 6.100

0

overige huisvestingssystemen

A A

8 8

A 3.100 A 2.100

0 0

B

10B

D 3.2.15.4

BWL 2009.12.V2

overige huisvestingssystemen overige huisvestingssystemen gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

B

10B

D 1.1.15.4

BWL 2009.12.V2

A

5c

D 1.2.12

BWL 2010.15.V1

A

5b

D 1.3.9.1

BB 00.06.085.V1

B

10A

D 3.2.15.4

BWL 2009.12.V2

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser koeldeksysteem (150% koeloppervlak) groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal met metalen driekantroosters gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

vleesvee 8 - 24 mnd Jongvee Zoogkoeien

Kraamzeugen Guste en Dragende zeugen Vleesvarkens

96

2,4

230,4

27,9

2678,4

160

15360

310

2,3

713

18,7

5797

175

54250

2496

0,45

1123,2

12,7

31699,2

31

77376

* De geurnormen van de toegepaste biologische combiwasser zijn aangehouden conform de internetconsultatie. Regeling tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij en de Regeling geurhinder en veehouderij (periodieke actualisatie emissiefactoren voor ammoniak en geur) - Het betreffen dan ook concept normen, deze zijn als zijnde worst-case scenario aangehouden.

Zie ook bijlage 2 voor de situatieschets en de separaat bijgevoegde plattegrondtekening.

Productieproces

De inrichting betreft een varkenshouderij (vermeerderingsbedrijf annex vleesvarkenshouderij). De aanwezige zeugen op het bedrijf bestaan uit guste- en dragende zeugen alsmede kraamzeugen. De guste zeugen worden geïnsemineerd. Zodra deze zeugen drachtig zijn, blijven ze gedurende de gehele dracht als zeug in stal 5 (5b, 5d). De zeugen worden aan het einde van de dracht verplaatst naar de kraamstal (stal 5a, 5c) waar ze de biggen werpen. Hier blijven de zeugen gedurende enkele weken bij de biggen tot dat de biggen oud genoeg zijn en mogen worden gespeend. De zeugen gaan vanaf dat moment naar de terug naar de guste- en dragende zeugenstal. De gespeende biggen worden naar de gespeende biggenafdelingen op het bedrijf in stal 1, 2, of 10 gebracht. De biggen blijven in deze afdelingen tot ze een hoger gewicht hebben bereikt. Bij voldoende gewicht (ca. 25 kg) gaan deze dieren naar de vleesvarkensafdelingen in stallen 3a, 7b en 10. Hier blijven deze dieren gehuisvest tot ze van het bedrijf worden afgevoerd. Het rundvee betreft voornamelijk zoogkoeien welke in de zomerperiode buiten lopen, in gedurende de winterperiode worden deze dieren in

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

38

stal 8 gehuisvest. De schapen zijn nagenoeg het gehele jaar buiten, met uitzondering van de aflamerperiode in het voorjaar. Dan worden deze dieren in stal 4 gehuisvest. Het rundvee en schapen krijgen ruwvoeders vertrekt. Deze worden opgeslagen in de aanwezigde sleufsilo’s. De varkens worden gevoerd met droge voeders als granen en aanvullende voeder/mengvoer. Het bedrijf produceerd middels de eigen akkerbouwtak een groot deel van de granen zelf, deze worden in stal 7a opgeslagen. Binnen de inrichting worden voeders, strooisel en hulpmiddelen aangevoerd en opgeslagen. Dieren, mest, spuiwater, kadavers en afvalstoffen worden van het bedrijf afgevoerd. Enkele malen per week vinden zware en lichte transportbewegingen van en naar de locatie plaats (laden en lossen). Daarnaast vinden dagelijks interne transportbewegingen plaats.

5.3

BBT EN BESLUIT EMISSIEARME HUISVESTING In artikel 2.14 lid 1 onder c van de Wabo staat opgenomen dat voldaan moet worden aan de beste beschikbare technieken (BBT). In het Besluit omgevingsrecht (Bor) staat hoe de best beschikbare technieken bepaald moeten worden. In bijlage 1 van de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) staan de BBT-documenten waarmee bij de bepaling van BBT rekening moet worden gehouden. Voor de onderhavige inrichting zijn de volgende BBT-documenten van belang:  Circulaire energie in de milieuvergunning  Nederlandse richtlijn bodembescherming (NRB)  Oplegnotitie BREF intensieve pluimvee- en varkenshouderij  Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij  PGS 15: Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en errata De best beschikbare technieken hebben betrekking op goede landbouwpraktijk, mest, voerstrategie, huisvestingssystemen, water, energie en afval. De uitwerking van voerstrategie, water, energie en afval vindt in afzonderlijke paragrafen in dit hoofdstuk plaats. Hieronder een uitwerking van goede landbouwpraktijk, mest en huisvestingssystemen.

Goede landbouwpraktijk

Het water- en energieverbruik wordt geregistreerd. Aan- en afvoer van veevoeders en mest (fosfaat en stikstof) wort geregistreerd o.b.v. de Meststoffenwet. Door visuele inspecties worden gebouwen en materieel regelmatig gecontroleerd op hun goede staat. Als gebreken worden geconstateerd, worden onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitgevoerd. Grondstoffen worden naar behoefte aangevoerd. Producten en afval worden periodiek afgevoerd.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

39

Besluit emissiearme huisvesting

Per 1 augustus 2015 is het ‘Besluit emissiearme huisvesting’ in werking getreden. Tegelijkertijd is de wijziging Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) van 1 juli 2015 in werking getreden. Het Beh bevat voor varkens maximale emissiewaarden voor ammoniak. Alleen huisvestingssystemen met een emissiefactor die lager is dan of gelijk is aan de maximale emissiewaarde zijn toegestaan. Bijlage 1 van het besluit geeft drie maximale emissiewaarden voor ammoniak: kolom A, B en C. De maximale waarden worden gefaseerd aangescherpt. Welke maximale emissiewaarde geldt (kolom A, B of C) hangt af van de datum van oprichting (bouw) van het dierenverblijf waar het huisvestingssysteem in zit. Een huisvestingssysteem is een gedeelte van een dierenverblijf waar dieren van één diercategorie op dezelfde wijze worden gehouden. Een dierenverblijf is een ruimte waar dieren worden gehouden (stal). Op deze indeling gelden enkele uitzonderingen. Voor varkens staan er maximale emissiewaarden voor ammoniak in het Besluit emissiearme huisvesting (artikel 5 en bijlage 1 van het besluit). De enige uitzondering waarvoor de maximale emissiewaarde voor ammoniak niet geldt, is een bestaande traditionele stal van vóór 1 januari 2007 die gecompenseerd wordt door toepassing van intern salderen (artikel 5 lid 2 Beh).

Er is een overgangsregeling voor bestaande stallen die zijn vergund of aangevraagd vóór 1 juli 2015 of vóór inwerkingtreding van het Besluit (1 augustus 2015). Deze regeling staat in artikel 5 lid 3 en 4. In deze situaties geldt kolom A in plaats van kolom B. Navolgende tabel geeft de maximale emissiewaarden per diercategorie weer.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

40

In navolgende tabel zijn de ammoniakemissiefactoren van de voorgenomen huisvesting in de onderscheidenlijke stallen en de maximale emissiefactoren voor de betreffende diercategorieën aangegeven. Hieruit blijkt dat alle stallen voldoen aan de maximale emissiewaarden van het Beh. Tabel 5.3: Maximale emissiewaarde Beh versus emissiefactor Rav voornemen

Kolo m A, B of C

nr stal

A

1

D 1.1.3

A

2

D 1.1.3

diersoort

# dieren

maximale emissiewaarde kg NH3/dierplaats/jaar

werkelijke emissiewaarde kg NH3/dierplaats/jaar

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

Gespeende biggen

700

0,21

0,15

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

Gespeende biggen

2304

0,21

0,15

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand D 3.2.7.2.1 met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Vleesvarkens

360

1,6

1,5

schapen

175

0,7

0,7

Kraamzeugen

80

2,9

2,9

Dekberen

5

5,5

5,5

RAV code omschrijving GL

A

3a

A

4

B 1.100

overige huisvestingssystemen

A

5a

D 1.2.16

waterkanaal in combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak

A

5b

D 2.100

overige huisvestingssystemen

A

5b

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand D 3.2.7.2.1 met roosters anders dan driekant op het mestkanaal groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder D 1.3.9.2 strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal roosters anders dan metalen driekant Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand D 3.2.7.2.1 met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Opfokzeugen

35

1,6

1,5

Guste en Dragende zeugen

321

2,6

2,5

Vleesvarkens

1920

1,6

1,5

A

5d

A

7b

A

8

A 6.100

overige huisvestingssystemen

vleesvee 8 - 24 mnd

12

5,3

5,3

A

8

A 3.100

overige huisvestingssystemen

Jongvee

20

4,4

4,4

A

8

A 2.100

overige huisvestingssystemen

Zoogkoeien

30

4,1

4,1

10B

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% fijn D 3.2.15.4 stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

Vleesvarkens

504

1,5

0,45

B

10B

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% fijn D 1.1.15.4 stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

Gespeende biggen

4608

0,21

0,1

A

5c

D 1.2.12

Kraamzeugen

2,4

B

A

5b

B

10A

koeldeksysteem (150% koeloppervlak)

groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder D 1.3.9.1 strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal met metalen gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% fijn D 3.2.15.4 stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

96

2,9

Guste en Dragende zeugen

310

2,6

2,3

Vleesvarkens

2496

1,5

0,45

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

41

Uit navolgende tabel volgt dat de voorgenomen ammoniakemissie van 8.136,40 kg NH3/jaar (op basis van maximale emissiewaarden, BBT) binnen het maximale ammoniakplafond van 12.378,12 kg NH3/jaar blijft. Het voornemen voldoet aan het Besluit emissiearme huisvesting. Tabel 5.4: Aanvraag o.b.v. maximale emissiewaarde Beh (BBT) Kolo m A, B of C

nr stal

A

1

D 1.1.3

A

2

D 1.1.3

BWL 2006.07

A

3a

A

4

B 1.100

0

A

5a

D 1.2.16

BWL 2004.07.V1 waterkanaal in combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak

A

5b

D 2.100

0

A

5b

totaal

12378,12

diersoort

# dieren

kg NH3 / dier

totaal NH3

BWL 2006.07.V2 mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

Gespeende biggen

700

0,21

147

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

Gespeende biggen

2304

0,21

483,84

Vleesvarkens

360

1,6

576

schapen

175

0,7

122,5

Kraamzeugen

80

2,9

232

Dekberen

5

5,5

27,5

Opfokzeugen

35

1,6

56

RAV code GL nr

D 3.2.7.2.1 BWL 2004.05

D 3.2.7.2.1 BWL 2004.05

omschrijving GL

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal overige huisvestingssystemen

overige huisvestingssystemen Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Guste en groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder D 1.3.9.2 BWL 2006.09.V1 Dragende zeugen strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal roosters anders dan Vleesvarkens Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand D 3.2.7.2.1 BWL 2004.05 vleesvee 8 - 24 overige huisvestingssystemen A 6.100 0 mnd

321

2,6

834,6

1920

1,6

3072

12

5,3

63,6

Jongvee

20

4,4

88

overige huisvestingssystemen

Zoogkoeien

30

4,1

123

D 3.2.15.4 BWL 2009.12.V2

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

Vleesvarkens

504

1,5

756

10B

D 1.1.15.4 BWL 2009.12.V2

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

Gespeende biggen

4608

0,21

967,68

5c

D 1.2.12

Kraamzeugen

96

2,9

278,4

310

2,6

806

2496

1,5

3744

A

5d

A

7b

A

8

A

8

A 3.100

0

overige huisvestingssystemen

A

8

A 2.100

0

B

10B

B A A

5b

B

10A

BWL 2010.15.V1 koeldeksysteem (150% koeloppervlak)

groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder Guste en D 1.3.9.1 BB 00.06.085.V1 strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal met metalen Dragende zeugen driekantroosters gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% Vleesvarkens D 3.2.15.4 BWL 2009.12.V2 fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

42

Beleidslijn IPPCOmgevingstoetsing ammoniak en veehouderij

Ten aanzien van veehouderijen die op basis van de RIE-richtlijn als IPPCinstallatie worden aangemerkt is in artikel 3 derde lid van de Wet ammoniak en veehouderij bepaald dat strengere emissie-eisen dan BBT moet worden gesteld, indien dat vanwege de technische kenmerken en geografische ligging van de inrichting of vanwege de plaatselijke milieuomstandigheden noodzakelijk is. Op 25 juni 2007 heeft de minister van VROM de ‘Beleidslijn IPPComgevingstoetsing ammoniak en veehouderij’ vastgesteld (hierna: Beleidslijn IPPC). Deze beleidslijn is bedoeld als handreiking voor het bevoegd gezag. Aan de hand van de beleidslijn kan het bevoegde gezag bepalen of en in welke mate vanwege de lokale milieusituatie strengere emissie-eisen dan BBT in een vergunning voor een IPPC-veehouderij moeten worden opgenomen. Vanaf 1 augustus 2015 gelden voor vleesvarkens en biggenopfok gewijzigde emissiefactoren (Regeling ammoniak en veehouderij) en maximale emissiewaarden (Besluit emissiearme huisvesting). In de Beleidslijn IPPComgevingstoetsing wordt uitgegaan van de 'oude' emissiefactoren en maximale emissiewaarden. De getallen die gebruikt worden in de Beleidslijn IPPC moeten daarom omgerekend worden.

Uit de Beleidslijn IPPC volgt dat bij uitbreiding van het aantal dieren kan worden volstaan met toepassing van BBT zolang de emissie niet meer bedraagt dan 5.000 kg ammoniak per jaar. Bedraagt de jaarlijkse ammoniakemissie na uitbreiding bij toepassing van BBT meer dan 5.000 kg, dan dient hierboven een extra reductie ten opzichte van BBT te worden gerealiseerd. Bedraagt de jaarlijkse ammoniakemissie na uitbreiding met toepassing van BBT (tot 5.000 kg) en verdergaande technieken dan BBT (vanaf 5.000 kg) daarna nog meer dan 10.000 kg, dan dient hierboven een reductie van circa 85% te worden gerealiseerd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het gegeven dat volgens de Beleidslijn IPPC onaantastbaar vergund recht moet worden gerespecteerd.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

43

Uit voorgaande tabel 5.4 blijkt dat de jaarlijkse ammoniakemissie na uitbreiding bij toepassing van BBT meer dan 5.000 kg en meer dan 10.000 NH3 bedraagt. Uit de Beleidslijn IPPC volgt dat vergund recht wordt gerespecteerd. Wanneer alle huisvestingssystemen in de vergunde situatie van 28-3-2006 precies zouden voldoen aan de maximale emissiewaarden, dan zou de inrichting een ammoniakemissie hebben van 6.032,4kg NH3 per jaar, zie navolgende tabel 5.5. Tabel 5.5: Vergund o.b.v. maximale emissiewaarde Beh (BBT) (Uitgangspunt vergunning 28-3-2006) * 2006 als uitgangspunt genomen is “worst-case”, daar dit bij de vergunning 2015, 12.378,12 kg betreft. Kolo m A, B of C

nr stal

A

1b

A

1a

D 3.2.7.2.1

A

3a

A

4

B 1.100

overige huisvestingssystemen

A

5

D 1.2.16

waterkanaal in combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak

A

5

D 2.100

overige huisvestingssystemen

A

5

D 3.2.7.2.1

totaal

6032,4

diersoort

# dieren

kg NH3 / dier

totaal NH3

Gespeende biggen

700

0,21

147

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Vleesvarkens

252

1,6

403,2

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met D 3.2.7.2.1 roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Vleesvarkens

360

1,6

576

schapen

175

0,7

122,5

Kraamzeugen

80

2,9

232

Dekberen

5

5,5

27,5

RAV code omschrijving GL opfokhok met schuine putwand, emitterend mestoppervlak groter dan 0,07 m2 D 1.1.12.3 echter kleiner dan 0,10 m2, in grote groepen, vanaf 30 biggen, gehuisvest

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder D 1.3.9.1 strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal met metalen driekantroosters Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met D 3.2.7.2.1 roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Opfokzeugen

35

1,6

56

Guste en Dragende zeugen

269

2,6

699,4

Vleesvarkens

1920

1,6

3072

A

5

A

7b

A

8

A 6.100

overige huisvestingssystemen

vleesvee 8 - 24 mnd

12

5,3

63,6

A

8

A 3.100

overige huisvestingssystemen

Jongvee

16

4,4

70,4

A

8

A 2.100

overige huisvestingssystemen

Zoogkoeien

22

4,1

90,2

A

2a

D 1.1.3

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

Gespeende biggen

300

0,21

63

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met D 3.2.7.2.1 roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Vleesvarkens

256

1,6

409,6

A

2b

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

44

Uit navolgend overzicht volgt dat de voorgenomen ammoniakemissie van 8.160,5 kg NH3/jaar ook voldoet aan het ammoniakplafond van 9.428,97 kg NH3/jaar, berekend conform de systematiek van de Beleidslijn IPPC-Omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij.

Toetsing IPPC beleidslijn De totale vigerende ammoniakemissie bij toepassing van BBT op bedrijfsniveau bedraagt:

6032,40 kg.

De totale ammoniakemissie bij toepassing van BBT op bedrijfsniveau zal in de nieuwe situatie

12378,12 kg bedragen.

6032,40 kg.

De beschermde ammoniakemissie waarover niet de strengere eis van BBT+ of BBT++ kan worden gesteld bedraagt:

BBT+

Over de volgende ammoniakemissie kan de eis van BBT+ worden gesteld: Als deze ammoniak emissie uitgevoerd zal worden volgens BBT+ zal de ammoniak emissie

3967,60 kg. 2727,73 kg bedragen.

BBT++ Over de volgende ammoniakemissie kan de eis van BBT++ worden gesteld: Als deze ammoniak emissie uitgevoerd zal worden volgens BBT++ zal de ammoniak emissie

2378,12 kg. 668,85 kg bedragen.

Het maximale plafond om te voldoen aan de IPPC beleidslijn De beschermde ammoniakemissie:

6032,40 kg.

Ammoniak emissie uitgevoerd volgens BBT+ eis:

2727,73 kg.

Ammoniak emissie uitgevoerd volgens BBT++ eis:

668,85 kg.

Totale plafond om te voldoen aan de IPPC beleidslijn

9428,97 kg.

De totale ammoniakemissie in de aangevraagde situatie bedraagt:

8136,40 kg.

De aangevraagde situatie

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

voldoet

+

aan de IPPC beleidslijn

45

5.4

WET NATUURBESCHERMING / NATURA2000 Voor onderhavige bedrijfslocatie is Natuurbeschermingswetvergunning verleend.

op

23-1-2012

een

De beoogde situatie zal ten opzichte van deze vergunning worden gewijzigd, omwille van een verdergaande reductie van de geuremissie en geurbelasting. Deze wijzigingen in de beoogde situatie hebben ook een positief effect op de ammoniakemissie en stikstofdepositie. Op alle gebieden is sprake van een afname in stikstofdepositie. In het voornemen hoeft geen aanspraak gemaakt te worden op de ontwikkelingsruimte in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). In bijlage 6 is de AERIUS-berekening (verschilberekening) bijgevoegd. Aangezien de ammoniakemissie en stikstofdepositie niet toeneemt, worden de voorgenomen activiteiten op grond van de Wet Natuurbescherming (Wnb) niet als significant beoordeeld. Er is geen passende beoordeling nodig voor de effecten van de stikstofdepositie van de voorgenomen uitbreiding op de stikstofgevoelige habitats in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. Naast ammoniakemissie kunnen andere activiteiten eveneens significant negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000gebieden in de omgeving van het plangebied. Aangezien de voorgenomen uitbreiding (gezien de aard van de activiteiten en de afstand tot de beschermde gebieden) niet leidt tot een significante toename van storingsfactoren op het gebied van bijvoorbeeld verstoring door trilling of licht, kan een passende beoordeling in zijn geheel achterwege blijven.

Het voornemen leidt niet tot significante gevolgen voor de Natura 2000-gebieden.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

46

5.5

GEUR De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) schrijft voor op welke wijze de geurhinder vanwege dierenverblijven beoordeeld moet worden indien een veehouderij een omgevingsvergunning aanvraagt. Op basis van de Wgv geldt voor de nabijgelegen woningen een geurnorm van 14,0 OuE/m³ (binnen concentratiegebied, buiten de bebouwde kom) en 3,0 OuE/m³ binnen de bebouwde kom.

Individuele geurbelasting

De voorgenomen geuremissie bedraagt 134.170,1 OUE/sec (op basis van concept normen bio-combi wassers) en huidige wettelijke kader 92.285,5 OUE/sec. Met behulp van het programma V-stacks vergunning (versie 2010) is de geurbelasting als gevolg van het voornemen berekend (zie berekening in bijlage 7). Uit de berekening blijkt dat de geurnorm van 14,0 OuE/m³ voor woningen buiten de bebouwde kom en 3,0 OuE/m³ bij woningen binnen de bebouwde kom op geen enkele woning in de buurt wordt overschreden. Ten aanzien van de bedrijfswoningen van de veehouderijen wordt voldaan aan de geldende afstand van 50 meter. Er wordt daarmee voldaan aan de normen die gelden op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. In de voorgenomen situatie is geen sprake van een overbelaste situatie. Het voornemen blijft ruimschoots binnen de voorgeschreven geurnormen uit de Wet geurhinder en Veehouderij.

Tabel 5.8: Resultaten geurberekening voornemen (V-stacks vergunning )

TP: Dit betreffen de toetsingspunten op de mors, dit betreft deel onbebouwd maar wel reeds bestemd gebied. Toetsing conform de geurverordening. Toetsingspunten zijn weergegeven in hier op volgende uitsnede van de kaart.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

47

Locatie Bedrijf

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

48

5.6

FIJN STOF De fijn stof emissie (PM10) neemt in het voornemen ten opzichte van de vergunning van 2015 af 1.116.436 gram per jaar naar 829.404 gram per jaar. Dit betreft een afname van 287.032. gram per jaar. Ten opzichte van de vergunning van 28-3-2006 neemt de emmissie toe van 565.834 gr/jaar naar 829.404 gram per jaar. Dit betreft een toename van 263.570 gram per jaar. Deze laaste toename is als uitgangspunt genomen.

Te Beschermen Objecten (TBO’s)

Uitgangspunt van de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit (RBL) is dat de luchtkwaliteit wordt vastgesteld op plaatsen waar mensen worden blootgesteld, en wel zodanig dat een goed beeld wordt verkregen van de luchtkwaliteit ter plaatse. Voor fijn stof geldt dat de blootstellingstijd significant moet zijn ten opzichte van een etmaal. Het blootstellingscriterium houdt in, dat de luchtkwaliteit alleen wordt beoordeeld op plaatsen waar een significante blootstelling van mensen plaatsvindt. Het gaat dan om een blootstellingsperiode, die in vergelijking met de middelingstijd van de grenswaarde (jaar, etmaal, uur) significant is. Hieruit volgt dat ter plaatse van woningen van derden moet worden getoetst aan de relevante grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit. Het dichtstbijzijnde te beschermen object (TBO) ten opzichte van de emissiepunten is de Ottershagenweg 6. De afstand tot de gevel van deze woning bedraagt ca. 119 meter, gemeten vanaf het dichtstbijgelegen emissiepunt.

Niet in Betekende Mate (NIBM)

In mei 2010 is de 'Handreiking fijn stof voor veehouderijen' door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gepubliceerd. Deze handreiking gaat onder andere in op de regeling ‘Niet in betekenende mate’ (ook wel: Regeling NIBM). Door veehouderijen wordt fijn stof in de vorm van PM10 uitgestoten. In de handreiking wordt beschreven hoe om te gaan met de beoordeling van emissie van fijn stof vanuit veehouderijen in het geval sprake is van een beperkte toename of een afname van de emissie. Hieronder is een tekstfragment uit paragraaf 2.2 van de handreiking overgenomen (cursieve gedeelte met tabel), waar specifiek ingegaan wordt op luchtkwaliteit bij veehouderijen:

Vuistregel voor veehouderijen: Veehouderijen zijn niet opgenomen in de Regeling NIBM. Toch is het niet altijd noodzakelijk om met behulp van een berekening vast te stellen of er sprake is van NIBM. Dit kan ook gedaan worden met een motivering, bijvoorbeeld op basis van ervaring. Er zijn genoeg projecten die namelijk overduidelijk NIBM zijn en waar een berekening niets toevoegt aan de conclusie. Als hulpmiddel bij de motivering is een vuistregel opgesteld waarmee

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

49

aangetoond kan worden dat een uitbreiding/oprichting NIBM is. Deze staan in de onderstaande tabel, die gebaseerd is op de 3% NIBM grens, dus van na de inwerkingtreding van het NSL. In de tabel kan bij de betreffende afstand de hoeveelheid emissie worden afgelezen waarmee een veehouderij nog kan uitbreiden om ‘niet in betekende mate’ bij te dragen. Met behulp van de emissiefactorenlijst op www.vrom.nl kan uitgerekend worden of de totale toename in emissie onder de NIBM grens blijft. Indien bij een bepaalde afstand niet méér wordt geëmitteerd dan is opgenomen in de tabel dan is de oprichting/uitbreiding zeker NIBM. Wanneer de toename in emissie in grammen hoger is dan in de tabel opgenomen is het project mogelijk IBM. Er zal dan een berekening met ISL3a uitgevoerd moeten worden om aan te tonen dat geen grenswaarden worden overschreden ofwel de uitbreiding bij precieze berekening toch NIBM blijkt te zijn.

Uit bovenstaand tekstfragment volgt dat de totale toename in fijn stof emissie moet worden berekend door het aantal nieuwe dieren te vermenigvuldigen met de vastgestelde fijn stof emissiefactor. Het voornemen betreft volgens het bedrijfsontwikkelingsplan een geringe toename van de emissie van fijn stof. Tabel: Toename emissie fijnstof (ten opzichte van vergunning 2006) Omschrijving

Gram/sec

Gr/jaar

Bestaande vergunning

0,017942478

565834

Aangevraagde vergunning

0,026300228

829404

Toename

0,008357750

263570

Op basis van beide tabellen kan worden vastgesteld dat de emissie van fijn stof als 'niet in betekenende mate' ofwel NIBM kan worden beschouwd. Ondanks dat de voorgenomen situatie als ‘niet in betekende mate’ (NIBM) kan worden beschouwd is deze situatie volledigheidshalve met het programma ISL3A inzichtelijk gemaakt. Uit het blk bestand blijkt dat sprake is van de hoogste belasting op de Ottershagenweg 6. Echter de belasting ligt ver onder de gestelde norm waarden.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

50

5.7

GELUID Ten aanzien van de vigerende vergunning is er geen sprake van een wezenlijke verandering van akoestisch relevante activiteiten in de bedrijfsvoering. Wel zal er sprake zal van een vergroting van de bedrijfsomvang, dit zal een toename in activiteiten en daarmee de geluidsproductie hebbben. In de voorgenomen situatie is de geluidsproctie tot een minimum beperkt. De gehele nieuwe bedrijfssituatie met alle geluidsbronnen, interne en externe vervoerswegingen is inzichtlijk gemaakt in het toegevoegde akoestisch onderzoek. Dit akoestisch onderzoek is bijgevoegd als bijlage 9. Op geen enkele woning in de omgeving zal een overschrijding ontstaan van de maximaal toelaatbare grenswaarden. De voorgenomen situatie blijft volledig binnen de gestelde maximale geluidsbelastingsnormen op de gevoelige objecten in de omgeving.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/490/documents/16031