CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Ottershagenweg 3 Oud Ootmarsum.pdf

Gemeenteraad 21 september 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 14: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Partiële herziening Ottershagenweg 3 Oud Oot-marsum”22.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Landschap: De bebouwing wordt op een verantwoorde wijze ingepast in het landschap door middel van een landschappelijk inpassingsplan. Dit in samenspraak met de kwaliteitsgroep en conform de KGO overeenkomst.

Rho adviseurs voor leefruimte

20161396

34

Rho adviseurs voor leefruimte

20161396

35

Hoofdstuk 5

5.1

Juridisch bestuurlijke aspecten

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze de voorkomende functies in het bestemmingsplan worden geregeld. In de planopzet is aansluiting gezocht bij de recente uitgave "Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen", kortweg SVBP 2008. De planregels De planregels geven inhoud aan de op de plankaart gegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er gebouwd mag worden. De bij dit plan behorende planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten:  1. Inleidende regels.  2. Bestemmingsregels.  3. Algemene regels.  4. Overgangs‐ en slotregels. 5.1.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten:  Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.  Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Op de verbeelding zijn soms bebouwingspercentages aangegeven. Als er geen percentages zijn aangegeven, mag het hele bouwvlak worden bebouwd, tenzij in de tekst anders vermeld.

De op de verbeelding of in de regels aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief elementen zoals een schoorsteen, liftopbouw en dergelijke). Uitgangspunt is dat alleen gebouwd mag worden binnen de bouwgrenzen. 5.1.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.:  I. Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;  II. Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.);  III. Afwijkingen van de gebruiks‐ en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.

Rho adviseurs voor leefruimte

20161396

36

5.1.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit:  Anti‐dubbeltelregel (Artikel 4) Deze regel bepaalt dat er niet twee keer voor eenzelfde locatie een bouwplan kan worden ingediend.  Algemene gebruiksregels (Artikel 5) In dit artikel worden de gebruiksregels beschreven.  Algemene afwijkingsregels (Artikel 6) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven 5.1.4 Overgangs‐ en slotbepalingen In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs‐ en slotbepalingen. In de overgangsbepalingen is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan.

5.2

Nadere toelichting op de bestemming

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw‐ en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Agrarisch ‐ 2 De gronden binnen de bestemming ‘Agrarisch ‐ 2’ bestaan uit een combinatie aan functies. Hier worden mogelijkheden geboden voor de voortzetting van de landbouwfunctie op bedrijfseconomische grondslag. Deze gronden zijn in gebruik voor het uitoefenen van de agrarische functie in combinatie met het behoud en ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden. Functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch ‐ bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf' De functieaanduiding maakt intensieve veehouderij op het perceel mogelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

20161396

37

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

De ontwikkeling en realisatie van de plannen geschiedt voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De gemeente Dinkelland heeft hiertoe bindende afspraken gemaakt met de initiatiefnemer. Daarmee is aangetoond dat de ontwikkeling economisch haalbaar is. De economische uitvoerbaarheid van het totale plan wordt geacht hiermee te zijn aangetoond.

Rho adviseurs voor leefruimte

20161396

38

Rho adviseurs voor leefruimte

20161396

39

Hoofdstuk 7

7.1

Inspraak en overleg

Vooroverleg

Het ontwerpbestemmingsplan zal, conform artikel 3.4 Awb, gedurende een periode van zes weken ter inzage worden gelegd. Iedereen heeft dan de mogelijkheid zijn of haar zienswijze in te dienen. Er zijn vooralsnog geen redenen om aan te nemen dat het plan maatschappelijk niet uitvoerbaar is. Op grond van artikel 3.1.1van het Bro zal het bestemmingsplan worden toegezonden aan het Waterschap. De resultaten van dit overleg worden in deze paragraaf verwerkt.

7.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 30 april 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20161396

40

Rho adviseurs voor leefruimte

20161396

bijlagen bij de Toelichting

Bijlage 1 Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink

Rho adviseurs voor leefruimte

20161396

AANMELDNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

INITIATIEFNEMER Maatschap Bruggink Ottershagenweg 3 7637 PT Oud Ootmarsum LOCATIE BEDRIJF Ottershagenweg 3 7637 PT Oud Ootmarsum

AANMELDNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE Initiatieflocatie:

Ottershagenweg 3 7637 PT Oud Ootmarsum

Initiatiefnemer:

Maatschap Bruggink Dhr. P.J. Bruggink Ottershagenweg 3 7637 PT Oud Ootmarsum KvK: 08225069 Tel: 0541-293051 Mob: 06-22604313 Mail: pj_bruggink@hotmail.com

Datum:

Juni 2018

1

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................. 1 PROJECTGEGEVENS ........................................................................................................... 2 HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................................. 3 1.1 Ligging en bestemming van de locatie ....................................................................... 3 1.2 Het voornemen in het kort ....................................................................................... 6 1.3 MER-(beoordelings)plicht .........................................................................................

9 HOOFDSTUK 2 PROCEDURES .............................................................................................11 2.1 procedure & Vergunningen ......................................................................................11 2.2 Planning ................................................................................................................11 HOOFDSTUK 3 BELEID EN WET- EN REGELGEVING .............................................................13 HOOFDSTUK 4 KENMERKEN VAN DE LOCATIE ....................................................................21 4.1 Natuurbeschermingswetgebieden ............................................................................21 4.3 WAV-gebieden .......................................................................................................22 4.4 Overige natuurgebieden ..........................................................................................23 4.5 Flora en fauna ........................................................................................................24 4.6 Landschap .............................................................................................................24 4.7 Bodem...................................................................................................................26 4.8 Archeologie

............................................................................................................27 4.9 Water ....................................................................................................................28 4.10 Geur ......................................................................................................................29 4.11 Fijn stof .................................................................................................................29 4.12 Verkeer .................................................................................................................29 4.13 Externe veiligheid ...................................................................................................31 HOOFDSTUK 5 KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN ............................................................34 5.1 Vergunde situatie ...................................................................................................34 5.2 Bedrijfsontwikkelingsplan voornemen .......................................................................37 5.3 BBT en besluit emissiearme huisvesting....................................................................39 5.4 Wet natuurbescherming / Natura2000 ......................................................................46 5.5 Geur

......................................................................................................................47 5.6 Fijn stof .................................................................................................................49 5.7 Geluid....................................................................................................................51 5.8 Flora en Fauna .......................................................................................................52 5.9 Water & voeders ....................................................................................................53 5.10 Energie ..................................................................................................................55 5.11 Bodem...................................................................................................................55 5.12 Afvalstoffen ...........................................................................................................59 5.13 Volksgezondheid ....................................................................................................60 5.14 Calamiteiten ...........................................................................................................64 HOOFDSTUK 6 CONCLUSIES ..............................................................................................65

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

1

PROJECTGEGEVENS

Het bedrijf en het voornemen Het bedrijf van de familie Bruggink is gevestigd aan de Ottershagenweg 3 te Oud Ootmarsum en is gelegen in de gemeente Dinkelland. Onderhavige aanmeldnotitie m.e.r. heeft dan ook betrekking op deze locatie. Het betreft een bestaande varkenshouderij met een vergunning voor het houden van fokzeugen en gespeende biggen maar ook vleesvarkens. Daarnaast worden er zoogkoeien, bijbehorend jongvee, stieren en schapen gehouden. In onderhavige aanmeldnotie MER zijn de mogeljke milieueffecten van de vergroting van het bedrijf inzichtelijk gemaakt.

Kadastrale gegevens locatie: Kadastraal bekende gemeente Denekamp Sectie K, nummer 0815, 0816 en 0834 Te nemen besluit waarvoor mer-beoordelingsplicht van toepassing is: Over deze aanmeldnotitie m.e.r. (hierna: Amer) wordt door B&W van de gemeente Dinkelland een formeel besluit genomen, waarin wordt besloten of ten aanzien van het voornemen wel of geen (project)MER noodzakelijk is. Bij de beoordeling gaat het bevoegd gezag na of de activiteit, vanwege de bijzondere omstandigheden waaronder deze activiteit wordt ondernomen, belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Het bevoegd gezag houdt bij de besluitvorming rekening met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling aangegeven omstandigheden. Bevoegd gezag Omgevingsvergunning College van B&W van de gemeente Dinkelland Postbus 11 7590 AA Denekamp

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

2

HOOFDSTUK 1 INLEIDING

1.1

LIGGING EN BESTEMMING VAN DE LOCATIE Het bedrijf van de maatschap Bruggink is gelegen aan de Ottershagenweg 3 in Oud Ootmarsum. Het bedrijf is gelegen in een landelijke omgeving met een voornamelijk agrarisch karakter.

Figuur 1.1: Luchtfoto ligging inrichting

Bestemmingsplan Buitengebied 2010

Het vigerende bestemmingsplan betreft het “Bestemmingsplan Buitengebied 2010”, vastgesteld op 18 februari 2010. Op de locatie rust de enkelbestemming ‘Agrarisch-2’, het houden van intensieve veehouderij is toegestaan en er is een bouwvlak.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

3

Figuur 1.2: Uitsnede verbeelding Bestemmingsplan Buitengebied 2010 (www.ruimtelijkeplannen.nl)

De voorgenomen bedrijfsontwikkeling is een plan voor meer toekomstperspectief. Het voornemen voldoet niet aan het vigerende bestemmingsplan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken zal in een later stadium het bestemmingsplan gewijzigd worden. Deze aanmeldnotie mer dient mede het doel om de milieueffecten van deze mogelijke nieuwe situatie inzichtelijk te maken.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

4

Figuur 1.3: Weergave voornemen t.o.v. bestaande situatie. Vigerende bouwvlak (paarse lijn), voorgenomen bouwvlak (groene lijn).

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

5

1.2

HET VOORNEMEN IN HET KORT De ondernemer wil meer toekomstperspectief voor het bedrijf te creëren. Hierdoor is het mogelijk om de voorgenomen uitbreidingsplannen te realiseren. De voorgenomen uitbreidingsplannen betreffen het uitbreiden van het aantal te houden landbouwhuisdieren. Zo zal het aantal fokzeugen, biggen en vleesvarkens toenemen. Deze plannen zijn binnen afzienbare tijd uitvoerbaar. De gehele voorgenomen uitbreiding zal voldoen aan de best beschikbare techniek.

Doel en noodzaak

Het doel van de uitbreiding is het realiseren van een toekomstgericht agrarischbedrijf dat voldoet aan alle verplichtingen uit de Wet milieubeheer en de IPPC-richtlijn, met voldoende bedrijfseconomisch perspectief voor de toekomst. Door schaalvergroting kan het bedrijf economisch rendabel blijven, zodat geïnvesteerd kan worden in een duurzame en maatschappelijk verantwoorde productie. De belangrijkste eisen hierbij zijn welzijn, gezondheid, voedselveiligheid, minimalisering van emissies (ammoniak, geur en stof) en de afzet dierlijke mest. Uitvoering van het uitbreidingsplan resulteert in de gewenste schaalvergroting waarmee de continuïteit van het bedrijf op langere termijn blijft gewaarborgd.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

6

Tabel 1.1: Bedrijfsontwikkelingsplan vergund (de uitgebreide tabel is bijgevoegd in bijlage 1) (2015) Bedrijfstotaal 10514,40

nr stal

RAV code

diercategorie GL nr

1

D 1.1.12.3

Gespeende biggen

2

D 1.1.3

Gespeende biggen

BB 99.06.072

BWL 2006.07

3a

D 3.2.7.2.1

Vleesvarkens

4

B 1.100

schapen

0

BWL 2004.05

5

D 1.2.16

Kraamzeugen

BWL 2004.07.V1

6

D 2.100

Dekberen

0

omschrijving GL opfokhok met schuine putwand, emitterend mestoppervlak groter dan 0,07 m2 echter kleiner dan 0,10 m2, in grote groepen, vanaf 30 biggen, gehuisvest mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

127591

1116436

kg NH3 / dier

totaal NH3

Oue / dier

totaal Oue

700

0,18

126

5,4

3780

74

51800

# dieren

fijnstof / totaal fijnstof dier (gr/jaar)

2304

0,15

345,6

5,4

12441,6

56

129024

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

360

1,5

540

17,9

6444

153

55080

overige huisvestingssystemen

175

0,7

122,5

7,8

1365

0

0

waterkanaal in combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak

176

2,9

510,4

27,9

4910,4

160

28160

overige huisvestingssystemen

5

5,5

27,5

18,7

93,5

180

900

35

1,5

52,5

17,9

626,5

153

5355

539

2,3

1239,7

18,7

10079,3

175

94325

1920

1,5

2880

17,9

34368

153

293760

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal met metalen driekantroosters Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

6

D 3.2.7.2.1

Opfokzeugen

BWL 2004.05

6

D 1.3.9.1

Guste en Dragende zeugen

BB 00.06.085.V1

7b

D 3.2.7.2.1

Vleesvarkens

BWL 2004.05

8

A 6.100

vleesvee 8 - 24 mnd

0

overige huisvestingssystemen

12

5,3

63,6

35,6

427,2

170

2040

8

A 3.100

Jongvee

0

overige huisvestingssystemen

16

4,4

70,4

0

0

38

608

8

A 2.100

Zoogkoeien

0

overige huisvestingssystemen

22

4,1

90,2

0

0

86

1892

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

2964

1,5

4446

17,9

53055,6

153

453492

10

D 3.2.7.2.1

Vleesvarkens

BWL 2004.05

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

7

Tabel 1.2: Bedrijfsontwikkelingsplan voornemen (de uitgebreide tabel is bijgevoegd in bijlage 1) Bedrijfstotaal 8136,40 kg NH3 / totaal NH3 diercategorie # dieren dier

Kolom A, B of C

nr stal

RAV code

A

1

D 1.1.3

BWL 2006.07.V2

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

Gespeende biggen

700

0,15

A

2

D 1.1.3

BWL 2006.07

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

Gespeende biggen

2304

0,15

A

3a

D 3.2.7.2.1

BWL 2004.05

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Vleesvarkens

A

4

B 1.100

0

A

5a

D 1.2.16

BWL 2004.07.V1

A

5b

D 2.100

0

A

5b

D 3.2.7.2.1

A

5d

A

GL nr

omschrijving GL

134170

829404 totaal fijnstof fijnstof / dier (gr/jaar)

Oue / dier

totaal Oue

105

5,4

3780

56

39200

345,6

5,4

12441,6

56

129024

55080

360

1,5

540

17,9

6444

153

overige huisvestingssystemen waterkanaal in combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak overige huisvestingssystemen

schapen

175

0,7

122,5

7,8

1365

0

0

Kraamzeugen

80

2,9

232

27,9

2232

160

12800

Dekberen

5

5,5

27,5

18,7

93,5

180

900

BWL 2004.05

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Opfokzeugen

35

1,5

52,5

17,9

626,5

153

5355

D 1.3.9.2

BWL 2006.09.V1

groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal roosters anders dan metalen driekant

Guste en Dragende zeugen

321

2,5

802,5

18,7

6002,7

175

56175

7b

D 3.2.7.2.1

BWL 2004.05

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Vleesvarkens

1920

1,5

2880

17,9

34368

153

293760

A

8

A 6.100

0

overige huisvestingssystemen

12

5,3

63,6

35,6

427,2

170

2040

A A

8 8

A 3.100 A 2.100

0 0

20 30

4,4 4,1

88 123

0 0

0 0

38 86

760 2580

B

10B

D 3.2.15.4

BWL 2009.12.V2

overige huisvestingssystemen overige huisvestingssystemen gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

Vleesvarkens

504

0,45

226,8

12,7

6400,8

31

15624

B

10B

D 1.1.15.4

BWL 2009.12.V2

Gespeende biggen

4608

0,1

460,8

4,3

19814,4

15

69120

A

5c

D 1.2.12

BWL 2010.15.V1

A

5b

D 1.3.9.1

BB 00.06.085.V1

B

10A

D 3.2.15.4

BWL 2009.12.V2

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser koeldeksysteem (150% koeloppervlak) groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal met metalen driekantroosters gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (85% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

vleesvee 8 - 24 mnd Jongvee Zoogkoeien

Kraamzeugen Guste en Dragende zeugen Vleesvarkens

96

2,4

230,4

27,9

2678,4

160

15360

310

2,3

713

18,7

5797

175

54250

2496

0,45

1123,2

12,7

31699,2

31

77376

* De geurnormen van de toegepaste biologische combiwasser zijn aangehouden conform de internetconsultatie. Regeling tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij en de Regeling geurhinder en veehouderij (periodieke actualisatie emissiefactoren voor ammoniak en geur) - Het betreffen dan ook concept normen, deze zijn als zijnde worst-case scenario aangehouden.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

8

1.3

MER-(BEOORDELINGS)PLICHT Op basis van het Besluit milieueffectrapportage zijn in onderdeel D van de bijlage van dit besluit activiteiten aangewezen waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Uit jurisprudentie is gebleken dat dit aan de orde is zodra sprake is van nieuw te bouwen stallen. Voor het voornemen is een besluit op een aanvraag om een omgevingsvergunning noodzakelijk. Ten opzichte van de vigerende omgevingsvergunning is er in het kader van het besluit m.e.r. (rekening houdend met de jurisprudentie inzake oprichten/wijzigen en uitbreiding van een installatie) sprake van het oprichten/uitbreiden/wijziging van een installatie voor 3000 vleesvarkens (stal 10), 92 fokzeugen (stal 5) en 4608 gespeende biggen (stal 10). Zie navolgende tabel 1.3. (Van bovengenoemde 3000 vleesvarkens in stal 10 zijn echter wel reeds 2964 plaatsen vergund maar nog niet feitelijk aanwezig, de feitelijke situatie is voor de mer drempel leidend vandaar dat deze volledig zijn benoemd.) *Noot: als de vergunning van 2006 mee in overweging genomen zou worden heeft dit geen relevante effecten. Het relevante mer aantal vleesvarkens blijft ongewijzigd, de biggen nemen toe maar daar is geen norm voor de C drempel voor. Het aantal zeugen wat relevant is betreft dan 458, hetgeen zelfs onder de D- drempel zit.

Het voornemen overschrijdt niet de zgn. C-drempel van 3.000 vleesvarkens en/of 900 fokzeugen in het Besluit milieueffectrapportage (onderdeel C categorie 14). Dit betekent dat geen sprake is van een rechtstreekse MERplicht. Wel overschrijdt het voornemen de zgn. D-drempel van 3.750 gespeende biggen en 2000 vleesvarkens in het Besluit milieueffectrapportage (onderdeel D categorie 14). Dit betekent dat een m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Onderhavige Aanmeldnotitie m.e.r. is voor deze m.e.r.-beoordeling opgesteld. Op basis van Bijlage III van de europese m.e.r.-richtlijn dient de milieueffectenbeoordeling van projecten in te gaan op drie hoofdcriteria: 1. kenmerken van het project, 2. plaats van het project en 3. kenmerken van het potentiële effect van het project. Hieronder vallen subcriteria als cumulatie van projecten en/of activiteiten. Het gaat bij een m.e.r.-beoordeling vooral om de milieuthema's die de grootste impact hebben op de omgeving én om na te gaan of er (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Deze criteria en de belangrijkste milieuthema’s zijn integraal in dit rapport verwerkt.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

9

Tabel 1.3: Tabel uitwerking voornemen i.r.t drempelwaarden Besluit m.e.r.

Diersoort Gespeende biggen Gespeende biggen Vleesvarkens Schapen Kraamzeugen Dekberen Opfokzeugen Guste en Dragende zeugen Vleesvarkens Vleesvee 8-24 mnd Jongvee Zoogkoeien Vleesvarkens Gespeende biggen Kraamzeugen

Verschil Stal Voornemen Feitelijk MER vleesvarkens 1 700 700 2 2304 2304 3a 360 360 4 175 175 5a 80 80 5b 5 5 5b 35 35 5b/5d 631 539 7b 1920 1920 8 12 12 8 20 16 8 30 22 10 3000 0 3000 10 4608 0 5 96 96

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

Verschil Fokzeugen

Verschil Biggen

92

4608

10

HOOFDSTUK 2 PROCEDURES

2.1

PROCEDURE & VERGUNNINGEN Planologische procedure: o Er zal een planologische procedure worden doorlopen om het bouwvlak vergroten. Deze procedure zal middels het KGO beleid worden uitgevoerd, er is reeds een KGO overeenkomst opgesteld. Omgevingsvergunning: o Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting en bouwen van een bouwwerk (art. 2.1 lid 1 onderdeel e en a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). De planologische wijziging maakt het mogelijk om het plan uit te voeren. Dit plan zal middels een coördinatieprocedure worden aangevraagd. De omgevingsvergunning met de activiteiten bouwen en milieu, de VVGB voor de wet natuurbescherming en de bestemmingsplan procedure zullen in een aanvraag en besluit worden samengevoegd.

2.2

Tabel 2.1: Globale indicatie planning

PLANNING Rekening houdende met de termijnen zoals die in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn vastgelegd wordt in onderstaande tabel een globale indicatie gegeven van het te doorlopen tijdspad.

Onderdeel:

Door:

Termijn/datum:

Indienen Aanmeldnotitie MER en verzoek coördinatieregeling

Initiatiefnemer

Juni 2018

MER-beoordeling en vaststellen / kennisgeving besluit op de Aanmeldnotitie MER

Bevoegd gezag

Juli/Augustus 2018

Besluit Coördinatieprocedure

Bevoegd gezag

Augustus 2018

Initiatiefnemer/Bevoegd gezag

Februari 2017

Initiatiefnemer

September 2018

Indien besluit dat geen MER nodig is: Planologische procedure Sluiten KGO overeenkomst

Indienen onderbouwing bestemmingsplan en noodzakelijke onderzoeken. Aanvraag omgevingsvergunning (Bouw, Milieu en VVGB)

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

11

Publicatie ontwerp-besluit en ter inzage leggen gedurende 6 weken Mogelijkheid tot indienen zienswijzen Publicatie besluit en ter inzage leggen gedurende 6 weken Mogelijkheid tot indienen beroep Bouwfase Gebruiksfase

Bevoegd gezag

November 2018

Eenieder Bevoegd gezag

Januari 2019

Belanghebbenden Initiatiefnemer

Voorjaar/medio 2019

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

12

HOOFDSTUK 3 BELEID EN WET- EN REGELGEVING

In dit hoofdstuk staat het europese-, rijks-, provinciaal-, en gemeentelijk beleid beschreven, voor zover van toepassing op dit bedrijf en het voornemen. Daar waar mogelijk wordt meteen aangegeven wat het beleid of de regelgeving betekent ten aanzien van het voornemen.

Europees beleid

Ten aanzien van het project:

M.e.r.-richtlijn

De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door deze richtlijn van 27 juni 1985 (85/337/EEG).

Vogel- en habitatrichtlijn

De Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (79/409/EEG en 92/43/EEG) hebben tot doel om de wilde vogels, habitats en flora en fauna in de EU in stand te houden. Elke lidstaat heeft speciale beschermingszones vastgesteld. Deze gebieden vormen samen één Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000.

NEC-richtlijn

De NEC-richtlijn (2001/81/EG) stelt nationale emissieplafonds voor verontreinigende stoffen naar de lucht, waaronder NH3.

Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) geeft invulling aan een integratie van de bescherming en het duurzame beheer van water in andere beleidsterreinen, waaronder landbouwbeleid.

Richtlijn luchtkwaliteit

Deze richtlijn bepaalt dat de luchtkwaliteit in de EU aan bepaalde kwaliteitsnormen moet voldoen. De grenswaarden voor maximale concentraties zijn vastgelegd in dochterrichtlijnen. Op 11 december 2007 heeft het Europese Parlement ingestemd met de Richtlijn Luchtkwaliteit 2008/50/EG. Deze richtlijn biedt lidstaten mogelijkheden tot uitstel om later te voldoen aan de maximale concentraties. Voor PM10 was uitstel mogelijk tot 2011 en voor NO2 tot 2015.

Verdrag van Malta

Het Europese Verdrag van Valletta uit 1992, ook wel het Verdrag van Malta genoemd, regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling.

De EU-richtlijnen zijn geïmplementeerd in de nationale wetgeving. Het voornemen hoeft daardoor niet rechtstreeks aan onderstaande Europese richtlijnen te worden getoetst.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

13

Nationaal beleid Wet milieubeheer (Wm)

De Wet milieubeheer, in werking sinds 1 januari 1993, is een raamwet. Hierin staan algemene regels. Concrete maatregelen ter bescherming van het milieu zijn te vinden in de voorschriften van een Wm-vergunning of uitvoeringsbesluiten.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

De Wabo is per 1 oktober 2010 in werking getreden en bevat regels voor de omgevingsvergunning en de bestuursrechtelijke handhaving van een groot aantal wetten en regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving. In deze wet zijn toestemmingen samengevoegd die nodig zijn als een bedrijf op een bepaalde plek bijvoorbeeld wil gaan bouwen of oprichten. De uitvoeringsregelgeving wordt gevormd door het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Bor en Mor). De Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet zijn niet geïntegreerd in de Wabo, maar kunnen wel ‘aanhaken’. In geval van aanhaken moet door het bevoegde gezag een ‘verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) worden afgegeven.

Ten aanzien van het voornemen:

Voor het voornemen is een omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting en bouwen van een bouwwerk vereist. Activiteitenbesluit

Het Activiteitenbesluit bevat algemene milieuregels voor bedrijven. Bedrijven die vallen onder het regime van het Activiteitenbesluit hebben vaak geen vergunning voor het oprichten of veranderen van een milieu-inrichting nodig. Inrichtingen kunnen volledig onder de werking van het Activiteitenbesluit vallen of het besluit kan gedeeltelijk van toepassing zijn in combinatie met een Omgevingsvergunning milieu. Het besluit maakt onderscheid in type A, B en C inrichtingen. Met ingang van 1 januari 2013 worden IPPC-bedrijven als type C inrichting aangemerkt. Inrichtingen type C hebben voor verandering van milieurelevante activiteiten waarvoor de voorschriften uit het Activiteitenbesluit niet gelden een omgevingsvergunning milieu nodig. De voorschriften uit het Activiteitenbesluit die wel van toepassing zijn, zijn direct werkend naast de vergunning.

Ten aanzien van het voornemen:

In het voornemen dient de inrichting aangemerkt te worden als een type-C inrichting en dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

14

Besluit milieueffectrapportage

Het Besluit m.e.r. 1994 bestaat uit een aantal artikelen en een bijlage die verschillende onderdelen bevat. In onderdeel C zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten beschreven. In onderdeel D staan de m.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten beschreven.

Ten aanzien van het voornemen:

Het voornemen betreft een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Vandaar onderhavige aanmeldnotitie mer. Wet natuurbescherming

De Wet Natuurbescherming (Wnb) is per 1 januari 2017 in werking getreden en heeft de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet vervangen. Deze wet beschermt aangewezen natuurgebieden (Natura 2000gebieden). In deze wet is ook de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Voor handelingen die mogelijk schadelijk kunnen zijn voor beschermde soorten, moet een ontheffing worden aangevraagd

Ten aanzien van het voornemen: Het voornemen leidt ammoniakemissie en Natura2000-gebieden. Regeling aanwijzing BBT-documenten

tot een afname in stikstofdepositie op

In deze regeling zijn documenten aangewezen voor de bepaling van de Best Beschikbare Technieken (BBT).

Ten aanzien van het project:

De BBT-documenten die van toepassing zijn:  Circulaire energie in de milieuvergunning  Nederlandse richtlijn bodembescherming (NRB)  Productblad Gevaarlijke Stoffen; PGS15  Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij Wet geluidshinder (Wgh) Circulaire geluidhinder

De Wet geluidhinder regelt voorkoming en bestrijding van geluidshinder. De indirecte hinder wordt beoordeeld conform de circulaire.

Ten aanzien van het project:

Er is een akoestisch onderzoek opgesteld, dit onderzoek is toegevoegd aan de bijlage (9). Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwhuisdieren

Op 1 juli 2015 is het Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwhuisdieren (= Besluit emissiearme huisvesting) van 25 juni 2015 gepubliceerd. Dit besluit is op 1 augustus 2015 in werking getreden.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

15

Tegelijk met het inwerkingtreden van het nieuwe Besluit huisvesting is een wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij (regeling van 24 juni 2015) in werking getreden. De Rav is laatstelijk gewijzigd op 30 maart 2016.

Ten aanzien van het project:

Het voornemen voldoet aan de maximale emissiewaarden uit het Besluit emissiearme huisvesting. Wet geurhinder en veehouderij (Wgv)

De Wgv vormt het toetsingskader voor geurhinder vanuit veehouderijen. De Regeling geurhinder en veehouderij bevat voor bepaalde diercategorieën geuremissiefactoren. De gemeente heeft een geurverordening vastgesteld, zie onderdeel gemeentelijk beleid.

Ten aanzien van het project:

Het voornemen voldoet aan de Wgv alsmede aan de gemeentelijke geurnormen. Ook voldoet het bedrijf aan de minimum vaste afstanden. Wet luchtkwaliteit

In de Wet luchtkwaliteit zijn regels en grenswaarden opgenomen voor o.a. stikstofdioxide en fijn stof. In maart wordt jaarlijks een nieuwe lijst met emissiefactoren voor fijn stof uitgebracht door het Ministerie van I&M. Van bepaalde projecten is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing uitgevoerd worden.

Ten aanzien van het project:

Stikstofdioxide is aan te merken als NIBM. Fijnstof emissie neemt af en het voornemen voldoet aan de geldende fijnstof normen. Waterwet

Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening.

Ten aanzien van het project:

Er is geen sprake van lozing op het oppervlaktewater. Een watervergunning is niet vereist.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

16

Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB 2012)

De NRB is gericht op het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico bij bodembedreigende activiteiten. In het Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriële regeling staan de verplichte maatregelen en voorzieningen om de bodemrisico's bij bodembedreigende activiteiten verwaarloosbaar te maken, voor de duur van de bedrijfsmatige activiteiten. Daarnaast omvat het Activiteitenbesluit regels voor het inspecteren van vloeistofdichte vloeren en verhardingen, het uitvoeren van bodemonderzoek en de te treffen beheermaatregelen. Per activiteit is aan de hand van de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB 2012) het vereiste voorzieningenniveau bepaald.

Ten aanzien van het project:

Binnen de inrichting vinden bodembedreigende activiteiten plaats. Door voorzieningen en maatregelen ontstaat een verwaarloosbaar bodemrisico. Meststoffenwet

Bij het aanwenden van mest moet rekening gehouden worden met stikstof- en fosfaat gebruiksnormen. Veehouders mogen vanaf 2013 niet meer mest produceren dan ze op eigen grond en via vaste contracten kwijt kunnen, anders zijn ze verplicht om het mestoverschot te laten verwerken.

Ten aanzien van het project:

Alle geproduceerde mest wordt conform de Meststoffenwet afgevoerd en/of uitgereden op landbouwgrond. Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (Bevi)

Het Bevi regelt o.a. veiligheidsafstanden tussen woningen en risicovolle bedrijven.

Ten aanzien van het project:

Er is geen sprake is van een risicovolle inrichting. Het projectgebied ligt niet in een risico-contour. Het voornemen vindt niet plaats binnen de veiligsheidszone van een buisleiding. Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel

De provincie Overijssel heeft het streekplan, verkeer- en vervoerplan, waterhuishoudingsplan en milieubeleidsplan samengevoegd tot één Omgevingsvisie. Dit is het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De Omgevingsvisie is gekoppeld aan de Omgevings-verordening. De Omgevingsverordening stelt provinciale regels voor bestemmingsplannen.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

17

Provinciale Staten hebben op 3 juli 2013 de actualisatie van de Omgevingsvisie vastgesteld. Daarmee staat onder meer de herbegrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) vast. Verzamelherziening Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2014

Elk jaar wordt er een veegactie gehouden van voorstellen tot kleine aanpassingen van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening die gebundeld worden aangeboden aan Provinciale Staten. GS hebben inmiddels het ontwerp van de Verzamelherziening 2014 vastgesteld (ter inzage tot en met 9 juli 2014) met diverse aanpassingen die technisch van aard zijn en beleidsarm. De wijzigingen hebben oa. betrekking op bodemsanering, bodemenergiesystemen en de kaart van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Ten aanzien van het project:

De locatie ligt in een voormalig verwevingsgebied. De locatie ligt niet binnen de EHS of binnen de 250 meter zone van een Wav-gebied. De locatie ligt niet in of direct nabij een grondwaterbeschermingsgebied of stiltegebied.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

18

Gemeentelijk beleid

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) gemeente Dinkelland

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving KGO Het beleidskader dient als toetsingskader voor de gemeente om aangevraagde ontwikkelingen in het landelijke gebied te kunnen beoordelen op basis van de kwaliteitsimpuls. Tegelijkertijd biedt het beleidskader aanvragers handvatten om hun aanvraag vorm te geven in combinatie met de kwaliteitsimpuls. Het kader streeft na om dit nieuwe instrument zoveel mogelijk te objectiveren en eenduidig toe te passen. Met dit beleidskader is geprobeerd de procesmatige en inhoudelijke toepassing van de kwaliteitsimpuls helder neer te zetten. Het geeft meer duidelijkheid voor gemeente, provincie en initiatiefnemer en leidt tot snellere procedures met meer kwaliteit als resultaat.

Ten aanzien van het project:

De voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan past binnen het KGO beleid. Voor onderhavig plan is reeds een overeenkomst gesloten. Buitengebied 2010

Het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2010’, vastgesteld op 18 februari 2010 en is onherroepelijk.

Ten aanzien van het project:

Op de locatie rust de enkelbestemming ‘Agrarisch - 2’. functieaanduiding specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf. Om voorgenomen situatie mogelijk te maken dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

19

Verordening geurhinder van de Gemeente Dinkelland

Op 13-5-2016 is de ‘Verordening geurhinder’ in werking getreden. Deze verordening is op 19-4-2016 vastgesteld door raad van de Gemeente Dinkelland Ten aanzien van het project: De locatie ligt in het buitengebied als in art. 4 van de geurverordening. In de omgeving liggen tevens gebieden welke zijn bedoeld als in art. 5 & 3. Het voornemen is getoetst aan de Wgv en de geurverordening, het voornemen voldoet in zijn geheel aan de gestelde criteria van deze verordening.

Uitsnede kaart Geurverordening Dinkelland

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

20

HOOFDSTUK 4 KENMERKEN VAN DE LOCATIE 4.1

NATUURBESCHERMINGSWETGEBIEDEN De Natuurbeschermingswetgebieden bestaan uit Natura 2000-gebieden (Vogelen Habitatrichtlijngebieden) en Beschermde Natuurmonumenten.

Natura 2000-gebieden

Afstand tot Natura 2000-gebieden:

-

Springendal & Dal van de Mosbeek, ca. 650 m1.

-

Bergvennen & Brecklenkampse Veld, ca. 5.290 m1.

-

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek, ca. 3.100m1.

Figuur 4.1: Ligging Natura 2000-gebieden

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

21

In de voornoemde Natura 2000-gebieden wordt de kritische depositiewaarde overschreden. Dit betekent dat iedere toename in ammoniakdepositie significant nadelige effecten kan veroorzaken op de instandhoudingsdoelstellingen voor de verschillende gebieden.

Beschermde Natuurmonumenten

De meeste Beschermde Natuurmonumenten zijn komen te vervallen als gevolg van de aanwijzing als Natura-2000 gebied. In de omgeving liggen geen Beschermde Natuurmonumenten.

Natuurbeschermingswetvergunning/Wet Natuurbescherming

Het bedrijf heeft een vigerende Natuurbeschermingswetvergunning. Deze vergunning dateert van 23-01-2012 en behelst een vigerende ammoniakemissie van 8.740,62 kg. De voorgenomen eindsituatie bij onderhavige eindplan heeft een ammoniak emissie van 8.136,40 kg. Tevens is er sprake van een gelijkblijvende of dalende situatie qua depositie. Het voornemen in relatie tot de Wet Natuurbescherming staat verder uitgewerkt in paragraaf 5.4.

4.3

WAV-GEBIEDEN De locatie is niet gelegen in een zeer kwetsbaar natuurgebied (Wav-gebied) of een zone van 250 meter daaromheen. Het dichtstbijgelegen Wav-gebied is het Springendal & Dal van de Mosbeek en ligt op ca. 585 m1 afstand. Er gelden voor deze locatie geen beperkingen vanuit de Wet ammoniak en veehouderij.

Figuur 4.2: Ligging Wav-gebieden / zeer kwetsbare gebieden

(bron: Digitale atlas van Overijssel)

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

22

4.4

OVERIGE NATUURGEBIEDEN De locatie is niet gelegen in de Ecologische Hoofdstructuur of een voor verzuring gevoelig gebied. De EHS ligt op ca. 160m1 afstand.

Figuur 4.3: Ligging Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

(bron: Digitale atlas van Overijssel)

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

23

4.5 Flora en faunawet (soortenbescherming)

FLORA EN FAUNA De bescherming van soorten is sinds 1 janauri 2017 geregeld in de Wet Natuurbescherming (hierna: Wnb). Hierin zijn bepalingen opgenomen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze wet is een aantal planten- en diersoorten aangewezen die licht, middelzwaar of zwaar beschermd zijn. Voor licht beschermde soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke projecten. Voor middelzwaar beschermde soorten geldt alleen een vrijstelling wanneer de beoogde werkzaamheden worden uitgevoerd volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor zwaar beschermde soorten dient bij ruimtelijke ingrepen ontheffing te worden aangevraagd. Behalve de Wnb is ook de Rode Lijst van belang, waarop zeldzame en bedreigde soorten zijn opgenomen. Veel zeldzame en bedreigde plantensoorten, die wel op de Rode Lijst staan, maar ook libellen, vlinders en vissen, vallen niet onder de Wnb. De Rode lijst heeft geen juridische status en bescherming kan niet wettelijk worden afgedwongen; wel geldt in zijn algemeenheid vanuit de de zorgplicht. Zie verder paragraaf 5.8 (kenmerken van het voornemen).

4.6

LANDSCHAP De locatie ligt is gelegen in Noordoost-Twente. Het bedrijf is gelegen in een Jonge heide- en broekontginnningslandschap.

Figuur 4.4: Landschapstypen Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

24

Jonge heideontginningen

De jonge heideontginningen liggen op de hogere delen van de voormalige heidevelden en hebben een open, grootschaliger en rationeel karakter met verspreid langs de wegen gelegen boerderijen. Oorspronkelijk lag de bebouwing alleen langs de randen van de heidevelden langs de hoofdswegen. Het heide ontginningsgebied was vaak functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door kleinere landbouwbedrijven, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt. De primaire functie van de gronden is landbouw, ook in de toekomst. Soms zijn er nog enkele heiderestanten te vinden met een ven en omzoomd door bos. Het gebied behoud zijn agrarisch karakter maar biedt ook ruimte aan fiets- en wandelroutes, dagrecreatie en natuurbeleving in de randen. Gestreefd wordt naar het versterken en ontwikkelen van robuuste en heldere landschappelijke structuren die het rationele en grootschalige karakter van dit landschapstype ondersteunen en versterken.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

25

4.7

BODEM De locatie ligt grotendeels op Beekeerdgrond en deels veldpodzolgrond.

Figuur 4.5: Bodemclassificatie

Venige beekdalgrond

Veldpodzolgrond

Beekeerdgrond

Beekeerdgronden zijn zandeerdgronden die meestal voorkomen in beekdalen. De beekeerdgronden behoren binnen de Nederlandse bodemclassificatie tot de hydro-zandeerdgronden. De bodem bestaat uit een voedselrijke humuslaag die overgaat in een voedselarme laag van dekzand. Beekeerdgrond komt voor in gebieden met een fluctuerende grondwaterstand. Veldpodzolgronden behoren binnen de Nederlandse bodemclassificatie tot de hydropodzolgronden. Deze zijn ontstaan op de oorspronkelijke woeste gronden (de velden), waar plaggen werden gestoken ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering. Bij veldpodzolgronden ontbreken de ijzerhuidjes op de zandkorrels. Dit duidt erop dat de gronden zijn ontstaan onder natte omstandigheden. De humushoudende bovengrond is dunner dan 30 centimeter. Plaatselijk komt keileem in de ondergrond voor. De op deze locatie aanwezige grondsoorten hebben geen belemmeringen tot gevolg voor de voorgenomen ontwikkelingen.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

26

4.8

ARCHEOLOGIE Volgens de archeologische verwachtingskaart rust er voor het overgrote deel een lage verwachting.

Figuur 4.6: Uitsnede archeologische verwachtingskaart

Nagenoeg het gehele deel van de voorgenomen uitbreiding van het bouwvlak is gelegen in een gebied met een lage verwachtingswaarde. Er ligt een gering deel van het voorgenomen bouwvlak net op de grens van het gebied met de aanduiding hoge verwachtingswaarde. In het vigerende bestemmingsplan heeft onderhavige locatie geen specifice archeologische aanduiding. Het onderdeel archologie zal ten tijde van een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nader worden afgewogen. Een eventuele noodzaak tot nader onderzoek danwel eventuele noodzakelijke voorschriften kunnen vervolgens door het bevoegd gezag worden beoordeeld.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

27

4.9

WATER Locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied (de dichtstbijzijnde ligt op ca. 5,9 km afstand).

Figuur 4.7: Ligging t.o.v. grondwaterbeschermingsgebied

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

28

4.10

GEUR

Geurgevoelige objecten

De locatie ligt in het buitengebied en de afstand van het eerste emissiepunt ligt op ca. 456 meter buiten de bebouwde kom. Dit betreft de rand van het industrieterrein de Mors. In de nabijheid van de locatie zijn de volgende geurgevoelige objecten aanwezig (afstand buitenkant woning tot dichtbijgelegen emissiepunt; overige geurgevoelige objecten liggen op grotere afstand): Ottershagenweg 1 : Ottershagenweg 4 : Ottershagenweg 6 :

Huidige geur emissie

4.11

burgerwoning , buiten bebouwde kom (ca. 586m ) recreatiewoning , buiten bebouwde kom (ca. 393 m) woning behorende bij een veehouderij (ca. 119m)

Vigerende situatie: De vergunde geuremissie uit 2015 bedraagt 127.591,1 OUE/sec. In de vergunde situatie wordt voldaan aan de Wgv. Er is momenteel dan ook geen sprake van een overbelaste situatie. Op basis van de vergunning van 28-3-2006 bedraagt de geuremissie 65.079,7 OUE/sec.

FIJN STOF De vergunde fijn stof emissie (PM10) ligt op 1.116.436 gram/jaar (0,035401953 gram/sec). Op basis van de vergunning van 2015. Op basis van de vergunning van 28-3-2006 ligt de fijn stof emissie (PM10) op 565.834gram/jaar (0,017942478gram/sec). De calculatie van de fijnstofemissie is weergegeven in bijlage 11.

4.12

VERKEER De Ottershagenweg betreft geen Provinciale of Rijksweg maar een lokale weg welke beheerd wordt door de gemeente Dinkelland. De Ottershagenweg is te typeren als een verbindingsweg tussen Oud-Ootmarsum en Lattrop. Het bedrijf heeft enkel ontsluitingsmogelijkheden aan de Ottershagenweg Binnen de inrichting is voldoende manoeuvreerruimte, waardoor vrachtwagens niet op de openbare weg hoeven te keren of achteruit te rijden. Op het erf is ook voldoende parkeergelegenheid aanwezig.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

29

Figuur 4.9: Ligging bedrijf en aangrenzende wegen. (bron: Atlas van Overijssel)

Zowel in de vigerende als in de voorgenomen situatie vinden er transportbewegingen plaats met vrachtauto’s, personenauto’s en landbouwvoertuigen. De aanvoer van mengvoeders en granen geschied grotendeels per vrachtwagen, dit evenals de afvoer van landbouwhuisdieren en meststoffen. Naast bovengenoemde vinden er ook transportbewegingen plaats middels landbouwvoertuigen zoals tractoren. Deze vinden voornamelijk plaats gedurende de seizoensgebonden activiteiten. Zo worden er per tractor ruwvoeders maar ook mais aangevoerd. Daarnaast zal het deel van de meststoffen welke op de eigen in de omgeving gelegen gronden worden aangebracht ook per tractor afgevoerd. De personenauto’s betreffen met name bezoekers en personeel.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

30

4.13

EXTERNE VEILIGHEID Sinds 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Hierin zijn regels gesteld teneinde de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Bedrijven die onder het besluit vallen zijn onder meer grote chemische bedrijven, lpg-tankstations en bedrijven die 10.000 kilo of meer chemicaliën opslaan. Het besluit verplicht gemeenten en provincies voortaan met veiligheidsnormen rekening te houden. Op basis van de Risicokaart van de provincie Overijssel blijkt dat in de directe omgeving van de locatie geen risicovolle bedrijven zijn gevestigd die vallen onder het Bevi. De basis voor de risicobenadering bij het vervoer van gevaarlijke stoffen (over weg, water en spoor) ligt in "Omgaan met risico's". De algemene uitgangspunten zijn uitgewerkt in de "Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen" (RNVGS). Sinds augustus 2004 is er sprake van een "Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen". Met deze circulaire wordt het beleid als vervat in de RNVGS verder geoperationaliseerd en verduidelijkt.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

31

Figuur 4.10: Ligging bedrijf op de risicokaart. (bron: Risicokaart)

In de directe omgeving van het bedrijf zijn geen gevaarlijke inrichtingen gelegen. Op ca. 2.470 en 2.840 meter zijn een tweetal bedrijven gelegen, namelijk een gasproductievoorziening en een gasbehandelingsinstallatie. Gelet op de grote afstand heeft dit geen gevolgen.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

32

Figuur 4.11: Ligging bedrijf op de risicokaart ten opzichte transportleiding. (bron: Risicokaart)

Op forse afstand van de locatie is sprake van routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen middels een buisleidingen. De afstand bedraagt ca. 1778 meter. Deze buisleiding betreft een gastransport leiding. Gelet op de afstand heeft deze leiding geen gevolgen. Het voornemen ligt dan ook niet binnen de veiligheidszone van een buisleiding.

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

33

HOOFDSTUK 5 KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN

5.1

VERGUNDE SITUATIE Voor deze inrichting is in 2015 door burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland een milieu neutrale wijziging verleend. Het uitgangspunt van deze reguliere procedure was de verleende vergunning van 10-2-2009. Onderstaand deze vergunde situaties. Echter bij beide vergunningen (van 2015 en 2009) is voor stal 10 nog nooit een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen verleend. Dit omdat het bouwvlak voor deze aanvraag nog niet toereikend was. Op basis van bovenstaande maakt dat de onderliggende vergunning van 28-3-2006 meegenomen dient te worden in de verdere onderbouwing van deze aanmeldnotitie MER.

Tabel 5.1: Vergunde situatie (tevens bijgevoegd als bijlage 1)

Vergunning 2015 Bedrijfstotaal 10514,40

nr stal

RAV code

1

D 1.1.12.3

Gespeende biggen

BB 99.06.072

2

D 1.1.3

Gespeende biggen

BWL 2006.07

3a

D 3.2.7.2.1

Vleesvarkens

BWL 2004.05

4

B 1.100

schapen

0

diercategorie GL nr

5

D 1.2.16

Kraamzeugen

BWL 2004.07.V1

6

D 2.100

Dekberen

0

127591

1116436

kg NH3 / dier

totaal NH3

Oue / dier

totaal Oue

700

0,18

126

5,4

3780

74

51800

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

2304

0,15

345,6

5,4

12441,6

56

129024

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

360

1,5

540

17,9

6444

153

55080

overige huisvestingssystemen

175

0,7

122,5

7,8

1365

0

0

waterkanaal in combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak

176

2,9

510,4

27,9

4910,4

160

28160

overige huisvestingssystemen

5

5,5

27,5

18,7

93,5

180

900

35

1,5

52,5

17,9

626,5

153

5355

539

2,3

1239,7

18,7

10079,3

175

94325

1920

1,5

2880

17,9

34368

153

293760

omschrijving GL opfokhok met schuine putwand, emitterend mestoppervlak groter dan 0,07 m2 echter kleiner dan 0,10 m2, in grote groepen, vanaf 30 biggen, gehuisvest

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal met metalen driekantroosters Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

# dieren

fijnstof / totaal fijnstof dier (gr/jaar)

6

D 3.2.7.2.1

Opfokzeugen

BWL 2004.05

6

D 1.3.9.1

Guste en Dragende zeugen

BB 00.06.085.V1

7b

D 3.2.7.2.1

Vleesvarkens

BWL 2004.05

8

A 6.100

vleesvee 8 - 24 mnd

0

overige huisvestingssystemen

12

5,3

63,6

35,6

427,2

170

2040

8

A 3.100

Jongvee

0

overige huisvestingssystemen

16

4,4

70,4

0

0

38

608

8

A 2.100

Zoogkoeien

0

overige huisvestingssystemen

22

4,1

90,2

0

0

86

1892

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

2964

1,5

4446

17,9

53055,6

153

453492

10

D 3.2.7.2.1

Vleesvarkens

BWL 2004.05

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

34

Vergunning 2009 (10-2-2009) nr stal

RAV code

1

D 1.1.12.3

2

D 1.1.12.3

3a

D 3.2.7.2.1

4

B 1.100

schapen

5

D 1.2.16

Kraamzeugen

6

D 2.100

Dekberen

6

D 3.2.7.2.1

Opfokzeugen

6

D 1.3.9.1

Guste en Dragende zeugen

7b

D 3.2.7.2.1

Vleesvarkens

8

A 6.100

8

A 3.100

8

A 2.100

10

D 3.2.7.2.1

# dieren diercategorie omschrijving GL opfokhok met schuine putwand, emitterend mestoppervlak groter dan 0,07 m2 echter kleiner Gespeende 700 dan 0,10 m2, in grote groepen, vanaf 30 biggen, biggen gehuisvest opfokhok met schuine putwand, emitterend mestoppervlak groter dan 0,07 m2 echter kleiner Gespeende 2304 dan 0,10 m2, in grote groepen, vanaf 30 biggen, biggen gehuisvest Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal 360 Vleesvarkens met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

1157908

127591

Bedrijfstotaal 10583,52 kg NH3 / dier

totaal NH3

Oue / dier

totaal Oue

fijnstof / dier

totaal fijnstof (gr/jaar)

0,18

126

5,4

3780

74

51800

0,18

414,72

5,4

12441,6

74

170496

1,5

540

17,9

6444

153

55080

overige huisvestingssystemen

175

0,7

122,5

7,8

1365

0

0

waterkanaal in combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak

176

2,9

510,4

27,9

4910,4

160

28160

overige huisvestingssystemen

5

5,5

27,5

18,7

93,5

180

900

35

1,5

52,5

17,9

626,5

153

5355

539

2,3

1239,7

18,7

10079,3

175

94325

1920

1,5

2880

17,9

34368

153

293760

vleesvee 8 - 24 overige huisvestingssystemen mnd

12

5,3

63,6

35,6

427,2

170

2040

Jongvee

overige huisvestingssystemen

16

4,4

70,4

0

0

38

608

Zoogkoeien

overige huisvestingssystemen

22

4,1

90,2

0

0

86

1892

Vleesvarkens

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

2964

1,5

4446

17,9

53055,6

153

453492

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal met metalen driekantroosters Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

35

Vergunning 2006 (28-3-2006) Bedrijfstotaal 5630,40

nr stal

RAV code

1b

D 1.1.12.3

1a

D 3.2.7.2.1

3a

D 3.2.7.2.1

4

B 1.100

diercategorie omschrijving GL # dieren opfokhok met schuine putwand, emitterend Gespeende mestoppervlak groter dan 0,07 m2 echter kleiner 700 biggen dan 0,10 m2, in grote groepen, vanaf 30 biggen, gehuisvest Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal Vleesvarkens met schuine putwand met roosters anders dan 252 driekant op het mestkanaal Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal Vleesvarkens met schuine putwand met roosters anders dan 360 driekant op het mestkanaal schapen

5

D 1.2.16

Kraamzeugen

5

D 2.100

Dekberen

5

D 3.2.7.2.1

Opfokzeugen

5

D 1.3.9.1

Guste en Dragende zeugen

7b

D 3.2.7.2.1

Vleesvarkens

65079,7

565834

kg NH3 / dier

totaal NH3

Oue / dier

totaal Oue

fijnstof / dier

totaal fijnstof (gr/jaar)

0,18

126

5,4

3780

74

51800

1,5

378

17,9

4510,8

153

38556

1,5

540

17,9

6444

153

55080

overige huisvestingssystemen

175

0,7

122,5

7,8

1365

0

0

waterkanaal in combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak

80

2,9

232

27,9

2232

160

12800

overige huisvestingssystemen

5

5,5

27,5

18,7

93,5

180

900

35

1,5

52,5

17,9

626,5

153

5355

269

2,3

618,7

18,7

5030,3

175

47075

1920

1,5

2880

17,9

34368

153

293760

12

5,3

63,6

35,6

427,2

170

2040

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal met metalen driekantroosters Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

vleesvee 8 - 24 overige huisvestingssystemen mnd

8

A 6.100

8

A 3.100

Jongvee

overige huisvestingssystemen

16

4,4

70,4

0

0

38

608

8

A 2.100

Zoogkoeien

overige huisvestingssystemen

22

4,1

90,2

0

0

86

1892

2a

D 1.1.3

Gespeende biggen

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

300

0,15

45

5,4

1620

56

16800

2b

D 3.2.7.2.1

Vleesvarkens

Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal

256

1,5

384

17,9

4582,4

153

39168

Aanmeldnotitie m.e.r. Mts. Bruggink, Ottershagenweg 3 7637 PT Oud-Ootmarsum (gemeente Dinkelland)

36

5.2

BEDRIJFSONTWIKKELINGSPLAN VOORNEMEN Voor het voornemen zal een bestemmingsplanwijziging alsmede de noodzakelijke omgevingsvergunningen aangevraagd worden voor:  Het veranderen van een inrichting, art. 2.1 lid 1 onderdeel e van de Wabo  Het bouwen van een bouwwerk, art. 2.1 lid 1 onderdeel a van de Wabo Voorafgaand aan deze aanvraag om een omgevingsvergunning dient het bevoegd gezag op basis van onderhavige aanmeldnotitie m.e.r. te beoordelen of de milieueffecten ten gevolge van het voornemen voldoende in beeld zijn gebracht en of wel/geen milieueffectrapportage noodzakelijk is. Het voornemen betreft de uitbreiding van het bedrijf. Hierbij zal stal 10 nieuw worden gerealiseerd voor de huisvesting van vleesvarkens en gespeende biggen. Deze stal zal volledig worden aangesloten op een gecombineerd luchtwassysteem met 85% ammoniak emissiereductie (85% geur* en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser. (*Conform de mogelijke aanpassing van deze geurreductie is er reeds in de geurberekeningen rekening gehouden met de concept normen/reductie. Dit is een “worst-case” scenario. Stal 5 zal qua omvang niet worden uitgebreid, echter binnen de bestaande stal worden 92 zeugen meer aangevraagd. Deze dierplaatsen zullen emissiearm worden gehuisvest en voldoen aan de best beschikbare techniek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/490/documents/16031