Bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPOOTMSTR60-VG01
Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
11 11 11
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 14 19
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem
25 25 25 26 27
4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
27 28 29 31 31 32 34
Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
35 35 35
Hoofdstuk 6
37
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
39 39 39
Bijlagen bij toelichting
41
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
42
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan RVR
45
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
58
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
110
2
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
Bijlage 5
Watertoets
132
Bijlage 6
quickscan natuurwaardenonderzoek
135
Bijlage 7
stikstofdepositieberekening - aanlegfase
165
Bijlage 8
stikstofdepositieberekening - gebruiksfase
188
Bijlage 9
Reactienota zienswijzen
206
Regels
225
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
227 227 232
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Bos - Natuur Wonen
233 233 235
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
239 239 240 241 242 243
Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
245 245 246
Bijlagen bij regels
247
Bijlage 1
248
erfinrichtingsplan
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
3
4
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
5
6
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voor de locatie Ootmarsumsestraat ongenummerd in Denekamp is een plan ontwikkeld. Aan de Ootmarsumsestraat 60-62 te Denekamp is een bestaand woonerf gelegen. De eigenaar van de betreffende grodnen heeft de wens om een extra woning toe te voegen op een bestaand erf. De initiatiefnemers willen dit realiseren op basis van het rood voor rood beleid van de gemeente Dinkelland. Hiervoor wordt een sloopvoucher conform artikel 4.9 sub a van het huidige rood voor rood beleid 2015 toegepast die door de gemeente Dinkelland is verstrekt inzake een rood voor rood initiatief aan de Twelweg en Ekelhofsveldweg in Rossum. Hiervoor is een afzonderlijk bestemmingsplantraject doorlopen. Deze beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied De locatie Ootmarsumsestraat ong. te Denekamp, kadastraal bekend als Denekamp nummer 2251 en 2252, sectie P, ligt net buiten de bebouwde kom van de kern Denekamp en is nabij het westelijke rand van het dorp gelegen. De locatie ligt aan de doorgaande weg tussen Denekamp en Ootmarsum (N349). In figuur 1 is de ligging ten opzichte van Denekamp zichtbaar en in figuur 2 is de globale begrenzing weergegeven.
Figuur 1.1: topografische kaart, plangebied rood aangeduid (bron: opentopo.nl)
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
7
Figuur 1.2: Begrenzing plangebied Ootmarsumsestraat (bron: atlasvanoverijssel.nl)
1.3 Vigerend bestemmingsplan De locatie Ootmarsumsestraat heeft de enkelbestemming ‘Wonen’ (het erf) en ‘Agrarisch - 1’ voor de gronden rondom het erf. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en mantelzorg met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De agrarische gronden aan de noord en westzijde van het perceel hebben naast de agrarische bestemming ook de aanduiding ‘reconstructiewetzone - extensiveringsgebied’ en gedeelterlijk de aanduiding specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - boom en sierteelt.
8
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’ ter plaatse van de Ootmarsumsestraat (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het toevoegen van een extra woning binnen het plangebied is op basis van het huidige bestemmingsplan niet toegestaan.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.BUIBPOOTMSTR60-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
9
10
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
Hoofdstuk 2
Het plan
2.1 Huidige situatie Aan de Ootmarsumsestraat 60-62 in Denekamp is in de huidige situatie sprake van een woonerf bestaande uit een twee-aan-een gebouwde woning met daarachter enkele bijgebouwen. Het erf is georiënteerd op de Ootmarsumsestraat en vanaf deze straat bestaat de eigen oprit naar de woning. Het erf is omgeven door agrarische gronden.
Figuur 2.1: streetview aanzicht locatie Ootmarsumsestraat 60-62 Denekamp (bron: Google Maps)
2.2 Toekomstige situatie Initiatiefnemer is voornemens om met toepassing van het Rood voor Rood beleid Dinkelland 2015 een nieuwe woning met bijgebouw te realiseren ophet reeds bestaande erf. Er is gekozen voor een situatie waarbij de bebouwing verstrooid staat ten opzichte van de huidige bebouwing, maar een situatie waarbij de bebouwing niet de lijn volgt van het naastgelegen bos (en daarmee de harde grens van de heideontginning). De woning krijgt de typering 'schuurwoning' om niet de bestaande hiërarchie te verstoren. Door de bebouwing vervolgens wat verstrooid op te richten ontstaat er een mooi erfensemble met een zachtere en meer passende overgang richting de heideontginning. Het gevoel ontstaat dat het erf niet alleen een relatie met het kampenlandschap heeft, maar ook een relatie met de heideontginning verkrijgt. De aanplant van meerdere solitaire bomen(groepen) versterken die gedachte. Enkele hoogstamfruitbomen worden aan de achterzijde op informele wijze aangeplant waardoor er sprake is van een zachtere overgang richting de kamp. De bestaande inrit wordt verplaatst, waardoor geen extra inrit wordt gerealiseerd. Het erfinrichtingpslan is onderstaand zichtbaar.
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
11
Figuur 2.7: erfinrichting toekomstige situatie Ootmarsumsestraat 60-62 Denekamp (bron: Hannink Landschapsvormgeving/Building Design Architectuur)
12
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een toekomstbestendige ontwikkeling vna het landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
Onderhavig plan Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor zeer kleinschalige ontwikkelingen. Uit de uitspraken ECLI:NL:RVS:2014:4720 & ECLI:NL:RVS:2015:2921 blijkt namelijk dat de ontwikkeling van respectievelijk acht en elf woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Onderhavig plan betreft de realisatie van in totaal één extra woningen en is daarmee veel kleinschaliger. bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
13
De compensatiewoning wordt gerealiseerd nabij een bestaande erfstructuur en woonbebouwing. In ruil daarvoor is op twee locaties landschapsontsierende bebouwing gesloopt (waarvoor een separate procedure is doorlopen), waardoor op deze percelen sprake is van transformatie en herinvulling. Volgens de Nota van toelichting behorend bij het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking worden ontwikkelingen die geen extra verstedelijking tot gevolg hebben maar bebouwing reduceren of verplaatsen, zoals bijvoorbeeld de Ruimte-voor-Ruimteregelingen, niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder.
3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit 14
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. In Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Artikel 2.1.2 lid 1 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan: Met dit artikel stelt de provincie Overijssel dat woningbouw uitsluitend is toegestaan als voorzien kan worden in bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
15
een lokale behoefte. De lokale behoefte is weergegeven in de Woonvisie 2016+ en het daarbijbehorende woningbouwprogramma van de gemeente Dinkelland. De toevoeging van twee woningen c.q. woonrechten in het kader van de gemeentelijke rood voor rood woning past binnen de Woonvisie 2016+ en het bijbehorende woningbouwprogramma en voorziet daarmee in een lokale behoefte. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: a. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; b. dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Voor het voorliggend bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van een sloopvoucher die voortkomt vanuit een rood voor rood project aan de Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 in Rossum. In het kader van de gemeentelijke Rood voor Rood regeling is hiervoor 1.785 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen op deze gezamenlijke locaties gesloopt, waarbij één compensatiewoning aan de Twelweg is gerealiseerd conform de RVR-regeling.
Bovendien is op de locatie Twelweg 11 de oppervlakte van het bouwperceel met 2.700 m2 teruggebracht. Er was namelijk sprake van een agrarisch bouwperceel van 8.150 m2, welke inmiddels is omgezet naar een woonperceel (voor twee woningen) van in totaal 5.450 m2. Op de locatie Ootmarsumsestraat ong. wordt middels de sloopvoucher de compensatiewoning gerealiseerd. Hiervoor wordt een deel van het bestaande woonerf benut en wordt een oppervlak van 750 m2 met de huidige bestemming agrarisch naar een woonbestemming gebracht. Aanvullend aan deze omzetting wordt daarnaast een oppervlak van 2.100 m2 agrarische gronden omgezet naar een Bos - Natuur bestemming om de passende overgang van het westelijke bosrand naar het plangebied te realiseren. De extra rood voor rood woning op locatie Ootmarsumsestraat ong. is middels de inzet van een voucher mogelijk te maken en initiatiefnemer wenst hiervan gebruik te maken. Hiervoor wordt een woonvlak gepositioneerd waarbinnen een woning en bijgebouwen te realiseren zijn. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling die met dit plan wordt mogelijk gemaakt dan ook niet leidt tot een extra ruimtebeslag in de 'groene omgeving'. Er is sprake van een afname van (potentieel) te bebouwen gebied. De bebouwde oppervlakte in het buitengebied van de gemeente Dinkelland neemt als gevolg van het plan af.
Voorliggend plan voldoet daarmee aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit a. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. b. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. c. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Doorwerking voor voorliggend plan: Onderhavig plan voorziet in de realisatie van één extra woning die landschappelijk wordt ingepast in de omgeving. Door de uitvoering van de landschapsmaatregelen en sanering van opstallen elders wordt de ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied en haar omgeving (buitengebied gemeente Dinkelland) versterkt. Het plan past binnen de generieke beleidskeuzes vanuit de provinciale omgevingsvisie zoals dat in deze paragraaf wordt gemotiveerd.
Daarnaast verzet ook het van toepassing zijnde ontwikkelingsperspectief 'mixlandschap' zich niet tegen een woonontwikkeling op de locatie. Juist is het de ambitie om voort te bouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen. Daar levert het onderhavig plan een bijdrage aan en wordt op een goede wijze ingepast, doordat de nieuwe woning aansluit bij het bestaande woonerf. Het erf bevindt zich in het oude hoevenlandschap aan de rand van de es 'Het Haar' en naast het bos behorende bij landgoed het Singraven. Het erf aan de Ootmarsumsestraat is relatief jong, maar heeft zich gevormd op een voor het kampenlandschap gebruikelijke plek, namelijk aan de rand van een es. Het erf kent een rationele erfopzet met een hoofdgebouw en daarachter een aantal bijgebouwen. Het erf is georiënteerd op de Ootmarsumsestraat, maar lijkt wat ordelijk tegenover de erven die gebruikelijk in kampenlandschappen aan worden getroffen. Er is geen sprake van een verstrooide erfopzet waardoor de overgang richting de 16
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
heideontginning in de huidige situatie hard is. De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe woning toe te voegen. In de nieuwe erfsituatie zou het toevoegen van bebouwing de overgang kunnen verzachten en dus een versterking kunnen zijn van het landschapsbeeld. Voor de nieuwe erfinrichting is daarom gekozen voor een situatie waarbij de nieuwe bebouwing verstrooid staat ten opzichte van de huidige bebouwing, maar een situatie creëert waarbij de bebouwing niet de lijn volgt van het naastgelegen bos (en daarmee de harde grens van de heideontginning). De woning krijgt de typering 'schuurwoning' om niet de bestaande hiërarchie te verstoren. Door de bebouwing vervolgens wat verstrooid op te richten rondom de centrale erfruimte ontstaat er een mooi organisch erfensemble met een zachtere en meer passende overgang richting de heideontginning. Het gevoel ontstaat dat het erf niet alleen een relatie met het kampenlandschap heeft, maar ook de relatie met de heideontginning behoud. De aanplant van meerdere solitaire bomen centraal op het erf en enkele hoogstamfruitbomen versterken die gedachte. De fruitbomen worden op informele wijze aangeplant om de overgang nog verder te verzachten. Er is in de huidige situatie sprake van een tweede inrit die het erf ontsluit. In de nieuwe situatie wordt deze verlegd zodat het erf via het zandpad aan de westelijke zijde wordt ontsloten.
Voor de situering van de oprit heeft onder meer afstemming plaatsgevonden met landgoed Singraven. Het inrit is herkenbaar voor erven in de omgeving die vaak een separate ontsluiting hadden voor het woon- en werkgedeelte. De ontsluiting geeft meer structuur aan het erf en zorgt ervoor dat het erf definitief afscheid neemt van de formele vorm die het erf in de huidige situatie kent. Er ontstaat een zachtere en meer (in de gebiedskenmerken) passende landschappelijke situatie. Ten einde wordt er extra kwaliteit toegevoegd door wat bomen in de oksel van de inrit met het zandpad aan te planten. De bomen staan in een strook bestemd voor natuur. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig plan voldoet aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan is daarmee in overeenstemming met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. de behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis va regionale afstemming.
Doorwerking voor voorliggend plan: De 14 gemeenten in Twente hebben samen de Regionale Woonvisie opgesteld. Daarmee zijn de hoofdlijnen voor het woonbeleid overeen gekomen. De woonafspraken zijn bekrachtigd in de 'Bestuursovereenkomst woonafspraken Twente' die in januari 2016 is gesloten. Eén van de uitwerkingen betreft het verder afstemmen van de gemeentelijke bouwprogramma's. Dit is uitgewerkt in de 'Regionale Woonprogrammering Twente' (december 2015). De bevolkings- en huishoudensprognose van Primos2013 is daarbij als uitgangspunt gehanteerd. De Woonvisie 2016+ van de gemeente Dinkelland vormt de basis voor strategische afwegingen die de gemeente maakt op het gebied van wonen. De concept-woonvisie is als onderdeel van de gemaakte afspraken in het kader van de regionale Woonagenda voorgelegd aan de gemeenten uit de subregio Noord-Twente en zij hebben hiermee ingestemd. De (mogelijkheid voor) realisatie van één extra woning in het kader van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid past binnen de in de Woonvisie 2016+ opgenomen woningbouwprogramma. Het plan is daarmee in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. Titel 2.6 Nationale Landschappen Artikel 2.6.3 Kernkwaliteiten Lid 2 De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: a. het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; b.
de grote mate van kleinschaligheid; c. het groene karakter. Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van de Omgevingsverordening Overijssel. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap 'Noordoost - Twente' zijn bovenstaand reeds weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
17
Doorwerking voor voorliggend plan: Het plangebied ligt in het Nationaal Landschap 'Noordoost - Twente'. Zoals meermaals beschreven zorgt onderhavig plan voor een ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het plangebied en de omgeving. Dit komt vanwege diverse ontwikkelingen: de nieuwe bebouwing volgt niet de lijn van het naastgelegen bos (en benadrukt daarmee minder een harde grens ten opzichte de heideontginning). Er wordt hiermee meer landschappelijke samenhang benadrukt; De nieuwe woning krijgt de typering 'schuurwoning' om niet de bestaande hiërarchie op het erf te verstoren; Door de bebouwing wat verstrooid op te richten ontstaat er een mooi organisch erfensemble met een zachtere en meer passende overgang richting de heideontginning. Het gevoel ontstaat dat het erf niet alleen een relatie met het kampenlandschap heeft, maar ook een relatie met de heideontginning verkrijgt; De aanplant van meerdere bomen centraal op het erf en enkele hoogstamfruitbomen versterken die gedachte en benadrukken een kleinschaliger beeld. De fruitbomen worden op informele wijze aangeplant om de overgang nog verder te verzachten; Er is in de huidige situatie sprake van een tweede inrit die het erf ontsluit. In de nieuwe situatie wordt deze verlegd zodat het erf via het zandpad aan de westelijke zijde wordt ontsloten.
Het inrit is herkenbaar voor erven in de omgeving die vaak een separate ontsluiting hadden voor het woon- en werkgedeelte. De te verplaatsen ontsluiting geeft meer structuur aan het erf en zorgt ervoor dat het erf definitief afscheid neemt van de formele vorm die het erf in de huidige situatie kent. Dit draagt bij aan een betere landschappelijke inpassing; Onderhavig plan komt voort uit de sloop van een veelvoud aan (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Op basis van deze uitgangspunten wordt geconcludeerd dat het onderhavig plan een bijdrage levert aan een verbetering van de kernkwaliteiten voor Noordoost-Twente. Kleinschaligheid in het landschap wordt in de omgeving van het plangebied meer terug gebracht en er wordt meer samenhang gecreëerd in de overgang van landschapstypen. Het groene karakter wordt versterkt door de toevoeging van 2.100 m2 bos-natuurgronden en de aanplant van diverse nieuwe beplantingselementen. Het plan is in overeenstemming met artikel 2.6.4 en 2.6.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang.
In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: 18
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
provincie Overijssel) Het plangebied is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In dit ontwikkelingsperspectief staat de ambitie 'Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Daarnaast gelden de volgende ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; Continu en beleefbaar watersysteem. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken.
Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Binnen het mixlandschap worden onder andere ontwikkelingsmogelijkheden voor de functie 'wonen' geboden, mits dit past binnen de ruimtelijke kwaliteitsambities. Onderhavig plan heeft betrekking op een rood voor rood initiatief in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Als compensatie van de sloop kan één extra woning worden gerealiseerd middels een sloopvoucher. Deze woning wordt landschappelijk ingepast in de omgeving en levert middels deze inpassing een bijdrage aan de verbetering en versterking van de landschappelijke waarden, waarvoor dus eveneens een sloop van leegstaande agarsiche bedrijfsgebouwen heeft plaatsgevonden. Het initiatief is passend binnen het mixlandschap. Gebiedskenmerken Op het plangebied zijn de volgende gebiedskenmerken van toepassing: natuurlijke laag: dekzandvlakte en ruggen laag van agrarisch cultuurlandschap: oude hoevenlandschap stedelijke laag: verspreide bebouwing laag van de beleving: donkerte Als gevolg van de realisatie van één nieuwe woning wordt het bestaande reliëf op de locatie niet aangetast.
De te bouwen woning aan de Ootmarsumsestraat is voorzien op een locatie in directe aansluiting op het huidig woonerf. Ter hoogte van deze locatie is reeds sprake van een relatief vlak terrein. Daarnaast wordt de woning conform de in de bijlage opgenomen landschapsontwerp landschappelijk ingepast conform de gebiedskenmerken. Een verantwoording hiervoor is overigens ook uitgebreid uitgewerkt onder de generieke beleidskeuzes. Onderhavig plan maakt de realisatie van één woning mogelijk als gevolg van de sloop van agrarische opstallen. Het plangebied wordt landschappelijk ingepast waarbij rekening gehouden wordt met de landschappelijke waarden en kenmerken van het plangebied. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de aanwezige gebiedskenmerken voor het plangebied en tracht deze juist te versterken. Hiertoe is de planvorming ook voorgelegd aan het kwaliteitsteam van de gemeente Dinkelland, die goedkeuring op de planvorming hebben verstrekt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Omgevingsvisie Dinkelland
De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld.
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
19
De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied.
Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. De gemeente heeft tevens een Waardenkaart gemaakt. Deze is opgenomen in figuur 3.6.
Figuur 3.6: Waardenkaart Omgevingsvisie Dinkelland (bron: gemeente Dinkelland) Toets De Omgevingsvisie gaat niet specifiek in op dergelijke (kleinschalige) ontwikkelingen. Wel heeft de gemeente als standpunt dat inwoners zoveel mogelijk voor hun woning in hun eigen gemeente terecht kunnen. Binnen de gemeentelijke waardenkaart behoort de planlocatie tot het gebied 'nieuwe landschap-structuren, veel ruimte schaalvergroting'. De voorgenomen ontwikkeling past bij de reeds bestaande woonfuncties in de dorpsrand van Denekamp. Bovendien gaat de ontwikkeling vergezeld van een goede landschappelijke inpassing door het erfinrichtingsplan zoals weergegeven in paragraaf 2.2 van deze toelichting. De aanleg en instandhouding is ook in regels van dit plan geborgd. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling niet in strijd is met de uitgangspunten uit de gemeentelijke omgevingsvisie.
20
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
3.3.2
Woonvisie 2021+ gemeente Dinkelland
Wonen is een belangrijk thema voor de inwoners van de gemeente Dinkelland. Om ervoor te zorgen dat er ook op termijn voldoende woningen in alle segmenten én in alle kernen blijft, wordt om de 4 jaar de gemeentelijke Woonvisie opgesteld. Eind 2020 liep de Woonvisie 2016+ ten einde. De Woonvisie 2021+ is de opvolger van de in 2016 door de raad vastgestelde Woonvisie 2016+ en is gebaseerd op de nieuwe cijfers, trends en ontwikkelingen op de woningmarkt. De Woonvisie 2021+ is op 5 juli 2021 door de gemeenteraad van Dinkelland vastgesteld. De nieuwe woonvisie biedt een goed kwantitatief en kwalitatief kader voor de woningbouwontwikkeling in de gemeente Dinkelland en dient als basis voor de prestatieafspraken met de corporatie. De trends en behoeften op het gebied van wonen zijn in diverse bijeenkomsten besproken met woningmarktpartners: ondernemers, belangenorganisatites, zorginstellingen en inhoudelijk deskundigen zoals makelaars, projectontwikkelaars, woningcorporaties en kernraden.
De woonvisie gaat over: woningbouw om te voorzien in de vraag; zowel kwantitatief als kwalitatief en op de juiste plaats; voldoende en passende huurwoningen in de zin van betaalbaarheid en kwaliteit; het verbeteren van de bestaande voorraad zowel qua duurzaamheid als levensloopgeschiktheid; voorzien in de toenemende vraag naar wonen met zorg in de verschillende gradaties; voorzien in de verschillende woonbehoeftes als huisvesting van arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners. De provincie heeft in de Regionale Woonagenda Twente aangegeven meer te sturen op kwaliteit, waarbij aangegeven wordt dat onderbouwd moet worden dat dit past binnen de onderbouwde lokale behoefte. In het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (bouwen voor concrete behoefte) is het noodzakelijk ook te sturen op kwantiteit. Er is een bandbreedte van de toekomstige woningbehoefte tot 2030 berekend op basis van diverse prognosemodellen. Voor de komende jaren wordt uitgegaan van een woningbehoefte tussen de +225 en +800 woningen voor de periode 2021-2030. Voor deze woonvisie wordt uitgegaan van de middeling van deze bandbreedte. Dit betekent dat wordt uitgegaan van een woningbehoefte van 515 woningen voor de periode 2020-2030. Hiervan worden er 50 (100% behoefte) tot 60 (130% plannen) gereserveerd voor het buitengebied.
Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar er wordt tevens rekening gehouden met instroom van vestigers.
Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Dinkelland kan worden gebouwd. Derhalve zal het woningbouwprogrammer per kern in meerdere en kleinere plannen worden weggezet, waardoor goed kan worden bijgestuurd als dat nodig blijkt. In kwalitatieve zin ligt de nadruk op woningen voor starters en ouderen, zowel in het betaalbare als middensegment. Op basis van in de woonvisie onderbouwde toekomstige woonbehoefte is een verdeling gemaakt. Om flexibel in te kunnen spelen op de vraag is de verdeling zoals ook reeds in het uitvoeringsprogramma opgenomen gehandhaafd - grote kernen, kleine kernen, buitengebied, en knelpunten transformatie. Tot slot bevat de Woonvisie 2021+ een Kwaliteitskader om te beoordelen of plannen van ontwikkelende partijen goed aansluiten bij de marktvraag. Dit Kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Het kwaliteitskader bestaat uit een woningbehoefteprofiel per doelgroep (starters, doorstromers, gezinnen, senioren) op gemeenteniveau, nader uitgewerkt naar een profiel per kern. Toets
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
21
Voor de periode 2020-2030 is de woningbehoefte voor het buitengebied vastgelegd op 50 woningen (100% behoefte), oplopend naar 60 woningen (130% behoefte). In voorliggend plan wordt gebruik gemaakt van de sloopvoucher die door de gemeente Dinkelland verstrekt is inzake het rood voor rood plan aan de Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 in Rossum. Deze voucher geeft recht op één extra woning en dit contingent is reeds getoetst aan de woonvisie van de gemeente Dinkelland bij het vaststellen van het eerdergenoemde rood voor rood plan. Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2021+. 3.3.3
Woonvisie 2016+ gemeente Dinkelland
Op 11 juli 2016 is de Woonvisie 2016+ vastgesteld. De centrale ambitie van de woonvisie is dat het voor alle doelgroepen, jong en oud, het aantrekkelijk wonen blijft in Dinkelland. Hiervoor dient het woningaanbod gevarieerd en comfortabel en toekomstbestendig te zijn, zodat men ook op latere leeftijd thuis kan blijven wonen. Hierbij hoort een passend voorzieningenniveau en betrokkenheid van inwoners tot elkaar, waardoor de leefbaarheid in de negen kernen wordt versterkt. De visie is vertaald in drie ambities: kwaliteitsslag maken: in stand houden kwaliteit centrumgebied/kernwinkelgebieden, verduurzamen en toekomstbestendig maken van de woningvoorraad, gerichte aanpak in buurten door renovatie van woningen en woonomgeving beschikbaarheid: voor iedere doelgroep een woning. Het nieuwbouwprogramma wordt afgestemd met regiogemeenten, nieuwe plancapaciteit wordt getoetst aan afwegingskader, flexibele woningdifferentiatie in bestemmingsplannen en nieuwbouwaccenten op sociale huur en voor middeninkomens. betaalbaarheid: passende prijs met bijbehorende kwaliteit. Beperkte vermindering van de kernvoorraad sociale huurwoningen is mogelijk, voortzetten starterslening, onderzoek naar blijverslening, in huurprijsbeleid corporatie wordt huurprijs beter afgestemd op inkomen. Dinkelland krijgt de komende jaren te maken met enige bevolkingskrimp.
Tot 2035 blijft het aantal huishoudens nog wel toenemen, waarvoor nog aanvullende nieuwbouw nodig is. De gemeente vindt het belangrijk dat er in alle kernen woningen worden gebouwd om te kunnen voorzien in de lokale woonbehoefte. Consumenten en ontwikkelaars vragen om meer ‘ontwikkel-vrijheid’, meer maatwerk en mogelijkheden om eigen ideeën te kunnen vormgeven. Een nieuwbouwprogramma moet flexibel zijn naar type woning, prijsklassen, eigendomsvormen enwoonconcepten. De gemeente volstaat in de Woonvisie met een prioritering voor welke doelgroepen het bestemmingsplan geschikt is. Voor de kleine kernen wordt de woningdifferentiatie op andere wijze bepaald, omdat het erg moeilijk is om inzicht te krijgen in de woonwensen van verschillende doelgroepen. Daarom worden er bestemmingsplannen gerealiseerd met een flexibele woningdifferentiatie. Verder wordt aan marktpartijen en corporatie gevraagd om concrete bouwplannen te ontwikkelen. Bij het niet voldoende op gang komen van de bouwproductie in een bepaalde kern worden de verschillende doelgroepen die actief zijn op de woningmarkt betrokken en worden concrete woonwensen geinventariseerd. Toets In voorliggend plan wordt gebruik gemaakt van de sloopvoucher die door de gemeente Dinkelland verstrekt is inzake het rood voor rood plan aan de Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 in Rossum.
Deze voucher geeft recht op één extra woning en dit contingent is reeds getoetst aan de woonvisie van de gemeente Dinkelland bij het vaststellen van het eerdergenoemde rood voor rood plan. Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2016+. 3.3.4
"Rood voor rood beleid gemeente Dinkelland 2015"
Aanleiding voor het vaststellen van het beleid is dat steeds meer agrarische bedrijven veranderen in hobbymatige agrarische activiteiten of volledig stoppen met hun agrarische activiteiten.Het gevolg hiervan is een toename van leegstaande landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, waardoor verval van het buitengebied op de loer ligt. Middels Rood voor Rood is het mogelijk om deze gebouwen te slopen en er een woning voor terug te bouwen. Centrale doelstelling is om een ruimtelijke kwaliteitsverbetering te realiseren. In het beleid is ook de mogelijkheid tot maatwerk opgenomen. Uitgangspunt van beleid is dat een oppervlakte van minimaal 850 m2 landschapsontsierende bebouwing of 4500 m2 aan kassen dient te worden gesloopt om een compensatiekavel (woning) te kunnen verkrijgen. In het beleid zijn verschillende uitgangspunten voor de sloop- en herbouwlocatie opgenomen, waaraan het plan in principe dient te voldoen. Voorwaarden ten aanzien van de slooplocatie welke van toepassing zijn op dit plan zijn dat de te slopen bebouwing van minimaal 850 m2 landschapsontsierend is. Hierbij is behalve de uiterlijke staat ook de 22
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
locatie op het erf van belang. Gebouwen die niet als landschapsontsierend worden aangemerkt, kunnen als bijgebouw bij de bestemming 'Wonen' worden gebruikt. De te slopen bebouwing is legaal gebouwd, dat betekent dat er een bouwvergunning aanwezig is of dat het gebouw valt onder het overgangsrecht. Voorwaarden ten aanzien van de herbouwlocatie zijn; binnen de gemeentelijke Woonvisie moet ruimte zijn om een compensatiekavel te kunnen realiseren. Wanneer hierbinnen geen ruimte is, dan wordt de aanvraag afgewezen. De compensatiewoning kan geen onevenredige aantasting van agrarische en/of andere belangen in de omgeving veroorzaken, zoals belemmering van de bedrijfsmatige activiteiten van een bedrijf in de omgeving. De compensatiewoning dient aan te sluiten op bestaande bebouwing waarbij de maximale omvang van één compensatiekavel voor een enkele woning 1200m² bedraagt. Het kan dan gaan om kernen, dorpsranden, buurtschappen, lintbebouwing en bestaande erfstructuren. Daarnaast dient een erfplan te worden ontwikkeld waaruit blijkt dat wordt geinvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. De deelnemer aan Rood voor Rood zal uit de opbrengst van de bouwkavel het slopen van de bedrijfsgebouwen en de bijdrage voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit moeten bekostigen.
Toets Zoals al meermaals is aangehaald in deze toelichting maakt voorliggend plan, conform artikel 4.9 onder b van het gemeentelijk rood voor rood beleid, gebruik van een beschikbaar gekomen sloopvoucher. Deze is afkomstig van het rood voor rood plan voor Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 in Rossum. In eerder stadium is voor de drie locaties Twelweg 11, Ekelhofsveldweg 6 en Ootmarsumsestraat ong. gezamenlijk een bestemmingsplanprocedure opgestart. Naar aanleiding van een zienswijze is echter besloten om de locatie Ootmarsumsestraat los te koppelen, zodat de overige locaties voortgang konden behouden. Met voorliggend plan wordt alsnog het rood voor rood plan voor Ootmarsumsestraat ongenummerd vastgelegd. Het rood voor rood beleid van de gemeente Dinkelland biedt de mogelijkheid om - wanneer een slooplocatie niet benut wordt als herbouwlocatie - een andere ruimtelijk verantwoorde locatie te benutten. De compensatiewoning dient dan aan te sluiten bij kernen, dorpsranden, buurtschappen, lintbebouwing en bestaande erfstucturen. Voor het plangebied geldt dat direct aansluitend op een bestaand erf de compensatiewoning beoogd is. In samenspraak met het gemeentelijk kwaliteitsteam is hier een erfsituatie uitgewerkt dat voldoet aan de één erfgedachte, waarbij compact wordt gebouwd en er geen extra inritten worden gecreëerd.
Er is daarom een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld dat als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is gevoegd. In dit plan is de situering van de woning en nieuwe aan te brengen erfstructuren zichtbaar gemaakt. Dit plan is tevens als voorwaardelijke verplichting aan de regels gekoppeld. Het landschapsontwerp is tot stand gekomen op basis van de beeldkwaliteitsprincipes Rood voor Rood, het Cascobeleid en Kwaliteitskader Gebiedskenmerken van de gemeente (een uitwerking van de gebiedskenmerken uit de Omgevingsvisie Overijssel). Het plan voldoet daarmee aan de criteria van het gemeentelijk Rood voor Rood-beleid. Ten behoeve van de vormgeving van de woning geldt een beeldkwaliteitsplan. Deze is bijgevoegd als Bijlage 2. Bij het ontwerp van de compensatiewoning dient rekening gehouden te worden met deze uitgangspunten. Hierop zal worden getoetst bij de te verrichten omgevingsvergunningsaanvraag. 3.3.5
Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'
De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
23
Figuur 3.4: Fragmen plangebied op casco-kaart (bron: www.overijssel.nl/cascokaart) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets Aan de Ootmarsumsestraat zijn twee elementen als te verplaatsen opgegeven. Hier is echter in de praktijk geen sprake van landschapselementen. Verondersteld wordt dat dit onjuist op de kaart is opgenomen. Wel woden als gevolg van voorliggend plan diverse groenstructuren aangebracht die passend zijn bij de omgevingskenmerken. Gesteld kan daarom worden dat er geen nadelige gevolgen voor de casco kaart ontstaan. 3.3.6
Beeldkwaliteit
De criteria uit de Nota omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 is in dit geval niet van toepassing, omdat voor rood voor rood-projecten een algemeen beeldkwaliteitsplan geldt. In voorliggend geval is de keuze gemaakt om een maatwerk beeldkwaliteitsplan op te stellen, om daarmee te borgen dat de woning conform de gewenste ontwerpprincipes wordt gerealiseerd. Toetsing op welstand en bouwregels vindt uiteindelijk plaats bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de extra woning. Het beeldkwaliteitskader is opgenomen in Bijlage 2. Op voorhand worden geen belemmeringen verwacht voor wat betreft de uitvoering van de plannen.
24
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels dit bestemmingsplan wordt één nieuwe woning met bijgebouwen aan de Ootmarsumsestraat in het kader van de gemeentelijke rood-voor-rood regeling mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is concreet beschreven in Hoofdstuk 2.
In de D-lijst onderdeel D 11.2 wordt onder een stedelijke ontwikkeling het volgende verstaan: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Vanuit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2017:694) blijkt dat de beoordeling of een activiteit aangemerkt kan worden als een stedelijk ontwikkelingsproject afhangt van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Uit voorgaande volgt dat de bouw van één extra woning in het buitengebied van de gemeente Dinkelland in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De ontwikkelingen zijn van een dusdanig beperkte omvang en vinden plaats in het buitengebied, waardoor geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. De kwalificatie is wel afhankelijk van aard en omvang van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In dit geval is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld.
De ontwikkeling wordt op passende wijze in het landschap opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.
4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige
bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsestraat 60
25
functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype.
De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Aan de Ootmarsumsestraat is binnen een straal van minimaal 500 m van de toekomstige - toe te voegen woning een veldsportcomplex aanwezig. Dit betreft een milieucategorie 3.1 activiteit met een grootste richtafstand van 50 m voor geluid. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Het veldsportcomplex wordt niet beperkt als gevolg van het toevoegen van een extra woning binnen het plangebied. Andersom is er sprake van een aanvaarbare situatie voor de toe te voegen woning binnen het plangebied. Verder zijn er geen milieubelastende functies in de directe omgeving aanwezig. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.