Bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld.pdf
Tekst van het document
reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen, NNN-gebieden (natuurnetwerk Nederland) en de EHS zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling.
Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven.
Ontwikkelingsperspectieven: In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Het plangebied is aangemerkt als “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste land gebruik blijft melkveehouderij en akkerbouw, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen”, voorop. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven.
Generieke beleidskeuzes: Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral
Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag
8
Ontwikkelingsperspectief, het plangebied is lichtgroen wat betekent “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)
9
van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag en de laag van de beleving zijn niet opgenomen; deze zijn niet relevant wat betreft de voorgenomen ontwikkeling.
In de lagere (beekdal) gebieden waren de gronden onder meer geschikt voor hooilanden. Het matenlandschap, maar ook het kampenlandschap was van oorsprong zeer kleinschalig. Door de schaalvergroting is dat sterk afgenomen, maar nog altijd zorgen belangrijke landschappelijke dragers in het gebied voor de herkenning van het gebied. De ontwikkeling moet bijdragen aan de herkenning van het landschap. In dit geval houdt dat vooral behoud van het bestaande in, maar er liggen ook kansen voor versterking van het bestaande. 3.2 Buitengebied met kwaliteit (ruimtelijk beleid buitengebied)
Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De locatie is gelegen op een dekzandgebied nabij beekdalgebieden. Er is daarom sprake van reliëf. In de jaren zijn hoogteverschillen gedeeltelijk geërodeerd door de wind, weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik (essen en eenmansesjes) en weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. Hoogteverschillen zijn in dit gebied redelijk goed herkenbaar. Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en/of dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. Dit gebeurde onder meer in de kleinschalige kampenlandschappen.
10
De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. Het beleid is opgesteld ter vervanging van vele andere ruimtelijke regelingen. Volgens de gemeente werd dit onnodig ingewikkeld. De absolute doelstelling van het beleid is om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Er zijn algemene randvoorwaarden opgesteld: 1. De ontwikkeling moet leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. 2. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning. 3. Er is een balans tussen ontwikkeling en de kwalitatieve investeringen. 4. De ontwikkeling past naar aard en omvang. 5. De bestaande infrastructuur is toereikend.
Links: natuurlijke laag. Plangebied is omschreven als: “dekzandvlakte”. Rechts: laag van Cultuurlandschap. Plangebied is omschreven als: “jonge heideontginning” met overgang naar “matenlandschap”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)
11
6. Parkeren vindt op eigen erf plaats. 7. Er is geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. 8. Er is geen onevenredige afbreuk voor aanwezige functies. 9. Er is geen onevenredige afbreuk aan de belangen van derden. 10. Indien noodzakelijk wordt er een bedrijfsplan gevraagd. 11. In het bestemmingsplan worden de ruimtelijke verplichtingen opgenomen. 12. Gecombineerde toepassingen van de beleidsregels is mogelijk. 13. Niet actuele vergunningen kunnen niet worden benut. De aanvraag betreft een functiewijziging waarbij de bestemming “Agrarisch Voormalig bedrijf” weer terug wordt gezet naar “Agrarisch-1” met daarbij de nevenactiviteit metaalbewerking. Het huidige agrarische bedrijf past namelijk niet in de huidige bestemming. De nieuw te bouwen werktuigenberging past niet binnen de bestaande bestemming. De bestemming zal daarom uitgebreid moeten worden. Op verzoek van de gemeente is er, in dit geval, (concept) taxatie opgevraagd, zie rechterpagina. Uit het oordeel van de deskundige blijkt dat er alleen een meerwaarde ontstaat op de uitbreiding van het bedrijf, niet op het bestaande gedeelte. In het rekenvoorbeeld betreft dit 4000 m2. De vergroting is gaandeweg het proces definitief vastgesteld op 1823 m2. De waardevermeerdering is volgens het gebruikte format € 10,- per m2. Daarmee is er sprake van een waardevermeerdering van € 18.230,-.
Naast een waardevermeerdering is er ook sprake van een waardevermindering. De voorgestelde houtsingel aan het erf wordt bestemd als bos/natuur en derhalve kan de afwaardering ( - € 3.000.- ) in mindering worden gebracht. Daarom is er sprake van een waardevermeerdering van € 15.218,- exclusief
12
BTW. Omdat het gaat om een aan het buitengebied gebonden functie mag 75 % in mindering worden gebracht. De investering in de ruimtelijke kwaliteit bedraagt in dat geval € 1.545,50 exclusief BTW. Hoewel de kosten vele malen hoger liggen mag slechts 10% in mindering worden gebracht. Normaliter mag een bezoek aan het kwaliteitsteam ook in mindering worden gebracht, maar dat is hier niet het geval geweest. Voorgenoemde levert een netto investering op van € 1.390,95. De investering is in dit geval zo minimaal dat er voor gekozen is om geen nadere berekening op te stellen. Het bedrag is te verwaarlozen. Weliswaar mag een basisinpassing (de inpassing die reeds nodig is om het perceel überhaupt ingepast te krijgen) niet meetellen, maar door de aanplant aan de westzijde van het perceel wordt het bedrag al met een groots gemak overschreden. Gesteld moet worden dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan het gestelde beleid. 3.3 Casco benadering Noordoost Twente De gemeente Tubbergen hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de Casco zijn in principe niet te verwijderen (groen lijnen/vlakken op de kaart).
De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de bestaande casco elementen. Geen van de elementen wordt verplaatst en/of aangetast. De ontwikkeling heeft daarom geen consequenties voor het cascobeleid en/of het cascobeleid heeft geen consequenties voor de ontwikkeling.
Afwaardering bos/natuur Uitbreiding agrarisch bedrijf
Concept berekening KGO
Onder: KGO berekening voor de ruimtelijke investering. Boven: bestemming af- en opwaardering. (Bron: N+L)
Fragment van de cascokaart behorende bij de casco benadering. (Bron: geo.overijssel.nl)
13
4. Nieuwe situatie Aan de Muldersweg 1 te Saasveld is sprake van een bestaand kleinschalig akkerbouwbedrijf met de nevenactiviteit. Het erf bestaat uit een woning (A) met een drietal schuren (B en C). De opzet van het erf is compact, maar wel logisch. Het erf ligt aan een voormalige kamp en ligt door een aantal oude houtopstanden verankert in het landschap. Het erf is vanuit één centrale oprit te bereiken wat de compactheid ten goede komt.
Maatregelen in de ruimtelijke kwaliteit:
Te midden van het erf wordt één opstal (C) gesloopt. Een deel van de fundatie wordt gebruikt om de werktuigenberging (D) te bouwen. Hetgeen de reden is dat de schuur relatief dicht op de bestaande bebouwing komt te staan. Toch is dit niet merkwaardig te benoemen: alleen op deze manier ligt de ingang van de werktuigenberging uit weer en wind, welke meestal uit zuidwest komt. Er blijft sprake van een compact erf, al moet door de ingang op noord wel een redelijke oppervlakte verharding (E) aan worden gelegd. Deze verharding wordt echter onderbroken en daarmee ingepast door een nieuw aan te planten houtsingel (K) met inheemse soorten.
Met de voorgestelde landschappelijke inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid.
Om een extra bijdrage te leveren aan de inpassing in het landschap worden rondom het erf extra bomen aangeplant (J) en wordt een houtwal hersteld (L). In totaal worden er 21 bomen aangeplant waarbij de bomen in de houtwallen gecombineerd worden met de aanplant van onderbeplanting in de vorm van meidoorn, sleedoorn, hazelaar, lijsterbes en vuilboom. De bomen op het erf bestaan uit zomereik of zomerlinde, op de houtwallen wordt er aangeplant met eiken.
14
- Sloop gebouw C; - Aanplant van bomen (J); - Aanplant van een houtsingel (K); - Aanplant van een houtwal (L).
4-4A
T 175
T 1309
A:
Bestaande woning.
B:
Bestaande opstallen.
C:
Te slopen opstal.
D:
Nieuw te bouwen loods, overheaddeuren gesitueerd aan de noordzijde.
E:
Nieuw te realiseren er fverharding liggend aan de noordzijde t.b.v. uitrijden combinaties.
F:
Er fensemble.
G:
Bestaand bouwvlak met een opper vlakte van 5196 m2.
H:
Uitbreiding bouwvlak met een opper vlakte van 1823 m2.
I:
Bestaande houtopstanden voornamelijk eiken.
J:
Nieuwe te planten solitaire bomen. Soor t Eik en Linde. Aan te planten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters). Elk voorzien van twee boompalen. Totaal: 7 stuks.
K:
Nieuw te planten struweel met boomvormers. Soor t Eik en Linde. Aan te planten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters). Elk voorzien van twee boompalen. Totaal: 10 stuks. Struweel aanbrengen met een plantafstand van 1,5x1,5 meter. Soor ten: Meidoorn, sleedoorn, hazelaar, lijsterbes en vuilboom.
T 1479
T 1310
L1
M
I
straat Bornse
Fragment uit 1920 (topotijdreis.nl) I
T 1478
V 713
2
I
T 160
K
straat
Totaal 330 stuks in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) aanplant in gelijke verhouding. Aanplanten in 7 plantrijen. Totale breedte 13 meter.
Bornse
T 1462
E H
L2
D
T 159 T 187
V 52
L:
Te herstellen houtwal. Aanplanten met eiken. Aan te planten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters). Elk voorzien van twee
T 1461
V 711
J
T 1461
I
B
F
A T 1461
Meidoorn, sleedoorn, hazelaar, lijsterbes en vuilboom. Totaal 250 stuks
T 1461
T 1461
T 1461
T 1461
T 1461
onderbeplanting met een plantafstand van 1,5x1,5 meter. Soor ten:
T 1461
B
T 2018
boompalen. Totaal: 9 stuks(L 1 ) en 5 stuks (L 2 ). Houtwal voorzien van
J
C
Muldersweg
G
I
51-51A
N
T 1461
in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) aanplant in gelijke verhouding. Op een totale opper vlakte van 264 m2 (L 2 ) en 301 m2 (L 1 ).
1
T 1461
M:
Gras/weiland.
N:
Tuin/gazon.
O:
Bestaande haag.
M O
Te herstellen houtwal (L 1 ) V 887
T 2019
T 61
Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:
KGO
Getekend:
Adres:
Muldersweg 1
Datum:
DA
Status:
DO
30-03-2023
Aantal pag.:
1
Gecontroleerd:
NH
Formaat:
A3
Schaal:
1:1500
Noord:
Tekening is noordgericht
V 712
Saasveld
straat Bornse
Woonplaats:
V 886
nl-landschap.nl
V 890
V 888
T 1504
T 41
15
l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s
Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschaps.nl • www.nl-landschap.nl
Bijlage 2
Stikstofberekening
bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld
69
Stikstofberekening Muldersweg 1 te Saasveld
Colofon Stikstof berekening Muldersweg 1 Saasveld Programma AERIUS Calculator 2022
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 06-14435700
Opdrachtgever:
Projectnummer en versie: 6022 versie 1.0 Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Auteur: Ing. P. Leemreise
Eigenaar perceel
Status: Definitief Datum: 13-6-2023 Ligging projectgebied: Muldersweg 1 Saasveld
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 1.2 Onderzoeksvraag...................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Het plangebied .............................................................................................................................. 4 2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 4 2.3 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied ..................................................... 5 2.3 Voorgenomen activiteiten........................................................................................................................ 5 2.4 Referentiesituatie ..................................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3 Uitgangspunten .............................................................................................................................
6 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 6 3.2 Verkeersgeneratie (ontwikkel- & gebruiksfase) ....................................................................................... 6 3.3 Ontwikkelfase ........................................................................................................................................... 8 3.3.1 Voorbereidende fase ......................................................................................................................... 8 3.3.2 Bouwfase ........................................................................................................................................... 8 3.3.4
Afwerkfase................................................................................................................................... 10
3.3.5 Samenvatting................................................................................................................................... 10 3.4 Gebruiksfase ........................................................................................................................................... 12 Hoofdstuk 4 Resultaten en conclusie ............................................................................................................... 14 4.1 Resultaten ontwikkelfase ....................................................................................................................... 14 4.2 Rekenresultaten gebruiksfase ................................................................................................................ 14
2
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Er zijn concrete plannen voor de bouw en gebruik van een werktuigenloods op een erf op het adres Muldersweg 1 te Saasveld. Voordat de nieuwe werktuigenloods gebouwd kan worden, dient de huidige schuur gesloopt te worden. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te kunnen maken, wordt materieel ingezet met een verbrandingsmotor en worden vervoersbewegingen met voertuigen met een verbrandingsmotor uitgevoerd. De te bouwen werktuigenloods vervangt een bestaande loods; de gebruiksfase is gelijk aan het huidige gebruik (tevens referentie). Om voorgenomen activiteiten mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. De huidige bestemming is ‘bedrijf-voormalig agrarisch’. Het voornemen bestaat de bestemming te wijzigen in ‘agrarisch-1’. Er is sprake van een plantoets. Bij de verbranding van fossiele brandstof komen stikstofoxiden en ammoniak vrij, welke kunnen neerslaan in kwetsbare natuur, zoals Natura 2000-gebied. Voorliggend onderzoek geeft antwoord op de vraag, of sprake is van toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitatten die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, dan wel of uitbreiding of een verbetering nodig is.
Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Veel Natura 2000-gebied is kwetsbaar voor stikstofdepositie. Een verhoogde stikstofdepositie vormt een bedreiging voor verschillende Habitattypen en de leefomgeving van verschillende Habitatsoorten. Om het effect van deze emissie te onderzoeken heeft Natuurbank Overijssel een zogeheten AERIUS-berekening uitgevoerd voor de gebruiksfase. De gebruiksfase wordt onderzocht of er structurele stikstofemissies zijn op Natura 2000-gebied(en). In voorliggend rapport worden de gehanteerde uitgangspunten voor het berekenen van de emissie/depositie besproken, evenals de berekende depositie in Natura 2000-gebied.
Wettelijk kader: Natura 2000 en Wet natuurbescherming Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Dit Natura 2000-gebied moet samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, welke in Nederland zijn door vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor deze instandhoudingsdoelstellingen. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben op een Natura 2000-gebied. Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebied.
1.2 Onderzoeksvraag De AERIUS-berekening is uitgevoerd om antwoord te krijgen op onderstaande onderzoeksvraag: 1. Hoe groot is de toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied als gevolg van het realiseren van de werktuigenloods (ontwikkelfase) 3
2. Hoe groot is de toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied als gevolg van het gebruik van de gewijzigde bestemming ‘agrarisch’.
Hoofdstuk 2 Het plangebied 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gesitueerd op het adres Muldersweg 1 te Saasveld. Op onderstaande afbeelding staat de ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid (bron: Ruimtelijke plannen).
Ligging van het plangebied op de luchtfoto. De begrenzing van het plangebied wordt met de gele lijn gemarkeerd.
4
Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een deel van een erf en een deel van een perceel agrarisch cultuurland. Op onderstaande foto’s wordt een impressie van het te slopen gebouw gegeven.
Impressie van de te slopen bebouwing.
2.3 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied Het plangebied zelf behoort niet tot Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ligt op 5,45 meter afstand. Dit is het Natura 2000-gebied Lemselermaten. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Natura 2000-gebied wordt met de okergele kleur aangeduid (bron: PDOK-Viewer).
2.3 Voorgenomen activiteiten Het voornemen bestaat de bestaande schuur af te breken en een grotere werktuigenberging er voor in de plaats te bouwen. De nieuwe schuur is groter dan de huidige en zal deels in het naast het erf gelegen agrarisch cuktuurland gebouwd worden. Er is geen verbeelding beschikbaar van de nieuwe werktuigenloods. De werktuigenloods meet 60x25 m1 (1.500 m2) en wordt gebouwd met stalen spanten. Deze spanten worden gedeeltelijk geplaatst op de bestaande vloer. De loods wordt voorzien van een betonvloer, wordt gedekt met 5
damwandplaten op een houten gording. De zijgevels bestaan uit ½-steens muren van baksteen met een topgevel van damwandplaten. De schuur krijgt een goothoogte van 4 meter en een nokhoogte van 7 meter. Het puin welke vrij komt bij de sloop, wordt ter plekke gebroken en verwerkt in de vloer.
2.4 Referentiesituatie Er is sprake van wijziging van de bestemming. Van een (planologisch) plan, zoals een bestemmingsplan of omgevingsplan, is de huidige feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie de referentiesituatie. De huidige feitelijk aanwezige, planologische situatie betreft ‘wonen’.
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten 3.1 Algemeen Voor het project is een AERIUS-berekening uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het project. Deze bestaat uit een berekening voor de ontwikkel- en gebruiksfase. Hierna worden de uitgangspunten toegelicht. -
Het bebouwd oppervlak is 1.500m2 ½ steens bakstenen zijgevels Goothoogte 4 m1 Nokhoogte 7 m1 Dakbedekking: damwand Topgeven: damwand Stalen spanten met houten gording Betonvloer Poeren; deels bestaand, deels nieuw De loods krijgt strokenfundering Vrijgekomen puin wordt ter plekke door een (kleine) mobiele puinbreker gebroken Brandstofverbruik per stage-klasse wordt bepaald aan de hand van kengetallen, opgesteld door TNO (uitgaande van 35% maximaal vermogen)
3.2 Verkeersgeneratie (ontwikkel- & gebruiksfase) Een algemeen criterium voor wegverkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen voor het milieu van dit verkeer niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld1. Aangenomen wordt dat alle verkeer, wanneer het zich minimaal 350 meter afstand van het plangebied op de Bornsestraat begeeft, over is gegaan in het heersende verkeersbeeld, omdat het verkeer dan niet hoeft af te remmen voor bouwverkeer. Op onderstaande afbeelding wordt de route van het verkeer weergegeven. Aangenomen wordt dat verkeer 50% de Bornsestraat in noordelijke richting volgt en 50% de Bornsestraat in zuidelijke richting volgt.
1
Verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersend verkeersbeeld op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden.
6
Route dat het verkeer aflegt van en naar het plangebied (bron: Ruimtelijke plannen).
7
3.3 Ontwikkelfase De ontwikkelfase wordt onderscheiden in een voorbereidende fase en bouwfase. Algemeen Er wordt geen schaftkeet geplaatst. De bouw wordt grotendeels in eigen beheer uitgevoerd of er wordt gebruik gemaakt van de bestaande kantine. 1. Verkeer werklieden De bouw wordt grotendeels door initiatiefnemer zelf gebouwd. Gedurende 30 werkdagen arriveren ondersteunende werklieden. Zij arriveren in één bedrijfsbus (licht voertuig). Dat resulteert in 60 verkeersbewegingen met een licht voertuig. Tot de werklieden behoren ook de asbestsaneerders.
3.3.1 Voorbereidende fase Tot de voorbereidende fase behoort het graven van de fundering en het afvoeren van het zand. Aanvoer (zelfrijdende mobiele kraan) 2. Een mobiele kraan arriveert en vertrekt éénmalig. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 15. Inzet kraan t.b.v asbestsanaring De asbestgolfplaten worden verwijderd m.b.v. een mobiele kraan met een vermogen van 100kW. Deze kraan is 8 uur bezig. Er wordt een kraan ingezet uit 2019. 3. Afvoer asbest en overig afval Er worden twee containers geleverd en opgehaald om sloopafval af te voeren, waaronder asbest. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 16. Inzet kraan t.b.v. sloop schuur De huidige schuur wordt gesloopt m.b.v. een mobiele kraan met een vermogen van 100kW. Deze kraan is 8 uur bezig. Er wordt een kraan ingezet uit 2019. Deze is reeds aanwezig. 17. Graven fundering Ten behoeve van de bouw wordt een strokenfundering gevragen (150 m1) en wordt 1.500 m2 30 cm afgegraven (450m3). Het graafwerk wordt uitgevoerd door een mobiele kraan met een vermogen van 100kW. Deze kraan is 8 uur bezig. Er wordt een kraan ingezet uit 2019. Deze is reeds aanwezig. 4. Transport vrijgekomen grond De afgegraven 450m3 grond wordt door zware vrachtwagen met een laadvermogen van 25m3 afgevoerd. Dit wordt in 18 vrachten afgevoerd.
Dat resulteert in 36 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. Transport lichte bouwmaterialen Lichte bouwmaterialen, als t.b.v. de fundering (bekisting) e.d. wordt meegenomen in een aanhanger van de werklieden. Geen extra verkeersbewegingen.
3.3.2 Bouwfase Afval Klein afval wordt door de werklieden meegenomen. Geen extra verkeersbewegingen. 5. Bouwmaterialen; bakstenen Er worden maximaal 51.680 bakstenen gebruikt. Die passen op 32 pallets. Om deze pallets te bezorgen zijn twee vrachten nodig. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 8
6. Cementzand Er wordt in totaal 2 x 10m3 metselzand bezorgd met een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 7. Cement Er worden 50 zakken cement gebruikt. Die worden in één vracht geleverd. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 8. Stalen spanten De stalen spanten worden in twee vrachten geleverd door een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 9. Beton Ten behoeve van de fundering en de vloer wordt 310 m3 beton aangewend. Dit wordt geleverd door vrachtwagens met een laadvermogen van 12 m3. Het beton wordt geleverd in 26 vrachten. Dit resulteert in 52 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 10. Betonpomp Het beton wordt m.b.v. een betonpomp verwerkt. Dit resulteert in twee verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 11. Kozijnen Kozijnen worden in 1 vracht geleverd door een middelzware vachtwagen. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. 12. Dakplaten De dakplaten worden geleverd in twee vrachten door een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 13. Gordingbalken en panlatten De gordingbalken en panlatten worden in 2 vrachten geleverd door een middelzware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. 18.
Inzet hijskraan (middelzwaar) Voor het plaatsen van de stalen spanten wordt een middelzware hijskraan ingezet. Deze kraan heeft een vermogen van 200 kW (bouwjaar 2000). In totaal wordt de kraan 2 dagen (16 uur) ingezet. De kraan werkt effectief maar 50% van de tijd (8 uur). 14. Vervoer zelfrijdende hijskraan De zelfrijdende hijskraan arriveert en vertrekt éénmalig. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 19. Inzet hijskraan (licht) Voor het plaatsen van de gording wordt een lichte hijskraan ingezet. Deze kraan heeft een vermogen van 40 kW (bouwjaar 2000). In totaal wordt de kraan 5 dagen (40 uur) ingezet. De kraan werkt effectief maar 50% van de tijd (20 uur). De kraan wordt meegenomen door werklieden tijdens normaal werkverkeer.
9
Voorbeeld van een lichte, mobiele kraan. Geschikt voor plaatsen dakplaten.
3.3.4
Afwerkfase
20. Aanleg verharding buitenruimte Ten behoeve van het opnieuw aanbrengen van verharding wordt een minishovel in gezet met een vermogen van 60kW (bouwjaar 2019; zonder ad blue). Deze shovel wordt gedurende 2 werkdagen ingezet en wordt meegenomen door werklieden op een aanhanger gedurende normaal werkverkeer. In totaal wordt de shovel 16 uur benut. Inrichting Ten behoeve van de totale inrichting, wordt 1 vracht geleverd met een middelzware vrachtwagen. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen.
3.3.5 Samenvatting Inzet materieel Hieronder wordt het inzet materieel in een tabel weergegeven.
nr in rapport Werktuig 15 kraan asbest 16 kraan sloop 17 kraan fundering 18 hijskraan zwaar 19 hijskraan licht 20 minishovel Totaal
Verbruik 100 kW verbruik 200 kW verbruik 60 kW verbruik 40 kW
Tijdsduur (uren) 8 8 8 8 20 16 68
Vermogen (kW) 100 100 100 200 40 60
Brandstof diesel diesel diesel diesel diesel diesel
uren 24 8 16 4
diesel 233 151 67 84
ad blue 6 3 0 0
verbruik/ verbruik uur totaal ad blue 9,7 78 2 9,7 78 2 9,7 78 2 18,87 151 3 4,2 84 6,03 67 535 8
ad blue 0,02 l/l diesel Inzet materieel
10
Laden en lossen laad/Lostijd per vrachtwagen (minuten) 15 10 15 15 15 30 15 15 15
nr in rapport Activiteit 3 asbest 4 grond 5 baksteen 6 cementzand 7 cement 8 spanten 9 beton 11 kozijnen 12 dakplaten
nr in Activiteit vrachtwagens/ aan- afvoer rapport materialen 3 asbest 4 grond 5 baksteen 6 cementzand 7 cement 8 spanten 9 beton 11 kozijnen 12 dakplaten
Vermogen (kW) 200 200 200 200 200 200 200 200 200
N_ vrachtwagens 2 18 2 2 1 2 26 1 2
Belasting (%) 20 20 20 20 20 20 40 20 20
Totaal
Totale tijdsduur Tijdsduur (minuten ) (uren) 30 0,5 180 3,0 30 0,5 30 0,5 15 0,3 60 1,0 390 6,5 15 0,3 30 0,5
Tijdsduur (uren) 0,5 3,0 0,5 0,5 0,3 1,0 6,5 0,3 0,5 13,0
verbruik L per uur 10 10 10 10 10 10 10 10 10
verbruik Ad Blue (0,02/L verbruik (L) diesel) 1 0,02 6 0,12 1 0,02 1 0,02 1 0,01 2 0,04 26 0,52 1 0,01 1 0,02 39 1
Totaal brandstofverbruik t.b.v. laden en lossen.
Verkeersbewegingen (totale bouwfase) In onderstaande tabel wordt het totaal aantal verkeersbewegingen gedurende de gehele bouwperiode weergegeven. Verkeersbewegingen licht verkeer 60
nr in rapport vervoer van:: 1 werklieden 2 mobeiel kraan 3 afvoer afval 4 vervoer zand 5 bakstenen 6 cementzand 7 cement 8 spanten 9 aanvoer beton 10 betonpomp 11 kozijnen 12 dakplaten 13 gording 14 mobiele hijskraan 15 inrichitng
Verkeersbewegingen middelzwaar verkeer
Verkeersbewegingen zwaar verkeer 2 4 36 4 4 2 4 52 2
2 4 4 2 Totaal
60
2 4
120
Totaal aantal verkeersbewegingen.
11
3.4 Gebruiksfase Er is sprake van wijziging van de bestemming van het perceel. Het voornemen bestaat de huidige bestemming ‘bedrijf-voormalig agrarisch’ te wijzigen in ‘agrarisch-1’. Het houden van dieren wordt uitgesloten en er wordt, als (ongeschikte) neventak, een metaalbewerkingsbedrijf mogelijk gemaakt. Verkeersaantrekkende werking Activiteiten, die in de gebruiksfase uitgevoerd worden binnen het agrarische bedrijf, zijn gelijk aan het huidige gebruik. Ook neemt de omvang van activiteiten t.b.v. metaalbewerking niet toe. Verkeersbewegingen t.b.v. de neventak ‘metaalbewerking’ worden als referentie beschouwd (huidige legale planologische situatie). Vervoersbewegingen als gevolg van de nieuwe bestemming ‘agrarisch’ worden meegenomen. Er is daarbij gekeken naar de maximale mogelijkheden die de nieuwe bestemming toe staat. Omdat het houden van dieren niet is toegestaan, blijven alleen verkeersbewegingen t.b.v. de akkerbouwtak over.
Een algemeen criterium voor wegverkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen voor het milieu van dit verkeer niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld2. Aangenomen wordt dat alle verkeer, wanneer het zich minimaal 350 meter afstand van het plangebied op de Bornsestraat begeeft, over is gegaan in het heersende verkeersbeeld, omdat het verkeer dan niet hoeft af te remmen voor bouwverkeer. Op onderstaande afbeelding wordt de route van het verkeer weergegeven. Aangenomen wordt dat verkeer 50% de Bornsestraat in noordelijke richting volgt en 50% de Bornsestraat in zuidelijke richting volgt. Rekenjaar 2024.
Route dat het verkeer aflegt van en naar het plangebied (bron: Ruimtelijke plannen).
Aangenomen wordt, dat een tractor, maandelijks 2 maal de bedrijfslocatie verlaat. Eén keer in noordelijke richting, één keer in zuidelijke richting. Deze verkeersbeweging wordt in Aerius opgenomen als ‘middelzware vrachtwagen’.
2
Verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersend verkeersbeeld op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden.
12
Op jaarbasis resulteert dit in 24 verkeersbewegingen in noordelijke richting en 24 verkeersbewegingen in zuidelijke richting. Het gebruik van de schuur leidt niet tot extra verkeer. De gebruiksfase (van de schuur) is gelijk aan de huidige situatie. Stikstofemissie, als gevolg van de schuur, wordt daarom niet meegenomen in de berekening. Gasaansluiting De schuur krijgt geen aansluiting op het aardgasnet.
13
Hoofdstuk 4 Resultaten en conclusie 4.1 Resultaten ontwikkelfase De activiteit in de ontwikkelfase leidt tot een NOx-emissie van 12,9 kg/jaar en een NH3-emissie van 0,1 kg/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de ontwikkelfase, leidt echter niet tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft dan ook geen Wet natuurbescherming-vergunning aangevraagd te worden. Het resultaat van de AERIUS-berekening is als bijlage 2 toegevoegd.
4.2 Rekenresultaten gebruiksfase De activiteit in de gebruiksfase leidt tot een NOx-emissie van 40,5 g/jaar en een NH3-emissie van 1,9 g/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de gebruiksfase, leidt echter niet tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft dan ook geen Wet natuurbescherming-vergunning aangevraagd te worden. Het resultaat van de AERIUS-berekening is als bijlage 3 toegevoegd.
14
Bijlage 1 Gemiddeld verbruik per stageklasse (35% belasting) Bijlage 2 Uitdraai: AERIUS-berekening ontwikkelfase Bijlage 3 Uitdraai: AERIUS-berekening gebruiksfase
15
Gemiddelde belasting:invoer
35% maximaal vermogen [kW] bouwjaarmotorefficientie optimale efficientie 20 40 60 1996 1,1495 267,0 2,93 5,19 7,49 1997 1,1381 264,3 2,91 5,15 7,42 1998 1,1268 261,7 2,88 5,10 7,35 1999 1,1157 259,1 2,86 5,05 7,28 2000 1,1046 256,6 2,83 5,00 7,21 2001 1,0937 254,0 2,81 4,96 7,15 2002 1,0829 251,5 2,78 4,91 7,08 2003 1,0721 249,0 2,76 4,87 7,01 2004 1,0615 246,5 2,73 4,82 6,95 2005 1,0510 244,1 2,71 4,78 6,88 2006 1,0406 241,7 2,69 4,73 6,82 2007 1,0303 239,3 2,66 4,69 6,75 2008 1,0201 236,9 2,64 4,65 6,69 2009 1,0100 234,6 2,62 4,61 6,63 2010 1,0000 232,3 2,59 4,56 6,57 2011 0,9900 229,9 2,57 4,52 6,50 2012 0,9801 227,6 2,55 4,48 6,44 2013 0,9703 225,4 2,53 4,44 6,38 2014 0,9606 223,1 2,50 4,40 6,32 2015 0,9510 220,9 2,48 4,36 6,26 2016 0,9415 218,7 2,46 4,32 6,20 2017 0,9321 216,5 2,44 4,28 6,15 2018 0,9227 214,3 2,42 4,24 6,09 2019 0,9135 212,2 2,40 4,20 6,03 2020 0,9044 210,1 2,37 4,16 5,98
liters diesel per uur 80 9,79 9,70 9,61 9,51 9,42 9,34 9,25 9,16 9,07 8,99 8,90 8,82 8,74 8,65 8,57 8,49 8,41 8,33 8,25 8,17 8,09 8,02 7,94 7,87 7,79
100 12,09 11,97 11,86 11,75 11,64 11,52 11,42 11,31 11,20 11,09 10,99 10,88 10,78 10,68 10,58 10,47 10,37 10,28 10,18 10,08 9,98 9,89 9,79 9,70 9,61
120 14,39 14,25 14,11 13,98 13,85 13,71 13,58 13,45 13,32 13,20 13,07 12,95 12,82 12,70 12,58 12,46 12,34 12,22 12,10 11,99 11,87 11,76 11,65 11,53 11,42
140 16,69 16,53 16,37 16,21 16,06 15,90 15,75 15,60 15,45 15,30 15,16 15,01 14,87 14,73 14,59 14,44 14,31 14,17 14,03 13,90 13,76 13,63 13,50 13,37 13,24
160 18,99 18,80 18,62 18,44 18,27 18,09 17,92 17,75 17,58 17,41 17,24 17,08 16,91 16,75 16,59 16,43 16,27 16,11 15,96 15,80 15,65 15,50 15,35 15,20 15,06
180 21,29 21,08 20,88 20,68 20,48 20,28 20,09 19,89 19,70 19,51 19,33 19,14 18,96 18,77 18,59 18,41 18,24 18,06 17,88 17,71 17,54 17,37 17,20 17,04 16,87
200 23,59 23,36 23,13 22,91 22,69 22,47 22,25 22,04 21,83 21,62 21,41 21,20 21,00 20,80 20,60 20,40 20,20 20,01 19,81 19,62 19,43 19,24 19,06 18,87 18,69
220 25,88 25,63 25,39 25,14 24,90 24,66 24,42 24,19 23,95 23,72 23,49 23,27 23,04 22,82 22,60 22,38 22,17 21,95 21,74 21,53 21,32 21,11 20,91 20,71 20,51
240 28,18 27,91 27,64 27,37 27,11 26,85 26,59 26,33 26,08 25,83 25,58 25,33 25,09 24,85 24,61 24,37 24,13 23,90 23,67 23,44 23,21 22,98 22,76 22,54 22,32
260 30,48 30,19 29,90 29,61 29,32 29,04 28,76 28,48 28,21 27,93 27,66 27,40 27,13 26,87 26,61 26,35 26,10 25,84 25,59 25,34 25,10 24,85 24,61 24,37 24,14
280 32,78 32,46 32,15 31,84 31,53 31,23 30,93 30,63 30,33 30,04 29,75 29,46 29,18 28,90 28,62 28,34 28,06 27,79 27,52 27,25 26,99 26,73 26,47 26,21 25,95
300 35,08 34,74 34,40 34,07 33,74 33,42 33,09 32,77 32,46 32,14 31,83 31,53 31,22 30,92 30,62 30,32 30,03 29,74 29,45 29,16 28,88 28,60 28,32 28,04 27,77
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
sloop en bouw - Beoogd
Resultaten
sloop en bouw - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RvkH7tXBkEEA (24 februari 2023)
bedrijf Muldersweg 1, x Saasveld Muldersweg 1 sloop en nieuwbouw schuur RvkH7tXBkEEA 24 februari 2023, 11:28 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2023 -
0,1 kg/j
12,9 kg/j
2/7
Projectberekening
sloop en bouw (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | bouwfase Verkeersnetwerk
RvkH7tXBkEEA (24 februari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,1 kg/j 6,9 g/j
12,7 kg/j 0,2 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RvkH7tXBkEEA (24 februari 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "sloop en bouw" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RvkH7tXBkEEA (24 februari 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
sloop en bouw, Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
bouwfase X:250536,12 Y:483728,05 0,21 ha
NOₓ NH₃
Stageklasse
laden en lossen 200kW 20% Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, belasting diesel, SCR: ja
12,7 kg/j 0,1 kg/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
39 l/j
13 u/j
1 l/j
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
384 l/j
32 u/j
9 l/j
inzet werktuigen 40-60kW Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: nee
151 l/j
20 u/j
inzet werktuigen 100200kW
2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
wegverkeer ontwikkelfase noord X:250745,5 Y:483812,55 Type scherm 530,72 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
wegverkeer zuid X:250456,09 Y:483498,52 622,75 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RvkH7tXBkEEA (24 februari 2023)
Max. snelheid
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
NOₓ
0,9 kg/j NH₃ 9,4 g/j NOₓ 8,7 kg/j NH₃ 92,2 g/j NOₓ 3,1 kg/j NH₃ 1,1 g/j
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigen
30 p/jaar 2 p/jaar 60 p/jaar 0 p/jaar
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigen
30 p/jaar 2 p/jaar 60 p/jaar 0 p/jaar
0,1 kg/j 32,2 g/j 3,2 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
0,1 kg/j 37,8 g/j 3,7 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230221_e1cb893112 Database versie 2022_e1cb893112 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RvkH7tXBkEEA (24 februari 2023)
7/7
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
bedrijf Muldersweg 1, 7597LK Saasveld Muldersweg 1 gebruiksfase plangebied
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RfVPdTNzEXw2 12 juni 2023, 15:55 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
gebruiksfase - Beoogd gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RfVPdTNzEXw2 (12 juni 2023)
2024 -
1,7 g/j
40,5 g/j
2/6
Projectberekening
gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
RfVPdTNzEXw2 (12 juni 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,7 g/j
40,5 g/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RfVPdTNzEXw2 (12 juni 2023)
4/6