CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld.pdf

Gemeenteraad 19 december 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld”24.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPMULDERSW1SAASVG01

Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 7 7 8

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste situatie 3.2 Landschappelijke inpassing

11 11 12

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 26

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit

31 31 31

5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

32 32 33 35 36 37 39

Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

41 41 42

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

43 43 43 44

Hoofdstuk 8

47

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak en zienswijzen

49 49 49

Bijlagen bij de toelichting

51

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

52

Bijlage 2

Stikstofberekening

69

2

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Bijlage 3

Quickscan natuurwaardenonderzoek

100

Bijlage 4

Watertoetsresultaat

134

Regels

141

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

143 143 150

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Agrarisch Bos - Natuur

151 151 157

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

159 159 160 161 162 163 164 165

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

167 167 168

Bijlagen bij de regels

169

Bijlage 1

Landschapsplan

170

Bijlage 2

Specifieke toetsingscriteria ondergeschikte tweede tak of deeltijdfunctie

172

Bijlage 3

Molenbeschermingszone per molen

177

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Het voornemen is om op het perceel Muldersweg 1 te Saasveld (gemeente Dinkelland) de huidige bestemming 'Bedrijf - Voormalig agrarisch' te wijzigen naar 'Agrarisch - 1' en het bouwvlak uit te breiden met 1.823 m2. Ten behoeve van het agrarisch bedrijf is initiatiefnemer voornemens om een werktuigenberging te bouwen van circa 1.500 m2. De uitbreiding van het bouwvlak en de werktuigenberging vindt plaats op gronden die in de huidige situatie bestemd zijn als 'Agrarisch - 1'. Voor een volledige weergave van de huidige planologische situatie wordt verwezen naar paragraaf 1.4.2. Een bestemmingsplanherziening is noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Daarbij wordt aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Muldersweg 1 ten westen van de kern Saasveld in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. De gronden zijn kadastraal bekend als sectie T, nummer 1461 en een deel van perceelnummer 1462. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Saasveld en de directe omgeving aangeven met respectievelijk een rode ster en rode contour. Voor de exacte ligging en begrenzing van de deelgebieden wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Saasveld en de directe omgeving (Bron: OpenStreetMap)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.1774.BUIBPMULDERSW1SAAS-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" en "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" van de gemeente Dinkelland, die op respectievelijk 18 februari 2010 en 29 mei 2018 zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Daarnaast ligt het plangebied deels binnen de begrenzing van het wijzigingsplan "Buitengebied 2010 wijzigingsplan, Muldersweg 1, Saasveld", vastgesteld op 7 januari 2014". Hierna wordt nader ingegaan op de huidige planologische situatie.

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

7

1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Het plangebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" de bestemming 'Agrarisch - 1' en binnen het wijzigingsplan "Buitengebied 2010 wijzigingsplan, Muldersweg 1, Saasveld" de bestemming 'Bedrijf - Voormalig agrarisch' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone molenbiotoop'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van de geldende plannen weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met rode omlijning. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Agrarisch - 1 De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor het agrarisch gebruik en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden. Binnen deze bestemming worden alleen bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven gebouwd. Daarnaast mogen gebouwen alleen binnen een bouwvlak worden gebouwd. Bedrijf - Voormalig agrarisch De voor ‘Bedrijf - Voormalig agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijfsgebouwen ten behoeve van bedrijven, bedrijfswoningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfs-woningen en ambachtelijke bedrijvigheid in de vorm van een metaalbewerkingsbedrijf. Vrijwaringszone - molenbiotoop Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden aanvullend bouwregels ter bescherming van de molenbiotoop van molens. 1.4.3

Strijdigheid

Het wijzigen van de bestemming 'Bedrijf - Voormalig agrarisch' naar 'Agrarisch - 1' en het uitbreiden van het bouwvlak zijn niet mogelijk binnen de regels van de vigerende plannen. Om het voornemen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan herzien te worden. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een passend juridisch-planologisch kader vastgelegd en wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

8

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland en wordt omringd door agrarische cultuurgronden. In het plangebied zelf zijn een bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen ten behoeve van agrarische activiteiten en een metaalverwerkingsbedrijf aanwezig. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied opgenomen. Hierop zijn tevens de functies van de verschillende gebouwen aangegeven.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Gewenste situatie Ter plaatse van het plangebied exploiteert initiatiefnemer al jarenlang een akkerbouwbedrijf in de vorm van maïsteelt en kleinschalige tuinbouw. In het verleden had het perceel een woonbestemming, echter werden er toen ook agrarische bedrijfsactiviteiten uitgevoerd. Naast het akkerbouwbedrijf is er ook een metaalbewerkingsbedrijf op het perceel aanwezig waar machines voor agrarische sector worden ontworpen en ontwikkeld. Op 7 januari 2014 is het wijzigingsplan “Buitengebied 2010 wijzigingsplan, Muldersweg 1, Saasveld” vastgesteld, met dit wijzigingsplan is de voormalige woonbestemming gewijzigd naar de bestemming ‘Bedrijf – Voormalig agrarisch’. Het doel van dit wijzigingsplan was het (planologisch) toestaan dat ter plaatse van de Muldersweg een metaalbewerkingsbedrijf mag worden geëxploiteerd. Met het wijzigen van de bestemming naar ‘Bedrijf – Voormalig agrarisch’, zijn agrarische bedrijfsactiviteiten niet meer toegestaan. In de huidige situatie exploiteert initiatiefnemer echter nog steeds agrarische bedrijfsactiviteiten. Om deze agrarische bedrijfsvoering voort te kunnen zetten is initiatiefnemer voornemens het perceel te voorzien van een agrarische bedrijfsbestemming, waarbij de activiteiten met betrekking tot de metaalbewerking tevens (ondergeschikt) zijn toegestaan.

Voorliggend bestemmingsplan ziet hierop toe, waarbij een veehouderij nadrukkelijk niet is toegestaan en de metaalbewerking uitsluitend ter plaatse van de daarvoor opgenomen aanduiding is toegestaan. Hiervoor wordt verwezen naar de verbeelding van voorliggend plan. Ten behoeve van een duurzame voortzetting van de agrarische bedrijfsvoering, is initiatiefnemer tevens voornemens een werktuigenberging als vervanging van een asbesthoudende kapschuur te realiseren. De te realiseren berging is deels buiten de bestaande bestemmingsgrenzen geprojecteerd, naast de functiewijziging is het daarom gewenst om het bouwvlak en de bestemmingsgrenzen te verruimen. Om ook de landschappelijke inpassing (zie volgende paragraaf) te kunnen realiseren worden de bestemmingsgrenzen verruimt met 3.971 m2. Om de werktuigenberging te kunnen realiseren wordt het bouwvlak verruimt met 1.823 m2. De concrete werkzaamheden betreffen het slopen van de kapschuur (zie afbeelding 2.1) en het bouwen van een werktuigenberging van circa 1.500 m2. In afbeelding 3.1 is de ligging van de te bouwen werktuigenberging inzichtelijk gemaakt (geel gearceerd). Het plangebied is rood omlijnd. Afbeelding 3.2 geeft een schets weer van de zijgevel.

Afbeelding 3.1: Gewenste situatie plangebied (Bron: PDOK, bewerkt)

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

11

Afbeelding 3.2: Schets zijgevel werktuigenberging (Bron: Initiatiefnemer)

3.2 Landschappelijke inpassing 3.2.1

Ruimtelijk Kwaliteitsplan

Per principebesluit heeft de gemeente Dinkelland besloten in principe medewerking te verlenen. Een van de gestelde voorwaarden is het opstellen van een inpassingsplan. Door N+L Landschapsontwerpers is een Ruimtelijk Kwaliteitsplan opgesteld. Het Ruimtelijk Kwaliteitsplan is als Bijlage 1 bijgevoegd. In deze paragraaf wordt volstaan met een beknopte beschrijving van de landschappelijke inpassing. Afbeelding 3.3 toont een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan voor de locatie aan de Muldersweg.

Afbeelding 3.3: Landschappelijke inpassing (Bron: N+L Landschapsontwerpers) 12

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Aan de Muldersweg 1 te Saasveld is sprake van een bestaand kleinschalig akkerbouwbedrijf met de nevenactiviteit. Het erf bestaat uit een woning (A) met een drietal schuren (B en C). De opzet van het erf is compact, maar wel logisch. Het erf ligt aan een voormalige kamp en ligt door een aantal oude houtopstanden verankert in het landschap. Het erf is vanuit één centrale oprit te bereiken wat de compactheid ten goede komt. Te midden van het erf wordt één opstal (C) gesloopt. Een deel van de fundatie wordt gebruikt om de werktuigenberging (D) te bouwen. Hetgeen de reden is dat de schuur relatief dicht op de bestaande bebouwing komt te staan. Toch is dit niet merkwaardig te benoemen: alleen op deze manier ligt de ingang van de werktuigenberging uit weer en wind, welke meestal uit zuidwest komt. Er blijft sprake van een compact erf, al moet door de ingang op noord wel een redelijke oppervlakte verharding (E) aan worden gelegd. Deze verharding wordt echter onderbroken en daarmee ingepast door een nieuw aan te planten houtsingel (K) met inheemse soorten. Om een extra bijdrage te leveren aan de inpassing in het landschap worden rondom het erf extra bomen aangeplant (J) en wordt een houtwal hersteld (L).

In totaal worden er 21 bomen aangeplant waarbij de bomen in de houtwallen gecombineerd worden met de aanplant van onderbeplanting in de vorm van meidoorn, sleedoorn, hazelaar, lijsterbes en vuilboom. De bomen op het erf bestaan uit zomereik of zomerlinde, op de houtwallen wordt er aangeplant met eiken. Met de voorgestelde landschappelijke inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid. 3.2.2

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

3.2.2.1 Algemeen Naast een goede landschappelijke inpassing heeft de gemeente Dinkelland het opstellen van een KGO-plan (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) als voorwaarde gesteld. Hierbij is het beleid zoals verwoord in de gemeentelijke nota 'Buitengebied met kwaliteit' van belang (zie ook paragraaf 4.3.2). In een KGO-plan wordt de financiële compensatie in de ruimtelijke kwaliteit berekend aan de hand van een vergelijking van de meerwaarde van het nieuwe planologisch regime ten opzichte van het oude planologische regime. Door N+L Landschapsontwerpers is in het Ruimtelijk kwaliteitsplan een KGO-berekening opgenomen. In onderstaande afbeelding is een overzicht opgenomen van deze berekening.

Afbeelding 3.4: KGO-berekening (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

13

3.2.2.2 Waardevermeerdering Het perceel wordt uitgebreid met 1.823 m2. Dit levert een waardevermeerdering op van €18.230,-. Een deel van de cultuurgronden in het plangebied worden herbestemd naar 'Bos - Natuur', wat een waardevermindering betekent van deze gronden. Daarnaast is de functie functioneel gebonden aan het buitengebied. Functioneel aan het buitengebied gebonden functies zijn functies die feitelijk thuishoren in het buitengebied. Omdat deze functies als gebiedseigen beschouwd worden, kan de kwaliteitsprestatie ook minder zijn dan de volledige waardevermeerdering. Voor deze functies geldt dat, naast de basisinspanning, een kwaliteitsprestatie van 25% van de waardevermeerdering voldoende is om de geboden ontwikkelingsruimte in balans te brengen met de benodigde investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. In totaal is er sprake van een waardevermindering van €16.684,50. Dit levert een bruto waardevermeerdering op van €1.545,50. Van deze waardevermeerdering moeten kosten van het landschapsontwerp worden afgetrokken: €154,55. In totaal moet er, na aftrek van kosten, €1.390,95 worden geïnvesteerd. Dit bedrag wordt ruim gehaald: zo moeten er minimaal 14 bomen worden aangeplant à €2.100, onderbeplanting, boompalen, water geven en overige beplanting niet meegerekend.

In het landschapsplan is bepaald wat er moet komen en dit is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd in de regels van dit plan. Het te investeren bedrag wordt dus ook daadwerkelijk geïnvesteerd. 3.2.2.3 Investeringsmogelijkheden Het in de vorige subparagraaf berekende bedrag dient, naast de verplichte basisinspanning, geïnvesteerd te worden in de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Deze investering of kwaliteitsimpuls kan op verschillende manieren worden ingezet. In de nota Buitengebied met kwaliteit staan verschillende mogelijkheden genoemd. Hieronder wordt beknopt op deze mogelijkheden ingegaan. Natuur, landschap, water, recreatief medegebruik en cultuurhistorie Bij het inzetten van (een deel van) de vereiste kwaliteitsimpuls ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap, gaat het om investeringen in landschap, natuur en/of water door aanleg, verbetering of langjarig beheer van bijvoorbeeld landschapselementen zoals houtwallen, bomenrijen, poelen of beken. Sloop Indien als kwaliteitsimpuls gekozen wordt voor de sloop van landschapsontsierende gebouwen gelden de volgende uitgangspunten: 1. Deze sloopmogelijkheid is enkel van toepassing op bestaande legale landschapsontsierende gebouwen of waarvan kan worden aangetoond dat deze landschapsontsierende gebouwen voor 1998 aanwezig waren; 2. Sloop van een deel van de gebouwen op het erf is mogelijk. 3.

Landschapsontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 4. Landschapsontsierende gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 5. Bouwwerken zoals sleufsilo’s, mestplaten, mestbassins, (mest)kelders, kassen en erfverharding tellen niet mee met als kwaliteitsimpuls. Torensilo’s en mestsilo’s kunnen worden opgevoerd als kwaliteitsimpuls; 6. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt als de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Maximaal 10% van de te investeren kwaliteitsimpuls mag worden ingezet in maatregelen in de vorm van klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. Het gaat hierbij om maatregelen die een positieve bijdrage leveren aan de groene leefomgeving en/of de biodiversiteit en direct of indirect de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied verbeteren. De kwaliteitsimpuls mag niet worden ingezet voor maatregelen die het gevolg zijn van een wettelijke plicht (het moet gaan om een ‘plus’ ten opzichte van de wettelijke verplichting).

KGO-fonds In die gevallen waar op het moment van de planontwikkeling geen concrete, fysieke investeringsmogelijkheden of projecten voor handen zijn, kan de keus gemaakt worden de verplichte investering in het KGO fonds, ofwel Landschapsfonds, te storten.

14

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

3.2.2.4 KGO investering initiatief Als onderdeel van het initiatief worden de volgende investeringsmogelijkheden benut: investeren in landschap en natuur en slopen van bestaande kapschuur. Ten aanzien van de investeringen in het landschap en natuur wordt verwezen naar paragraaf 3.2.1. Ten aanzien van de sloop van de kapschuur wordt opgemerkt dat deze landschapsontsierend is en dat reeds bekend is dat deze asbest bevat. Zodoende wordt gehandeld in lijn met de uitgangspunten uit de nota Buitengebied met kwaliteit van de gemeente Dinkelland. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een balans tussen de economische ontwikkeling en het te investeren bedrag in de groene omgeving.

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

15

16

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

17

is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder Voorliggend plan voorziet in de wijziging van de huidige bestemming 'Bedrijf - Voormalig agrarisch' naar 'Agrarisch' en in de uitbreiding van het bouwvlak met 1.823 m2. Daarnaast wordt een kapschuur gesloopt en een nieuwe werktuigenberging gebouwd van circa 1.500 m2 ten behoeve van de duurzame voortzetting van de agrarische bedrijfsvoering. Ook wordt het erf landschappelijk ingepast. Voorliggend bestemmingsplan ziet met name toe op het overeen laten komen van de planologische en feitelijk aanwezige situatie. Als agrarische activiteiten is geen veehouderij toegestaan en de aanwezige metaalbewerking is louter als nevenactiviteit toegestaan ter plaatse van de hiertoe opgenomen aanduiding (zie de verbeelding bij voorliggend plan). Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). In dit geval vinden de ontwikkelingen plaats in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Gelet op vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. 4.1.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld.

18

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

19

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

20

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn de volgende artikelen van belang: 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit); 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving); 2.1.7 (Kwaliteitsimpuls agro en food); 2.6.3 (Kernkwaliteiten); en 2.6.4 (Nieuwe ontwikkelingen). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Dinkelland. Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van de verouderde asbesthoudende kapschuur; Het landschappelijk inpassen van de locatie Muldersweg 1. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving.

Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar paragraaf 3.2 waar uitgebreid op dit aspect is ingegaan. In paragraaf 4.2.3.4.2 wordt beschreven dat het voornemen past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.1.7: Kwaliteitsimpuls agro en food (lid 1 en 4) 1. Bedrijfsontwikkeling en nieuwvestiging van agrarische bedrijven mag uitsluitend worden toegestaan op bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

21

bestaande agrarische bouwpercelen of op voormalige agrarische bouwpercelen. 4. In afwijking van het gestelde in lid 1 en onverminderd artikel 2.1.5 kan ten behoeve van de bedrijfsontwikkeling van een agrarisch bedrijf een bestaand of voormalig agrarisch bouwperceel in beperkte mate worden aangepast en/of uitgebreid als: a. is onderbouwd dat het in redelijkheid niet mogelijk is om het bestaande agrarische bouwperceel voor de beoogde bedrijfsontwikkeling geschikt te maken.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.7 lid 1 en 4 Het perceel was in het verleden een agrarisch bouwperceel binnen het voormalige bestemmingsplan "Buitengebied van Weerselo". Tevens past de beoogde bouw van de werktuigenloods binnen het perceel opgenomen in het plan "Buitengebied van Weerselo". Zoals eerder vermeld bestaat er binnen het huidige bouwvlak geen mogelijkheid om de beoogde werktuigenberging te realiseren. Gesteld wordt dat hiermee wordt voldaan aan het gestelde in artikel 2.1.7. Nationaal Landschap Noordoost-Twente Het plangebied is gelegen binnen het gebied met de aanduiding ‘Ontwikkelingsperspectief Nationaal Landschap Noordoost-Twente'. Zodoende zijn de artikelen 2.6.3 lid 2 en 2.6.4 van belang. Artikel 2.6.3: Kernkwaliteiten (lid 2) De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Artikel 2.6.4: Nieuwe ontwikkelingen Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van deze verordening.

Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.6.3 lid 2 en 2.6.4 Voorliggend voornemen voorziet in het bouwen van een werktuigenberging. Deze berging wordt landschappelijk ingepast (Bijlage 1). Op deze manier wordt geborgd dat het initiatief geen negatieve invloed heeft op het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. 4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen, waarbij het plangebied met een rode ster indicatief is aangeduid. Het plangebied is gelegen in de zone 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Hierna wordt nader ingegaan op het ontwikkelingsperspectief.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Voorliggend voornemen voorziet in het herbestemmen van het plangebied naar een agrarische bestemming om recht te doen aan de feitelijke situatie, waarin reeds agrarische activiteiten bestaan. Daarbij wordt de bestaande verouderde kapschuur gesloopt en een nieuwe werktuigenberging gebouwd. Het perceel wordt landschappelijk ingepast.

Naast de agrarische activiteiten is er een ondergeschikte metaalbewerkingsbedrijf en bedrijfswoning aanwezig. Zodoende is er in het plangebied sprake van een mix aan functies. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. In afbeelding 4.3 is het plangebied (rode ster) is dit weergegeven.

Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Natuurlijke laag' gelegen in het gebiedstype ‘Dekzandvlakte en ruggen’. Het plangebied is in afbeelding 4.3 met rode ster indicatief weergegeven.

Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

23

grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De gronden in het plangebied zijn grotendeels ingericht als agrarisch bedrijfsperceel. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Middels een landschappelijk inrichtingsplan wordt ter plaatse van het plangebied ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het gestelde uit de 'Natuurlijke laag'. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd.

De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is gelegen in het landschapstype 'Jonge heide- en broekontginningslandschap'. In afbeelding 4.4 is het plangebied met rode ster aangegeven.

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

24

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

'Jonge heide- en broekontginningslandschap' De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Door de landschappelijke inpassing worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap versterkt. Dit gebeurt door het erf in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting. Voor het overige heeft het initiatief geen invloed op de dragende lineaire structuren en kenmerkende ruimtematen: de werktuigenberging wordt aansluitend aan het bestaande agrarisch erf gerealiseerd. De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. 3. De 'Laag van de beleving' In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis.

Aangrenzend aan het plangebied is de Bornsestraat aanwezig. Deze straat is aangewezen als 'Historische infrastructuur'. Dit is op onderstaande afbeelding zichtbaar, waarin het plangebied indicatief met rode ster is aangegeven.

Afbeelding 4.5: Laag van de beleving (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 'Cultureel erfgoed' De omgevingsvisie richt zich vooral op de ruimtelijke kant van het cultureel erfgoed; op de sporen uit het verleden die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn in de leefomgeving en dan specifiek op het zogenaamde ‘onroerende erfgoed’. Denk hierbij aan monumenten, karakteristieke gebouwen (bijvoorbeeld agrarisch, bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

25

industrieel en religieus erfgoed), maar ook aan landgoederen, historische occupatiepatronen en infrastructuur, verdedigingslinies en schansen, begraafplaatsen, plaatsen van herdenking en grens- en markepalen. De ambitie van de provincie is om te richten op het behouden en versterken van het cultureel erfgoed als drager van identiteit. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Het voornemen heeft geen invloed op de Bornsestraat. Alle ontwikkelingen bevinden zich binnen het plangebied. Gesteld wordt dat het voornemen voldoet aan het gestelde in de 'Laag van de beleving'. 4.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld. In voorliggend geval is het beleid van de gemeente Dinkelland van belang, aangezien deze ontwikkeling mogelijk is op basis van het beleid van deze gemeente en de realisatie van de compensatiewoning op een locatie binnen deze gemeente plaatsvindt. 4.3.1

MijnOmgevingsvisie Dinkelland

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); 2. hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); 3. hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); 4. welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart). Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. We wentelen niet af op volgende generaties.

4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name de thema's 'Goede staat van landschap en natuur' en 'Toekomstgerichte agrarische sector' van belang. Goede staat van landschap en natuur De landschapskwaliteiten van Noordoost-Twente, dus ook van Dinkelland, willen we behouden en ontwikkelen. Ons landschap is gevormd door natuur en mens; de inwoners, hun cultuur en het gebruik van het gebied hebben ons landschap uiteindelijk bepaald. En dat gebeurt nog steeds. Hierin zien wij de volgende uitdagingen en wij willen ons als partner sterk maken voor: behouden en versterken van het veelzijdige cultuurlandschap; versterken van de biodiversiteit; behoud van natuur en landgoederen. Toekomstgerichte agrarische sector 26

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Het is belangrijk dat in ons buitengebied gezonde en toekomstbestendige agrarische bedrijven blijven. We zien dat de huidige landbouw tegen grenzen aanloopt. Zo is de kwaliteit van het landschap en de natuur afgenomen. De gemeente zet de komende jaren in op gebiedsprocessen waarbij een economisch gezonde bedrijfsvoering uitgangspunt is. Dit kan door de landbouw te verbinden met andere functies en opgaven. We bekijken de veranderingen in de landbouw, de energietransitie, klimaatopgaven, en de stikstof- en natuuropgaven in samenhang. De gemeente geeft ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en innovaties. We willen slim combineren met oog voor balans tussen economische voordelen, de leefbaarheid, voorkomen van leegstand en de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. 4.3.1.3 Waardenkaart In afbeelding 4.6 is een uitsnede van de bijbehorende Waardenkaart weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met een rode ster. Het plangebied ligt in een gebied dat is gericht op behouden door hoge waarde en beperkte dynamiek.

Afbeelding 4.6: Uitsnede Waardenkaart (Bron: Gemeente Dinkelland) Buitengebied in balans De gemeente Dinkelland wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulissenlandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. We zien landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. Er wordt gestreefd naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht.

Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit doet de gemeente samen met haar inwoners, haar partners en de gebruikers.

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

27

De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan MijnOmgevingsvisie Dinkelland De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het herbestemmen van het plangebied naar een agrarische bestemming, vergroten van het bouwvlak en slopen van de verouderde kapschuur. Tevens wordt een werktuigenberging gerealiseerd. Door middel van een Ruimtelijk kwaliteitsplan wordt het plangebied landschappelijk goed ingepast in het landschap. Hiermee wordt bijgedragen aan het behoud en het versterken van de identiteit van het landschap. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse versterkt en wordt er op een positieve wijze bijgedragen aan de leefbaarheid in het buitengebied. Verder wordt opgemerkt dat het herbestemmen gaat om het planologisch vastleggen van een (sinds jaren) feitelijk bestaande situatie. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'. 4.3.2

Buitengebied met kwaliteit

4.3.2.1 Algemeen Op 25 januari 2022 is de beleidsregel 'Buitengebied met kwaliteit' vastgesteld door de raad van de gemeente Dinkelland. Dit beleidsstuk bundelt en vervangt diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Mede vanwege de opgaven in het buitengebied zijn bepaalde onderdelen geactualiseerd en aangevuld. Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Voorliggend initiatief voorziet in het planologisch toestaan van agrarische bedrijfsvoering, uitbreiding van het bouwvlak en de realisatie van een werktuigenberging aan de Muldersweg 1 te Saasveld. Gelet op het initiatief zijn met name de paragrafen 4.4, 5.6.2 en 8.1.3 van toepassing. 4.3.2.2 Specifiek beleid Gelet op het voornemen (bestemming van niet-agrarisch naar agrarisch bedrijfsperceel) is gekozen het beleid in aangepaste volgorde weer te geven.

5.6.2 Functiewijziging ‘Bedrijf (niet-agrarisch)’ naar ‘Agrarisch bedrijf’ Het wijzigen van de functie ‘Bedrijf (niet-agrarisch)’ in de functie ‘Agrarisch bedrijf’ is in principe niet mogelijk, hiervoor kan een uitzondering worden gemaakt indien sprake is van een functiewijziging die voldoet aan het bepaalde in artikel 2.1.7 Kwaliteitsimpuls agro en food van de Omgevingsverordening Overijssel dan wel de op dat moment geldende Omgevingsverordening. 4.4 Uitbreiden bedrijfsperceel Voor het uitbreiden van een bestaand bedrijfsperceel met de functie ‘Agrarisch bedrijf’ is een aanvullende kwaliteitsimpuls vereist. De hoogte van deze kwaliteitsimpuls wordt bepaald door een berekening van de waardevermeerdering uit te voeren op basis van het bepaalde in paragraaf 8.1. 8.1.3 Functioneel en niet-functioneel aan het buitengebied gebonden functies Functioneel aan het buitengebied gebonden functies zijn functies die feitelijk thuishoren in het buitengebied. Omdat deze functies als gebiedseigen beschouwd worden, kan de kwaliteitsprestatie ook minder zijn dan de volledige waardevermeerdering. Voor deze functies geldt dat, naast de basisinspanning, een kwaliteitsprestatie van 25% (of 12,5% indien sprake is van een ‘kernrandzone’) van de waardevermeerdering voldoende is om de geboden ontwikkelingsruimte in balans te brengen met de benodigde investeringen in de ruimtelijke kwaliteit.

Onder functioneel aan het buitengebied gebonden functies worden onder andere de volgende functies verstaan: Agrarische bedrijven (hieronder worden tevens paardenhouderijen, sierteelt- en boomkwekerij-bedrijven en glastuinbouwbedrijven, niet zijnde een hoveniersbedrijf of tuincentrum, verstaan); Bedrijven die vanwege de gevoerde bedrijfsvoering niet passend worden geacht op een bedrijventerrein/ in de kern; Zorg- en andere maatschappelijke functies gelieerd aan het buitengebied; 28

bestemmingsplan Buitengebied, Muldersweg 1 Saasveld

Recreatieve functies; Tuinders- en hoveniersbedrijven; Bestaande horeca- en sportvoorzieningen. Functies die hiervoor niet genoemd zijn, worden in principe gezien als niet-functioneel aan het buitengebied gebonden functies. Niet-functioneel aan het buitengebied gebonden functies horen in principe thuis op een bedrijventerrein/ in de kernen. De impact van deze functies op het buitengebied is veelal groter dan de functioneel aan het buitengebied gebonden functies. Om deze reden wordt voor deze functies, naast de basisinspanning, een kwaliteitsprestatie van 100% (of 50% indien sprake is van een ‘kernrandzone’) verlangd om zo de geboden ontwikkelingsruimte in balans te brengen met de benodigde investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de voorwaarden Voorliggend voornemen voorziet in het herbestemmen van een bedrijfsbestemming naar een agrarische bestemming. Daarnaast wordt het bouwvlak vergroot, de bestaande kapschuur gesloopt en een werktuigenberging gerealiseerd. Zoals blijkt uit paragraaf 4.2.3.4 wordt voldaan aan het gestelde in artikel 2.1.7 van de Omgevingsverordening Overijssel. Om het voornemen mogelijk te maken is een Ruimtelijk Kwaliteitsplan opgesteld (zie Bijlage 1).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/732/documents/20598