CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo.pdf

Commissie Omgeving & Economie 10 januari 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 6: Voorstel inzake gewijzigd vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo”27.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Conclusie

Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

47

48

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

Hoofdstuk 6

Wateraspecten

6.1 Vigerende beleid 6.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Voornamelijk de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 6.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4

Waterschap Vechtstromen

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober 2015 het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem. het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

49

6.2 Waterparagraaf 6.2.1

Watertoets

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsproces

Via de Digitale Watertoets is Waterschap Vechtstromen van de ontwikkeling op de hoogte gebracht. Uit de Watertoets volgt dat de normale procedure doorlopen dient te worden. Het resultaat is opgenomen in Bijlage 4. In de volgende paragaaf wordt nader ingegaan op de relevante wateraspecten.

6.3 Wateraspecten Het perceel aan de Morsweg 5 is reeds aangesloten op een gemeentelijk drukriool. Het beoogde gebouw met sanitaire voorzieningen zal hier eveneens op aangesloten worden. Daarnaast wordt er aan het begin van de oprit een loosput aangelegd waar campers afvalwater kunnen lozen. Het voornemen is om deze loosput aan te sluiten op het gemeentelijke drukriool. Het plan zorgt niet of nauwelijks voor een toename van het verhard vloeroppervlak. Hierdoor worden compenserende maatregelen niet noodzakelijk geacht. Hemelwater wordt binnen het plangebied opgevangen en ter plaatse geïnfiltreerd in de bodem. Hier is, gelet op de omvang van het perceel ruim voldoende ruimte voor.

50

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2 Opzet van de regels 7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels (begrippen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.

7.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (goot- en bebouwingshoogte, etc.); Nadere eisen: met het oog op het voorkomen van onevenredig aantasting van bepaalde aspecten kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen aan de ondergeschikte punten; Specifieke gebruiksregels: omschrijving van wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt gerekend; Afwijkingen van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: vergunningenstelsel voor bepaalde werken en werkzaamheden, ter bescherming van de aan de bestemming bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

51

gekoppelde waarden. 7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich voornamelijk voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene aanduidingregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven. Hierin zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van het grondwaterbeschermingsgebied. Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Overige regels (Artikel 11) In dit artikel zijn de eisen ten aanzien van parkeren opgenomen. 7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3 Verantwoording van de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. 7.3.1

Agrarisch - 1

Deze bestemming is, conform geldend bestemmingsplan, opgenomen ter plaatse van de agrarische gronden rondom de het woonperceel. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor het agrarisch gebruik en het behoud, herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden van de gronden. Hieraan is toegevoegd dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - camperplaatsen' 20 camperplaatsen mogelijk worden gemaakt. In de bouwregels is bepaald dat uitsluitend erf- en terreinafscheidingen toegestaan zijn. Wel kan hier van af worden geweken middels een omgevingsvergunning. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Hier zijn tevens uitzonderingen voor opgenomen. Hier is specifiek bepaald dat werkzaamheden in het kader van het ruimtelijk kwaliteitsplan niet vergunningsplichtig zijn. Tevens is in de specifieke gebruiksregels een voorwaardelijke verplichting voor landschappelijke inpassing opgenomen. Er is ervoor gekozen om deze verplichting binnen de agrarische bestemming op te nemen, omdat de landschapsmaatregelen benodigd zijn als gevolg van het aanleggen/ mogelijk maken van de camperplaatsen binnen deze bestemming.

52

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

7.3.2

Bos en natuur

De belangrijkste bestaande en toekomstige opgaande groenstructuren zijn voorzien van de bestemming 'Bos en natuur'. De voor 'Bos en natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor natuur, bosbouw en houtproductie, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, de natuurlijke en de landschappelijke waarden van de bos- en natuurgebieden en beken, plassen, poelen, vennen, sloten en/of andere watergangen en/of –partijen, al dan niet mede bestemd voor waterberging. 7.3.3

Wonen

Het huidige woonperceel is, overeenkomstig de huidige planologische situatie, voorzien van de bestemming 'Wonen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor: 1. een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; 2. mantelzorg; 3. maximaal twee boerderijkamers, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van wonen - boerderijkamers”; 4. sanitaire voorzieningen ten behoeve van camperplaatsen, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van wonen - sanitaire voorzieningen”; Verder zijn er maximaal 5 camperplaatsen toegestaan ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van wonen - camperplaatsen”. Voor wat betreft de bouwregels is aangesloten op de bouwregels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2010" van de gemeente Dinkelland. Tevens is in de specifieke gebruiksregels een voorwaardelijke verplichting voor landschappelijke inpassing opgenomen teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. 7.3.4

Leiding - Brandstof

Deze bestemming is conform het nu geldende bestemmingsplan ter plaatse van de zuidoosthoek van het plangebied opgenomen. Gronden met deze bestemming zijn, naast de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een brandstofleiding met de daarbijbehorende veiligheidszone en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Deze bestemming is opgenomen ter bescherming van de aldaar aanwezige ondergrondse brandstofleiding.

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

53

54

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

55

56

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

Hoofdstuk 9 zienswijzen

Inspraak, vooroverleg en

9.1 Vooroverleg 9.1.1

Het rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Overijssel

Het plan zal in het kader van vooroverleg aan de provincie worden voorgelegd. 9.1.3

Waterschap Vechtstromen

De watertoets heeft plaats gevonden op de website www.dewatertoets.nl. Deze toets resulteerde in een normale procedure. Het plan is dan ook aan het waterschap voorgelegd in het kader van vooroverleg. De resultaten hiervan zijn in Hoofdstuk 6 verwerkt.

9.2 Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

9.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor zes weken voor een ieder terinzage gelegen. Gedurende voorgenoemde zes weken kon een ieder mondeling dan wel schriftelijk zienswijzen kenbaar maken. Er zijn 3 reclamanten die gebruik hebben gemaakt van het recht om een zienswijze in te dienen. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de in Bijlage 5 opgenomen Zienswijzennota. Mede naar aanleiding van de zienswijzen worden de volgende wijzigingen doorgevoerd. Regels Het erfinrichtingsplan, waarvoor een voorwaardelijke verplichting is opgelegd in de regels, wordt aangepast. De camperplaatsen aan de noordzijde van het erf worden onder een hoekverdraaiing gerealiseerd zodat privacy van naastgelegen woning meer geborgd is, zicht hierop wordt verminderd door de draaiing en het realiseren van een houtsingel op locatie 'O'. In de regels worden tevens de aantallen camperplaatsen per aanduiding aangepast zodat de regels overeenkomen met de aantallen zoals weergegeven op het erfinrichtingsplan. Verbeelding De aanduidingen voor camperplaatsen worden in overeenstemming gebracht met het aantal camperplaatsen zoals opgenomen in het erfinrichtingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

57

58

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

59

Bijlage 1

60

Ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

RU I M T E L I J K K WA L IT E IT S P L A N B U IT E N G E B I E D •

Morsweg 5 - Weerselo •

Tubbergen, 3 november 2022 - Versie 1 Definitief

Project: Buitengebied met kwaliteit

2

Afbeelding: Ontwikkeling Morsweg 5 Weerselo (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

Ruimtelijk kwaliteitsplan Project:

Buitengebied met kwaliteit

Locatie: Morsweg 5 Weerselo

Titel rapport

RKP buitengebied met kwaliteit - Morsweg 5 Weerselo

Opgesteld:

22 januari 2022, Tubbergen

Gewijzigd:

3 november 2022

Status:

Versie 1 - Definitief

Auteur:

N+L Landschapsontwerpers Ing. NH Oldenzaalseweg 38 7651 KC Tubbergen 06-83337880 info@nl-landschap.nl www.nl-landschap.nl

3

4

1. Aanleiding

05

2. Huidige situatie

06

3. Beleid

08

4. Nieuwe situatie

16

1. Aanleiding Aan de Morsweg in Weerselo is een voormalig agrarisch erf gelegen. De agrarische activiteiten zijn al langer gestaakt en thans is sprake van de bestemming “Wonen”. De opstallen zijn al enige jaren in gebruik als caravanstalling. De familie wil nieuwe activiteiten ontplooien en wil daarom een camperplaats starten in combinatie met de realisatie van een drietal boerderijkamers.

uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.

Een camperplaats aan de Morsweg is uiterst interessant. Niet alleen is deze markt in opkomst, de plek nabij de stad Oldenzaal zal erg gewild zijn bij camperaars. Het centrum van Oldenzaal ligt op nog geen 4 kilometer van de voorgenomen camperplaats. Dat is zeer eenvoudig met de fiets te doen. Een nieuwe camperplaats draagt bij aan de leefbaarheid van het buitengebied. Daarnaast werpt het toegevoegde aanbod voor toerisme altijd z’n vruchten af voor het toerisme in de algemeenheid. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt via het nieuwe beleid “buitengebied met kwaliteit”. Via deze regeling kan een initiatiefnemer een uitbreiding tegemoet zien, mits een evenwichtige bijdrage in de ruimtelijke kwaliteit wordt geleverd. De gemeente heeft op 29 juni 2021 aangegeven in principe medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. Landschappelijke inpassing De gemeente Dinkelland eist voor de ontwikkeling een landschappelijke inpassing. In dit document wordt daarom de landschappelijke inpassing

5

2. Huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de rand van een beekdalgebied tussen dekzandgebieden in. Er is zonder meer sprake van hoogteverschillen. Aan de noordzijde is de Lemseler Esch gelegen, ten zuiden wat kleinere kampjes. Het plangebied zelf ligt wat lager en direct nabij een beek, de Lemselerbeek. De hoogteverschillen zijn ontstaan in de laatste ijstijd waar zandruggen en beekdalen na verloop van tijd veelal zijn geërodeerd. De grotere aanwezige dekzandruggen werden in gebruik genomen als gezamenlijke essen. De kleinere zandkopjes werden gebruikt als de eenmansesjes die het karakteristiek van het Essen- en kampenlandschap tot gevolg had. Matenlandschap Het plangebied ligt in een klein gedeelte matenlandschap tussen het essenen kampenlandschap. Door de gunstige ligging al vroeg in trek voor bewoning. De hogere delen waren geschikt voor onder meer het verbouwen van granen, de lagere gronden waren geschikt als hooiland. Op de hogere delen werden heideplaggen na vermenging met uitwerpselen van het vee ter bemesting naar de essen gebracht waardoor zij nog hoger in het landschap kwamen te liggen. De es is altijd open geweest, maar het matenlandschap is een van oorsprong zeer gevarieerd en kleinschalig landschap. Daarvan is helaas weinig over.

Veel landschappelijke elementen zijn verdwenen, in dit geval vooral door de schaalvergroting en/of ruilverkavelingen in de landbouw. Dat is goed weer te zien op de cultuurhistorische kaarten. Het landschap Het landschap rondom het plangebied is voorheen erg gesloten geweest. De essen waren vanzelfsprekend open, maar rondom was er een aaneenschakeling van houtwallen en houtsingels met daaraan gekoppeld 6

verspreid liggende erven. Het kenmerkende coulisselandschap rondom het plangebied is gesneuveld door de jaren heen, maar toch is het gebied nog goed herkenbaar door belangrijke landschappelijke dragers. Vooral de meer robuuste elementen langs wegen of met een functie zijn bewaard gebleven. Nieuwe elementen In principe is er sprake van een kwalitatieve en herkenbare landschappelijke kamer. De randen zijn goed vertegenwoordigd met landschapselementen onder meer door een hakhoutsingel langs de beek en een zware bomenlaan richting het erf. Er is geen direct noodzaak om veel beplanting toe te voegen al is er wel een kans om de westzijde, langs de Morsweg nader te versterken. Voor de rest is met name behoud van belang. Huidige indeling Hoewel er sprake is van een duidelijke hiërarchie, is er geen sprake van een cultuurhistorische opzet. De woning ligt namelijk wel voor de daaraan ondergeschikte bijgebouwen, maar de stijl en de situering van de woning wijkt af. De voormalige boerderij is gesloopt en was wat meer noordwest gelegen. De voorgenomen ontwikkeling heeft feitelijk geen verbintenis met de bebouwing, dus het beeld zal niet veranderen. Daartoe is geen aanleiding.

Planlocatie omstreeks 1910. (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied ten westen van Oldenzaal. (Bron: geo.overijssel.nl)

Plangebied. (Bron: geo.overijssel.nl)

7

3. Beleid 3.1 Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere plannen. De belangrijkste is de Omgevingsvisie 2017 welke is vastgesteld op 12 april 2017. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden. Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven. Generieke beleidskeuzes: Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral

8

reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen, NNN-gebieden (natuurnetwerk Nederland) en de EHS zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Ontwikkelingsperspectieven: In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Het plangebied is aangemerkt als “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste land gebruik blijft melkveehouderij en akkerbouw, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen”, voorop. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven. Nabij gelegen is de ambitie “Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap”.

Hierbij gaat het er vooral om dat modernisering en schaalvergroting in de landbouw de ruimte krijgen. Initiatieven mogen dus de ontwikkelingen in de landbouw niet beperken. In de voorliggende situatie is daar geen sprake van.

Ontwikkelingsperspectief, het plangebied is lichtgroen wat betekent “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

9

Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag en de laag van de beleving zijn niet opgenomen; deze zijn niet relevant wat betreft de voorgenomen ontwikkeling. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De locatie is gelegen in een beekdalgebied tussen dekzandvlakten. Er is daarom sprake van reliëf. In de jaren zijn hoogteverschillen gedeeltelijk geërodeerd door de wind, weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik (essen en eenmansesjes) en weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. Hoogteverschillen zijn in dit gebied nog altijd erg goed herkenbaar. Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap.

De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en/of dekzandruggen naar de

10

overgang met de lagere gronden. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. In de lagere (beekdal) gebieden waren de gronden geschikt voor hooilanden. Dit matenlandschap was van oorsprong zeer kleinschalig. Door de schaalvergroting is dat sterk afgenomen, maar nog altijd zorgen belangrijke landschappelijke dragers voor de herkenning van het gebied. De ontwikkeling moet bijdragen aan de herkenning van het landschap. In dit geval houdt dat vooral behoud van het bestaande in. 3.2 Buitengebied met kwaliteit (ruimtelijk beleid buitengebied) De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. Het beleid is opgesteld ter vervanging van vele andere ruimtelijke regelingen. Volgens de gemeente werd dit onnodig ingewikkeld. De absolute doelstelling van het beleid is om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Er zijn algemene randvoorwaarden opgesteld: 1. De ontwikkeling moet leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. 2. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning. 3. Er is een balans tussen ontwikkeling en de kwalitatieve investeringen. 4.

De ontwikkeling past naar aard en omvang.

Links: natuurlijke laag. Plangebied is omschreven als: “beekdalgebied op overgang naar dekzandvlakte”. Rechts: laag van Cultuurlandschap. Plangebied is omschreven als: “matenlandschap” met overgang naar “Essenlandschap”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

11

5. De bestaande infrastructuur is toereikend. 6. Parkeren vindt op eigen erf plaats. 7. Er is geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. 8. Er is geen onevenredige afbreuk voor aanwezige functies. 9. Er is geen onevenredige afbreuk aan de belangen van derden. 10. Indien noodzakelijk wordt er een bedrijfsplan gevraagd. 11. In het bestemmingsplan worden de ruimtelijke verplichtingen opgenomen. 12. Gecombineerde toepassingen van de beleidsregels is mogelijk. 13. Niet actuele vergunningen kunnen niet worden benut. De aanvraag betreft een functiewijziging waarbij ten dele wordt omgeschakeld naar een nieuwe functie. De hoogte van de kwaliteitsimpuls wordt in dat geval bepaald door vooraf bepaalde bedragen. Volgens de tabel is er sprake van een waardevermeerdering van € 6.237,- exclusief BTW. Op twee verschillende plekken wordt de aanduiding camperplaats aangebracht. Omdat het gaat om een aan het buitengebied gebonden functie mag 75 % in mindering worden gebracht. De investering in de ruimtelijke kwaliteit bedraagt in dat geval € 1.559,25 exclusief BTW. Hoewel de kosten vele malen hoger liggen mag slechts 10% in mindering worden gebracht. Daarnaast is er een bezoek gebracht aan het kwaliteitsteam. Ook deze kosten mogen in mindering worden gebracht. Dat levert een netto investering op van € 1.153,33.

De investering is in dit geval zo minimaal dat er voor gekozen is om geen nadere berekening op te stellen. Het bedrag is te verwaarlozen. Door de aanplant aan de westzijde van het perceel wordt

12

bovendien het bedrag met een groots gemak overschreden. Gesteld moet worden dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan het gestelde beleid. 3.3 Casco benadering Noordoost Twente De gemeente Tubbergen hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de Casco zijn in principe niet te verwijderen (groen lijnen/vlakken op de kaart). De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de bestaande casco elementen. Geen van de elementen wordt verplaatst en/of aangetast. De ontwikkeling heeft daarom geen consequenties voor het cascobeleid en/of het cascobeleid heeft geen consequenties voor de ontwikkeling.

B

A

Onder: KGO berekening voor de ruimtelijke investering. Boven: bestemming af- en opwaardering. (Bron: N+L)

Fragment van de cascokaart behorende bij de casco benadering. (Bron: geo.overijssel.nl)

13

4. Nieuwe situatie Aan de Morsweg is initiatiefnemer voornemens om een aantal camperplaatsen aan te leggen in combinatie met 3 boerderijkamers. Hoewel er iets wordt toegevoegd aan het programma heeft de ontwikkeling geen consequenties voor de ruimtelijke kwaliteit. Er worden feitelijk geen gebouwen gesloopt, maar er worden ook geen gebouwen toegevoegd. Ter plaatse is sprake van een voormalig agrarisch bedrijf. Inmiddels is de bestemming “Wonen”. Het erf kent een woning een meerdere ondergeschikte bijgebouwen. Hoewel er sprake is van een duidelijke hiërarchie, wijkt de woning door de stijl en positie af van de rest van de bebouwing. Deze keuze is in het verleden gemaakt en gehonoreerd, maar zoals vermeld voorziet de ontwikkeling niet in wijzigingen qua bebouwing en/of erfcompositie. In één van de bestaande gebouwen (C op tekening) worden 3 boerderijkamers ingericht. De andere bijgebouwen zijn in gebruik voor privé opslag en de stalling van caravans. Er is sprake van zware, beeldbepalende en karakteristieke houtopstanden. De veelvoud aan bomen maken het erf en dragen voor een belangrijk deel bij aan de herkenning van het landschap. In alle gevallen blijven de houtopstanden behouden al ontdoet de initiatiefnemer de houtopstanden wel van achterstallig onderhoud. Met de komst van de camperplaats zijn er geen gevolgen voor de houtopstand.

Zowel aan de noordzijde als de zuidwestzijde van het erf worden de camperplaatsen op voldoende afstand gelegd. Respectievelijk gaat het om 7 en 18 plekken. Daarmee blijven de bomen behouden en worden bovendien ongemakken voor camperaars voorkomen zoals honingdauw en eikenprocessierupsen. De camperplaats is in de basis erg eenvoudig. Weliswaar worden de plekken voorzien van stroom en enkele watertappunten, maar de camperplaats is voor de rest voornamelijk groen en hoogstens verhard door grasbetonkeien (rijbaan 14

en plekken zelf). De plekken op het erf zijn het gehele jaar door in gebruik, maar de plekken aan de zuidwest zijde zullen in de winter niet of nauwelijks bezet zijn. Doordat er geen hagen of beplanting aan wordt gebracht, ontstaat er in de winter geen onwenselijk permanent beeld van een camperplaats. Juist door de eenvoud gaat de camperplaats dan op in het landschap. Aan de westzijde worden enkele bomen aangeplant om het geheel in het kampeerseizoen wel wat beter in te passen. In totaal worden er 9 zomereiken of zomerlinden aangeplant (N op tekening). Parkeren voor bezoekers van de camperplaats en/of bezoekers van de boerderijkamers kunnen parkeren op het zeer royale erf. Het erf (K) biedt ongeveer 15 parkeerplaatsen. Dat is ruimschoots voldoende voor deze ontwikkeling. Tot slot wordt een bestaand bijgebouw (E op tekening) gesloopt. De meters worden gehalveerd en daarmee wordt een bestaande veldschuurtje (D) opgeknapt, vergroot en opgewaardeerd tot sanitaire voorziening. Maatregelen in de ruimtelijke kwaliteit: - Sloop gebouw E en opknappen veldschuur tot sanitaire voorziening (D); - Aanplant van bomen langs de Morsweg (N); - Aanleg van camperplaats met hooguit grasbetonkeien (G/H). Aangepast plan Om rekening te houden met direct omwonenden is het plan na opmerkingen gewijzigd.

In plaats van 7 plekken zijn er 5 plekken aan de noordzijde gesitueerd en bovendien zijn de plekken gedraaid om te voorkomen dat er sprake is van een eventuele inbreuk op de privacy. Eveneens wordt er een houtsingel aangeplant (O). Aan de zuidzijde zijn nu 20 plekken gesitueerd.

A:

Best aande woning .

B:

Best aande schuren.

C:

Om te vormen schuur naar 3 boerderijkamers.

D:

Best aande schuur te renoveren en uit te breiden met helft van de sloopopper vlakte van gebouw E. Het gebouw dient in de nieuwe situatie als sanit aire voor ziening . (Via omgevingsvergunning na procedure).

M

E:

Te slopen bijgebouw (via omgevingsvergunning na procedure).

F N

O

F

Best aande en te behouden houtopst anden.

G:

Camper veld met 20 plaatsen. Verharding met hoogstens grasbetonstenen en er worden enkel voor zieningen aangelegd voor water en elektra.

J

H

G

F:

H:

Camper veld met 5 plaatsen. Verharding met hoogstens grasbetonstenen en er worden enkel voor zieningen aangelegd voor water en elektra.

D

E B

I

Gras/gazon.

J:

Weiland.

K:

Erfverharding en parkeren voor bezoekers camperplaats en/of boerderijkamers.

F C

J

I:

L:

Houtsingel (best aand) langs watergang .

M:

Houtsingel (best aand) langs de oprit.

N:

Nieuw aan te planten bomen ter inpassing van de camperplaats. De bomen worden op onregelmatige

K

wijze aangeplant. De soort is zomereik of zomerlinde.

B L

De aanplant geschiedt in de maat 14-16 (st amomtrek in cm) en elk voorzien van t wee boompalen.

A

O:

B

Aanplant houtsingel voor inpassing i.r.t. nabij gelegen buren. Aanplant met 50 stuks bosplantsoen met

F

hazelaar, Gelderse roos en vuilboom. Aanplant in de maat 80-10 0 (hoogte in centimeters). Plant afst and bedraagt 1 meter in en tussen de rij en de aanplant is in een driehoeksverband.

Fragment uit 1910 (topotijdreis.nl)

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Landschappelijke inpassing

Getekend:

NH

St atus:

DO

Adres:

Morsweg 5

Datum:

03-11-2022

Aant al pag .:

1

Woonplaats:

Weerselo

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:750

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

15

l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s

Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschaps.nl • www.nl-landschap.nl

Bijlage 2 veiligheid

Onderzoek externe

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

77

Notitie / Externe veiligheid Morsweg 5 in Weerselo

Project

214644

Datum

18 november 2021

Auteur

A.J.H. Schulenberg

Versie nr.

1

Opdrachtgever

BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

Notitie / Externe veiligheid Morsweg 5 in Weerselo

Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 3 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 3 3 Situatie _______________________________________________________ 4 4 Beoordeling EV ________________________________________________ 5 4.1 Plaatsgebonden risico ________________________________________ 5 4.2 Groepsrisico ________________________________________________ 5 4.3 Belemmeringenstrook ________________________________________ 6 5 Conclusie _____________________________________________________ 7 Referenties ______________________________________________________ 7

2

Notitie / Externe veiligheid Morsweg 5 in Weerselo

1 Inleiding Het voornemen bestaat om aan de Morsweg 5 te Weerselo een camperplaats te realiseren. Daarnaast zijn er plannen om een bestaand bijgebouw te vergroten en boerderijkamers te realiseren. Door de plannen zal het aantal personen ter plaatse toenemen. Direct ten zuiden van het plangebied ligt een ondergrondse kerosineleiding van de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO). In deze notitie wordt op kwalitatieve wijze ingegaan op het aspect externe veiligheid.

2 Normstelling externe veiligheid In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is het beleid beschreven voor de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen nabij buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving [1]. Voor het plaatsgebonden risico (PR) ten opzichte van kwetsbare objecten is een grenswaarde opgesteld. Met betrekking tot beperkt kwetsbare objecten is het plaatsgebonden risico een richtwaarde. Voor het groepsrisico (GR) is geen harde norm vastgelegd, maar is ervoor gekozen om een oriëntatiewaarde te hanteren. Een overschrijding van de oriëntatiewaarde of een toename van het groepsrisico dient door het bevoegd gezag te worden verantwoord.

3

Notitie / Externe veiligheid Morsweg 5 in Weerselo

3 Situatie Figuur 1 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de DPO-leiding. De leiding ligt op ca. 7 m afstand vanaf de plangrens. Tabel 1 toont enkele kenmerken van de DPO-leiding [2].

Figuur 1.

Leidingnr. P21-2 Tabel 1.

Plangebied en DPO-leiding

Diameter [mm]

Druk [bar]

Afstand 1% letaliteit [m]

219

80

30

Kenmerken DPO-leiding

4

Notitie / Externe veiligheid Morsweg 5 in Weerselo

4 Beoordeling EV 4.1

Plaatsgebonden risico Uit eerder onderzoek is gebleken het plaatsgebonden risico van DPO-leidingen kleiner is dan 10-7 per jaar [3]. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling. De PR 10-8-contour ligt op ca. 10 m uit het hart van de leiding. Figuur 2 toont de plaatsgebonden risicocontour.

Figuur 2.

4.2

Plangebied en plaatsgebonden risicocontour

Groepsrisico Figuur 3 toont het invloedsgebied van 30 m aan weerszijden van de DPO-leiding. Binnen het invloedsgebied rond het te beschouwen deel van de leiding bevindt zich geen bebouwing. Er is derhalve geen sprake van een groepsrisico. Uit figuur 3 wordt duidelijk dat de camperplaatsen en de te realiseren B&B buiten het invloedsgebied liggen. De ontwikkeling draagt niet bij aan het groepsrisico.

5

Notitie / Externe veiligheid Morsweg 5 in Weerselo

Figuur 3.

4.3

Plangebied en invloedsgebied

Belemmeringenstrook Voor buisleidingen geldt een zogeheten belemmeringenstrook waarbinnen geen nieuwe bouwwerken opgericht mogen worden [1]. Figuur 4 toont de belemmeringenstrook van 5 m rond de kerosine-leiding.

Figuur 4.

Plangebied en belemmeringenstrook

6

Notitie / Externe veiligheid Morsweg 5 in Weerselo

Het blijkt dat de belemmeringenstrook niet overlapt met het plangebied. De belemmeringenstrook vormt daarmee geen belemmering.

5 Conclusie Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Groepsrisico In zowel de huidige als toekomstige situatie is er geen sprake van een groepsrisico. Dit betekent dat de verantwoordingsplicht van het groepsrisico niet van toepassing is. Belemmeringenstrook Het plangebied ligt buiten de belemmeringenstrook.

Referenties 1.

Ministerie VROM

2010

Besluit externe veiligheid Buisleidingen (Bevb) Stb. 2010, 686

2.

IPO

2021

EV Signaleringskaart, geraadpleegd oktober 2021

3.

AVIV

2021

Externe veiligheid / Bouwblokken Buizerdlaan te Nieuwegein, rapportnr 204294, versie 2

7

Bijlage 3 Quickscan natuurwaardenonderzoek

bestemmingsplan Buitengebied, Morsweg 5 Weerselo

85

Quickscan natuurwaardenonderzoek Morsweg 5 Weerselo

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Morsweg 5 Weerselo

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

N+L Landschapsontwerpers

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 4048 versie 1.0 Ligging plangebied: Morsweg 5 te Weerselo Auteur: H. van Gijn

Status: definitief Rapportdatum: 09-02-2022 Veldwerk uitgevoerd door: Ing. P.Leemreise

1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 4

Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 5

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 6

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 6 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 6 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 7 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 7 4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................... 8 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ....................................................................................... 8 4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ........................................................................... 9 Hoofdstuk 5

Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 10

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 10 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 10 5.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 11 5.5 Slotconclusie........................................................................................................................................... 12 Hoofdstuk 6

Soortenbescherming .............................................................................................................. 13

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 13 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 13 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 15 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 17 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 19 6.6 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 19 Hoofdstuk 7

Conclusies ............................................................................................................................... 20

2

SAMENVATTING Er zijn plannen om een schuur intern te verbouwen tot Bed & Breakfast en een kippenhok en schuur te slopen op een bestaand woonerf gelegen aan de Morsweg 5 te Weerselo. Tevens zijn er plannen om een deel van het plangebied in te richten voor camperplaatsen. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 1 februari 2022 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten worden. Nader onderzoek, zoals een stikstofberekening, effectbeoordeling of passende beoordeling is niet aan de orde. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels. Beschermde grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vleermuizen bezetten geen vast rust- en voortplantingsplaats in het plangebied. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën benutten het plangebied wel als foerageergebied. Vleermuizen benutten het plangebied niet als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden.

Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de noordelijk gelegen schuur gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de foeragerende diersoorten niet af. Wettelijke consequenties samengevat: •

Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels;

3

HOOFDSTUK 1

INLEIDING Er zijn plannen om een schuur intern te verbouwen tot Bed & Breakfast en een kippenhok en schuur te slopen op een bestaand woonerf gelegen aan de Morsweg 5 te Weerselo. Tevens zijn er plannen om een deel van het plangebied in te richten voor camperplaatsen. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland).

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

4

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Morsweg 5 te Weerselo, gemeente Dinkelland. Het ligt in het buitengebied van de geemte Dinkelland en circa 3 kilometer ten zuidwesten van de woonkern Weerselo. Het plangebied wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een deel van een bestaand woonerf en bestaat uit bebouwing, grasland en erfverharding. De bebouwing bestaat uit een kippenhok en twee schuren. Het kippenhok is volledig van hout en is gedekt met golfplaten. De meest noordelijk gelegen schuur beschikt over damwanden buitenwanden en is ook gedekt met golfplaten. De meest zuidelijk gelegen schuur beschikt over gemetselde buitengevels en over een dakpannen gedekt zadeldak. De meest zuidelijke schuur is het enige gebouw in het plangebied dat beschikt over dakbeschot. Het grasland vormt weiland en bestaat uit een soortenarme vegetatie dat intensief wordt beheerd (bemesten, maaien en afvoeren maaisel). Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied aangegeven. Voor een verbeelding van de huidige situatie wordt verwezen naar de fotobijlage.

Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl). 5

HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om de meest zuidelijk gelegen schuur intern te verbouwen tot Bed & Breakfast en de andere schuur en het kippenhok te slopen. Tevens worden er 25 camperplaatsen in het plangebied gerealiseerd. De camperplaatsen worden in het noordelijke deel van het plangebied en op het grasland gerealiseerd. De camperplaatsen krijgen als ondergrond grasbetonstenen. In het westelijk deel van het plangebied komt aanplant van enkele nieuwe bomen. Op onderstaande afbeelding wordt een plattegrond van het wenselijk eindbeeld weergegeven.

Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (bron: N+L Landschapsontwerpers)

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Slopen bebouwing; • Bouwrijp maken bouwplaats; • Interne verbouwing schuur; • Realiseren camperplaatsen; • Aanleggen erfverharding; • Aanleggen erfbeplanting;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

6

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan erfverharding, agrarisch cultuurgrond, grasland en verharde weg. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden buiten het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De invloedsfeer is lokaal. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijk gesteld aan het plangebied.

7

HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS

4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/691/documents/18894