CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 12.pdf

Commissie Omgeving & Economie 9 mei 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Breemorsweg 12”23.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

omliggende gronden en tussen de erven. Het betreft een conHet Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In

trastrijk landschap zoals slechts deels nog te zien is in omgev-

Voor het behoud en versterken van de ruimtelijke kwaliteit vor-

de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier

ing van het plangebied: open essen, erven aan de rand van de

men essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Middels

ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water

essen, natte laagtes bij de stroomgeulen en open heidevelden

een verdeling in vier lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de

in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de

en ontginningen.

Omgevingsvisie toegelicht: • De natuurlijke laag • De laag van het agrarisch-cultuur landschap • De stedelijke laag (hier n.v.t.)

lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. De ambitie is de

grotendeels afgevlakt door grootschalige ontginning en door de

beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren

moderne landbouw. Ten tijde van schaalvergrotingen en land-

van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, con-

inrichtingen, is het landschap nog eens sterk gerationaliseerd.

tinuïteit van het systeem zijn leidend. Ontwikkelingen dragen bij

Veel landschapselementen zoals houtwallen die de natuurlijke

• 12

het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, be-

ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende princi-

De lust en leisure laag (hier n.v.t.)

Hedentendage zijn veel hoogteverschillen

RKP CAMPING DE RAMMELBEEK

Eén van de twee erven van Camping de Rammelbeek, tevens entree van de camping. De hagen verwijzen naar het traditionele erf aan de rand van de eensmanses, die op de historische topografische kaart te zien is. Het cluster van oude eiken aan de overzijde van de Breemorsweg vormde de wegbegeleidende bomen vanaf de het erf in oostelijke richting.

organische vorman in het landschap volgden en eigendoms-

aan – voormalige – natte en droge heidegronden was dan ook

grenzen afbakende zijn grotendeels verdwenen.

oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. De structuur van het landschap is ontstaan

De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenland-

ten tijde van technische, medische en chemische uitvindingen

schap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsim-

(zoals kunstmest) in de 18e en 19de eeuw, die de ontginning

puls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw,

van moerige gronden en heidevelden rendabel maakten. Er

wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan

ontstond een rationeel boerenland met de lange rechte we-

kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de

gen in een schaakbordachtige structuur, de regelmatige, grote

routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. De

landbouwkavels en de regelmatige verspreide boerderijen. De

voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de beleving van het

erven werden gerangschikt en ingericht naar de bedrijfsvoering

afwisselende kleinschalige landschap door het toevoegen van innovatieve verblijfsrecreatieve voorzieningen. De landschappelijke inpassing zorgt voor het inpassen van de recreatieve functie in het landschap. Het overgrote deel van de camping is reeds voorzien van een robuuste inheemse groenvoorziening. In het deelgebied ten oosten van de Breemorsweg is met het toevoegen van nieuwe elementen een kwaliteitsimpuls te behalen. Jong heide- en broekontginningslandschap Het oostelijke gedeelte van de camping wordt getypeerd als het jong heide- en broekontginningslandschap. Het landschap dat wij nu typeren als jong heide- en broekontginningslandschap bestond vroeger uit uitgestrekte heidevelden en natte laagtes (zie de historische topografische kaart uit 1900 op pagina 11). De hoger gelegen drogere delen van deze woeste gronden werden gebruikt voor de beweiding van schapen en het steken van plaggen voor de bemesting van de essen. De grote oppervlakte 13

en eigen inzicht van de boer. De omgeving van de planlocatie is

De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk

dan ook een gebruikslandschap. Het is een grootschalig land-

de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. De gemeente

schap gericht op de landbouw met over het algemeen weinig

hanteert voor ontwikkelingen in het buitengebied de Kwalitei-

perceelrandbegroeiingen en met robuust groen aangezette er-

tsimpuls Groene Omgeving. Bij elke ontwikkeling dient de

ven. De dragende structuren worden gevormd door groene en

aantasting van de landschappelijke en ecologische waarden

blauwe raamwerken. Het plangebied kenmerkt zich met per-

gecompenseerd te worden. Bij een grootschalige ontwikkeling

ceelrandbegroeiing langs de perceelsgrenzen. Een deel hiervan

dient men naast een basisinspanning en een extra investering

is opgenomen als casco element conform het Cascobeleid van

aan te bieden.

de gemeente Dinkelland (zie het figuur rechts). Daarnaast zijn er nog enkele grotere bomen (eiken) op het perceel aanwezig,

Men onderscheidt een aantal stappen:

welke waarschijnlijk in het verleden onderdeel waren van de

- Wat is de omvang van de ontwikkeling;

robuuste landschapselementen langs rechtlijnige structuren

- Welke locatie wordt er voorgesteld voor de elementen;

zoals wegen en paden.

- Maken de gronden deel uit van bepaalde natuurwaarden; - Welk landschapstype en bouwstenen zijn van toepassing;

Gemeentelijk beleid

- Welke ambities en streefbeeld moet er nagestreefd worden;

Cascobeleid gemeente Dinkelland

- Waar en hoe kunnen wij daaraan voldoen?

De gemeente Dinkelland hanteert, vooral ter bescherming van

14

het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco

In dat proces wordt er, net als bij de omgevingsvisie gekeken

beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een

naar vier lagen; de natuurlijke, de agrarische, de stedelijke en

ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de

de lust en leisure laag. De kwaliteitsimpuls moeten zonder

casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de cas-

meer bijdrage leveren aan een stevig en robuust landschappelijk

co zijn in principe niet te verwijderen. De voorgenomen ontwik-

raamwerk. Dit raamwerk is aanwezig op de camping en zal waar

keling heeft geen negatieve consequenties voor elementen op

mogelijk versterkt worden. Het oostelijke deel van plangebied

de casco kaart. Er worden geen groenelementen verwijderd en

ligt in het heideontginningslandschap het westelijke gedeelte

de ontwikkeling wordt ingepast op basis van bestaande land-

in het kampenlandschap. Er wordt gestreefd naar het verst-

schappelijke elementen ter plaatse. Enkele elementen zullen

erken en ontwikkelen van robuuste en heldere landschappelijke

versterkt worden door het vervangen van uitheems door in-

structuren. Daarnaast wordt de Rammelbeek beleefbaar door

heems plantmateriaal.

de aanwezigheid van een wandelroute over het camping terrein.

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

Waardering

Cascokaart

Bij het bepalen van de hoogte van de kwaliteitsimpuls voor de groene omgeving wordt uitgegaan van de waardevermeerdering van de gronden die door de planologische verandering zal ontstaan. Normaliter wordt uitgegaan van basisbedragen, echter vanwege het gedeeltelijk intensiveren van de recreatieve bestemming wordt middels een taxatie de toegenomen waarde bepaald. Taxatie In onderhavige ontwikkeling vindt er een wijziging van de bestemming plaats. In dit geval is een taxatierapport opgesteld om de waardesprong te kunnen bepalen, omdat de vraag niet overeenkomt met de standaardtabel als opgenomen in het KGO beleid. Van de Loosdrecht makelaars (taxatie- en makelaarskantoor) heeft een taxatie uitgevoerd. De waardevermeerdering betreft € 83.650,De voorgenomen ontwikkeling is functioneel aan het buitengebied verbonden. 25% van de waardevermeerdering dient in-

RKP CAMPING DE RAMMELBEEK

gezet worden voor de compensatie ten goede van de ruimtelijke kwaliteit. Dit betreft een bedrag van € 20.912,50. De volgende aftrekposten mogen worden toegerekend als onderdeel van deze kwaliteitsimpuls en kunnen in mindering worden gebracht op de berekende kwaliteitsinvestering: - de kosten voor het opstellen van het KGO-plan tot een percentage van 10% van de vereiste kwaliteitsinvestering met een maximum van € 5.000,-(excl. BTW). Deze kosten kunnen eenmalig in mindering worden gebracht op de berekende kwaliteitsinvestering. Dit betreft een bedrag van € 2.091,25. - de legeskosten voor de inzet van het gemeentelijk kwaliteitsteam (Q-team). Er heeft één bezoekmomenten Q-team plaatsgevonden, de lege betreft € 250,-. De bijdrage voor een investering in de ruimtelijke kwaliteit bedraagt daardoor € 18.571,25.

Bestaande kwaliteiten campngterrein: Wandelroute over het campingterrein (links boven), inheemse, gebiedseigen beplantingen en landschapselementen (rechts boven en onder)

15

Inrichtingsplan Met het initiatief van de opdrachtgever wordt het mogelijk het

hap die in westelijke richting over gaat naar het kampenland-

De houtsingels en houtwallen worden als hakhout beheerd

plangebied en de directe omgeving een ruimtelijke kwaliteits

schap. De groenstrook bestaat uit houtwallen en houtsingels

en tussen de 10-12 jaar afgezet zodat er regelmatig verjong-

impuls te geven. De ontwikkeling vindt plaats in reeds recreatief

met inheems plantmateriaal zoals zomereik, vuilboom, haze-

ing plaats vindt en er een robuuste struiklaag ontstaat. Enkele

bestemd gebied en binnen de bestaande grenzen van de camp-

laar, sleedoorn en kardinaalsmuts. Het betreft relatief brede

boomvormers moeten worden gespaard om diversiteit aan te

ing. Het streefbeeld bestaat uit het behouden van de bestaande

groenstroken met een mantel-zoom opbouw. De houtwal aan de

brengen. Met name een onregelmatig karakter is daarbij belan-

kwaliteiten en waar mogelijk de robuuste landschappelijke

zuidzijde van het terrein, oostelijk gelegen van de Breemorsweg

grijk om het geheel natuurlijker te laten ogen. Aanplant hout-

structuur te versterken. Het campingterrein is reeds voorzien

is hier een uitzondering op. De houtwal bestaat grotendeels uit

wal, 105 meter, breedte 7,5 meter, aanplant in 4 rijen, plantver-

van een robuuste groene omkadering zoals weergegeven is op

sparren en laurier welke verwijderd zullen worden. Inheems

band 1,5 x 1,5 m in driehoeksverband met de soorten zomereik

de foto’s van diverse houtwallen die de camping begrenzen.

bosplantsoen met boomvormers in de middelste rijen zullen

(Quercus robur), ruwe berk (Betula pendula), meidoorn (Cratae-

Waar mogelijk zullen houtwallen worden versterkt door het

zorgen voor een robuuste houtwal met streekeigen beplant-

gus monogyna), lijsterbes (Sorbus aucuparia), gewone vogelk-

vervangen van het uitheemse plantmatiaal door inheems bos-

ing. Door deze beplanting met een mantel-zoom opbouw aan te

ers (Prunus padus) en sleedoorn (Prunus spinosa) in een gelijke

plantsoen. Het algehele camping terrein wordt voorzien van een

planten en te beheren ontstaat in potentie een hogere biodiver-

verdeling. Totale aanplant 280 stuks. De soorten worden aange-

kwaliteitsimpuls door vergroening van het terrein.

siteit en groter leefgebied dan in de huidige situatie.

plant in groepen van minstens 5-7 stuks per soort. Op die mani-

De KGO investering zal plaatsvinden op het bosperceel aangrezend aan het campingterrein aan de oostzijde van het plangebied. Het bosperceel is niet onderhouden en het opschonen zorgt voor een kwaliteitsimpuls ter plaatse. Maatregelen Groene omkadering Camping de Rammelbeek is omgeven door een robuuste groenstrook die de perceelsgrenzen en zo ook de lijnen in het landschap gevormd door de beken en wegen volgen. De camping wordt ingepast met reeds bestaande en nieuwe forse houtwallen. De houtwallen zijn robuust en dragen bij aan het kleinschalige karakter van het oostelijk gelegen heide ontginningslandsc16

Mantel zoom vegetatie houtwal langs de Geele beek

Camping de Rammelbeek

a= De camping wordt ingepast met reeds bestaande en nieuwe forse houtwallen. De houtwallen zijn robuust, maar dragen bij aan het kleinschalige karakter van het heide ontginningslandschap die over gaat naar het kampenlandschap. De houtsingels en houtwallen worden als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet zodat er regelmatig verjonging plaats vindt en er een robuuste struiklaag ontstaat. Enkele boomvormers moeten worden gespaard om diversiteit aan te brengen. Met name een onregelmatig karakter is daarbij belangrijk om het geheel natuurlijker te laten ogen. Aanplant houtwal, 105 meter, breedte 7.5 meter, aanplant in 4 rijen, plantverband 1,5 x 1,5 m in driehoeksverband met de soorten zomereik (Quercus robur), ruwe berk (Betula pendula), meidoorn (Crataegus monogyna), lijsterbes (Sorbus aucuparia), gewone vogelkers (Prunus padus) en sleedoorn (Prunus spinosa) in een gelijke verdeling. Totale aanplant 280 stuks. De soorten worden aangeplant in groepen van minstens 5-7 stuks per soort. Op die manier wordt voorkomen dat langzaam groeiende soorten worden overgroeid door snel groeiende soorten. b= Indien sprake is van een reeds bestaande houtwal, zal een struiklaag worden toegoevoegd parallel aan de wal en als afscheiding van de staanplekken waar het privé sanitair tussen zal worden gesitueerd.

Het privé sanitair is onopvallend in het landschap door het gebruik van natuurlijke materialen in een bedekte kleur. Aanplant inheems struweel, bestaande uit een struweelsingel van 2 meter breed, aanplant in 2 rijen, plantverband 1 x 1 m in driehoeksverband met de soorten meidoorn (Crataegus monogyna), lijsterbes (Sorbus aucuparia), krent (Amelanchier lamarckii) en sleedoorn (Prunus spinosa) in een gelijke verdeling. c=

Verwijderen uitheemse beplanting in de bestaande houtwal

d=

Verwijderen struweel van laurier

e=

Parkeerplaats (60 parkeerplaatsen) met halfverharding

f=

Bestaand gebouw met afvalpunt

g=

Parkeerplaats (15 parkeerplaatsen)

h=

Kwaliteitsimpuls bos (KGO investering)

Nieuwe aanplant

Bestaand groenelement

Camping de Rammelbeek

21AF007

A.Veenendaal

Camping Rammelbeek

Versie 1.1

-

Breemorsweg 12

08-11-22

A3

7635 NH Lattrop-Breklenkamp

Concept

1:750

er wordt voorkomen dat langzaam groeiende soorten worden

Breemorsweg 12 Impressie staanplekken met privé sanitair en inheemse beplanting

overgroeid door snel groeiende soorten. Indien sprake is van een reeds bestaande houtwal, zal een struiklaag worden toegoevoegd aan de wal waar het privé sanitair tussen zal worden gesitueerd. Het privé sanitair is onopvallen in het landschap door het gebruik van natuurlijke materialen in een bedekte kleur. Jaarrond kampeerplekken oostzijde Breemorsweg Op het oostelijk gedeelte van de camping zijn momenteel ruim 100 kampeerplekken aanwezig die verhuurd kunnen worden in de zomerperiode. De wens bestaat de kwaliteit van de staan plaatsen te verbeteren door de hoeveelheid plaatsen naar bene den te brengen, grotere plaatsen met eigen sanitair te creeëren en het geheel te vergroenen. Het sanitairgebouw zal omgeven worden door een struweelsingel die tevens voor de afbakening van de plekken zal zorgen. De rondgang gaat achter de staanplaatsen langs zodat er geen verkeer over de weides zullen rijden.

19AF020

A.Veenendaal

Familie Oortman

Versie 1.6

-

Jonkershoesweg 11-13

17-03-2020

A3

7635 LM Lattrop-Breklenkamp

Concept

1:800

Rood voor rood Jonkershoesweg 11-13

Zodoende wordt de (verkeers)veiligheid op het terrein geborgd en worden de weides vrijgehouden van verkeer. De rondgang betreft een karrenspoor met op de sporen een halfverharding om stevigheid te bieden voor de voertuig combinaties die het terrein betreden. Bestaande staanplaats uitstraling De aankleding van de bestaande jaarplaatsen wordt verzorgd

18

Ongewenste elementen tussen staanplaatsen

Indicatieve locatie boomhutten op terrein (blauw omcirkeld)

door de huurder van de plek. Om invloed te hebben op de algehele uitstraling van de plekken samen is er een stijlgids ontwikkeld die de huurder verplicht de uitheemse soorten te verwijderen, evenals schuttingen en andere elementen die niet gewenst zijn op een natuurinclusieve camping. Enkele soorten bestrating mogen gebruikt worden zodat men deze na vertrek van de huurder kan hergebruiken. Zo tracht men middels actief beleid de gewenste beeldkwaliteit te realiseren. De seizoensplekken en de staanplekken voor de kampeermiddelen worden afgescheiden middels houtsingels. De groene afscheidingen bestaan uit streekeigen en inheemse beplanting. Op enkele plekken in het lijn elementen zijn struikvormers uitgevallen. Deze plekken zullen aangevuld worden met nieuwe aanplant. Boomhutten Om het type accomodatie aanbod te verbreden bestaat het

Indicatieve locatie boomhut in de rand van de houtwal

voornemen boomhutten toe te voegen aan het terrein. Op verschillende plekken op het campingterrein zullen de boomhutten aan de rand van houtwallen gesitueerd worden. De exacte locatie wordt bepaald aan de hand van de bestaande houtopstand en de passende locatie zodat de boomhut verscholen is achter de bomen, maar nog wel zicht heeft op het omliggende landschap. De boomhut wordt ingepast met omliggende bosschages om het geheel op te laten gaan in het groen. De boomhutten bestaan uit natuurlijke materialen met een gedekte of natuurlijke kleur. De locatie van de boomhutten is indicatief weergegeven op de naastgelegen kaart.

19

KGO investering De basisinspanning mag niet opgevoerd worden als investering zoals benodigd vanuit het KGO beleid van de gemeente Dinkelland. Er moet een aanvullende inspanning worden gedaan waarbij geïnvesteerd wordt in de omgevingskwaliteit. De initiatiefnemer is eigenaar van een bosperceel gesitueerd ten oosten van de camping. Het bosperceel heeft een oppervlakte van ca. 1 hectare. Er zijn meerdere aspecten die aangemerkt zouden kunnen worden als aanvullende inspanning en kwaliteitsimpuls. Wel is er een verschil in prioriteit van uitvoering evenals de impact op de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Met name na de valwind in 2010 zijn er bomen gesneuveld en is er een wildgroei ontstaan van o.a. bramenstruiken en fijnspar. In het bos is veel uitheemse beplanting aanwezig en is er sprake van achterstallig onderhoud, tevens naar aanleiding van de storm. Vooral de woekerende bramenstruiken zorgen ervoor dat inheemse beplanting geen daglicht krijgt en hierdoor geen kans heeft om uit te groeien tot een volwassen struik/boom. Om een ruimtelijke kwaliteitsimpuls te geven aan het bosperceel worden enkele werkzaamheden uitgevoerd in het betreffende bos van de initiatiefnemer.

20

Uitheemse beplanting (fijnspar) tussen diverse soorten inheemse beplantingen (onder) braamstruiken die de bodem van het bosperceelgrotendeels bedekken (boven)

Lagere gronden

Hogere gronden

Het bosperceel ligt op de overgang van een dekzandrug naar een laagte (zie de AHN van het bosperceel rechts). Op de drogere gronden zijn voornamelijk zomereiken, grove den en fijnspar (kerstbomen) met een ondergroei van hulst en braam te vinden. Op de nattere gronden zijn hoofdzakelijk de soorten berk, zwarte els en boswilg aanwezig. Biodiversiteit in bossen is gebaat bij een gevarieerde bosstructuur waarin stadia van aftakeling en verval afgewisseld worden met open plekken, dichte stakenfase, jonge en oude boomfasen. Het bosperceel is een gemengd bos en kent reeds een diversiteit aan soorten op de wat hoger gelegen gronden van de dekzandrug en de nattere gronden in de laagte. De kwaliteit van het bos zal verbeterd worden door dunning, het afzetten van bomen en het opschonen c.q. verwijderen van uitheemse beplanting. De bomen op de hogere gronden zullen gedund worden. Hiervoor wordt eerst de onderlaag opgeschoond zodat het mogelijk wordt om het terrein goed te betreden en de toekomstbomen te selecteren. In de kroonlaag zijn de gewenste hoofdsoorten eik, grove den, berk en els. Na de werkzaamheden kan er natuurlijke verjonging plaats vinden. De bomen (zwarte els, berk en boswilg) op de lagere en nattere gronden zullen worden afgezet zodat er verjonging ontstaat. Aan de zuidoostzijde zal met aanplant van sleedoorn en vuilboom een boszoom gevormd worden.

Het beheer van het bosperceel bestaat uit het bestrijden van uitheemse soorten en onderhoud van de boszoom. Bosperceel in vogelvlucht met de grens van het bos geel omkaderd (onder) (bron: eigen bewerking Cyclomedia) AHN van het bosperceel (boven)

21

In onderstaande tabel zijn de werkzaamheden en de bijbehorende kosten inzichtelijk gemaakt. Behalve de eenmalge

A = Opschonen ondergrond, o.a. het verwijderen van

maatregelen zijn ook de kosten opgenomen voor 6 jaar onder-

bramen op het hele bosperceel

houd aan het bosperceel en de bosrand.

B = Dunnen bos hogere gronden en verwijderen uitheemse beplanting zoals fijnsparren (kerstbomen) C = Afzetten berk, zwarte els en boswilg D = Aanplant boszoom 50 meter, totale aanplant bedraagt

C

circa 50 stuks in de maat 60-100 (hoogte in centimeters) met de soorten sleedoorn (Prunus spinosa), meidoorn (Crataegus monogyna) en vuilboom (Frangula alnus)

B Totale kosten voor beoogde kwaliteitsverbetering:€ 24.689,50

A

(excl. BTW) De voorgenomen ontwikkeling gaat gepaard met een gevraag-

D

de investering van € 18.571,25. Er wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van het naastgelegen bosperceel en er kan gesteld worden dat er ruim voldaan wordt aan de verplichting gesteld in het KGO beleid van de gemeente Dinkelland. De ontwikkeling als voorgenomen is daarmee positief in het kader van de Kwaliteits impuls groene omgeving.

22

Bosperceel met de maatregelen en werkzaamheden aangeduid (bron: eigen bewerking Cyclomedia)

Colofon N A A M Camping de Rammelbeek P L A N T Y P E Ruimtelijk kwaliteitsplan S TAT U S Ontwerp DAT U M januari 2023 P R OJ E C T N U M M E R

21AF007

O D P R AC H TG E V E R

Camping de Rammelbeek (BM)

O P S T E L L E R AV C O N TAC T P E R S O O N Ad Fontem 074 255 7020 info@ad-fontem.nl www.ad-fontem.nl

AV

WIJ MAKEN PLANNEN BINNEN UW RUIMTE

Bijlage 2

Watertoets

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 12

79

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 01-03-2022

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

Normale procedure

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

01-03-2022, 09:39

P agina 1 van 6

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? nee

2.

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? nee

3.

Is er in of rondom het plangebied s prake van wateroverlas t of grondwateroverlas t? nee

4.

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 1500m2? nee

5.

Wordt op het perceel hemelwater (HWA) en afvalwater (DWA) verzameld in dezelfde rioolbuis ? nee

6.

Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is ? nee

7.

Worden er op bedrijfs matige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee

8.

Bedraagt het vers chil tus s en de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? nee

9.

Bedraagt het vers chil tus s en de GHG (Gemiddelde Hoogs te Grondwaters tand) en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 80 centimeter? nee

10.

bargerveen nee

01-03-2022, 09:39

P agina 2 van 6

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 11.

beekhers tel nee

12.

grondwaterbes _en_s tiltegebied nee

13.

ruimtevoorvecht nee

14.

verbods zone diepe boringen nee

15.

zoekgebied nee

16.

primaire watergebieden nee

17.

RWZ I nee

18.

s trokenkaart ja

19.

pers leidingen nee

20.

rioolgemalen nee

21.

keurzone ja

22.

gewijzigd klimaat nee

01-03-2022, 09:39

P agina 3 van 6

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 23.

huidig klimaat nee

01-03-2022, 09:39

P agina 4 van 6

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

Normale procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waters chaps belangen raakt.

Wat moet ik doen? "datum dos s iercode Geachte heer/mevrouw , U heeft het Waters chap Vechts tromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (www.dewatertoets .nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de Normale procedure van het watertoets proces moet worden doorlopen. Watertoets proces : Op grond van artikel 12 uit het bes luit op de ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoets proces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, advis eren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuis houdkundige as pecten in ruimtelijke plannen en bes luiten. Waters chap Vechts tromen kijkt wat de invloed van het plan op de waterhuis houding is en geeft een wateradvies . Daarbij toets t het waters chap het plan aan het voorkeurs beleid dat is geformuleerd. Voor het verdere proces is het van belang om de RO advis eur van het waters chap te betrekken bij het plan. Wij verzoeken u ons te informeren over de wijze waarop het plan verder zal worden voorbereid. Daarvoor kunt u contact opnemen met de, voor des betreffende gemeente, aangewezen RO advis eur.

Ben van Veenen b.van.veenen@vechts tromen.nl gemeente Hardenberg gemeente Los s er gemeente Ommen Frits Huttenhuis f.huttenhuis @vechts tromen.nl gemeente Borne gemeente Coevorden gemeente Hellendoorn gemeente Oldenzaal Els Boerrigter e.boerrigter@vechts tromen.nl gemeente Dinkelland gemeente Ens chede gemeente Tubbergen

01-03-2022, 09:39

P agina 5 van 6

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Heral Hes s elink h.hes s elink@vechts tromen.nl gemeente Almelo gemeente Rijs s en-Holten gemeente Wierden Henry Legtenberg h.legtenberg@vechts tromen.nl gemeente Borger-Odoorn gemeente De Wolden gemeente Emmen gemeente Hoogeveen gemeente Midden-Drenthe gemeente Twenterand Wim Geerdink w.geerdink@vechts tromen.nl gemeente Berkelland gemeente Haaks bergen gemeente Hengelo gemeente Hof van Twente Telefonis ch bereikbaar via mailverzoek of algemeen telefoonnr. 088-2203333. Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bes temmings plan is opgenomen dat de kennis geving wordt toegezonden aan de ins tanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bes temmings plan kunt u zenden aan kennis gevingwro@vechts tromen.nl. Copyright Digitale watertoets - http://www.dewatertoets .nl//. Dit document is gegenereerd via de webs ite http://www.dewatertoets .nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is oms chreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document."

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

01-03-2022, 09:39

P agina 6 van 6

https://dewatertoets.nl

Bijlage 3

86

Natuurwaardenonderzoek

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 12

Quickscan natuurwaardenonderzoek Camping de Rammelbeek

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Camping de Rammelbeek

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Ad Fontem

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 4111 versie 1.0 Ligging plangebied: Breemorsweg 12 Lattrop-Breklenkamp Auteur: Ing. P. Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 28-02-2022 Veldwerk uitgevoerd door: Ing. P. Leemreise

1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 5

Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 6

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 6 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 8

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 9 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 9 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................. 10 Hoofdstuk 4

Toetsingskaders ...................................................................................................................... 11

4.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 11 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................. 11 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ..................................................................................... 11 4.4

Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ................................................................... 12

Hoofdstuk 5

Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 13

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 13 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 13 5.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 14 5.5 Slotconclusie........................................................................................................................................... 15 Hoofdstuk 6

Soortenbescherming .............................................................................................................. 16

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 16 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 16 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 18 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 20 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 22 6.6 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 22 Hoofdstuk 7

Conclusies ............................................................................................................................... 23

2

SAMENVATTING Aan de Breemorsweg 12 te Lattrop-Breklenkamp is Camping de Rammelbeek gevestigd. Om de continuïteit van het recreatiebedrijf te waarborgen, heeft de eigenaar plannen voor het realiseren van een aantal verblijfsobjecten (boomhutten) en zijn er plannen om jaarrond kamperen mogelijk te maken op een deel van het terrein. Ook zijn er plannen de zwemvijver te vergroten in zuidoostelijke richting. Ten behoeve van de versterking van de landschappelijke kwaliteit wordt lage beplanting en worden enkele fijnsparren verwijderd. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 16 februari 2022 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties.

Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten kan een negatief effect op Natura 2000-gebied niet op voorhand uitgesloten worden. Nader onderzoek is nodig in verband met stikstof en het vergroten van de zwemvijver. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats, bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats en bezetten vleermuizen er een verblijfplaats.

Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het verstoren van bezette vogelnesten. Indien de werkzaamheden plaatsvinden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest (in de aangrenzende houtsingel en laurierhaag) uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën beschadigd of vernield. Voor de beschermde dieren, die een vaste rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde dieren. Om te voorkomen dat veldmuizen gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Als gevolg van de herinrichting van een deel van het plangebied, neemt de betekenis van het plangebied voor sommige beschermde soorten af.

Dit leidt echter niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Met uitzondering van nader onderzoek naar het effect van de voorgenomen activiteiten, kan overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming voorkomen worden, mits rekening gehouden wordt met de aanwezige beschermde dieren. 3

Wettelijke consequenties samengevat: • • • •

Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels; Geen beschermde amfibieën of zoogdieren doden; Stikstofberekening uitvoeren; Effectbeoordeling uitvoeren voor het vergroten van de zwemvijver, in relatie tot de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld.

4

HOOFDSTUK 1

INLEIDING Aan de Breemorsweg 12 te Lattrop-Breklenkamp is Camping de Rammelbeek gevestigd. Om de continuïteit van het recreatiebedrijf te waarborgen, heeft de eigenaar plannen voor het realiseren van een aantal verblijfsobjecten (boomhutten) en zijn er plannen om jaarrond kamperen mogelijk te maken op een deel van het terrein. Ook zijn er plannen de zwemvijver te vergroten in zuidoostelijke richting. Ten behoeve van de versterking van de landschappelijke kwaliteit wordt lage beplanting en worden enkele fijnsparren verwijderd. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies.

Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland).

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

5

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Breemorsweg 12 te Lattrop-Breklenkamp. Het ligt in het buitengebied, iets ten oosten van de woonkern Lattrop. Het plangebied wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden, die tezamen een groot deel de camping vormen. De deelgebieden bestaan kampeerterrein, verharding, zwemvijver, grasland, bebouwing en opgaande beplanting. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied aangegeven. Voor een verbeelding van de huidige situatie wordt verwezen naar de fotobijlage.

Luchtfoto van het noordelijke deel van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

6

Luchtfoto van het zuidelijke deel van het plangebied (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

7

HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om het noordelijke deel te ontwikkelen al een deel van het campingterrein met standplaatsen die jaarrond benut kunnen worden. De volgende maatregelen worden in het noordelijke deelgebied uitgevoerd: • Uitbreiding zwemvijver; • Verwijderen beplanting; • Aanplant nieuwe beplanting; • Aanleggen parkeerplaats met halfverharding; • Aanleggen verblijfsaccommodaties, waaronder boomhutten; Op onderstaande afbeelding wordt een plattegrond van het wenselijk eindbeeld in het noordelijke deelgebied weergegeven.

Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (bron: Building Design Architectuur)

Het voornemen is om in het zuidelijke deelgebied een boomhut te ontwikkelen. Op onderstaande afbeelding worden de locaties van de nieuwe boomhutten in het plangebied weergegeven.

8

Beoogde locaties van de boomhutten in het plangebied.

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Verwijderen beplanting; • Aanleggen erfverharding; • Graven vijver; • Aanleggen erfbeplanting; • Plaatsen boomhutten • Exploiteren boomhutten

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals het verwijderen van beplanting, het uitbreiden van de zwemvijver, het aanbrengen van verharding en beplanting en het plaatsen en exploiteren van boomhutten. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan landelijk gebied, in 9

gebruik als agrarisch cultuurland. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden buiten het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Onderdeel van de plannen is het uitbreiden van een zwemvijver. Mogelijk heeft dit gevolgen voor de hydrologie van beschermd natuurgebied in de omgeving, zoals het Natura 2000-gebied Bergevennen & Brecklenkampse Veld. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied t.a.v. het onderdeel ‘soortbescherming’ wordt gelijk gesteld aan het plangebied. Het onderzoeksgebied t.a.v. gebiedsbescherming is groter dan het plangebied en omvat o.a. Natura 2000gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/704/documents/19441