Bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum.pdf
Tekst van het document
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. Beoordeling gehanteerd. 5.9.2
Beoordeling
5.9.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied tot het deelgebied aan de Brandlichterweg 85 'Dinkelland' bevindt zich op een afstand van circa 870 meter. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied tot het deelgebied aan de Laagsestraat 38 'Springendal & Dal van de Mosbeek' bevindt zich op een afstand van circa 920 meter. De voorgenomen ontwikkeling (realisatie van één extra bijgebouw aan de Brandlichterweg 85 ter compensatie van de sloop van één landschapsontsierende schuur aan de Laagsestraat 38) betreft een zeer kleinschalige 50
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum
ontwikkeling, waarbij het aantal verkeersbewegingen niet toeneemt, zoals aangetoond in paragraaf 3.4. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling in combinatie met de afstand tot Natura 2000-gebieden zijn geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden te verwachten. Het plan is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor het voldoet aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht.
Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan.
De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het planologisch mogelijk maken van één extra bijgebouw in het buitengebied van de gemeente Dinkelland ter compensatie van de sloop van een landschapsontsierende schuur. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een ontwikkeling die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. 5.9.3
Conclusie
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet m.e.r.-plichtig.
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum
51
52
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum
Hoofdstuk 6
Wateraspecten
6.1 Vigerend beleid 6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Met de vaststelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is het NWP 2016-2021 op enkele onderdelen gewijzigd. Tezamen geven beide documenten op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de NOVI wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4
Waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
6.2 Waterparagraaf 6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum
53
Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsprocedure
Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). In voorliggend geval is slechts een watertoets uitgevoerd voor het deelgebied Brandlichterweg 85, aangezien hier extra bebouwing (een bijgebouw) wordt gerealiseerd. Omdat ter plaatse van de Laagsestraat 38 slechts bebouwing wordt gesloopt, waardoor sprake is van een afname van bebouwing, wordt het uitvoeren van een watertoets ter plaatse van dit deelgebied niet noodzakelijk geacht. De beantwoording van de vragen voor het deelgebied aan de Brandlichterweg 85 heeft ertoe geleid dat de zogenoemde 'korte procedure' van de watertoets van toepassing. De standaard waterparagraaf behorend bij de korte procedure is opgenomen in Bijlage 5 bij deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. Hierna wordt beknopt ingegaan op de relevante waterhuishoudkundige aspecten. 6.2.3
Waterhuishoudkundige aspecten
Deelgebied Brandlichterweg 85 Afvalwater Het afvalwater van het deelgebied zal, conform de bestaande situatie, worden afgevoerd via het bestaande gemeentelijke rioleringsstelsel. Hemelwater Het hemelwater wordt op eigen terrein geïnfiltreerd in de bodem, of afgevoerd naar de dichtstbijzijnde sloot. Deelgebied Laagsestraat 38 Afvalwater Ten aanzien van het afvalwater is er voor het deelgebied Laagsestraat 38 geen sprake van wijzigingen. Hemelwater Het hemelwater wordt afgevoerd naar de dichtstbijzijnde sloot of geïnfiltreerd op het eigen terrein, daar is voldoende ruimte voor. Vanwege de afname van verharding (sloop van een schuur van 128 m2) ontstaat een verbetering van de situatie, aangezien er meer mogelijkheden om hemelwater te infiltreren ontstaan.
54
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2 Opzet van de regels 7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.
7.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarden mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels; Specifieke gebruiksregels: in dit artikel is het strijdig gebruik geregeld en de voorwaardelijke verplichting opgenomen; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarden mag afgeweken worden van de aangegeven gebruiksmogelijkheden; bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum
55
Wijzigingsbevoegdheden: onder welke voorwaarden mag de bestemming worden gewijzigd. In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 5) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 6) In de algemene bouwregels zijn regels ten aanzien van ondergeschikte bouwdelen opgenomen. Algemene gebruiksregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Hierin zijn vormen van strijdig gebruik beschreven. Algemene afwijkingsregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om onderdelen van het bestemmingsplan te wijzigen. Overige regels (Artikel 10) In dit artikel worden de overige regels beschreven. Deze regels gaan in op welstandscriteria en nadere eisen. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In Hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3 Verantwoording van de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. 'Agrarisch' (Artikel 3) Aan de gronden ter plaatse van het bestaande agrarische erf aan de Laagsestraat 38 in Oud Ootmarsum is de bestemming 'Agrarisch' toegekend. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Voor wat betreft de bouwregels is, voor zover relevant, aangesloten bij de regels uit het geldende bestemmingsplan "Oud Ootmarsum".
In de specifieke gebruiksregels is door middel van een voorwaardelijke verplichting de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen vastgelegd. 'Wonen' (Artikel 4) Aan de gronden ter plaatse van het bestaande woonerf aan de Brandlichterweg 85 in Denekamp is de bestemming 'Wonen' toegekend. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen, en overkappingen. Voor wat betreft de bouwregels is, voor zover relevant, aangesloten bij de regels uit de geldende bestemmingsplannen "Buitengebied 2010" en "Buitengebied, Brandlichterweg 87 Denekamp". In de verbeelding en bouwregels is door middel van een maatvoeringsaanduiding opgenomen dat het maximum oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw ten hoogste 314 m² mag bedragen. 56
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum
Dit zodat het nieuwe bijgebouw met een oppervlakte van maximaal 114 m2 kan worden gerealiseerd. In de specifieke gebruiksregels is door middel van een voorwaardelijke verplichting de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen vastgelegd. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de sloop van de landschapsontsierende schuur aan de Laagsestraat 38.
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum
57
58
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Dinkelland. Hierin wordt onder meer opgenomen dat het risico van planschade bij de initiatiefnemers ligt zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum
59
60
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum
Hoofdstuk 9
Vooroverleg
9.1 Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat de gewenste ontwikkelingen geen nationale belangen schaden. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Op basis van artikel 3.1.1, lid 2 heeft de provincie de mogelijkheid om plannen aan te wijzen waarvoor geen vooroverleg is vereist. De provincie Overijssel heeft van deze mogelijkheid gebruikt gemaakt en een zogenoemde 'Vooroverleglijst ruimtelijke plannen' opgesteld. Voor plannen in het buitengebied/ groene omgeving is in deze lijst onder B, lid 1 opgenomen: Woningbouw Plannen/projectbesluiten voor uitbreiding van een bestaande en bestemde woning/bedrijfswoningen/of van een bij de woning behorend bijgebouw, mits passend binnen de gebiedskenmerken met een versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de uitbreiding plaatsvindt op gronden die aansluiten bij de woning en de functie niet wijzigt. In het voorliggende geval is sprake van een uitbreiding van bijgebouwen bij een bestaande en bestemde woning. De ontwikkeling past binnen de gebiedskenmerken en versterkt de ruimtelijke kwaliteit. Tevens vindt de ontwikkeling plaats op gronden die aansluiten bij de woning en wijzigt de functie niet. Gezien het vorenstaande wordt daarom afgezien van het voeren van vooroverleg met de provincie Overijssel. 9.1.3
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden voor het deelgebied aan de Brandlichterweg 85 via de website www.dewatertoets.nl. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'korte procedure' van de watertoets van toepassing is. De standaard waterparagraaf behorend bij de korte procedure is opgenomen in Bijlage 5 bij deze toelichting. 9.1.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 30 mei 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum
61
62
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum
63
Bijlage 1 Erfinrichtingsplan Brandlichterweg 85
64
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum
A:
Bestaande woning.
B:
Bestaand bijgebouw.
C:
Nieuw te realiseren bijgebouw via de schuur voor
H G C E
schuur regeling. Omvang maximaal 114 m2 groot.
A B
F F D
F
D:
Erfverharding.
E:
Gras/gazon/tuin.
F:
Bestaande houtopstanden.
G:
Weiland/grasland.
H:
Aan te planten bomenrij. Aanleg ter inpassing van
Fragment uit 1910 (topotijdreis.nl)
het erf en betreft “nieuw element cascokaart”.
F
Aanplant met ruwe berk, in totaal 38 stuks in de maat 10-12 (stamomtrek in centimeters). De plantafstand bedraagt 6 meter h.o.h. I:
Aan te planten elzensingel á 25 meter. Aanplant met 13 zwarte Elzen in de maat 80-100 (hoogte in centimeters). Plantafstand circa 1,5 meter.
F I
Project:
nl-landschap.nl
Landschappelijke inpassing
Getekend:
NH
Status:
Adres:
Brandlichter weg 85
Woonplaats:
Denekamp
DO
Datum:
19-03-2022
Aantal pag.:
1
Gecontroleerd:
-
Formaat:
A3
Schaal:
1:2000
Noord:
Tekening is noordgericht
A:
Bestaande woning.
B:
Bestaand bijgebouw.
C:
Nieuw te realiseren bijgebouw via de schuur voor schuur regeling. Omvang maximaal 114 m2 groot.
D:
Erfverharding.
E:
Gras/gazon/tuin.
F:
Bestaande houtopstanden.
G:
Weiland/grasland.
H:
Aan te planten bomenrij. Aanleg ter inpassing van
Fragment uit 1910 (topotijdreis.nl)
het erf en betreft “nieuw element cascokaart”. Aanplant met ruwe berk, in totaal 38 stuks in de maat 10-12 (stamomtrek in centimeters). De plantafstand bedraagt 6 meter h.o.h.
H G C E
A B
F F D
F
F
Project:
nl-landschap.nl
Landschappelijke inpassing
Getekend:
NH
Status:
Adres:
Brandlichter weg 85
Woonplaats:
Denekamp
DO
Datum:
19-03-2022
Aantal pag.:
1
Gecontroleerd:
-
Formaat:
A3
Schaal:
1:2000
Noord:
Tekening is noordgericht
Bijlage 2 Erfinrichtingsplan Laagsestraat 38
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum
67
G
A:
Te ver wijderen opstal.
B:
Te ver wijderen rijbodem.
C:
Bestaande er fverharding.
D:
Uitbreiden bestaande rijbodem.
E:
Bestaande houtopstanden (te behouden).
F:
Weiland inclusief rijbodem omvormen naar weiland.
G:
Bestaande bebouwing.
H:
Bestaande woning.
H
G
G
Fragment uit 1965 (topotijdreis.nl)
Landschappelijke inpassing is hier niet aan de orde. Aan de hand van kaar tmateriaal uit topotijdreis is te zien dat het er f altijd open gesitueerd is geweest naar de oost-zijde ( Topotijdreis 1965).
G
G C G
E
A F
D B
nl-landschap.nl
Project:
Rood voor rood
Getekend:
DA
Status:
DO
Naam:
Bonke
Adres:
Laagsestraat 38
Datum:
09-03-2022
Aantal pag.:
1
Gecontroleerd:
NH
Formaat: A3
Woonplaats:
7637 PB Oud Ootmarsum
Schaal:
1:1000
Noord:
Tekening is noordgericht
Bijlage 3
Asbest in bodemonderzoek
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum
69
Asbest in bodemonderzoek NEN5707
Project:
2021-339
Locatie:
Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
Opdrachtgever:
Dhr. Ter Brake Brandlichterweg 85 7591 ND Denekamp
Datum:
23 december 2021
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum
Opdrachtgever:
Dhr. Ter Brake Brandlichterweg 85 7591 ND Denekamp
Adviesbureau:
Dumea Milieu Bornsestraat 24 7591 ND Denekamp
Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:
Definitief 1 23 december 2021 2021-339
Auteur:
Joost Stevelink*
Paraaf:
Kwaliteitscontrole:
Niek Hesselink*
Paraaf:
Veldwerkers:
Joost Stevelink, Mark Morsink (in opleiding)*
*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
2021-339
23-12-21
Pagina 2 van 16
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
Inhoudsopgave Pagina 1
Inleiding
4
2
Vooronderzoek
5
3
4
5
2.1 Locatie gegevens
5
2.2 Algemene informatie locatie
5
2.3 Directe omgeving locatie
5
2.4 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
6
2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie
6
2.6 Vooronderzoek PFAS
6
2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest
7
2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest
7
Onderzoeksprogramma
8
3.1 Hypothesestelling
8
3.2 Onderzoeksopzet
8
3.3 Analysestrategie
8
Onderzoeksresultaten
9
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
9
4.2 Analyseresultaten
9
4.3 Toetsing van de hypothese
9
4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
9
Samenvatting en conclusie
BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:
2021-339
10
Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 2000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's
23-12-21
Pagina 3 van 16
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
1 Inleiding In opdracht van Dhr. Ter Brake heeft Dumea Milieu een asbest in bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. Aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen sloop van een schuur. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"
Dumea Milieu is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Terra-Agribusiness BV en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).
2021-339
23-12-21
Pagina 4 van 16
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit:
Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron
Omschrijving
www.ahn.nl
AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)
www.bodemloket.nl
Bodemloket van Nederland
www.topotijdreis.nl
Historische kaarten
www.dinoloket.nl
Ondergrond gegevens van Nederland
BAG viewer
Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
Bodematlas Provincie Overijssel
Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel
Informatie Opdrachtgever
Dhr. Ter Brake
Inspectie onderzoekslocatie
Visueel inspectie van de locatie
2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel
Tabel 2 Locatiegegevens Kadastrale gemeente
Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum Denekamp
Sectie
K
Percelen
876
Oppervlakte van de onderzoekslocatie
14 m1
Eigenaar/ gebruiker
-
Korte beschrijving van de onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie bestaat uit een schuur
Bebouwing
Op de onderzoekslocatie staat een schuur
Verharding
De onderzoekslocatie geheel onverhard
Adres onderzoekslocatie
2.2 Algemene informatie locatie De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Laagsestraat in Oud Ootmarsum. Op de locatie is een (voormalig) agrarisch bedrijf gevestigd. De bestaande bebouwing bestaat uit een woonhuis met enkele opstallen. Initiatiefnemer is voornemens één van de opstallen te slopen. Op historische kaarten is vanaf 1935 bebouwing op de locatie te zien. Echter volgens het BAGregister is de woning gebouwd in 1965. Volgens het register zijn de schuren gebouwd tussen 1953 en 2019. De te slopen schuur is volgens het register gebouwd in 1978. Uit informatie van de eigenaar blijkt dat er geen dieseltank heeft gestaan binnen onderhavige onderzoekslocatie of in de buurt van de onderzoekslocatie. Tevens hebben er, voor zover bekend, geen bodembedreigende activiteiten De te slopen schuur bevat asbesthoudende dakbedekking. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen. 2.3 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie bevindt zich in het buitengebied van Oud-Ootmarsum. De omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische bedrijven en percelen en enkele woonhuizen. Zuidelijk van de locatie ligt het industrieterrein “De Mors” van Ootmasrum. Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van onderzoekslocatie.
2021-339
23-12-21
Pagina 5 van 16
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
2.4 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Voor zover bekend zijn er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2
De boorlocatie bevindt zich circa 30 meter boven NAP. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk. 2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook brandweer-oefen-plaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grondof grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van het Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem.
2021-339
23-12-21
Pagina 6 van 16
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest Uit de verkregen historische informatie blijkt dat vanaf circa 1935 bebouwing op de locatie aanwezig is. Het is mogelijk dat tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in de gebouwen verwerkt is. Er is één druppelzone waar het lekwater van de asbesthoudende dakbedekking rechtstreeks in de onbeschermde bodem terechtkomt. 2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest Op 10-12-2021 is de locatie visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De maaiveldinspectie is uitgevoerd conform de NEN 5707. Het maaiveld van de onderzoekslocatie is verdeeld in stroken van ongeveer 1 mtr breed en is strook voor strook in 2 richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de maaiveldinspectie beknopt weergegeven.
Tabel 3 Maaiveldinspectie NEN 5707 Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte geïnspecteerde locatie
14 m1
Conditie toplaag
Droog
Beperkingen van de inspectie
Neerslag: Geen, >25% blad en vegetatie
Weersomstandigheden
Zicht: > 50m
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Nee
Opmerking
De maaiveldinspectie werd beperkt door het blad en de vegetatie
Resultaat maaiveld inspectie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen.
2021-339
23-12-21
Pagina 7 van 16
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
3
Onderzoeksprogramma
3.1
Hypothesestelling
Asbest in bodemonderzoek NEN 5707 Het asbest in grondonderzoek heeft tot doel het globaal vaststellen van het gemiddelde asbestgehalte van de deellocatie (ruimtelijke eenheid) en het vaststellen van de globale omvang van de asbestverontreiniging.
Tabel 4 Deellocaties en hypothese NEN5707 Deellocatie
Hypothese
Verdachte stoffen
Opmerking
Druppelzone 1
Verdacht
Asbest in grond
-
3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 10 december 2021. De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III.
Tabel 5 Onderzoeksopzet NEN 5707 (VED-HE) Locatie
Proefgaten ondiep1
Druppelzone
2
Proefgaten met diepe boring2
Analyses asbest in grond3
-
1
1
Inspectiesleuf van 2,0m x 0,3m x 0,1m (lxbxh) 2 Standaard proefgat van 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh) diep doorgeboord met edelmanboor Ø 12cm. 3 Analyse conform NEN5898; aantal analyses asbest in materiaal op basis van zintuiglijke waarnemingen in het veld.
3.3
Analysestrategie
Toetsing homogeniteit Op basis van de waarnemingen in het veld zijn mengmonsters samengesteld die qua aardt, herkomst, samenstelling vrijwel of grotendeels overeenkomen. Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn in het veld (meng)monsters samengesteld. In onderstaand tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt.
Tabel 6 Analyse onderzochte monsters NEN 5707 Analyse monster MM1
Traject (m-mv) 0,00 - 0,10
Deelmonster
Analyse
1 (0,00 - 0,10) 2 (0,00 - 0,10)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.
Gezien de zintuiglijke waarnemingen kan gesteld worden dat de homogeniteit van de verschillende inspectiegaten voldoende aanwezig is.
2021-339
23-12-21
Pagina 8 van 16
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
4
Onderzoeksresultaten
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn zand, zwak humeus. De ondergrond bestaat eveneens uit matig fijn zand. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven:
Tabel 7 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring
Diepte boring (m -mv) 0,10 0,10
1 2
Traject (m -mv) 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand
zwak puinhoudend, zwak grindhoudend zwak puinhoudend, zwak grindhoudend
Er is geen asbestverdacht materiaal aan het oppervlak of in de inspectiesleuven aangetroffen. 4.2 Analyseresultaten Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.
Tabel 8 Analyseresultaten NEN 5707 Monster MM1
Traject (m-mv) 0,00 - 0,10
Samenstelling 1 (0,00 - 0,10) 2 (0,00 - 0,10)
Matrix Asbest in grond
Resultaat Bevat geen asbest
* Het resultaat in bovenstaand tabel is het gewogen asbestgehalte berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest.
4.3
Toetsing van de hypothese
Deellocatie Druppelzone 1
4.4
Gestelde hypothese
Hypothese verworpen of aangenomen
Verdacht
Verworpen
Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
Asbest in bodemonderzoek NEN5707
Gehele locatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn inspectiegaten gegraven en is er een mengmonster samengesteld en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In het mengmonster is analytisch geen asbest aangetroffen.
2021-339
23-12-21
Pagina 9 van 16
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
5 Samenvatting en conclusie Op een locatie gelegen aan Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum, kadastraal bekend gemeente: Denekamp, Sectie: K, nummer(s): 876 is op 10 december 2021 een asbest in bodemonderzoek conform NEN5707 uitgevoerd. Asbest in bodemonderzoek NEN5707 Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen.
Druppelzone 1 Ter plaatse van de druppelzone zijn twee inspectiesleuven gegraven en is er een mengmonster samengesteld. Op het maaiveld en in de inspectiesleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het mengmonster MM1 is analytisch geen asbest aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.
Algemeen Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het “Besluit bodemkwaliteit” van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. Naast het “Besluit bodemkwaliteit” dient opgemerkt te worden dat in het kader van de “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie” ook onderzoek naar PFAS noodzakelijk is.
Hoewel het verrichte veld- en laboratoriumonderzoek volgens de geldende normen zijn uitgevoerd, dienen de onderzoeksresultaten met enige voorzichtigheid te worden gehanteerd. Door de bodem steekproefsgewijs te onderzoeken is ernaar gestreefd om een representatief beeld te krijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het grondwater. Het is echter nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en in het grondwater voorkomen. Het uitgevoerde onderzoek is verkennend en betreft een momentopname.
2021-339
23-12-21
Pagina 10 van 16
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
BIJLAGE I Situering van de locatie
2021-339
23-12-21
Pagina 11 van 16
Omgevingskaart
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich de onderzoekslocatie
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
BIJLAGE II Situering van de locatie
2021-339
23-12-21
Pagina 12 van 16
Kadastrale kaart
Uw referentie: 2021-339
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Denekamp K 876
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 17 december 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
BIJLAGE III Overzichtstekening boorpunten
2021-339
23-12-21
Pagina 13 van 16
1
2
Boorgat 0.3x0.3x0.5
Boring tot 2.0 m -mv (edelmanboor Ø 12cm)
Sleuf 2.0x0.3x0.1
Perceelsnummers Kadastrale grens Bestaande bebouwing 22 Huisnummer
Onderzoekslocatie
Nieuw te bouwen
2
3
4
5 meter
Denekamp K 876
Project nr.: 2021-339 Datum: december 2021 Schaal: 1:100
1
Kadastrale gemeente: Sectie: Perceel:
0
Afdrukformaat: A3
Bornsestraat 24
info@dumea-am.nl
www.dumea-milieu.nl
Dumea Milieu
7597 NE Saasveld
Tel: 0541-200100
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
BIJLAGE IV Boorstaten
2021-339
23-12-21
Pagina 14 van 16
Pagina
Datum:
10-12-2021
Boring: 0
Projectcode:
Datum:
1
10-12-2021
Boring: 1a-1
2021-339
0 -10
braak Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, zwak grindhoudend, Schep
0
2 2a-1
0 -10
braak Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, zwak grindhoudend, Schep
1-1
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
BIJLAGE V Analysecertificaten en overschrijdingstabellen
2021-339
23-12-21
Pagina 15 van 16
Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving
Dumea AM Dhr. J. Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld 2021-339 NL Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum
Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina
U211200148 versie 1 10-12-2021 10-12-2021 20-12-2021 1 van 1
Monstersoort Monstername door
Grond Opdrachtgever
Datum monstername Datum analyse
10-12-2021
Monsters Labcode V211201460
Naam MM1
Nummer 1 2
Boornaam 1-1a-1 2-2a-1
Begin diepte 0 0
Eind diepte 10 10
Barcode AM14381749 AM14381749
Resultaten De analyse is uitbesteed. Het analysecertificaat is als bijlage toegevoegd.
Hoofdanalist laboratorium Mw. ing. E. Kingma
Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.
Eurofins ACMAA Testing T.a.v. ACMAA Lab t Haarboer 6 7561BL DEURNINGEN
Uw kenmerk : U211200148 Ons kenmerk : Project 1286821 Validatieref. : 1286821_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : NOPM-DUSO-HFCD-XYQS Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 1 bijlage(n)
Amsterdam, 17 december 2021 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1286821 : U211200148 : Eurofins ACMAA Testing
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 6988752 : V211201460 : 10/12/2021
Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd
: A.S. : 17-12-2021
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm)
18630 16618 89,2 nat
g g m/m %
massa percentage massa percentage aantal massa asbestzeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest houdend materiaal (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) (mg) 15192,0 92,8 13,2 0,09 n.v.t. n.v.t. 216,6 1,3 41,4 19,11 0 0,0 288,6 1,8 100,7 34,89 0 0,0 165,8 1,0 165,8 100,00 0 0,0 243,5 1,5 243,5 100,00 0 0,0 261,7 1,6 261,7 100,00 0 0,0 0,0 0,0 0,0 100,00 0 0,0 16368,2 100,0 826,4 0 0,0 asbest totaal ondergrens bovengrens
gehalte asbest (mg/kg ds)
<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,2 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,6
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
gehalte asbest (mg/kg ds)
serpentijn asbest ondergrens bovengrens
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,4 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: NOPM-DUSO-HFCD-XYQS
Ref.: 1286821_certificaat_v1
Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1286821 : U211200148 : Eurofins ACMAA Testing
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:
- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: NOPM-DUSO-HFCD-XYQS
Ref.: 1286821_certificaat_v1
Bijlage 1 van 1 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1286821 : U211200148 : Eurofins ACMAA Testing
Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek
: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: NOPM-DUSO-HFCD-XYQS
Ref.: 1286821_certificaat_v1
Asbest in bodemonderzoek Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum
BIJLAGE VI Foto's
2021-339
23-12-21
Pagina 16 van 16
Bijlage 4 Quickscan natuurwaardenonderzoek
bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum
97