CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum.pdf

Gemeenteraad 27 september 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum”25.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp En Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPBRNDL85LAAG38VS01

Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 8 11

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Algemeen 2.2 Brandlichterweg 85, Denekamp 2.3 Laagsestraat 38, Oud Ootmarsum

13 13 13 13

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Brandlichterweg 85, Denekamp 3.3 Laagsestraat 38, Oud Ootmarsum 3.4 Verkeer en parkeren

15 15 15 16 16

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid

19 19 20

4.3

31

Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage

39 39 39 40 41 43 45 46 47 50

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

53 53 53

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

55 55 55 56

Hoofdstuk 8

59

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg

2

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

61 61

Bijlagen bij de toelichting

63

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan Brandlichterweg 85

64

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan Laagsestraat 38

67

Bijlage 3

Asbest in bodemonderzoek

69

Bijlage 4

Quickscan natuurwaardenonderzoek

97

Bijlage 5

Watertoetsresultaat

134

Regels

143

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

145 145 151

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Agrarisch Wonen

153 153 158

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

163 163 164 165 166

Artikel 9 Artikel 10

Algemene wijzigingsregels Overige regels

167 168

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

169 169 171

Bijlagen bij regels

173

Bijlage 1

Sloopopgave

174

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan Laagsestraat 38

176

Bijlage 3

Erfinrichtingsplan Brandlichterweg 85

178

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding De terugloop in de landbouw en de gewijzigde economische omstandigheden hebben ertoe geleid dat het buitengebied meer en meer een gebied wordt van functiemenging. Verwacht wordt dat er de komende jaren steeds meer (grote) erven leeg komen te staan en dat deze leegstaande schuren niet allemaal ingevuld kunnen worden met andere functies. In deze situaties kan gekeken worden of sloop uitkomst biedt, immers willen veel eigenaren wel van de schuren af, maar laten dit vooralsnog achterwege vanwege onder meer de kosten en het behoud van de bestaande bouwrechten. Anderzijds zijn er eigenaren van erven die graag extra bebouwing willen realiseren, maar daarvoor de bouwrechten niet hebben. Hier valt voor beide partijen een voordeel te behalen. In voorliggend geval is er sprake van een dergelijke situatie. Op het perceel aan de Brandlichterweg 85 in Denekamp, in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, is enkele jaren geleden een woning gerealiseerd met toepassing van de Rood voor Rood regeling. Bij de woning is een vrijstaand bijgebouw aanwezig met een oppervlakte van circa 200 m2. Deze wordt gebruikt ten behoeve van het hobbymatig houden van vee. Het voornemen bestaat om ter plaatse nog een tweede bijgebouw te realiseren voor de opslag en stalling van werktuigen.

Omdat de maximale bebouwingsmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken reeds zijn benut, bestaat de wens om gebruik te maken van de regeling voor het uitbreiden van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning op basis van het beleidsstuk 'Buitengebied met kwaliteit' van de gemeente Dinkelland. Aan de Laagsestraat 38 in Oud Ootmarsum wordt een schuur met een oppervlakte van 128 m2 met asbesthoudende golfplaten gesloopt. Ter compensatie van de sloop van deze schuur wordt ter plaatse van de Brandlichterweg 85 in Denekamp een bouwrecht voor een extra bijgebouw met een oppervlakte van maximaal 114 m2 verkregen. Het realiseren van een extra bijgebouw aan de Brandlichterweg 85 is niet in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied, Brandlichterweg 87 Denekamp". Daarnaast dienen aan de Laagsestraat 38 het bouwvlak en de bouwmogelijkheden te worden verkleind tot de overblijvende bebouwing na de sloop van 128 m2 aan bedrijfsbebouwing. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland heeft in een principebesluit aangegeven onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan voorliggend initiatief via een herziening van het geldende bestemmingsplan.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied bestaat uit een tweetal locaties (deelgebieden). Het eerste deelgebied betreft de bouwlocatie van de extra schuur aan de Brandlichterweg 58, in het buitengebied van Denekamp. Het tweede deelgebied betreft de slooplocatie aan de Laagsestraat 38, aan de rand van de bebouwde kom van Oud Ootmarsum. In afbeeldingen 1.1 en 1.2 is de ligging van deze locaties ten opzichte van de nabijgelegen kernen (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning) indicatief weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

7

Afbeelding 1.1 Ligging deelgebied Brandlichterweg 85 ten opzichte van Denekamp (Bron: PDOK)

Afbeelding 1.2 Ligging deelgebied Laagsestraat 38 in Oud Ootmarsum (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.1774.BUIBPBRNDL85LAAG38-VS01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Het deelgebied aan de Brandlichterweg 85 ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Bestemmingsplan Buitengebied 2010", "Buitengebied, Brandlichterweg 87 Denekamp" en "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" van de gemeente Dinkelland, die op respectievelijk 18 februari 2010, 4 juni 2013 en 29 mei 2018 zijn vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland.

8

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

Het deelgebied aan de Laagsestraat 38 ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Oud Ootmarsum" en "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland", die op respectievelijk 27 december 2013 en 29 mei 2018 zijn vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland. Hierna wordt nader ingegaan op de huidige planologische situatie. 1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

1.4.2.1 Brandlichterweg 85 Ten aanzien van de planologische situatie is in het deelgebied aan de Brandlichterweg 85 met name het bestemmingsplan "Buitengebied, Brandlichterweg 87 Denekamp" van belang. Op basis van dit bestemmingsplan is het deelgebied voorzien van de bestemming 'Wonen' met een bouwvlak. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van de geldende planologische situatie weergegeven. Het deelgebied is hierop aangeduid met de rode omlijning. Hierna wordt nader op de geldende bestemming ingegaan.

Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding "Buitengebied, Brandlichterweg 87 Denekamp" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, met de daarbijbehorende tuinen, erven en terreinen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. In de bouwregels is onder meer bepaald dat als hoofdgebouwen uitsluitend woonhuizen mogen worden gebouwd. Per bestemmingsvlak zal ten hoogste één woonhuis worden gebouwd. Het hoofdgebouw mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de situering van het bestaande hoofdgebouw, dan wel binnen het bouwvlak. Voor bijbehorende bouwwerken geldt dat de gezamenlijke oppervlakte maximaal 100 m2 mag bedragen. De gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen ter plaatse van de Brandlichterweg 85 bedraagt in dit geval echter reeds 200 m2. Dit is mogelijk gemaakt door middel van een vergunning op basis van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor extra oppervlakte bijgebouwen ten behoeve van van stalruimte voor dieren en/of de opslag van materieel dat gebruikt wordt voor het onderhoud van eigen gronden. Daarnaast mag de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken ten hoogste 75% van de bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

9

oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen. Bijbehorende bouwwerken dienen ten minste 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan te worden gebouwd. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken dienen ten hoogste op een afstand van 25 meter vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw te worden gebouwd. 1.4.2.2 Laagsestraat 38 Het deelgebied aan de Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum is op basis van het geldende bestemmingsplan "Oud Ootmarsum" voorzien van de bestemming 'Agrarisch' met een bouwvlak ter plaatse van het bedrijf. In afbeelding 1.4 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het deelgebied is hierop aangeduid met de rode omlijning. De agrarische gronden rond de bebouwing zijn tevens opgenomen in het deelgebied, vanwege de landschapsmaatregelen die plaatsvinden op deze gronden. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan.

Afbeelding 1.4: Uitsnede verbeelding "Oud Ootmarsum" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Agrarisch De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is wonen in de vorm van een bedrijfswoning toegestaan. In de bouwregels is onder meer bepaald dat gebouwen uitsluitend binnen een bouwvlak mogen worden gebouwd. De gebouwen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 meter achter naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd.

10

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

1.4.3

Strijdigheid

Ter plaatse van het deelgebied Brandlichterweg 85 geldt dat maximaal 100 m2 aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan. Tevens mag de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken ten hoogste 75% van de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen. In de huidige situatie is reeds een bijgebouw met een oppervlakte van circa 200 m2 aanwezig (middels een vergunning verleend) aan de Brandlichterweg 85. De gewenste ontwikkeling betreft de realisatie van een extra vrijstaand bijgebouw met een oppervlakte van 114 m2, waardoor de maximale oppervlakte van 200 m2 aan bijbehorende bouwwerken wordt overschreden. Tevens wordt door de bouw van een extra bijgebouw het maximum percentage van 75% aan gezamenlijk oppervlakte van bijbehorende bouwwerken ten opzichte van het hoofdgebouw overschreden. De gewenste ontwikkeling is daarom in strijd met de bouwregels van de woonbestemming van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied, Brandlichterweg 87 Denekamp". De gewenste ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van het beleid Buitengebied met kwaliteit, waarbij een schuur met een oppervlakte van 114 m2 wordt gesloopt ter plaatse van de Laagsestraat 38 in Oud Ootmarsum. Ter plaatse van de slooplocatie aan de Laagsestraat 38 is het nu planologisch toegestaan om bestaande agrarische bedrijfsgebouwen te herbouwen.

Door deelname aan de regeling voor het uitbreiden van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning dient het vorenstaande te worden uitgesloten, immers mogen gesloopte schuren die deelnemen aan de regeling niet herbouwd worden. Daarom wordt het bouwvlak verkleind tot de overblijvende hoeveelheid bebouwing na de sloop van 128 m2 aan bedrijfsbebouwing. Tevens wordt in de bouwregels opgenomen dat de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen maximaal de bestaande oppervlakte mag bedragen, met dien verstande dat de sloopopgave niet wordt gezien als bestaande oppervlakte. In dit bestemmingsplan wordt het gewenste voornemen mogelijk gemaakt, waarbij wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Algemeen Zoals reeds vermeld bestaat het plangebied uit een tweetal locaties in de gemeente Dinkelland. In de volgende paragrafen wordt afzonderlijk op de huidige situatie ter plaatse van deze deelgebieden ingegaan.

2.2 Brandlichterweg 85, Denekamp Het deelgebied aan de Brandlichterweg 85 ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, op circa 1 kilometer ten oosten van de kern Denekamp. De omgeving van het deelgebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door agrarische bedrijven, agrarische (cultuur)gronden en verspreid liggende woonpercelen. Binnen het deelgebied zelf is enkele jaren geleden een woning gerealiseerd met toepassing van de Rood voor Rood regeling. Het deelgebied bestaat in de huidige situatie dan ook uit een woonerf met een vrijstaande woning en één vrijstaand bijgebouw met een oppervlakte van circa 200 m2. Het erf wordt ontsloten op de Brandlichterweg middels een erftoegangsweg. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van dit deelgebied opgenomen. Hierin is het deelgebied indicatief aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto deelgebied Brandlichterweg 85 (Bron: PDOK)

2.3 Laagsestraat 38, Oud Ootmarsum Het deelgebied aan de Laagsestraat 38 ligt aan de noordwestelijke rand van het dorp Oud Ootmarsum. De omgeving van het deelgebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door woonpercelen aan de lintbebouwing van de Laagsestraat, agrarische (cultuur)gronden en agrarische bedrijfspercelen. Het deelgebied zelf betreft een agrarisch bedrijfsperceel met één agrarische bedrijfswoning en vijf agrarische schuren, inclusief omliggende agrarische gronden. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van het deelgebied aan de Laagsestraat 38 opgenomen. De begrenzing van dit deelgebied is aangeduid met een rode omlijning. Bovendien is de te slopen schuur aangeduid met een blauwe bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

13

omlijning.

Afbeelding 2.2: Luchtfoto deelgebied Laagsestraat 38 (Bron: PDOK)

14

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Inleiding Zoals reeds in paragraaf 1.1 is beschreven, ziet dit bestemmingsplan toe op de realisatie van één extra vrijstaand bijgebouw op het perceel Brandlichterweg 85 te Denekamp. Het bouwrecht voor dit extra bijgebouw wordt verkregen door het toepassen van de regeling voor het uitbreiden van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning op basis van het beleidsstuk Buitengebied met kwaliteit. Op het perceel aan de Laagsestraat 38 te Oud Ootmarsum wordt een landschapsontsierende schuur met een oppervlakte van 128 m2 gesloopt, op basis waarvan een extra bijgebouw met een oppervlakte van maximaal 114 m2 kan worden gerealiseerd aan de Brandlichterweg 85. Hieronder wordt nader ingegaan op de gewenste situatie in beide deelgebieden.

3.2 Brandlichterweg 85, Denekamp 3.2.1

Gewenste ontwikkeling

Zoals reeds beschreven bestaat het voornemen om op het perceel Brandlichterweg 85 te Denekamp een extra vrijstaand bijgebouw met een oppervlakte van maximaal 114 m2 te realiseren ten behoeve van de opslag en stalling van werktuigen. De extra oppervlakte aan bijgebouwen wordt mogelijk gemaakt op basis van het beleidsstuk Buitengebied met kwaliteit van de gemeente Dinkelland, waaraan wordt getoetst in paragraaf 4.3.2 van deze toelichting. Het bijgebouw wordt gerealiseerd aan de achterzijde van het erf, ten noorden van het bestaande bijgebouw, waarmee sprake is van een logische indeling. Bovendien blijft de zichtlijn over het erf naar het landschap hiermee intact. Een ander voordeel is dat er nauwelijks uitbreiding van verharding hoeft plaats te vinden. 3.2.2

Landschappelijke inpassing

Door N+L Landschapsontwerpers is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarin de landschappelijke inpassing van het perceel aan de Brandlichterweg 85 is weergegeven. Hieronder wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan. Het volledige ruimtelijk kwaliteitsplan is als Bijlage 1 bij deze toelichting bijgevoegd. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van de erfinrichtingstekening weergegeven.

Afbeelding 3.1: Uitsnede erfinrichtingsplan Brandlichterweg 85 (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Samengevat ziet de landschappelijke inpassing toe op: de aanleg van gras/gazon/tuin; het behoud van de bestaande houtopstanden en weiland/grasland; bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

15

het aanplanten van een nieuwe bomenrij met ruwe berk ter inpassing van het erf; het aanplanten van een elzensingel van 25 meter.

3.3 Laagsestraat 38, Oud Ootmarsum 3.3.1

Gewenste ontwikkeling

Het deelgebied aan de Laagsestraat 38 in Oud Ootmarsum bestaat uit een agrarisch bedrijfsperceel met bedrijfswoning en vijf vrijstaande bijbehorende bouwwerken. Op dit perceel bestaat het voornemen om één asbesthoudende en landschapsontsierende schuur met een oppervlakte van 128 m2 te slopen en in te zetten in het kader van de realisatie van het uitbreiden van de toegelaten vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de woning aan de Brandlichterweg 85 op basis van het beleidsstuk Buitengebied met kwaliteit. De te slopen bebouwing aan de Laagsestraat 38 heeft geen vervolgfunctie en is landschapsontsierend. Door N+L Landschapsontwerpers is een erfinrichtingsplan opgesteld, waarin de gewenste situatie van het perceel aan de Laagsestraat 38 is weergegeven. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de erfinrichtingstekening weergegeven. Het volledige erfinrichtingsplan is als Bijlage 2 bij deze toelichting bijgevoegd.

Afbeelding 3.2: Uitsnede erfinrichtingsplan Laagsestraat 38 (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Zoals weergegeven in het erfinrichtingsplan worden geen nieuwe landschapsmaatregelen genomen ter plaatse van de Laagsestraat 38. Dit aangezien het perceel aan de westzijde reeds goed is ingepast door middel van een houtsingel. Tevens blijkt uit kaartmateriaal van Topotijdreis dat het erf aan de oostzijde altijd open is geweest. Het treffen van nieuwe landschapsmaatregelen is hier dan ook niet aan de orde. Echter is sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering vanwege de verwijdering van de landschapsontsierende schuur in het zuiden van het perceel. Tevens dienen de bestaande houtopstanden te worden behouden.

3.4 Verkeer en parkeren 3.4.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling, evenals een eventuele toename van de verkeersgeneratie. Met dit initiatief wordt aan de Brandlichterweg 85 in Denekamp slechts één extra bijgebouw gerealiseerd als bergingsruimte op een woonperceel. Daarnaast wordt aan de Laagsestraat 38 in Oud Ootmarsum slechts voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Op beide locaties is reeds een woning aanwezig die behouden blijft conform de bestaande situatie, waardoor geen sprake is van een wijziging in de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie ter plaatse. Tevens blijven beide locaties ontsloten op de openbare weg door middel van de bestaande ontsluitingswegen. Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

16

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

3.4.2

Conclusie

Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

17

18

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

19

is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op voorliggende ontwikkeling is onder andere de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2 er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien er slechts één bijgebouw met een oppervlakte van maximaal 114 m2 wordt gerealiseerd. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling is geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Nadere toetsing aan de Ladder is niet noodzakelijk. 4.1.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. 20

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

21

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. 22

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1.

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 De principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn een Overijsselse variant op de ladder voor duurzame verstedelijking ten behoeve van de toepassing binnen de groene omgeving. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in extra bouwmogelijkheden voor één extra bijgebouw van maximaal 114 m2 ter plaatse van het woonerf Brandlichterweg 85 in ruil voor de sloop van 128 m2 aan agrarische bedrijfsbebouwing aan de Laagsestraat. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van het beleidsstuk Buitengebied met kwaliteit. Gelet op het feit dat per saldo sprake is van een afname van bebouwing en gebouwd wordt op een bestaand woonperceel, wordt geconcludeerd dat het voornemen voldoet aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

23

Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 De provincie Overijssel biedt gemeenten de gelegenheid om een eigen beleidsinvulling te geven aan het KGO-beleid. De beleidsnota "Buitengebied met kwaliteit" van de gemeente Dinkelland is een afgeleide van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (artikel 2.1.6) en valt zodoende onder de reikwijdte van deze regelgeving. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van de regeling voor het uitbreiden van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning uit de beleidsnota "Buitengebied met kwaliteit". Kortheidshalve wordt dan ook verwezen naar paragraaf 4.3.2 waarin de ontwikkeling wordt getoetst aan de betreffende beleidslijn. Ten aanzien van artikel 2.1.5 ruimtelijk kwaliteit wordt opgemerkt dat voor beide locaties een erfinrichtingsplan is opgesteld.

Deze erfinrichtingsplannen zijn gemaakt op basis van de geldende gebiedskenmerken en laten zien dat de nieuwe bebouwing goed wordt ingepast op het woonerf aan de Brandlichterweg 85 en dat het agrarisch erf aan de Laagsestraat 38 in de nieuw situatie op passende wijze wordt verkleind. Aan de Brandlichterweg 85 wordt een bomenrij met ruwe berk en een elzensingel aangeplant. Tevens dienen de bestaande houtopstanden te worden behouden. Hiermee wordt bijgedragen aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van het jonge heide en broekontginningslandschap dat ter plaatse aanwezig is. Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing en verharding aan de Laagsestraat 38 is sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het ter plaatse aanwezige essenlandschap. Tevens is de gewenste ontwikkeling in overeenstemming met de ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectieven en de vier lagen benadering, zoals wordt aangetoond in de hieropvolgende paragrafen. Hier wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal beleid ten aanzien van Ruimtelijke kwaliteit en KGO.

4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het deelgebied aan de Brandlichterweg 85 ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Het deelgebied aan de Laagsestraat 38 ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. De locaties van het plangebied zijn met de rode sterren aangeduid in afbeelding 4.2.

24

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken.

Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het realiseren van één extra bijgebouw ten behoeve van opslag bij een woning ter plaatse van de Brandlichterweg 85 past binnen het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Dit perspectief richt zich namelijk om een mix van functies, waaronder wonen. De sloop van een landschapsontsierende en asbesthoudende schuur aan de Laagsestraat 38 past binnen het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. Er is geen sprake van een bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

25

duurzame vervolgfunctie voor de te slopen bebouwing in dit deelgebied. Door de sloop van de schuur wordt de ruimtelijke kwaliteit van het deelgebied verbeterd. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het deelgebied aan de Brandlichterweg 85 is aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. Het deelgebied aan de Laagsestraat 38 is aangeduid met het gebiedstype 'Stuwwallen'. Dit is weergegeven op afbeelding 4.3.

Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) 'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. 'Stuwwallen' Stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen en zijn door grote hoogteverschillen in sommige

26

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

gevallen nog steeds goed zichtbaar. De stuwwallen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem doordat het de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen zijn. De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwallen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Tevens dienen ontwikkelingen bij te dragen aan de versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het deelgebied aan de Brandlichterweg 85 is ingericht als woonperceel. Daarnaast is het deelgebied aan de Laagsestraat 38 in gebruik als agrarisch bedrijfsperceel. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor op beide locaties niet of nauwelijks meer aanwezig. Het nog aanwezig reliëf blijft onaangetast. De sloop van een agrarische schuur en realisatie van één extra bijgebouw heeft geen gevolgen voor de kenmerken van de natuurlijke laag.

Middels een landschappelijk inpassingsplan wordt ter plaatse van beide deelgebieden ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Het plangebied wordt daarmee landschappelijk goed ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In Bijlage 1 en Bijlage 2 wordt hier nader op ingegaan. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het deelgebied aan de Brandlichterweg 85 ligt binnen het gebiedstype 'Jong heide- en broekontginningslandschap. Daarnaast ligt het deelgebied Laagsestraat 38 binnen het gebiedstype 'Essenlandschap'. In afbeelding 4.4 is dat weergegeven.

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

27

'Jonge heide- en ontginningslandschap' De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

'Essenlandschap' Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. Het landschapsbeeld is afwisselend en contrastrijk, volgend aan de organische patronen van het natuurlijke landschap. Typerend zijn de losse hoeven rond de es en de esdorpen met hun karakteristieke boerderijen en herkenbaar dorpssilhouet met vaak de kerktoren als markant element. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing (aan de Laagsestraat 38) en de landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting (aan de Brandlichterweg 85), worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 4.

De “Stedelijke laag” In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen, maar daarbij wordt kwaliteit eigenheid en onderscheidend vermogen (mede gevormd door de historie) van de regio steeds belangrijker. Steden zijn de economische motors van Overijssel. Ook hier is sprake van een rijk palet: dorpen met centrumfuncties, landstadjes, steden en stedelijke netwerken. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het deelgebied Brandlichterweg 85 is in de gebiedskenmerkenkaart van de stedelijke laag aangeduid met het omgevingstype 'verspreide bebouwing'. Het deelgebied Laagsestraat 38 is aangeduid met het omgevingstype 'woonwijken 1955-nu'. In afbeelding 4.5 wordt dit weergegeven.

28

bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en Laagsestraat 38 Oud Ootmarsum

Afbeelding 4.5: Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel) "Verspreide bebouwing" Agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Door de 'eenheid in handelen' ontstonden er samenhangende landschappen die nu nog steeds herkenbaar zijn, zoals onder andere: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broek- en heideontginningen en veenlandschappen. Elk landschap kent zijn eigen erftype. De opbouw van erf, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor dat betreffende landschapstype. Naast erven kent het buitengebied losliggende 'gewone' burgerwoningen met veelal een eigen, individueel karakter en eigen verhaal van ontstaan. Als ontwikkelingen plaats vinden op erven, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de kenmerkende erfstructuur en volumematen, blijft er een duidelijk onderscheid voorkant- achterkant en vindt koppeling van het erf aan het landschap plaats, waardoor toegankelijkheid wordt verbeterd. Tevens wordt de reanimatie van agrarisch erfgoed gestimuleerd en wordt kwaliteitsadvies gewonnen bij de transformatie van erven, bijvoorbeeld via een 'ervenconsulent' van Het Oversticht.

‘Woonwijken 1955 – nu" De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Toetsing van het initiatief aan de "Stedelijke laag" In voorliggend geval wordt één vrijstaand bijgebouw toegevoegd op een woonerf aan de Brandlichterweg 85 in een gebied dat is aangemerkt als 'verspreide bebouwing'. Er is sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Er wordt bijgedragen aan behoud en versterking van de kenmerkende erfstructuur door het gehele erf landschappelijk in te passen. Zo worden nieuwe bomenrijen aangeplant en worden de bestaande houtopstanden behouden. Tevens wordt op het erf aan de Laagsestraat 38 een landschapsontsierende schuur gesloopt. Tevens wordt bestaande erfverharding verwijderd. Hiermee is sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op het agrarisch erf dat is gelegen binnen een gebied dat is aangemerkt als 'woonwijken 1955 - nu'. 4. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar.

Dit is de laag die bestemmingsplan Buitengebied, Brandlichterweg 85 Denekamp en L aagsestraat 38 Oud Ootmarsum

29

gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie.

Het deelgebied aan de Brandlichterweg 85 is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'. Voor het deelgebied aan de Laagsestraat 38 gelden geen specifieke kenmerken vanuit de 'Laag van de beleving'. In afbeelding 4.6 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 4.6: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/597/documents/18296