CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening.pdf

Commissie Omgeving & Economie 14 mei 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 8: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Bornsestraat 58 Saasveld, 1e Herziening”24.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in 32

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen op 35 per dag gesteld worden. In paragraaf 4.10 is een nadere toelichting gegeven op het aantal verkeersbewegingen. Er zal geen sprake zijn van vrachtverkeer, waardoor het percentage vrachtverkeer op 0 gezet kan worden. In figuur 4.2 is de worst-case berekening weergegeven met 35 extra voertuigbewegingen.

Figuur 4.2: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig.

4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

33

het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied.

Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets Het bestemmingsplan maakt een uitbreiding van kantoorruimte en bedrijfssportveld mogelijk. De kantoorruimte en het sportveld vallen onder de definitie van beperkt kwetsbaar objecten. In figuur 4.3 is een uitsnede van de risicokaart te zien. De afstand van het plangebied tot de dichtstbijzijnde risicobron is minimaal 2,9 kilometer. De risicobron betreft de opslag van propaantank bij een particulier. De bij de propaantank behorende risicocontour (PR-6) en het brandaandachtsgebied liggen relatief dichtbij de propaantank. Het brandaandachtsgebied kent hier een cirkel van 20 m en de risicocontour een cirkel van 25 meter. Het plangebied ligt op ruim voldoende afstand van deze risicobron. Andere risicobronnen bevinden zich op grotere afstand.

Figuur 4.3 uitsnede risicokaart, plangebied met rode marker aangegeven (bron: risicokaart.nl). 34

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van circa 2,9 kilometer van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.8 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de SVIR en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021.

De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Waterbeheerplan 2016-2021 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit.

Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Watertoetsproces Op 22 september 2023 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Uitkomst is dat het Waterschap Vechtstromen aangeeft geen belang te hebben bij een procedure.

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

35

4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebied Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied of gronden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied (bestaande natuur) ligt op een afstand circa 1,4 km. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, 'Lemselermaten', is gelegen op meer dan 5 kilometer afstand. Uit vergelijkbare projecten die in de periode 2019 tot en met 2021 zijn uitgevoerd, en beoordeeld door de ODT, is gebleken dat bij veel bouwprojecten of bestemmingsplannen de aanleg- en gebruiksfase geen stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Het sportveld zal geen extra verkeersbewegingen veroorzaken vanwege het feit dat deze wordt benut door de werknemers van het bedrijf.

Gezien de omvang van het project, waarbij kantoorruimte wordt wordt uitgebreid en de afstand van 1,4 kilometer tot het dichtbijgelegen Natura 2000-gebiedenis het aannemelijk dat voorliggend project geen significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zal veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Een gedetailleerd onderzoek naar stikstofdepositie wordt dan ook niet noodzakelijk geacht Soortenbescherming De grond voor het sportveld is reeds als zodanig in gebruik. De beplanting die rondom het sportveld aanwezig is, blijft behouden. De kantoorruimte wordt op de verdieping gerealiseerd De voorgenomen activiteit heeft geen wettelijke consequenties in het kader van de Ff-wet. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing ex. art. 75C van de Ff-wet aangevraagd te worden. Gelet op voorgaande kan worden aangenomen dat van aantasting van het leefgebied voor beschermde flora en fauna in het kader ten behoeve van het sportveld en de uitbreiding van kantoorruimte geen sprake zal zijn. Nader onderzoek op basis van de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht.

4.10

Verkeer en parkeren

Verkeer Voor het aspect verkeer wordt voor het aantal verkeersbewegingen de CROW-richtlijn 'Toekomstbestendig parkeren" aangehouden. Voor deze locatie gelden de kenmerken 'niet-stedelijk' en 'buitengebied'. Voor het sportveld kan worden aangenomen dat deze geen extra verkeersbewegingen tot gevolg zal hebben, aangezien het een sportveld betreft voor de werknemers. Deze zijn dan reeds aanwezig. De uitbreiding van de kantoorruimte is circa 400 m². Dat leidt op basis van de genoemde kenmerken tot extra verkeersbewegingen met een gemiddelde van 8,75 per 100 m² bvo. De uitbreiding levert dan 35 extra verkeersbewegingen. Het bedrijf wordt ontsloten via de Bornsestraat, de verbindingsweg tussen Borne, Saasveld en Weerselo. Dit is een weg met een snelheidsregime van 60 km/uur. Het aantal extra verkeersbewegingen is mede gelet op de maxiumsnelheid goed af te wikkelen via de Bornsestraat. Parkeren Het veld voor de bedrijfssport behoeft zal geen parkeerruimte vragen. Degene die gebruik maakt van het sportveld, is werkzaam voor het bedrijf en daardoor al aanwezig, hetgeen geen extra parkeerruimte vergt. De kantoorruimte is reeds mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarmee is er voor deze uitbreiding geen extra parkeerruimte nodig.

4.11

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van 36

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De gemeente Dinkelland beschikt over archeologiebeleid. De locatie is daarin aangemerkt als 'dekzandwelvingen en -vlakten'. De verwachting is middelmatig voor archeologische resten uit alle perioden. Een verhoogde kans is er op archeologische resten uit de Steentijd op de hoogste delen van dekzandwelvingen en op resten uit de Late Middeleeuwen langs randen van dekzandhoogten en ruggen met een plaggendek.

Archeologisch onderzoek is noodzakelijk in plangebieden groter dan 5.000 m2 bij bodemingrepen dieper dan 40 centimeter. Voor gebieden kleiner dan 5.000 m2 geldt een vrijstelling voor onderzoek.

Figuur 4.4 uitsnede archeologische verwachtingenkaart gemeente Dinkelland Toets Het sportveld heeft een oppervlakte van circa 820 m². Dit betekent dat er sprake is van een vrijstelling van archeologisch onderzoek. Daarnaast is een deel van het plangebied ook reeds verstoord. De uitbreiding van de kantoorruimte vindt plaats op de eerste verdieping en heeft dus geen gevolgen voor de bodem. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat er geen monumenten gelegen zijn in of in de direct omgeving van het plangebied. Derhalve word geconcludeerd dat bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

37

voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

4.12

Licht

Voor het aspect verlichting c.q. lichthinder geeft het Activiteitenbesluit voorschriften voor de tijden wanneer verlicht mag worden. Daarvoor geldt dat de verlichting moet zijn uitgeschakeld tussen 23.00 en 7.00 uur, als er geen sport wordt beoefend en er geen onderhoud plaatsvindt. Toets Langs het sportveld bevinden zich enkeke lichtarmaturen met een maximale hoogte van 6 meter. Deze verlichting wordt alleen gebruikt ten tijde van de sport. De sportavonden zijn op dinsdag- en donderdagavond en gezamenlijk maximaal 2,5 uur per week. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'licht' geen belemmering vormt.

38

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Inleiding De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2 Opbouw van de regels 5.2.1

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden 5.2.2

Bestemmingsregels

In het tweede hoofdstuk komen bestemmingen aan de orde. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); nadere eisen: in deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de regels waaraan het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen. Alleen daar waar het wenselijk is om bij de vergunningverlening sturend te kunnen optreden, heeft de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen toegevoegde waarde. De bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen dient objectief begrensd te zijn en duidelijke criteria te bevatten; Afwijken van de bouwregels (indien van toepassing): in deze regel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan; Specifieke gebruiksregels (indien van toepassing): in dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming.

Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; Afwijken van de gebruiksregels (indien van toepassing): in dit onderdeel is aangegeven dat met een omgevingsvergunning afgeweken kan worden ten behoeve van functies, die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies. Via deze afwijkingsmogelijkheid kunnen geen 'nieuwe' functies worden toegestaan. Met andere woorden: de afwijkingsregeling kan worden opgenomen voor kleinere, planologisch minder ingrijpende, onderwerpen. Functiewijzigingen en grotere, ingrijpende ruimtelijke ingrepen worden geregeld via een wijzigingsbevoegdheid 5.2.3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel: deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

39

bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: deze bepaling bevat algemene regels omtrent bouwhoogtes en ondergronds bouwen; Algemene gebruiksregels: In dit artikel zijn algemene regels met betrekking tot het gebruik van de gronden en opstallen in het plangebied opgenomen. Hierin is aangegeven welke functies in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan en is een regeling ten aanzien van evenementen opgenomen. Algemene aanduidingsregels: dit artikel bevat bepalingen ten aanzien van de op de verbeelding opgenomen geluidszones en veiligheidszones; Algemene afwijkingsregels: in deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om ontheffing te verlenen van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: in deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.

De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene procedureregels: in deze bepaling staat aangegeven welke procedure dient te worden gevolgd bij de voorbereiding van een besluit tot het stellen van nadere eisen en het toepassen van een afwijkings- en een wijzigingsbevoegdheid. Overige regels: in dit artikel zijn onder meer voorwaarden opgenomen ten aanzien van de aspecten parkeren en laden en lossen. 5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid; Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro; Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3 Bestemmingen Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en procedureregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen opgenomen: Agrarisch De gronden binnen de bestemming 'Agrarisch' hebben als hoofdfunctie de uitoefening van de agrarische functie, een agrarisch bouwvlak is niet op de betreffende gronden aanwezig. Hier worden mogelijkheden geboden voor de voortzetting van de landbouwfunctie op bedrijfseconomische grondslag. De bescherming van het landschap is nevengeschikt aan het agrarisch gebruik. In het gebied zijn geen waardevolle landschapselementen, zoals de houtwallen en bosjes, die door middel van een dubbelbestemming moeten worden beschermd. De nieuwe natuur die in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving in dit plan zijn vastgelegd, zijn bestemd als 'Bos - natuur'. Voor een aantal werkzaamheden is een vergunningenstelsel opgenomen om structurele veranderingen op het landschap te voorkomen dan wel structurele ingrepen in het landschap af te kunnen wegen. De werkzaamheden die in het kader van het kgo-plan worden uitgevoerd zijn van vergunningplicht uitgezonderd. Landschappelijke elementen, die niet zijn aangeduid, kunnen worden verwijderd wanneer daar een landbouwkundige noodzaak voor is.

Een criterium daarbij is wel dat de structuur van het landschap niet wordt aangetast. Dit kan betekenen dat het element elders gecompenseerd moet worden. Bedrijf Onder deze bestemming vallen de niet-agrarische bedrijven. Het gaat om bestaande legale bedrijven. In beginsel zijn de bedrijven bestemd overeenkomstig de aard van het aanwezige bedrijf. De bestemming biedt de bedrijven geen uitbreidingsmogelijkheden. De oppervlakte is in dit plan vastgelegd en is hetzelfde gebleven dan in de bestaande situatie. De tabel waarin de maatvoering is opgenomen is aangepast vanwege het feit dat een aantal maatvoeringen in de verkeerde kolom waren geplaatst en daarmee deze omissie wordt hersteld. Tevens is de minimale dakhelling verlaagt, zodat de uitbreiding van de kantoorruimte mogelijk is. Binnen de bestemming zijn de bedrijfssoorten toegestaan die passen binnen de categorieën 1 en 2 zoals beschreven in de VNG-uitgave bedrijven en milieuzonering. De bedrijven zijn onderling uitwisselbaar indien ze naar aard en ruimtelijke uitstraling vergelijkbaar zijn.

40

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Bos - natuur De bestemming 'Bos - natuur' betreft in dit plan de bestaande gebieden met een ecologische functie, namelijk de bestaande natuurgebieden (zoals aangegeven in de omgevingsvisie), de gebieden die reeds in eigendom zijn van de natuurbeherende instanties en aangewezen als nieuwe natuur en de gebieden die in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving zijn aangelegd dan wel zijn versterkt en daarom de genoemde bestemming dienen te krijgen. Het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden van deze gebieden staan voorop. De gemeente wil de activiteiten ook nog in een breder kader afwegen, zodat een aantal activiteiten, ook in en rond dit gebied, onder een gemeentelijke vergunning zijn gebracht. Daar waar maatregelen vallen onder uitvoering van het kgo-plan zoals is opgenomen in de bijlage van de regels is geen vergunning vereist, aangezien de aanvaardbaarheid daarvan al vast staat. Sport In de systematiek van bestemmen binnen de gemeente Dinkelland is het sportveld bestemd als 'Sport". Binnen deze bestemming worden sportterreinen toegestaan. Het oprichten van gebouwen ten behoeve van deze bestemming is niet toegestaan. Vrijwaringszone molenbiotoop De molenbeschermingszone is opgenomen rond molens die als zodanig in bedrijf zijn (ook ten behoeve van een recreatieve functie).

Het betreft een zone die er voor zorgt dat een optimale windvang voor de molen aanwezig blijft. Dit houdt in dat er eisen worden gesteld aan de hoogte van bouwwerken en beplanting.

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

41

42

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

43

44

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform het door de provincie Overijssel gehanteerde beleid zal het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. Waterschap Vechtstromen Op 22 september 2023 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap geen belang heeft bij een procedure. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 22 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn er geen zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

45

46

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Bijlage bij toelichting

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

47

Bijlage 1

48

Inrichtings- en beheerplan

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Inrichting- en beheerplan Lesscher Bornsestraat 58 Saasveld

Colofon Inrichting- en beheerplan Lesscher Bornsestraat 58 Saasveld

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever: Contactpersoon:

Ad Fontem I. Scharenborg Stationsstraat 37 7622 LW Borne

Projectnummer en versie: 1624, versie 1.0 Projectleider: Ing. P.Leemreise Ligging projectgebied: Bornsestraat 58 te Saasveld

Veldmedewerker(s): P.Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 22 maart 2019

Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: Tel:

info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700

1

Inhoudsopgave 1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 1.2 Doel .......................................................................................................................................................... 3 1.3 Leeswijzer ................................................................................................................................................. 3 2 Het plangebied ................................................................................................................................................ 4 2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 2.3 Landschap.................................................................................................................................................

5 2.4 Bodem en grondwater ............................................................................................................................. 5 3 Uitgangspunten voor het ontwerp.................................................................................................................. 6 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 6 3.2 Vastgesteld eindbeeld .............................................................................................................................. 6 3.3 Natuurpotentie van de locatie ................................................................................................................. 6 3.4 wensen initiatiefnemer ............................................................................................................................ 7 3.5 Inheemse beplanting en streekeigen beheervormen .............................................................................. 7 3.6 Bouwstenen voor het plan ....................................................................................................................... 7 4 Inrichting en beheerplan .................................................................................................................................

8 4.1 Inleiding .................................................................................................................................................... 8 4.2 Het inrichtingsplan ................................................................................................................................... 8 4.3 Beheerplan ............................................................................................................................................. 10

2

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Lesscher Installatietechniek is gevestigd aan de Bornsestraat 58 te Saasveld. Vanwege groei van het bedrijf is er behoefte aan uitbreiding van bedrijfsbebouwing. Het voornemen is om een nieuwe bedrijfshal te bouwen ten noorden van de huidige locatie. De beoogde bouwlocatie bestaat uit agrarisch cultuurland en heeft een agrarische bestemming. Om de bouw van de hal mogelijk te maken dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. De gemeente Dinkelland heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het voornemen mits het nieuwe erf landschappelijk wordt ingepast en voldoet aan de spelregels van het KGO (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving; provincie Overijssel). Hannink Advies heeft een voorstel voor inrichting van het nieuwe erf en compensatie in het kader van de KGO-gedachte opgesteld. Deze is akkoord bevonden door de gemeente. Voorliggend document beschrijft de wenselijke inrichtings- en beheermaatregelen om tot het wenselijke eindbeeld en landschappelijke- en ecologische kwaliteiten te komen. 1.2 Doel In voorliggend rapport wordt de goedgekeurde inrichtingsschets van Hannink Advies, voor landschappelijke inpassing en investering in natuur- en landschapswaarden (KGO-gedachte), uitgewerkt tot een inrichtingsen beheerplan. Voorliggend rapport gaat niet uitvoerig in op de motivatie om tot het gekozen plangebied te komen.

Het plangebied is in eigendom van de initiatiefnemer. Er is daarom gezocht naar een inrichting (en vervolgbeheer) van het terrein met een positief effect op natuur- en landschapswaarden. Op onderstaande afbeelding wordt het inrichtingsplan van Hannink Advies weergegeven.

Presentatie van het wenselijke eindbeeld van het plangebied na realisatie (bron: Hannink Landschapsvormgeving)

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het plangebied waarbij onder andere ingegaan wordt op de aanwezige natuur- en landschapswaarden en landschappelijke kenmerken. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op de bouwstenen voor het ontwerp en het wenselijke eindbeeld. In het daarop volgende hoofdstuk (hoofdstuk 4) wordt ingegaan op de nemen inrichtings- en beheermaatregelen om tot het wenselijke eindbeeld te komen. 3

2 Het plangebied 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt achter de bedrijfslocatie van Installatiebedrijf Lesscher aan de Bornsestraat 58 te Saasveld. Op onderstaande luchtfoto wordt de ligging van het plangebied weergegeven.

Ligging en begrenzing van het plangebied.

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit een bedrijfslocatie welke aan de noord- en noodoostzijde wordt omgeven door agrarisch cultuurland. Aan de zuidwestzijde grenst het aan een voormalige zandweg met natuurlijke opslag van bomen en struiken langs de zijden. De agrarische gronden worden intensief agrarisch gebruik, onder andere voor de verbouw van mais. Aan de west en noordzijde grenst het agrarisch cultuurland aan een vochtig loofbos en houtsingel met zomereiken. Op onderstaande afbeelding wordt de bestaande beplanting rond het plangebied weergegeven.

Ligging van het plangebied, inclusief projectie van de nieuw te bouwen hal. Met de groene kleur wordt de bestaande beplanting aangeduid.

4

2.3 Landschap Het plangebied ligt in het heideontginningslandschap, welke direct ten noorden van het plangebied over gaat in het broekontginningslandschap en het kampenlandschap verder noordelijk. De landschapstypen in en rond het plangebied wisselen elkaar op korte afstand van elkaar af, zodat in en rond het plangebied geen sprake is van een uitgesproken kenmerkend landschapstype met bijbehorende landschapskenmerken. De uitgevoerde ruilverkaveling(en) in de 20e eeuw en opvolgende kavelverbeteringswerkzaamheden hebben veel karakteristieken van het traditionele landschap verder aangetast. Naast het verwijderen van houtsingels zijn ook bossen gerealiseerd die er vroeger niet waren. Op onderstaande afbeeldingen wordt het plangebied op historische topografische kaart anno 1909 (opname 1880) en de actuele topografische kaart anno 2017 weergegeven.

Ligging van het plangebied op de historische kaart anno 1880 (opnamedatum) en 2017. De ligging van het plangebied wordt met de cirkel aangeduid (bron: kadaster).

2.4 Bodem en grondwater In het plangebied treffen we een veldpodzol grond aan (Hn21). Deze grondsoort bestaat uit leemarm en fijn lemig zand. Deze bodem gaat ten noorden van het plangebied over in een beekeerdgrond.

Uitsnede van de bodemkaart (bron: PDOK).

Er zijn geen nauwkeurige gegevens bekend over de actuele grondwaterstand in het plangebied. In het plangebied ligt een natuurlijke vijver/poel. Deze is maximaal 2,5 meter onder het maaiveld aangelegd en staat normaal gesproken het gehele jaar vol water. Vermoedelijk is de GHG in het plangebied 0,4-0,6 meter onder maaiveld en de GLG 2 meter onder maaiveld.

5

3 Uitgangspunten voor het ontwerp 3.1 Algemeen Voor het opstellen van het inrichtingsplan voor het plangebied is gebruik gemaakt van de volgende uitgangspunten: 1. Vastgesteld eindbeeld 2. natuurpotentie van de locatie; 3. wensen initiatiefnemer; 4. inheemse beplanting en streekeigen beheervorm; 3.2 Vastgesteld eindbeeld Als uitgangspunt voor het opstellen van voorliggend inrichtings- en beheerplan is de inrichtingsvisie zoals opgesteld door Hannink Advies. Deze visie voorziet in de volgende maatregelen:  inpassen nieuwe bedrijfshal door de aanleg van een gemengde houtsingel direct rond de bedrijfshal;  ontwikkelen bloem- en faunarijk grasland, beheerd als hooiland, ten noorden van de bedrijfshal;  aanleggen poel in bloem- en faunarijk grasland. Dit grasland mag extensief begraasd worden door runderen of pony’s;  aanleggen bosmantel langs de bestaande bosrand; 3.3 Natuurpotentie van de locatie Het plangebied bestaat uit een oud agrarisch cultuurlandschap dat begin vorige eeuw aansloot op een uitgestrekt broekontginningslandschap met hooilanden en hakhoutsingels. De agrarische cultuurgrond is reeds vele jaren agrarisch in gebruik, vermoedelijk eerst als hooi- en weiland, later ook als akker (maisteelt). De teeltlaag in het plangebied is vermoedelijk zeer voedselrijk vanwege de aangebrachte meststoffen in de afgelopen decennia.

Door (vermoedelijk) natuurlijke opslag is het perceel ten noorden van het plangebied tot bos omgevormd. Het is een vochtig, gemengd loofbos met elzen, wilgen en populieren en een weeldrige ondergroei van grote brandnetel. Het plangebied ligt in het normale verspreidingsgebied van verschillende algemene- en weinig kritische vogel-, amfibieën-, grondgebonden zoogdier-, vleermuis-, planten- en insectensoorten. Het ligt buiten het normale verspreidingsgebied van bijzondere amfibieënsoorten als kamsalamander en boomkikker, maar binnen het normale verspreidingsgebied van bijzonder bosvlindersoorten als kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder (www.waarneming.nl). Gelet op de ligging van het plangebied, op de overgang van het heideontginningslandschap naar het broekontginningslandschap, ten zuiden van een vochtig loofbos, liggen er kansen voor het creëren van geschikt leefgebied voor:  voortplantingsbiotoop voor amfibieën door de aanleg van een poel;  versterken ecologische waarde van het gebied voor (bos)vlinders, kleine zoogdieren, vleermuizen en vogels door creëren bosmantel en vergroten randlengte bos en struweel;  vergroten areaal bloem- en faunarijk grasland door toepassen hooilandbeheer;

6

Links: Bosvlinders, zoals de kleine ijsvogelvlinder, profiteren van zoom- en mantelvegetatie en een kleinschalig, afwisselend landschap. Rechts: kleine watersalamander. Deze soort profiteert van nieuw voortplantingsbiotoop en kleinschalig extensief beheerd agrarisch cultuurlandschap.

Grasmus (links) en geelgors (rechts); soorten die profiteren van de voorgestelde inrichtingsmaatregelen.

Conclusie Gelet op de ligging van het plangebied in het landschap, liggen er kansen voor het versterken van de landschappelijke- en ecologische waarde van het plangebied door het aanleggen van nieuwe landschapselementen en toegepast beheer. 3.4 wensen initiatiefnemer De initiatiefnemer heeft aangeven het plangebied grotendeels te willen behouden als agrarisch cultuurland. Dit agrarisch natuurland mag wel een natuurdoelstelling hebben, zoals hooiland en extensief beheerd grasland. De aanleg van nieuwe landschapselementen behoren tot de mogelijkheden. 3.5 Inheemse beplanting en streekeigen beheervormen Voor de aanleg van beplanting wordt uitsluitend gebruik gemaakt van inheems plantmateriaal, bij voorkeur allochtoon (te koop bij Bronnen). Passende beplanting in het plangebied bestaat uit boomvormers als els, es, fladderiep, wilg, populier en struweelvormers als sleedoorn, eenstijlige meidoorn, Gelderse roos, veldesdoorn en hondsroos. Tot streekeigen beheervormen van landschapselementen behoren natuurlijk bos, hakhoutbeheer, hooiland, extensief begraasd grasland. 3.6 Bouwstenen voor het plan Om tot een inrichtingsplan voor het plangebied te komen, kunnen de volgende elementen toegevoegd worden.  ontwikkelen bloem- en faunarijk grasland;  Aanleg amfibieënpoel;  Aanleg bosmantel;

7

4 Inrichting en beheerplan 4.1 Inleiding Op basis van (a)biotische omstandigheden, de wensen van de initiatiefnemer en de natuurlijke potentie van het plangebied voor het ontwikkelen van natuurwaarden, is een inrichtingsplan opgesteld. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de te nemen inrichtingsmaatregelen en het vervolgbeheer dat noodzakelijk is om tot het wenselijke eindbeeld met de bijbehorende natuurwaarden te komen. 4.2 Het inrichtingsplan Op onderstaande afbeelding wordt het inrichtingsplan van het plangebied weergegeven.

Inrichtingsplan van het plangebied.

De volgende inrichtingsmaatregelen worden genomen om tot het wenselijke eindbeeld te komen. 1. Aanleg amfibieënpoel (aangeduid met ‘J’ op de inrichtingskaart) De poel wordt dusdanig aangelegd dat deze tijdens (zeer) droge zomers droog mag vallen. Hierdoor verdwijnt de mogelijk aanwezige vis, die op den duur opduiken in amfibieënpoelen. Het streven is een maximale diepte van de poel in een gemiddeld voorjaar van 1 à 1,5 meter. De noord- en oostoever worden aangelegd met een talud van 1:10. De zuid- en westoever krijgen een talud van 1:4. De grond die vrij komt bij de aanleg van de poel wordt afgevoerd uit het plangebied. De oevers worden niet ingericht of ingezaaid. De definitieve inrichting, waaronder het ontgravingsplan, dient afgestemd te worden op de lokale grondwaterstand. 2. Aanleg bosmantel (aangeduid met ‘I’ op de inrichtingskaart) Direct aansluitend aan het bos ten noorden van het plangebied, wordt een bosmantel van 1900m2 ontwikkeld. De mantelzone wordt ingeplant met een gelijk gemengde aanplant van els, es, fladderiep, boswilg, vuilboom, sleedoorn, meidoorn, Gelderse roos en hondsroos. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen (80-120 cm) welke in een plantverband va 1,5 x 1,5 meter geplaatst wordt. Het 8

plantsoen wordt geplant op een voormalige akker. Er hoeft geen grondbewerking plaats te vinden om het plantsoen te planten.

Zoom-mantelvegetatie in de overgang van een lage, grazige vegetatie naar opgaand bos.

3. Bloem- en faunarijk grasland (noordzijde) (aangeduid met ‘K’ op de inrichtingskaart) De noordelijke zijde van het plangebied wordt ingericht als bloem- en faunarijk grasland. Het wordt extensief begraasd door runderen of pony’s. De begrazingsdichtheid is dusdanig laag dat plaatselijk spontane opslag van bomen en struweel mogelijk is. Het huidige terrein is in gebruik als akker. Als startbeheer wordt het éénmalig ingezaaid met graszaad om de ontwikkeling van een grazige vegetatie op gang te helpen. Als zaaigoed kan gekozen worden voor mengsel van verschillende inheemse grassen en kruiden. 4.Houtsingel (aangeduid met ‘H’ op de inrichtingskaart) Aanplant gemengde houtsingel. Zie voor assortiment en maatvoering bovenstaande inrichtingskaart.

9

4.3 Beheerplan Om van inrichting tot het wenselijke eindbeeld te komen, inclusief bijbehorende natuurwaarden, dient het terrein beheerd te worden volgens onderstaand beheerplan. 1. Amfibieënpoel De poel zelf wordt niet jaarlijks beheerd. Pas wanneer deze sterk verland is, kan deze opgeschoond worden. Jaarlijks wordt 25% van de oever gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Hierdoor wordt de gehele oeverzone eens in de vier jaar gemaaid. Het maaien van de oever moet voorkomen dat de oeverzone begroeid raakt met boom- en struikvormers. Mocht er sprake zijn van veel natuurlijke opslag van boom- en struikvormers, dan moet er gericht gemaaid worden om deze opslag onder de knie te houden. 2. Bosmantel Om de bosmantel te behouden als een structuurrijke, geleidelijke overgang van korte, grazige vegetatie naar opgaand bos, wordt de bosmantel beheerd als hakhout. De bosmantel wordt telkens voor maximaal ¼ deel afgezet, waarna de beplanting weer zal uitlopen. De beplanting wordt iedere 10 à 15 jaar afgezet. Delen van de bosmantel worden afgezet met tussenpozen van 2 jaar, zodat een volledige beheercyclus 8 jaar duurt. Het tak- en tophout wordt op een ril in het element gelegd of afgevoerd. Indien tak- en tophout versnipperd wordt, worden de snippers afgevoerd. 3.

bloem- en faunarijk grasland Het bloem- en faunarijk grasland wordt niet bemest en er worden geen pesticiden of herbiciden toegepast. Het noordelijke deel wordt extensief begraasd, het zuidelijk deel wordt gemaaid (hooilandbeheer) waarbij het maaisel wordt afgevoerd. De vegetatie wordt in de 2e helft van juni gemaaid. De veebezetting in het noordelijke deel is dusdanig laag, dat natuurlijke opslag van bomen en struiken mogelijk is. Gelet op de oppervlakte is dient de begrazing slechts in een periode in het jaar toegepast te worden, bijvoorbeeld juliseptember. 5.Houtsingel De houtsingel wordt beheerd als hakhoutsingel met overstaanders. De beplanting wordt periodiek afgezet waarna deze weer zal uitlopen. De boomvormers worden als overstaander gespaard. Tak- en tophout wordt uit het element verwijderd.

10

Bijlage 2

60

Inrichtingsschets

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

2019

WSL02T 00061G0000

Locatie Bornsestraat 58 Saasveld 1

Bestaande landschappelijke inpassing (gedeeltelijk via eerder KGO plan, gedeelte WSL02V 00713G0000

Bo rn se st ra at

Landschapsplan

61

1823

WSL02T 01823G0000

lijk eigendom derden). WSL02T 01504G0000

9

N

WSL02T 00041G0000

7 1

WSL02T 01212G0000

1504

41

1

5

54

2

A 54

1

2

Gronden in agarisch gebruik (ook eigendom derden).

3

Sportterrein

4

Aanplant van houtsingel 342 m2 rondom sportterrein met inheems sortiment.

WSL02T 00043G0000

Een uitzondering op het inheems sortiment is de (bestaande) uitheemse beplanting (zoals

WSL02T 01824G0000 1824

43

1977

le Windmo

laurier) aan de tuinzijde van de houtsingel, oftewel de eerste twee plantrijen (noordoost

1505

6

nweg

en zuidoost) gezien vanaf het sportveld en het groen tussen de bedrijfbestemming en het sportveld in (noordwest en zuidwestzijden). Hier mag in beperkte mate Laurier

1506

8

3

2

9

voorkomen, maximaal 1/3 deel. Deze (bestaande) aanplant zorgt voor een stevige en 48

56 1976

5

6

6

A

wintergroene camouflage van het sportveld. De overige uitheemse beplanting aan de

WSL02T 01977G0000

WSL02T 01976G0000

48

8

E

landschapszijde van het terrein dient verwijderd te worden en vervangen te worden

2

D

1975

met inheems bosplantsoen. Inheems bosplantsoen: els, zomereik, sleedoorn, meidoorn,

9 4 3

1213

WSL02T 01213G0000

19AF057

47

3

C

1

in de toekomst. De houtsingel loopt aan de zuidoostelijke zijde over in een robuust bos. lenweg

Groenplan herontwikkeling Loohuis

driehoeksverband, plantafstand 1 meter. Hakhoutbeheer met eventueel een overstaander Windmo

B

Gelderse roos en veldesdoorn in een gelijke verhouding. Aanplant in de maat 80-100 in

1

WSL02T 01975G0000

Naam & project

WSL02T 00048G0000

5

Aan te planten bosmantel en struweel met een gemengde aanplant van

inheems assortiment. De totale aanplant bedraagt circa 1200 stuks in de maat 80-100 69

2

E

B

D

WSL02T 1973 01973G0000

(hoogte in centimeters). De plantafstand bedraagt 1 meter in driehoeksverband. De aanplant bestaat uit els, boswilg, vuilboom, sleedoorn, meidoorn, Gelderse roos en 14

Oldenzaalseweg 107-113 Fleringen

760

1972

WSL02T 01972G0000

D

6

ra

at

Adres

hondsroos in een gelijke verhouding. 719

st

49

se

6

rn

Datum & Status A

Bo

1214

1459

Nieuw gebouwde hal (KGO)

58

WSL02T 01459G0000

B

Bestaande bedrijfsgebouwen

C

Bestaande bedrijfswoning met (natuurlijke) tuin

720

zomers zelfs helemaal mag droogvallen. De definitieve vorm, ligging en diepte dient

WSL02T 01214G0000

12 sept 2023 Concept

Te graven poel. De poel wordt dusdanig aangelegd dat deze tijdens (zeer) droge

WSL02V 00049G0000

C

759

0

10

20

30

afgestemd te worden met de omliggende grondwaterstand. Het noord- en oost talud

40 50m

721

WSL02T 01545G0000

1:10, de overige oevers 1:4. Er wordt niet aangeplant of gezaaid. De poel kan dienen voor

32

Getekend

718

WSL02V 00077G0000

1545

D

opvang van hemelwater (tenminste 100 m3).

Parkeren en toegang laden/lossen buiten kantooruren

Ad Fontem, AV

E

Erfverharding (grotendeels bestaand).

77

g Koninkswe 46

WSL02T 01218G0000 1218 813

Project 21AF285

|

Getekend AV

|

Datum 22-11-23

|

Status CLIP

|

Formaat A3

7

Bloem- en faunarijk grasland. Er vindt een extensieve begrazing plaats door runderen of

pony’s. Er is ruimte voor de ontwikkeling van spontane opslag, maar dit dient beperkt te worden door beheer. Zaaimengsel te bestellen via de Cruydt Hoeck. 8

Aan te planten bomenrij langs grens bedrijfsbestemming met inheems assortiment, met

de soorten beuk, linde of eik. De totale aanplant betreft ca. 45 stuks, in de maat 14-16 met een plantafstand van 4-8 meter. Naast de bomenrij (oost) wordt een struweelhaag van 90 meter met gemengd sortiment (haagbeuk, meidoorn, veldesdoorn) aangeplant. Aanplant in dubbele rij, 5 stuks per meter, maatvoering 80-100 cm. 9

Compensatie (sportterrein 792 m2) bos, 800 stuks aanplant in de maat 80-100 (hoogte in

centimeters) met els, wilg, zomereik, sleedoorn, meidoorn, Gelderse roos en veldesdoorn in een gelijke verhouding, plantafstand 1 meter. Voor het bos (430 m2) geldt aanplant is 13 rijig met de aanplant van 8 inlandse eiken in de maat 16-18 (stamomtrek in centimeters) voorzien van twee boompalen. De bomen worden onregelmatig aangeplant. Met de boomvormers kan aansluiting worden gezocht met de bestaande houtsingel. Voor het verbreden van de houtsingel (370 m2) geldt aanplant in driehoeksverband.

Bijlage 3 KGO

Ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

63

2019

WSL02T 00061G0000

Locatie Bornsestraat 58 Saasveld 1

Bestaande landschappelijke inpassing (gedeeltelijk via eerder KGO plan, gedeelte WSL02V 00713G0000

Bo rn se st ra at

Landschapsplan

61

1823

WSL02T 01823G0000

lijk eigendom derden). WSL02T 01504G0000

9

N

WSL02T 00041G0000

7 1

WSL02T 01212G0000

1504

41

1

5

54

2

A 54

1

2

Gronden in agarisch gebruik (ook eigendom derden).

3

Sportterrein

4

Aanplant van houtsingel 342 m2 rondom sportterrein met inheems sortiment.

WSL02T 00043G0000

Een uitzondering op het inheems sortiment is de (bestaande) uitheemse beplanting (zoals

WSL02T 01824G0000 1824

43

1977

le Windmo

laurier) aan de tuinzijde van de houtsingel, oftewel de eerste twee plantrijen (noordoost

1505

6

nweg

en zuidoost) gezien vanaf het sportveld en het groen tussen de bedrijfbestemming en het sportveld in (noordwest en zuidwestzijden). Hier mag in beperkte mate Laurier

1506

8

3

2

9

voorkomen, maximaal 1/3 deel. Deze (bestaande) aanplant zorgt voor een stevige en 48

56 1976

5

6

6

A

wintergroene camouflage van het sportveld. De overige uitheemse beplanting aan de

WSL02T 01977G0000

WSL02T 01976G0000

48

8

E

landschapszijde van het terrein dient verwijderd te worden en vervangen te worden

2

D

1975

met inheems bosplantsoen. Inheems bosplantsoen: els, zomereik, sleedoorn, meidoorn,

9 4 3

1213

WSL02T 01213G0000

19AF057

47

3

C

1

in de toekomst. De houtsingel loopt aan de zuidoostelijke zijde over in een robuust bos. lenweg

Groenplan herontwikkeling Loohuis

driehoeksverband, plantafstand 1 meter. Hakhoutbeheer met eventueel een overstaander Windmo

B

Gelderse roos en veldesdoorn in een gelijke verhouding. Aanplant in de maat 80-100 in

1

WSL02T 01975G0000

Naam & project

WSL02T 00048G0000

5

Aan te planten bosmantel en struweel met een gemengde aanplant van

inheems assortiment. De totale aanplant bedraagt circa 1200 stuks in de maat 80-100 69

2

E

B

D

WSL02T 1973 01973G0000

(hoogte in centimeters). De plantafstand bedraagt 1 meter in driehoeksverband. De aanplant bestaat uit els, boswilg, vuilboom, sleedoorn, meidoorn, Gelderse roos en 14

Oldenzaalseweg 107-113 Fleringen

760

1972

WSL02T 01972G0000

D

6

ra

at

Adres

hondsroos in een gelijke verhouding. 719

st

49

se

6

rn

Datum & Status A

Bo

1214

1459

Nieuw gebouwde hal (KGO)

58

WSL02T 01459G0000

B

Bestaande bedrijfsgebouwen

C

Bestaande bedrijfswoning met (natuurlijke) tuin

720

zomers zelfs helemaal mag droogvallen. De definitieve vorm, ligging en diepte dient

WSL02T 01214G0000

12 sept 2023 Concept

Te graven poel. De poel wordt dusdanig aangelegd dat deze tijdens (zeer) droge

WSL02V 00049G0000

C

759

0

10

20

30

afgestemd te worden met de omliggende grondwaterstand. Het noord- en oost talud

40 50m

721

WSL02T 01545G0000

1:10, de overige oevers 1:4. Er wordt niet aangeplant of gezaaid. De poel kan dienen voor

32

Getekend

718

WSL02V 00077G0000

1545

D

opvang van hemelwater (tenminste 100 m3).

Parkeren en toegang laden/lossen buiten kantooruren

Ad Fontem, AV

E

Erfverharding (grotendeels bestaand).

77

g Koninkswe 46

WSL02T 01218G0000 1218 813

Project 21AF285

|

Getekend AV

|

Datum 22-11-23

|

Status CLIP

|

Formaat A3

7

Bloem- en faunarijk grasland. Er vindt een extensieve begrazing plaats door runderen of

pony’s. Er is ruimte voor de ontwikkeling van spontane opslag, maar dit dient beperkt te worden door beheer. Zaaimengsel te bestellen via de Cruydt Hoeck. 8

Aan te planten bomenrij langs grens bedrijfsbestemming met inheems assortiment, met

de soorten beuk, linde of eik. De totale aanplant betreft ca. 45 stuks, in de maat 14-16 met een plantafstand van 4-8 meter. Naast de bomenrij (oost) wordt een struweelhaag van 90 meter met gemengd sortiment (haagbeuk, meidoorn, veldesdoorn) aangeplant. Aanplant in dubbele rij, 5 stuks per meter, maatvoering 80-100 cm. 9

Compensatie (sportterrein 792 m2) bos, 800 stuks aanplant in de maat 80-100 (hoogte in

centimeters) met els, wilg, zomereik, sleedoorn, meidoorn, Gelderse roos en veldesdoorn in een gelijke verhouding, plantafstand 1 meter. Voor het bos (430 m2) geldt aanplant is 13 rijig met de aanplant van 8 inlandse eiken in de maat 16-18 (stamomtrek in centimeters) voorzien van twee boompalen. De bomen worden onregelmatig aangeplant. Met de boomvormers kan aansluiting worden gezocht met de bestaande houtsingel. Voor het verbreden van de houtsingel (370 m2) geldt aanplant in driehoeksverband.

Bijlage 4

66

Digitale watertoets

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Geen belang procedure

Op basis van onderstaande locatie

22-09-2023 09:14

1

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?

ja

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?

nee

Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast?

nee

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?

nee

22-09-2023 09:14

2

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Details 1. Geen belang procedure Wat moet ik doen? Geachte heer/mevrouw,

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets wordt in uw plan geen waterschapsbelangen geraakt. U volgt de procedure geen waterschapsbelang. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan en onderstaande tekst kunt opnemen in het plan.

Paragraaf geen waterschapsbelang

Deze paragraaf geen waterschapsbelang heeft betrekking op het plan. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van (grond)wateroverlast.

Het waterschap Vechtstromen heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Deze conclusie is getrokken naar aanleiding van een digitale watertoets. Het proces van de watertoets is goed doorlopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/828/documents/21787