CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening.pdf

Commissie Omgeving & Economie 14 mei 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 8: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Bornsestraat 58 Saasveld, 1e Herziening”24.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Bornsestraat 58 Saasveld, 1e Herziening

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPBORNSE58HER1-VG01

Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit

5

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

9 9 9 10 12 12

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

13 13 14

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 24

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering

29 29 30

4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

31 31 32 32 33 35 36 36 36 38

Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Verkeer en parkeren Archeologie en Cultuurhistorie Licht

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van de regels 5.3 Bestemmingen

39 39 39 40

Hoofdstuk 6

43

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

45 45 45

Bijlage bij toelichting

47

Bijlage 1

Inrichtings- en beheerplan

48

Bijlage 2

Inrichtingsschets

60

2

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Bijlage 3

Ruimtelijk kwaliteitsplan KGO

63

Bijlage 4

Digitale watertoets

66

Regels

71

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

73 73 77

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijf Bos - natuur Sport

79 79 82 85 87

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

89 89 90 91 92 93 94 95

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

97

Artikel 14 Artikel 15

Overgangsrecht Slotregel

97 98

Bijlagen regels

99

Bijlage 1

Ruimtelijke kwaliteitsplan KGO

100

Bijlage 2

Molenbeschermingszone per molen

103

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

3

4

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Vaststellingsbesluit

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

5

RAADSBESLUIT

Toelichting

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

7

8

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Lesscher Installatietechniek is gevestigd aan de Bornsestraat 58 in Saasveld. In verband met een gewenste uitbreiding van het bedrijf is in 2019 het bestemmingsplan 'Buitengebied Bornsestraat 58 te Saasveld' vastgesteld. Middels dat bestemmingsplan is een uitbreiding van het bedrijfsperceel en bedrijfsbebouwing mogelijk gemaakt. Deze uitbreiding heeft plaatsgevonden middels toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Er is onder meer een opslagruimte bijgebouwd en er is extra parkeer- en manoeuvreerruimte gerealiseerd. Daarbij is eveneens geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit. Tussen de Bornsestraat en het meest recente bedrijfsgebouw is een sportveld ingericht waar sportactiviteiten worden gehouden voor de werknemers van het bedrijf. Hierbij is sprake van een gebruikswijziging ten opzichte van het geldende bestemmingsplan, in een sportveld. Deze ontwikkeling past niet binnen het KGO-plan dat onderdeel is van het geldende bestemmingsplan. Daarnaast is de bestaande kantoorruimte niet voldoende en Lesscher wenst deze uit te breiden. De uitbreiding past binnen de bouwregels van het geldende bestemmingsplan, mits het dak wordt uitgevoerd met een minimale dakhelling. Het betreft een uitbreiding van 400 m² op de verdieping aansluitend aan de achterzijde van de bestaande kantoorruimte in het bestaande bedrijfsgebouw.

De wens is een plat dak overeenkomstig de bestaande situatie en tevens passend bij de bestaande kantoorruimte, dat niet in het huidige bestemmingsplan wordt gefaciliteerd. Het sportveld is een wenselijke ontwikkeling voor het bedrijf door de werknemers sportactviteiten aan te bieden op het bedrijfsperceel. Dit draagt bij aan het welzijn van de werknemers. Hiervoor is het noodzakelijk dat de bestemmingen binnen het bestemmingsplan, worden aangepast.

Met voorliggend bestemmingsplan wordt de wijziging van het bedrijfsperceel van Lesscher Installatietechniek mogelijk gemaakt en aangetoond dat voldaan wordt aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bestaat uit het perceel aan de Bornsestraat 58 te Saasveld. Het plangebied ligt op ca. 1 kilometer ten westen van de kern Saasveld, in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie T, perceel nummers 1459, 1972, 1973, 1975, 1976, 1977, 1823 (gedeeltelijk). In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

9

Figuur 1.1: Ligging plangebied aan de Bornsestraat 58 nabij Saasveld (bron: opentopo.nl) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 globaal weergegeven (rood kader). In deze figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied rood omkaderd is weergegeven. In dit bestemmingsplan is tevens het perceel meegenomen waarop de compensatie vanuit de KGO kan worden gerealiseerd. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: Topotijdreis.nl)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor de Bornsestraat 58 in Saasveld geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied, Bornsestraat 58 Saasveld'. Dit bestemmingplan is door de gemeenteraad van Dinkelland op 9 juli 2019 vastgesteld. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. Voor het noordelijke perceel geldt het bestemmingsplan "Buitengebied 2010" (vastgesteld 18-2-2010) en heeft dit perceel daarin de bestemming 'Agrarisch-1'.

10

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Uitbreiding Bornsestraat 58 te Saasveld' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan de huidige percelen zijn de bestemming 'Bedrijf', 'Agrarisch' en 'Bos-Natuur' toegekend met een gebiedsaanduiding 'vrijwaringzone - molenbiotoop'. De gronden met de bedrijfsbestemming zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, ten behoeve van een 'installatiebedrijf', niet zijnde een geluidszoneringsplichtige, risicovolle inrichting en/of vuurwerkbedrijf. Daarnaast voor bedrijfswoningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. De gronden voor Bos-natuur zijn in hoofdzaak bedoeld voor: - natuur, bosbouw en houtproductie, - behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijk en landschappelijke waarden van de bosen natuurgebieden; - beken, plassen, poelen, vennen, sloten en/of andere watergangen-/partijen al dan niet mede bestemd voor waterberging; De gronden met de bestemming 'Agrarisch' zijn bestemd voor agrarisch gebruik, behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden. Het planologisch regelen van het sportveld past niet binnen de geldende regels.

Het sportveld ligt in de bestemming 'Bos-natuur'. De uitbreiding van de kantoorruimte past niet binnen de regels vanwege de minimale dakhelling die is vereist. Om dit alles planologisch te regelen, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. In dit bestemmingsplan is vanwege de KGO-verplichting gekoppeld aan het geldende bestemmingsplan uit 2019, bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

11

hetzelfde plangebied als plangrens gehanteerd. In de ruimtelijke onderbouwing en aantonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke onderbouwing, wordt alleen ingegaan op de wijzigingen die deze planherziening noodzakelijk maken.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding, schaal 1:1000 (identificatie NL.IMRO.1774.BUIBPBORNSE58HER1-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

12

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie Initiatiefnemer is sinds eind jaren '60 van de vorige eeuw op het perceel gevestigd met het bedrijf. Op dat moment is een smederij annex installatiebedrijf opgericht. In 2005 is het bedrijf door Lesscher ingrijpend verbouwd en is de intrek genomen in het huidige bedrijfspand. Initiatiefnemer biedt met het bedrijf een geheel aan installaties op het gebied van electro, sanitair, warmte, telecom en infra, zowel voor particulieren, als (agrarische) bedrijven. Door uitbreiding van werkzaamheden en groei van haar klantenportefeuille heeft het bedrijf verschillende verbouwingen en uitbreidingen doorgevoerd. Het bedrijfsperceel geniet sindsdien een kwalitatief hoogwaardige uitstraling. Er zijn verschillende overnames van installatiebedrijven geweest sinds 2005. De bedrijven werden na de noodzakelijke aanpassingen getransformeerd, waarmee het bedrijf nu beschikt over 2 vestigingen in Oost Nederland. Daarmee is het bedrijf uitgegroeid tot één van de grotere totaalinstallateurs van Oost-Nederland. In 2015 is een installatiegroep uit Borculo over genomen. De groei heeft zich de afgelopen jaren onverminderd doorgezet. De bebouwing is door de jaren heen uitgebreid naar achteren toe. De laatste uitbreiding is planologisch geregeld via het meest recente bestemmingsplan uit 2019. Aan dit bestemmingsplan uit 2019 was tevens een KGO-plan gekoppeld.

Hieraan is uitvoering gegeven, alleen niet geheel op de vastgelegde wijze. Het gedeelte vóór het nieuwste bedrijfsgebouw is niet geheel ingericht met beplanting maar is in gebruik als sportveld t.b.v. de werknemers. Het KGO-plan behorende bij het bestemmingsplan uit 2019 blijft grotendeels van toepassing en wordt in dit bestemmingsplan aangepast om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. De uitbreiding van de kantoorruimte is aangegeven in figuur 2.1. Beide plekken zijn geel omcirkeld.

Figuur 2.1: Bornsestraat 58 luchtfoto 2022 (bron: Topotijdreis.nl)

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

13

In figuur 2.2 is de bestaande kantoorruimte te zien met één van de bedrijfsgebouwen van Lesscher installatietechniek.

Figuur 2.2 Straatbeeld vanaf Bornsestraat (bron: GoogleStreetView)

2.2 Toekomstige situatie Het voornemen is om het ingerichte sportveld planologisch mogelijk te maken. In figuur 2.3 is op de luchtfoto het sportveld te zien. Het sportveld wordt gebruikt voor bedrijfssport ten behoeve van de werknemers van het installatiebedrijf. Deze mogelijkheid voor het aanbieden van sport draagt bij aan het welzijn van de werknemers.

14

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Figuur 2.3: sportveld t.b.v. werknemers (bron: Topotijdreis)

De uitbreiding van de kantoorruimte vindt plaats aansluitend aan de achterzijde van het pand dat in gebruik is als kantoor en wordt onderdeel van het achterliggende bedrijfsgebouw. Het betreft een uitbreiding van circa 400 m². Aan de straatzijde sluit de gevel aan op de bestaande gevel en aan de achterzijde blijft het dak gehandhaafd. In het bedrijfsgebouw wordt voor een deel een verdieping ten behoeve van kantoorruimte gecreëerd. In figuur 2.4 is de nieuwe situatie weergegeven.

Figuur 2.4: nieuwe situatie uitbreiding kantoorruimte (bron: Building Design Architectuur) In de figuren 2.5 en 2.6 is een impressie van de nieuwe situatie te zien.

Figuur 2.5: Impressie straatbeeld uitbreiding kantoorruimte (bron: Building Design Architectuur)

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

15

Figuur 2.6: Impressie uitbreiding kantoorruimte vanuit vogelvlucht (bron: Building Design Architectuur)

16

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Nationale Omgevingsvisie. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder voor duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Onderhavig plan Onderhavig bestemmingsplan maakt het aanwezige sportveld planologisch mogelijk. Dit sportveld heeft een oppervlakte van circa 820 m². Tevens maakt dit bestemmingsplan een wijziging van de minimale dakhelling mogelijk ten behoeve van de uitbreiding van de kantoorruimte op de verdieping.

De uitbreiding op zich past binnen de geldende regels en wordt daarom buiten beschouwing gelaten bij de toetsing aan de Ladder. Of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Op basis van jurisprudentie kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een harde ondergrens ten aanzien van toenames van oppervlakte aan bebouwing/verharding bij de beoordeling of er sprake is van een nieuwe

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

17

stedelijke ontwikkeling. Uit jurisprudentie kan worden gedestilleeerd dat de bovengrens voor de beoordeling of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel rond een oppervlakte van 500 m2 ook voor een functiewijziging. Het betreft hier een functiewijziging die meer dan de genoemde 500 m² bedraagt en vindt er toetsing plaats aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Ten eerste moet worden beoordeeld of er concreet behoefte bestaat aan de betreffende vorm van verstedelijking van de betreffende kwaliteit. Daarbij moet de regionale ruimtevraag (kwantitatief én kwalitatief) in ogenschouw worden genomen. Het gaat om de ruimtevraag waarin elders in de regio nog niet is voorzien. Bij aanbod elders kan worden gedacht aan al geplande woningbouw- of werklocaties, een binnenstedelijke herstructurering, of bijvoorbeeld leegstand. Bestaand stedelijk gebied, kwantitatieve en kwalitatieve behoefte Er moet worden beoordeeld of, indien er een behoefte aan een stedelijke ontwikkeling is, de beoogde ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied in de betreffende regio kan worden gerealiseerd.

Onder bestaand stedelijk gebied wordt verstaan: het bestaande stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het voornemen voorziet in een specifieke behoefte van het bedrijf. Het betreft het planologisch mogelijk maken van het sportveld voor werknemers. Het sportveld omvat een terrein van circa 820 m² en het gehele bedrijfsperceel beslaat 30.000 m². Het betreft een terrein die reeds onderdeel zijn van het bedrijfsperceel. Het terrein had echter een bestemming Bos-Natuur-bestemming en is nu in gebruik als sportveld. De betreffende oppervlakte aan bos c.q. natuur dat daardoor is komen te vervallen, wordt elders in het plangebied gecompenseerd. Daarbij wordt geconstateerd dat er in de directe omgeving van het bedrijf geen braakliggend terrein aanwezig is die kan voorzien in deze behoefte. Zoals aangegeven is het sportveld bedoeld en in gebruik ten behoeve van de werknemers van het bestaande bedrijf en daarmee van belang dat deze zich in de directe nabijheid van het bedrijf bevindt. Voor de mogelijkheid voor deelname aan de bedrijfsport is het van belang dat dit in de nabijheid van het bedrijf plaatsvindt.

Het sporten kan tijdens pauzes plaatsvinden of aansluitend aan de werkdag waarbij gebruik kan worden gemaakt van de kleedruimtes van het bedrijf. Het betreffende terrein ligt tussen de parkeerplaats en een van de bedrijfsgebouwen. Elke andere locatie direct aansluitend aan het bedrijfsgedeelte heeft ook een bos-natuurbestemming dan wel een agrarische bestemming. Derhalve wordt geconcludeerd dat de specifieke behoefte van het bedrijf Lesscher niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.

Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. 18

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Per 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening Overijssel in werking getreden. Dat heeft niet geleid tot een inhoudelijke beleidswijziging met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan, maar wel tot een nieuwe artikelnummering. Dat betekent dat als wordt verwezen naar de artiikelnummers uit de oude provinciale verordening, hier de nummers van nieuwe provinciale verordening moet worden gelezen. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Het Uitvoeringsmodel is ontwikkeld om te sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit waarbij drie stappen worden onderscheiden. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

19

De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. In artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening is bepaald dat bestemmingsplannen uitsluitend voorzien in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; 2. dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 20

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

In paragraaf 3.1.2 is gemotiveerd dat het sportveld niet binnen bestaand bebouwd gebied en stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Bij de keuze van de situering van het sportveld is een zo'n compact mogelijke opzet gekozen. Het sportveld ligt tussen de Bornsestraat, parkeerplaats en één van de bedrijfsgebouwen. De uitbreiding in de groene omgeving is hiermee zo beperkt mogelijk gehouden. In dit geval is sprake van de uitbreiding van een bestaande functie op terrein dat was bestemd voor bos-natuur, maar wel onderdeel was van het bedrijfsperceel. Het sportveld voorziet in een behoefte die het welzijn van de werknemers bevorderd, een sociale kwaliteit dus. In artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening is bepaald dat bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – kunnen voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. De oppervlakte aan bos c.q.

natuur die vanwege het sportveld is komen te vervallen, wordt elders binnen het plangebied gecompenseerd. Voor het overige zijn er in het kader van de 'generieke beleidskeuzes' geen aspecten die nadere onderbouwing c.q verantwoording behoeven.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

21

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is gearceerd (bron: provincie Overijssel) Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief voor de groene omgeving 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' (zie ook figuur 3.2). In het ontwikkelingsperspectief 'mixlandschap' is sprake van verweving van functies. Aan de ene kant melkveehouderij en akkerbouw als belangrijke vorm van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Het plangebied is gelegen in een gebied waarin sprake is van een verweving van functies. Agrarisch gebruik, wonen, recreatie en bedrijvigheid zijn functies die in de omgeving aanwezig zijn. De ontwikkeling van het bedrijfsperceel past binnen dit ontwikkelingsperspectief en draagt bij aan de diversiteit van functies binnen het perspectief. De plannen van initiatiefnemer voor het planologisch mogelijk maken van het sportveld doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor gebruikers in de omgeving. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De kenmerken van deze aanduiding luiden als volgt: De gebieden met dekzandvlakten en -ruggen kenmerken zich met een afwisseling van opgewaaide ruggen en uitgesleten beekdalen. De daarbij horende hoogteverschillen kenmerken de dekzandvlaktes van Overijssel. In het geval dat er ontwikkelingen plaats vinden, dan moeten deze bijdragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. De omvang van het sportterrein en de ligging daarvan, is dermate gering dat deze geen afbreuk doet aan de kenmerken van deze aanduiding. Geconcludeerd wordt dat dit plan geen afbreuk doet aan de natuurlijke laag. 22

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'jonge heide- en broekontginningslandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) In de feitelijke situatie gaat het landschapstype direct ten noorden van het plangebied over in het broekontginningslandschap en het kampenlandschap verder noordelijk. De landschapstypen in en rond het plangebied wisselen elkaar op korte afstand van elkaar af, zodat in en rond het plangebied geen sprake is van een uitgesproken kenmerkend landschapstype met bijbehorende landschapskenmerken. De uitgevoerde ruilverkaveling(en) in de 20e eeuw en opvolgende kavelverbeteringswerkzaamheden hebben veel karakteristieken van het traditionele landschap verder aangetast. Naast het verwijderen van houtsingels zijn ook bossen gerealiseerd die er vroeger niet waren. Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningslandschap waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door bos. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidingslandschappen' met rommelige driehoekstructuren als resultaat.

De ambitie is gericht op een stevige impuls aan de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden en in voorkomende gevallen op een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. Bij voorliggend plan is sprake van het planologisch mogelijk maken van het reeds aanwezige sportveld. Gezien de ligging tussen de Bornsestraat, de parkeerplaats en een van de bedrijfsgebouwen, is er geen sprake van bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

23

afbreuk aan de laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag en laag van de beleving De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving' hebben binnen het plangebied geen specifieke kenmerken die van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling en blijven daarom verder buiten beschouwing.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

MijnOmgevingsvisie Dinkelland

Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en de samenleving willen sturen. Wat er behouden moet worden, wat er versterkt moet worden en wat er ontwikkeld moet worden. MijnOmgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. De kernprincipes zijn manieren van werken, werkwijzen die altijd gelden. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; de gemeente met haar inwoners, instellingen en ondernemers; We geven het goede voorbeeld; wat we belangrijk vinden, laten we zien in de praktijk; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt; We wentelen geen problemen af op volgende generaties. In figuur 3.6 is een fragment van de Waardenkaart weergegeven met daarop het bedrijfsperceel met een blauwe cirkel aangeduid.

Figuur 3.6: Fragment Waardenkaart MijnOmgevingsvisie Dinkelland (bron: gemeente Dinkelland)

Toets

24

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Het plangebied valt in het gebied dat is gericht op behouden vanwege hoge waarde en beperkte dynamiek. Hier wordt aangegeven om in te spelen op de oorspronkelijke schaal van het landschap, het versterken van de natuurwaarden, inrichting die gebruikelijk is in de directe omgeving. Met voorliggend plan wordt de mogelijkheid geboden aan een niet-agrarisch bedrijf om, onder voorwaarde van forse investeringen in de ruimtelijke kwaliteit, uit te breiden. Dit om de bedrijfsvoering te optimaliseren van een bedrijf dat jarenlang gevestigd is op deze locatie. Met de gekozen inrichting en planologisch vastleggen van de situatie wordt een efficiënt ingedeeld bedrijfsperceel gecreëerd. Eén van de speerpunten van de Omgevingsvisie is 'Wij werken aan een gezonde leefomgeving'. Daarbij wordt gekeken of bij ontwikkelingen of de omgeving 'uitnodigt tot ontmoeten en ontspannen, uitnodigt om (buiten) te bewegen, te sporten en te spelen en ons niet ziek maakt of ons stress bezorgt'. Het sportveld biedt de werknemers de mogelijkheid om op een laagdrempelige wijze te sporten en wel te sporten in de buitenlucht. Dit draagt bij aan het welzijn van de werknemers en past binnen dit speerpunt. Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan niet in strijd is met het beleid uit MijnOmgevingsvisie Dinkelland. 3.3.2

Buitengebied met kwaliteit

De gemeenteraad van Dinkelland heeft "Buitengebied met kwaliteit" vastgesteld op 25 januari 2022. Het buitengebied van Dinkelland kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen, al deze functies vragen om ruimte. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van deze beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikt de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Alle beleidsregelingen hebben de afgelopen jaren op hun eigen wijze een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk en vitaal buitengebied en de doelstellingen van deze regelingen sluiten nog prima aan bij de speerpunten voor het buitengebied zoals geformuleerd in MijnOmgevingsvisie Dinkelland. De beleidsnota kent algemene randvoorwaarden indien deze beleidsregel wordt toegepast, waaraan voldaan moet worden: 1.

Elke ontwikkeling moet per saldo leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 2. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing: vorm en situering van gebouwen en erfbeplanting (uiteengezet in locatie, sortiment, aantallen, plantmaat en indien van toepassing plantverband/ onderlinge afstand); 3. De geboden ontwikkelingsruimte dient in balans te zijn met de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit; 4. De ontwikkeling dient naar aard en omvang passend te zijn op de locatie en de gebiedskenmerken van het type landschap; 5. De bestaande infrastructuur moet in principe toereikend zijn voor de nieuwe activiteit, er mag geen sprake zijn van een onevenredige toename van verkeer. Indien een aanpassing van de infrastructuur benodigd en aanvaardbaar is, komen de kosten hiervoor voor rekening van aanvrager; 6. Parkeren dient op eigen erf plaats te vinden; 7. De ontwikkeling mag niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat; 8. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de in de omgeving aanwezige functies en waarden; 9. Er mag gaan onevenredige afbreuk worden gedaan aan de belangen van derden; 10. Indien dit nodig wordt geacht, kan een bedrijfsplan worden gevraagd ter onderbouwing van een verzoek; 11.

In het bestemmingsplan/ het omgevingsplan/ de omgevingsvergunning worden verplichtingen opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de verplichte landschappelijke inpassing. Daarnaast worden in een overeenkomst aanvullende voorwaarden opgenomen die van belang zijn voor de gemeentelijke juridische borging; 12. Een gecombineerde toepassing van de in deze beleidsregel opgenomen onderdelen is mogelijk, mits hierbij voldaan wordt aan de daarbij behorende voorwaarden; 13. Vergunningen die niet meer actueel zijn of die nog niet zijn benut, kunnen niet ingezet worden ter compensatie voor (extra) ontwikkelingsruimte en worden onherroepelijk ingetrokken. Toets De planontwikkeling betreft het planologisch mogelijk maken van het bestaande sportveld en het aanpassen van de dakhelling ten behoeve van uitbreiding van de kantoorruimte. bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

25

Toetsing aan de algemene eisen leidt tot het volgende. Het reeds aanwezige sportveld is ingepast in haar omgeving en is rondom het veld voorzien van groen die passend is in de omgeving. Het veld is hierdoor aan alle zijden afgeschermd en niet zichtbaar voor de omgeving. Het groen (bos/natuur) dat door het sportveld is komen te vervallen, wordt elders binnen het plangebied gecompenseerd. Het planologisch mogelijk maken van het sportveld leidt niet tot beperkingen van omliggende bedrijven c.q. leidt niet tot onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. De uitbreiding vindt niet plaats aan de zijden van de dichtstbijzijnde woningen (Bornsestraat 56 en Koninksweg 32). Het woon- en leefklimaat voor deze woningen wijzigt hierdoor niet. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. 3.3.3

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

Figuur 3.4: Fragment casco-kaart (bron: www.overijssel.nl/cascokaart) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit 26

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets In figuur 3.4 is te zien dat de casco-onderdelen zich wel bevinden op de gronden van het bedrijf. Tussen het sportveld en de Bornsestraat bevindt zich een groenstrook dat als casco is opgenomen op de kaart. Deze groenstrook blijft gehandhaafd. Er vinden geen wijzigingen ten aanzien van het casco plaats.

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

27

28

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Dit bestemmingsplan maakt het sportveld bij het bedrijfsperceel planologisch mogelijk en maakt de uitbreiding van kantooorruimte zonder minimale dakhelling mogelijk.

In het geldende bestemmingsplan is het veld bestemd voor bos-natuur en waarbij het tevens (ondergeschikt) is toegestaan, onder andere agrarisch extensief medegebruik, wegen en paden en extensief dagrecreatief medegebruik en educatief medegebruik. Met betrekking tot de uitbreiding van de kantoorruimte geldt dat de uitbreiding wel mogelijk is, mits het dak een minimale dakhelling kent. In het voorliggende bestemmingsplan is voorzien in een plat dak voor de kantoorruimte. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is. De aanleg van een (bedrijfs)sportveld wordt niet expliciet benoemd in het Besluit milieueffectrapportage, maar de meest logische aansluiting kan worden gemaakt bij: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, of met het onderhavig plan sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd.

Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft,

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

29

lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). Gelet op het feit dat er geen sprake is van toename van de bebouwde oppervlakte kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879). In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Hoewel het plan betrekking heeft op de toevoeging van het planologisch mogelijk maken van een sportveld op bedrijfsperceel met de bos-natuur-bestemming, kan gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 worden geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag plaatsvindt op gronden die reeds onderdeel zijn van het bedrijf, geen bebouwing toestaat en het terrein planologisch ook voor recreatief medegebruik is bestemd. De uitbreiding van kantoorruimte betreft evenmin vergroting van oppervlakte ten opzichte van de bestaande planologische mogelijkheden. Het gaat uitsluitend om een wijziging van de dakhelling. Al met al kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve effecten heeft op het milieu en dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

30

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets De omgeving is te beschouwen als 'gemengd gebied' vanwege de diverse functies in de omgeving: bedrijfsfuncties, agrarische bedrijven, verkeer en woonbestemmingen. Dat betekent dat de richtafstanden voor 'gemengd gebied' kunnen worden aangehouden en daarmee één stap worden verlaagd. Voor het veld dat wordt gebruikt voor de bedrijfssport is geen specifieke categorie voor opgenomen. De categorie 'veldsportcomplex (met verlichting)' komt het dichtste bij. Daar hoort een richtafstand bij van 50 meter en in het omgevingstype 'gemengd gebied' is dat minimaal 30 meter Het bepalende aspect is geluid. Het veldje van circa 820 m² dat wordt gebruikt voor de werknemers in de pauze en (direct) na werktijd, is veel kleiner van omvang en wordt dus minder intensief gebruikt, waarmee de eventuele gevolgen voor de omgeving veel minder zijn. De dichtstbijzijnde woning (Bornsestraat 56) ligt op een afstand van minimaal 47,5 meter. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'milieuzonering' geen belemmering vormt.

4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Toets Dit bestemmingsplan laat geen geurgevoelige objecten toe en evenmin functies die geuroverlast kunnen veroorzaken. Het aspect 'geur' is daarmee geen belemmering voor het uitvoeren van dit bestemmingsplan.

4.4 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Een bodemonderzoek is nodig indien er voortdurend (meer dan 2 uur per (werk)dag) mensen verblijven. Voor het sportveld geldt dat deze beperkt wordt gebruikt, in de pauzes en 's avonds beperkt. De uitbreiding van de kantoorruimte vindt op de verdieping plaats, er is dus geen contact met de grond waarmee het aspect bodem geen rol speelt.

Een bodemonderzoek is in deze situatie niet vereist.

bestemmingsplan Bornsestraat 58 Saasveld, 1e herziening

31

4.5 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). De Bornsestraat betreft een 60 km/uur weg. Deze weg heeft een zone van 250 meter. Het (bedrijfs)sportveld is geen geluidgevoelig object. Een nadere beschouwing ten aanzien van wegverkeerslawaai is derhalve niet nodig. Industrielawaai en railverkeerslawaai zijn niet van toepassing.

4.6 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/828/documents/21787