CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.pdf

Gemeenteraad 17 juli 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 8: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Bedrijventerrein Denekamp, Herziening Sombeekweg ong”29.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen);  Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals hierboven beschreven, wordt geacht dat dit plan 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging.

-8-

Ook wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Het aspect ‘Luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Archeologie De gemeente Dinkelland heeft een archeologische verwachtings- en advieskaart gemaakt voor haar gehele grondgebied, waarin aangegeven is wanneer een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In figuur 8 is een uitsnede opgenomen van de verwachtingskaart. Het plangebied is globaal rood omlijnd.

Figuur 8: uitsnede van de archeologische verwachtings- en advieskaart (bron: gemeente Dinkelland).

Op basis van het figuur hierboven bevindt het plangebied zich in dekzandwelvingen en -vlakten. Het advies hier is dat er een archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij plangebieden groter dan 5.000 m² bij bodemingrepen dieper dan 0,4 m. Voor plangebieden kleiner dan 5.000 m² geldt vrijstelling voor een archeologisch onderzoek. Het plangebied in voorliggend bestemmingsplan heeft een oppervlakte van circa 3.200 m². Uitgaande van het advies in de archeologische verwachtings- en advieskaart van de gemeente Dinkelland is er geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het aspect ‘Archeologie’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties.

Het archeologische verwachtings- en advieskaart laat niet alleen zien welke archeologische verwachting binnen een gebied geldt, maar ook of er in dat gebied monumenten dan wel andere cultuurhistorische belangrijke gebouwen, landschappen etc. aanwezig zijn. Uit figuur 8 blijkt echter dat geen van de genoemde waardevolle cultuurhistorische elementen aanwezig zijn. Het aspect ‘Cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

-9-

Geluid Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied:  voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter;  voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b. in buitenstedelijk gebied:  voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter;  voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter;  voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Het plangebied bevindt zich aan de Sombeekweg in Denekamp. De weg betreft een weg binnen stedelijk gebied, bestaande uit 1 rijstrook. Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs deze weg een geluidzone van 200 meter. Gelet op het feit dat bedrijfsgebouwen geen geluidsgevoelige objecten zijn, kan geconcludeerd worden dat de geluidszone hier niet van toepassing is.

Industrielawaai Op 26 februari 2020 heeft de gemeente Dinkelland een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de uitbreiding van de bedrijven aan de Marconiweg 1 en 3 te Denekamp (AOE Techniek en Teswood BV). Dit onderzoek is als bijlage 2 bijgevoegd bij deze aanmeldnotitie. Op basis van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat op de betreffende gronden enkel bedrijven tot en met milieucategorie 2 gerealiseerd kunnen worden. De activiteiten moeten dan met name in de dag periode plaatsvinden. Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van AOE Techniek en Teswood BV. Beide bedrijven willen de uitbreiding gebruiken ten behoeve van opslag. Opslag wordt aangemerkt tot milieucategorie 2. Daarnaast wordt door middel van een aanduiding uitgesloten dat er op het plangebied zich bedrijven kunnen vestigen met een milieucategorie hoger dan 2. Geacht wordt dat er voldaan wordt aan het advies van het geluidonderzoek. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'Geluid' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht.

Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen.

- 10 -

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de realisering van twee bedrijfsgebouwen ten behoeve van de uitbreiding van de twee bedrijven (AOE techniek en Teswood Bv) aan de Marconiweg in Denekamp. Gelet erop dat er sprake is van een functiewijziging (van agrarisch naar bedrijventerrein), dient de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van de gronden binnen het plangebied onderzocht te worden. De gemeente Dinkelland heeft op 14 april 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740. Dit onderzoek is als bijlage 3 bijgevoegd bij deze aanmeldnotitie. In de navolgende alinea's worden de resultaten besproken. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 15 boringen verricht, waarvan er 1 is doorgezet tot een diepte van 3,0 meter. Deze boring is afgewerkt met een peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn zand. In de ondergrond zijn sporen roest aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Ook zijn er geen visuele asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in de peilbuis is aangetroffen op 1,3 meter min maaiveld. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan geconcludeerd worden dat de bovengrond niet verontreinigd is. Ook is de ondergrond niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, cadmium, nikkel en zink.

Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I en BG II) en ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater(PB 1) zijn enkele lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de verkoop van het terrein en de ontwikkeling tot bedrijfsterrein, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (bedrijfsterrein). Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening).

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door Natuurbank Overijssel een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd op 29 maart 2021. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 4 bij deze aanmeldnotitie bijgevoegd. Op basis van de quickscan kan worden geconcludeerd dat het plangebied zowel niet binnen een Natuurnetwerk Nederland als in een Natura 2000-gebied is gelegen. Daarnaast geldt er een vrijstelling voor het eventueel doden van een beschermd zoogdier en amfibie. Voor het verstoren van het plangebied als foerageergebied geldt dat er geen wettelijke consequenties zijn, omdat sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Tot slot is er in het kader van stikstof een AERIUS berekening gemaakt om te laten zien dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot onevenredige nadelige gevolgen voor het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. De berekening is als bijlage 5 bijgevoegd bij deze aanmeldnotitie. Het aspect ‘stikstof’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend

- 11 -

beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden:  ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen;  ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Met voorliggend plan wordt geen geurgevoelig object opgericht. Derhalve kan gesteld worden dat het aspect ‘geur’ geen belemmering oplevert voor de uitvoering van voorliggend plan. Externe veiligheid Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven.

Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 350 meter van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied:  zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico);  zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is;  niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen;  niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid. Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie In deze aanmeldingsnotitie is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen of een zeer beperkt effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn geweest. Hoogachtend, Ad Fontem Ruimtelijk Advies, Y. Yildirim

- 12 -

Bijlage 3

Bodemonderzoek

bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.

61

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 Marconiweg naast 1 en 3 - Denekamp

Opdrachtgever: Gemeente Dinkelland Locatie: Marconiweg naast 1 en 3 7591 HH Denekamp April 2021

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Tel: 0546 - 63 96 63

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 Marconiweg naast 1 en 3 - Denekamp

Opdrachtgever: Gemeente Dinkelland Postbus 11 7590 AA Denekamp Locatie: Marconiweg naast 1 en 3 7591 HH Denekamp Projectcode: 21018610 Rapportagedatum: 14 april 2021 Auteur: Mevr. E. Koppelman Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 5 6 7

4.1 4.2 4.3 4.4

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses

8 8 8 9 10

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

11

6

Literatuur en bronvermelding

13

2

3

4

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van de gemeente Dinkelland op een terreindeel aan de Marconiweg naast 1 en 3 in Denekamp door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de verkoop van het terrein, gevolgd door de ontwikkeling tot bedrijfsterrein. Het bodemonderzoek dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem ten behoeve van de financiële waardering van het perceel. Het bodemonderzoek is tevens noodzakelijkvoor de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016.

De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in maart 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018 waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden eventuele resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 1 van 13

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Marconiweg naast 1 en 3, ten noorden van de Sombeekweg 3 in de bebouwde kom van Denekamp. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 265.913 en y = 489.394 en is kadastraal bekend als: gemeente Dinkelland, sectie P, nummers 1009 (ged) en 2483 (ged). De Marconiweg bevindt zich ten oosten en de Sombeekweg ten zuiden van de onderzoekslocatie Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd, onverhard en in gebruik als landbouwgrond (weiland). Onderzoekslocatie Er zijn plannen om het terrein te verkopen.In het kader van de verkoop van de percelen en de voorgenomen ontwikkeling tot bedrijfsterrein, dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op het t terreindeel. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard en omvat 3309 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 2021. 2.2

Vooronderzoek

In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en de gemeente Dinkelland. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarische) bestemming; - Voor zover bekend is er op het te onderzoeken terreindeel nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - De onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - Mogelijk zijn er afwateringssloten tussen de agrarische percelen gedempt met gebiedseigen grond in de jaren ’90. Het terrein ten oosten van de sloot is opgehoogd met vrijgekomen grond bij de aanleg van de sloot in 2005. - Voor zover bekend bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg; - Er is eerder een bodemonderzoek uitgevoerd nabij de huidige onderzoekslocatie. Op de volgende pagina wordt dit verder beschreven.

Kruse Milieu BV verkennend bodemonderzoek Marconiweg Denekamp, d.d. januari 2012 met rapportnummer 11066910. Aanleiding van het onderzoek, direct ten oosten van de huidige onderzoekslocatie, was de geplande verkoop van het terrein, de nulsituatie ter plaatse van de toekomstige werkplaats en de nieuwbouw van een bedrijfshal. Uit de analyseresultaten bleek het volgende: - De bovengrond is niet verontreinigd; - De ondergrond is niet verontreinigd; - Het grondwater is matig verontreinigd met barium en licht verontreinigd met zink. Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 2 van 13

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 25 meter boven NAP; - De deklaag bestaat uit kwartair zand en is ter plaatse 75 meter dik. Het doorlatend vermogen is groter dan 50 m² per dag; - De grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.3 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in noordwestelijke richting; - In de directe omgeving bevindt zich geen waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied; - Het kanaal Almelo-Nordhorn stroomt op circa 900 meter ten noorden van het terrein. De invloed van het kanaal op het freatische grondwater is bij ons bureau onbekend.

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 3 van 13

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. In de norm NEN 5740 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de puinhoudende boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN 5707 vervangen door inspectiegaten.

Aangezien puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is, dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40).

Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 4 van 13

3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op basis van het oppervlakte van 3309 m² kan op basis van norm NEN5740, strategie onverdachte locatie worden afgeleid dat er 13 boringen dienen te worden verricht, waarvan 10 tot 0.5 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er wordt 1 boring overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwater-peil en het nemen van grondwatermonsters. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 3 grondmengmonsters samengesteld en er wordt 1 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster Monster

Analysepakket

Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 5 van 13

3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 5 maart 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 6 van 13

3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 7 van 13

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in maart 2021 uitgevoerd door de heer N. Pepping. Deze veldwerker is conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). De heer Pepping werd bij de werkzaamheden geassisteerd door de heer W.Lucas. Er zijn op 23 maart 2021 in totaal 13 boringen verricht. Er is 1 boring met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor verdiept en doorgezet tot 3.0 meter diepte, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis (peilbuis 1). Boring 3 is op een diepte van circa 1.5 meter gestaakt op hout. Ter plekke van boring 3 was tot circa 1987 een sloot aanwezig. Om vast te stellen of er sprake is van een gedempte sloot, zijn op 6 april 2 aanvullende boringen verricht (3A en 3B). Deze boringen zijn ook gestaakt op hout. Er zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen in de boringen 3A en 3B. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit matig fijn zand. In de ondergrond zijn sporen roest aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging.

Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 2 staat omschreven. Tabel 2: Samenstelling (meng)monsters. Analyse

(Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

BG I

1, 5, 6, 7, 10 en 12 4

0 - 0.4 0 - 0.5

Standaard pakket

BG II

2 en 3 8 en 9 13 en 15 14

0 - 0.3 0 - 0.2 0 - 0.4 0 - 0.5

Standaard pakket

OG

1 1 2 3 4 4

0.4 - 0.8 0.8 - 1.3 0.6 - 1.0 0.5 - 1.0 0.5 - 0.8 0.8 - 1.1

Standaard pakket

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 8 van 13

Boring 1 is doorgezet tot 3.0 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 6 april 2021 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 3. Tabel 3: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

PB 1

2.00 - 3.00

1.30

5.3

EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU) 820

35.7

Goed

De waarde voor de EC wordt normaal geacht en de waarde voor de pH wordt als verlaagd beschouwd. In het grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In het grondwatermonster (PB 1) zijn enkele van de onderzochte stoffen in een verhoogde concentratie ten opzichte van de betreffende streefwaarden aangetoond. Dit is weergegeven in tabel 4. In de bovengrond (BG I en BG II) en ondergrond (OG) zijn geen verhoogde gehalten gemeten.

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 9 van 13

Tabel 4: Verhoogde concentratie (μg/l). Monster

Component

Gemeten Concentratie

GSSD

Streefwaarde

Interventiewaarde

Peilbuis 1

Barium Cadmium Nikkel Zink

310 1.3 18 340

310 * 1.3 * 18 * 340 *

50 0.4 15 65

625 6 75 800

In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Grondwater - Barium, cadmium, nikkel en zink De licht verhoogde gehalten in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht.

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 10 van 13

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van de gemeente Dinkelland is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op het terreindeel ter grootte van 3309 m² aan de Marconiweg naast 1 en 3 in Denekamp. De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd en onverhard en in gebruik als landbouwgrond (weiland). De aanleiding van dit onderzoek is de verkoop van het terrein en de voorgenomen ontwikkeling tot bedrijfsterrein. Het bodemonderzoek dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem ten behoeve van de financiële waardering van het perceel. Het bodemonderzoek is tevens noodzakelijkvoor de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 15 boringen verricht, waarvan er 1 is doorgezet tot 3.0 meter diepte. Deze boring is afgewerkt met een peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn zand. In de ondergrond zijn sporen roest aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in de peilbuis is aangetroffen op 1.30 meter min maaiveld.

Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I en BG II) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium, cadmium, nikkel en zink. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient formeel te worden verworpen aangezien er enkele overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I en BG II) en ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater(PB 1) zijn enkele lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de verkoop van het terrein en de ontwikkeling tot bedrijfsterrein, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (bedrijfsterrein).

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 11 van 13

Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 12 van 13

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Dinkelland Kruse Milieu BV verkennend bodemonderzoek Marconiweg Denekamp, d.d. januari 2012 met rapportnummer 11066910 NEN 5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 29 A Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft

Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 21018610

Pagina 13 van 13

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 2021

Marconiweg naast 1 en 3 in Denekamp

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 21018610 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 29 A

Gemeente Dinkelland

N

Marconiweg Denekamp Verkennend en nulsituatie bodemonderzoek

6

n iweg M a rc o

3

2 6

22

21

5

10

1 7 4

24

2

11

23 9

8 3

e S omb

= Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

ek we g

0

25

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren www.krusegroep.nl

Projectcode Schaal Datum

Tel: 0546 - 639663 Fax: 0546 - 639662

: 11066910 : 1:500 (A4-formaat) : Januari 2012

Gemeente Dinkelland Marconiweg 1+3 7591 HH Denekamp

Verkennend bodemonderzoek mogelijke sloot gedempt ca. 1980

groen

4

3B 3 3A

13

12 5 weiland

11 1

3

6 10 groen

9

7

2 weiland

8

g eekwe Somb 0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

25

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: NP

Tekenaar: JL

Projectcode Schaal Datum

: 21018610 : 1:500 (A4-formaat) : April 2021

Bijlage II Boorstaten

1

1

3A

akker, m aaiveld

0

0 1

braak, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , edelm an

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, m at ig wort els, edelm an

50

50

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , beige, sporen wort els, edelm an

2 -70 100

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, oranje, zwak roest , edelm an

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, edelm an

-80

100

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

-120 150

200

-100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , zwak wort els, edelm an, gest aakt op waarschijnlijk hout (wort els/plant en)

150

200

200 -220

t ype g r on d b or in g dat um 0 6 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

250

300

300

-300

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

3B

braak, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen wort els, edelm an 50

2

akker, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, sporen roest , edelm an

50

-80

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , zwak wort els, edelm an, gest aakt op waarschijnlijk hout (wort els/plant en)

100 -50

100

150 -100

150

200 -150

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

-200

t ype g r on d b or in g dat um 0 6 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

4 3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, m at ig wort els, edelm an

50

3

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , beige, sporen wort els, edelm an

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

-80

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an -110

5

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , zwak wort els, edelm an, gest aakt op waarschijnlijk hout (wort els/plant en)

50

M a r con iw e g - D e n e k a m p 21018610 N EN 5 1 0 4

0 1

-150

bodem profielen sch a a l 1 :5 0

braak, m aaiveld

0

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

onderzoek project code get ekend conform

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, m at ig wort els, edelm an

50 -50

2

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

1

0 1

150

0

braak, m aaiveld

0

100

braak, m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen wort els, edelm an -50

6

11

braak, m aaiveld

0

0 1

1 -50

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

7

12

braak, m aaiveld

0

0 1

akker, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, edelm an

50

1 -50

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

8

13

akker, m aaiveld

0

0 1

50

50

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

9

akker, m aaiveld 0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

10

akker, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 M a r con iw e g - D e n e k a m p 21018610 N EN 5 1 0 4

0 1

-50

0

akker, m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , edelm an

t ype g r on d b or in g dat um 2 9 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

onderzoek project code get ekend conform

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen wort els, edelm an

50

akker, m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , edelm an -50

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

Kruse Milieu BV T.a.v. Jeroen Lammers Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN

Analysecertificaat Datum: 02-Apr-2021

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2021051379/1 21018610 Marconiweg - Denekamp 29-Mar-2021

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

21018610 Marconiweg - Denekamp

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Nick Pepping

Eenheid

Analyse

1

2

3

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

% (m/m)

86.6

90.2

86.9

2021051379/1 29-Mar-2021 02-Apr-2021 02-Apr-2021/12:45 A,B,C 1/2

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

4.3

2.6

<0.7

Gloeirest

% (m/m) ds

95

97

99

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

3.3

2.8

3.3

S

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

<20

<20

<20

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

<0.20

<0.20

<0.20

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

6.9

<5.0

<5.0

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4.0

<4.0

<4.0

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

15

<10

<10

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

<20

<20

<20

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

<11

<11

<11

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

10

12

<5.0

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

<6.0

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

<35

<35

Minerale olie

S

Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 101

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 118

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

Nr. Uw monsteromschrijving

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

11958121

BG II

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

OG

Grond (AS3000)

11958123

1

BG I

2 3

11958122

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

S

21018610 Marconiweg - Denekamp

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Nick Pepping

Analyse

Eenheid

1

2

3

PCB 138

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 153

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 180

mg/kg ds

<0.0010

PCB (som 7) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0049

S

<0.0010 1)

0.0049

2021051379/1 29-Mar-2021 02-Apr-2021 02-Apr-2021/12:45 A,B,C 2/2

<0.0010 1)

0.0049

1)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

S

Naftaleen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

S

Fenanthreen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

S

Anthraceen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

S

Fluorantheen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

S

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

S

Chryseen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

S

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

S

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

S

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

S

Indeno(123-cd)pyreen

mg/kg ds

<0.050

S

PAK VROM (10) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.35

<0.050 1)

0.35

Nr. Uw monsteromschrijving

<0.050 1)

0.35

1)

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

11958121

BG II

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

OG

Grond (AS3000)

11958123

1

BG I

2 3

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

11958122

Akkoord Pr.coörd.

VA TESTEN RvA L010

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2021051379/1 Pagina 1/1 Monster nr.

Uw monsteromschrijving Van

Tot

0538776719

1

0

50

29-Mar-2021

0538776712

2

0

50

29-Mar-2021

0538776517

10

0

50

29-Mar-2021

0538776518

11

0

50

29-Mar-2021

0538776521

13

0

50

29-Mar-2021

0538776515

12

0

50

29-Mar-2021

0538776526

9

0

50

29-Mar-2021

0538776520

8

0

50

29-Mar-2021

0538776523

3

0

50

29-Mar-2021

0538776702

4

0

50

29-Mar-2021

0538776698

5

0

50

29-Mar-2021

0538776673

6

0

50

29-Mar-2021

0538776706

7

0

50

29-Mar-2021

Barcode

Boornr

11958121

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

BG I

11958122

BG II

11958123

OG

0538776713

1

70

120

29-Mar-2021

0538776714

1

120

170

29-Mar-2021

0538776527

3

80

110

29-Mar-2021

0538776720

2

50

100

29-Mar-2021

0538776715

2

100

150

29-Mar-2021

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2021051379/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2021051379/1

Analyse

Pagina 1/1

Methode

Techniek

Methode referentie

W0106

Voorbehandeling

AS3000

Droge Stof

W0104

Gravimetrie

pb 3010-2 en NEN-EN 15934

Organische stof (gloeiverlies)

W0109

Gravimetrie

pb 3010-3 en NEN 5754

Korrelgrootte < 2 µm (lutum)

W0171

Sedimentatie

pb 3010-4 en NEN 5753

Barium (Ba)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Cadmium (Cd)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kobalt (Co)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Koper (Cu)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kwik (Hg)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Molybdeen (Mo)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Nikkel (Ni)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Lood (Pb)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Zink (Zn)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

W0202

GC-FID

pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703

W0271

GC-MS

pb 3010-8 en NEN 6980

Voorbehandeling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/714/documents/19830