Bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Bedrijventerrein Denekamp, Herziening Sombeekweg Ong.
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.DENBPMARCW13-VG01
Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
11 11 12
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
15 15 17 22
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem
25 25 25 27 27
4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
28 29 30 31 32 35 36
Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
37 37 37
Hoofdstuk 6
41
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
43 43 43
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Inrichtingsplan Bijlage 2 Concept aanmeldnotitie Bijlage 3 Bodemonderzoek Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Bijlage 5 Watertoets Bijlage 6 Quickscan flora fauna Bijlage 7 AERIUS berekening Bijlage 8 BP reactienota zienswijzen
45 46 48 61 106 168 171 202 229
2
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
Regels
235
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
237 237 241
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Bedrijventerrein Groen
243 243 246
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
247 247 248 249 250 251 252
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
255 255 256
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerrein Bijlage 2 Inrichtingsplan
257 258 259
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
3
4
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
Toelichting
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
5
6
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voor de locatie aan de Sombeekweg ong. (naast Marconiweg 1) is een plan ontwikkeld. Initiatiefnemers willen de gronden ten (zuid)westen van hun bedrijfspercelen aanwenden om hen bedrijf uit te breiden ten behoeve van opslag. Deze gronden zijn momenteel in eigendom van de gemeente Dinkelland. De gemeente heeft een voorlopig koopcontract afgesloten met initiatiefnemers en zal de gronden te zijner tijd aan initiatiefnemers overdagen. Omdat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling niet bij recht past in het vigerende bestemmingsplan, is er een herziening van dit bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juiste juridisch-planologische vastlegging van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied om de beoogde bedrijfsuitbreidingen mogelijk te maken.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied ligt op het bedrijventerrein van Denekamp, ca. 750 meter ten noordoosten van het centrum van Denekamp en wordt ontsloten door de Sombeekweg. De Sombeekweg betreft een weg binnen het stedelijke gebied die een maximumsnelheidsregime van 50 km/u heeft. Het plangebied staat kadastraal bekend als de gemeente Denekamp sectie P, deels nummer 2483 en deels nummer 1009. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven door middel van een rode pijl.
Figuur 1.1: Ligging plangebied ten opzichte van kern Denekamp (bron: Google Maps) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied te zien is. Het plangebied wordt aan de oost- en noordzijde begrensd door bestaand bedrijventerrein en aan de west- en zuidzijde door woonfuncties. Zie verder de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
7
Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: Ruimtelijke plannen)
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied in onderhavig bestemmingsplan ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Denekamp". Dit plan is op 17 december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland en is onherroepelijk in werking. Daarnaast zijn in de afgelopen jaren twee paraplubestemmingsplannen (Parapluplan Staat van Bedrijfsactiviteiten, vastgesteld op 2016-04-19 en Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland, vastgesteld op 2021-07-05) en een Facetbestemmingsplan (Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland, vastgesteld op 29 mei 2018) door de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland vastgesteld. Voor zo ver van toepassing wordt met deze plannen in het voorliggende bestemmingsplan rekening gehouden. Het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Denekamp" is in onderhavig geval met name relevant, aangezien in dit plan voor het plangebied bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn opgenomen. Figuur 1.3 toont een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan. Het plangebied is hierop rood omkaderd.
8
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Denekamp' (bron: Ruimtelijke plannen) Zoals te zien is in figuur 1.3 zijn de gronden binnen het plangebied bestemd tot de enkelbestemming "Groen" en enkelbestemming "Agrarisch". De voor "Groen" aangewezen gronden zijn in eerste instantie bestemd voor groenvoorzieningen en de voor "Agrarisch" aangewezen gronden voor het agrarisch grondgebruik. Op grond van het vigerende bestemmingsplan zijn er dan ook geen mogelijkheden om de gronden binnen het plangebied te gebruiken ten behoeve van de beoogde uitbreidingen van de bedrijven van initiatiefnemers. Gelet op dat er in het vigerende bestemmingsplan ook geen relevante afwijkingsbevoegdheden of wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen, waarmee afgeweken kan worden van het bestemmingsplan of het bestemmingsplan gewijzigd kan worden, dient er een herziening van het vigerende bestemmingsplan te worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juiste juridisch-planologische vastlegging van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied om de voorgenomen bedrijfsuitbreidingen mogelijk te maken.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.DENBPMARCW13-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
9
10
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
Hoofdstuk 2
Het plan
2.1 Huidige situatie Zoals beschreven ligt het plangebied aan de rand van het bedrijventerrein "Sombeek" in Denekamp en direct aangrenzend aan de bedrijfspercelen van initiatiefnemers. De gronden binnen het plangebied zijn tot op heden gebruikt voor agrarische activiteiten, onder meer voor het beplanten van mais. Er bevindt zich geen bebouwing binnen het plangebied. In figuur 2.1 is een vooraanzicht opgenomen van het plangebied, waarop de huidige staat te zien is. Het plangebied wordt omringd door zowel woonfuncties als bedrijfsfuncties (bedrijventerrein). De dichtsbijzijnde woning bevindt zich aan de overzijde van de Sombeekweg, op een afstand van circa 30 meter van het plangebied. In figuur 2.2 is een luchtfoto opgenomen, waarop het plangebied en de omliggende functies te zien zijn. De dichtsbijzijnde woningen zijn globaal rood omcirkeld en de aangrenzende bedrijfspercelen van initiatiefnemers zijn geel omcirkeld.
Figuur 2.1: Huidige situatie vooraanzicht van het plangebied (bron: Google Maps)
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
11
Figuur 2.2: Luchtfoto plangebied met omliggende functies (bron: Ruimtelijke plannen)
2.2 Toekomstige situatie De gronden binnen het plangebied zullen in de toekomstige situatie gebruikt worden ten behoeve van de bedrijven van initiatiefnemers. Dit betreffen de bedrijven aan de Marconiweg 1, Faradayweg 6 en Faradayweg 14. Het is de bedoeling dat deze bedrijven door de toenemende vraag aan producten c.q. opslagruimte hier een opslaggebouw gaan realiseren. De gemeente Dinkelland heeft in haar principebesluit aangegeven dat ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling een ruimtelijk kwaliteitsplan dient te worden opgesteld, waarin de bestaande groenstrook en watergang die als gevolg van het plan verwijderd zullen worden meegenomen moeten worden bij de afronding van het plangebied. Met de gemeente is overeengekomen dat de groenstrook en watergang verlegd worden naar ten westen van het plangebied. Daarmee zullen bestaande landschappelijke kwaliteiten niet verloren gaan en zal er net zoals bij de huidige situatie van het plangebied sprake zijn van een goede overgang van de bebouwde kom naar het bedrijventerrein. Het ruimtelijke kwaliteitsplan is als Bijlage 1 bij de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan opgenomen. Figuur 2.3 toont op voorhand een fragment daarvan.
12
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
Figuur 2.3: fragment inrichtingsplan (bron: Ad Fontem) Naast een goede inrichting van het plangebied wordt in het voorliggende bestemmingsplan wegens de korte afstand tevens rekening gehouden met het woon- en leefklimaat van omliggende gevoelige functies. De beoogde uitbreidingen zullen daarom geen afbreuk doen aan het woon- en leefklimaat van die functies. Zie ook Hoofdstuk 4 van de toelichting van voorliggend bestemmingplan.
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
13
14
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Zoals beschreven wordt middels voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakt dat de bestaande bedrijven aan de Marconiweg 1, Faradayweg 6 en faradayweg 14 kunnen uitbreiden. Deze uitbreidingen worden geacht noodzakelijk te zijn in verband met het hebben van een goede bedrijfsvoering en het krijgen van een beter toekomstperspectief waardoor geconcurreerd kan worden met andere bedrijven. Daarbij zullen bestaande landschappelijke kwaliteiten binnen het plangebied behouden worden door deze te verleggen.
De voorgenomen bedrijfsuitbreidingen zullen daarom geen afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Dit draagt bij aan de prioriteit "duurzaam economisch groeipotentieel" en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied". Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan in overeenstemming is met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
15
de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de uitbreiding van drie bedrijven aangrenzend aan het plangebied mogelijk gemaakt. De oppervlakte van de uitbreidingen bedraagt gezamenlijk circa 3.200 m². Op grond van vaste jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2014:1442) dient een uitbreiding met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² aan bedrijventerrein aangemerkt te worden als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het ruimtebeslag van onderhavig bestemmingsplan is groter dan 500 m², waardoor sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Hierdoor moet worden aangetoond dat er behoefte is aan de uitbreiding en waarom deze uitbreiding niet elders kan. Op 27 juni 2019 heeft de provincie Overijssel in samenwerking met 14 gemeenten in Twente een beleidsdocument vastgesteld, waarin afspraken zijn gemaakt voor de programmering van bedrijventerreinen in Twente. Dit omdat de economie in Twente bloeit. Het uitgangspunt van dit zogeheten 'afsprakendocument' is om de economische groei van Twente te versterken. Dit betekent dat de economie niet op slot gaat en dat nieuwe plannen met een actuele marktvraag doorgang (moeten) krijgen. Op basis van het afsprakendocument is er in Twente een jaarlijkse vraag van circa 10 - 20 hectare aan bedrijventerreinen.
De grootste vraag komt voort uit de logistiek en uit High Tech Systemen en Materialen (HTSM). Voor de gemeente Dinkelland bedraagt de vraag aan bedrijventerreinen 3,9 ha en bedraagt het aanbod aan bedrijventerreinen 5,7 ha. Er is dus een licht kwantitatief teveel aan bedrijventerreinen (1,8 ha), echter zijn er in Dinkelland geen zachte plannen. Het huidige planologisch "harde" aanbod vormt vanwege kwaliteit - ligging (afstand tot zachte plannen; bereikbaarheid) en aard (kleinschalig; lokale oriëntatie) - slechts een beperkt ladder-risico voor zachte plannen in de regio. Dit betekent dat zachte plannen nog steeds wenselijk kunnen zijn. Volgens het afsprakendocument is er een kruimelregeling voor ondergeschikte uitbreiding van reeds gevestigde bedrijven. Dit is toegestaan wanneer: 1) de uitbreiding het gevolg is van een actuele marktvraag; 2) onderbouwd is conform de vereisten vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking; 3) financieel en economisch is aangetoond dat uitbreiding in overig bestaand planaanbod financieel en economisch geen reële optie is; 4) dat de uitbreiding binnen twee jaar na start tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan plaats kan vinden; en 5) dat de gemeente aan de overige afspraken omtrent bestaande locaties en plannen voldoet. De initiatiefnemers willen hun bedrijf uitbreiden, omdat zij steeds meer groeien en dus meer klanten krijgen.
Met de beschikbare ruimte en voorraad aan bedrijfsmiddelen is het echter niet mogelijk om de toenemende vraag aan diensten/producten te beantwoorden. Voor het bemachtigen van een goede concurrentiepositie is uitbreiding van het bedrijf een prioriteit voor de initiatiefnemers. Daarbij is gekeken naar mogelijkheden elders op het bedrijventerrein in Denekamp, maar ook zelfs ook daarbuiten. Een passende ruimte is echter niet gevonden. De keuze is uiteindelijk gevallen op de gronden die in onderhavig bestemmingsplan het plangebied vormen. Dit omdat de gemeente bereid is om de gronden te verkopen. Gelet op dat de gronden vanaf het eigen terrein van de bedrijven van de initiatiefnemers goed toegankelijk zijn, is er overgegaan tot de koop van deze gronden onder voorbehoud dat het bestemmingsplan gewijzigd wordt. Met het uitbreiden van de bedrijven van de initiatiefnemers op de betreffende gronden zal de bedrijfsvoering ten opzichte van uitbreiding op een andere locatie velen malen beter zijn. Dit omdat de herkenbaarheid voor klanten niet zal verslechteren. Daarnaast is toezicht houden en controle uitoefenen op werknemers hiermee makkelijker, dan dat er meerdere locaties zijn.
Naast een betere bedrijfsvoering en herkenbaarheid voor klanten zal een vestiging op een andere locatie mogelijk stuiten op financiële en economische bezwaren, aangezien men in de huidige markt vaak een hoofdprijs vraagt voor het overnemen van bedrijfsruimten die waarschijnlijk nog verbouwd moeten worden naar de wensen van initiatiefnemers. Het is dan ook rendabeler om grond te kopen en die naar eigen wensen vorm te geven. Daarmee wordt langdurige vestiging gegarandeerd en is dit goed voor de vitaliteit van het bedrijventerrein. Met het uitbreiden van de bedrijven van initiatiefnemers op het plangebied wordt naast de bestaande gebouwen uitgebreid. Daarom kan worden gesproken van een ondergeschikte uitbreiding, conform de kruimelregeling zoals beschreven in het afsprakendocument. Er is namelijk geen sprake van een nieuwvestiging. Resumerend kan worden geconcludeerd dat de beoogde uitbreidingen het gevolg zijn van een actuele marktvraag en onderbouwd zijn volgens de vereisten vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Daarbij zijn de uitbreidingen financieel en economisch onderbouwd dat uitbreiding in overig bestaand planaanbod financieel en economisch geen reële optie is.
Aangezien de initiatiefnemers meteen na vaststelling van dit bestemmingsplan en na het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen zullen beginnen met de werkzaamheden, kunnen de beoogde uitbreindingen binnen binnen twee jaar na start tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan plaatsvinden. 16
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
Op basis van het vorenstaande wordt geacht dat voorliggend plan in overeenstemming is met de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zogenaamde principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
17
Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.
Doorwerking voor voorliggend plan: Het plangebied bevindt zich aan de Sombeekweg ong. in Denekamp. Gelet op de situering van het plangebied kan gesproken worden van een stedelijke ontwikkeling die een extra ruimtebeslag legt op de Groene omgeving, zoals bedoeld in lid 1 van artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Initiatiefnemers wensen hun bedrijven 18
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
uit te breiden wegens ontwikkelingsmogelijkheden in de toekomst. De uitbreiding is noodzakelijk om de bedrijfscontinuteït van deze bedrijven te kunnen waarborgen. Gelet op de omstandigheid dat deze bedrijven niet elders op het bedrijventerrein kunnen uitbreiden wegens ruimtegebrek, kan geconcludeerd worden dat de enige mogelijkheid voor een uitbreiding bestaat op de gronden aangrenzend aan deze bedrijven. Daarnaast is het vanuit bedrijfstechnische oogpunten logisch om nabij de bestaande bedrijven uit te breiden voor een optimale bedrijfsvoering, wat tevens een reden is dat niet elders kan worden uitgebreid. Geacht wordt dat er voldaan wordt aan het principe 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' van artikel 2.1.3. artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is er een erfinrichtingsplan opgesteld. Dit plan is opgenomen als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. De bestaande houtwal en watergang wordt als gevolg van de ontwikkeling naar het westen verlegd, waarmee de bestaande landschappelijke kwaliteiten niet verloren gaan. Geacht wordt dat er voldaan wordt aan artikel 2.1.5.
Geacht wordt hiermee dat er voldaan wordt aan artikel 2.1.5 uit de omgevingsverordening van de provincie Overijssel. artikel 2.3 Werklocaties Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de totstandkoming van nieuwe bedrijventerreinen indien de nieuwe bedrijventerreinen naar aard, omvang en locatie in overeenstemming zijn met de gemeentelijke bedrijventerreinenvisie waarover overeenstemming is bereikt met de buurgemeenten en met Gedeputeerde Staten. Lid 2 In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt de eis van overeenstemming met buurgemeenten niet voor buurgemeenten buiten de provincie Overijssel. In dat geval is het voldoende dat aangetoond is dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. Lid 3 Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op die bestemmingsplannen waarvoor geldt dat de provinciale diensten in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro een positief advies hebben uitgebracht over het voorontwerp. Doorwerking voor voorliggend plan: De toetsing aan de gemeentelijke bedrijventerreinvisie van de gemeente Dinkelland vindt plaats in paragraaf 3.3.3 van de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan. Op voorhand wordt geacht dat de ontwikkeling volledig in overeenstemming is met het verwoorde beleid in de visie. Geacht wordt hiermee dat er voldaan wordt aan artikel 2.3 uit de omgevingsverordening van de provincie Overijssel.
Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn zowel de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving als van de groene omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
19
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is aangegeven met een markering (bron: provincie Overijssel) Het plangebied bevindt zich in het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).
De plannen van initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor de functies in de omgeving. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast waarbij de bedoeling is om de bestaande landschapselementen te behouden door te verplaatsen. Ook wordt rekening gehouden met bestaande functies in de omgeving. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor deze functies te garanderen wordt in de regels van voorliggende bestemmingsplan een regeling opgenomen, waarmee kan worden gestuurd dat er geen zware bedrijven mogen komen. Geacht wordt dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met het geldend ontwikkelingsperspectief. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3)
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd.
20
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met 'natuurlijke' soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)- richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt een stuk grond dat bestemd is voor agrarisch en groen, omgezet naar de bestemming bedrijventerrein. Ter plaatse zijn het watersysteem en hoogte verschillen al niet zichtbaar. Overigens gaat de voorgenomen ontwikkeling niet ten koste van het bestaande landschap. Dit omdat de eventuele bestaande landschapselementen slechts verplaatst worden, waarmee ruimte wordt gecreëerd voor de uitbreiding van de bedrijven van initiatiefnemers. Geacht wordt dat de in dit bestemmingsplan besproken ontwikkeling volledig in overeenstemming is met de natuurlijke laag.
Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Jong heide- en broekontginningslandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De grote oppervlakte aan - voormalige - natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Daarnaast zijn vanaf 1750 vanuit de landgoederen en buitens ook veel van de voormalige heidegronden voor de jacht en houtproductie bebost. Dit heeft geresulteerd in grote en kleinere landbouwontginningslandschappen en in landschappen van grote boscomplexen Overzicht jonge heide- en broekontginningslandschap (indicatief) en (nooit ontgonnen) heidevelden, zoals op de Sallandse Heuvelrug. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex.
Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings' landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze caegorie gerekend, omdat van het oorspronkelijke landschap niets meer terug te vinden is. De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding voor is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. De ambitie is verder de landschappelijke karakteristieken voor weidevogels in stand te houden en te versterken. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
21
De jong heide- en broekontginningslandschap is bij het plangebied niet zichtbaar, omdat de gronden gedurende een lange tijd intensief bewerkt worden. De bestaande groenstrook en watergang worden als gevolg van de ontwikkeling verlegd, waardoor de nog aanwezige landschappelijke kwaliteiten behouden blijven. Stedelijke laag De stedelijke laag kent het kenmerk 'Woonwijken 1995 - nu' aan het gebied toe. In figuur 3.5 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
Figuur 3.5: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De ambitie is om naoorlogse wijken te herstructureren en om markante gebouwen zoals leegkomende kerken en winkelstrips te behouden door ze een nieuwe functie te geven. Als ontwikkelingen plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in een naoorlogse woonwijk. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling geen invloed heeft op de stedelijke laag. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Omgevingsvisie Dinkelland
De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen. 2. We geven het goede voorbeeld. 3. We wentelen niet af op volgende generaties. 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil kernen hebben, waar het lekker is om te wonen en waar voldoende bedrijvigheid aanwezig is zodat mensen werk kunnen vinden. Hiervoor heeft de gemeente vier speerpunten: 1. voldoende voorzieningen; 2. aantrekkelijk wonen; 3. ruimte voor ondernemen; 4. leefbare openbare ruimte. Voor het voorliggende bestemmingsplan is speerpunt 'ruimte voor ondernemen' hoofdzakelijk van belang. De gemeente Dinkelland wil ervoor zorgen dat er voldoende ontwikkelruimte is voor bedrijven en dat er voldoende 22
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
plek is voor de vestiging van nieuwe bedrijven. Daarbij ligt de nadruk op het behouden en versterken van het lokale bedrijfsleven, o.a. goede vestigings- en ontwikkelingsmogelijkheden en het faciliteren van ondernemerschap. Goede vestigingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven betekent dat de aanwezige bedrijfsgronden moeten aansluiten bij de vraag. Ondernemers/bedrijven met een ruimtebehoefte dienen binnen de gemeente een plekje te kunnen vinden, waarbij indien noodzakelijk uitbreiding van bestaande bedrijfsterreinen een optie is. Daarbij wordt gestreefd naar kwalitatieve verbeteringen, o.a. voorkomen van leegstand, goede ontsluiting en een goede fysieke en digitale bereikbaarheid. Toets en conclusie Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de uitbreiding van de bedrijven van initiatiefnemers mogelijk gemaakt. Daarmee wordt langdurig vestiging van bestaande bedrijven gegarandeerd. Dit is goed voor de vitalteit van het bedrijventerrein van Denekamp. Met het uitbreiden van deze bedrijven op de naastgelegen gronden kan worden gesproken van een logische uitbreiding. Er hoeft geen ontsluiting te worden geregeld, dit kan worden gedaan via de bestaande ontsluiting van de bestaande bedrijven. Verder is een inrichtingsplan opgesteld voor het landschappelijk goed inpassen van de uitbreiding van de bedrijven van initiatiefnemers.
Daarbij wordt rekening gehouden met het bestaande landschap. Daarnaast gaat de ontwikkeling niet ten koste van het woon- en leefklimaat van de functies in de omgeving. Geacht wordt dat voorliggend bestemmingsplan volledig in overeenstemming is met 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'. 3.3.2
Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'
De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.6) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.
Figuur 3.6: fragment casco-kaart, plangebied globaal omlijnd (bron: provincie Overijssel) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
23
daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets en conclusie Uit figuur 3.6 blijkt dat er binnen het plangebied geen casco onderdelen aanwezig zijn. Geconcludeerd kan worden dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'. 3.3.3
Integrale ontwikkelingsvisie bedrijventerreinen gemeente Dinkelland
De gemeente Dinkelland heeft in november 2007 de "Integrale visie bedrijventerreinen" vastgesteld. Daarin geeft de gemeente Dinkelland een onderbouwing van de door haar gewenste ontwikkelingen met betrekking tot bedrijventerreinen en de randvoorwaarden die nodig zijn om deze ontwikkelingen te realiseren. Na de ruimtelijk-economische analyse, de onderbouwing van de kwantitatieve behoefte en de wens aandacht te besteden aan aspecten rondom duurzaamheid en (beeld)kwaliteit zijn in de "Integrale ontwikkelingsvisie bedrijventerreinen gemeente Dinkelland" de navolgende doelstellingen geformuleerd; Uitbreiding van bedrijventerreinen wordt geconcentreerd in Denekamp, Ootmarsum en Weerselo; Streven naar profielversterkende bedrijvigheid, met name in Ootmarsum (passende bedrijvigheid); In de overige kernen geen significante uitbreidingen; realiseren van lokaal maatwerk; Nadruk op herstructurering bij het voorzien in de behoefte aan bedrijventerrein; Tijdig en flexibel beschikbaar hebben van voldoende uitgeefbaar terrein; Realiseren van duurzame bedrijventerreinen met aandacht voor overgangszones naar andere functies; Stimuleren van verplaatsing van milieuhinderlijke/ruimtebehoevende bedrijven (uit kernen en buitengebied) naar bedrijventerreinen Deze hoofddoelstellingen zijn uitgewerkt en vertaald naar een concreet maatregelenprogramma.
Via het uitvoeren van dit maatregelen-programma wordt invulling gegeven aan de beleidsvoornemens met als kernpunten het constant beschikbaar hebben van voldoende bedrijventerreinen, (mede) te realiseren door de herstructurering van bestaande terreinen met voldoende aandacht voor aspecten rondom duurzaamheid en beeldkwaliteit. Toets en conclusie De "Integrale visie bedrijventerreinen gemeente Dinkelland" geeft de gewenste ontwikkelingsrichting van bedrijventerreinen in de gemeente Dinkelland weer. Hierbij wordt uitgegaan van nieuwe ontwikkelingen. Voor de bestaande bedrijventerreinen in Denekamp wordt met name ingezet op revitalisering c.q. herstructurering. Voorliggend bestemmingsplan voorziet daarin. Geacht wordt dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met de "Integrale ontwikkelingsvisie bedrijventerreinen gemeente Dinkelland".
24
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets De uitbreiding van bedrijven wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrietrein.
Het onderhavige project wordt niet gezien als een m.e.r.- plichtige activiteit omdat deze pas geldt bij: een activiteit die betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer. De genoemde oppervlakte geldt als drempelwaarden, waar het onderhavige project ver onder blijft. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Dit betekent dat volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Echter heeft de gemeente Dinkelland in haar principebesluit aangegeven dat er een m.e.r.- aanmeldnotitie moet worden geschreven. Deze notitie is opgenomen in Bijlage 2. Conclusie Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen. Gelet op de kenmerken van het onderhavige project (zoals het feit dat de omvang ruimschoots beneden de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. ligt), de plaats van het onderhavige project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Alternatieven hoeven dan ook niet te worden afgewogen. Het onderhavige project is niet m.e.r.-plichtig. Bij de beoordeling is rekening gehouden met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling aangegeven criteria.
4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
25
SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Middels voorliggend bestemmingsplan wordt het mogelijk dat initiatiefnemers hun bedrijven uitbreiden. Bij de realisatie van een nieuwe functie/bestemming dient te worden gekeken naar de omgeving waarin de ontwikkeling wordt gerealiseerd. Daarbij gaat het om de externe werking en de interne werking: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden onevenredig wordt aangetast. In de nabije omgeving van het plangebied zijn er drie woningen gelegen. Dit betreffen de woningen aan de Sombeekweg 12, Sombeekweg 5 en aan de Diekmanweg 11 te Denekamp. Tussen de woning aan de Sombeekweg 5 en het plangebied bedraagt de afstand circa 65 meter, tussen Sombeekweg 12 circa 25 meter en tussen de woning aan de Diekmanweg 11 en het plangebied ongeveer 38 meter.
Deze afstanden zijn gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Het plangebied zal middels voorliggend plan een bedrijfsbestemming toegekend krijgen. Initiatiefnemers zijn voornemens op het plangebied een opslaggebouw te plaatsen, dan wel opslagactiviteiten te ontplooien. Een opslaggebouw behoort op basis van de VNG uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" tot een bedrijf van de tweede milieucategorie, waarbij een maximale richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid geldt ten opzichte van gevoelige functies in de omgeving. Gelet hierop wordt voor de Sombeekweg 12 aan de richtafstand van 30 meter niet voldaan. Echter kan worden gesteld dat het gerechtvaardigd is om in onderhavig plan uit te gaan van een gemengd gebied, aangezien het plangebied aan een drukke weg ligt die als hoofdroute wordt gebruikt voor de ontsluiting van het bedrijventerrein. Daarnaast zijn er diverse functies aanwezig zoals bedrijfsfuncties, woonfuncties, kantoorfuncties en agrarische functies. Door uit te gaan van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met een trede worden verlaagd.
Dit komt neer op een richtafstand van 10 meter voor het aspect geluid ten opzichte van gevoelige functies in de omgeving van het plangebied. Aan die afstand wordt voor alle voornoemde woningen voldaan. Het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt derhalve niet aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. 26
bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekweg ong.
Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande milieubelastende functies in de omgeving. Een bedrijfsfunctie is geen milieugevoelige functie, waardoor geen sprake is van hinder. Conclusie Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.
Toets en conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe geur gevoelige objecten mogelijk en in de omgeving van het plangebied zijn geen agrarische bedrijven gevestigd. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'Geur' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.
4.4 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets en conclusie Gelet erop dat er sprake is van een functiewijziging (van agrarisch naar bedrijventerrein), dient de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van de gronden binnen het plangebied onderzocht te worden. De gemeente Dinkelland heeft op 14 april 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740.
Dit onderzoek is als Bijlage 3 bijgevoegd bij de toelichting van dit bestemmingsplan. In de navolgende alinea's worden de resultaten besproken. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 15 boringen verricht, waarvan er 1 is doorgezet tot een diepte van 3,0 meter. Deze boring is afgewerkt met een peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn zand. In de ondergrond zijn sporen roest aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Ook zijn er geen visuele asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in de peilbuis is aangetroffen op 1,3 meter min maaiveld. Resultaten chemische analyses bestemmingsplan Bedrijventerrein Denekamp, herziening Sombeekw eg ong.
27
Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan geconcludeerd worden dat de bovengrond niet verontreinigd is. Ook is de ondergrond niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, cadmium, nikkel en zink. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I en BG II) en ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater(PB 1) zijn enkele lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de verkoop van het terrein en de ontwikkeling tot bedrijfsterrein, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (bedrijfsterrein). Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.
4.5 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets en conclusie Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.