Bestemmingsplan appartementen Klooster Ootmarsum.pdf
Tekst van het document
Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 4 van 16
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. Op basis van de beschikbare informatie wordt de bovengrond (leeflaag) van het terrein als verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest beschouwd. De hypothese "verdachte locatie" uit NEN5740 en NEN5707 (VED-HE) wordt voor de bovengrond van de locatie gebruikt. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 (ONVNL) wordt voor de ongeroerde ondergrond en het grondwater op de locatie gebruikt. De laatste hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses.
De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen.
Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.
Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 5 van 16
3.2
Veldwerkzaamheden
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor onverdachte locaties uit NEN5740 en NEN5707. Beide onderzoeksstrategieën worden met elkaar gecombineerd. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 730 m² worden in totaal 7 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. De gaten worden in verband met eerdere onderzoeken gecodeerd als 51 tot en met 57. Minimaal 2 inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters op de locatie wordt één diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3
Chemische analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 5 grond(meng)monsters (waarvan 1 mengmonster van de fijne fractie) samengesteld en er wordt 1 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng)monster. Monster
Analysepakket
Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (1x)
Asbest en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 6 van 16
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.
tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.
De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 7 van 16
De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. 3.5
Toetsing asbestanalyses
De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is bij een verkennend asbestonderzoek een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 8 van 16
4
Resultaten 4.1 Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 en 4.5 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.6. 4.2 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in juli 2022 uitgevoerd door de heer J. Hartman (certificaatnummer K44441/09). De veldwerker is conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend. Er is op 1 juli 2022, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis, één boring verricht met behulp van een Edelmanboor. Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 51 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 51 is op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (51A). Er zijn op 8 juli 2022, na maaiveldinspectie, in totaal 7 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop: inspectiegaten 1A en 2 tot en met 7). Ter plekke van inspectiegat 52 is tot 0.25 mmv puingranulaat aangetroffen. Het puingranulaat is recent aangebracht (tijdelijke bouwweg) en valt buiten de scope van dit onderzoek. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I.
Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van rijplaten, puin, klinkers, grind, gras, bomen en struiken niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerker zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit uiterst fijn tot matig fijn, zwak grindig, zwak humeus, zwak siltig zand. In zowel de boven- als ondergrond worden tevens zwak tot sterk zandige leemlagen aangetroffen. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabel 3). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in het aangetroffen in het puingranulaat of in de bodem. Het puin in de onderste bodemlagen is waarschijnlijk historisch puin en niet asbestverdacht. Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen en zintuiglijke waarnemingen. Monsterpunt
Diepte (m-mv) Waarneming
51
0 - 0.8
Sterk puin-, baksteen- en dakpanschervenhoudend en zwak slakkenhoudend
51A
0 - 0.75
Sterk puin-, baksteen- en dakpanschervenhoudend en zwak slakkenhoudend
Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 9 van 16
Vervolg tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen en zintuiglijke waarnemingen. Monsterpunt
Diepte (m-mv) Waarneming
52
0.25 - 0.75
Sporen puin
53
0.45 - 0.5 0.5 - 1.0 1.0 - 1.5
Zwak kolengruishoudend en sporen baksteen Sporen kolengruis en baksteen Sporen aardewerk, glas en kolengruis
54
0 - 0.2
Matig puinhoudend
55
0.15 - 0.5 0.5 - 0.65
Sporen puin en kolengruis, grind op maaiveld (tot 0.15 m-mv) Sporen puin
56
0 - 0.5 0.5 - 0.7 0.7 - 0.85
Sterk puinhoudend, sporen slakken en aardewerk Sporen puin Zwak puin- en slakkenhoudend
57
0 - 0.5 0.5 - 1.0
Sterk puinhoudend, sporen leisteen en slakken Sterk puinhoudend
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de monsterpunten zijn onderstaande (meng)monsters geanalyseerd, zoals in tabel 4 staat omschreven. Van de zintuiglijk schone leemhoudende ondergrond is in overleg met de opdrachtgever een extra mengmonster (zintuiglijk schoon leem) geanalyseerd op NEN5740standaardpakket. Tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
BG I (sterk puin/baksteen en zwak/sporen slakken)
51A, 56 en 57
0 - 0.50
NEN5740-standaardpakket
BG II (sporen baksteen/ kolengruis/aardewerk)
53 53 55
0.50 - 1.00 1.00 - 1.50 0.15 - 0.65
NEN5740-standaardpakket
BG III (sporen puin)
52 56
0.25 - 0.75 0.50 - 0.70
NEN5740-standaardpakket
OG I (zintuiglijk schoon zand)
51A 55 56 57
0.75 - 1.05 0.65 - 1.00 0.85 - 1.00 1.00 - 1.20
NEN5740-standaardpakket
OG II (zintuiglijk schoon leem)
51A 52 52 52
1.30 - 1.55 0.75 - 1.25 1.25 - 1.50 1.50 - 2.00
NEN5740-standaardpakket
MM FF - 01
51A, 56 en 57 54
0 - 0.50 0 - 0.20
Asbest
Boring 51 is doorgezet tot 3.40 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 10 van 16
het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 8 juli 2022 is het grondwater van peilbuis PB 51 bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
PB 51
2.40 - 3.40
1.90
6.48
420
62
Toestroming Slecht, niet belucht
De waarden voor de pH en de EC worden normaal geacht. In het grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3 Resultaten chemische analyses vaste bodem In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit betekent dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages organische stof in de grond(meng)monsters.
De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG I, BG II en BG III), de ondergrond (OG I) en in het grondwater (PB 51) zijn lichte tot matige verontreinigingen aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. In de ondergrond (OG II) zijn geen verontreinigingen aangetoond.
Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 11 van 16
Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).
1
Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrondwaarde1 of streefwaarde
Interventiewaarde
BG I
Kwik Lood
0.19 100
0.2518 * 142.6 *
0.15 50
36 530
BG II
Koper Kwik Lood PAK
37 0.39 230 3.7
56.92 * 0.494 * 305.5 ** 3.695 *
40 0.15 50 1.5
190 36 530 40
BG III
Lood Zink PAK
75 110 2.1
95.29 * 158.6 * 2.118 *
50 140 1.5
530 720 40
OG I
Kwik Lood
0.4 130
0.5239 * 183.9 *
0.15 50
36 530
Peilbuis 51
Barium Zink
110 82
110 * 82 *
50 65
625 800
AW2000
In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4 Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Boven- en ondergrond - BG I, BG II, BG III en OG I - Kwik, koper, lood, zink en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de licht tot matig verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin/baksteen/kolengruis/slakken). In eerdere bodemonderzoeken zijn ter plekke en direct ten noordoosten van de huidige onderzoekslocatie eveneens licht verhoogde gehalten aan koper, kwik, lood, zink en PAK in de boven- en ondergrond aangetoond (Kruse Milieu BV van maart 2007). Het mengmonster van de bovengrond BG II is matig verontreinigd met lood.
Het matig verhoogde gehalte geeft aanleiding voor een aanvullend bodemonderzoek, waarbij de 3 deelmonsters, die in het mengmonster zijn opgenomen separaat geanalyseerd zijn op lood om vast te kunnen stellen wat de bron(nen) is en of er een nader bodemonderzoek noodzakelijk is. De resultaten van de separate analyses worden besproken in paragraaf 4.5. Grondwater - PB 51 - Barium en zink De (zeer) licht verhoogde gehalten aan barium en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 12 van 16
4.5 Separate analyses Naar aanleiding van het matig verhoogde loodgehalte in het mengmonster van de bovengrond BG II is besloten de 3 deelmonsters separaat te laten analyseren om de bron(nen) van de loodverontreiniging te kunnen vaststellen en of er een nader bodemonderzoek noodzakelijk is. De resultaten van de separate analyses staan in tabel 7. Het volgnummer achter het boornummer betreft het nummer van het grondmonster (overeenkomstig met de codering in de boorprofielen). Tabel 7: Gemeten loodgehalten, bovengrond BG II (mg/kg droge stof). Monster (m-mv)
1
Component
Gemeten Concentratie
GSSD
Boring 53.3 (0.5-1.0)
Lood
190
259.6 *
50
530
Boring 53.4 (1.0-1.5)
Lood
270
343.6 **
50
530
Boring 55.1 (0.15-0.65)
Lood
180
249.6 *
50
530
Achtergrond Interventie-waarde1 waarde
AW2000
In de vierde kolom van tabel 7 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW; * concentratie groter dan AW en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Bovengrond - BG II - Lood Uit de separate analyses blijkt dat de bovengrond van boring 53.3 (0.5 - 1.0) en boring 55.1 (0.15 - 0.65) licht zijn verontreinigd met lood: de gemeten loodgehalten liggen boven de streefwaarde maar onder de tussenwaarde. De bovengrond van boring 53.4 (1.0 - 1.5) is matig verontreinigd met lood: het gemeten loodgehalte ligt boven de tussenwaarde. Lood (en andere zware metalen en PAK) is heterogeen op de onderzoekslocatie aanwezig als gevolg van stedelijke ophoging. Het uitvoeren van een nader onderzoek is niet zinvol. Vanuit de Wet bodembescherming is er geen verplichting tot het uitvoeren van nader onderzoek, omdat er geen verhoogde gehalten in een individueel monster ten opzichte van de interventiewaarde zijn gemeten. Er is geen saneringsnoodzaak. 4.6
Resultaten van de asbestanalyses
In bijlage IV is het analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is geen asbest aangetoond.
Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 13 van 16
5
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Ad Fontem is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel aan de Oostwal 24-32 te Ootmarsum. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande nieuwbouw van 6 appartementen in 2 aaneengesloten te bouwen panden. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond en geroerde ondergrond van de locatie verdacht is voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ongeroerde ondergrond en het grondwater op de locatie is onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk Er zijn in totaal 7 inspectiegaten gegraven en 1 boring verricht, waarvan 1 diepe boring is afgewerkt met een peilbuis (PB 51). Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit uiterst fijn tot matig fijn, zwak grindig, zwak humeus, zwak siltig zand. In zowel de boven- als ondergrond worden tevens zwak tot sterk zandige leemlagen aangetroffen. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (puin/baksteen/kolengruis/slakken).
Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in het aangetroffen in het puin of in de bodem. Het freatische grondwater is gemiddeld aangetroffen op 1.90 meter min maaiveld. Resultaten analyses - de bovengrond (BG I) is (zeer) licht verontreinigd met kwik en lood; - de bovengrond (BG II) is (zeer) licht verontreinigd met koper, kwik en PAK en matig verontreinigd met lood. Resultaten uitsplitsing van het mengmonster BG II: * boring 53.3 (0.5 - 1.0 m-mv) is licht verontreinigd met lood; * boring 53.4 (0.5-1.0 m-mv) is matig verontreinigd met lood; * boring 55.1 (0.15-0.65 m-mv) is licht verontreinigd met lood; - de bovengrond (BG III) is zeer licht verontreinigd met lood, zink en PAK; - de ondergrond (OG I) is licht verontreinigd met kwik en lood; - de ondergrond (OG II) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 51) is (zeer) licht verontreinigd met barium en zink; - MM FF - 01 bevat geen asbest. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I, BG II en BG III), de ondergrond (OG I) en in het grondwater (PB 51) zijn lichte tot matige verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de ondergrond (OG II) zijn geen verontreinigingen aangetoond.
Naar aanleiding van het matig verhoogde loodgehalte in het mengmonster van de bovengrond BG II zijn de 3 deelmonsters separaat op lood geanalyseerd. Uit de separate analyses blijkt dat de bovengrond van boring 53.3 (0.5 - 1.0) en boring 55.1 (0.15 - 0.65) licht zijn verontreinigd met lood. De bovengrond van boring 53.4 (1.0 - 1.5) is matig verontreinigd met lood. Lood (en andere zware metalen en PAK) is heterogeen op de onderzoekslocatie aanwezig als gevolg van stedelijke ophoging. Vanuit de Wet bodembescherming is er geen verplichting tot het uitvoeren van nader onderzoek, omdat er geen verhoogde gehalten ten opzichte van de interventiewaarde in een individueel monster zijn gemeten. Er is geen saneringsnoodzaak. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is geen asbest aangetoond. Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 14 van 16
Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 15 van 16
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Dinkelland Kruse Milieu BV, rapport verkennend bodemonderzoek Oostwal 24-32 te Ootmarsum, d.d. maart 2007 met projectnummer 06040816 Kruse Milieu BV, rapport verkennend bodemonderzoek Oostwal 24-32 te Ootmarsum, d.d. maart 2007 met projectnummer 06041016 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NTA 755, "Bodem - Landbodem.
Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 NEN5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaart, kaartblad 28 F, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft www.overijssel.nl www.bodemplus.nl www.ahn.nl
Kruse Milieu BV
Project: 22038316
Pagina 16 van 16
Bijlage I Topografische kaart Voormalige grachtensituatie rondom de Oostwal Dwarsprofiel Oostwal Boorplan (2x) verkennend bodemonderzoek Oostwal 24-26 Kruse Milieu BV, maart 2007 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Oostwal 24-32 Kruse Milieu BV, juli 2022
Oostwal 24-32 in Ootmarsum
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 22038316 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 F
H5.K01
Dwarsprofiel over Oostwal (klooster Maria ad Fontes) 37,50 Kloostermuur helt naar rechts
Binnenplaats klooster
Maaiveld
Zandpakket onder Wal en Trottoirs
36,50 Hoogte t.o.v. NAP (m+)--
Heg
Trottoir-Wal-Trottoir
37,00
Gestoorde laag met zwart / grijze grond (1 tot 1,50 m)
Buiten kloostertuin
Oostwal
Maaiveld
36,00
Binnengracht
Buitengracht 35,50
Oorspronkelijke keileemgrens
Gestoorde laag met zwart / grijze grond (1 tot 1,50 m)
Diepte tot keileem 35,00
Opvulling oude binnengracht humus en organisch materiaal
Keileem (groen-grijs)
34,50
Keileemgrens
Keileem (groen-grijs)
Muur
34,00 Dwarsprofiel met Kloostermuur als 0 as 33,50 -20
-18
-16
-14
-12
-10
-8
-6
-4
-2
0
2
4
6
Wal
Binnenplaats klooster 20 m
10 m
8
16
10
12
14
Trottoir
Situatie schets dwarsprofiel Oostwal (bocht wal) Heg Buiten kloostertuin 20 m
18
20
22
24
26
28
30
Gemeente Dinkelland
N
Oostwal 24-26 7631 EJ Ootmarsum
Verkennend bodemonderzoek
25 Oo s
tw al
26
Klo o
ste r
str aa
t
32
33 29
Klooster
Globale locatie voormalige kolenopslag
41
27
39
34
38
36
42
40
35 37 43
Oo
s tw
30
al
31
28
0
25
Kruse Milieu BV
= Onderzoekslocatie = Gat tot 0.5 meter diepte = Boring tot 2.0 meter diepte = Peilbuis
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren www.krusegroep.nl
Projectcode Schaal Datum
Tel: 0546 - 631153 Fax: 0546 - 632139
: 06040816 : 1:500 (A4-formaat) : Maart 2007
Gemeente Dinkelland
N
Hoek Oostwal / Cellenkampstraat Ootmarsum Verkennend bodemonderzoek
C el
am l en k
ps t r
aa t
6 7 5 8
Gras
10
Gras 9 Schuurtje
1 12
11
Gras
13 20 21
4 14
Gras
Schuurtje 15
22
3 16 17
23 O o s twa l
Klooster
Gras
2 Schuurtje
24 18
19
0
50
Kruse Milieu BV = Onderzoekslocatie = Gat tot 0.5 meter diepte = Boring tot 1.3/2.0 meter diepte = Peilbuis
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 631153 Fax: 0546 - 632139
Projectcode : 06041016 Schaal : 1:1000 (A4-formaat) Datum : Maart 2007
Ad Fontem Oostwal 24-32 7631 EJ Ootmarsum Verkennend bodemonderzoek
nieuw te bouwen appartementen
57 51 51A 55 56 52
54
53
0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
25
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH/NP/BD
Projectcode Schaal Datum
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JK
: 22038316 : 1:500 (A3-formaat) : Juli 2022
Bijlage II Boorstaten
51
1
gras / cm t ov m aaiveld
0
52 0
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, st erk puin bakst een en dakpanscherven , zwak slakken, sporen hout , sporen klei, schep,
50
puin / cm t ov m aaiveld
0
-25 50
1
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, st erk puin bakst een en dakpanscherven , zwak slakken, sporen hout , sporen klei, edelm an
100
2
3
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
150
-150
leem , zwak zandig, zwak grindig, licht groen, geel, sporen roest , edelm an
-135 240
-150
250
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
-125
4 200
leem , st erk zandig, zwak grindig, donker grijs, edelm an
leem , st erk zandig, zwak grindig, neut raal grijs, bruin, edelm an leem , st erk zandig, m at ig grindig, licht grijs, geel, zwak roest , edelm an
-110
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, edelm an
200
leem , st erk zandig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin, edelm an -75
-80
150
31x31cm , leem , st erk zandig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin, schep -50
-50 100
0
35x35cm , schep
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 8 -0 7 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
-200
puingranulaat t .b.v. verharding bouw kloost er
-195
leem , zwak zandig, licht groen, geel, sporen roest , edelm an
300
53
-310
leem , zwak zandig, donker groen, edelm an
340
klinker / cm t ov m aaiveld
0
0
-340 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 1 -0 7 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
1 2
50
3 100
51A 1 50 2
4 5
6
150 t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 8 -0 7 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen kolengruis, sporen bakst een -100
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen aardewerk, sporen glas, sporen kolengruis
-50 -150
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, st erk puin bakst een en dakpanscherven , zwak slakken, sporen hout , sporen klei, edelm an
54
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 -75
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
200
in sp e ct ie g a t 0 8 -0 7 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
4 0
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, st erk puin bakst een en dakpanscherven , zwak slakken, sporen hout , sporen klei, schep, gf/ ff : 6,7/58,5 kg. geen asbest
3 100
t ype dat um boorm eest er
-45
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, zwak kolengruis, sporen bakst een, schep -50
gras / cm t ov m aaiveld
0
150
-7
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, schep, ophoogzand
2 3
-105
50
-130
t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, edelm an leem , st erk zandig, zwak grindig, donker grijs, edelm an
0
30x31cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, m at ig puin, edelm an, gf/ff : 0,7/28,6 kg. geen asbest -20
in sp e ct ie g a t 0 8 -0 7 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, edelm an, ophoogzand -30
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, zwak wort els, edelm an
-155
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
-50 -195
leem , zwak zandig, licht groen, geel, sporen roest , edelm an -200
55
grind / cm t ov m aaiveld
0
1 50
2
-15
31x32cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, st erk wort els, sporen puin, sporen kolengruis, schep
100 t ype dat um boorm eest er
0
grind, zeer grof, st erk zandig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, st erk wort els, edelm an
-50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin, edelm an -65
zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker beige, bruin, zwak t eelaarde, edelm an -100
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Oost w a l 2 4 -3 2 - Oot m a r su m 22038316 N EN 5 1 0 4
56
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 2 3 4
100 t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 8 -0 7 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
0
30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, st erk puin, sporen slakken, zwak keien, sporen aardewerk, zwak klei, schep, gf/ff : 2,3/70,2 kg. geen asbest -50
leem , zwak zandig, zwak grindig, licht groen, geel, sporen puin, edelm an, -70
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak puin, zwak slakken, edelm an, geroerd -85
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an -100
57
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 2
0
30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, st erk puin, sporen leist een, zwak keien, sporen slakken, schep, gf/ff : 3,8/68,9 kg. geen asbest -50
100 3
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, st erk puin, edelm an -100
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 8 -0 7 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an -120
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Oost w a l 2 4 -3 2 - Oot m a r su m 22038316 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses
Kruse Milieu BV T.a.v. J. Kienstra Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN
Analysecertificaat Datum: 14-Jul-2022
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)
2022109919/1 22038316 Oostwal 24-32 - Ootmarsum 08-Jul-2022
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
22038316 Oostwal 24-32 - Ootmarsum
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Jan Hartman
Analyse
2022109919/1 08-Jul-2022 14-Jul-2022 14-Jul-2022/11:04 A,B,C 1/2
1
2
3
4
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
88.7
77.5
81.8
89.5
Eenheid
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
2.8
5.4
2.4
2.2
Gloeirest
% (m/m) ds
97
94
97
97
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
6.8
8.6
14.5
7.9
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
84
94
66
49
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.20
<0.20
<0.20
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
<3.0
4.3
5.3
<3.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
18
37
18
19
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
0.19
0.39
0.12
0.40
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
5.8
6.7
8.4
<4.0
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
100
230
75
130
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
69
83
110
64
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
5.4
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
<11
17
<11
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
5.7
8.5
<5.0
6.4
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
<35
<35
Minerale olie
S
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
12866125
BG II
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
BG III
Grond (AS3000)
12866127
4
OG I
Grond (AS3000)
12866128
1
BG I
2
12866126
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
S
22038316 Oostwal 24-32 - Ootmarsum
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Jan Hartman
2022109919/1 08-Jul-2022 14-Jul-2022 14-Jul-2022/11:04 A,B,C 2/2
Analyse
Eenheid
1
2
3
4
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
S
<0.0010 1)
0.0049
<0.0010 1)
0.0049
<0.0010 1)
0.0049
1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
S
Anthraceen
mg/kg ds
0.21
mg/kg ds
0.051
0.41
0.18
<0.050
0.14
0.073
<0.050
S S
Fluorantheen
mg/kg ds
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
0.28
0.76
0.46
<0.050
0.13
0.45
0.27
<0.050
S
Chryseen
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
0.12
0.50
0.31
<0.050
mg/kg ds
0.068
0.24
0.14
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.14
0.52
0.28
<0.050
mg/kg ds
0.085
0.30
0.17
<0.050
S S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
0.10
0.34
0.20
<0.050
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
1.2
3.7
2.1
0.35
Nr. Uw monsteromschrijving
1)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
12866125
BG II
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
BG III
Grond (AS3000)
12866127
4
OG I
Grond (AS3000)
12866128
1
BG I
2
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC: 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
12866126
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010