CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo.pdf

Commissie Omgeving & Economie 11 januari 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 8.: Voorstel inzake gewijzigd vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo24.058 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

I

uit algeheel plan, niet op Getekend: schaal. (Bron:N.Hannink Project: Fragment KGO Hannink Landschapsvormgeving) Naam: Datum: Haarhuis generatoren 15-12-2015 gew. 07-10-2020 Adres: Gecontroleerd: NH Rossummerstraat 19 Postcode: 7636 PK Agelo Schaal: 1:1000

J

Status: DO Aantal pag.: 1 Formaat: A3 Noord: Kaart is noordgericht

www.hanninkadvies.nl www.ad-fontem.nl

- 21

Oldenzaalseweg 38 - 7651 KC Tubbergen - Tel: 06 - 83 33 78 80 - info@hanninkadvies.nl - www.hanninkadvies.nl

Bijlage 2 Berekening KGO-investering

bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo

65

Berekening KGO-investering Bij het bepalen van de hoogte van de KGO-investering wordt uitgegaan van de waardevermeerdering als gevolg van de ontwikkelingsplannen. Op basis van de gemeentelijke beleidsnota voor KGO resulteert dit in dit geval voor Haarhuis Generatoren (als VAB+ locatie) in een waardevermeerdering van 25% van de bouwkosten. Voor het bedrijf geldt dat er geen uitbreiding van de oppervlakte bedrijfsperceel plaatsvindt. Er is sprake van een uitbreiding van de toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing. Daarnaast is sprake van een verruiming van de gebruiksmogelijkheden, aangezien de toegestane oppervlakte voor bedrijfsdoeleinden binnen het VAB+ beleid beperkt is tot 500 m². Door toepassing van het KGO-beleid wordt deze norm losgelaten. Hierbij wordt tevens invulling gegeven aan de motie van 8 oktober 2013 (agendapunt 12), waarin is aangegeven dat maatwerk van toepassing is in gevallen waarin op VAB-locaties gevestigde niet-agrarische bedrijven willen uitbreiden en daarbij geen sprake is van afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit en de uitbreiding binnen het bestaande bouwvlak plaatsvindt. In onderhavig geval wordt voldaan aan deze voorwaarden. De waardevermeerdering van deze verruiming van gebruiksmogelijkheden is nihil.

Bestaande bouwwerken welke de agrarische functie in het verleden verloren hebben, worden in de huidige situatie ingezet ten behoeve van de bedrijfsdoeleinden van Haarhuis Generatoren. De waardevermeerdering ten opzichte van de bij recht toegestane opslagfunctie is niet aanwezig. Onderstaand is e.e.a. in beeld gebracht voor het bedrijfsperceel van Haarhuis Generatoren. De volgende bebouwing is aangeduid: 1. 2. 3. 4.

Containers: worden verwijderd, twee containers worden omgezet naar bouwwerk; Bedrijfsbebouwing, nog niet vergund; Bouwwerk: vergunningsvrij bijbehorend bouwwerk bij de te realiseren bedrijfswoning; Vergunde bedrijfsbebouwing

Figuur 1: vergunde en niet-vergunde bebouwing op het bedrijfsperceel van Haarhuis

Figuur 2: (KGO)-ontwikkelingen Haarhuis Generatoren Agelo (bron: NK Bouwbegeleiding)

Inhoudsmaten In casu is de inhoud aan bedrijfsgebouwen welke meegenomen moet worden binnen het KGOtraject dan ook aangeduid in figuur 2. In figuur 2 zijn de toe te voegen gebouwen met de volgende bijbehorende inhoudsmaat weergegeven: A. B. E. F. L.

Container omvormen naar bouwwerk: 62,5 m3 Overkapte buitenopslag: 474 m3 Overkapte buitenopslag: 288,5 m3 Container omvormen naar bouwwerk: 18 m3 bestaande luifels handhaven voor gebruik: 1521 m3

In totaliteit wordt hiermee 2.364 m3 aan bebouwing toegevoegd. Van belang voor KGO zijn de bouwkosten van de bouwwerken. De gemeente Dinkelland beschikt over een richtlijn voor berekening van de bouwkosten. Onderstaand is een relevante passage opgenomen:

Figuur 3: relevante passages uit ‘Normenbedragen voor vaststelling bouwkosten 2011’ Berekening bouwkosten In onderhavig geval is voor het grootste deel sprake van overkappingen welke aan drie zijden open zijn. De richtlijn geeft geen normbedragen voor dergelijke overkappingen. De overkappingen worden benut ten behoeve van stalling van materieel en zodoende wordt aansluiting gezocht bij de functie ‘Opslagloodsen (plaatstaal damwandprofiel) – boven 4 m hoogte’, waarvoor bedrag van € 12,00 per m3 geldt. Hierbij is dus op te merken dat de overkappingen op het bedrijfsperceel van Haarhuis aan drie zijden open zijn. Aansluiten bij dit normbedrag wordt dan ook als passend beschouwd, aangezien de omschrijving opslagloodsen het meest in de buurt komt (van de functie) van de overkappingen en de containers. Uitgaande van de bovenstaande inhoudsmaten en normbedragen betreffen de bouwkosten in totaal 2.364 m3 x € 12,00 = € 28.368,00. Hiervan moet dus 25% van de bouwkosten opgevoerd worden als bruto waardestijging op het betreffende bedrijfsperceel voor Haarhuis Generatoren, te weten € 28.368,00 x 0,25 = € 7.092,00. Waardevermindering als gevolg van de herziening van het bestemmingsplan, zoals bijvoorbeeld de omzetting van agrarische grond naar bos en natuur of landschap, mag worden meegenomen in de berekening. In dit geval is hiervoor niet gekozen.

In zijn totaliteit ondergaan de percelen van Haarhuis Generatoren als gevolg van de realisatie van de plannen dus een waardestijging van € 7.092,00. Dit is de netto waardestijging van het bedrijfsperceel van Haarhuis Generatoren en staat gelijk aan de bruto KGO-investering.

Met betrekking tot de bruto KGO-investering is een aftrekpost van toepassing. Daarbij mogen ten aanzien van deze vereiste kwaliteitsimpuls KGO bijdrage ook reële, werkelijke kosten voor het opstellen van het KGO-plan (tot een percentage van 10% van het berekende KGO bedrag) en kosten kwaliteitsteam worden afgetrokken van deze investering. Na vermindering van deze kosten komt de netto KGO-investering voor Haarhuis Generatoren op een bedrag van € 6.132,80. Bovenstaande is in onderstaand schema weergegeven. Uitbreiding binnen bouwvlak:

inhoud

bouwkosten

25%

Uitbreiding A (25% van bouwkosten in m3)

62,5

m3

€ 750

€

187,50

Uitbreiding B (25% van bouwkosten in m3)

474

m3

€ 5.688

€

1.422,00

Uitbreiding E (25% van bouwkosten in m3)

288,5

m3

€ 3.462

€

865,50

Uitbreiding F (25% van bouwkosten in m3)

18

m3

€ 216

€

54,00

Uitbreiding L (25% van bouwkosten in m3)

1.521

m3

€ 18.252

€

4.563,00

Bruto waardestijging percelen Haarhuis generatoren

€ 7.092,00

De netto waardestijging is gelijk aan de Bruto KGO-investering. Bruto KGO-investering: € 7.092,00 Van het laatst genoemde bedrag mogen tenslotte nog andere kosten in mindering worden gebracht, namelijk de kosten die betrekking hebben op de inzet van het Kwaliteitsteam en advieskosten. Aftrek van deze posten resulteert in de netto KGO-investering.

Aftrekposten: 1. Advieskosten (10% v. bruto KGO-investering) = 2. Kosten kwaliteitsteam =

-/- € -/- €

709,20 250,00

€

6.132,80

Netto KGO-investering

Bijlage 3 Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling

70

bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo

BESLUIT VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING

Project: Haarhuis Generatoren Agelo Adres locatie: Rossumerstraat 19A te Agelo Datum besluit: 14 december 2020 Kenmerk: Z2020-ODT-016804

Z2020-ODT-016804 / ZD-2020-002266 /

Omgevingsdienst Twente

Pagina 2 van 9

Inhoud 1 BESLUIT .................................................................................................................... 4 1.1 ONDERWERP ....................................................................................................... 4 1.2 BESLUIT............................................................................................................... 4 1.3 RECHTSMIDDELEN ............................................................................................... 4 1.4 ONDERTEKENING EN VERZENDING ....................................................................... 4 2 PROCEDURELE OVERWEGINGEN........................................................................ 5 2.1 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ................................................................... 6 2.2 VOORGENOMEN ACTIVITEITEN .............................................................................. 7 2.3 PROCEDURE ........................................................................................................ 7 2.4 BEVOEGD GEZAG ................................................................................................. 7 3 INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN ........................................................................ 8 3.1 TOETSINGSKADER ...............................................................................................

8 3.2 DE KENMERKEN VAN HET PROJECT ...................................................................... 8 3.3 DE LOCATIE VAN HET PROJECT............................................................................. 8 3.4 DE SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT ..................................... 9 3.5 CONCLUSIE.......................................................................................................... 9

Z2020-ODT-016804 / ZD-2020-002266 /

Omgevingsdienst Twente

Pagina 3 van 9

BESLUIT Onderwerp Burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland hebben het voornemen een bestemmingsplan vast te stellen voor Haarhuis Generatoren BV, gelegen aan de Rossumerstraat 19A te Agelo. In dit plan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt (het bouwen van een bedrijfswoning) die mogelijk nadelige gevolgen hebben voor het milieu. Bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan dient een vormvrije m.e.r-beoordeling te worden uitgevoerd. In dit besluit wordt beoordeeld of voor het plan, vanwege het mogelijk maken van activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

Besluit Burgemeesters en wethouders van de gemeente Dinkelland besluiten: Dat bij de voorbereiding van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 de Wet ruimtelijke ordening, voor het gewenste project, vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld.

Rechtsmiddelen Dit besluit moet worden aangemerkt als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht en is niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te breiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Wel kan eenieder te zijner tijd gebruik maken van het rechtsmiddel dat geboden wordt in het kader van de procedure voor het vaststellen van het plan ingevolge de Wet ruimtelijke ordening. Dit besluit wordt niet gepubliceerd.

Ondertekening en verzending Almelo, 14 december 2020 namens burgemeester en wethouders van gemeente Dinkelland,

Ir. J.W. Strebus Directeur Omgevingsdienst Twente

Z2020-ODT-016804 / ZD-2020-002266 /

Omgevingsdienst Twente

Pagina 4 van 9

PROCEDURELE ASPECTEN Gegevens aanvrager Op 10 november 2020 hebben wij een aanmeldingsnotitie m.e.r. beoordelingsplicht ontvangen, als bedoeld in artikel 7.16, eerste lid van de Wet milieubeheer (Wm), van Haarhuis Generatoren BV, gelegen aan de Rossumerstraat 19A te Agelo. In en bij de aanmeldingsnotitie zijn een beschrijving en bijlagen gevoegd om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen.

Projectbeschrijving De voorgenomen activiteit heeft betrekking op het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning. Voor dit project is een Omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking nodig alsmede een Omgevingsvergunning (activiteit bouwen).

Ontvankelijkheid Na ontvangst van de aanmeldingsnotitie is deze getoetst op ontvankelijkheid. Gebleken is dat de aanmeldingsnotitie voldoende gegevens bevat om een besluit te kunnen nemen. In de aanmeldingsnotitie is voldoende informatie gegeven over de te ondernemen activiteit en de milieugevolgen die deze activiteit met zich mee zal brengen. Inzicht in de omvang van het project wordt verkregen door inzicht in de milieugevolgen.

Z2020-ODT-016804 / ZD-2020-002266 /

Omgevingsdienst Twente

Pagina 5 van 9

PROCEDURELE OVERWEGINGEN Besluit milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm). Op grond van artikel 7.2 zijn bij algemene maatregel van bestuur activiteiten aangewezen die belangrijke gevolgen voor het milieu hebben (m.e.r.plichtige activiteiten) en activiteiten aangewezen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten). M.e.r.-plichtige activiteiten zijn met bijbehorende drempelwaarden opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). M.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten en bijbehorende drempelwaarden zijn benoemd in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. Een bestemmingsplan kan op drie manieren in aanmerking komen voor een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling danwel directe m.e.r.-plicht: Er ontstaat een m.e.r.-plicht indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming nodig is; er ontstaat een m.e.r.-plicht voor activiteiten en gevallen benoemd in de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., in die gevallen waar het bestemmingsplan is genoemd in kolom 3 (plannen) van deze bijlage én er voldaan wordt aan de voorwaarden in kolom 2.

Wanneer niet voldaan wordt aan de voorwaarden in kolom 2 van onderdeel D van het besluit geldt een m.e.r.beoordelingsplicht; Er ontstaat een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht voor activiteiten en gevallen benoemd in de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., in die gevallen waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten) van deze bijlage. Deze beoordelingsplicht geldt ongeacht of er voldaan is aan de voorwaarden genoemd in kolom 2 van de bijlage. Wanneer een bestemmingsplan genoemd wordt in kolom 3 én kolom 4 in de onderdelen C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r., moet worden bepaald of er na vaststelling van het plan nog een besluit nodig is om de activiteiten te kunnen realiseren. Wanneer dit wel het geval is, is sprake van een kaderstellend plan en dus een plan in de zin van kolom 3 van de bijlage van het Besluit mer. Wanneer dit niet het geval is, dan is er sprake van een besluit in de zin vaan kolom 4 van de bijlage van het Besluit m.e.r.

Z2020-ODT-016804 / ZD-2020-002266 /

Omgevingsdienst Twente

Pagina 6 van 9

Voorgenomen activiteiten Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de activiteiten genoemd in de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. onderdeel D categorie 11.2; de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De in kolom 2 genoemde drempelwaarden worden niet overschreden. Het bestemmingsplan wordt genoemd in zowel kolom 3 als kolom 4 van onderdeel D, categorie 11.2.

Procedure Ingevolge artikel 7.19, eerste lid, van de Wm moet het bevoegd gezag, wanneer het zelf initiatiefnemer is van activiteiten waarvan op grond van artikel 7.2 lid 2 onder b van die wet moet worden beoordeeld of deze activiteiten nadelige gevolgen hebben voor het milieu, in een zo vroeg mogelijk stadium te besluiten of voor de activiteit, gelet op de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Met de wijziging van het Besluit m.e.r. op 7 juli 2017 is de procedure voor de formele m.e.r.-beoordeling en de vormvrije m.e.r.-beoordeling grotendeels gelijkgetrokken. Van het besluit met betrekking tot de vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft echter geen kennisgeving gedaan te worden.

Bevoegd gezag Burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland zijn bevoegd om te beslissen op dit verzoek. Zij hebben de bevoegdheid om besluiten op grond van de Wet milieubeheer te nemen overgedragen aan Omgevingsdienst Twente. Hieraan ligt het Mandaatbesluit Omgevingsdienst Twente d.d. 20 december 2018 ten grondslag.

Z2020-ODT-016804 / ZD-2020-002266 /

Omgevingsdienst Twente

Pagina 7 van 9

INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN Toetsingskader Wij hebben getoetst of voor het project een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Deze toets is overeenkomstig artikel 7.19, lid 1 jo. 7.17 lid 2 t/m 4 van de Wm uitgevoerd op grond van de in bijlage III van de m.e.r.-richtlijn opgenomen criteria. De toetsing is hieronder uitgewerkt.

De kenmerken van het project Bij de kenmerken van het project zijn de volgende criteria in ogenschouw genomen: de omvang en het ontwerp van het gehele project; de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder; het risico van ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; Overwegingen De hierboven genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de aanmeldnotitie met bijlagen. Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de kenmerken van het project geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.

De locatie van het project Bij de plaats van het project wordt het volgende in overweging genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan alsmede de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met speciale aandacht voor de typen aangewezen in de m.e.r.-richtlijn.

Z2020-ODT-016804 / ZD-2020-002266 /

Omgevingsdienst Twente

Pagina 8 van 9

Overwegingen De hierboven genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de aanmeldnotitie met bijlagen. Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de locatie van het project geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.

De soort en kenmerken van het potentiële effect Bij de soort en kenmerken van het potentiële effect moet in aanmerking worden genomen, in samenhang met de onder de punten 1 en 2 uiteengezette criteria en met inachtneming van: de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; de aard van het effect; het grensoverschrijdend karakter van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; de cumulatie van effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. Overwegingen De hierboven genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de aanmeldnotitie met bijlagen. Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de soort en kenmerken van het potentiele effect geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.

Conclusie Op basis van bovengenoemde beoordeling van kenmerken en locatie van het project en de kernmerken van het potentiële effect van het project is vastgesteld dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een milieueffectrapportage is niet nodig.

Z2020-ODT-016804 / ZD-2020-002266 /

Omgevingsdienst Twente

Pagina 9 van 9

Bijlage 4 Rapport verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Rossumerstraat 19 - Agelo

bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo

79

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 Rossumerstraat 19 - Agelo

Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: Rossumerstraat 19 7636 PK Agelo November 2015

Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Tel: 0546 - 63 96 63 Fax: 0546 - 63 96 62

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 Rossumerstraat 19 - Agelo

Opdrachtgever: Ad Fontem Hoofdstraat 43 7625 PB Zenderen Locatie: Rossumerstraat 19 7636 PK Agelo Projectcode: 15049910 Rapportagedatum: 25 november 2015 Auteur: mevr. ing. M.J.F. Platenkamp - van der Palen Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina

1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Historische gegevens Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3.1 3.2 3.3 3.4

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing analyses

4 4 5 5 6

4.1 4.2 4.3 4.4

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses

7 7 7 8 9

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

10

6

Literatuur

12

2

3

4

Bijlagen I

II III IV

Regionale ligging locatie Boorplan Terra Agribusiness d.d. 10-5-2010 Situatieschets met boorlocaties Boorstaten Resultaten chemische analyses Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 15049910

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op een terreindeel aan de Rossumerstraat 19 te Agelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de locatie als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in november 2015 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek.

De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden.

Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 1 van 12

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Rossumerstraat 19, op circa 950 meter ten oosten van de bebouwde kom van Agelo. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terreindeel heeft de RD- coördinaten x = 258.229 en y = 490.529 en is kadastraal bekend als: gemeente Denekamp, sectie I, nummers 760 en 415 (ged.). De Rossumerstraat bevindt zich ten westen van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding Het te onderzoeken terreindeel, dat zich bevindt ten zuiden van de bestaande bebouwing (boerderij) en ten oosten van de bestaande woning, betreft weiland en is derhalve onbebouwd en onverhard. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 350 m². Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft de projectie van het bouwblok (de nieuwbouw van de woning met tuin), heeft een oppervlakte van circa 350 m² en is onbebouwd en onverhard en betreft weiland. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouw van een woning. In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en is tevens een situatieschets opgenomen waarop de boorlocaties van onderhavig bodemonderzoek staan weergegeven.

2.2

Historische gegevens

Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever (de heer J. Klompmaker van Ad Fontem) en bij de gemeente Informatie van de gemeente Dinkelland (Noaberkracht). De volgende informatie is verzameld: - De locatie is gelegen in een overwegend agrarisch gebied. - Door de gemeente is aangegeven dat op de locatie bodemonderzoeken bekend zijn (zie verderop in deze paragraaf). - Op het te bebouwen terreindeel is nooit sprake geweest van opslagtanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - Het te onderzoeken deel van het terrein is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. - Het terreindeel is niet opgehoogd en er hebben voor zover bekend geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. - Er zijn op de locatie aan de Rossumerstraat 19 enkele bodemonderzoeken verricht in het verleden. Deze worden hiernavolgend kort besproken: Terra Agribusiness, Verkennend bodemonderzoek Rossumerstraat 19 te Agelo, met projectnummer 2010-012, d.d.

10-5-2010 In het verkennend bodemonderzoek van Terra Agribusiness zijn 4 deellocaties onderzocht: een onverdachte locatie en drie verdachte deellocaties (de dieseltank, de olieopslag en de werkplaats). Uit de resultaten van het onderzoek bleek dat op de onverdachte deellocatie (waarvan boring 5 deel uitmaakt van de onderhavige onderzoekslocatie, zie situatietekening bijlage I) minerale olie is aangetroffen in de grond in gehaltes boven de streef- en de tussenwaarden. In het grondwater is een matig verhoogd kopergehalte aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 2 van 12

Ter plekke van de verdachte deellocaties werd ter plaatse van de olieopslag een sterk verhoogd minerale oliegehalte aangetroffen in de bovengrond. Ter plekke van de overige verdachte deellocaties (de bovengrondse dieseltank en de werkplaats) werden geen verhoogde gehaltes aangetoond. Terra Agribusiness, Nader bodemonderzoek Rossumerstraat 19 te Agelo, met projectnummer 2010-012/1, d.d. 22-3-2011 Uit het nader onderzoek naar de sterke minerale olieverontreiniging bij de olieopslag, bleek dat er circa 9 m³ met olie verontreinigde grond aanwezig is. De locatie van de olieopslag bevindt zich op ruime afstand van de onderhavige onderzoekslocatie, waardoor hiervan geen negatieve invloed wordt verwacht op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie.

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 29.5 meter boven NAP. - De locatie is direct ten zuidoosten van de stuwwal Ootmarsum gelegen. - De deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. De deklaag is ter plaatse zeer dun. Onder deze deklaag bevindt zich een tertiaire kleilaag. Het doorlatend vermogen is eveneens gering. - De grondwaterspiegel bevindt zich ruim 1.0 meter onder het maaiveld. Het grondwater stroomt in oost-zuidoostelijke richting met een verhang van ongeveer 8 m/km onder invloed van afstroming vanaf de stuwwal. - In de directe omgeving bevindt zich geen waterwingebied of enig oppervlaktewater van betekenis, dat van invloed zou kunnen zijn op de lokale grondwaterstand of de stromingsrichting van het grondwater

Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 3 van 12

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet op de locatie gaat uit van NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kunnen geen specifieke verdachte deellocaties worden aangewezen. Elders op de locatie bevindt zich een olieopslag. De locatie van de olieopslag bevindt zich op ruime afstand van de onderhavige onderzoekslocatie, waardoor hiervan geen negatieve invloed wordt verwacht op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 wordt derhalve voor de onderzoekslocatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. In de norm NEN 5740 zijn voor onverdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van een omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Tevens blijkt uit het vooronderzoek dat de onderzoekslocatie niet verdacht is met betrekking tot asbest. Derhalve is geen asbestonderzoek op de locatie noodzakelijk.

Door de veldwerker, die een cursus asbestherkenning heeft gevolgd, zal tijdens het veldwerk zintuiglijk aandacht besteed worden aan de aanwezigheid van asbest op en in de bodem. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden.

Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.

Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 4 van 12

3.2

Veldwerkzaamheden

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor onverdachte locaties uit NEN 5740. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op een terreindeel van circa 350 m² worden in totaal 4 boringen verricht, waarvan 2 tot 0.50 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt één diepe boring overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt tot peilbuis. In verband met het feit dat reeds eerder bodemonderzoek heeft plaatsgevonden op de locatie worden de boringen gecodeerd als 101 tot en met 104. De boringen worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. Van elke boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur.

3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Analytico Eurofins BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang twee (meng)monsters samengesteld en er wordt één grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Chemisch analysepakket per monster. Monster

Chemisch analysepakket

Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 5 van 12

3.4

Toetsing analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.

Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 6 van 12

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3. en in paragraaf 4.4. worden de resultaten besproken.

4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in november 2015 uitgevoerd door de heer J. Hartman. De veldwerker is conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/06). Er zijn op 12 november 2015 in totaal 4 boringen verricht met behulp van een Edelmanboor. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt weer te geven: vanaf het maaiveld is circa 2.6 meter minus maaiveld (m-mv) matig fijn zand opgeboord dat in de bovengrond zwak siltig en zwak humeus is. Plaatselijk komt in de ondergrond (van 0.6 tot 0.9 m-mv) zeer fijn, matig siltig, matig leemhoudend zand voor. Van 2.6 m-mv tot einde boordiepte (2.65 m - mv) is grijsbeige, fijn grind opgeboord. De boring is gestaakt op de grindlaag. In de ondergrond zijn oer- en/of roesthoudende lagen opgeboord. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn in tabel 2 weergegeven. Er zijn door de veldwerker zowel op het maaiveld als in de boringen geen asbestverdachte materialen waargenomen. Ten tijde van het veldwerk bleek ter plekke van boring 103 een puinlaagje aanwezig te zijn.

Hierin is visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming

101

0 - 0.60

Sporen baksteen

102

0 0 - 0.10 0.10 - 0.80

Erf Sporen puin Sporen baksteen

103

0 - 0.05 0.05 - 0.30 0.30 - 1.10

Puin Zwak grindig Sporen baksteen

104

0 - 0.30 0.60 - 0.75

Sporen baksteen Sporen baksteen

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven

Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 7 van 12

Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. Mengmonster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

BG

101 102 103 104

0 - 0.50 0.10 - 0.60 0.30 - 0.60 0 - 0.30

OG

101 102

0.60 - 1.60 0.80 - 1.70

Boring 101 is doorgezet tot circa 2.65 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis grondig doorgepompt. Op 19 november 2015 is de peilbuis bemonsterd ten behoeve van het nemen van het grondwatermonster. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 3: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis Filterstelling (m-mv) 101

1.65 - 2.65

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

0.80

6.3

363

<0.1

Goed

De waarden voor de pH, de EC alsmede van de troebelheid worden als normaal beschouwd.

4.3

Resultaten van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters; de gehaltes kunnen hoger zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In het grondwater is een zeer licht verhoogde concentratie gemeten, die is weergegeven in tabel 4. In de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 8 van 12

Tabel 4: Verhoogde concentratie (μg/l). Monster

Component

Peilbuis 101 Barium

Gemeten Concentratie

GSSD

Streefwaarde

Interventiewaarde

55

55 *

50

625

In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.

4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, is er een lichte verontreiniging aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Grondwater - Barium In het grondwater is een zeer licht verhoogde concentratie barium aangetoond. Dit licht verhoogde gehalte is mogelijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht.

Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 9 van 12

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Ad Fontem is door Kruse Milieu BV in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 350 m² aan de Rossumerstraat 19 te Agelo. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Voorafgaande aan het verkennend bodemonderzoek is uitgegaan van een onverdachte locatie.

Resultaten veldwerk In totaal zijn er 4 boringen verricht waarvan er 1 is doorgezet in de ondergrond tot circa 2.65 m-mv en afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem op de onderzoekslocatie tot circa 2.6 m-mv bestaat uit matig fijn zand dat in de bovengrond zwak siltig en zwak humeus is. Plaatselijk komt in de ondergrond (van 0.6 tot 0.9 m-mv) zeer fijn, matig siltig, matig leemhoudend zand voor. Van 2.6 m-mv tot einde boordiepte (2.65 m0mv) is grijsbeige fijn grind opgeboord. De boring is gestaakt op de grindlaag. In de ondergrond zijn oer- en/of roesthoudende lagen opgeboord. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn in tabel 2 weergegeven. Er zijn door de veldwerker zowel op het maaiveld als in de boringen geen asbestverdachte materialen waargenomen. Het freatische grondwater is in peilbuis 101 aangetroffen op 0.80 meter minus maaiveld.

Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond is niet verontreinigd; - de ondergrond is niet verontreinigd; - het grondwater is zeer licht verontreinigd met barium.

Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient te worden verworpen, gezien de aangetoonde zeer lichte verontreiniging in het grondwater.

Conclusies en aanbevelingen In het grondwater is een zeer licht verhoogd gehalte aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt nader onderzoek niet nodig geacht. De bovenen ondergrond zijn niet verontreinigd. Op basis van het historisch vooronderzoek kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie niet asbestverdacht is. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem.

Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 10 van 12

Bij de geplande nieuwbouw komt in de toekomst mogelijk grond vrij. Afvoer van de grond dient te voldoen aan het Besluit Bodemkwaliteit en de voorschriften van het bevoegd gezag (de ontvangende gemeente). Op basis van de huidige onderzoeksresultaten kan een indicatieve toetsing in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit worden uitgevoerd. Alle onderzochte grond, die bij de nieuwbouwwerkzaamheden mogelijk vrij komt, is vrij toepasbaar, aangezien geen verontreinigingen zijn aangetroffen in de boven- of ondergrond. Met andere woorden: op basis van de indicatieve toetsing in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit gelden er geen beperkingen ten aanzien van het hergebruik van de grond. Opgemerkt dient te worden dat voorliggend bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning en dat de bemonstering derhalve niet geheel voldoet aan het Besluit Bodemkwaliteit. De resultaten van dit bodemonderzoek kunnen in het licht van het Besluit Bodemkwaliteit door het bevoegd gezag als ‘overig bewijsmateriaal’ worden geaccepteerd. Het is echter niet uitgesloten dat het bevoegd gezag bij grondafvoer eist dat de grond nogmaals wordt bemonsterd en geanalyseerd volgens de richtlijnen van het Besluit Bodemkwaliteit.

Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde lichte verontreiniging in het grondwater geen risico voor de volksgezondheid oplevert.

Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving, wordt tijdens een verkennend bodemonderzoek een beperkt aantal boringen verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 11 van 12

6

Literatuur

Informatie van de gemeente Dinkelland (Noaberkracht) Terra Agribusiness, Verkennend bodemonderzoek Rossumerstraat 19 te Agelo, met projectnummer 2010-012, d.d. 10-5-2010 Terra Agribusiness, Nader bodemonderzoek Rossumerstraat 19 te Agelo, met projectnummer 2010-012/1, d.d. 22-3-2011 NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2015 NEN 5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NTA 5755, "Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 NEN 5897, “Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, augustus 2015 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Topografische Dienst Emmen Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV www.overijssel.nl, bodem- en wateratlas www.ahn.nl www.watwaswaar.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 15049910

Pagina 12 van 12

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan Terra Agribusiness d.d. 10-5-2010 Situatieschets Kruse Milieu BV met boorlocaties

Rossumerstraat 19 Agelo

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Schaal: 1:25000 Bijlage: I

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/460/documents/14410