Bestemmingplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPROSSUMERS19AVG01
Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Opzet van de toelichting
7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk 2
11
Beschrijving huidige en toekomstige situatie
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
15 15 17 22
Hoofdstuk 4 Randvoorwaarden 4.1 Algemeen 4.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.3 Milieuzonering 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit
25 25 25 26 26 27 28
4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Externe veiligheid Water Archeologie en Cultuurhistorie Ecologie Verkeer en vervoer
28 29 29 30 32
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Opbouw van de regels 5.3 Verantwoording bestemmingskeuze
35 35 35 36
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
39 39 39
Bijlagen
41
Bijlage 1
KGO-rapportage Rossumerstraat 19a Agelo
42
Bijlage 2
Berekening KGO-investering
65
Bijlage 3
Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling
70
Bijlage 4 Agelo
Rapport verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Rossumerstraat 19 -
Bijlage 5
Berekening geluidbelasting woning aan de Rossumerstraat 19a te Agelo
122
Bijlage 6
Watertoets
146
2
79
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Bijlage 7
Quickscan natuurwaardenonderzoek Rossumerstraat 19a Agelo
149
Bijlage 8
Natuurwaardenonderzoek 2020
170
Bijlage 9
Stikstofdepositieonderzoek
183
Bijlage 10
Reactienota zienswijzen - Rossummerstraat 19a Agelo
207
Regels
219
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
221 221 226
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Bedrijf - Voormalig agrarisch Waarde - Landschap
227 227 230 234
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene Regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
235 235 236 237 238 239
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
241
Artikel 11 Artikel 12
Overgangsrecht Slotregel
241 242
Bijlagen regels
243
Bijlage 1
244
Landschappelijk inpassingsplan
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
3
4
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
5
6
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Op de locatie Rossumerstraat 19a in Agelo is het bedrijf Haarhuis Generatoren B.V. gevestigd. Ter plaatse is men voornemens een nieuwe bedrijfswoning te bouwen. De gewenste situering van de bedrijfswoning valt echter gedeeltelijk buiten het bestaande bestemmingsvlak. Het gaat om een relatief geringe afwijking, terwijl de voordelen voor de toekomstige bewoners groot zijn. De gemeente is daarom bereid medewerking te verlenen aan dit plan. Op het bestaande bedrijfsperceel zijn daarnaast diverse bedrijfsgebouwen en overkappingen gerealiseerd die niet binnen de toegestane maximale inhoudsmaat aan bedrijfsgebouwen passen. De bebouwing is noodzakelijk om installaties en bedrijfsinventaris overdekt te kunnen stallen, echter is de aanwezigheid strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Tevens worden op dit moment twee zeecontainers op het bedrijfsperceel gebruikt voor opslag van materieel en installaties. Het langdurig gebruik en de aanwezigheid van deze containers is niet gewenst en doet afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Deze containers worden dan ook omgevormd naar bouwwerken om de installaties te kunnen herbergen. Bovenstaande ontwikkelingen voor verruiming van de oppervlakte van bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen zijn mogelijk te maken middels het gemeentelijk beleid Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO).
Hiermee wordt de toekomstige oppervlakte bedrijfsbebouwing vastgelegd, waarbij als compensatie - naast de basisinpassing van het bedrijfsperceel - een extra investering in de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving verricht wordt. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het bestemmingsvlak van het bedrijf gewijzigd om de gewenste situering van de bedrijfswoning mogelijk te maken. Daarnaast wordt de KGO-ontwikkeling vastgelegd. De totale oppervlakte van het bedrijfsperceel van Haarhuis blijft daarbij gelijk aan de bestaande situatie en de verruimde oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zal worden vastgelegd.
1.2 Ligging plangebied Het plangebied bestaat uit het bedrijfsperceel en omliggende in eigendom zijnde agrarische gronden aan de Rossumerstraat 19a in Agelo. De locatie ligt langs de provinciale weg (Rossumerstraat: N736) op ca. 1 kilometer ten zuiden van Ootmarsum. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie I, perceelnummers 579, 859, 860, 861 en 862. In de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied met een rode cirkel weergeven. De exacte begrenzing van het plangebied staat op de (digitale) verbeelding weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
7
Figuur 1.1: Ligging plangebied Rossumerstraat 19a, Agelo (bron: Atlas van Overijssel)
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' van de gemeente Dinkelland. Het bestemmingplan 'Buitengebied 2010' is door de gemeenteraad van Dinkelland op 18 februari 2010 gewijzigd vastgesteld en is op 26 juli 2010 in werking getreden. Op 20 april 2012 is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden. Aan het plangebied zijn daarin de bestemmingen 'Bedrijf - Voormalig agrarisch' en 'Agrarisch - 1' toegekend. De gronden zijn daarmee bestemd voor respectievelijk een bedrijf dat zich richt op de inkoop, verkoop en verhuur van generatoren (bijlage 3, regels bestemmingsplan Buitengebied 2010) en voor het agrarisch gebruik. De gewenste bedrijfswoning ligt deels binnen de bestemming 'Agrarisch - 1', daarnaast is er meer dan 2.000 m3 aan bedrijfsbebouwing, waaronder overkappingen aanwezig. Het voornemen past niet binnen de bouw- en gebruiksregels voor de geldende bestemmingen. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk om de gewenste ontwikkelingen te realiseren. Het gaat daarbij om een wijziging van de bestemming 'Bedrijf - voormalig agrarisch' waarbij overigens de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Bedrijf Voormalig agrarisch' gelijk blijft.
8
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Figuur 1.2: uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo' bestaat naast de onderhavige toelichting mede uit de volgende stukken: Verbeelding; Regels; Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. De regels bevatten de gebruiks- en bouwvoorschriften die zijn gekoppeld aan de bestemmingen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting waarin de aanleiding, de motivering en een beschrijving van de planopzet zijn opgenomen.
1.5 Opzet van de toelichting Het bestemmingsplan wordt in de volgende hoofdstukken toegelicht. In deze toelichting komen na deze inleiding aan de orde: de planbeschrijving (hoofdstuk 2); het provinciale en gemeentelijke beleidskader (hoofdstuk 3); diverse omgevingsaspecten die randvoorwaarden vormen voor de beoogde ontwikkeling. Het gaat hierbij om milieuzonering, bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, waterhuishouding, archeologie, flora- en fauna en verkeer (hoofdstuk 4); de juridische toelichting (hoofdstuk 5); de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid (hoofdstuk 6).
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
9
10
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Hoofdstuk 2 Beschrijving huidige en toekomstige situatie Bedrijfswoning In de huidige situatie is er aan de Rossumerstraat 19a in Agelo sprake van een bestaand bedrijfsperceel van het bedrijf Haarhuis Generatoren B.V. Op het perceel staat ook een bedrijfswoning (nr. 19a). De initiatiefnemer is al enige tijd voornemens om deze woning te slopen en een nieuwe bedrijfswoning te realiseren. In 2012 is hiervoor ook al een omgevingsvergunning aangevraagd en vergund. De situering van de vergunde woning is echter niet optimaal, door de afstand ten opzichte van de bedrijfsgebouwen (werkplaats), de Rossumerstraat en de oriëntatie richting in het landschap. Met een kleine aanpassing van deze situering kan dit worden verbeterd. Ten opzichte van de vergunde situering zal de woning ± 20 meter in oostelijke richting en ongeveer 9 meter in zuidelijke richting verschuiven. Zie figuur 2.3, waarin binnen het vlak met (bw) de bedrijfswoning gesitueerd mag worden. Met de nieuwe situering wordt de afstand tot de Rossumerstraat verruimd, hetgeen een verbetering is voor de akoestische situatie c.q. het woon- en leefklimaat ter plaatse van de bedrijfswoning. Bestaande bedrijfsbebouwing en overkappingen In de huidige situatie is reeds meer bedrijfsbebouwing binnen het plangebied aanwezig dan de huidige bestemmingsplanregels mogelijk maken.
Deze bebouwing is echter noodzakelijk voor een duurzame bedrijfsvoering. Het voorziet namelijk in de mogelijkheid om de bedrijfsinventaris overdekt (en dus beschermd tegen weersinvloeden) te kunnen stallen. Het bedrijfsperceel en haar bebouwing is weergegeven in figuur 2.1. Onderstaand is e.e.a. in beeld gebracht voor het bedrijfsperceel van Haarhuis Generatoren. De volgende bebouwing is aangeduid: 1. 2. 3. 4.
Containers: niet vergund, 32 m2; Bedrijfsbebouwing, nog niet vergund, 365 m2; Bouwwerk: vergunningsvrij bijbehorend bouwwerk bij de te realiseren bedrijfswoning; Vergunde bedrijfsbebouwing, 2.102 m2
Figuur 2.1: vergunde en niet-vergunde bebouwing op het bedrijfsperceel van Haarhuis
Uitbreiding bedrijfsbebouwing
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
11
Zoals al kort in hoofdstuk 1 benoemd is, staan naast de bedrijfsbebouwing, in de huidige situatie twee zeecontainers op het bedrijfsperceel van Haarhuis Generatoren. Deze containers met een totale oppervlakte van 32 m2 worden benut om materieel en installaties overdekt onder te kunnen brengen. Overeenkomstig hetgeen al eerder in dit hoofdstuk benoemd is, is het overdekt kunnen opslaan van materiaal en materieel van essentieel belang voor de bedrijfsvoering van Haarhuis Generatoren. De weersinvloeden hebben namelijk een negatief effect op de bruikbaarheid en houdbaarheid van de bedrijfsinventaris. Het is echter, wat ruimtelijke kwaliteit betreft, niet wenselijk om de zeecontainers te behouden op het bedrijfsperceel en daarom worden deze in de toekomstige situatie verwijderd. Op de locatie van de containers worden respectievelijk een bouwwerk van 7 m2 en 25 m2 gerealiseerd ten behoeve van opslag en het onderbrengen van installaties. Daarnaast wordt een extra overkapte buitenopslag, ter grootte van 148 m2 tegen een bestaande schuur (B in figuur 2.2), gerealiseerd. Zowel het legaliseren van de bestaande bebouwing, in totaal 365 m2, als het vergroten van de bedrijfsbebouwing, in totaal 180 m2, is mogelijk te maken door middel van de Kwalitetsimpuls Groene Omgeving (KGO).
In het kader hiervan wordt, in ruil voor de vergroting van bebouwingsmogelijkheden, een extra investering door Haarhuis verricht in een versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de directe omgeving. In casu zijn de bedrijfsgebouwen welke meegenomen moeten worden binnen het KGO-traject dan ook aangeduid in figuur 2.2. In dit figuur zijn de volgende gebouwen weergegeven: A. Container: Op de locatie van de huidige zeecontainer komt een bouwwerk met een oppervlakte van 25 m2; B. Overkapte buitenopslag, nieuw te bouwen, 148 m2; E. Bestaande overkapte buitenopslag te handhaven, 52 m2; F. Container, Op deze locatie komt een met hout bekleed bouwwerk met een oppervlakte van 7 m2; L. bestaande luifels handhaven voor gebruik, 313 m2;
Figuur 2.2: (KGO)-ontwikkelingen Haarhuis Generatoren Agelo (bron: NK Bouwbegeleiding) Parkeerplaatsen Voor het parkeren van Haarhuis Generatoren is in de huidige situatie aan de straatzijde Rossumerstraat een parkeerterrein gesitueerd. Deze parkeerplaats voorziet echter in slechts enkele parkeerplaatsen. Vanzelfsprekend dient echter wel voldoende parkeerruimte beschikbaar te zijn voor personeel en eventuele bezoekers van het bedrijf. In deze ruimte wordt voorzien door op de locatie aangeduid met letter D in figuur 2.2 extra parkeerplaatsen te realiseren. Dit wordt nader toegelicht in de paragraaf over verkeer en parkeren, paragraaf 4.11. Wijziging bestemmingsvlak bedrijf Om de nieuwe situering van de bedrijfswoning te kunnen realiseren is het noodzakelijk het bestemmingsvlak van de bestemming 'Bedrijf - Voormalig agrarisch' te wijzigen. Daarbij is als uitgangspunt gehanteerd dat de oppervlakte van het bestemmingsvlak gelijk blijft. Hiervoor wordt een deel van het bestemmingsvlak omgezet
12
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
naar een agrarische bestemming zonder bebouwingmogelijkheden. Voor de landschappelijke inpassing van het bedrijfsperceel is een ruimtelijk kwaliteitplan (KGO-plan) opgesteld (Bijlage 1). Dit wordt onderstaand kort toegelicht.
Figuur 2.3: Gewenste nieuwe situering bedrijfswoning (bw), (bron: Ad Fontem ruimtelijk advies) In figuur 2.4 is een fragment van het erfinrichtingsplan weergegeven. De nieuwe situering van de woning (B) is indicatief aangegeven. Na sloop van de bestaande bedrijfswoning (S) wordt de houtwal aldaar volledig hersteld (R). Er wordt een aarden wallichaam opgeworpen (rood gearceerd in onderstaand figuur) en deze wal wordt aangeplant met inheems bosplantsoen.
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
13
Figuur 2.4: Fragment landschappelijk inpassingsplan (bron: Hannink Landschapsvormgeving) Ter plaatse van de aanduiding 'G' is een fruitgaard aangelegd, waardoor de toerit naar de bedrijfswoning gesitueerd wordt. Voor de overige letteraanduidingen en volledige toelichting op het inpassingsplan wordt verwezen naar de KGO-rapportage (Bijlage 1). Toekomstbestendigheid Haarhuis Generatoren Initiatiefnemer voert het huidige bedrijf op twee locaties uit. Aan de Rossumerstraat 19a vinden de bedrijfsactiviteiten plaats en op een bedrijventerrein in Ootmarsum vindt de buitenopslag plaats. De behoefte aan het gebruik van beide locaties blijft de komende jaren bestaan. De bedrijfslocatie aan de Rossumerstraat 19a is ontstaan uit een voormalig agrarisch erf. De bestemming voor dit perceel betreft dan ook 'Bedrijf Voormalig Agrarisch'. Een van de regels voor dit type bestemming is dat buitenopslag niet is toegestaan. Het bedrijf heeft echter wel buitenopslag in de vorm van met name containers. Voor deze buitenopslag is een locatie op een bedrijventerrein in Ootmarsum in gebruik genomen. Vanwege een aantal redenen ligt een volledige verhuizing van het bedrijf naar het bedrijventerrein op korte termijn niet binnen de mogelijkheden.
Een van deze redenen is dat de huidige initiatiefnemer het bedrijf recent heeft overgenomen wat logischerwijs een aardige aanslag op het investeringsbudget heeft gelegd. Daarnaast is investering in een nieuw bedrijfspand op de korte termijn onzeker en onvoorspelbaar vanwege zowel de ontwikkelingen qua milieuregelgeving betreffende het gebruik van aggregaten (gebruik diesel en stikstofdepositie) als vanwege het huidige ontstane economische milieu door COVID-19 en de gevolgen die dat heeft voor de klanten van initiatiefnemer.
14
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. Toets De aanpassing van het bestemmingsvlak om de bestaande bedrijfswoning te kunnen verplaatsen en de maximale oppervlakte bedrijfsgebouwen vast te leggen, betreft een kleinschalige ontwikkeling en tast geen van de vorenstaande belangen uit de structuurvisie van het Rijk aan. 3.1.2
Ladder van duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6, leden 2 t/m 4 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijven voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
15
In het voorliggende bestemmingsplan gaat het om de verplaatsing van een vergunde bedrijfswoning, waarvoor het geldende bestemmingsvlak aangepast moet worden. Daarnaast wordt binnen het bestaande bedrijfsperceel de maximum oppervlakte bedrijfsbebouwing vastgelegd. Uitgangspunt is dat er geen vergroting van de bedrijfsbestemming plaatsvindt en daarmee geen sprake is van extra ruimtebeslag in de groene omgeving. Voor de bedrijfsgebouwen en overkappingen wordt een maximaal toegestane oppervlakte met toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving vastgelegd. Met de aanpassing van het bestemmingsvlak wordt de verplaatsing van een reeds bestaande bedrijfswoning mogelijk gemaakt. De extra bedrijfsgebouwen binnen het bedrijfsperceel krijgen een oppervlakte van circa 545 m2. De ondergrens voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling ligt op basis van jurisprudentie rondom de 500 m2. Gelet op de beperkte overschrijding kan gediscussieerd worden of wel of niet sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Om die reden volgt een nadere onderbouwing van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.6.1. tweede lid Bro. Concreet betekent dit dat in de toelichting van het bestemmingsplan gemotiveerd dient te worden dat sprake is van een behoefte aan de ontwikkkeling. Tevens dient gemotiveerd te worden of deze behoefte binnen bestaand stedelijk gebied voorzien kan worden.
Kwantitatieve behoefte Dit bestemmingsplan voorziet in een vormverandering van het bedrijfsperceel en de vergroting van oppervlakte bedrijfsgebouwen gelegen aan de Rossumerstraat 19a in Agelo. De familie Haarhuis is voornemens om de bedrijfsactiviteiten te optimaliseren en hiertoe op het bedrijfsperceel aan de Rossumerstraat 19a in Agelo de opslag en stallingsmogelijkheden te verruimen, zodat een efficiëntere bedrijfsvoering mogelijk wordt gemaakt. Met de uitbreiding van het oppervlakte bedrijfsgebouwen wil Haarhuis bewerkstelligen dat het materieel in de toekomst overdekt gestald kan worden. Het perceel biedt op deze manier voldoende ruimte voor een goed geoutilleerd bedrijfsperceel en de gewenste efficiëntere bedrijfsvoering. Kwalitatieve behoefte Met behulp van een vormverandering van het bedrijfsperceel en het uitbreiden van de bedrijfsbebouwing wordt Haarhuis Generatoren voornamelijk de mogelijkheid geboden om extra bedrijfsbebouwing te realiseren zodat een effectieve en veilige werkomgeving ontstaat, waarbij tegelijkertijd het aanwezige bedrijfsmaterieel op een verantwoorde en duurzame manier zoveel mogelijk binnen / overkapt gestald kan worden. Het daarnaast zoveel mogelijk gecentraliseerd kunnen houden van de bedrijfslocatie en bedrijfsinventaris zorgt er daarnaast voor dat vanuit bedrijfsmatig opzicht goede uitgangspunten behouden blijven.
Als gevolg hiervan worden namelijk (benodigde) verkeersbewegingen tussen diverse bedrijfslocaties voorkomen. Conform het provinciale en gemeentelijke beleidskader 'Kwaliteitsimpuls groene omgeving' betekent dit wel dat het bedrijf ter compensatie voor de uitbreidingsruimte dient te investeren in de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied (zie hiervoor de paragraaf m.b.t. het gemeentelijke beleid). Bestaand stedelijk gebied Vervolgens dient beoordeeld te worden of, indien er een behoefte aan een stedelijke ontwikkeling is, de beoogde ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied in de betreffende regio kan worden gerealiseerd. Onder bestaand stedelijk gebied wordt verstaan: het bestaande stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Ook onbebouwd gebied kan onderdeel zijn van het bestaand stedelijk gebied. Zoals reeds uit de kwantitatieve behoefte blijkt, voorziet dit bestemmingsplan in een specifieke behoefte van het bedrijf Haarhuis Generatoren. Daarbij kan geconstateerd worden dat er in de directe omgeving van het bedrijf geen leegstaande bedrijfspanden aanwezig zijn die kunnen voorzien in deze behoefte.
De beoogde toe te voegen bedrijfsbebouwing heeft directe aansluiting op bestaande bedrijfsbebouwing en wordt ook gesitueerd binnen de huidige oppervlakte van het bedrijfsperceel, waarbij wel een vormverandering wordt toegepast. Mede gelet op het feit dat een deel van de gronden wordt omgezet naar een agrarische bestemming en er geen sprake is van een verruiming van het bestemmingsvlak, kan het plan niet aangemerkt worden als een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Eventuele volledige verplaatsing naar een andere bedrijfslocatie elders is daarnaast, los van de kapitaalsvernietiging die gemoeid zou zijn met een ontmanteling van de bestaande bedrijfslocatie, daarmee geen wenselijke situatie. Het huidige bedrijfsperceel van Haarhuis is namelijk reeds ingericht en toegesplitst voor de activiteiten van het bedrijf. Geconcludeerd wordt dat de ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.
16
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
3.1.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan beschreven ontwikkeling geen nationale belangen treft, waardoor gesteld kan worden dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het Rijksbeleid.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.
Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij.
Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
17
ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven.
In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
18
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: Provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. In Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvulig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Voor het onderhavig plan geldt dat de investering ruimtelijke kwaliteits is uitgewerkt in de KGO-rapporage c.q. ruimtelijk kwaliteitsplan. De ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt in samenhang met investeringen in de directe omgeving. Een nadere motivering hiervoor is opgenomen in Bijlage 1.
artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Doorwerking voor voorliggend plan: Het voornemen in dit plan geeft invulling aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Weliswaar is er geen sprake
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
19
van uitbreiding in de groene omgeving. Wel is er sprake van het vergroten van de toegestane oppervlakte bebouwing binnnen het bedrijfsperceel. Aan de hand van het gemeentelijk beleidskader is een uitwerking gemaakt voor wat betreft de ontwikkeling en de daarbij behorende extra investering in de ruimtelijke kwaliteit. In paragraaf 3.3.2 is dit nader uitgewerkt. artikel 2.6.3 kernkwaliteit Nationale Landschappen Het plangebied maakt verder deel uit van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; en tot slot het groene karakter. Doorwerking voor voorliggend plan: Met voorliggend plan wordt het mogelijk een bedrijfswoning enkele meters te verschuiven. Daarmee ontstaat voor de bewoners een gunstigere situering t.o.v. de bedrijfsgebouwen en meer woongenot. De gewijzigde situering doet geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. Voor het overige zijn er in het kader van de 'generieke beleidskeuzes' geen aspecten die nadere onderbouwing behoeven. Voorliggend plan is in lijn met de generieke beleidskeuzes. Ontwikkelingsperspectieven.
Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Toets Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' (zie ook figuur 3.2). In het ontwikkelingsperspectief 'mixlandschap' is sprake van verweving van functies. Aan de ene kant melkveehouderij en akkerbouw als belangrijke vorm van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Dit is ook terug te vinden rondom het plangebied. Het plangebied zelf bestaat uit een bedrijfsperceel, terwijl direct ten noorden van het perceel een agrarisch bedrijf is gesitueerd en in de directe omgeving ook woonpercelen aanwezig zijn.
De gewijzigde situering van de bedrijfswoning verandert overigens niets aan deze mix van functies. Het betref hier slechts het verplaatsen van een bedrijfswoning. Voorliggend plan past binnen het ontwikkelingsperspectief 'mixlandschap'.
20
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Figuur 3.2 ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Atlas van Overijssel) Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. De 'natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart bij de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstype 'dekzandvlakte en ruggen'. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. Binnen het plangebied gaat het echter om een dermate kleinschalige ontwikkeling, verschuiving bedrijfswoning met enkele meters, dat het niet mogelijk is deze ambitie te realiseren.
Om dezelfde reden kan worden geconcludeerd dat het plan geen afbreuk doet aan de natuurlijke laag. De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Vanuit de nederzettingen zijn de omliggende gronden ooit ontgonnen. Hierdoor is er een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omringende landschap ontstaan.
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
21
Het plangebied ligt in het matenlandschap met de overgang naar het jonge heideontginningslandschap. Het is een kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw. Het was een coulisselandschap door de aanwezigheid van het vele hakhout in singels of houtwallen. Er was sprake van open kamers met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Het matenlandschap stond in functionele verbinding met het essenlandschap. De essen waren droog en onder meer geschikt voor granen. De maten waren juist ideaal voor graslanden. Aanvankelijk was het landschap zeer fijnmazig. Tijdens het ontstaan heeft men nooit nagedacht over de schoonheid van het landschap. Nu waarderen wij juist de ingrepen die destijds plaats hebben gevonden. Het landschap was ooit een bolwerk van houtsingels en houtwallen. Nu zijn slechts relicten over. Zij vormen de belangrijke dragers van het gebied en daarmee ook de herkenning ervan. Het opzetten van een kleinschalig landschap is niet realistisch. Een nieuw plan moet waar mogelijk voorzien in het versterken of behouden van de dragers van het gebied.. De voorgenomen ontwikkeling is mogelijk indien rekening wordt gehouden met het bestaande landschap, specifiek de aanwezige dragers (relicten). Waar mogelijk worden deze versterkt.
De 'stedelijke laag' Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijke laag' geen bijzondere eigenschappen. Het gebiedskenmerk kan buiten beschouwing worden gelaten. De 'laag van de beleving' Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart voor de 'laag van de beleving' de aanduiding 'donkerte'. Bij voorliggend plan is sprake van een bestaand bedrijfsperceel en de verplaatsing van een bedrijfswoning. Dit zal niet leiden tot een toename aan lichtuitstoot. Derhalve wordt geconstateerd dat dit plan geen afbreuk doet aan de 'laag van de beleving'. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 3.2.4
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving
De provincie wil ontwikkelingen in de Groene omgeving samen laten gaan met een impuls in kwaliteit. Daarom is de 'Kwaliteitsimpuls Groene omgeving' ontwikkelt als een eenduidige bundeling van diverse bestaande regelingen als rood voor rood, rood voor groen, vab's, landgoederen etc. Er is een eenvoudige werkwijze ontwikkeld om principes van ontwikkelingsplanologie toepasbaar te maken voor sociaal-economische ontwikkelingen in de Groene omgeving. De basis ligt in de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, de ontwikkelingsperspectieven en 'Catalogus Gebiedskenmerken'. Ontwikkelingen in de Groene omgeving worden als volgt benaderd: Er wordt ruimte voor sociaal-economische ontwikkeling geboden als deze ontwikkeling vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik verantwoord is en in het ontwikkelingsperspectief ter plekke past en volgens de 'Catalogus Gebiedskenmerken' wordt uitgevoerd. Aan de geboden ontwikkelruimte worden dus voorwaarden verbonden om ruimtelijke kwaliteit te handhaven danwel in voorkomende gevallen de gewenste ruimtelijke kwaliteit te kunnen realiseren. Het gaat hierbij in alle gevallen in ieder geval om een goede ruimtelijke inpassing van de ontwikkeling. Een en ander moet nader worden onderbouwd in een bij het ruimtelijk plan behorende toelichting. In paragraaf 3.3.2 wordt nader op dit aspect ingegaan in relatie tot het gemeentelijk beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Structuurvisie Dinkelland
De gemeente Dinkelland heeft op grond van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening een structuurvisie vastgesteld voor het gehele grondgebied van de gemeente (10 september 2013). De visie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De gemeente streeft voor het buitengebied op hoofdlijnen naar: Een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het haar toevertrouwde grondgebied met respect voor het natuurlijke en culturele erfgoed; 22
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
‘Modern boeren in een kleinschalig landschap’: goede condities voor een goed functionerende economische sector, passend bij het karakter van Dinkelland, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector en de toeristisch recreatieve sector. Op de bij deze visie behorende structuurvisiekaart ligt de Rossumerstraat 19a in deelgebied '1 Midden'. Voor dit deelgebied wordt gestreefd naar: Accent op natuur en landschap in verband met ligging EHS, Natura 2000 gebieden, de stuwwallen en natuurlijke bronnen; Ontplooiingsmogelijkheden agrarische sector in kleinschalig landschap; Herstel beekdalenstructuur; Aanwijzing Natura 2000 gebieden in procedure ‘Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek’ (324 hectare), Springendal&Dal van de Mosbeek; Ontwikkeling van aaneengesloten natuurgebieden in de brongebieden op de stuwwallen van Oldenzaal en Ootmarsum met een afwisseling van bossen, half natuurlijke graslanden, heide en half natuurlijke beekdalen; Versterken recreatieve trekker Ootmarsum; Versterken toeristische trekker natuur en cultuur (Tilligte en Denekamp). Voorliggend plan ziet toe op een gewijzigde situering van een bedrijfswoning bij een bestaand bedrijf en het vastleggen van de maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen. Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan niet in strijd is met het beleid uit de structuurvisie. 3.3.2
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving
In het KGO-beleid wordt onderscheid gemaakt tussen een basisinspanning en de kwaliteitsimpuls. Dit onderscheid komt voort uit de omgevingsvisie van de provincie Overijssel. Hierin staat het volgende: 'Bij grootschalige ontwikkelingen (nieuw of uitbreiding van het bestaande) wordt naast een investering in de ontwikkeling zelf, tegelijkertijd geïnvesteerd in de omgevingskwaliteit (aanvullende inspanning).' Bij elke ontwikkeling op een bestaand bouwvlak waarbij meer dan 500 m³ bebouwing wordt toegevoegd, geldt op basis van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied en het gemeentelijk beleid, de noodzaak tot landschappelijke inpassen. Zodra sprake is van een grootschalige ontwikkeling, geldt een meer gebiedsgerichte benadering. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is dan van toepassing, náást de basisinspanning. Dit geldt voor nieuwe functies en grootschalige uitbreiding van bestaande functies in het buitengebied. Wanneer voor een plan een aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk is, wordt dat gezien als een grootschalige ontwikkeling. Hierdoor is zowel de basisinspanning als de extra kwaliteitsprestaties van toepassing. Deze worden hierna beschreven. Of en zo ja in hoeverre voor het in dit plan beschreven initiatief een extra inspanning moet worden geleverd wordt hierna belicht. Belangrijk hierbij is om te bepalen wanneer sprake is van een grootschalige ontwikkeling.
Kleinschalige impact In de gevallen waarbij medewerking kan worden verleend aan ontwikkelingen welke in het bestemmingsplan zijn geregeld, hetzij bij recht, hetzij met toepassing van een afwijking, geldt deze ontwikkeling in principe als een ontwikkeling met een kleinschalige impact en hoeft er geen kwaliteitsimpuls in de groene omgeving te worden geleverd en kan worden volstaan met de basisinspanning.
Grootschalige impact Is er wél een bestemmingsplanprocedure nodig (bijv. ten behoeve van een verruiming van een bestemmingsvlak) dan is er sprake van een ontwikkeling met een grootschalige impact. Dit geldt ook voor een partiële herziening in de vorm van een verandering van de bestemming of een aanduiding. Op dat moment moet er naast de basisinspanning een kwaliteitsimpuls van de groene omgeving plaatsvinden. Partiële herzieningen kunnen voor wat betreft de impact dusdanig beperkt zijn dat het niet redelijk is om deze onder de reikwijdte van de kwaliteitsimpuls te laten vallen. Dit is echter niet van toepassing op uitbreiding van bestemmingsvlakken voor bedrijven die niet aan het buitengebied gebonden zijn. Toets Het voorliggende plan betreft een partiële herziening in verband met een aanpassing van het bestemmingsvlak om een reeds bestaande bedrijfswoning te kunnen verplaatsen. Daarnaast is geconstateerd dat meer bedrijfsbebouwing aanwezig is dan op basis van de bestemmingsregels is toegestaan. Deze bebouwing is echter noodzakelijk in het kader van de bedrijfsvoering van Haarhuis Generatoren zoals in de planbeschrijving is omschreven. In Hoofdstuk 2 is aangegeven dat wordt beoogd om de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing c.q. bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
23
overkappingen verder uit te breiden, onder meer voor de opslag van bestaande installaties (momenteel ondergebracht in twee zeecontainers) en voor opslagdoeleinden. Met behulp van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving kunnen deze ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden. De gemeenteraad van Dinkelland heeft op 8 oktober 2013 een motie aangenomen waardoor VAB-bedrijven, waar Haarhuis ook onder valt, binnen het KGO-beleid onder voorwaarden de mogelijkheid krijgen voor uitbreiding. Dit onder de voorwaarde dat er geen sprake is van afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit en dat de gewenste uitbreiding binnen het bestaande bouwvlak plaatsvindt. Van een verruiming van het bestemmingsvlak 'Bedrijf Voormalig agrarisch' is bij voorliggend plan geen sprake. Hiermee wordt voldaan aan de randvoorwaarden vanuit het KGO-beleid en de aangenomen motie. Zoals gezegd geldt in onderhavig geval dat de bestaande oppervlakte aan bedrijfsbestemming niet verruimd wordt. Als gevolg van de planvorming van Haarhuis wordt een extra investering verricht die ten goede komt aan de ruimtelijke kwaliteit in de directe omgeving. De berekening van de hoogte van deze benodigde KGO-investering is uitgewerkt en opgenomen in Bijlage 2. Het betreft, naast de basisinpassing van het bedrijfsperceel, een extra investering van € 6.132,80.
Om de nieuwe situatie landschappelijk ingepast te krijgen, is door Hannink Landschapsvormgeving een KGO-rapportage c.q. ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, welke als Bijlage 1 aan deze toelichting is gekoppeld. In figuur 2.4 van de planbeschrijving is een fragment van dat inrichtingsplan weergegeven. Het voorliggende plan geeft invulling aan het gemeentelijke beleidskader Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.
24
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Hoofdstuk 4
Randvoorwaarden
4.1 Algemeen Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu- en omgevingsaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt, voorzover relevant, ingegaan op de thema's milieuzonering, bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, waterhuishouding, archeologie, landschapswaarden, flora- en fauna en verkeer en vervoer. In het navolgende wordt per omgevingsaspect aangegeven wat de situatie is en of door het plan de situatie verandert.
4.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het voorliggend plan voorziet in de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning te bouwen. De gewenste situering van de bedrijfswoning valt echter gedeeltelijk buiten het bestaande bestemmingsvlak. Het gaat om een relatief geringe afwijking, terwijl de voordelen voor de toekomstige bewoners groot zijn.
Op het bestaande bedrijfsperceel zijn daarnaast diverse bedrijfsgebouwen en overkappingen gerealiseerd die niet binnen de toegestane maximale inhoudsmaat aan bedrijfsgebouwen passen. De beoogde activiteit wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Het onderhavige project wordt niet gezien als een m.e.r.- plichtige activiteit omdat deze pas geldt bij gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden, waar het onderhavige project ruimschoots onder blijft. Echter dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Per 16 mei 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn).
Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij de ontwikkeling van onderhavig plan. De beoordeling van de aanmeldnotitie m.e.r. is als Bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Gelet op de uitkomsten van deze aanmeldnotitie, waaruit blijkt dat er als gevolg van het bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden is het niet noodzakelijk om een milieueffectrapport op te stellen.
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
25
4.3 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante aspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De lijst met richtafstanden gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Toets Met voorliggend plan word het bestemmingsvlak 'Bedrijf - Voormalig agrarisch' van het bedrijf Haarhuis Generatoren B.V. gewijzigd. Het bedrijf is gespecialiseerd in de verhuur, de verkoop en het onderhoud van generatoren. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' sluit de categorie 'Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen' het meest aan bij deze activiteiten. Voor deze categorie gelden de richtafstanden (geur 10 meter, stof 0 meter, geluid 50 meter, gevaar 10 meter). De grootste richtafstand geldt daarmee voor geluid, 50 meter. Het enige erf binnen een straal van 50 meter van Haarhuis Generatoren B.V. is het agrarische erf aan de Rossumerstraat 19.
Bij een agrarisch bedrijf kan de bedrijfswoning worden beschouwd als een milieugevoelig object. Beide bedrijven (op nrs. 19 & 19a) delen gezamenlijk het erf. Voor zover bekend is er geen sprake van hinder. Met voorliggend bestemmingsplan vinden er ten opzichte van de afstanden tussen de agrarische bedrijfswoning en Haarhuis Generatoren B.V. geen wijzigingen plaats. Daarmee heeft voorliggend plan, voor de verplaatsing van de bedrijfswoning, geen nadelige gevolgen voor milieugevoelige objecten in de omgeving. Vanuit het aspect ´milieuzonering´ zijn er daarmee geen belemmeringen voor dit plan.
4.4 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient een bodemonderzoek te worden verricht. Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; het bouwwerk een te verwezenlijken bebouwingsoppervlakte heeft van ten hoogste 50 m²; als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder als 2 uur gehanteerd; als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). In het voorliggende bestemmingsplan wordt de bestaande bedrijfswoning gesloopt en wordt op enige afstand van de huidige bedrijfswoning een nieuwe bedrijfswoning gebouwd. Vanwege de functie wonen dient aangetoond te worden dat er risico's voor de gezondheid bestaan.
Door Kruse Milieu is onderzoek gedaan naar de gesteldheid van de bodem. De bevindingen van dat onderzoek zijn beschreven in het rapport van 25 november 2015 (projectcode 15049910 ). Het volledige rapport is als Bijlage 4 aan de toelichting van dit bestemmingsplan gekoppeld. Hierna wordt kort op het onderzoek ingegaan en wordt de uitkomst van het onderzoek beschreven. 26
bestemmingsplan Buitengebied, Rossumerstraat 19a Agelo
Voorafgaand aan het verkennend onderzoek is uitgegaan van een onverdachte locatie. In totaal zijn er 4 boringen verricht waarvan er 1 is doorgezet in de ondergrond tot circa 2.65 m-mv en afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem op de onderzoekslocatie tot circa 2.6 m-mv bestaat uit matig fijn zand dat in de bovengrond zwak siltig en zwak humeus is. Plaatselijk komt in de ondergrond (van 0.6 tot 0.9 m-mv) zeer fijn, matig siltig, matig leemhoudend zand voor. Van 2.6 m-mv tot einde boordiepte (2.65 m-mv) is grijsbeige fijn grind opgeboord. De boring is gestaakt op de grindlaag. In de ondergrond zijn oer- en/of roesthoudende lagen opgeboord. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Er zijn door de veldwerker zowel op het maaiveld als in de boringen geen asbestverdachte materialen waargenomen. Het freatische grondwater is in peilbuis 101 aangetroffen op 0.80 meter minus maaiveld. Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: de bovengrond is niet verontreinigd; de ondergrond is niet verontreinigd; het grondwater is zeer licht verontreinigd met barium. De hypothese 'onverdachte locatie' dient te worden verworpen, gezien de aangetoonde zeer lichte verontreiniging in het grondwater. Geconcludeerd wordt dat in het grondwater een zeer licht verhoogd gehalte is aangetoond.
Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt nader onderzoek niet nodig geacht. De boven- en ondergrond zijn niet verontreinigd. Op basis van het historisch vooronderzoek kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie niet asbestverdacht is. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Conclusie Uit milieukundig oogpunt bestaat er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en het nieuwbouwplan, aangezien de vastgestelde lichte verontreinigingen in het grondwater geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (bedrijfsterrein). Uit milieukundig oogpunt bestaat er geen bezwaar tegen het voorgenomen nieuwbouwplan, aangezien de vastgestelde lichte verontreiniging in het grondwater geen risico voor de volksgezondheid oplevert.