CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 en Goudkampsweg 14.pdf

Gecombineerde commissievergadering Omgeving en Economie / Sociaal Domein en Bestuur 10 mei 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Voorstel inzake gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 en Goudkampsweg 1430.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locaties van het plangebied liggen binnen de gebiedstypen 'Jong heide- en broekontginningslandschap (Heuvelweg 2), 'Jong heide- en broekontginningslandschap' en 'Oude hoevenlandschap' (Goudkampsweg 14) 'Essenlandschap' (Gammelkerstraat 6). In afbeelding 4.4 is dat aangegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 e n Goudkampsweg 14

31

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

32

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 en Goudkampsweg 14

'Jonge heide- en ontginningslandschap' De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

'Essenlandschap' Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. 'Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand.

Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. Dit gebeurt door de erven in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van een gebiedseigen woning met bijgebouw. De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid.

De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. Twee deelgebieden (Goudkampsweg 14 en Heuvelweg 2) zijn op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' beide aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 4.5 wordt dit weergegeven. Voor het deelgebied bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 e n Goudkampsweg 14

33

Gammelkerstraat 6 geldt geen kenmerk.

Afbeelding 4.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.

Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Er is geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht in het buitengebied. De deelgebieden zijn reeds voorzien van bebouwing, en daarmee bestaand kunstlicht. Bovendien worden ter plaatse van deelgebied Goudkampsweg stallen verwijderd. Dit zorgt voor een afname van kunstlicht. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 4.2.4

Conclusietoetsing aan het provinciaalbeleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid In dit geval wordt het initiatief, gelet op de ligging van het een deel van (een klein deel van) de sloopmeters die worden ingezet in de gemeente Tubbergen, naast de reguliere toetsing aan het gemeentelijke beleid van Dinkelland ook getoetst aan het specifieke Rood voor Rood beleid van de gemeente Tubbergen. Omdat er verder op het grondgebied geen sprake is van nieuwe ontwikkelingen (uitsluitend sloop) wordt nadere toetsing aan het gemeentelijke beleid van Tubbergen achterwege gelaten. 34

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 en Goudkampsweg 14

Het gemeentelijk beleid van Dinkelland is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld. 4.3.1

MijnOmgevingsvisieDinkelland

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); 2. hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); 3. hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); 4. welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart). Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. We wentelen niet af op volgende generaties.

4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema's 'Aantrekkelijk wonen' en 'Toekomstgerichte agrarische sector' van belang. Goede staat van landschap en natuur De landschapskwaliteiten van Noordoost-Twente, dus ook van Dinkelland, willen we behouden en ontwikkelen. Ons landschap is gevormd door natuur en mens; de inwoners, hun cultuur en het gebruik van het gebied hebben ons landschap uiteindelijk bepaald. En dat gebeurt nog steeds. Hierin zien wij de volgende uitdagingen en wij willen ons als partner sterk maken voor: behouden en versterken van het veelzijdige cultuurlandschap; versterken van de biodiversiteit; behoud van natuur en landgoederen. Buitengebied in balans De gemeente wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden.

In het buitengebied komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. We zien landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt ons het sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. In afbeelding 4.6 is een uitsnede van de bijbehorende Waardenkaart weergegeven. De deelgebieden zijn hierop aangeduid met de rode sterren. De deelgebieden liggen in een gebied dat is gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek.

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 e n Goudkampsweg 14

35

Afbeelding 4.6: Uitsnede Waardenkaart (Bron: Gemeente Dinkelland)

Aantrekkelijk wonen De gemeente wil dat het aantal en de soort woningen in een kern passen bij de vraag. Inwoners moeten voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. Ook is het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. Vanuit de gemeente bestaat de wens om binnen de grenzen van een kern bouwen. In de meeste gevallen gaat het om plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan het verdwijnen van een bedrijf, het sluiten van een kerk of het slopen van oude woningen. Als er binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen, kijkt de gemeente naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Kernen zijn verschillend in de behoefte aan woningen. Daarom gaat de gemeente samen met kernen in gesprek om te kijken wat bij elk dorp past. Er is verschil in hoeveel en welk soort woningen nu nodig en gewenst zijn en wat de vraag over 15 jaar is. Huidige knelpunten zijn bijvoorbeeld betaalbare woningen voor starters en woningen voor ouderen. In de gemeentelijke woonvisie kijken de gemeente op basis van onderzoek en gesprekken met alle betrokkenen vooruit op de vraag naar woningen. De gemeente probeert erop te sturen dat het aanbod van woningen daarop aansluit. Hierbij wordt de behoeften op de lange termijn en de bestaande voorraad in het oog gehouden.

Gezonde bedrijfsvoering De gemeente zet de komende jaren in op gebiedsprocessen waarbij een economisch gezonde bedrijfsvoering uitgangspunt is. Dit kan door de landbouw te verbinden met andere functies en opgaven. De gemeente bekijkt de veranderingen in de landbouw, de energietransitie, klimaatopgaven, en de stikstof- en natuuropgaven in samenhang. De gemeente geeft ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en innovaties. De gemeente wil slim combineren met oog voor balans tussen economische voordelen, de leefbaarheid, voorkomen van leegstand en de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied.

36

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 en Goudkampsweg 14

4.3.1.3 Toetsing van het initiatiefaan MijnOmgevingsvisieDinkelland De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het slopen van een landschapsontsierende (bedrijfs)bebouwing, waarbij ter plaatse van het deelgebied Gammelkerstraat 6 de agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. Hierbinnen wordt een extra woning mogelijk worden die is bedoeld voor de lokale behoefte. Ter plaatse van het deelgebied Goudkampsweg 14 wordt de agrarische bedrijfsvoering beëindigd. Het bedrijf wordt voortgezet als een montage- en klussenbedrijf. Hiermee wordt voorzien in een passende bestemming en daarmee een duurzaam toekomstperspectief voor het bedrijf. Ter plaatse van het deelgebied Heuvelweg 2 wordt clandestiene bebouwing gesloopt en een woning gerealiseerd op de plek van de bestaande te slopen schuur. Door middel van een Ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1) wordt het plangebied landschappelijk ingepast in het landschap. Hiermee wordt het verval en de verkrotting van het karakteristieke erven voorkomen en bijgedragen aan het behoud en het versterken van de identiteit van het landschap. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse fors versterkt. Verder wordt er met de woonfunctie op deze plek op een positieve wijze bijgedragen aan de leefbaarheid van het buitengebied.

De voorgenomen ontwikkeling is passend in een gebied dat is gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'. 4.3.2

Woonvisie Dinkelland2021+

4.3.2.1 Algemeen Op 5 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Dinkelland de Woonvisie 2021+ vastgesteld. De woonvisie vormt de basis voor strategische afwegingen die de gemeente maakt op het gebied van wonen. 4.3.2.2 Meer woningen De komende jaren gaat de gemeente voldoende woningen bouwen om te voorzien in de verwachte vraag. Om dat te bewerkstelligen is het ten eerste zaak om goed inzicht te hebben in die verwachte woningvraag. De afgelopen vijf jaar is het aantal huishoudens in Dinkelland gegroeid met ongeveer +470. Voor de komende jaren gaan de gemeente uit van een woningbehoefte tussen de +225 en +800 woningen voor de periode 2021-2030. Voor deze woonvisie gaan de gemeente uit van de middeling van deze bandbreedte. Dit betekent dat uitgegaan wordt van een woningbehoefte van 515 woningen voor de periode 2020-2030. Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar houden we ook rekening met de instroom van vestigers. Gezien de huidige druk op de markt wil de gemeente deze woningbouwopgave zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren. De gemeente wil een ruimere plancapaciteit aan houden dan enkel koersen op de verwachte woningbehoefte. De ervaring leert dat een deel van de plannen vertraging oploopt of helemaal niet doorgaat.

Willen we tijdig kunnen inspelen op de behoefte dan is een programma van 130% reëel; zo'n 665 woningen (ervan uitgaande dat 30% van de plannen niet of vertraagd wordt gerealiseerd). 4.3.2.3 Kwaliteitsslag In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking wil de gemeente de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom op inbreidingslocaties realiseren. Bouwen op dergelijke plekken zorgt voor meer levendigheid, meer ruimtelijke kwaliteit en meer draagvlak voor voorzieningen. De huidige woningvoorraad bestaat voor een groot deel uit ruime, grondgebonden koopwoningen. Voor de meeste inwoners van Dinkelland is dit ook het ideaalbeeld. Ook starters op de woningmarkt hebben een voorkeur om direct te starten in een ruime grondgebonden koopwoning. Voor een deel van de starters is dit ook haalbaar. Voor alleenstaande starters en starters met een beperkt inkomen zijn de mogelijkheden voor een koopwoning beperkt. Zij kunnen wellicht in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, maar veel starters blijven doorzoeken naar een koopwoning. De koopcultuur is diepgeworteld in onze gemeente. Toch is het van belang om starters met beperkte mogelijkheden te wijzen op de mogelijkheden binnen de sociale huur.

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 e n Goudkampsweg 14

37

4.3.2.4 Reservering Rood voor Rood Er ligt een grote opgave voor het buitengebied. De verwachting is dat de komende jaren veel agrarische bedrijven zullen stoppen. Deze bedrijven moeten hierbij geholpen worden. Via de rood voor rood regeling wordt het financieel mogelijk om vrijkomende agrarische bebouwing te slopen door hiervoor in de plaats woningen te bouwen. Voor de ruimtelijke inpasbaarheid ligt de ontwikkeling van ruime grondgebonden woningen het meest voor de hand. Daarmee bieden we ruimte voor de vraag naar ruim wonen in het buitengebied, waarmee we inspelen op een regionale vraag (zowel woningzoekenden uit de gemeente Dinkelland als daarbuiten). De gemeente Dinkelland reserveert 60 woningen voor de rood voor rood regeling. Het is wel belangrijk dat de te realiseren woningen tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied leiden. 4.3.2.5 Toetsing van het initiatiefaan de Woonvisie Dinkelland2021+ Er is ruimte voor het toevoegen van in totaal 60 woningen in het buitengebied. Het toevoegen van twee compensatiewoningen past binnen deze programmering. In de brieven van 6 november 2020 heeft de gemeente Dinkelland aangegeven dat in het woningbouwprogramma in het kader van deze ontwikkeling twee woningen voor één jaar gereserveerd zijn. De compensatiewoningen past dan ook binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma.

Geconcludeerd wordt dat het initiatief is in overeenstemming is met de Woonvisie 2021+. 4.3.3

Rood voor Rood Dinkelland2015

4.3.3.1 Algemeen De beleidsnotitie ‘Rood voor Rood Dinkelland 2015’ is op 6 oktober 2015 vastgesteld. Het hoofddoel is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied. De realisatie van dit doel vindt plaats door de sloop van landschapsontsierende (agrarische) bedrijfsgebouwen en door overige verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Hierna wordt het plan getoetst aan de van belang zijnde voorwaarden van het beleid. 4.3.3.2 Slooplocaties

Toetsing van het initiatiefaan de voorwaarden

1. Na afloop van het Rood voor Rood project wordt met een bestemmingsplanherziening de slooplocatie bestemd als Wonen of eventueel VAB (voormalige agrarische bebouwing, zie hieronder bij 3), tenzij de slooplocatie reeds bestemd was als Wonen of VAB. Een uitzondering is een agrarisch bedrijf, waarbij de intensieve tak stopt en de grondgebonden tak blijft bestaan (zie hieronder bij 10), de bestemming blijft dan Agrarisch. In dit geval worden uitsluitend sloopmeters gegenereerd van de locatie Goudkampsweg 14. Dit betreft een agrarisch bedrijf met intensieve tak. Ter plaatse van dit deelgebied wordt de agrarische bedrijfsvoering gestaakt. Het bedrijf wordt voortgezet als een montage- en klussenbedrijf en de gronden worden voorzien van de bestemming 'Bedrijf - Voormalig agrarisch'. 2. Er dient een oppervlakte van minimaal 850 m² landschapsontsierende bebouwing of 4.500 m² kassen te worden gesloopt voordat een compensatiekavel kan worden verkregen. Voor landschapsontsierende bebouwing geldt dat minstens 600 m² van de 850m² landschapsontsierende bebouwing is afkomstig uit de gemeente Dinkelland. Een combinatie van de sloop van landschapsontsierende bebouwing en kassen is mogelijk, hiervoor geldt de volgende verhouding: 1 m² bebouwing staat tot 5,3 m² kas. Er dient dan voldaan te worden aan de minimale eis van 850 m² sloop van bebouwing.

In dit geval wordt op de slooplocatie in totaal 2.043 m2 landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Van de 2.043 m2 ligt 605 m2 in de gemeente Tubbergen. 1.438 m2 ligt in de gemeente Dinkelland. In dit geval wordt 1.200 m2 van de sloopmeters uit Dinkelland en 500 m2 uit Tubbergen ingezet. Hiermee wordt voldaan aan de vereiste sloopopgave (1.700 m2) voor de bouw van twee compensatiewoningen. De resterende sloopmeters worden ingezet voor het terugbouwen voor een voor de bedrijfsvoering noodzakelijk schuur op de slooplocatie van circa 300 m2. 3. De gemeente beoordeelt of de bebouwing landschapsontsierend is. Hierbij is behalve de uiterlijke staat ook de locatie op het erf van belang. Gebouwen die niet als landschapsontsierend worden aangemerkt, kunnen als bijgebouw bij de bestemming Wonen worden gebruikt of een vervolgfunctie krijgen volgens de bestemming VAB (voormalige agrarische bebouwing). Hiervoor gelden de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2010". Alle te slopen bebouwing is aangemerkt als landschapsontsierend. 38

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 en Goudkampsweg 14

4. Alle aanwezige landschapsontsierende bebouwing op de slooplocatie dient gesloopt te worden. Silo’s, kuilvoerplaten en dergelijke dienen wel gesloopt te worden, maar tellen niet mee met de sloopoppervlakte. a. Gebouwen die in eerste instantie landschapsontsierend zijn, maar die op het erf ingepast kunnen worden en waarvoor een goede vervolgfunctie in beeld is, kunnen worden uitgezonderd van de sloopverplichting. Hierbij kunnen eisen worden gesteld aan het verbeteren van het gebouw. De landschapsontsierende bebouwing, silo's en kuilvoerplaten worden gesloopt danwel verwijderd. De te behouden bouwwerken ter plaatse van de slooplocatie worden ingezet ten voor de bedrijfsvoering van het montage- en klussenbedrijf. 5. De te slopen bebouwing is legaal gebouwd, dat betekent dat er een bouwvergunning aanwezig is of dat het gebouw valt onder het overgangsrecht. Alle sloopbebouwing die in de berekening van de sloopmeters is meegenomen, is legaal gebouwd en bevindt zich binnen een geldend bouwvlak.

6. Gebouwen die gesloopt zijn vóór datum van de ondertekening van de overeenkomst, kunnen, tenzij schriftelijk overeengekomen, niet onder de regeling worden gebracht. Alle te slopen bebouwing die wordt ingezet voor de Rood voor Rood regeling is nog aanwezig.

7. De te slopen bebouwing is in gebruik of in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Bebouwing met andere doeleinden kan worden ingebracht in een Rood voor Rood project, wanneer de gemeente dat goedkeurt. Hiervoor gelden soortgelijke uitgangspunten ten aanzien van sloopoppervlakten, erfplan en dergelijke. De te slopen bebouwing betreft (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing. 8. Minstens 600 m² van de 850 m² landschapsontsierende bebouwing is afkomstig uit de gemeente Dinkelland. Bij kassen is minstens 3.200 m² van de 4.500 m² afkomstig uit de gemeente Dinkelland. a. Slooplocaties buiten de gemeente Dinkelland liggen in de provincie Overijssel. b. Bij een slooplocatie buiten de gemeente Dinkelland dient initiatiefnemer een verklaring van de desbetreffende gemeente te overhandigen over de slooplocatie, met vermelding van de te slopen oppervlakte. In dit geval wordt op de slooplocatie in totaal 2.043 m2 landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Van de 2.043 m2 ligt 605 m2 in de gemeente Tubbergen. 1.438 m2 ligt in de gemeente Dinkelland. In dit geval wordt 1.200 m2 van de sloopmeters uit Dinkelland en 500 m2 uit Tubbergen ingezet. Hiermee wordt voldaan aan de eis dat minimaal 600 m2 van de 850 m2 landschapsontsierende bebouwing afkomstig moet zijn uit de gemeente Dinkelland. 9.

Wanneer een veelvoud van 850 m² landschapsontsierende bebouwing of 4500 m² kassen wordt gesloopt, kan naar rato van de sloopnorm extra compensatiewoningen worden gerealiseerd. a. Alle te slopen bebouwing wordt in één keer gesloopt. b. Als op basis van de sloopnorm meerdere compensatiewoningen kunnen worden gebouwd, terwijl nog niet voor iedere compensatiewoning een locatie beschikbaar is, dan kan overeengekomen worden dat de compensatiewoning later gebouwd wordt. Deze dient binnen 5 jaar na het sluiten van de overeenkomst in een bestemmingsplan bestemd te zijn (ontwerp bestemmingsplan ter inzage). Als de compensatiewoning niet binnen 5 jaar bestemd is, dan vervalt het recht hierop. In dit geval wordt in ten minste 1.700 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Hiermee wordt voldoende gesloopt voor het realiseren van twee compensatiewoningen. 10. Indien een agrarisch bedrijf bestaat uit zowel een intensieve tak als een grondgebonden tak en men wil middels een Rood voor Rood project de intensieve tak beëindigen, dan bestaat de mogelijkheid dat de grondgebonden tak wordt voortgezet. Als het gebouw of de gebouwen waarin de grondgebonden tak wordt voortgezet landschapsontsierende kenmerken heeft, dan kan deze toch worden uitgezonderd van de sloopverplichting. Hier is sprake van maatwerk. In dit geval wordt de agrarische bedrijfvoering aan de Goudkampsweg 14 gestaakt.

Eén schuur blijft behouden. Deze is noodzakelijk voor het montage- en klussenbedrijf.

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 e n Goudkampsweg 14

39

11. De sloop van de te slopen bebouwing en de uitvoering van het erfinrichtingsplan worden middels een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan verzekerd. De te slopen bebouwing dient gesloopt te worden na afronding van het bestemmingsplan, eventuele milieuvergunningen voor agrarische activiteiten worden ingetrokken. Deze noodzakelijke voorwaardelijke verplichtingen zijn opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan.

Herbouwlocatie 1. Binnen de gemeentelijke Woonvisie moet ruimte zijn om een compensatiekavel te kunnen realiseren. Wanneer hierbinnen geen ruimte is, dan wordt de aanvraag afgewezen. Binnen de Woonvisie Dinkelland 2021+ is ruimte voor de realisatie van de gewenste compensatiewoningen (zie paragraaf 4.3.2 in deze toelichting). 2. De compensatiewoning kan geen onevenredige aantasting van agrarische en/of andere belangen in de omgeving veroorzaken, zoals belemmering van de bedrijfsmatige activiteiten van een bedrijf in de omgeving. Belemmeringen voor omliggende bedrijvigheid, als gevolg van voorliggend initiatief, zijn niet aan de orde (zie ook paragraaf 5.5 en paragraaf 5.6). 3. De te bouwen woning dient te voldoen aan de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, of aan de regels van het ter plaatse van de compensatiewoning geldende bestemmingsplan. Voor de gewenste compensatiewoning vormen de regels van bestemmingsplan "Buitengebied 2010" het uitgangspunt. 4. De maximale omvang van één compensatiekavel voor een enkele woning bedraagt 1.200 m². In voorliggend geval wordt de compensatiewoning ter plaatse van de Heuvelweg 2 gerealiseerd op een bestaand woonerf op de locatie van de bestaande te slopen schuur. Hierbij is geen sprake van een vergroting van het ter plaatse al aanwezige bestemmingsvlak voor 'Wonen'.

De compensatiekavel van de nieuwe woning ter plaatse van deelgebied Gammelkerstraat 6 blijft binnen de 1.200 m². 5. Samenvoeging tot één grotere compensatiewoning is mogelijk als het recht bestaat op twee of drie bouwkavels, wanneer dit leidt tot goede ruimtelijke kwaliteit. Dit is niet van toepassing.

6. De compensatiekavel wordt op de slooplocatie of één van de slooplocaties gerealiseerd. Wanneer de slooplocatie of één van de slooplocaties niet benut wordt als herbouwlocatie, dan kan de aanvrager een andere ruimtelijk verantwoorde locatie indienen. De compensatiewoning dient aan te sluiten op bestaande bebouwing. De compensatiewoningen worden gerealiseerd ter plaatse van reeds bestaande woonerven. In voorliggend geval wordt de compensatiewoning ter plaatse van de Heuvelweg 2 gerealiseerd op een bestaand woonerf op de locatie van de bestaande te slopen schuur. De compensatiewoning ter plaatse van deelgebied Gammelkerstraat 6 wordt gerealiseerd ter plaatse van de voormalige woonboerderij op die locatie. 4.3.3.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals gesteld in het rood voor rood beleid van de gemeente Dinkelland.

40

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 en Goudkampsweg 14

4.3.4

VAB+ beleid

4.3.4.1 Algemeen In juni 2011 heeft de gemeenteraad van Dinkelland het VAB+ beleid vastgesteld. Dit beleid biedt mogelijkheden om in vrijkomende agrarische gebouwen andere dan agrarische activiteiten te verrichten. Het beleid gaat er vanuit dat maximaal 500 m2 aan vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen mag worden gebruikt voor een niet-agrarische functie. Deze beleidsnota is van toepassing op alle aanvragen met betrekking tot andere activiteiten in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen. Van een vrijkomend agrarisch bedrijfsgebouw is sprake als een gebouw minimaal 3 jaar voor een agrarische functie in gebruik is geweest. Daarnaast is deze nota ook van toepassing op bedrijfsgebouwen in het landelijke gebied die uit andere functies zijn vrijgekomen, zoals paardenhouderij en niet agrarische bedrijfsgebouwen. Het moet daarbij gaan om gebouwen die minimaal 3 jaar als zodanig in gebruik zijn geweest. In bijzondere gevallen kan, mits voldoende gemotiveerd worden afgeweken van de beleidsregels in de beleidsnota. De nota voorziet uitdrukkelijk niet in nieuwe woningen in landelijke gebied. 4.3.4.2 Kaders Bedrijvigheid die valt onder het VAB beleid is onder te verdelen in twee categorieën: 1. Niet aan het buitengebied gebonden activiteiten; 2. Bedrijvigheid gelieerd aan het buitengebied.

Voor niet aan het buitengebied gebonden activiteiten geldt dat de maximale toegestane oppervlakte van deze activiteiten 500 m² bedraagt. Op deze manier blijft het buitengebied een ‘kraamkamer’ voor bedrijvigheid die bij groei een plek op het bedrijventerrein moet zoeken. Bij de beoordeling van verzoeken staan de ruimtelijke gevolgen van een initiatief centraal. Om verzoeken te beoordelen wordt onderscheid gemaakt in een drietal stappen: 1. Zoneringstoets: In de zoneringstoets wordt gekeken naar welke locatie de aanvrager op het oog heeft en welke gebiedsdoelstelling geldt hier. Daarbij wordt gekeken naar de ontwikkelingsperspectieven uit de omgevingsvisie en daarnaast naar het gemeentelijke beleid. Aan de hand van deze zoneringtoets moet beoordeeld worden of het type bedrijvigheid niet bij voorbaat strijdig is met de gebiedsdoelstelling ongeacht de voorwaarden. 2. Randoorwaardentoets: Indien een activiteit in principe op de voorgestelde locatie mogelijk is, dient de vraag beantwoord te worden of die activiteit op korte en lange termijn aan de navolgende voorwaarden kan voldoen. Hierbij wordt opgemerkt dat de voorwaarden zo objectief mogelijk zijn vastgesteld, teneinde op voorhand duidelijk te stellen wat wel en wat niet mogelijk is. 3.

Ruimtelijke kwaliteitstoets: Middels een ruimtelijke kwaliteitstoets wordt de impact van de ontwikkeling op de ruimtelijke kwaliteit in beeld gebracht. Algemeen uitgangspunt is dat de nieuwe functie moet leiden tot behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en dat de ontwikkeling geen toename van verstedelijking of aantasting van het landschap met zich mee mag brengen. 4.3.4.3 Toetsing van het initiatiefaan het VAB+ beleid Als het voornemen wordt getoetst aan voorgenoemde drie toetsingscriteria, ontstaat globaal het volgende beeld: 1. Zoneringstoets: De ontwikkelingslocatie Goudkampsweg 14 ligt in het buitengebied binnen de ontwikkelingsperspectieven 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. In paragraaf 4.2.3.2 is het voornemen reeds getoetst aan de geldende ontwikkelingsperspectieven en is geconcludeerd dat het voornemen niet in strijd is met de ontwikkelingsperspectieven. Dit komt hoofdzakelijk doordat de voorgenomen ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaande bebouwing. 2. Voorwaardentoets: Aard en omvang 1. De aard en omvang van het bedrijf moet passen binnen de bestaande bebouwing. Buitenopslag is niet toegestaan; 2. De omvang van de activiteiten dient beperkt te zijn tot 500 m², in de overige gebouwen mag wel opslag plaatsvinden; 3. Vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen die in aanmerking komen voor een andere functie zijn gebouwen behorend bij een erf.

Er zal dan ook altijd sprake moeten zijn van bij het gebouw behorende bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 e n Goudkampsweg 14

41

woning. De gebouwen dienen daarnaast minimaal 3 jaar aantoonbaar voor de agrarische functie in gebruik te zijn geweest. 4. Bedrijfsgebouwen van niet- agrarische bedrijven, paardenhouderijen, maneges e.d. komen ook in aanmerking voor een andere functie conform het VAB beleid, mits: de inrichting, verkeersaantrekkende werking en de uitstraling in overeenstemming zijn met de gebiedsperspectieven en de bebouwing kwaliteit uitstraalt en er geen sprake is van detailhandel; 5. De locatie dient te voldoen aan de inrichtingseisen ten aanzien van het gewenste gebruik, waarbij geldt dat de eisen moeten voldoen aan maximale invulling van het gebouw. Toetsing Het gaat hier om een vrijkomend agrarisch bedrijfsgebouw dat minimaal 3 jaar als zodanig in gebruik is geweest. Ook voldoet het aan de overige voorwaarden. Het geheel wordt gerealiseerd binnen bestaande bebouwing. Er is geen sprake van buitenopslag. Zoals in de zoneringstoets omschreven past het voornemen binnen de ontwikkelingsperspectieven. De uitstraling is in overeenstemming met de gebiedskenmerken en draagt bij aan de kwaliteit van het gebied. Tenslotte kan worden gesteld dat er geen sprake is van detailhandel en wordt gesteld dat het bebouwing dusdanig word ingericht dat het past bij het gewenste gebruik en alle ruimte functioneel wordt benut.

De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op een functieverandering van een oppervlak van 380 m² aan bebouwing. Hiermee wordt voldaan aan de criteria van 500 m². Deze maximale oppervlaktemaat is opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Een klein gedeelte van de sloopmeters wordt behouden om een bedrijfsgebouw terug te kunnen bouwen, zie hiervoor ook de beschrijving in paragraaf 3.2.1. Dit bedrijfsgebouw wordt gebruikt voor stalling/opslag van materialen t.b.v. het montage- en klussenbedrijf (opslag/stalling materialen). 3. Milieukundige randvoorwaarden: De nieuwe activiteit mag geen beperking opleveren voor omliggende agrarische bedrijven. Uit paragraaf 5.5 en paragraaf 5.6 blijkt dat de activiteiten geen beperking oplevert voor omliggende agrarische bedrijven. 4. Ruimtelijke kwaliteitstoets: 6. De nieuwe functie moet leiden tot behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en mag geen toename van verstedelijking of aantasting van het landschap tot gevolg hebben; 7. Landschapsontsierende gebouwen moeten zoveel mogelijk worden gesloopt. Vervangende nieuwbouw ten behoeve van de nieuwe functie is alleen toegestaan onder strikte kwaliteitscriteria voorwaarden; 8. Ten aanzien van de aard van deze nieuwe bebouwing zal de welstandsnota leidend zijn; 9. Er mag geen buitenopslag plaatsvinden; (behoudens een ondergeschikt terras) 10.

Er mogen geen reclame-uitingen plaatsvinden (vergunningvrij is overigens wel een reclame-uiting van een halve m² toegestaan); 11. Het erf moet worden voorzien van een adequate landschappelijke inpassing. Een plan voor de landschappelijke inpassing van het erf dient betrokken te worden bij de aanvraag. Vooral op het erf te realiseren parkeerplaatsen dienen goed te worden ingepast. De nieuwe functie leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Er wordt een passende vervolgfunctie gegeven aan de bestaande te behouden bebouwing. Alle landschapsontsierende bebouwing zonder vervolgfunctie wordt gesloopt. Er is daardoor tevens geen sprake van extra verstedelijking. Er is geen sprake van buitenopslag en er vinden geen reclame-uitingen plaats. Middels een ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1) wordt het deelgebied tevens landschappelijk ingepast. 4.3.5

Casco-benaderingin Noordoost-Twente

4.3.5.1 Algemeen In het Ontwikkelingsperspectief voor het Nationale Landschap Noordoost-Twente hebben de hierbij betrokken partijen de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Zowel gemeenten als provincie hadden behoefte aan een praktisch concept om in de dagelijkse praktijk invulling te geven aan deze ambitie. Voor het bereiken van deze ambitie is het, het meest wenselijk om de belangen van initiatiefnemers die elementen willen verwijderen te koppelen aan grondeigenaren die bereid zijn nieuwe elementen te plaatsen om zo het landschap te versterken. Alle individuele aanvragen zullen dan uiteindelijk moeten leiden tot een beter functionerend en herkenbaar landschap. Om dit te bereiken is de casco-benadering ontwikkeld. Met de casco-benadering beschikken de provincie Overijssel en de deelnemende gemeenten van Noordoost-Twente over een generieke methode om vorm te geven aan de doelen voor het Nationaal Landschap: behoud en ontwikkeling van het landschap inclusief al haar functies. In relatie tot het provinciaal beleid is de cascobenadering een middel om invulling te geven aan het fenomeen 'ruimtelijke kwaliteit' en uitvoering aan de kwaliteitsagenda van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel. 42

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 en Goudkampsweg 14

4.3.5.2 Casco-benaderingin de praktijk De landschapstypen van Noordoost-Twente vormen, samen met de ontwikkeling die deze landschappen hebben doorgemaakt (dynamiek), het uitgangspunt van de casco-benadering. Elk landschapstype heeft een eigen kenmerkende structuur van opgaande beplantingen. Deze structuur is het casco van het landschap. Het kan daarbij gaan om bomenrijen, houtwallen, houtsingels en (kleinere) bosjes. Het beleid is er op gericht om dit casco te versterken. Toepassing van de casco benadering leidt op termijn tot versterking van het 'kleinschalige groene karakter' van het landschap in totaliteit. De regels van de casco-benadering gelden niet voor: Punt elementen (zoals poelen en solitaire bomen). Lijn elementen (zoals stijlranden en zandwegen). Beplanting binnen bouwblokken/bebouwde kom. Boomgaarden. Bos groter dan 0,5 hectare. Voor bovenstaande elementen en het beheer van casco elementen geldt het reguliere beleid van elke afzonderlijke gemeente. De basis voor initiatieven is de cascokaart. Hierop staan drie typen elementen weergegeven, zie de navolgende tabel. Landschapstype Elementen die tot het casco behoren Elementen die niet tot het casco behoren

Opmerking Mogen in principe niet verplaatst worden Mogen verplaatst worden, als aan de regels van de casco-benadering wordt voldaan Te compenseren elementen Locaties waar de initiatiefnemer de elementen heen kan verplaatsen Aan de hand van de casco-kaart wordt beoordeeld of het landschapselement tot het casco behoort of niet. Uit de beoordeling hiervan volgen drie mogelijke opties: Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de casco-kaart. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de casco-kaart. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de casco-kaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). In afbeelding 4.7 zijn uitsneden van de casco-kaart opgenomen. De deelgebieden zijn hierop indactief weergegeven met paarse omlijningen.

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 e n Goudkampsweg 14

43

Afbeelding 4.7: Uitsneden casco-kaart deelgebieden (Bron: Gemeente Dinkelland) 4.3.5.3 Toetsing van het initiatiefaan de "Casco-benaderingin Noordoost-Twente" Binnen het plangebied worden geen groenstructuren verwijderd die onderdeel uitmaken van het Casco. Het de woonbestemming van deelgebied Heuvelweg 2 en het bos eromheen is opgenomen in het cascobeleid. Het is niet toegestaan om in een bos dat op de cascokaart is opgenomen te ontwikkelen. Daar is dit geval ook geen sprake van. Deze woonbestemming van Heuvelweg 2 is echter al als zodanig aanwezig voor de vaststelling van het casco beleid. Daar komt bij dat er in dit deelgebied wordt gebouwd op de plek van een bestaand gebouw, waarvoor geen sprake is van kappen in het casco element. Tenslotte wordt opgemerkt dat de woonbestemming niet wordt vergroot. Het plan is hiermee in overeenstemming met de 'Casco-benadering in Noordoost-Twente'. 4.3.6

Beeldkwaliteit

De Nota omgevingskwaliteit is in dit geval niet van toepassing, omdat voor Rood voor Rood-projecten een algemeen beeldkwaliteitsplan geldt. Toetsing op welstand vindt uiteindelijk plaats bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de extra woningen. Voor de compensatiewoningen geldt het algemeen beeldkwaliteitsplan Rood voor Rood zoals opgenomen in Bijlage 2. Op voorhand worden geen belemmeringen verwacht voor wat betreft de uitvoering van voorliggend plan. 4.3.7

Conclusietoetsing aan het gemeentelijkbeleid

Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling past binnen de gemeentelijke beleidskaders.

44

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 en Goudkampsweg 14

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid, voor beide percelen, beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en besluit milieueffectrapportage.

5.1 Geluid 5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval worden uitsluitend met de compensatiewoningen aan de Heuvelweg 2 en de Gammelkerstraat 6 twee geluidsgevoelige objecten (woningen) mogelijk gemaakt. De bestaande woningen hoeven niet te worden meegenomen in de toetsing aan de Wgh. De compensatiewoning aan de Heuvelweg 2 ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Heuvelweg, de Uelserdijk en de Laagsestraat. Kijkend naar het omliggende wegennet, wordt gesteld dat de Heuvelweg en de Uelserdijk voornamelijk door bestemmingsverkeer gebruikt worden en daarmee een lage verkeersintensiteit kennen. Tussen de woning en de Laagsestraat is verder tussenliggende bebouwing aanwezig. Ten aanzien van de compensatiewoning aan de Gammelkerstraat is de geluidskaart voor het wegverkeer geraadpleegd via de Atlas voor de Leefomgeving (zie afbeelding 5.1). Hieruit blijkt dat de woning is beoogd in een gebied waarvoor <45 dB wordt verwacht. Er wordt dan ook verwacht dat de geluidsbelasting op de gevels van beide compensatiewoningen onder de voorkeurswaarde van 48 dB zal blijven. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai wordt hiermee niet noodzakelijk geacht.

Afbeelding 5.1: Uitsnede geluidkaart (Bron: atlasleefomgeving.nl) bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 e n Goudkampsweg 14

45

De te realiseren woningen liggen verder niet nabij een spoorlijn of een gezoneerd industrieterrein. De aspecten 'railverkeerslawaai' en 'industrielawaai' vormen van ook geen belemmering voor dit planvoornemen. Voor de invloed van individuele bedrijvigheid op dit plan wordt verwezen naar paragraaf 5.5 van deze toelichting. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.2 Bodemkwaliteit 5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of wijzigingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie plangebied

5.2.2.1 Algemeen In dit geval zijn voor alle drie de deelgebieden verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd, aangezien het voor deze locaties van belang is om in beeld te hebben of ze geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hierna wordt voor beide locaties een korte toelichting gegeven op de onderzoeksresultaten. 5.2.2.2 Goudkampsweg14 Door Terra Agribusiness is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN5707 uitgevoerd. De bijbehorende onderzoeksrapportage is als Bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Hierna wordt kort ingegaan op de belangrijkste resultaten en conclusies. Onderzoeksresultaten Verkennend bodemonderzoekNEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707. Dieseltank In het bovengrondmengmonster zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster zijn geen olie gerelateerde verhogingen aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Verkennend bodemonderzoekNEN5707"asbest in bodem" Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen.

Druppelzones Ter plaatse van elke druppelzone zijn twee inspectiesleuven gegraven en is er een mengmonster samengesteld. Op het maaiveld en in de sleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de mengmonsters van druppelzone 1 en druppelzone 3 is analytisch geen asbest aangetroffen. Het mengmonster van druppelzone 2 is licht asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er dient wel opgemerkt te worden dat er in de fractie <0,5 mm asbestverdachte vezels zijn aangetroffen. Er wordt niet verwacht dat middels een SEM-analyse de interventiewaarde wordt overschreden. Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

46

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 en Goudkampsweg 14

5.2.2.3 Gammelkerstraat6 Door Terra Agribusiness is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd. De bijbehorende onderzoeksrapportage is als Bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd. Hierna wordt kort ingegaan op de belangrijkste resultaten en conclusies. Onderzoeksresultaten In het bovengrondmengmonster BM1 zijn lichte verhogingen lood en PAK 10 VROM aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM2 en het ondergrondmengmonster zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster zijn lichte verhogingen nikkel en barium aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 5.2.2.4 Heuvelweg 2 Door Terra Agribusiness is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd. De bijbehorende onderzoeksrapportage is als Bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Hierna wordt kort ingegaan op de belangrijkste resultaten en conclusies. Onderzoeksresultaten In de bovengrondmengmonsters zijn geen verhogingen aangetroffen. In het ondergrondmengmonster is een lichte verhoging minerale olie aangetroffen. In het grondwatermonster zijn lichte verhogingen xylenen(som) en cis+trans 1,2-Dichlooretheen aangetroffen.

Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 5.2.3

Conclusie

Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat een nader bodemonderzoek niet noodzakelijk is. De onderzoekslocaties worden vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

5.3 Luchtkwaliteit 5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); 5.3.1.1 Besluit en de Regelingniet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 e n Goudkampsweg 14

47

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

In paragraaf 5.3.1.1 is een lijst met categorieën van gevallen beschreven, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling in vergelijking met voorgenoemde voorbeelden van categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggende ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Bovendien wordt ter plaatse van de Goudkampsweg 14 het agrarische bedrijf met onder meer een intensieve tak permanent beëindigd. Hierdoor is er per saldo sprake van een verbetering van de luchtkwaliteit in en rondom dit deelgebied. Verder wordt opgemerkt dat ten aanzien van de ontwikkeling geen sprake is van de realisatie van een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.

5.4 Externe veiligheid 5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden- en het groepsrisico.

48

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 en Goudkampsweg 14

5.4.2

Beoordeling

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond de plangebieden. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.2 is een uitsnede van de Risicokaart opgenomen. In dit geval wordt het deelgebied aan de Goudkampsweg 14 buiten beschouwing gelaten. Op deze locatie worden namelijk geen (beperkt) kwetsbare objecten toegevoegd en nieuwe functies toegestaan waarbij sprake is van gebruik van gevaarlijke stoffen. De deelgebieden Gammelkerstraat 6 en Heuvelweg 2 zijn afzonderlijk bekeken en zijn indicatief met de blauwe sterren weergeven.

Afbeelding 5.2 Uitsnede Risicokaart - Gammelkerstraat 6 (links) en Heuvelweg 2 (rechts) (Bron: Risicokaart Overijssel) Buisleidingen Nederlandse Gasunie B.V. Zoals in afbeelding 5.2 is weergegeven, ligt het deelgebied Gammelkerstraat 6 nabij gasleidingen van de Nederlandse Gasunie B.V. Deze buisleidingen hebben een maximale uitwendige diameter van 219,08 mm en een werkdruk van maximaal 80,00 bar. Bij dergelijke gasleidingen ligt de 1% letaliteitsgrens op 130 meter. Het deelgebied ligt op circa 220 meter afstand van deze buisleidingen. Een nadere verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven. Uit de inventarisatie blijkt verder dat de deelgebieden: zich niet bevinden binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevinden binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet liggen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet liggen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 5.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

bestemmingsplan Buitengebied, Heuvelweg 2, Gammelkerstraat 6 e n Goudkampsweg 14

49

5.5 Milieuzonering 5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/585/documents/17735