Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Dinkelland 2025 DEF.pdf
Tekst van het document
Periodiek onderzoek pgb Ook in geval van een toegekend pgb bepaalt het college in het individuele geval wanneer er aanleiding is om het besluit te heroverwegen. Ook hier gaat het immers om maatwerk. Zo’n heroverweging kan bijvoorbeeld samenhangen met de evaluatie van de geboden jeugdhulp tussen de jeugdige of zijn ouder(s) en degene aan wie het pgb wordt besteed. Is de indicatie voor een korte periode verstrekt, dan ligt het niet voor de hand dat het besluit wordt heroverwogen. De jeugdige of zijn ouder(s) zal zich doorgaans opnieuw melden met een hulpvraag (verzoek om verlenging van de indicatie) of het college neemt voor het aflopen van de indicatie zelf contact op met de jeugdige of zijn ouder(s).
41
Nieuwe melding hulpvraag Het kan voorkomen dat de jeugdige of zijn ouder(s) een nieuwe hulpvraag heeft. Heeft de aanvraag betrekking op de toegekende ondersteuning, dan beoordeelt het college of er aanleiding is om het bestaande besluit te heroverwegen. De jeugdige of zijn ouder(s) kan bijvoorbeeld een wijziging melden in de ondersteuningsbehoefte. Wel of geen nieuw besluit Nadat het college een bestaand besluit heeft heroverwogen, kan daar een ander (nieuw) besluit op volgen, maar dat hoeft niet. Dat ligt vanzelfsprekend aan de uitkomst van de heroverweging. Het bestaande besluit kan dus intact blijven, maar kan ook worden herzien of ingetrokken onder toepassing van art. 8.1.4 Jw of art. 7.2 lid 2 Verordening als de jeugdhulp in natura wordt verstrekt. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de jeugdige aanspraak kan maken op een indicatie op grond van de Wlz of in de situatie dat de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige of zijn ouder(s) is gewijzigd. Ambtshalve toekennen Wordt een bestaande indicatie voor de afloop daarvan heroverwegen en stelt het college vast dat er opnieuw een individuele voorziening is aangewezen, dan kan het college die ambtshalve toekennen. 7.3 Beëindiging Er wordt gesproken van een beëindiging als de inwerkingtreding van het besluit ingaat vanaf het heden of naar de toekomst toe.
Beëindiging heeft dus, in tegenstelling tot een herziening/intrekking, geen terugwerkende kracht. De beëindiging van de individuele voorziening of het pgb kan het gevolg zijn van de heroverweging van het besluit. Andere voorbeelden zijn: verhuizing naar een andere gemeente, het woonplaatsbeginsel is niet meer van toepassing, het niet meer aangewezen zijn op ondersteuning of het overlijden van de jeugdige. Datum beëindiging De datum waarop het besluit wordt beëindigd is afhankelijk van de situatie. Overlijden Wanneer de jeugdige aan wie (voor wie) een pgb is verstrekt is overleden, kunnen gedurende de maand van overlijden nog betalingen door de SVB worden gedaan uit het nog beschikbare (resterende) pgb. Dat wil zeggen dat de jeugdhulp die tot en met de dag van het overlijden is geboden, nog kan worden gedeclareerd. 7.4 Herziening of intrekking Artikel 7.2 Verordening Het (deels) ongedaan maken van het recht over een periode in het verleden, wordt herzien/intrekken genoemd. Een herziening of intrekking van het besluit is het met terugwerkende kracht opnieuw beslissen over de aanspraak over een periode in het verleden. Daarbij kan het recht afwijkend worden vastgesteld (herzien) of worden ingetrokken als er in het geheel geen aanspraak heeft bestaan.
Aanleiding De aanleiding om tot herziening of intrekking van het besluit over te gaan, kan liggen in: • het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens waarbij de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, • het niet voldoen aan de aan de individuele voorziening of het pgb verbonden voorwaarden, • het niet of voor een ander doel gebruiken van de individuele voorziening of het pgb. Het college beoordeelt of er aanleiding is om het besluit te herzien of in te trekken (art. 8.1.4 lid 1 aanhef en onder a, d of e Jw dan wel art. 7.2 lid 2 Verordening).
42
7.5 Toetsingskader evenredigheidsbeginsel De Afdeling bestuursrechtspraak voor de Raad van State heeft een nieuw kader gegeven over de toepassing van art. 3:4 lid 2 Awb welke geldt bij uitoefening van bestuursbevoegdheden met beleidsruimte (RVS:2022:285). De gewijzigde rechtspraak heeft niet alleen betrekking op de zogeheten kan-bepalingen van de wet of de verordening maar ook op beleidsregels als bedoeld in art. 1:3 lid 4 Awb. De Jeugdwet kent alleen niet-dwingendrechtelijke bepalingen. Denk aan de discretionaire bevoegdheid tot herzien of intrekken van het toekenningsbesluit en het terugvorderen van de geldswaarde van een individuele voorziening dan wel een pgb (respectievelijk art. 8.1.4 en de bepalingen in de verordening. Kenbare belangenafweging De besluitvorming vraagt in ieder geval om een kenbare belangenafweging. Het hanteren van bepalingen of een gedragslijn op grond waarvan (altijd) wordt teruggevorderd als ten onrechte een prestatie is verstrekt wordt als nul-beleid gekwalificeerd en is kennelijk onredelijk (CRVB:2020:3387). Voorbeelden De belangenafweging kan betrekking hebben op suïcidaal gedrag of het niet (meer) tot stand komen van een minnelijk schuldsaneringstraject (vergelijk CRVB:2020:832, CRVB:2021:1475, CRVB:2024:726). Het kan ook gaan om onaanvaardbare financiële of sociale consequenties voor de betrokkene (CRVB:2015:4067).
Daarbij wordt wel opgemerkt dat de bescherming van de beslagvrije voet maakt dat er, volgens de rechtspraak vóór de nieuwe toetsing aan het evenredigheidsbeginsel, praktisch gezien vrijwel nooit sprake kan zijn van onaanvaardbare financiële consequenties (CRVB:2016:3749). Aangenomen kan worden dat een uitzichtloze situatie onderdeel uitmaakt van de belangenafweging. Dat zal afhankelijk zijn van de hoogte van de terugvordering al dan niet in combinatie met andere schulden die betrokkene heeft. 7.6 Terugvordering: schending inlichtingenplicht Artikel 7.3 Verordening Art. 8.1.4 lid 3 Jw bepaalt feitelijk de bevoegdheid van het college tot het (geheel of gedeeltelijk) terugvorderen van een pgb als het college het besluit heeft herzien of ingetrokken onder toepassing van art. 8.1.4 lid 1 aanhef en onder a Jw (CRVB:2023:223). Omdat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om de kosten van een geboden individuele voorziening in natura terug te vorderen, voorziet de verordening daar in (art. 7.3 lid 1 Verordening). De geldswaarde bestaat uit het bedrag van de facturen die het college daarvoor (ten onrechte) aan de jeugdhulpaanbieder heeft betaald. 7.7 Terugvordering: overig Artikel 7.3 Verordening Er zijn ook andere situaties denkbaar waarin het college kan overgaan tot terugvordering, namelijk: 1.
bij het niet voldoen aan voorwaarden verbonden aan de individuele voorziening of het pgb, 2. als de individuele voorziening of het pgb niet wordt gebruikt of voor een ander doel dan waarvoor het is verstrekt, 3. bij een onverschuldigde betaling. Ad. 1 Niet voldoen aan de voorwaarden Alvorens over te kunnen gaan tot terugvordering moet het college eerst een herzienings- of intrekkingsbesluit nemen onder toepassing van art. 8.1.4 lid 1 aanhef en onder d Jw of art. 6.2 lid 2 Verordening als de jeugdhulp in natura wordt verstrekt. Als gevolg van het herzienings- of intrekkingsbesluit ontstaat of kan de vordering ontstaan. Dat is afhankelijk van de datum van inwerkingtreding van het besluit.
43
Ad. 2 Niet of voor een ander doel gebruikt Alvorens over te kunnen gaan tot terugvordering moet het college eerst een herzienings- of intrekkingsbesluit nemen onder toepassing van art. 8.1.4 lid 1 aanhef en onder e Jw. Als gevolg van het herzienings- of intrekkingsbesluit ontstaat of kan de vordering ontstaan. Dat is afhankelijk van de datum van inwerkingtreding van het besluit. Ad. 3 Onverschuldigde betaling Bij een onverschuldigde betaling gaat het om een betaling die zonder rechtsgrond wordt gedaan. Denk aan de administratieve vergissing door bijvoorbeeld de SVB (zie art. 8.1.8 Jw), of het college in geval van mandaat. Onder een zonder rechtsgrond verrichte betaling kunnen ook de (gemaakte) kosten van een individuele voorziening in natura worden verstaan (art. 7.3 lid 2 Verordening). Uit CRVB:2006:AX5819 kan onder meer worden afgeleid dat in het geval van het ontbreken van een wettelijke bepaling op grond waarvan van de jeugdige of zijn ouder(s) kan worden teruggevorderd, niets aan terugvordering in de weg staat, nu (ook) in het publiekrecht als in het algemeen rechtsbewustzijn levend beginsel is aanvaard, dat een zonder rechtsgrond verrichte betaling ongedaan moet worden gemaakt.
Bevoegdheid Deze terugvorderingsbevoegdheid kan alleen worden uitgeoefend als de jeugdige of zijn ouder(s) redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat ten onrechte: • jeugdhulp in natura is geboden, • het pgb werd uitbetaald. Zelfstandig terugvorderingsbesluit Het gaat bij het terugvorderen van de onverschuldigde betaling om een zelfstandig terugvorderingsbesluit. Dat wil zeggen dat het college niet eerst een herzienings- of intrekkingsbesluit hoeft te nemen. 7.8 Verjaringstermijn Op grond van art. 3:309 BW verjaart de rechtsvordering uit onverschuldigde betaling door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de schuldeiser (het college) zowel van het bestaan van zijn vordering, als met de persoon van de ontvanger bekend is geworden. De verjaringstermijn voor het nemen van een terugvorderingsbesluit over de onverschuldigde betaling, begintop het moment waarop het college bekend is geworden met feiten of omstandigheden op basis waarvan voldoende duidelijk is dat een besluit over terugvordering in de rede ligt (vergelijk CRVB:2007:BA2284 en CRVB:2021:2962). 7.9 Invordering De jeugdige of zijn ouder(s) is in beginsel verplicht om binnen zes weken na het verzenden van het terugvorderingsbesluit het gehele bedrag ineens terug te betalen (art. 4:87 lid 1 Awb).
Het college kan uitstel van betaling geven en daarbij als voorwaarde stellen dat de jeugdige of zijn ouder(s) zich houdt aan de vast te stellen aflosregeling (art. 4:94 Awb). Als de jeugdige of zijn ouder(s) zich niet houdt aan de aflosregeling kan het college het uitstel van betaling weer intrekken (art. 4:96 Awb). Het college stelt de aflosbedragen zo vast dat de jeugdige of zijn ouder(s) nog de beschikking heeft over een inkomen van tenminste de beslagvrije voet. Het college kan het terug te vorderen bedrag invorderen bij dwangbevel (art. 8.1.4 lid 3 Jw en art. 7.3 lid 4 Verordening). Verder biedt de verordening ook de bevoegdheid tot verrekenen met de verstrekte uitkering voor het levensonderhoud. Verder wordt opgemerkt dat de jeugdige in principe vanaf 18 jaar pas in aanmerking kan komen voor een uitkering op grond van de Participatiewet.
44
Terugvorderen van de jeugdige In het geval de jeugdige jonger is dan 18 jaar, budgethouder is en het college voornemens is tot terugvordering over te gaan, dan geldt nog het volgende. Het kan zijn dat niet de jeugdige maar zijn ouder(s) verantwoordelijk zijn voor deze schuld. In dat geval gaat het college niet over tot invordering. 7.10 Kwijtschelding De Jeugdwet kent geen bepalingen over de mogelijkheid tot kwijtschelding van geldschulden. Dat betekent dat de regels van de Awb van toepassing zijn (art. 4:94a Awb). Het college kan een geldschuld geheel of gedeeltelijk kwijtschelden indien de nadelige gevolgen van de invordering onevenredig zijn in verhouding tot de met de invordering te dienen doelen.
45
8
Slotbepalingen
8.1 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De beleidsregels treden in werking op 1 januari 2025. 2. De Beleidsregels jeugdhulp gemeente Dinkelland 2024 worden per 1 januari 2025 ingetrokken. 3. De beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels jeugdhulp gemeente Dinkelland 2025. Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland van 17 december 2024.
De secretaris,
drs. C.H.A.A. Luttikhuis
De burgemeester,
J.G.J. Joosten
46
Bijlage I Richtlijn beoordeling (dreigende) overbelasting Algemeen Overbelasting is: meer belasten dan het prestatievermogen toelaat. In medische kringen praten we over het(on)evenwicht tussen draagkracht(belastbaarheid) en draaglast (belasting). Overbelasting kan veroorzaakt worden door een combinatie van symptomen van lichamelijke of psychische aard en wordt bepaald door in- en uitwendige factoren. Draagkracht Het begrip draagkracht heeft betrekking op de belastbaarheid van ouders. Factoren die van invloed zijn op de draagkracht: • lichamelijke conditie ouder(s); • geestelijke conditie ouder(s); • wijze van omgaan met problemen (coping); • motivatie voor ondersteunings- en/of zorgtaak; • hulp van het sociaal netwerk. Draaglast Het begrip draaglast heeft betrekking op de belasting van ouders. Factoren die van invloed zijn op de draaglast: • de omvang en mate van (on)planbaarheid van de boven-gebruikelijke hulp; • het inzicht van ouders in de problematiek van de jeugdige; • de woonsituatie; • bijkomende sociale, emotionele of relationele problemen. Onderzoek naar de draaglast en draagkracht Het kan soms heel duidelijk zijn dat de ouder(s) overbelast is. Is dit minder duidelijk, dan zal hier in het gesprek, maar zeker bij de beoordeling van de aanspraak (indicatie) duidelijkheid over moeten komen.
De beperkingen in de belastbaarheid vanwege de gezondheid worden in principe beoordeeld door een deskundige. In voorkomende gevallen kan het opnemen van contact met de behandelende sector volstaan om hierover een oordeel te vormen. In andere gevallen zal om een extern medisch advies moeten worden gevraagd. Symptomen die zouden kunnen wijzen op overbelasting Diverse symptomen zijn waar te nemen bij (dreigende) overbelasting. De mate waarin ze zich manifesteren, zal van persoon tot persoon verschillen. Bedenk daarnaast dat het hierbij om veelal aspecifieke symptomen gaat die ook bij andere stoornissen kunnen passen. Dit is een van de redenen waarom de beoordeling hiervan bij een deskundige moet worden neergelegd. Het bestaan van deze symptomen moet dus als een mogelijk signaal worden opgevat. Mogelijke symptomen van overbelasting zijn: • Gespannen spieren, vaak in schoudergordel en rug. • Hoge bloeddruk. • Gewrichtspijn. • Gevoelens van slapte. • Slapeloosheid. • Migraine, duizeligheid. • Spierkrampen. • Verminderde weerstand, ziektegevoeligheid. • Opvliegingen.
47
• • • • • • • • • • • • • • •
Ademnood en gevoelens van beklemming op de borst. Plotseling hevig zweten. Gevoelens van beklemming in de hals. Spiertrekkingen in het gezicht. Verhoogde algemene prikkelbaarheid, boosheid, (verbale) agressie, zwijgen. Ongeduld. Vaak huilen. Neerslachtigheid. Isolering. Verbittering. Concentratieproblemen. Dwangmatig denken, niet meer kunnen stoppen. Rusteloosheid. Perfectionisme. Geen beslissingen kunnen nemen. Denkblokkades.
Bijlage II Richtlijn gemiddelde tijd en frequentie van activiteiten bij persoonlijke verzorging Deze richtlijn is gebaseerd op de CIZ Indicatiewijzer (toelichting op de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014, versie 7.1, juli 2014) en is bedoeld als richtlijn ter beoordeling of de boven-gebruikelijke hulp in het kader van de eigen kracht door ouders geboden kan worden. Activiteiten persoonlijke verzorging Overzicht handelingen die Richtlijn Richtlijn deel uit kunnen maken van gemiddelde tijd maximale de activiteit per keer in frequentie minuten per dag 1.1
Zich wassen
1.2
Zich aankleden
1.3
In en uit bed gaan
1.4
Zich verplaatsen in zit- of lighouding (hulp bij bewegen, houding) Naar toilet gaan en zich reinigen c.q. incontinentiemateriaal verwisselen Eten en drinken
1.5
1.6
2
Delen van het lichaam Gehele lichaam Volledig aankleden/uitkleden2 Gedeeltelijk uitkleden Gedeeltelijk aankleden Hulp bij uit bed komen3 Hulp bij in bed gaan Hulp bij middagrust Hulp bij middagrust -
10 20 15
1x 1x 2x
10 10 10 10 10 10 20
1x 1x 1x 1x 1x 1x Naar noodzaak
-
15
Naar noodzaak
Hulp bij broodmaaltijd excl. drinken
10
2x
Hier wordt bedoeld aan- en uitkleden bij het opstaan en het ’s avonds naar het bed gaan.
3 Hier wordt de hulp bedoeld bij het uit bed komen naar uiteindelijk bijvoorbeeld een stoel en vice versa.
48
1.7
1.8
1.9
2.1
4
Ondersteuning bij uitscheiding
Sondevoeding
Medicatie
Persoonlijke zorg voor tanden, haren, nagels, huid
Hulp bij warme maaltijd excl. drinken Hulp bij drinken Stomaverzorging bij lokaal intacte huid Stomazakje wisselen
15
1x
10 20
Katheterzaak legen /wisselen Uritip aanbrengen
10
Klysma microlax
15
Sondevoeding toedienen (inclusief aan-/en afkoppelen) Sondevoeding toedienen bij kinderen Sondevoeding via PEG
20
6x Naar noodzaak Naar noodzaak Naar noodzaak Naar noodzaak Naar noodzaak Naar noodzaak
Medicijnen aanreiken4
5
Medicijnen toedienen (oraal/via sonde) Aanbrengen medicinale pleister Toedienen oog-, oor- of neusdruppels of oog- gel, medicatie toedienen (vaginaal of rectaal) Vernevelen
55
Zorg voor tanden Zorg voor haren Zorg voor nagels Scheren Inspectie van de intacte huid op (dreigende) vervormingen, ontstekingen en/of infecties Zalven van de intacte huid
5 5 5 10 10
10
15
40 40
5 10
20
10
Naar noodzaak Naar noodzaak Naar noodzaak Naar noodzaak Naar noodzaak Naar noodzaak
Naar noodzaak 2x 1x 1 x per week 1x Naar noodzaak
Naar noodzaak
Inclusief uit de koelkast, weekdoos/baxter pakken, inschenken enzovoort.
5 De inlooptijd van de medicatie kan in voorkomende gevallen in verband met bijvoorbeeld misselijkheid langer dan vijf minuten duren.
49
2.2
Aanbrengen / verwijderen prothese7
Verzorging van smetplekken (roodheid en irritaties van de huid) Verzorging van de intacte huid rondom natuurlijke en onnatuurlijke lichaamsopeningen (zoals PEG-katheter, suprapubiskatheter, tracheastoma6, sonde) Mondverzorging in verband met risico op infecties bij cytostaticagebruik. Betreft spoelen van de mond, aanbrengen medicatie en het poetsen van de tanden Aanbrengen prothese/hulpmiddel Verwijderen prothese/hulpmiddel Aanbrengen D.P.S.
10
Naar noodzaak
10
Naar noodzaak
10 (hiervan is de tijd voor het tandenpoetsen al vanaf getrokken)
6x per dag
15
1x
15
1x
5
Verwijderen D.P.S.
5
Aanbrengen T.E.N.S.
5
Verwijderen T.E.N.S.
5
Naar noodzaak Naar noodzaak Naar noodzaak Naar noodzaak
6 Bij het verwisselen van de tracheacanule (onderdeel VP) maakt de verzorging van de huid rondom de tracheastoma onderdeel uit van deze
handeling. De verzorging wordt dan ook niet geïndiceerd bij het verwisselen van de tracheacanule. 7 Hiermee worden o.a. ledemaatprotheses en/of gehoorapparaten bedoeld.
50