B_B_ontwerp_1_toelichting_Bijlage 3 Cultuurhistorie.PDF
Tekst van het document
voornamelijk grove den, in de Bergvennen
Grensbewaking Vanaf de late middeleeuwen en zeker in de Nieuwe tijd is de Nederlands-Duitse (Hannoversche) grens sterk geformaliseerd. De grens werd veelal kaarsrecht over heidevelden, moerassen en venen getrokken, maar soms ook vormden kleine beekjes een natuurlijke grens. Belangrijke ´harde´ relicten zijn natuurlijk de grenspalen. Maar naast deze tastbare relicten hebben zich vele gebeurtenissen rondom de grens afgespeeld die alleen in het menselijke geheugen zijn opgeslagen. De grens vormde namelijk een duidelijke administratieve barrière. Zo werden aan beide zijde van de grens invoerrechten en accijnzen geheven op uiteenlopende producten. De hierdoor ontstane prijsverschillen maakten het interessant om specifieke producten illegaal over de grens te brengen: het smokkelen. Het verbod op specifieke producten (alcohol) of perioden van oorlog werkten deze smokkelaarspraktijken in de hand. Kommiezen In 1814 is in Nederland het Korps Grensjagers opgericht tegen de toenemende smokkelarij langs de Nederlandse grenzen. Het waren hoofdzakelijk gepensioneerde militairen die langs ´commiezenpaden’ (grenspaden) de grensbewaking uitoefenden. De grensjagers kregen al snel de bijnaam ‘commies’.
Oorspronkelijk waren dit ambtenaren van middelbare rang die verschillende functies konden bekleden, maar in de volksmond werd een ‘commies’ als snel geassocieerd met een ambtenaar bij de belasting of de douane.
65
Mededeling H. Scholte Lubbering.
49
De naam ‘commies’ of ‘kommies’ leeft ook nog in de Twentse grensstreek. Zo bestaat ligt er tussen Brecklenkamp en Lattrop de ‘Kommiezendijk’. Op het kadastrale minuutplan van rond 1832 stond deze weg nog aangegeven als de ‘Nieuwe Dijkweg van Nieuwenhuis in Breklenkamp naar het Komiesenhuis in Lattrop’. Het Komiesenhuis in Lattrop lag aan ten noordwesten van de afslag ‘Frensdorferweg – Kommiezendijk’. De Nieuwe Dijkweg is later dus omgedoopt in de ‘Kommiezendijk’. De Eerste Wereldoorlog Tijdens de eerste wereldoorlog was er in Duitsland en België een groot tekort aan voedsel en luxeproducten. Vanuit Nederland ontstond dan ook een levendige smokkel in levensmiddelen. Om deze tegen te gaan werd door Nederland een staat van beleg afgekondigd met de Belgische en Duitse grens. Het gevolg was dat zonder geldige documenten goederen niet in de richting van de grens vervoerd mochten worden. Vooral boter, spek, chocola en zeep waren erg gewild in Duitsland en goedkope Duitse jenever juist in Nederland. Het waren dan ook vooral deze producten die over en weer over de grens werden gesmokkeld. Als reactie op de toegenomen smokkelpraktijken zette de Nederlandse overheid naast ‘commiezen’ ook soldaten in. Logischerwijs vonden de smokkelpraktijken ook plaats in de omgeving van Breklenkamp en Lattrop.
Het Breklenkampse Veld en het Lattroper Veld vormden natuurlijk ideale locaties om ongezien smokkelwaar de grens over te krijgen. Soms werd ook de Dinkel aan de westkant van de ´punt van Breklenkamp´ gebruikt. Het smokkelen leidde vaak tot spannende verhalen. Een aantal hiervan zijn door ´Heemkunde Lattrop Breklenkamp´ op papier gesteld, onder andere het verhaal van G.J. Niehof.66 Hij vertelt dat tijdens de Eerste Wereldoorlog overal langs de grens kommiessoldaten waren ingekwartierd. Geregeld werden er partijen met kruidenierswaren, koffie, kleding en rookwaren in kleine partijen de grens over gesmokkeld, vaak door groepen van vijf of zes man. Zijn vader is eenmaal opgepakt met smokkelwaar en heeft daarvoor twee maanden in de strafinrichting van Veenhuizen gezeten. Eenmaal werden tijdens een smokkelactie over de rivier de Dinkel waarschuwingsschoten gelost door kommiessoldaten. Toen de smokkelaars op de vlucht sloegen is er gericht schoten en werd één van beide mannen in het been getroffen. De getroffene haalde de overkant van de grens, maar is uiteindelijk aan het vele bloedverlies gestorven.67 De Tweede Wereldoorlog Gedurende de Tweede Wereldoorlog was de grensbewaking logischerwijs in Duitse handen. Het waren hoofdzakelijk oudere Duitse douanebeambtenaren die niet meer in aanmerking kwamen voor militaire dienst.
Nog voordat de oorlog uitbrak waren er Nederlandse en Duitse boeren die aan de andere zijde van de grens landerijen in bezit hadden. De grens werd in deze oorlogstijd achter afgesloten met prikkeldraad versperringen zodat boeren hun eigen land niet langer konden bewerken. Nederlandse en Duitse ‘naobers’ hielpen elkaar door elkaars gronden te bewerken en te oogsten. Ook kwamen er zowel in de vooroorlogse jaren en tijdens de oorlog joodse mensen en gevluchte krijgsgevangen in Breklenkamp illegaal de grens over. Een aantal grensbewoners heeft deze mensen verder kunnen helpen. Niet alleen Nederlandse grensbewoners, maar ook Duitse hielpen hier soms een handje in mee.68. De naoorlogse periode Enige jaren na de Tweede Wereldoorlog is er aan de Nederlandse zijde van de grens een vijfhonderdmeter zone ingesteld die geheel ontruimd moest worden (deze bestond ook na de Eerste Wereldoorlog). In Duitsland werd eenzelfde zone ingesteld die wel enkele kilometers breed was. Niemand mocht de zone betreden waardoor alles al snel verwilderde; vandaar ook de naam ‘Groene Zone’. Later mocht je het gebied alleen betreden met een speciale pas (strookbewijs), maar dan alleen via de officiële grensovergangen. In de zomer van 1946 mochten de bewoners van de huizen en boerderijen uit de ‘Groene Zone’ weer in hun eigen huis trekken.
Er bleven echter Een bordje van de Nederlandse enkele restricties van kracht, zo moesten leveranciers van 500 meterstrook goederen dit kunnen aantonen via een speciale pas. 66
www.heemkunde-lattrop-breklenkamp.nl www.heemkunde-lattrop-breklenkamp (Gerard Niehoff Lattrop). 68 www.heemkunde-lattrop-breklenkamp (Bergman op de grens). 67
50
De grensbewaking bestond na de Tweede Wereldoorlog uit douaneambtenaren van de Rijksbelastingdienst ‘Invoerrechten en Accijnzen’. De douaneambtenaren of kommiezen waren uitgerust met een karabijn (later een pistool), een zaklantaarn en wat schrijfgerei. Met de fiets, een veldstoeltje en een nachtmantel trokken de ambtenaren het veld in om vervolgens enkele uren op het stoeltje in het veld de wacht te houden. In de periode kort na de oorlog waren Engelse militairen nog verantwoordelijk voor de Duitse grensbewaking. De verhouding tussen de Engelsen en de Nederlandse douaneambtenaren was niet goed. Diverse keren zijn ‘kommiezen’ kortstondig vastgezet omdat ze over de grens waren gegaan. Aanvankelijk waren er aan de Nederlandse zijde ook Nederlandse militairen gestationeerd. Ook tussen de Nederlandse militairen en de douane bestond een rivaliteit. De militairen staken nog wel eens de grens over om daar in de Duitse ´groene zone´ rond te neuzen, iets waar de douaneambtenaren het niet altijd mee eens waren. De ´kommiezen´ maakten niet alleen gebruik van hun veldstoeltjes. Al vóór WO-II waren langs de grens schuilhutten of kommiezenhutten gebouwd. Het waren kleine bouwsel van hout of plaggen met een aantal kleine kijkgaatjes erin. In deze schuilhutten konden de douanebeambtenaren een vuurtje stoken zodat ze zichzelf warm konden houden onder barre weersomstandigheden.
Tijdens diensttijd werd dit overigens niet toegestaan aangezien je vanuit de hut maar een beperkt zichtveld had. Een mooi voorbeeld van een oude kommiezenhut is te vinden langs de Vrijdijk nabij Denekamp.69
Vlakbij de grens helemaal aan de oostkant van de Bergvennen ligt nauwelijks zichtbaar deze kuil in het Tijdens het veldbezoek vertelde een oudere boer landschap. In de zestiger jaren was het een dat in de zestiger jaren landarbeiders gebruik plaggenhut die dienst deed als schuilhut voor maakten van een plaggenhut om wat te eten en te landarbeiders en in de voorgaande periode is het drinken of indien nodig te schuilen. Het ging om mogelijk een kommiezenhut geweest. De wit de agrarische ontginning tussen de Bergvennen gestippelde lijnen geven de contouren van de en het Brecklenkampse Veld. De contouren van voormalige hut weer.
de plaggenhut zouden volgens de boer nog zichtbaar zijn in het landschap. In het veld bleek inderdaad nog een kuil zichtbaar met een ronde omwalling. Het geheel ligt op een kleine 100 meter van de grens tussen grenspaal 52 en 53. De vraag dient zich nu op of de plaggenhut niet van oorsprong een kommiezenhut is geweest. Iets wat natuurlijk heel goed mogelijk is. Vanuit de hut zou men namelijk uitzicht hebben gehad op een brede landstrook tussen Forst Bentheim – Nordhorn en over de toen nog kale Bergvennen aan de Nederlandse zijde. Breklenkampse smokkelaars en stropers Dat het smokkelen oude wortels heeft blijkt uit een aardig krantenartikel uit 1908. Hierin wordt het volgende verhaald: ‘Een paar uren (gaans red) ten noordoosten van Denekamp ligt het dorp Breklenkamp. Die bewoners zijn landbouwers, en hunne hoeven liggen alle achter elkaar, evenwijdig aan de grens. Allen zijn houders van kippen en honden. Wat deze dieren met het smokkelen en stroopen te maken hebben, blijke uit het volgende: Gebeurt het, dat er kommiezen van elders in de buurt zijn, dan komt de vrouw met haar zaadbak in de hand uit alle macht naar buiten loopen en roept: „kiep! kiep! kiep!" — Buurvrouw hoort het en begint ook: „kiep! kiep! kiep!". De geheele buurtschap Breklenkamp antwoordt met: „kiep! kiep! kiep!" De smokkelaars weten best de beteekenis van dit geroep en de kommiezen kunnen wel naar huis gaan.
Gaan de boeren stroopen, en er wordt ergens in de buurt een veldwachter gezien, dan hoort men roepen: „Karo! Karo!" Die geheele buurt roept haar hondje, en... de stroopers zijn gewaarschuwd!’70 Soortgelijke verhalen speelden later ook nog. Een oude douaneambtenaar wist te vertellen dat zij in de naoorlogse periode af en toe een kop koffie gingen drinken bij een boerenfamilie. De boerin ging dan weleens naar buiten om zogenaamd de kippen te voeren en dan klonk het ineens ‘miesche, miesche’. Het was het sein voor de smokkelaars dat de kust veilig was. 69 70
Bovenstaande paragraaf naar: www.heemkunde-lattrop-breklenkamp (Vijf jaar grensbewaking, deel I t/m V). Nieuwsblad van het Noorden, 25-10-1908.
51
Kaart 4 - Waardering cultuurhistorische elementen van het Natura 2000-gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Oude Kruiskuil
Brecklenkampse Veld
Forst Bentheim Afgebrand paaltje
Kruiskuil met paaltje
De Vetpot
Pluzenven / Keul zien pool Bergsvenne / Eilandven / Grootn pool
De Blaasbal / Het Ronde Ven / Rools pool
Scheidsteen (laaksteen)
Lattropper Veld Rietven / Hannes zien pool
Ven 2
Scheidssteen (keisteen)
De Patatzak Lattropsche Veen
Esri Nederland, Jan Willem van Aalst - www.imergis.nl
Legenda Waardering
Kaartinformatie Waardering
Waardering
Archeologie
Cartograaf
afwezig
afwezig
afwezig
Dekzandrug - zeer hoog
Dennis Worst
gemiddeld
gemiddeld
gemiddeld
Dekzandrug - hoog
Datum
hoog
hoog
hoog
zeer hoog
zeer hoog
zeer hoog
Natura-2000 gebied
Ven - gemiddeld
Terreinen LO
Ven - hoog Pingoruïne? - Krakenven
Begrenzing
7-09-2018
Versie
Eindversie
Schaal 0
125
250
500
Meter
5. Wetenschappelijke waardering van cultuurhistorische elementen Waarderingsmethodieken71 Alle cultuurhistorische elementen of landschapstypen zijn van waarde, maar niet alles is even waardevol. Toch is het wenselijk om de waarde van cultuurhistorische elementen te bepalen. Een dergelijke waardering geeft beleidsbepalers of terreineigenaren de mogelijkheid om afgewogen keuzes te maken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een veelgebruikte methode om tot een waardering te komen is de toepassing van een wetenschappelijke waardering. Zo zijn er de laatste decennia vele rapporten en studies verricht waarbij cultuurhistorische elementen zijn gewaardeerd.72 Vanwege de breedte van de erfgoedsector en de zeer specifieke eisen zijn per vakgebied zoals de archeologie, de historische geografie en historische bouwkunde eigen waarderingsmethodieken ontwikkeld. Nochtans is er ondanks jarenlange discussie nog geen breed geaccepteerde waarderingsmethodiek ontwikkeld voor het vakgebied van de historische-geografie. Daarom worden in de praktijk de breed aanvaarde wetenschappelijke waarderingscriteria zeldzaamheid, kenmerkendheid, gaafheid en ensemblewaarde gebruikt. Aan de hand van deze criteria wordt veelal een methodiek gehanteerd die het beste aansluit bij de vraagstelling van de opdrachtgever en de voorhanden zijnde gegevens.73
Waarderingsmethodiek voor cultuurhistorische elementen74 Voor deze opdracht is eveneens gebruik gemaakt van de genoemde waarderingscriteria. Op basis daarvan is een op maat gemaakte methodiek gehanteerd. De volgende uitgangspunten zijn daarin leidend geweest: 1. Een uitgebreid GIS-systeem met tientallen kaartlagen is voorhanden. 2. Het gros van de cultuurhistorische elementen is in het veld bekeken. Ze zijn echter niet uitputtend geanalyseerd en op detailniveau in kaart gebracht. Criteria
71
Ensemblewaarde: Aanwezigheid van de landschappelijke omgeving waarin of waarmee de cultuurhistorische structuren en elementen tot stand zijn gekomen en/of aanwezigheid van een ontginningsstructuur. Kenmerkendheid: Mate waarin het elementen of gebied kenmerkend (c.q. herkenbaar) is of was voor zijn elementtype of omgeving. Gaafheid: Mate van intactheid van het element, gebied en/of verkaveling ten opzichte van de beginsituatie. Zeldzaamheid: Mate van voorkomen van een het element of gebied in Overijssel.
In dit hoofdstuk wordt gebruikt gemaakt van de waarderingsmethodiek die is uitgewerkt door Horst. Zie voor een uitgebreide beschrijving: Horst, 2016. 72 Naar Horst 2016, 54: Ministerie van CRM (1979). Natuurwaarden en cultuurwaarden in het landelijke gebied. ’s Gravenhage; L.H. Albers (1987). Het gewichtloze gewogen […]. Delft; G.H.P. Dirkx & J.A.J. Vervloet (1989). Oude Leede: een historisch-geografische beschrijving, inventarisatie en waardering van het cultuurlandschap. Wageningen. H. Dijkstra & J.A. Klijn (1992). Kwaliteit en waardering van landschappen. Wageningen; H.G. Baas & W.A. Ligtendag (1997). Project 33 NBP Top Down […]. Hoorn; J.A. Hendrikx (1999). Cultuurhistorie van stad en land; waardering en behoud. Utrecht; H.G. Baas, et al. (2001). Ontgonnen Verleden. Hoorn; A. Idzinga (2005). Een methode voor historisch-geografische waardering. Velp; Landschapsbeheer Nederland [2006]. Handboek Cultuurhistorisch Beheer. [Utrecht]. 73 Naar Horst 2016, 54: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2013). Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van ruimtelijke ordening; aanwijzingen en aanbevelingen. [Amersfoort], p. 17. 74 Deze alinea naar Horst 2016, 54-55.
53
Score en wegingsfactor Op basis van deze waarderingsmethodiek kan per waarderingscriterium een score worden gegeven aan de gekarteerde elementen:
0 punten (laag); 1 punt (gemiddeld); 2 punten (hoog); 3 punten (zeer hoog).
Wanneer alle vier criteria gewaardeerd zijn, worden deze scores opgeteld tot een totaalscore. Daarna kunnen ze worden teruggerekend naar een eindwaardering: Waarderingsklasse Laag Gemiddeld Hoog Zeer hoog
Waardering 0-3 4-7 8 - 10 11 - 12
Met deze totaalscore is het mogelijk om de elementen niet in legenda-eenheden, maar - op basis van drie kleuren (groen, geel, oranje en rood voor respectievelijk een lage, gemiddelde, hoge en zeer hoge waarde) - in te delen op basis van een wetenschappelijke waardering. Daarbij is het goed om te vermelden dat Gutsboring in het Krakenven waarbij aangetoond werd dat er een lage waardering vrijwel nooit nog een intacte veenlaag aanwezig is van méér dan vijf meter voorkomt. dikte. Waardering van aardkundige elementen uit hoofdstuk 2 (binnen het Natura 2000-gebied) Hoge en middelhoge dekzandruggen: In de Bergvennen en het Brecklenkampse Veld zijn hoge dekzandruggen en middelhoge dekzandruggen als gearceerde vlakken weergegeven. Aangezien de dekzandruggen lange tijd in moerassige omstandigheden voorkwamen is de kans aanwezig dat er sporen en artefacten voorkomen uit diverse archeologische perioden, met name uit de steentijd (vooral het meso- en neolithicum). Daarnaast moet rekening gehouden worden met graven uit de metaaltijden. De hoge dekzandruggen zijn aangegeven als terreinen van hoge archeologische waarde en de middelhoge dekzandruggen als terreinen van archeologische waarde. Krakenven: De meeste vennen in de Bergvennen en het Brecklenkampse Veld zijn gedurende middeleeuwen en de nieuwe tijd van hun veenlaag ontdaan.
Het hoogveen is afgegraven en later is ook de laag aan veenbagger gewonnen met behulp van kluundellen. Het Krakenven is gespaard gebleven van deze verveningsactiviteiten en bevat nog een veenlaag van zo’n 4 tot 6 meter. De zaden en pollen in deze veenlaag vertolken een belangrijk landschappelijk archief en om deze reden is het Krakenven als aardkundig element zeer hoog gewaardeerd. Waardering van cultuurhistorische elementen uit hoofdstuk 3 (binnen het Natura 2000-gebied) Karrenspoorbundels: Vooral over de hogere dekzandruggen in de Bergvennen lopen diverse karrenspoorbundels. Een aantal hiervan zijn nog uitermate gaaf aanwezig in het landschap. De bundels die onderdeel uitmaken van interregionale of belangrijke regionale wegen zijn als zeer hoog gewaardeerd. De bundels van lokale wegen door het veld zijn als hoog gewaardeerd.
54
Kruiskuilen Binnen de Bergvennen komen twee vermoedelijke kruiskuilen voor. Het zijn bijzondere fenomenen die voorkomen in samenhang met de nog bestaande karrenspoorbundels en daarom als zeer hoog gewaardeerd. Ook wanneer het slechts om ‘kruisende’ karrenspoorbundels gaat kunnen de fenomenen alsnog als zeer hoog worden gewaardeerd.
Kruiskuil vlakbij de rijksgrens. De van oorsprong kale kuil is begroeid geraakt met opslag van veel jeneverbes.
Kluunplaatsen De kluunplaatsen in de Bergvennen zijn zeer klein en moeilijk te lokaliseren. Hiervoor dient nader onderzoek verricht te worden. De vermoedelijke locaties zijn vooralsnog als zeer hoog gewaardeerd. Rijksgrenspalen Vanwege de zeldzaamheid, ensemblewaarde en kenmerkendheid zijn alle grenspalen als hoog gewaardeerd. Echter, niet alle rijksgrenspalen zijn afzonderlijk bezocht in het veld. Op basis van hun individuele gaafheid en zeldzaamheid zouden een aantal grenspalen ook zeer hoog gewaardeerd kunnen worden. Het was niet mogelijk deze tijdrovende waarderingsslag in dit onderzoek mee te nemen. Grensmarkeringen Binnen het Natura 2000-gebied zijn drie locaties aanwezig waar naast de rijksgrenspalen oudere grensmarkeringen hebben gestaan. Dit waren een afgebrand paaltje, een kruiskuil in het Brecklenkampse Veld en een laaksteen die de markegrens aangaf tussen Lattrop, Breklenkamp en Frenswegen. De laatstgenoemde laaksteen is nog aanwezig, terwijl de kruiskuil en het afgebrande paaltje locaties zijn voor nader onderzoek. Daarom zijn alle locaties als zeer hoog gewaardeerd. Markegrens Een afwateringssloot en een ondiepe greppel in het heideveld nabij de parkeerplaats van de Bergvennen tonen nog de oude markegrens tussen Lattrop-Tilligte en Breklenkamp. Dit bijzondere relict is als zeer hoog gewaardeerd.
55
Stuifzand (hoog) Langs de oude interregionale ossenroute zijn kleine zandverstuivingsgebieden ontstaan. Tegenwoordig zijn ze begroeid, maar vanwege het reliëf nog immer herkenbaar. Deze aardkundige elementen zijn als hoog gewaardeerd. Vennen (hoog) Het merendeel van de vroegere vennen in het Brecklenkampse Veld en de Bergvennen komen ook tegenwoordig nog voor. Hoewel ze ongetwijfeld van vorm en inhoud zijn veranderd worden ze als hoog gewaardeerd.
Uitzicht over de Blaasbal of het Ronde ven.
Waardering van cultuurhistorische elementen uit hoofdstuk 4 (binnen het Natura 2000-gebied) Keuterontginning Met de omliggende wallen is de omvang van de aanvankelijke keuterontginning bij de Camping De Bergvennen nog prachtig herkenbaar. Daarom is het gehele vlak als hoog gewaardeerd. (hout)wallen Rondom de keuterontginningen bij de Camping De Bergvennen zijn de oude verhoogde wallen nog voor een groot deel zeer goed zichtbaar. Het heeft geleid tot een zeer hoge en een hoge waardering. Een hoge waardering hebben ook de wallen gekregen bij de voormalige keuterontginning nabij de parkeerplaats van de Bergvennen. Eigendomsgreppels Blaasbal/Ronde ven Om de vennen af te scheiden van het gemene markeveld zijn rondom verschillende vennen eigendomsgreppels gegraven. Rondom de Blaasbal of het Ronde ven zijn deze nog aanwezig. Aangezien deze begrenzingen gekoppeld kunnen worden aan de markescheiding zijn ze als hoog gewaardeerd. Greppels door bos bij Ven 2 Vlakbij Ven 2 (zie kaart) liggen twee greppels waarvan de functie onduidelijk is. Vanwege hun gave voorkomen zijn ze als hoog gewaardeerd.
56
Waterleidingen/sloten – gemiddeld Vooral in het Brecklenkampse Veld zijn vele afwateringssloten of waterleidingen aangelegd. Aangezien ze niet zeldzaam zijn en weinig kenmerkend zijn ze als gemiddeld gewaardeerd. Wegen en wandelpaden– gemiddeld tot hoog De wandelpaden zijn niet zeldzaam of kenmerkend en kennen weinig ensemblewaarde. Ze zijn daarom als gemiddeld gewaardeerd. Het merendeel van de wegen in of grenzend aan het Natura 2000-gebied zijn als hoog gewaardeerd. De wegen zijn nooit verlegd en vanwege de planmatige aanleg maken ze onderdeel uit van een groter geheel (ensemblewaarde en kenmerkendheid).
Een van de eigendomsgreppels rondom de Blaasbal of het Ronde ven. De greppel rooit om de beukenboom in de verte en is mede zichtbaar vanwege de afwijkende vegetatie.
57
58
6. Kansencatalogus en onderzoeksaanbevelingen Het natuurlijke landschap en prehistorische bewoning Natuurlijk landschap als onderlegger De drie hoofstructuren van het natuurlijke landschap: de oude riviergeulen, de dekzandruggen en –laagten en het voormalig veengebied bieden goede uitgangspunten om als basis voor het ontwerp te gebruiken. Daarbovenop kan dan op een natuurlijke manier de Natura 2000-opgave worden geprojecteerd. Patatzak / Achter in het Veld Landschappelijk gezien is het ontbreken van de (gedempte) vennen en het dekzandreliëf in de Patatzak en Achter in het Veld (zie kaart 1 en 2 voor toponiemen) een gemiste kans, doordat daarmee het natuurlijke landschapsreliëf van de Bergvennen en het Brecklenkampse Veld onderbroken wordt. Het herstellen van de gedempte vennen en het dekzandreliëf in de Patatzak en Achter in het Veld zorgt ervoor dat de natuurlijke onderlegger voor de Natura 2000-opgave veel robuuster wordt. Krakenven Het ongestoorde veenarchief van het Pluzeven is een grote onderzoekskans om meer over de landschapsontwikkeling van de laatste 20.000 jaar te weten te komen. Dergelijke ongestoorde veenarchieven zijn tegenwoordig behoorlijk zeldzaam. De gegevens uit dit onderzoek kunnen rechtstreeks gebruikt worden voor de Natura 2000-opgave.
Daarnaast kan met het onderzoek definitief bewezen worden of het Pluzeven een pingoruïne is of een restant van een (ondergrondse) paleogeul is. Hoge dekzandruggen Door de veengroei zijn er relatief weinig prehistorische relicten in het plangebied teruggevonden. Als deze er al liggen, liggen ze voornamelijk op de grotere dekzandruggen. Om meer te weten te komen over de (pre)historische bewoningsgeschiedenis voor de tijd van het middeleeuwse Brecklenkampse en Lattropse Veld moet de dekzandruggen in ieder geval intact worden gelaten en is het aan te bevelen om archeologisch onderzoek te doen.
Uitzicht over het Krakenven. Op de dikke veenlaag is een klein berkenbroekbosje tot ontwikkeling gekomen.
59
Middeleeuws dorpslandschap Markegrens tussen Brecklenkamp en Lattrop Voor een groot gedeelte ligt de oude markegrens tussen Brecklenkamp en Lattrop nog als een greppel in het heideveld. Door deze te behouden en op te nemen in een recreatieve route kan de grens tussen de twee marken weer zichtbaar worden en het verhaal aan een breder publiek worden verteld. Historische ossenroute Bijzonder is het verhaal van de internationale historische ossenroute tussen Denemarken en Amersfoort/België. Door in te zetten op boskap worden de zeer diepe karren- en ossensporen weer zichtbaar en dragen ze bij aan de doelstellingen van Natura 2000. Karrenspoorbundels met kruiskuilen Ook internationaal, maar dan meer op beperkte schaal, zijn de karrenspoorbundels die tussen de dorpen in Twente en over de grens in Duitsland liepen. Her en der liggen ze nog gaaf in de bosgebieden op de hogere dekzandruggen. Door het bos te verwijderen op basis van karrenspoorstructuur en de jeneverbestruwelen (die in het stuifzand van de karrensporen zijn gekiemd) vrij te zetten komen de unieke kruiskuilen en karrenspoorbundels weer zichtbaar in het landschap te liggen. Deze geven vervolgens weer een zodanig bijzondere beleving dat ze goed geschikt zijn om in de routestructuur te worden opgenomen. Kluundellen Over de kleine kluundellen die naast de vennen liggen is nog vrij weinig bekend.
Aanvullend onderzoek is nodig om ze beter in kaart te brengen Rijksgrenspalen & grensmarkeringen Zie het kopje onder ‘Recente landschap’.
Het tracé van een oud karrenspoor is goed zichtbaar aan de hand van de afwijkende vegetatie met pijpenstrootje. In de achtergrond zijn ook een jeneverbessen zichtbaar, de zaden ontkiemend in het door de karrensporen omgewoelde zand.
60
Recente landschap Rijksgrens Het verhaal van de Rijksgrens is een verhaal dat verbindend kan werken. Niet alleen zijn er fysieke elementen die onderdeel zijn van de rijksgrens, zoals de komiezenhut, de grenspalen, de laakstenen en het grenspad, maar er kan ook worden ingezet op het visueel koppelen van de rijksgrens met markegrens tussen Brecklenkamp en Lattrop. Tevens is het interessant of door nader onderzoek nog meer oude grensmarkeringen genoemd in het grenstractaat uit 1824 teruggevonden kunnen worden. Smokkelverhalen De vele smokkel- en Tweede Wereldoorlogverhalen zijn een goede ingang om bewoners te betrekken bij het gebied. Niet alleen door verhalen te vertellen, maar ook door verhalen op te halen. Keuterontginningen De 19e-eeuwse keuterontginning ten westen van de parkeerplaats, bood van oorsprong ruimte voor twee boerderijen (hutten). Het erf en de landerijen biedt mogelijkheden voor kleinschalige biodiversiteit (patroonnatuur) door in te zetten op het herstel van de houtwallen en gevarieerde graslanden. Tevens kan de parkeerplaats worden verlegd naar het eerste erf, waardoor er een interessante entree ontstaat. Het bos op de huidige parkeerplaats zou gekapt kunnen worden zodat hiermee de voormalige weidsheid van het gebied, overgang van de heide naar voormalig ontginning, in ere wordt hersteld.
De oude woning(en) kan in cortenstaal weer worden opgebouwd en als landmark dienen. Verder doorgedacht is het mogelijk om de route te verleggen over de waterleiding, zodat de routestructuur begint bij de oude markegrens. Camping De Bergvennen Door nieuwe boskap zou het uitzicht op de Camping De Bergvennen als storend kunnen worden ervaren. De oude walstructuren rondom het erf van de keuterontginning bieden mogelijkheden voor de aanleg van nieuwe houtwallen zodat het zicht op de camping wordt ontnomen. Greppels rondom de vennen Rondom de Blaasbal of het Ronde ven liggen negentiende-eeuwse greppels die zijn aangelegd na de markeverdeling. Doordat de grensgreppels licht ontwaterend werken kunnen ze haaks staan op de Natura 2000-doelstellingen. Aan te bevelen is om de doodlopende greppels intact te laten en daar een afwijkende vegetatie in te creëren, zodat ze ook van een afstand te beleven zijn. Historisch tracé waterleiding benutten De 19e-eeuwse verbinding tussen de vennen is inmiddels niet meer intact. In het ontwerp kan het historisch tracé van de waterleiding wellicht goed benut worden voor hedendaagse wateropgaven of ontsluiting van het gebied.
Overzichtsfoto van het Brecklenkampse Veld met aan de linkerkant een elzingsingels langs één van de voormalige sloten door het gebied.
61
7. Literatuurlijst Boeken
Albers, L.H., (1987). Het gewichtloze gewogen. Cultuurhistorische betekenis van landgoederen. Delft. Asma, H.J., (2001). Lattrop en Breklenkamp door de jaren heen. Baas, H.G., et al. (2001). Ontgonnen Verleden. Hoorn Baas, H.G. & W.A. Ligtendag (1997). Project 33 NBP Top Down […]. Hoorn Beek, R., van, (2009). Reliëf in Tijd en Ruimte. Interdisciplinair onderzoek naar bewoning en landschap van Oost-Nederland tussen de vroege prehistorie en middeleeuwen. Leiden. Berkel, G. van, & K. Samplonius, (2018). Nederlandse plaatsnamen verklaard. Bieleman, J., (2000). ‘De landbouw en het sociaal-economische krachtenveld’. In: Techniek in Nederland in de twintigste eeuw. Deel 3. Landbouw, voeding. Schot, J.W., et al., Zutphen. Bouman, M.T.I.J., J.A.A., Bos, & R., Van Beek, (2013). Van wildernis naar cultuurlandschap. Een reconstructie van de regionale vegetatieontwikkeling van Twente in het Holoceen. Brand, F., (1986). ‘Die bauerlich-altsachsischen –trup-Orte des Weserberglandes und besonderer Berucksichtigung von Ostwestfalen-Lippe’. In: Westfalische Geographische Studien 42. Delft, G.H.P., Dirkx & J.A.J. Vervloet (1989). Oude Leede: een historisch-geografische beschrijving, inventarisatie en waardering van het cultuurlandschap. Wageningen. Dijkstra, H. & J.A. Klijn (1992). Kwaliteit en waardering van landschappen. Wageningen. Ebbers, G., & H. Van het Loo, (1992).
Bodemkaart van nederland 1 : 50.000. Toelichting bij het kaartblad 28 Oost - 29. Almelo – Denekamp. STIBOKA, Wageningen. Farjon, J.M.J., G.H.P. Dirkx, A.J.M. Koomen, J.A.J Vervloet & G.W. Lammers (2001). Nederlandschap Internationaal. Bouwstenen voor een selectie van gebieden landschapsbehoud. Wageningen, Alterra-rapport 358. Geel, B. van, (2005). ‘Bergvennen als archief van het landschap’. In: Natuurlijk Overijssel. Nummer 2, p. 14 – 15. Gijsbers, W., (2002). ‘Een enkele reis over de ossenwegen’. In: Historisch Geografisch Tijdschrift, nummer 20, p. 62-68. Gijsbers, W., (1999). Kapitale ossen. De internationale handel in slachtvee in NoordwestEuropa (1300 – 1750). Utrecht. Groenewoudt, B.J., & H.B.G. Scholte Lubberink, (2007). ‘Essen en plaggendekken in OostNederland vanuit een archeologisch perspectief’. In: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Nederlandse Archeologische Rapporten, 34, p. 53-77. Hakstegen, J., & A. Bunt, (2007). ‘Twickel en Brecklenkamp’. In: Twickelblad, voorjaar 2007, jaargang 16, p. 18-19. Hammen, T., van der, & T.A. Wijmstra (1971). ‘Some remarks on conservation and management of nature in the Dinkel Valley’. In: Mededelingen Rijks Geologische Dienst. Nummer 22, p. 207-210. Hendrikx, J.A., (1999). Cultuurhistorie van stad en land; waardering en behoud. Utrecht. Hommel, P.W.F.M., et al., (1994).
Natuurbehoud en natuurontwikkeling langs Bloemenbeek en Boven-Dinkel. Gevolgen van ingrepen in de waterhuishouding van het Dinkelsysteem voor enkele karakteristieke vegetatietypen. SC-rapport 304, Wageningen. Horst, M. (2016). Gemeente Emmen. Historisch-geografische inventarisatie. In: Gemeente Emmen. Cultuurhistorische Waardenkaart, Emmen. Horst, M., & T. Spek (2014). ‘De landschapsbiografie. Hoe de mens het landschap heeft gevormd’. In: Praktijkgericht onderzoek in de ruimtelijke planvorming. Methoden voor analyse en visievorming, Wageningen, p. 103 – 125. Hove, J. ten, (2012). Grensgang. Een historische reis langs de randen van Overijssel. IJsselakademie. Hulshoff, A.L., (1957). ‘Het slot te Lage en het sticht Utrecht’. In: Verslagen en mededeelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch regt en Geschiedenis. Nummer 7.
62
Hulshoff, A.L., (1990). ‘Het schattingsregister van Lage van 1407’. In: Overijsselse Historische Bijdragen. Jaargang 105, p. 15-27. Idzinga, A., (2005). Een methode voor historisch-geografische waardering. Velp. Jongmans, A.G., et al., (2013). Landschappen van Nederland. Geologie, bodem en landgebruik. Wageningen. Kieskamp, A.A.M., A.T.W., Eysink & R.M. Veeneklaas, (2017). Bergvennen & Brecklenkampse Veld. Systeemanalyse. Unie van Bosgroepen, Ede. Kluin, D., (2015). Verkenning Natura 2000 gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld. Kouwen, M., van, (2015). Historisch en actueel waterbeheer van de Dinkel. MA-scriptie, Groningen. Landschapsbeheer Nederland, (2006). Handboek Cultuurhistorisch Beheer. Utrecht. Ministerie van CRM (1979). Natuurwaarden en cultuurwaarden in het landelijke gebied. ’s Gravenhage. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2013). Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van ruimtelijke ordening; aanwijzingen en aanbevelingen. Amersfoort. Schönfeld, M., (19803), Veldnamen in Nederland. Arnhem. Seyger, G., (2010), Oudheid van Twente. Enschede. Smeenge, H., Te verschijnen proefschrift. Spek, T., et al., (2010). Mens en land in het hart van Salland. Utrecht. Spek, T. (2004). Het Drents Esdorpenlandschap. Een historisch-geografische studie. Utrecht. Stichting Heemkunde Denekamp. Veldnamen in gemeente Denekamp. Wanrooij, M., (2012). Een korte tijd van glorie.
Geschiedenis van het huis te Brecklenkamp en zijn bewoners. Witt, E. de, (2013). De grens. Langs de randen van Nederland. Woolderink, H., (2013). Historisch boerderij-onderzoek in het richterambt Ootmarsum. Enschede.
Archieven - Kaart horende bij het grenstractaat van 1824: Stadsarchief Deventer, toegang 1236, inv. nr. 781OIK t/m 788OIK (Lattrop-Breklenkamp = 784OIK). - Grenstractaat van 1824: http://wetten.overheid.nl/BWBV0006072/1981-09-16 (artikel 13 en 14 voor Lattrop en breklenkamp).
63
8. Bijlagen
Bijlage 1. Overzicht van grenspalen in de regio Lattrop – Breklenkamp Grenspaal 48 48-I 49 49-I 49-II 50 51 51-I 51-II 52 52-I 52-II 53 53-I 54 54-I 55 55-I 55-II 56 56-I 56-II 57
Dorp/buurtschap Lattrop Lattrop Lattrop Lattrop Lattrop Lattrop Lattrop Lattrop Lattrop Lattrop/Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp Breklenkamp
Gebied Rammelbeek Haarlebruch Haarlebruch De patatzak De patatzak De patatzak De patatzak Bergvennen Bergvennen Bergvennen Bergvennen Bergvennen Brecklenkampse Veld Brecklenkampse Veld Brecklenkampse Veld Brecklenkampse Veld Forst Bentheim Forst Bentheim Forst Bentheim Forst Bentheim Forst Bentheim Forst Bentheim Forst Bentheim
Bergs Venne, De Blaasbal, De Livringbult, Turfgraverij
Das Weisse Venne De Voelendijk
Flederhar?
Waterigpol?
Fuledick
Kaart Blaeu 1645
Scheidsteen als markegrens
t Kleine Fledder, weleer Wateringsblanke of Tibbenpoel, Das Reuschgen
Flederhar?
Grensmarkering
Kruiskuil met paaltje
Het Fledder of de Plesche
Nabij gelegen veldnamen Der Kiwits Marsch Der Bruch Der weisse Sand
Afgebrand paaltje
der Scheidebult*
Der Pispot
* Met zandstenen grenssteen als markegrens en grens tussen Neder- en Bovengraafschap.
Oude kruiskuil
De Kutjesberg (Katjesberg)
64
Postbus 20, 8180 AA Heerde T: 088 - 78 44 300 I: www.cultuurland.com