B_B_ontwerp_1_regels_Bijlage 2 Inrichtingsplan.PDF
Tekst van het document
60
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Verwijderen opslag, struiken en bomen (zuidoosthoek Bergvennen) De omvorming van (naald)bos naar heide met verspreid voorkomende loofbomen zorgt voor grote effecten op de grondwateraanvulling (ca. 80% meer aanvulling op deze locaties). Dit zorgt voor een grotere opbolling van de grondwaterstand in de dekzandruggen en daardoor minder (en kortere) droogte en langer toeleverend grondwater richting de vennen (zie vorige paragraaf). Daarnaast kan met het verwijderen van bos het areaal Droge Heide (H4030), Natte Heide (H4010a) en Jeneverbesstruwelen (H5130) zich uitbreiden. Jonge kiemplanten van Jeneverbessen krijgen een kans zich te vestigen en te ontwikkelen tot volwaardige struiken. Verwijderen van Bos (oosten Brecklenkampse veld) Met het verwijderen van bos (Mn1 en M16) wordt herstel van de vochthuishouding, voornamelijk de aanvulling van grondwater, in het gebied beoogd. Aangezien de huidige bossen veel water verdampen, waarbij naaldhout jaarrond water verdampt, is er de verwachting (conform de Gebieds- en Systeemanalyse Bergvennen & Brecklenkampse Veld) dat meer water in de hogere ruggen (voormalige bos) kan intrekken en kan uittreden in en rondom de vennen en Blauwgraslanden als basenrijk kwelwater. Verwijderen van bos is dus vooral een hydrologische maatregel en meegenomen in de doorrekening van de scenario’s in het grondwatermodel (zie resultaten vorige paragraaf).
Daarnaast kunnen als gevolg van de maatregel vegetaties met heide en graslandtypen zich ontwikkelen op de voormalige bosgronden en vindt een directe uitbreiding plaats van voornamelijk het habitattype Droge Heide (H4030) en in mindere mate Natte heide (H4010A). Jeneverbesstruwelen H5130) en Heischraal grasland (H6230) breiden zich incidenteel uit tussen de andere habitattypen. Peilfluctuaties (door herstel door- en afstroomsysteem) Effect is dat het mogelijk wordt om water af te voeren bij te lange hoge waterstanden zodat deel venoever (zone waterlobelia) droog kan vallen. Dit heeft tot effect dat de waterlobelia zich goed kan ontwikkelen (en niet wordt weggeconcurreerd door veenmossen) Herstelmaatregelen jeneverbes Het vrijstellen van de bestaande struwelen zorgt ervoor dat bestaande struwelen de kans hebben zich te handhaven in het gebied. Hiermee wordt behoud van het bestaande areaal (0,2 ha) beoogd. Het actief verzamelen, bewaren en uitzaaien van zaden zorgt samen met het uitvoeren van aanvullende bodembewerkingen voor de ontwikkeling van jonge struwelen. Hierdoor blijft het habitattype Jeneverbesstruwelen (H5130) voor de lange termijn behouden (instandhouding) voor het gebied de Bergvennen.
5.2
Effecten op overige functies
5.2.1
Landbouw
De effecten op de omliggende landbouwpercelen zijn in beeld gebracht door de verwachte toekomstige grondwaterstanden mee te nemen in de gebruikswaarde van de percelen, en deze af te zetten tegen de huidige gebruikswaarde van de percelen. Hierbij is puur gekeken naar de veranderende abiotische situatie. Maatregelen ten aanzien van het beperken van bemesting zijn hierin dus niet meegenomen. Bodemgeschiktheid voor grasland/weidebouw In de toekomstige situatie blijven de droogte delen van het gebied (in het zuiden) in een klasse 3.2 voor grasland. Dit betekent dat er weinig beweidingsverliezen zijn en dat het goed berijdbaar blijft. Het zijn en blijven in droge situaties sterk verdrogingsgevoelige gronden. In de lagere delen van het gebied (ten westen van de Bergvennen en in de landbouwenclave) zijn in de toekomstige situatie een aantal gronden die een betere bodemgeschiktheid krijgen voor grasland (minder droogtegevoelig). Naar het noorden toe (ten noorden van het Brecklenkampse Veld) komen lagere gronden voor die dezelfde bodemgeschiktheid houden, maar waar in natte jaren wel sprake zal zijn van verminderde draagkracht. Enkele gedeelten aan de noordkant worden geschikter voor grasland door een betere vochtvoorziening.
Bodemgeschiktheid voor akkerbouw (maisteelt) Lagere delen kennen in de huidige situatie al een groter teeltrisico als gevolg van draagkracht en dit zal in de toekomstige situatie niet anders zijn. Met name aan de westkant van de Bergvennen zal de situatie voor akkerbouw verslechteren als gevolg van hogere grondwaterstanden. Er zijn meer categorie 3.1 gronden (beperkt bewerkbaar of zeer beperkt berijdbaar) of gronden die van zeer droogtegevoelig (3.2) naar gronden gaan die minder droogtegevoelig zijn maar ook minder draagkracht hebben (2.3). In de lage delen van de landbouwenclave gaan enkel percelen van zeer droogtegevoelig naar beperkt bewerkbaar of berijdbaar. Ze blijven in de laagste categorie van bodemgeschiktheid. Aan de zuidkant van de Bergvennen wordt de grond meer geschikt voor maisland omdat de droogtegevoeligheid afneemt. Hier gaan echter bemestingsbeperkingen gelden (zie par 4.3.4). Het gebied ten noorden van het Brecklenkampse Veld wordt minder geschikt voor akkerbouw. Opbrengstreducties Bij gras en mais vindt in de toekomstige situatie een opbrengstderving plaats van resp. 5-30% en 5-50% in de laagst gelegen gebieden (ten westen van de Bergvennen, in de landbouwenclave en ten noorden van het Brecklenkampse Veld). Op droogtegevoelige gronden neemt de opbrengstreductie af (dus meer opbrengst) als gevolg van vernattingsmaatregelen.
Vernattingsmaatregelen voor de natuur hebben slechts zeer beperkt een positief effect voor de landbouw. 61
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Het grootste gedeelte van het landbouwgebied blijft ook in de toekomst droogtegevoelig. In droge periodes zal de meeste opbrengstderving (5-30% verminderde opbrengst) van mais plaatsvinden op de hoogstgelegen gronden (meest droge plekken) van het gebied, die liggen langs de westkant en in het zuiden van het gebied.
5.2.2
Erven en wegen
Figuur 5.9 verandering GHG als gevolg van maatregelen; ter plekke van de toekomstige slenk en directe omgeving ten zuidoosten van de Bergvennen is een daling van de grondwaterstand te zien (oranje vlek); dit is het gevolg van de aan te leggen slenk met een drempel van NAP +21,8 m. Dit zorgt ervoor dat er in het voorjaar (maart) grondwater ter beschikking is als aanvoer voor de zuidelijke Bergvennen. Gevolg van de drempel is dat ten opzichte van de huidige situatie de grondwaterstand wordt verlaagd. Mogelijk kan in de praktijk de drempel nog verhoogd worden, zodat de verlaging van de grondwaterstand minder is, maar er moet wel voldoende water zijn voor de voeding en doorstroming van de zuidelijke vennen
Wegen Door de gemeente Dinkelland is onderzoek uitgevoerd naar de toekomstige drooglegging van de gemeentelijke wegen in en rond het Natura 2000-gebied. Als gevolg van de veranderende hoogte van de grondwaterstanden (berekend met het grondwatermodel), is op 9 locaties in het gebied met behulp van het AHN2 hoogtebestand bepaald wat de toekomstige minimale drooglegging is (de drooglegging bij hoge grondwaterstanden (GHG)). De locaties zijn weergegeven in figuur 5.10 en (met de resultaten) in tabel 5.3. Ook is gekeken naar het wegtype en de wegdekverharding. Er wordt een norm van 80 cm drooglegging gehanteerd. Op die plaatsen waar de berekende drooglegging minder dan 0,80 meter bedraagt is sprake van een vergroot risico op schade aan de wegen. Op drie onderzochte locaties is dit het geval: de Bergvennenweg zuidzijde (onderzochte locaties 4 en 5) en de zijweg van de Kommiezendijk naar Duitsland (locatie 7). Particuliere wegen zijn niet meegenomen in het onderzoek. Of de particuliere zandweg aan de noordrand van het Brecklenkampse Veld (in het verlengde van de Vleierweg) voldoende drooglegging houdt zal in de realisatiefase nader worden onderzocht.
62
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Nr. locatie
Lengte
Drooglegging
1 Frensdorferweg
zand
Wegdek
500
1,2
2 Bergvennenweg, noord
asfalt
224
1,0
3 Frensdorferweg
asfalt
541
1,0
4 Bergvennenweg, camping
asfalt
273
0,7
5 Bergvennenweg
zand met betonfietspad
661
0,6
6 Kommiezendijk
asfalt
466
1,2
7 Kommiezendijk zijweg
zand met rijspoor
590
0,6
8 Kommiezendijk
asfalt
662
1,0
9 Brekkelerveldweg zand 544 Tabel 5.3 Overzicht wegvakken in het gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld
1,0
Figuur 5.10 overzicht onderzoekslocaties wegvakken in het gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld
63
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Erven Op basis van de verwachte grondwaterstandsverhoging als gevolg van de maatregelen voor de natuur, is op een vijftal erven (Bergvennenweg, Dennenweg, Frensdorferweg) door Wareco onderzoek uitgevoerd naar de effecten van deze grondwaterstandsverhoging. Op drie erven worden op basis van het onderzoek problemen verwacht; in de huidige situatie is hier al sprake van vochtproblematiek in kelders en de verwachting is dat de problemen toe zullen nemen. Voor de overige twee erven is nog niet te zeggen of er natschade zal optreden. Wareco heeft aangegeven dat hier nader onderzoek moet plaatsvinden. Betrokkenen zijn tijdens de keukentafelgesprekken geïnformeerd en hebben de onderzoeksresultaten ontvangen. In verband met privacygevoelige informatie is het door Wareco uitgevoerde onderzoek niet als bijlage bij het inrichtingsplan opgenomen.
5.2.3
Recreatie
De maatregelen in het inrichtingsplan hebben geen effect op bestaande recreatieve routes. De maatregelen hebben wel gevolgen voor het recreatiepark de Bergvennen (vernatting en aanpassing campingterrein). Het huidige pakket aan maatregelen zorgt er voor dat het campingterrein lokaal een aanpassing ondergaat. Doordat de effecten van deze aanpassingen wordt gemitigeerd is het effect op het recreatieve gebruik van de camping klein. Hiervoor worden enkele huisjes verplaatst en een nieuwe zwemvijver gegraven. (zie paragraaf 4.3.5). Indien meekoppelkansen worden verzilverd zullen de beleving en wandelroutestructuur verbeteren, met name in de Bergvennen. Door omvorming van bos naar korte vegetaties (heide en blauwgrasland) zal er ook meer openheid en dus zicht ontstaan vanaf de grensroute. Tot slot versterken de aanleg van een nieuwe parkeervoorziening en nieuwe informatievoorzieningen de recreatieve waarde van het gebied.
5.2.4
Ruimtelijke kwaliteit
5.3
Mitigerende maatregelen
De natuurherstelmaatregelen hebben een positief effect op de ruimtelijke kwaliteit, omdat de eenheid en openheid in het natuurgebied worden versterkt. Door de omvorming van de landbouwenclave en het Lattropse Veen naar natuur ontstaat er een groot aaneengesloten natuurgebied. De toegankelijkheid en beleefbaarheid worden versterkt. Cultuurhistorische elementen in de Bergvennen worden zichtbaar gemaakt. Herstel van landschapselementen maakt geen onderdeel uit van de natuurmaatregelen, maar op kleine schaal worden bestaande houtwallen hersteld (als maatregel tegen oppervlakkige afspoeling van water van landbouwpercelen) en worden een nieuwe houtsingel (landschappelijke inpassing parkeerterrein) en struweelranden aangeplant.
De maatregelen die genomen worden om de natuurdoelen te halen, kunnen een negatief effect hebben buiten het Natura 2000 gebied of op andere functies. Mitigerende maatregelen zijn fysieke maatregelen die deze negatieve effecten oplossen of ‘verzachten’. Deze mitigerende maatregelen maken integraal onderdeel uit van het inrichtingsplan. NB. De mitigerende maatregelen op Camping de Bergvennen zijn beschreven in paragraaf 4.3.5, aangezien deze sterk verband houden met de andere maatregelen op de Camping. Wegen Op de drie plaatsen waar de berekende drooglegging minder dan 0,80 meter bedraagt moeten maatregelen genomen worden om een voldoende drooglegging te kunnen garanderen. Het betreft de Bergvennenweg zuidzijde (onderzochte locaties 4 en 5, zie figuur 5.10) en de zijweg van de Kommiezendijk naar Duitsland (locatie 7). Deze wegen moeten 10-20 cm worden opgehoogd. Bovendien wordt het meest oostelijke deel van laatst genoemde zijweg verlegd als de grondpositie dit toelaat. Of de particuliere zandweg aan de noordrand van het Brecklenkampse Veld opgehoogd moet worden zal in de realisatiefase, in overleg met de eigenaar, bepaald worden. Parkeren Door het verondiepen van waterloop 36000101 in het bosje waarin ook de parkeerplaats is gelegen wordt deze parkeerplaats slecht begaanbaar. Het verplaatsen naar een hoger gelegen perceel is dan ook een mitigerende maatregel.
De aanpassingen en verbeteringen van de wandelpaden is beschreven als meekoppelkans. Erven Op drie erven wordt verwacht dat met de toekomstige hogere grondwaterstanden de vochtproblematiek in de kelders zal toenemen. Deze erven zijn op de inrichtingsplankaart opgenomen als ‘mitigerende maatregelen natschade gebouwen’. Wareco adviseert de kelders op betreffende erven waterdicht te maken (vloeren, wanden, kimnaden) en stucwerk te herstellen. De mitigerende maatregelen worden in de realisatiefase nader uitgewerkt. Voor twee erven is nader onderzoek in de realisatiefase nodig. Deze erven zijn op de plankaart opgenomen als ‘nader onderzoek mitigerende maatregelen natschade’. Afwatering Lattropse Veen (zuidzijde) Binnen het Lattropse Veen worden alle watergangen gedempt (externe maatregelen). Aangezien het gehele gebied, ook ten zuiden en zuidoosten van het plangebied nu afwatert richting de Frensdorferweg, moet voor de te handhaven ontwatering in het zuidelijke deel en het verwerken van dit water uit Duitsland, een nieuwe afwatering worden gerealiseerd. In de
64
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
realisatiefase moet deze nader gedetailleerd worden, waarbij tevens moet worden gekeken of de sloot langs de Dennenweg aanpassing behoeft. Ophogen landbouwpercelen ten westen van Bergvennen Een van de maatregelen uit de gebiedsanalyse is het ophogen van landbouwgebied ten westen van de Bergvennenweg (M1k) als mitigerende maatregel voor de verwachte vernatting van dit landbouwgebied (als gevolg van hydrologische maatregelen voor de natuur). Deze maatregel is niet in het inrichtingsplan opgenomen en uitgewerkt.
Figuur 5.11 Mitigerende maatregelen
65
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Literatuurlijst
Aggenbach, A.J.S., M.H. Jalink, A.J.M. Jansen & W. van Boschinga, 1998. De gewenste grondwatersituatie voor terrestrische vegetatietypen van pleistoceen Nederland. NOV rapport 3.1. KIWA, Nieuwegein. Aggenbach, C.J.S., 2004. OBN-vooronderzoek in Vetpot en Bergvennen. Systeembeschrijving en inrichtingsplan. Rapport KIWA. Aggenbach, C. & Van Loon, A., 2012. Analyse knelpunten en herstelmaatregelen van het zuidelijk deel van de Bergvennen tbv van Natura 2000 instandhoudingsdoelen. Memo KWR. Bakker, M.A.J., C. den Otter & H.J.T. Weerts, 2003. Beschrijving Formatie van Drenthe. Lithostratigrafische nomenclator van de ondiepe ondergrond. Buishand, T.A., T. Brandsma, G. de Martino & J.N. Spreeuw, 2011. Ruimtelijke verdeling van neerslagtrends in Nederland in de afgelopen 100 jaar. H2O 44, 24, 31-33 Projectgroep Habitatkartering, 2012. Methodiekdocument kartering habitattypen Natura 2000. Berg M.W. van den & C. den Otter, 1993. Toelichting bij de geologische kaart van Nederland 1:50.000. Blad Almelo Oost/Denekamp (280/29). Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Bobbink, R., E. Brouwer, J, ten Hoopen & E. Dorland, 2004. Herstelbeheer in het heidelandschap: effectiviteit, knelpunten en duurzaamheid. In: G.J. van Duinen et al.: Duurzaam natuurherstel voor behoud van biodiversiteit, 15 jaar herstelmaatregelen in het kader van het Overlevingsplan Bos en Natuur. Rapport EC-LNV nr. 2004/305.
Expertisecentrum LNV, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ede. Bor M., Capel W. , Willems G., 2018. Hydrologische effectberekeningen PAS-maatregelen Bergvennen & Brecklenkampse Veld, Tauw kenmerk R002-1244201BMP-mdg-V04-NL Bor M, Capel W, Willems G, 2020. Bergvennen & Brecklenkampse Veld, eindscenario 10. Boschloo, T., 1982. Bodem en grondwater in Bergvennen. Stichting het Overijssels Landschap. Dalfsen. Brouwer, E., 2001. Restoration of Atlantic softwater lakes and perspectives for characteristic macrophytes. Proefschrift Radboud Universiteit. Cuppen, J.G.M. & C. Vorst, 2004. Entomofauna van Noordoost-Twente: verslag van de 158e zomerbijeenkomst te Ootmarsum. Entomologische Berichten 64(6) 2004. Eysiink F, Berg L. van den, 2020. Natura2000-gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld; Advies inrichting en beheer landbouwenclave en Lattropse veen Eysink, 2018. Notitie Toetsingskader scenario’s Natura 2000 doelen Bergvennen en Brecklenkampse Veld Eysink, 2019. BB Notitie afwegingen inrichting landbouwenclave en Lattropse veen Essen E. van, Salm S. v.d., 2019. Bodem, grondwater en bodemgeschiktheid landbouwgebied Brecklenkamp en Bergvennen Essen E. van, Salm S. v.d., 2019. Uitwerking bemestingsmaatregelen landbouwgebied rondom N2000 Breckelenkampse Veld en Bergvennen Garcia, D., R. Zamora, J. M. Gómez, P. Jordano, and J. A. Hódar. (2000).
Geographical variation in seed production, predation and abortion in Juniperus communis throughout its range in Europe. Journal of Ecology 88:436-446. Geel B. van, 2005. Bergvennen als archief van het landschap. Natuurlijk Overijssel. Geurts, J.J.M., A.J.P. Smolders, J.T.A. Verhoeven, J.G.M. Roelofs & L.P.M. Lamers, (2008). Sediment Fe:PO4 ratio as a diagnostic and prognostic tool for the restoration of aquatic biodiversity in fen waters. Freshwater Biology 53: 2101-2116. Geurts, J.J.M., A.J.P. Smolders, A.M. Banach, J.P.M. van de Graaf, J.G.M. Roelofs & L.P.M. Lamers, (2010). The interaction between decomposition, N and P mineralization and their mobilization to the surface water in fens. Water Research 44: 3487-3495. Graaf, M.C.C. de, R. Bobbink, N.A.C. Smits, R. van Diggelen & J.G.M. Roelofs (2009). Biodiversity, Vegetation gradients and key geochemical processes in the heathland landscape. Biological Conservation 142: 2191-2201. Grontmij, 1993. Natuurontwikkelingsplan Bergvennen - Hydrologie en kansen voor natuur in een toekomstig natuurontwikkelingsgebied. Zwolle. Gruwez, R., P. De Frenne, A. De Schrijver, O. Leroux, P. Vangansbeke, and K. Verheyen. (2013a). Negative effects of temperature and atmospheric depositions on the seed viability of common juniper (Juniperus communis). Annals of Botany:mct272. Gruwez, R., O. Leroux, P. De Frenne, W. Tack, R. Viane, and K.
Verheyen. (2013b). Critical phases in the seed development of common juniper (Juniperus communis). Plant Biology 15:210-219. Gruwez, R., P. De Frenne, K. Vander Mijnsbrugge, P. Vangansbeke, and K. Verheyen. (2015). Increased temperatures negatively affect Juniperus communis seeds: evidence from transplant experiments along a latitudinal gradient. Plant Biology. Hammen T. van der & T.A. Wijmstra (eds), 1971. The upper Quaternary of the Dinkel valley (Twente, Eastern Overijssel, The Netherlands). Mededelingen Rijks Geologische Dienst. Offprint from nieuwe serie no. 22. Uitgevers Maatschappij Ernest van Aelst, Maastricht. Hoopen, J.G. ten. & E.J. Weeda, 1993. Botanische rijkdommen van het Brecklenkampsche veld. in: Weeda (red.) Blauwgraslanden in Twente pag. 65 - 68. Huissteden J. van, J. Vandenberghe & B. van Geel, 1986. Late Pleistocene Stratigraphy and Fluvial History of the Dinkel Basin (Twente, Eastern Netherlands). Eiszeitalter und Gegenwart 36. Huissteden J. van, 1990. Tundra rivers of the Last Glacial: sedimentation and geomorphological processes during the Middle Pleniglacial in Twente, Eastern Netherlands. Mededelingen Rijks Geologische Dienst 44. Janse, J.H. (2005) Model studies on the eutrophication of shallow lakes and ditches. Proefschrift Wageningen University, ISBN9085042143, 376 pp. Kieskamp, A.A.M., A.T.W. Eysink, R.M. Veeneklaas & A.J.M. Jansen, 2017.
Bergvennen & Brecklenkampse Veld systeemanalyse. Unie van Bosgroepen.
66
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Kieskamp, A.A.M., A.T.W. Eysink, R.M. Veeneklaas & A.J.M. Jansen, 2017. Uitwerking maatregelenpakket Bergvennen & Brecklenkampse Veld. Unie van Bosgroepen. Kieskamp, A.A.M., A.T.W. Eysink, R.M. Veeneklaas 2019. Bergvennen & Brecklenkampse Veld onderbouwing scenariokeuze PAS maatregelen; Kieskamp, A.A.M., A.T.W. Eysink, 2020. Bergvennen & Brecklenkampse Veld – definitief maatregelenpakket Natura 2000 – uitkomsten iteratief proces, Unie van Bosgroepen 18.53.1030.03 Kinne, O. 2004. Succesfull re-introduction of the newts Triturus cristatus and T. vulgaris. Endangered Species Research 4:1-16. Kluin D., 2015. Verkenning Natura 2000 gebied Bergvennen en Brecklenkampse veld, gemeente Dinkelland i.o.v. Samen Werkt Beter Knol, W. C. and B. S. J. Nijhof. (2004). Jeneverbes in de verdrukking: werk aan de winkel! Wageningen UR. KWR, Witteveen+bos & RoyalHaskoningDHV, 2015. Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Bergvennen en Brecklenkampse Veld. Lamers, L.P.M., Falla, S.J., Samborska, E.M., Van Dulken, I.A.R., Van Hengstum, G. & J.G.M. Roelofs (2002). Factors controlling the extent of eutrophication and toxicity in sulfatepolluted freshwater wetlands. Limnology & Oceanography 47: 585-593. Lang, F.D. de, 2003. Beschrijving Formatie van Dongen. Lithostratigrafische nomenclator van de ondiepe ondergrond. Landschap Overijssel, 2010.
Evaluatie en beheervisie Leunk, I., 2011. Analyse effect ingrepen in Fochteloërveen. KWR 2011.006. Lucassen, E.C.H.E.T., A.J.P. Smolders & J.G.M. Roelofs (2002). Potential sensitivity of mires to drought, acidification and mobilisation of heavy metals: the sediment S/(Ca+Mg) ratio as diagnostic tool. Environmental Pollution 120: 635-646. Lucassen, E.C.H.E.T. (2004a) Biogeochemical constraints for restoration of sulphate-rich fens (black alder forests). Proefschrift Catholic University of Nijmegen, ISBN 90-9017602, 150 pp. Lucassen, E.C.H.E.T., Smolders, A.J.P., Van de Crommenacker, J. & J.G.M. Roelofs (2004b) Effects of stagnating sulphate-rich groundwater on the mobility of phosphate in freshwater wetlands: a field experiment. Archiv für Hydrobiologie 160: 117-131. Lucassen, E.C.H.E.T., Smolders, A.J.P., Van der Salm, A.L. & J.G.M. Roelofs (2004c) High groundwater nitrate concentrations inhibit eutrophication of sulphate-rich freshwater wetlands. Biogeochemistry 67: 249-267. Lucassen, E.C.H.E.T., Smolders, A.J.P., Lamers, L.P.M. & J.G.M. Roelofs (2005a) Water table fluctuations and groundwater supply are important in preventing phosphate eutrophication in sulphate-rich fens: consequences for wetland restoration. Plant and Soil 269: 109115. Lucassen, E.C.H.E.T., Smolders, A.J.P. & J.G.M.
Roelofs (2005b) Effects of temporary desiccation on the mobility of phosphorus and metals in sulphur-rich fens: differential responses of sediments and consequences for water table management. Wetlands Ecology and Management 13: 135-148. Lucassen, E.C.H.E.T., Smolders, A.J.P., Boedeltje, G., Van den Munckhof, P.J.J. & J.G.M. Roelofs (2006) Groundwater input affecting plant distribution by controlling ammonium and iron availability. Journal of Vegetation Science 17: 425-434. Lucassen, E., Smolders, A., Gerats, R., Brouwer, E. & Van den Munckhof, P & J. Roelofs (2008). Het herstel van de Valkenbergvennen vanuit voormalige landbouwgronden. De Levende Natuur 109 (4): 163-168. Lucassen, E.C.H.E.T., Loeffen, L., Popma, J., Verbaarschot, E., E. Remke, S, de Kort & J. Roelofs (2011). Bodemverzuring lijkt een sleutelrol te spelen in het verstoorde verjongingsproces van jeneverbes (Juniperus communis). De Levende Natuur 112 (6): 235-239. Lucassen, E., Van Roosmalen, M., Aben, R., Van der Linden, B. & J.G.M. Roelofs (2013) Gerichte experimentele herstelmaatregelen voor jeneverbesstruwelen in Limburg. Natuurhistorisch Maandblad 102 (8) 193-196. Lucassen, E., Van den Berg, L., Aben, R., Smolders, A., Roelofs, R. & R. Bobbink (2014a) Bodemverzuring en achteruitgang zomereik. Landschap 4: 185-193.
Lucassen, E., Aben, R., Smolders, A., Bobbink, R., Van Diggelen, J., Van Roosmalen, M., Boxman, A., Van den Berg, L. & J. Roelofs (2014b) Bodemverzuring als aanjager van eikensterfte: gevolgen voor herstelmaatregelen. Vakblad Natuur Bos Landschap 103: 23-27. Lucassen, E., E. Brouwer, J. Roelofs & F. Smolders (2016). Bekalkingsproeven in de Hatertse vennen. B-WARE rapport 2016.27. Lucassen, E.C.H.E.T. & J.G.M. Roelofs, 2015. Verheldering Natura 2000 gebiedsanalyse voor de PAS Bergvennen & Brecklenkampse veld. Rapport 2015.08a, onderzoekscentrum BWARE. Lucassen, E.C.H.E.T. & J.G.M. Roelofs, 2016. Uitwerking onderzoeksvragen gerelateerd aan bodemonderzoek, grondwaterkwaliteit en inschatting interne eutrofiëring. Rapport 2016.044, onderzoekscentrum B-WARE. Mullekom, M. van, E.C.H.E.T. Lucassen, M.J. Weijters, R. Bobbink, H. Tomassen & A.J.P. Smolders (2013). Van landbouw naar natuur: gericht op zoek naar kansen! De Levende Natuur 114: 120-126. Mullekom, M. van, F. Smolders & B. Timmermans, 2016. Van landbouw naar natuur: een efficiënte en effectieve aanpak. Onderzoekscentrum B-WARE & het Louis Bolk Instituut. Pluijm, L van der, Capel, W. 2019. Oplegnotitie bij scenario 10, oplegnotitie Slenk BB Poelen M.D.M., Van den Berg L.J.L., Ter Heerdt G, Bakkum R., Smolders A.J.P., Jaarsma N.G., Brederveld R.J.
& Lamers L.P.M (2012) WaterBODEMbeheer in Nederland: Maatregelen Baggeren en Nutriënten (BAGGERNUT) -Metingen Interne Nutriëntenmobilisatie en Decompositie (MIND-BAGGERNUT) Eindrapportage 2012. Onderzoekcentrum B-WARE, Nijmegen. Rapport 2012-18. Provincie Overijssel, 2015, Bergvennen & Brecklenkampse veld, Gebiedsscan Ruimtelijke Kwaliteit Runhaar, J., M. H. Jalink, H. Hunneman en J.P.M. Witte & S.M. Hennekens, 2009. Ecologische vereisten habitattypen. KWR 09.018. Schokker, J., F.D. de Lang, H.J.T. Weerts, C. den Otter en S. Passchier, 2005. Beschrijving Formatie van Boxtel. Lithostratigrafische nomenclator van de ondiepe ondergrond. Serrano, L., C. Díaz-Paniagua b, C. Gómez-Rodríguez, M. Florencio, M.-A. Marchand, J.G.M. Roelofs, E.C.H.E.T. Lucassen (2016). Susceptibility to acidification of groundwaterdependent wetlands affected by water level declines, and potential risk to an early-breeding amphibian species. Science of the Total Environment 571: 1253-1261. Smeenge, proefschrift in voorbereiding.
67
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Smit, G.F.J., F.L.A. Brekelmans, L.S.A. Anema & R. van Eekelen (2007) Kansen voor de kamsalamander. Beschermingsplan voor de kamsalamander in Noord-Brabant. Rapportage in opdracht van de Provincie Noord-Brabant. Smolders, A.J.P., Roelofs, J.G.M. & C. den Hartog (1996) Possible causes for the decline of the water soldier (Stratiotes aloides L.) in the Netherlands. Archiv für Hydrobiologie 136: 327-342. Smolders, A.J.P., L.P.M. Lamers, M. Moonen, K. Zwaga & J.G.M. Roelofs (2001). Controlling phosphate release from phosphate-enriched sediments by adding various iron compounds. Biogeochemistry 54: 219-228. Smolders, A.J.P., E.C.H.E.T. Lucassen, M. van der Aalst, L.P.M. Lamers & J.G.M. Roelofs (2008). Decreasing the abundance of Juncus effusus on former agricultural lands with noncalcareous sandy soils: possible effects of liming and soil removal. Restoration Ecology 16: 240-248. Smolders, A., E. Lucassen, M. van Mullekom, H. Tomassen & E. Brouwer (2009). Ontgronden als maatregel voor natuurontwikkeling op voormalige landbouwgronden: doeltreffend maar ook toereikend? De Levende Natuur 110: 33-38. Smolders, A., J.G.M. Roelofs & E.C.E.T. Lucassen (2011). Goede grond voor natuur -Abiotische bodemcondities sturen vegetatieontwikkeling in natuurgebieden. Bodem 2: 11-13. Smolders, A., Van Diggelen, J., Roelofs, J., Lucassen, E., Geurts, J. & L. Lamers (2013).
Waterkwaliteit in het veenweidegebied: de complexe interacties tussen oever, waterbodem en oppervlaktewater. Landschap 3: 145-153. Thomas, P. A., M. El-Barghathi, and A. Polwart. (2007). Biological flora of the british isles: Juniperus communis l. Journal of Ecology 95:1404-1440. Willemse N.W. & E. H. Boshoven, 2011. Biografie van de Overijsselse Vecht. Hoofdstuk 2: de fysische geografie. Manuscript voor de Atlas van de Overijsselse vecht, RAAP-project VEOV Zonderwijk, M., 2012. Bergvennen: Aanvullende hydrologische analyse voor het N2000 beheerplan. Rapport Waterschap Regge en Dinkel.
68
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
69
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Bijlage 1
kaartbeeld inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Met bemestingmaatregelen Zonder bemestingsmaatregelen
70
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Bijlage 2: Overzicht separate bijlagen De volgende onderzoeksrapporten zijn als bijlagen bij het inrichtingsplan toegevoegd: Uitwerking onderzoeksvragen in het kader van Natura 2000 gerelateerd aan bodemonderzoek, grondwaterkwaliteit en inschatting interne eutrofiëring Datum: 6 juni 2017 Auteurs: Esther Lucassen & Jan Roelofs B-ware rapportnummer: 2016.044 Bergvennen & Brecklenkampse Veld – Systeemanalyse Datum: 2 juni 2017 Auteur(s): A.A.M. Kieskamp, A.T.W. Eysink & R.M. Veeneklaas Unie van Bosgroepen Uitwerking Maatregelenpakket Bergvennen & Brecklenkampse Veld Datum: 2 juni 2017 Auteur(s): A.A.M. Kieskamp, A.T.W. Eysink & R.M. Veeneklaas Unie van Bosgroepen Bergvennen & Brecklenkampse Veld Onderbouwing scenariokeuze PAS maatregelen Datum: 4 februari 2019 Auteur(s): A.A.M. Kieskamp, A.T.W. Eysink & R.M. Veeneklaas Unie van Bosgroepen Toetsingskader hydrologische scenario’s N2000 doelen Bergvennen en Brecklenkampse veld Datum: 2 augustus 2018 Auteur: Fons Eysink Unie van Bosgroepen Hydrologische effectberekening PAS Maatregelen Bergvennen & Brecklenkampse Veld (eindrapport hydrologisch model) Datum: 24 april 2018 Auteurs: M. Bor, W. Capel, G.
Willems Tauw Bergvennen & Brecklenkampse Veld, eindscenario 10 Datum: 29 oktober 2019 Auteur(s): Margrietha Bor MSc, Willem Capel Tauw Bergvennen & Brecklenkampse Veld – definitief maatregelenpakket Natura 2000 – uitkomsten iteratief proces Datum: 23 januari 2020 Auteurs: A.A.M. Kieskamp & A.T.W. Eysink Unie van Bosgroepen Notitie uitkomsten onderzoeksvragen Tauw (notitie afronding onderzoek landbouwenclave en patatzak) Datum: 23 oktober 2019 Auteur: Willem Capel Tauw Notitie aanvullende vragen Natura2000-gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld (beantwoording vragen o.a. over nut en noodzaak van maatregelen in Duitsland) Datum: 10 maart 2020 Auteur: Willem Capel Tauw Bodem, grondwater en bodemgeschiktheid landbouwgebied Breckelenkamp en Bergvennen Datum: 20 mei 2019 Auteurs: Everhard van Essen, Matheijs Pleijter, Jan van Berkum, Maricke Modderkolk Aequator Uitwerking bemestingsmaatregelen landbouwgebied rondom N2000 Breckelenkampse Veld en de Bergvennen Auteurs: Everhard van Essen, Susan v.d. Salm Datum : 16 november 2019 Aequator Memo ruimtebeslag watergangen Bergvennen Datum: 9 oktober 2019 Waterschap Vechtstromen
71
Inrichtingsplan Bergvennen & Brecklenkampse Veld
Recreatiepark Bergvennen, Onderzoek bodemopbouw ven en omgeving Datum: 19 mei 2021 Auteurs H. Smeenge en A.A.M. Kieskamp
72