Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024 - 2033 - Dijk en Waard
Tekst van het document
Duurzaamheid en Leefomgeving
Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024 – 2033
6 oktober 2023
Uitvoeringsparagraaf voor een duurzame en prettige leefomgeving Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Positionering beleid Domein Ruimte Beleidsterrein
Product en dienst
Duurzaamheid en Leefomgeving
Openbare ruimte
Economie en Ondernemen
Mobiliteit
Onderwijshuisvesting Ruimtelijke Ordening
Wonen
Stedenbouw en Landschap
Kwaliteitscontrole Antea Group datum
6 oktober 2023
beschrijving Definitief
vrijgave Oane Hornstra
2
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Inhoudsopgave Samenvatting ............................................................................................................ 4 1 Inleiding ................................................................................................................ 10 1.1 Belang van de openbare ruimte in Dijk en Waard...................................................10 1.2 Aanleiding en doel ....................................................................................................10 1.3 Scope .........................................................................................................................10 1.4 Leeswijzer.................................................................................................................. 11
2. Nadere uitvoeringsregels en acties .................................................................. 14 2.1 Algemeen...................................................................................................................14 2.2 Begraafplaatsen ........................................................................................................16 2.3 Groen .........................................................................................................................17 2.4 Kunstwerken en waterkeringen ...............................................................................20 2.5 Speelvoorzieningen ..................................................................................................21 2.6 Straatmeubilair ..........................................................................................................22 2.7 Verlichting en VRI .....................................................................................................23 2.8 Water ..........................................................................................................................25 2.9 Wegen ........................................................................................................................26 2.10 Resumé financiën ...................................................................................................26
3. Het uitvoeringsproces ........................................................................................ 30 3.1 Plan, do check act activiteiten (monitoring en evaluatie) ......................................30
Bijlage 1: Onderhoudsniveau openbare ruimte ................................................... 34 Bijlage 2: Specificatie nadere regels .................................................................... 35 1.
Ecologische verblijfs- en verbindingszones ............................................................35
2.
Beschermde bomen ...............................................................................................45
3.
Uitgangspunten bij hinder of overlast .....................................................................48
4.
Speeltoestellen.......................................................................................................49
3
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Samenvatting Zodra je de voordeur uitstapt, kom je in de openbare ruimte. Deze openbare ruimte is belangrijk voor het functioneren van de gemeente en gemeenschap. Niet alleen beschouwd vanuit functies, zoals bereikbaarheid, parkeren en verblijven, maar ook in relatie tot het welzijn van inwoners, zoals het vertoeven in een prettige woon- en werkomgeving. De wijze waarop de openbare ruimte wordt ingericht en beheerd is sterk bepalend voor het gebruik en de beleving van de dagelijkse leefomgeving. Doel De gemeenten Langedijk en Heerhugowaard zijn per 1 januari 2022 gefuseerd tot gemeente Dijk en Waard. In de voormalige gemeenten was sprake van lopend en op punten verouderd beleid voor het in stand houden en verbeteren van de leefomgeving. Een opgave is om het beleid van de twee voormalige gemeenten tot één beleid te maken voor Dijk en Waard. Waar voorheen voor elk object in de openbare ruimte een apart plan was, komt dit nu samen in één overzichtelijk document: het “Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 – 2033”. Het “Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 – 2033” is door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin zijn de integrale kaders vastgelegd voor de openbare ruimte. Deze kaders bestaan onder andere uit ambities en beleidsuitgangspunten om gericht te werken aan maatschappelijke opgaven zoals gezondheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulariteit.
Daarnaast is het onderhoudsniveau per areaal en gebiedstype bepaald. Dit rapport, het “Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024 – 2033” bestaat naast bovengenoemd raadskader. Het is een nadere concretisering door het college. Het bevat nadere (uitvoerings)regels en actiepunten om invulling te geven aan de kaders. Op basis van deze elementen zijn ook de benodigde aanvullende budgetten inzichtelijk gemaakt. Thema’s en ambities Kijkend naar de openbare ruimte en de meerdere functies die de openbare ruimte vervult, is er op basis van wet- en regelgeving, gemeentelijke kaders (bijv. het coalitieakkoord) en de mening van bewoners gekeken voor welke thema’s de openbare ruimte op dit moment een meerwaarde kan geven. De belangrijkste thema’s die voortkomen uit het “Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 – 2033” zijn: ➔ Authenticiteit. ➔ Biodiversiteit. ➔ Circulaire economie. ➔ Energietransitie. ➔ Klimaatadaptatie. ➔ Ondernemende leefomgeving. ➔ Participatie. ➔ Prettige leefomgeving. ➔ Veiligheid en bereikbaarheid.
4
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Met behulp van werksessies zijn deze thema’s voor Dijk en Waard verder geformuleerd in ambities en doelstellingen, waaronder: ➔ Een karaktervolle leefomgeving die de identiteit versterkt, herkenbaar en uniek is. ➔ Een goede leefomgeving voor een grote verscheidenheid aan planten en dieren. ➔ Een leefomgeving die het milieu zo min mogelijk belast. ➔ Een leefomgeving waarin wordt toegewerkt naar een energieneutrale gemeente. ➔ Een leefomgeving die waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. ➔ Een leefomgeving met een aantrekkelijk vestigings- en ondernemersklimaat. ➔ Een leefomgeving waarin mensen worden betrokken en meedoen. ➔ Een prettige leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen. ➔ Een voor iedereen toegankelijke leefomgeving die veilig en bereikbaar is. Beleidsuitgangspunten Om de beleidsambities te realiseren door middel van inrichting, beheer en onderhoud van de openbare ruimte zijn beleidsuitgangspunten geformuleerd. Deze bieden een (afwegings)kader ter ondersteuning van besluitvorming, zorgen voor transparantie bij het maken van keuzes, consistentie en effectieve implementatie van beleid op lange termijn. De volgende objecten in de openbare ruimte maken deel uit van de beleidsuitgangspunten: ➔ Begraafplaatsen. ➔ Gebouwen1. ➔ Groen. ➔ Kunstwerken en waterkeringen. ➔ Speelvoorzieningen. ➔ Straatmeubilair. ➔ Verlichting. ➔ Water. ➔ Wegen.
Uitvoeringsregels en actiepunten De beleidsuitgangspunten en ambities voor het beheer en de inrichting van de openbare ruimte (zie Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 – 2033) vormen een belangrijk kader, zodat er in de komende jaren een bijdrage wordt geleverd aan het bewerkstelligen van de ambities binnen de vastgestelde thema’s. De beleidsuitgangspunten in het Integraal Beleidsplan zijn de kapstok voor het uitvoeren van maatregelen. Ze zijn daarmee kaderstellend voor de uitvoering in 2024 tot en met 2033. Aan het “Integrale Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 – 2033” zijn in dit document regels en
1 Voor gebouwen is alleen de BBV verplichting ten aanzien van een vastgesteld onderhoudsniveau
uitgewerkt.
5
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
acties gekoppeld, die een verdere invulling geven voor de werkelijke uitvoering van de ambities. De specifieke regels en actiepunten zijn uitgebreid verwerkt in dit document. Extra (financiële) inspanningen Het college gaat aan de slag met de ambities en beleidsuitgangspunten en heeft hiervoor dit uitvoeringsplan opgesteld. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de budgetten die naar verwachting nodig zijn om de actiepunten uit dit uitvoeringsplan te realiseren. De actiepunten bestaan vooral uit nadere onderzoeken en planvorming. De realisatie- en beheerkosten om deze doelen daadwerkelijk te realiseren volgen hieruit. Voorgesteld wordt om in eerste instantie deze onderzoeken en daarmee de vraag om incidentele middelen te dekken uit mogelijke meevallers binnen de reguliere (beheer)budgetten. Deze werkwijze geldt voor de eerste vier jaar van de looptijd van het beleid. Mocht blijken dat na deze periode weinig acties zijn uitgevoerd wegens onvoldoende financiële “restruimte”, wordt de aanvraag van middelen meegenomen in het begrotingsproces. De structurele uitgaven in onderstaand overzicht zijn nodig om de openbare ruimte op het gewenste onderhoudsniveau te onderhouden en zelfbeheer te faciliteren. Voorgesteld wordt om het verhoogde onderhoudsniveau in 2024 zoveel als mogelijk uit te voeren binnen de bestaande budgetten. Dit geldt ook voor het zelfbeheer van groen.
Het inzicht dat hiermee wordt verkregen wordt gebruikt bij het aanvragen van de daadwerkelijke extra benodigde middelen bij het opstellen van de kadernota en begroting 2025. ➔ Voor de verzorging van wegen in het winkelgebied op een A-niveau is jaarlijks een extra onderhoudsbudget van € 27.000 nodig. ➔ Voor de verzorging van het groen in het winkelgebied op een A-niveau is jaarlijks een extra onderhoudsbudget van € 10.000 nodig. ➔ Voor het onderhoud van straatmeubilair in het winkelgebied op een A-niveau en in de rest van de gemeente op een B-niveau is jaarlijks een extra onderhoudsbudget van € 50.000 nodig. Actiepunten Algemeen Begraafplaatsen Gebouwen Groen Kunstwerken en waterkeringen Speelvoorzieningen Straatmeubilair Verlichting Water Wegen
Kosten eenmalig €€ 35.000 €€ 62.500 €-
Kosten structureel € 87.000 €€€ 35.000 €-
€€ 15.000 € 15.000 € 50.000 €-
€€€€€-
Tabel: Overzicht financiën activiteiten voor de uitvoering van ambities en beleidsuitgangspunten.
6
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
7
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Paginagrote foto uit gemeente
8
Parelhof, Heerhugowaard (Bron: Antea Group, 2023)
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Grasveldjes die bedoeld zijn om te spelen moeten regelmatig gemaaid worden, maar verder mag de natuur haar gang gaan.
Enquête onder inwoners 2023
9
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
1 Inleiding 1.1 Belang van de openbare ruimte in Dijk en Waard De gemeente Dijk en Waard is een Nederlandse gemeente in de provincie Noord-Holland, die in 2022 is ontstaan uit een fusie tussen de gemeenten Langedijk en Heerhugowaard. De gemeente heeft een oppervlakte van ongeveer 70 vierkante kilometer en telt ruim 89.000 inwoners. Het is een groeiende gemeente, waar nog veel woningen worden gerealiseerd, zowel binnen bestaande wijken als aan de randen van de gemeente. Dit heeft impact op het gebruik, maar ook op het beheer, de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte. Zodra je de voordeur uitstapt, kom je in de openbare ruimte. Deze openbare ruimte is belangrijk voor het functioneren van de gemeente en gemeenschap. Niet alleen beschouwd vanuit functies, zoals bereikbaarheid, parkeren en verblijven, maar ook in relatie tot het welzijn van inwoners, zoals het vertoeven in een prettige woon- en werkomgeving. De wijze waarop de openbare ruimte wordt ingericht en beheerd is sterk bepalend voor het gebruik en de beleving van de dagelijkse leefomgeving. Daarbij komt dat steeds vaker grotere maatschappelijke opgaven worden gekoppeld aan onze leefomgeving, zoals de gezondheid van de inwoners, het effect van klimaatverandering (verkoeling, droogte, hevige regenval), mobiliteit, vergroening en duurzaamheid.
1.2 Aanleiding en doel Het “Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 – 2033” is door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin zijn de integrale kaders vastgelegd voor de openbare ruimte. Deze kaders bestaand onder andere uit ambities en beleidsuitgangspunten om gericht te werken aan maatschappelijke opgaven zoals gezondheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulariteit. Bovendien is het onderhoudsniveau per areaal en gebiedstype bepaald. Dit rapport, het “Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024 – 2033” bestaat naast bovengenoemd raadskader. Het is een nadere concretisering door het college. Het bevat nadere (uitvoerings)regels en actiepunten om invulling te geven aan de kaders. Op basis van deze elementen zijn ook de benodigde aanvullende budgetten inzichtelijk gemaakt.
1.3 Scope Dit document betreft het uitvoeringsplan voor de verschillende ambities, doelstellingen en beleidsuitgangspunten die zijn geformuleerd in het “Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 – 2033”. Op basis van wet- en regelgeving, gemeentelijke kaders (bijv. het coalitieakkoord) en de mening van bewoners zijn er verschillende doelstellingen die relevant zijn voor de inrichting, het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte. De ambities die hieruit voortkomen zijn: ➔ Een karaktervolle leefomgeving die de identiteit versterkt, herkenbaar en uniek is. ➔ Een goede leefomgeving voor een grote verscheidenheid aan planten en dieren. ➔ Een leefomgeving die het milieu zo min mogelijk belast.
10
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
➔ Een leefomgeving waarin wordt toegewerkt naar een energieneutrale gemeente. ➔ Een leefomgeving die waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. ➔ Een leefomgeving met een aantrekkelijk vestigings- en ondernemersklimaat. ➔ Een leefomgeving waarin mensen worden betrokken en meedoen. ➔ Een prettige leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen. ➔ Een voor iedereen toegankelijke leefomgeving die veilig en bereikbaar is. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte richt zich op de vrij toegankelijke openbare ruimte welke door de gemeente wordt onderhouden. De volgende beheerdomeinen maken deel uit van dit uitvoeringsplan: ➔ Begraafplaatsen. ➔ Gebouwen2. ➔ Groen. ➔ Kunstwerken en waterkeringen. ➔ Speelvoorzieningen. ➔ Straatmeubilair. ➔ Verlichting. ➔ Water. ➔ Wegen. In dit uitvoeringsplan wordt er niet ingegaan op riolering, afval en grondstoffen in de openbare ruimte. Hier is een apart beleids- en verantwoordingssystematiek voor (Programma Stedelijk Water en Riolering Dijk en Waard 2022-2027; Grondstoffenbeleidsplan Dijk en Waard en de Afvalstoffenverordening gemeente Dijk en Waard).
1.4 Leeswijzer Dit uitvoeringsplan bestaat uit regels, acties en het uitvoeringsproces en bevat daarmee de nadere invulling voor de uitvoering in de periode van 2024 tot en met 2033. Dit rapport bestaat uit de volgende onderdelen: ➔ Hoofdstuk 2 beschrijft de nadere regels en acties inclusief de uitvoeringsprioritering en budgetten voor de realisatie van het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 20232033. ➔ Hoofdstuk 3 beschrijft hoe de voortgang wordt gemonitord en eventueel tot bijstelling van het beleids- en uitvoeringsplan kan leiden.
2 Voor gebouwen is alleen de BBV verplichting ten aanzien van een vastgesteld onderhoudsniveau
uitgewerkt.
11
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
12
Dijk van Kyoto, Heerhugowaard (Bron: Antea Group, 2023)
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Ik voel me veilig op straat, alleen voor loslopende honden heb ik angst.
Enquête onder inwoners 2023
13
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
2. Nadere uitvoeringsregels en acties Het “Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033” bevat de ambities en beleidsuitgangspunten voor de inrichting, het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte. Ze vormen de kapstok voor dit uitvoeringsplan en zijn kaderstellend voor de uitvoering in 2024 tot en met 2033. Aan het “Integrale Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 – 2033” zijn in dit document regels en acties gekoppeld, die een verdere invulling geven voor de werkelijke uitvoering van de ambities. Derhalve dienen de twee documenten in opvolging van elkaar gelezen te worden. Strategie Dit hoofdstuk bevat: ➔ Nadere regels en afspraken voor de uitvoering van de beleidsuitgangspunten. ➔ Actiepunten voor de actieve realisatie van de beleidsuitgangspunten. De nadere regels betreffen maatregelen die vanuit de strategie ‘uitvoeren bij vervanging’ worden opgepakt, of als inrichtingseis geldend bij ‘locatie- of gebiedsontwikkeling’. Bij de actiepunten geldt de strategie ‘actief realiseren’. Dat betekent dat deze regels een hogere prioriteit hebben en zelfstandig opgepakt worden. Hier is geen sprake van een vervangingsmoment of herinrichting.
Het is daarbij mogelijk dat de nadere regels en actiepunten geharmoniseerd zijn vanuit beleid dat in Langedijk of Heerhugowaard golden, of nieuwe zijn opgesteld voortkomend uit de beleidsuitgangspunten van het “Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 – 2033”.
2.1 Algemeen Onderstaande nadere regels en actiepunten zijn van toepassing op de gehele openbare ruimte. Nadere regels ➔ Bij locatie- of gebiedsontwikkeling, bij vervanging of herinrichting wordt de openbare ruimte ingericht ten behoeve van de toegankelijkheid voor de gebruikers. Hiervoor worden de richtlijnen toegankelijkheid van het kennisnetwerk toegankelijkheid van het CROW gehanteerd. ➔ Bij nieuwe projecten wordt een beheerparagraaf opgesteld en afgestemd met de beheerders. ➔ Om de beeldkwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen, voert de gemeente een integrale beleidsschouw/monitoring uit. Hierbij ligt de nadruk op schoon (netjes, vervuiling), heel (technische staat) en veilig (schades). ➔ Bij aanleg van werken in de openbare ruimte, wordt (waar mogelijk) de CO2-uitstoot en MKI-score als gunningscriterium (kwaliteit) meegenomen in aanbestedingen. Op deze manier wil de gemeente circulair inkopen stimuleren. Per project wordt de wegingsfactor van deze scores bepaald.
14
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
➔ Bij de plaatsing van transformatorhuisjes en andere nutskasten worden voorwaarden gesteld aan de uitstraling. De trafo’s worden waar mogelijk verfraaid, zodat deze in het beeld passen (bijv. groenstrook rondom). Veiligheid is hier het uitgangspunt. ➔ Bij de locatie- of gebiedsontwikkeling en herinrichting van wijken worden nieuwe kunstwerken of beeldende kunst meegenomen en met betrokkenen/omwonenden ingevuld. Bij de ontwikkeling van een nieuwe wijk wordt tenminste één kunstbeeld meegenomen en met betrokkenen/omwonenden ingevuld. ➔ Bestaande kunstwerken of beeldende kunst en de directe omgeving hiervan, worden in stand gehouden vanuit de insteek dat beide onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Een kunstbeeld wordt gecreëerd met de omgeving als kader. Dit betekent dat grootschalige (beeldbepalende) aanpassingen aan de omgeving of verplaatsen van het kunstbeeld slechts in overleg met de kunstenaar worden gedaan. ➔ Bij vervanging van onderdelen van de openbare ruimte in een straal van 200 meter van erfgoed wordt waar nodig het areaal omgevormd naar een soort die meer passend is bij de uitstraling van het erfgoed object. Op deze manier draagt een passende inrichting bij aan de totale beleving van de bezoeker van het erfgoed. Actiepunten ➔ Het door de raad vastgestelde onderhoudsniveau-B is het uitgangspunt voor het uit te voeren beheer.
Dit geharmoniseerde onderhoudsniveau kent een uitzondering op wegen en groen (alleen verzorging) in de winkelgebieden, hier is het gewenste onderhoudsniveau een A (was deels A en B). Zie bijlage 1 voor specifieke gebieden. Voor straatmeubilair geldt ook een uitzondering op het onderhoudsniveau (technische staat en verzorging): in het winkelgebied geldt niveau A (was deels A, B en C). De bijbehorende werkzaamheden zijn deels intern (buitendienst) en deels uitbesteed (bestekken). De werkwijzen en bestekken worden hierop aangepast. o Eigenaar: beheerders groen, wegen en straatmeubilair. o Kosten: ▪ Extra kosten verzorgend onderhoud wegen, groen en meubilair = €87.000 (€27.000 wegen, €10.000 groen en €50.000 straatmeubilair). o Dekking: ▪ Aan te vragen voor begroting 2025. ➔ Het sportbedrijf organiseert in samenwerking met het sociaal domein open sportparken. Het sportbedrijf organiseert op sportparken met name sociale activiteiten en fysieke aanpassingen, zoals recreatieve sporttoernooien, gezamenlijke sessies, de toegang verbeteren en hekken weghalen. Dergelijke activiteiten bieden mensen de mogelijkheid om anderen te ontmoeten, te betrekken, nieuwe vriendschappen te sluiten en een gevoel van gemeenschap en verbondenheid te ervaren. De activiteiten die georganiseerd worden zijn verkregen door in de wijk te onderzoeken waar behoefte aan is.
In samenwerking met maatschappelijke partners wordt er in kaart gebracht wat de behoefte van de wijk is. Het ruimtelijk domein onderschrijft en waardeert deze ontwikkeling als middel om mensen via (openbare) ruimte met elkaar te verbinden. o Eigenaar: Sociaal Domein in samenspraak met sportbedrijf. o Dekking: Sociaal domein.
15
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
2.2 Begraafplaatsen Nadere regels ➔ De gemeente vindt het belangrijk dat iedereen een bestemming krijgt die aansluit bij zijn/haar wensen. Hierbij zijn wel een aantal algemene regels van toepassing. De gemeenteraad en het college bepalen met de verordening en het uitvoeringsbesluit welke verschillende uit te geven bestemmingen er zijn, inclusief de eigenschappen. Ook geeft de gemeente aan wat de voorschriften zijn hoe gebruikers deze bestemmingen kunnen verkrijgen. Voor lijk- en asbezorging geldt dat het college vaststelt wat de tijden voor bezorging op begraafplaatsen zijn, welke stukken er overlegd moeten worden en wat de voorschriften voor omhulsels van een lijk of urn zijn. Dit is opgenomen in de Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Dijk en Waard en het bijbehorende uitvoeringsbesluit. ➔ Het college stelt voorschriften waaraan de vorm van grafmarkering en grafbedekking moet voldoen, waarbij rekening gehouden wordt dat dit andere gebruikers of de beheersbaarheid van de begraafplaats niet schaadt of belemmert. ➔ Voor iedere aanvraag op een begraafplaats brengt het college leges in rekening die de kosten dekken. Dit gaat via de vigerende Verordening Lijkbezorgingsrechten. ➔ Het college stelt de openingstijden van begraafplaatsen en de maatregelen ter handhaving van de orde en rust vast.
De bezoektijden worden aangegeven met borden bij de ingang. Begraafplaatsen worden, in de basis, niet afgesloten in de nacht. Actiepunten ➔ De gemeente gaat begraafplaatsen, waar dat nu nog ontbreekt, voorzien van bijzondere beplanting. Hierbij wordt gekozen voor een diversiteit aan natuurlijke en sierlijke beplanting die rust uitstraalt. Hiervoor stelt de gemeente een omvormingsplan op. Het doel van dit punt is dat het groen op de begraafplaats onderscheidend is ten opzichte van de rest van de openbare ruimte en het gehele jaar een groene en verzorgde uitstraling heeft. o Eigenaar: beheerder begraafplaatsen. o Kosten: ▪ Opstellen omvormingsplan voor de 8 begraafplaatsen: € 35.000,-. ▪ Aanleggen nieuwe beplanting (eenmalig) = afhankelijk van soortkeuze en te vervangen oppervlak uit omvormingsplan. ▪ Beheren nieuwe beplanting (structureel) = afhankelijk van soortkeuze en oppervlak uit omvormingsplan. o Dekking: ▪ Restruimte regulier beheerbudget of aanvraag begroting 2028 of later.
16
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
2.3 Groen Nadere regels ➔ Om een goede inrichting en beheer van de ecologische verbindingszones te waarborgen, zijn per ecologisch structuurgebied (verblijfs- of verbindingszone) het natuurtype, de doelsoorten, biotoop en beheermaatregelen vastgelegd (zie bijlage 2.1). ➔ Het (ecologisch) beheer van flora en fauna gaat volgens de Gedragscode Soortenbescherming gemeenten van Stadswerk. Deze gedragscode is bij iedere groenbeheerder, werkvoorbereider en uitvoerder bekend. ➔ Ruw en kruidenrijk gras worden zo ecologisch mogelijk beheerd. ➔ De gemeente zet geen chemische bestrijdings-/ of gewasbeschermingsmiddelen in. De gerichte bestrijding van invasieve exoten zijn hier een uitzondering op. Invasieve exoten zijn benoemd in de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (artikel 8.3) en grotendeels opgenomen in de Unielijst voor invasieve exoten op de site van de Nederlandse Voedsel- en warenautoriteit. ➔ Om de klimaatbestendigheid van planten en bomen te beoordelen wordt soortkeuze altijd getoetst op droogtetolerantie, hittebestendigheid, vorst- en koudebestendigheid, weerstand tegen ziekten en plagen, waterzuinigheid en aanpassingsvermogen. De meest geschikte planten en bomen worden per locatie gekozen, dit kan per plek verschillen. ➔ Bij inrichting van groen wordt de conditie van de groeiplaats bepaalt.
Plant vooral soorten die zich goed ontwikkelen in de bodemomstandigheden van de beoogde locatie. Als onvoldoende soorten toepasbaar zijn, worden de bodemomstandigheden aangepast. Richt groeiplaatsen van groen zodanig in dat voldoende ruimte, vocht, lucht en voedsel geborgd is. Dit met het oog op een goede ontwikkeling van het groen en een efficiënte beheerbaarheid gedurende de beoogde levenscyclus. ➔ Om de kwaliteit van de aanleg, beheer en onderhoud van bomen te waarborgen, werkt de gemeente met de meest recente uitgave van het Handboek Bomen (Norminstituut Bomen). Binnen de organisatie worden sleutelpersonen aangewezen die volgens deze standaarden zijn opgeleid. Tijdens herinrichting- en nieuwbouwprojecten worden de bomen binnen het plangebied gecontroleerd en/of getoetst aan de eisen, richtlijnen en normen, zowel boven als onder de grond. Tijdens onderhoud wordt er gekeken naar het zichtbare gedeelte boven de grond. ➔ Bij de kap van monumentale en beschermde houtopstanden worden standaard beleidsregels gehanteerd om een verzoek af te wegen, zie bijlage 2.2 voor regels. ➔ Bij grootschalige dan wel impactvolle kap van bomen (te beoordelen door de groenbeheerder) worden bewoners in de omgeving betrokken. ➔ Bij de inrichting en het bijbehorende onderhoudsmethode van groen wordt rekening gehouden met het voorkomen van overlast door (wilde) dieren. Denk bijv.
aan een inrichting en onderhoudswijze die geen grote groepen ganzen in de woonwijk aantrekt. ➔ Om karakteristieke openbare ruimte te behouden, plaatst de gemeente karakteristiek groen op rotondes, wegen die de polderontginning volgen, winkelgebieden en belangrijke oriëntatiepunten.
17
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
➔ Voor losloopgebieden gelden de volgende regels: o Binnen de woonwijk zijn kleinere hondenlosloopgebieden beschikbaar die de gelegenheid geven voor een korte wandeling en/of even de hond los te laten. Op strategische plekken, verspreid over de gemeente, zijn grote hondenlosloopgebieden beschikbaar die ruimte geven voor een lange wandeling of specifiek zijn ingericht om te kunnen rennen en spelen met de hond. o Bij het aanwijzen en de inrichting van een hondenlosloopgebied wordt ermee rekening gehouden dat dit de veiligheid van de honden en weg-, sport- en speelruimtegebruikers niet in gevaar brengt en de ontwikkeling van beoogde flora en fauna in ecologische- en natuurgebieden mogelijk houdt. o In nieuwe woonwijken worden in ieder geval kleine hondenlosloopgebieden gerealiseerd als bestaande hondenlosloopgebieden niet binnen loopafstand zijn te bereiken. o De bestaande hondenlosloopgebieden zijn het uitgangspunt. In bestaande woonwijken die niet over een hondenlosloopgebied beschikken wordt alleen (achteraf) een hondenlosloopgebied aangewezen als daar behoefte aan is en naar het oordeel van het college een geschikte plek en inrichting mogelijk is. o De in- en uitgangen van hondenlosloopgebieden worden duidelijk gemarkeerd met een bord. o De aangewezen hondenlosloop- en hondenverbodsgebieden zijn voor een ieder te raadplegen op de website van de gemeente.
Actiepunten ➔ Om de ecologische verbindingszones te laten functioneren, wordt onderzocht waar ecologische routes lopen en wat blokkades en verbeterpunten zijn, afgestemd op de doelsoorten uit het gebied (gebieden zie bijlage 2.1). o Eigenaar: beheerder groen. o Kosten: ▪ Opstellen plan ecologische verbindingen (eenmalig): €30.000. o Dekking: ▪ Restruimte regulier beheerbudget of aanvraag begroting 2028 of later. ➔ Het ‘onttegelen’ van de openbare en particuliere ruimte. Ingezet wordt op het onttegelen van 2.000 m2 openbare ruimte per jaar, waarbij het uitgangspunt is dat de helft omgevormd wordt naar grasland en de andere helft naar heesters. Daarnaast wordt het onttegelen van particuliere ruimten gestimuleerd, via acties vanuit Stichting Steenbreek of bijvoorbeeld een subsidieregeling. o Eigenaar: beheerder groen. o Kosten: ▪ Realisatie onttegelen openbare ruimte: €70.000 (structureel) . ▪ Aansluiting Stichting Steenbreek: €30.000 (structureel). ▪ Subsidieregeling klimaatadaptieve particuliere ruimten: €90.000 (structureel). o Dekking: ▪ Budget is beschikbaar in de begroting.
18
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
➔ Om goed zicht te krijgen op de beschermde houtopstanden gaat de gemeente op basis van de huidige beleidskaders beschermde bomen inventariseren en een register beschermde houtopstanden opbouwen en aanwijzen. Het register wordt digitaal en toegankelijk beschikbaar gesteld. o Eigenaar: beheerder groen. o Kosten: ▪ Inventariseren van beschermde houtopstanden tijdens reguliere inspecties (structureel): kostenneutraal binnen bestaande begroting. ▪ Digitaliseringskosten (eenmalig): €7.500. o Dekking: ▪ Restruimte regulier beheerbudget of aanvraag begroting 2028 of later. ➔ Herstellen van boomstructuren waar deze beschadigd of verdwenen zijn of waar boomziektes het voortbestaan bedreigen. Met het aanvullen van de boomstructuren wordt gericht gewerkt aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en de identiteit van de gemeente. o Eigenaar: beheerder groen. o Kosten: ▪ Jaarlijkse herstelkosten €250.000 (structureel). ▪ Aanvullende kosten €400.000 (eenmalig, bestemmingsreserve projecten leefomgeving en voorzieningen). o Dekking: ▪ Budget is beschikbaar in de begroting. ➔ De gemeente stelt spelregels/voorwaarden op voor het zelfbeheer van groen. Dit is nodig om verzoeken voor zelfbeheer op een eenduidige manier te toetsen. Er zijn spelregels voor financiën en afspraken voor de uitvoering (na te streven beeld). o Eigenaar: beheerder groen.
o Kosten: ▪ Opstellen spelregels (eenmalig): kostenneutraal (eigen uren) ▪ Stelpost financiële ondersteuning zelfbeheer (structureel): € 35.000. o Dekking: ▪ Aan te vragen voor begroting 2025. ➔ De gemeente gaat meer communiceren naar inwoners over het belang van biodiversiteit en hoe dit te bevorderen. Hierdoor kunnen inwoners bijdragen aan het vergroten van de diversiteit aan soorten. Op deze manier zorgt de gemeente ervoor dat tuinen aansluiten bij plantkeuze van de lokale leefomgeving. o Eigenaar: beheerder groen. o Kosten: ▪ Uitvoering binnen budget Stichting Steenbreek ‘onttegelen’. o Dekking: ▪ Budget is beschikbaar in de begroting. ➔ Het aantal schooltuinen wordt behouden, mits er voldoende animo voor is van scholen. Schooltuinen dragen bij aan de bewustwording van het belang van een groene buitenruimte. o Eigenaar: beheerder groen.
19
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
o o
Kosten: ▪ Bijhouden schooltuinen en ambtelijke capaciteit (structureel): €60.000. Dekking: ▪ Budget is beschikbaar in de begroting.
➔ De gemeente realiseert enkele speciale hondenlosloopgebieden. Dit doet de gemeente omdat inwoners behoefte hebben aan speciale hondenspeelplaatsen. De randen zijn op een natuurlijke manier begrenst met bosplantsoen of een haag. De plaatsen zijn voldoende groot dat honden kunnen rennen en spelen. Deze speciale hondenspeelplaatsen komen alleen in grote groenstructuren, in nieuwe te realiseren wijken of ter plaatse van bestaande hondenlosloopgebieden. o Eigenaar: beheerder groen. o Kosten: ▪ Locatie-onderzoek (eenmalig): €25.000 ▪ Realisatie speciale hondenspeelplaatsen (eenmalig): afhankelijk van aantal locaties. ▪ Extra onderhoudsbudget (structureel): afhankelijk van aantal locaties. o Dekking: ▪ Restruimte regulier beheerbudget of aanvraag begroting 2028 of later.
2.4 Kunstwerken en waterkeringen Nadere regels ➔ Indien mogelijk dient een brug voldoende licht te zijn om te voorkomen dat er een paalfundering nodig is en om de CO2-uitstoot te verminderen. Een lichte brug kan eenvoudiger elders (binnen of buiten de gemeente) worden ingezet indien de situatie vraag om een andere oplossing, zoals een grotere brug of geen brug. ➔ Voor de buitendienst moet duidelijk zijn, middels een goed zichtbaar herkenningsteken, wat de maximale belasting van een brug is, aangezien dit niet in te schatten is. ➔ Kunstwerken in watergangen worden dusdanig ingericht dat de onderhoudsboot hier gebruik van kan maken. Bij doorvaarbaar water voor recreatievaart worden kunstwerken hierop ingericht. Denk bijv. aan de benodigde hoogte en breedte van bruggen. Actiepunten ➔ Alle bestaande bruggen worden voorzien van een goed zichtbaar herkenningsteken wat de maximale belasting van een brug is. o Eigenaar: beheerder kunstwerken. o Kosten: ▪ Nader te bepalen herkenningstekens. o Dekking: ▪ Restruimte regulier beheerbudget of aanvraag begroting 2028 of later.
20
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
2.5 Speelvoorzieningen Nadere regels ➔ Bij reguliere vervanging van formele speelruimtes wordt het nieuw te plaatsen type speeltoestel waar nodig aangepast aan de behoefte. Hierbij is de prioriteringsvolgorde van aanbod op speelruimtes: o 1. Spelen en bewegen. o 2. Band met de natuur (nadruk op spelen met water en groen). o 3. Ontwikkelen en leren. o 4. Ontmoeten, kijken en rusten. ➔ Alle speeltoestellen worden geplaatst in een (val) ondergrond die voldoet aan de hieraan gestelde eisen. Tot 1,5 meter hoogte mag een speeltoestel in het gras geplaatst worden. ➔ De gemeente werkt voor de spreiding van formele speelruimtes met cirkelkaarten. Hiervoor is de richtlijn dat voor kinderen van 0-5 jaar binnen 150 meter van de woning een speelplek is van minimaal 200m2. Voor kinderen 6-11 jaar op 300 meter van het huis, oppervlakte minimaal 600m2. Voor 12-18 jaar binnen 1000 meter, met oppervlakte van 2.000m2. Voor een volledige uitwerking van de normen, zie bijlage 2.4. Deze normen worden gehanteerd bij nieuwbouwwijken. Binnen bestaande wijken worden geen nieuwe speelvoorzieningen gerealiseerd (maar wel vervangen). ➔ De gemeente werkt voor een bespeelbare openbare ruimte met richtlijnen voor informele speelruimte. De richtlijnen gaan in op de omvang, ligging, invulling, speelwaarde, verkeerssituatie en mogelijke bedreiging van de informele speelruimtes.
Deze richtlijnen zijn opgenomen in bijlage 2.4 en zijn van toepassing bij nieuwbouwwijken en herinrichtingen. ➔ De gemeente handhaaft op speeltoestellen en straatmeubilair die door derden zijn geplaats in de openbare ruimte, Enerzijds om natrekking en aansprakelijkheid voor ongevallen en schades te voorkomen. Anderzijds omdat de gemeente bij de inrichting van de openbare ruimte zorgvuldig alle verschillende belangen afweegt. Actiepunten ➔ Om de toegankelijkheid van (formele) speelvoorzieningen te vergroten, wil de gemeente dat op iedere speelplaats minimaal 1 toestel aanwezig is dat voor iedere doelgroep geschikt is (bv. een netschommel of glijbaan met breder glijvlak). Om kapitaalvernietiging te voorkomen doet de gemeente dit bij reguliere vervanging. De gemeente brengt in kaart welke speelterreinen niet binnen 10 jaar vervangen worden. Voor deze speelterreinen wordt een plan gemaakt om alsnog minimaal 1 toestel te plaatsen die voor iedere doelgroep geschikt is. o Eigenaar: beheerder spelen. o Kosten: ▪ Onderzoek: interne capaciteit. ▪ Uitvoering plan: nader te bepalen. o Dekking: ▪ Uitvoering plan aan te vragen via begrotingscyclus.
21
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
➔ De gemeente streeft naar zoveel mogelijk open schoolpleinen, waarin schoolpleinen toegankelijk zijn buiten schooluren. Met een aantal scholen zijn er al afspraken gemaakt hierover. De gemeente gaat actief met de schoolbesturen in gesprek om andere schoolpleinen toe te voegen. o Eigenaar: beleidsmedewerker onderwijshuisvesting. o Kosten: ▪ Voeren gesprekken schoolbesturen (eenmalig): interne capaciteit. ▪ Uitvoering open schoolpleinen: onbekend. o Dekking: ▪ Eventuele consequenties aan te vragen via begrotingscyclus.
2.6 Straatmeubilair Nadere regels ➔ De gemeente houdt bij de inrichting van nieuwe wijken rekening met voldoende ontmoetingsplekken en straatmeubilair, zoals bankjes. Hierbij geldt dat er binnen 300 meter van de woning minimaal 1 ontmoetingsplek aanwezig is (bijvoorbeeld een bankje). Op strategische plekken worden grotere ontmoetingsplekken geplaatst (zoals een jongeren ontmoetingsplek). Per gebied wordt gekeken naar het type ontmoetingsplek dat aansluit bij de behoefte in het gebied. ➔ Bij het toestaan en plaatsten van buitenreclame in de openbare ruimte weegt de gemeente (meestal) het uiterlijk aanzien van de gemeente en de verkeersveiligheid af tegen mogelijke inkomsten uit de reclame (te gelde maken van de openbare ruimte) en het beschikbaar stellen van (extra) service naar inwoners en ondernemers. Afhankelijk van de financiële situatie van de gemeente kunnen argumenten een wisselende zwaarte worden meegegeven. Op dit moment zijn in Dijk en Waard verschillende vormen van reclame-uitingen in de openbare ruimte te vinden, op basis van overeenkomsten met derden. Voor het plaatsten van borden, paaltjes en andere objecten in de openbare ruimte is in het integraal beleidsplan openbare ruimte opgenomen dat hier terughouden mee wordt omgegaan. Vanwege de onderhoudbaarheid van de openbare ruimte en het uiterlijk aanzien.
Het is logisch dat deze lijn ook wordt toegepast op de buitenreclame. Daarnaast zorgen maatschappelijke en technische ontwikkelingen ervoor dat bepaalde (service)elementen niet meer nodig zijn. Zo is de meerwaarde van stadsplattegronden en bewegwijzering op bedrijventerreinen aanzienlijk gedaald, met de ruime beschikbaarheid van mobile navigatie en wordt online reclame via sociale media veel toegepast. Bedrijven kunnen zich, meer dan voorheen, op verschillende manieren profileren en kenbaar maken. Reclame in de openbare ruimte kan hierdoor worden afgebouwd.
22
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Lopende overeenkomsten worden uitgediend. Bij het aangaan van nieuwe overeenkomsten of looptijd wordt gehandeld volgens onderstaande regels. ▪ Reclame in de openbare ruimte is gekoppeld aan abri’s. ▪ Geen losse elementen toestaan, die uitsluiten het doel hebben om reclame te maken. Uitzondering hierop zijn de tijdelijke reclameuitingen rond lichtmasten voor evenementen. ▪ Geen stadsplattegronden en bewegwijzeringssystemen voor bedrijven meer toepassen. Actiepunten ➔ De gemeente wil ontmoetingsplekken in de openbare ruimte faciliteren en stimuleren. Hierboven is via een nadere regel omschreven dat de ambitie is om binnen 300 meter van een woning minimaal één ontmoetingsplek en op strategische plekken grotere ontmoetingsplekken ter beschikking te hebben. De gemeente onderzoekt in hoeverre de bestaande openbare ruimte aan deze nadere regel voldoet en doet een voorstel (plan van aanpak) voor verbetering indien de bestaande openbare ruimte aanzienlijk afwijkt van deze regel. o Eigenaar: beheerder spelen. o Kosten: ▪ Inventarisatie dekking ontmoetingsplekken en benodigde extra plekken (eenmalig): €15.000. o Dekking: ▪ Restruimte regulier beheerbudget of aanvraag begroting 2028 of later.
2.7 Verlichting en VRI Nadere regels ➔ Om de verlichtingskwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen, gaat de gemeente voor uniforme masten en lichtbronnen. Toekomstige openbare verlichting bestaat uit een thermisch verzinkte (grijze) lichtmast met een LED-lichtbron en heeft een lichtkleur van 3000 Kelvin (warm wit). Bij reguliere (groot onderhoud) vervanging van lichtmasten wordt dit type teruggeplaatst. ➔ In de nachten wordt de lichtsterkte van verlichting tot maximaal 50% gedimd (ook als het verlichtingsniveau iets onder de norm zakt). ➔ Voor de verkeersregelinstallaties geldt een vaste logische verkeersregeling. Dat wil zeggen: een verkeersafhankelijke regeling (groen op aanvraag + verlengen); beperken aantal fasen; korte cyclustijden; beperking wachttijden; snelle realisatie zijrichtingen; beperking wachtrijen; tijdsafhankelijke instelling groentijden; meeaanvragen van richtingen. De prioriteit voor de afhandeling van het verkeer op kruispunten staat in het Integraal beleidsplan openbare ruimte. In het bijzonder zijn de volgende nadere bepalingen van toepassing: o De VRI staat in wachtstand op rood. o De cyclustijd bedraagt < 100 seconden. o De wachttijd voor fietsers/voetgangers is < 90 seconden.
23
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
o Er treedt geen overstaan op (meerdere cyclussen wachten in een richting). ➔ Er wordt gestreefd naar een beschikbaarheid van 98% van de verkeersregelinstallaties (maximaal 2% uitval t.g.v. storingen). ➔ Ten aanzien van veiligheid en comfort voor gebruikers gelden specifieke regels per weggebruiker. De aanrijsnelheden van autoverkeer zijn zo laag mogelijk, daarom is er geen aanvraag op ver weglussen. Fietsverkeer krijgt extra comfort door detectie op afstand, lage onderlichten op de mast en wachttijdvoorspellers. Voetgangers krijgen extra comfort doordat ze de weg in één keer over kunnen steken (profiel langzame voetganger) en door het toepassen van rateltikkers. Actiepunten ➔ Om de ecologie te bevorderen (donkerte), worden natuurgebieden en fiets- en wandelpaden door parken en groengebieden niet verlicht. Op een aantal plekken in de gemeente staan hier nu nog lichtmasten. Deze worden weggehaald. Uitzondering hierop zijn fiets- en wandelpaden, waarbij geen alternatieve verlichte route door de aangrenzende wijk mogelijk is. De exacte plekken worden geïnventariseerd. o Eigenaar: beheerder verlichting. o Kosten: ▪ Inventarisatie weg te halen lichtmasten (eenmalig): €10.000. ▪ Weghalen overbodige lichtmasten (eenmalig): afhankelijk van aantal weg te halen lichtmasten (inventarisatie). o Dekking: ▪ Restruimte regulier beheerbudget of aanvraag begroting 2028 of later.
➔ Dijk en Waard werkt met uniforme verlichting, eventueel met uitzondering van authentieke/ karakteristieke plekken. Het uitgangspunt is daarnaast dat de lichtbron zo duurzaam mogelijk is, naast energieprestatie is daarbij het uitgangspunt dat milieubelasting van materialen zo laag mogelijk is. Onderzocht wordt welke mogelijkheden er zijn om nog duurzamere verlichting toe te passen. Dit wordt beschouwd vanuit de gehele levenscyclus en kan leiden tot het opnieuw aanbesteden van de standaard verlichting. o Eigenaar: beheerder verlichting. o Kosten: ▪ Onderzoek (eenmalig): €5.000. o Dekking: ▪ Restruimte regulier beheerbudget of aanvraag begroting 2028 of later.
24
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
2.8 Water Nadere regels ➔ Aanleggen van vaartuigen is vooralsnog overal toegestaan, behalve op door het college aangewezen gedeelten van het openbaar water. Het college wijst de volgende plekken aan waar het niet toegestaan is om vaartuigen aan te leggen: o Onder bruggen, duikers en bij sluizen en overhalen. o Aan ecologische waardevolle oevers, zoals rietoevers. o Als de doorvaarbaarheid van de watergang hierdoor in het geding komt. o Als de onderhoudbaarheid van de watergang hierdoor in het geding komt. o Langs oevers waar dat als zodanig met borden is aangeduid. o Aan oevers die in eigendom zijn van anderen dan de gemeente of de eigenaar van het vaartuig, tenzij schriftelijke overeenstemming overlegd kan worden van de eigenaar van de oever. ➔ De doorvaarbaarheid van vaarwateren wordt gewaarborgd door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Per vaarroute is het vaarprofiel (breedte, hoogte en diepgang) vastgesteld. Het vaarprofiel is afhankelijk van het gebruik. ➔ Op moment van vervanging beschoeiing (einde levensduur) wordt per situatie beoordeeld of een beschoeiing echt nodig is om uitspoeling van een oever / oeverafkalving tegen te gaan. Wanneer een beschoeiing niet noodzakelijk is, laat de gemeente een houten beschoeiing staan (wegrotten) en een kunststof of stalen beschoeiing wordt weggehaald. Waar mogelijk worden oevers natuurvriendelijk heringericht.
Actiepunten ➔ De gemeente wil op termijn meer controle krijgen op het gebruik van haar oevers en de wijze waarop aanleggen van boten is toegestaan. Op dit moment worden boten op verschillende manieren aan de oever bevestigd, wat zorgt voor verrommeling en openbare ruimte die regelmatig niet bereikbaarheid is voor het noodzakelijke onderhoud. De gemeente maakt hiervoor een plan waarbij verschillende scenario’s worden onderzocht. Waaronder: het beter inzichtelijk maken van de gedeelten in het openbaar water waar aanleggen van boten is toegestaan en/of verboden. Het vastleggen van regels voor aanlegconstructies. Het faciliteren van aanlegconstructies, mogelijk in combinatie met een algemeen aanlegverbod op gedeelten van de openbare oevers waar geen aanlegconstructie is. o Eigenaar: beheerders water, civieltechnische kunstwerken en beleidsmedewerkers openbare ruimte en recreatie. o Kosten: ▪ Onderzoek en opstellen plan: € 30.000. ▪ Kosten oplossing: nader te bepalen (afhankelijk van onderzoek). o Dekking: ▪ Restruimte regulier beheerbudget of aanvraag begroting 2028 of later.
25
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
➔ De huidige tewaterlaatplek voor recreatievaart aan de Westdijk is gelegen aan een smalle dijk met eenrichtingsverkeer. Parkeren is op afstand en het draaien en keren zorgt regelmatig voor verkeersstremming. Ook wordt overlast ervaren bij de tewaterlaatplek aan de Lepelaar, met name vanwege het ontbreken van parkeerruimte. De gemeente gaat op zoek naar een geschikte alternatieve tewaterlaatplek om in het buitenwater (ringvaart) terecht te komen. Daarnaast onderzoekt het de mogelijkheden om de tewaterlaatplek aan de Lepelaar beter geschikt te maken. Indien niet mogelijk, bekijkt het alternatieve locaties, waarbij nabijheid en bereikbaarheid van het populaire vaargebied in het Rijk der duizend eilanden een uitgangspunt is. o Eigenaar: beheerder kunstwerken en oeververdedigingen. o Kosten: ▪ Verkennen alternatieve tewaterlaatplekken (eenmalig): €20.000. ▪ Verplaatsen tewaterlaatplekken: afhankelijk van uitkomsten verkenning. o Dekking: ▪ Restruimte regulier beheerbudget of aanvraag begroting 2028 of later.
2.9 Wegen Nadere regels ➔ Bij het ontwerp en onderhoud van veilige fietspaden wordt aangesloten bij de richtlijnen van Platform Veilig Fietsen CROW. ➔ Bij het ontwerp en onderhoud van veilige oversteekplaatsen wordt aangesloten bij de principes van het handboek “Veilig Oversteken? Vanzelfsprekend!” van CROW.
Actiepunten ➔ Geen.
2.10 Resumé financiën Het college gaat aan de slag met de ambities en beleidsuitgangspunten en heeft hiervoor dit uitvoeringsplan opgesteld. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de budgetten die naar verwachting nodig zijn om de actiepunten uit dit uitvoeringsplan te realiseren. De actiepunten bestaan vooral uit nadere onderzoeken en planvorming. De realisatie- en beheerkosten om deze doelen daadwerkelijk te realiseren volgen hieruit. Voorgesteld wordt om in eerste instantie deze onderzoeken en daarmee de vraag om incidentele middelen te dekken uit mogelijke meevallers binnen de reguliere (beheer)budgetten. Deze werkwijze geldt voor de eerste vier jaar van de looptijd van het beleid. Mocht blijken dat na deze periode weinig acties zijn uitgevoerd wegens onvoldoende financiële “restruimte”, wordt de aanvraag van middelen meegenomen in het begrotingsproces.
26
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
De structurele uitgaven in onderstaand overzicht zijn nodig om de openbare ruimte op het gewenste onderhoudsniveau te onderhouden en zelfbeheer te faciliteren. Voorgesteld wordt om het verhoogde onderhoudsniveau in 2024 zoveel als mogelijk uit te voeren binnen de bestaande budgetten. Dit geldt ook voor het zelfbeheer van groen. Het inzicht dat hiermee wordt verkregen wordt gebruikt bij het aanvragen van de daadwerkelijke extra benodigde middelen bij het opstellen van de kadernota en begroting 2025. ➔ Voor de verzorging van wegen in het winkelgebied op een A-niveau is jaarlijks een extra onderhoudsbudget van € 27.000 nodig. ➔ Voor de verzorging van het groen in het winkelgebied op een A-niveau is jaarlijks een extra onderhoudsbudget van € 10.000 nodig. ➔ Voor het onderhoud van straatmeubilair in het winkelgebied op een A-niveau en in de rest van de gemeente op een B-niveau is jaarlijks een extra onderhoudsbudget van € 50.000 nodig. Actiepunten Algemeen Begraafplaatsen Gebouwen Groen Kunstwerken en waterkeringen Speelvoorzieningen Straatmeubilair Verlichting Water Wegen
Kosten eenmalig €€ 35.000 €€ 62.500 €-
Kosten structureel € 87.000 €€€ 35.000 €-
€€ 15.000 € 15.000 € 50.000 €-
€€€€€-
Tabel: Overzicht financiën activiteiten voor de uitvoering van ambities en beleidsuitgangspunten
27
Bovenweg, Sint Pancras (Bron: Antea Group, 2023)
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
28
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Bermen voor bloemen en bijen is goed, maar dat wil niet zeggen dat ze niet onderhouden hoeven worden.
Enquête onder inwoners 2023
29
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
3. Het uitvoeringsproces In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de periode na vaststelling van het beleid.
3.1 Plan, do check act activiteiten (monitoring en evaluatie) Om de thema’s, ambities, beleidsuitgangspunten, regels en actiepunten succesvol te laten landen in de dagelijkse gemeentelijke processen, bijvoorbeeld bij gebiedsontwikkeling, beheer en onderhoud moeten verschillende acties worden uitgevoerd. Daarmee betreft het geen statisch beleid maar een dynamische set van beleidsuitgangspunten en maatregelen die meebeweegt met de ervaringen binnen de daadwerkelijke toepassing en uitvoering. Acties: ➔ Het vertalen van beleid voor alle beheergroepen naar specifieke beheer- en uitvoeringsplannen, er zijn nadere acties nodig om per beheergroep te werken aan de thema’s. ➔ Het beleid wordt nader uitgewerkt in de HIOR om de uitvoering van de beleidsuitgangspunten en nadere regels te borgen bij gebiedsontwikkeling en herinrichting van de openbare ruimte. ➔ Het evalueren van inrichtings- en herinrichtingsprojecten aan de hand van de thema’s om te bepalen wat de bijdrage aan de ambities is geweest. ➔ Het monitoren van de kwaliteit van de openbare ruimte aan de hand van de verschillende CROW en NEN normen voor alle beheergroepen binnen de scope van dit integrale beleid.
Aan de hand van de evaluaties en monitoring van de kwaliteit van de openbare ruimte, worden elke 2 of 3 jaar beleidsreviews uitgevoerd, waarbij teruggekeken wordt op de bijdrage en de impact van de uitgevoerde werkzaamheden. Ook wordt gekeken welke ontwikkelingen de komende jaren op de planning staan. Dit kan leiden tot bijstelling van het integrale beleid ten aanzien van de beleidsuitgangspunten, het onderhoudsniveau of de regels en actiepunten. Het kan ook leiden tot een bijstelling van de prioritering van de uitvoering. Evaluatie leidt dus niet altijd tot een bijstelling van het beleid.
30
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Figuur 1 Tijdspad proces van uitvoering beleid.
31
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
32
Gildestraat, Heerhugowaard (Bron: Antea Group, 2023)
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Het omvormen van verharde paden naar groen kan bijdragen aan de opvang van water, zolang het maar geen modderpoel wordt.
Enquête onder inwoners 2023
33
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Bijlage 1: Onderhoudsniveau openbare ruimte
Winkelgebied
Woongebied
Werkgebied
Hoofdwegen
Recreatiegebied
Buitengebied
Voor de periode 2024 tot 2033 is een nieuw ambitieniveau voor de kwaliteit in de openbare ruimte opgesteld voor verschillende objecten en gebieden in Dijk en Waard. Het overzicht van het gewenste onderhoudsniveau voor de gehele gemeente is weergegeven in Figuur 2.
Begraafplaatsen
B
B
B
B
B
B
Gebouwen*
B
B
B
B
B
B
Groen
B
B
B
B
B
B
Verzorging
A
B
B
B
B
B
Kunstwerken en waterkeringen
B
B
B
B
B
B
Speelvoorzieningen
B
B
B
B
B
B
Straatmeubilair
A
B
B
B
B
B
Verlichting & VRI
B
B
B
B
B
B
Water
B
B
B
B
B
B
Wegen
B
B
B
B
B
B
Verzorging
A
B
B
B
B
B
* Voor gebouwen wordt een afwijkende systematiek gehanteerd (NEN-norm). Het onderhoudsniveau voor gebouwen wordt gesteld op conditiescore 3 (NEN 2767). Deze conditiescore is vergelijkbaar met onderhoudsniveau B van het CROW. Indien gebouwen binnen 5 jaar gesloopt, verkocht of gerenoveerd worden, dan wordt een lagere conditiescore toegestaan. De conditie mag echter niet onvoldoende zijn. Dit houdt in dat kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties worden voorkomen. Figuur 2 Ambitie onderhoudskwaliteit.
34
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Bijlage 2: Specificatie nadere regels 1. Ecologische verblijfs- en verbindingszones Verblijfszones In en rondom de gemeente zijn diverse natuurtypes aangewezen door de Provincie NoordHolland. Van alle natuurbeheertypen in Nederland is een algemene beschrijving gemaakt, onderverdeeld in 17 natuurtypen met beheertypen. Deze natuurtypen en beheertypen van de NNN-gebieden worden door de gemeente Dijk en Waard gehanteerd. Aanvullend zijn in de gemeente diverse verblijfzones voor fauna aangewezen. Dit zijn gebieden met kenmerken zoals grote aaneengesloten groene zones die geschikt zijn voor verblijf van zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vleermuizen. Verbindingszones Het streven is om de verblijfsgebieden met elkaar te verbinden, door zogeheten verbindingszones. Op deze manier ontstaat in de openbare ruimte een ecologisch netwerk waarin flora en fauna zich kan verplaatsen. De verbindingszones zijn nieuw en bepaald op basis van: ➔ Quickscans flora en fauna (spreiding van flora en fauna in de gemeente). ➔ Natuurtypen van de provincie Noord-Holland (typen flora en fauna in de gemeente). ➔ Beheerdata groen van de gemeente (logische routes voor verbindingszones, zoals aaneengesloten bermen, bomenrijen, etc.). De verblijf- en verbindingszones zijn verdeeld in een aantal categorieën, hierna te noemen bouwstenen.
Elke bouwsteen kent zijn eigen doelsoorten, biotopen, beheer en inrichting / dimensies. De bouwstenen voor de gemeente Dijk en Waard zijn: ➔ Water en Moeras. ➔ Bos en Park. ➔ Akkernatuur / weidevogelgebied. In de kaart op de volgende pagina is de ecologische zonering aangegeven en per zone de bouwsteen aangegeven. Op de pagina’s volgend op de kaart zijn de doelsoorten, biotopen, beheerstrategie en vereiste dimensie/inrichting per bouwsteen uitgewerkt. De dimensies en inrichting zijn aangegeven voor kerngebieden, deelkerngebieden, stapstenen en verbindingszones. Bij het beheer van de openbare ruimte en ook bij inrichting van nieuwe openbare ruimte, houdt de gemeente rekening met de maatregelen die horen bij de verblijfen verbindingszones (conform beleidsuitgangspunten). Wat niet op kaart is aangegeven is de dorpsnatuur. Dit is kleinschalige ecologie binnen de woonwijk. Dit is aan het einde van deze bijlage beschreven en overal in de gemeente van toepassing.
35
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Figuur 3 Ecologische zones op kaart.
Bovenstaande kaart geeft de ecologische hoofdstructuur weer, dit zorgt voor een gemeente dekkend netwerk. Daarnaast zijn er lokaal in de buurt of wijk ook maatregelen mogelijk om bij te dragen aan dit netwerk.
36
Uitvoeringsparagraaf bij het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033
Bos en park Relatie met natuurtype: N12 (Rijke graslanden), N16 (Bossen met productiefunctie) en N17 (Cultuurhistorische bossen). Doelsoorten: vogels, zoogdieren en insecten: Onder andere: Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis, Eekhoorn, Egel, Hermelijn, Braamsluiper, Bruine kiekendief, Grauwe vliegenvanger, Grote bonte specht, Kneu, Nachtegaal, Sperwer, Spotvogel, Tjiftjaf, Wielewaal, Blauwe glazenmaker, Bruin blauwtje, Landkaartje, Kleine vuurvlinder). Biotoop: Aanwezigheid van structuurrijke overgangen tussen vegetatietypen, doorgaande structuren van opgaande beplanting en bloemrijke hooilanden. De droge structuurrijke natuur bestaat uit een aantal vlakvormige onderdelen (bosschages, struweel, ruigte en bloemrijk grasland) en lijnvormige elementen, zoals singels, houtwallen en bermen. Beheer: ➔ Planten van bomen in “gaten” van lanen. Groene structuren zijn van belang voor vleermuizen. Via deze structuren navigeren vleermuizen van verblijfsgebieden naar foerageergebieden. Het is daarom ook van belang om binnen structuren voldoende bomen als “laanbeplanting” te hebben. Open plekken hinderen namelijk de navigatie van de vleermuizen. Door bomen te planten worden open plekken voor de vleermuizen beperkt. ➔ Beschermen van bomen. Bestaande bomen dienen voor vleermuizen beschermd te worden.
Bomen zijn naast onderdeel van de groenstructuur ook bronnen voor voedsel van vleermuizen, door onder andere insecten. Ook bieden holen in bomen een verblijfsplaats voor de vleermuizen. ➔ Aanpassing van openbare verlichting. Vleermuizen zijn gevoelig voor verlichting in de nacht. Dit kan namelijk hun oriëntatie verstoren. Dit kan worden voorkomen door vleermuisvriendelijke verlichting aan te brengen. Dit licht heeft een laag UV-gehalte en beperkte intensiteit. Daarmee kan negatieve impact op navigatie van vleermuizen verminderd worden. ➔ Niet snoeien bij broedende vogels (buiten broedseizoen specifieke soorten). Het is van belang om geen snoeiwerkzaamheden uit te voeren indien er sprake is van broedende vogels in de specifiek te snoeien boom of beplanting. Zo blijven mogelijke nesten van vogels beschut. Klimop wordt bij voorkeur in de winter gesnoeid omdat deze tot laat in het seizoen nog bessen dragen. ➔ Voer bladafval niet af, maar hark deze tussen hagen en beplantingsvakken. Door bladafval vrijgekomen van bomen en beplanting tussen hagen en beplantingsvakken te harken, worden goede randvoorwaarden geschapen voor insecten. Deze insecten zijn voor vogels een bron van voedsel.