Toelichting Bestemmingsplan Westdijk 12-14 in Heerhugowaard
Tekst van het document
Uit de beoordeling blijkt dat er op basis van de beschikbare bodeminformatie geen betrouwbare uitspraak gedaan kan worden of de bodem geschikt is voor het beoogd gebruik. Uit de beoordeling blijkt dat er op basis van artikel 8, derde lid van de Woningwet geen vrijstelling aan de orde is voor het uitvoeren van een bodemonderzoek: - het toekomstige bouwwerk de grond raakt; - het een bouwwerk betreft waar gemiddeld meer dan 2 uur per dag personen aanwezig zijn.
22
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
Dit betekent dat een vooronderzoek conform NEN 5725 moet worden uitgevoerd. Het bodemonderzoek zelf moet worden uitgevoerd conform NEN 5740. Als uit het vooronderzoek blijkt dat er een redelijk vermoeden van asbestverontreiniging is moet ook een onderzoek volgens de NEN 5707 worden uitgevoerd. Bij het onderzoek dient aandacht te zijn voor de niet eerder onderzochte gedempte sloot. Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw. Conclusie Vanuit het aspect bodem is het bestemmingsplan uitvoerbaar omdat op voorhand geen verontreiniging is vastgesteld en bodemonderzoek wordt uitgevoerd op het moment van aanvraag omgevingsvergunning zodat bij een mogelijke bodemverontreiniging alsnog bodemsanering plaats kan vinden.
4.7
Natuurwaarden
Algemeen Plannen, projecten en andere handelingen dienen getoetst te worden aan de wet- en regelgeving voor natuur. Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: -
Natura 2000-gebieden De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000 gebieden. Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhouding doelstellingen opgesteld voor een of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn ('door externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden strenge restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een "habitattoets" dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag.
-
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden en een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegd gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN.
-
Soortenbescherming Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Indien bij werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is een ontheffing noodzakelijk. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden.
23
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
Er zijn een stikstofdepositie en natuuronderzoek uitgevoerd. Deze zijn als Bijlage II en Bijlage III aan deze toelichting toegevoegd. Onderstaand zijn de conclusies en aanbevelingen uit de rapportages weergegeven: -
-
-
-
-
-
-
-
De locatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, ‘Noordhollands Duinreservaat en ‘Schoorlse Duinen’ en bevinden zich op meer dan 8 kilometer afstand ten opzichte van de onderzoekslocatie. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Gezien de aard van de kan alleen depositie van stikstof mogelijk effect hebben op omliggende Natura 2000-gebieden. Om dit vast te kunnen stellen dan wel uit te kunnen sluiten is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd, welk onderzoek als Bijlage II aan deze toelichting is gehecht. Dit onderzoek bevestigt, dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000 gebieden en daarmee geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof; De locatie maakt voorts geen deel uit van het Natuurnetwerk, inclusief de verbindingszones. Wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland worden verder niet aangetast, zodat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is; Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen.
Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën en grondgebonden zoogdieren alleen ‘vrijgestelde’ soorten verblijvend aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (Huismus, Sperwer en Ransuil), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.
Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Verder is te allen tijde de algemene zorgplicht van toepassing, waarbij in de quickscan een aantal praktische richtlijnen worden gegeven die voorafgaand aan de werkzaamheden kunnen worden gehanteerd. Tot slot worden enkele eenvoudige maatregelen ter bevordering van de natuur voorgesteld.
Momenteel wordt het natuuronderzoek in lijn met de planvorming geactualiseerd. Conclusie Geconcludeerd kan worden, dat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming, geen belemmering vormt voor de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Bij de werkzaamheden zal te allen tijde de zorgplicht in acht worden genomen.
4.8
Archeologie en cultuurhistorie
Algemeen Erfgoedwet De Erfgoedwet vormt het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. De Erfgoedwet bundelt voormalige wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke
24
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die in 2021 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 20162021, dit betreft: - Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. - Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. - Bescherming van stads- en dorpsgezichten. Zaken zoals het certificeringsstelsel en de aanwijzing van archeologische rijksmonumenten blijven in de Erfgoedwet geregeld. Conform artikel 3.6, lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen naast archeologische waarden ook cultuurhistorische waarden te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Archeologiebeleid Dijk en Waard Op 7 juni 2022 is het Archeologiebeleid Dijk en Waard door de gemeenteraad vastgesteld. Dit archeologiebeleid bestaat uit een beleidsnota, archeologische beleidskaart en bijbehorende onderbouwende kaartbijlagen. De archeologische beleidskaarten van de voormalige gemeenten Langedijk en Heerhugowaard dateerden uit 2010. Het is nodig het archeologiebeleid te actualiseren op basis van de laatste archeologische kennis en richtlijnen. Sinds het opstellen van de vorige beleidskaarten zijn verscheidene nieuwe archeologische onderzoeken uitgevoerd en zijn nieuwe archeologische vindplaatsen aan het licht gekomen.
Ten opzichte van het vigerende beleid van de voormalige gemeenten Langedijk en Heerhugowaard hebben wijzigingen plaatsgevonden in de archeologische categorieën en de vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek. Ook was er door het samengaan van de gemeenten Langedijk en Heerhugowaard tot de gemeente Dijk en Waard de noodzaak om binnen twee jaar na de gemeentelijke fusie het archeologiebeleid te harmoniseren. Het archeologisch bodemarchief verdient een goede bescherming: zowel voor de wetenschap (het vormt een bron voor kennisvergaring) als vanuit maatschappelijk oogpunt (het draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving). Elke gemeente behoort dan ook een gedegen archeologiebeleid te voeren. De actualisatie van de gemeentelijk beleidsadvieskaart heeft zich niet alleen gericht op het toevoegen en analyseren van nieuwe archeologische vindplaatsen en onderzoeken.
Ten opzichte van de vorige beleidskaarten zijn enkele aanvullingen/wijzigingen doorgevoerd: - Informatiekaarten waarop de uitgevoerde archeologische onderzoeken en bekende archeologische vindplaatsen zijn weergegeven; - Een landschappelijke ondergrondkaart die de basis vormt voor de archeologische verwachtingen uit de verschillende perioden; - Een historisch-landschappelijke kaart waarop de historisch-geografische elementen zijn weergegeven Op de beleidskaart is de gemeente verdeeld in verschillende archeologiegebieden, elk met een eigen vrijstellingsgrens die aangeeft wanneer een ontwikkeling is vrijgesteld van de archeologische onderzoeksplicht. De actualisatie heeft geleid tot een aanpassing van de categorieën en de vrijstellingsgrenzen voor onderzoek. In de gemeente Dijk en Waard worden de volgende 9 archeologiecategorieën onderscheiden. Voor het voorliggende plangebied geldt categorie 5. bodemprofiel. Voor categorie 5 is een waardestellend archeologisch onderzoek noodzakelijk bij een omgevingsvergunning of andere (aanleg)werkzaamheden waarbij de som van het oppervlakte van de te funderen bouwvlakken plus alle overige bodemroerende werkzaamheden (incl. heien) groter is dan 10.000 m² en dieper dan 40 cm onder maaiveld. Gelet op de lage archeologische verwachting van de gebieden die onder categorie 5 vallen, wordt een licht onderzoeksregime verantwoord geacht.
Alleen bij zeer grootschalige ingrepen (groter dan 10.000 m² en dieper dan 40 cm) wordt archeologisch onderzoek voorgesteld. Primair doel van het archeologisch onderzoek in gebieden van categorie 5 is het toetsen van de archeologische verwachting: het vaststellen van bodemverstoringen en het bepalen van de intactheid van het bodemprofiel.
25
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
Conclusie Door het opnemen van een dubbelbestemming worden de archeologische waarden geborgd. Vanuit het oogpunt van archeologie zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan. Algemeen Leidraad Landschap & Cultuurhistorie 2018 De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is een van de instrumenten om de ruimtelijke kwaliteit in Noord-Holland te stimuleren. De Leidraad geeft inzicht in de ontstaansgeschiedenis, de ruimtelijke en cultuurhistorische karakteristieken van het Noord-Hollands landschap. De leidraad geeft daarbij richting op basis van de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen, de openheid en ruimtebeleving van deze landschappen en de ruimtelijke dragers. In de Leidraad wordt Noord-Holland op basis van deze kernkwaliteit ingedeeld in 20 gebieden, de zogenaamde ensembles en 10 provinciale structuren. Met deze Leidraad wil de provincie richting geven aan ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied en zo, met haar partners komen tot goede ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Binnen de Leidraad is onderscheid gemaakt tussen 'rekening houden met' en 'betrekken bij'. De Leidraad is niet bedoeld als een document met normstellende voorschriften. Behoud en bescherming van landschappen en cultuurhistorische objecten en structuren is op andere manieren geregeld.
Veel natuurgebieden zoals duinen en veenweidegebieden zijn bijvoorbeeld beschermd als Natuurnetwerk Nederland (NNN) en vallen onder Europese regelgeving (Natura 2000). Cultuurhistorische monumenten worden beschermd binnen de Provinciale Monumentenverordening en voor het UNESCO-erfgoed zoals de Stelling van Amsterdam zijn nadere ruimtelijke regels elders in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) verankerd. In de beschrijvingen van de ensembles en structuren zijn verwijzingen opgenomen naar betreffende beschermingsregimes. Betekenis voor het plangebied Het gebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland. Hiertoe wordt verwezen naar paragraaf 3.3.2. In het gebied liggen geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. Inmiddels heeft er een nadere historische-geografische inventarisatie plaatsgevonden, uitgevoerd door de Cultuur Compagnie. Het rapport is te raadplegen via de gemeentelijke website. In het plangebied komen geen panden of objecten die zijn aangewezen als cultuurhistorisch waardevol of karakteristiek. Conclusie De archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit plan. Ook vanuit cultuurhistorisch oogpunt, zijn er geen belemmeringen voor de voorliggende ontwikkeling. Het bestemmingplan wordt uitvoerbaar geacht.
4.9
Externe veiligheid
Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft. Ook dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. Met de inwerkingtreding van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is een aanzet gegeven tot het opstellen van normen voor externe veiligheid. Het besluit is gepubliceerd in het Staatsblad van 10 juni 2004 en in werking getreden op 27 oktober 2007. Het besluit kent twee belangrijke begrippen waaraan moet worden getoetst namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico Onder plaatsgebonden risico wordt verstaan: risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon, die onafgebroken op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof is betrokken.
26
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
Het plaatsgebonden risico wordt beheerst door de inherente veiligheid (veiligheidsmaatregelen die aan risicobronnen zijn opgelegd zonder tussenkomst van externe veiligheid) waarmee risicobronnen zijn omgeven. De kans op een ongeval is daardoor zowel volgens de risicoanalyseberekeningen als blijkens de statistiek buitengewoon klein. Het plaatsgebonden risico is daarom een norm waaraan moet worden voldaan. Het groepsrisico Onder groepsrisico wordt verstaan: cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof is betrokken. De mogelijkheid van een ramp is een beleidsrelevante afweging voor de inrichting van de ruimte. Omdat de kans op een ongeval buitengewoon klein is, is de zeer kleine kans op een ramp daarmee per definitie een gegeven. Het groepsrisico is om die reden een oriëntatiewaarde, ten aanzien waarvan een afweging moet worden gemaakt. Oriëntatiewaarde is: de waarde waarmee het groepsrisico wordt vergeleken. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is. Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.
Het advies van de veiligheidsregio speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag. De beleidsvisie "Externe Veiligheid" In juni 2010 heeft de gemeenteraad de "Beleidsvisie externe veiligheid in Heerhugowaard vastgesteld. De beleidsvisie "Externe Veiligheid" geeft aan dat het beleid zich richt op het beperkt houden van de toename van het groepsrisico dat ontstaat door ruimtelijke besluiten of milieuvergunningen. De beleidsvisie onderscheidt drie soorten te doorlopen verantwoordingsprocessen. Welk proces voor de verantwoording wordt doorlopen hangt af van de hoogte van het groepsrisico in relatie tot de oriëntatiewaarde. Besluit externe veiligheid inrichtingen Met de inwerkingtreding van het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ is een aanzet gegeven tot het opstellen van normen voor externe veiligheid. Het besluit is gepubliceerd in het Staatsblad van 10 juni 2004 en in werking getreden op 27 oktober 2007. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Transport van gevaarlijke stoffen Het besluit externe veiligheid transportroutes en de bijbehorende Regeling Basisnet zijn op 1 april 2015 in werking getreden. Het Bevt regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten.
De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Besluit externe veiligheid buisleidingen Het besluit externe veiligheid buisleidingen en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Betekenis voor het plangebied In de nabijheid van het plan vindt geen vervoer plaats van gevaarlijke stoffen over het water, het spoor en ook niet door ondergrondse buisleidingen onder hoge druk. Er bevindt zich ook geen risicovol bedrijf in de nabijheid dat onder het Bevi valt.
27
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
Figuur 6 Uitsnede risicokaart, rode contour betreft plangebied
Op enige afstand van het plangebied ligt de regionale weg N242 die loopt van Alkmaar naar Middenmeer. Over de weg vindt vervoer plaats van gevaarlijke stoffen. Uit de professionele risicokaart externe veiligheid blijkt, dat de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 op de weg ligt. De afstand van het plangebied tot aan de weg bedraagt meer dan 400 meter. Er worden dus geen kwetsbare bestemmingen mogelijk gemaakt binnen de 10-6 contour. Verder ligt het plangebied op een grotere afstand dan 200 meter, zodat risicoberekeningen niet zijn vereist en er geen beperkingen aan het ruimtegebruik binnen het plangebied worden gesteld. De verwachting is, dat als gevolg van de herinrichting van het sportcluster, het groepsrisico (rekenkundig) niet zal toenemen. Wel blijkt uit de beleidsvisie externe veiligheid Heerhugowaard dat er een standaard verantwoording dient te worden uitgevoerd. Standaard verantwoording groepsrisico In het kader van de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de zelfredzaamheid van de sporters, recreanten en bezoekers bevinden zich de in- en uitgang zowel op polder als dijkniveau, zodat sporters, recreanten en bezoekers bij een calamiteit gemakkelijk van de risicobron af kunnen vluchten. De hulpdiensten kunnen gemakkelijk bij het gebied komen omdat het goed ontsloten is. De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord zal verder om advies worden gevraagd.
Conclusie Vanuit externe veiligheid wordt het plan verantwoord geacht.
28
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
4.10
Ontsluiting en parkeren
Ontsluiting Het plangebied is voor het gemotoriseerd en langzaam verkeer goed bereikbaar vanaf de Broekerweg, Zuijder Vlaerdinge, en de Westdijk. De ontsluiting voor het gemotoriseerde verkeer verloopt via één in- en uitrit, welke op polderniveau evenwijdig aan de Westdijk is gelegen. Vanaf de in- en uitrit is de Westdijk in westelijke richting verder alleen nog voor fietsers en voetgangers toegankelijk, welke route deel uitmaakt van de regionale wandel- en fietsroute en uiteraard ook door de bewoners van de direct aangrenzende woonwijk wordt gebruikt. Deze weggebruikers kunnen op dijkniveau gebruik maken van het fietspad langs het water, waarbij via een nieuwe ontsluiting onderlangs de sportvoorzieningen zijn te bereiken. De Broekerweg, loodrecht gesitueerd op de Westdijk, betreft een oost- west as welke de verschillende deelgebieden c.q. wijken met elkaar verbindt. Een belangrijk effect van de Broekerweg is dat het doorgaande verkeer (zowel langzaam als gemotoriseerde verkeer) zowel in oostelijke als westelijke richting naar het stedelijke gebied geleid kan worden. Deze verkeersstructuur zal door de planvorming niet wijzigen. Het autoverkeer zal daarmee beperkt blijven tot bestemmingsverkeer en wordt sluipverkeer voorkomen. Verder wordt via de Broekerweg het verkeer in meerdere richtingen snel in de verkeersstromen opgenomen.
Parkeren In het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, dient te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde ontwikkelingen wordt de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW-publicatie (Toekomstbestendig parkeren, publicatienummer 381). Het kencijfer wordt bepaald aan de hand van de stedelijkheid (adressendichtheid); Heerhugowaard heeft een sterk stedelijk karakter. De kwalificaties van het plangebied is 'matig stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. Uitgangspunt is dat het parkeren niet op eigen terrein maar in de directe nabijheid van het sportcluster zal plaatsvinden. De keuze hiervoor hangt samen met de stedenbouwkundige, ruimtelijke en functionele invulling van zowel de gronden van het plangebied als directe omgeving daarvan. De kwaliteit van de aanwezige openbare ruimte is immers bij het sportcluster, gelet op de ligging en gebruik bovengemiddeld belangrijk. De parkeerplaatsen voor het sportcluster bevinden zich op en aan de dijk en het parkeerterrein bij de jachthaven. In totaal zijn daarmee 77 parkeerplaatsen beschikbaar.
Deze parkeerplaatsen liggen op een veilige en relatief korte loopafstand van het sportcluster. Voor onderhavig initiatief zal van de beschikbaarheid van de bestaande 77 parkeerplaatsen worden uitgegaan. Hierbij wordt betrokken, dat op basis van dubbelgebruik en eerder uitgevoerde tellingen blijkt, dat de vraag in de praktijk lager is dan de theoretische berekende parkeerbehoefte. Het is immers uiterst onwaarschijnlijk dat alle parkeerplaatsen tegelijkertijd bezet zijn doordat er verschillende tijden zijn waarop trainingen of activiteiten plaatsvinden. Sporters woonachtig in de directe omgeving zullen daarnaast regelmatig gebruik maken van de fiets in plaats van de auto. De onderbouwing van de normering en parkeervraag, van zowel de bestaande als nieuwe situatie, op basis van bovenstaande uitgangspunten (dubbelgebruik en tellingen) is weergegeven in Bijlage I. Op basis hiervan neemt de theoretische parkeerdruk in de nieuwe situatie ten opzichte van de huidige vraag weliswaar in beperkte mate toe, maar is aannemelijk dat de bestaande parkeercapaciteit hierin kan voorzien. Ook wenst de gemeente onnodige verharding te voorkomen, zeker nu uit de tellingen blijkt, dat het aantal aanwezige, beschikbare parkeerplaatsen volstaat.
Hiermee is meer ruimte voor groen, hetgeen de verblijfskwaliteit en beleefbaarheid van niet alleen het sportcluster maar ook de directe omgeving daarvan verhoogt én de negatieve effecten van klimaatverandering tegengaat. Het aspect parkeren vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Conclusie Geconcludeerd kan worden, dat het plangebied een goede ontsluiting voor de verschillende vervoerswijzen biedt. De huidige verenigingen blijven verder bestaan waardoor de huidige verkeer-
29
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
en parkeersituatie ten opzichte van de verenigingen zelf niet veranderd. De toevoeging van extra ruimte en vestigen van een fysiotherapeut zorgen hier wel voor. Echter de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte zijn berekend op basis waarvan verwacht wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de realisatie van onderhavig planvoornemen.
4.11
Duurzaamheid
In het kader van de voorliggende ontwikkeling wordt in het bestemmingsplan aandacht besteed aan het aspect duurzaamheid. Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren (inclusief slopen en hergebruik) van de te realiseren woningen. Duurzaamheidsaspecten waar bij de bouw van de woningen aan moet worden gedacht zijn: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, toekomstbestendigheid, etc. CO2-neutraal en gasloos bouwen Heerhugowaard heeft als ambitie om in 2030 CO2-neutraal te zijn. Dat heeft gevolgen voor de manier waarop de komende jaren de huizen worden verwarmd en van energie worden voorzien. De gemeente Dijk en Waard heeft het manifest “Aan de slag met wonen zonder aardgas” van het HIER Klimaatbureau ondertekend. Met deze ondertekening geeft de gemeente aan dat zij actief inzet op vermindering van aardgas in woningen en andere voorzieningen in de gemeente. Veel nieuwe huizen en voorzieningen worden bijvoorbeeld niet meer op het gasnet aangesloten, deze worden verwarmd door stadswarmte of elektrisch via een warmtepomp. Vergroening van de stad Een andere vorm vaan duurzaamheid is het behouden en toepassen van groen. Hiermee wordt de leefbaarheid en het comfort van de leefomgeving verbeterd.
De aanwezigheid van groen biedt voordelen in de vorm van afkoeling van gebouwen in de zomer en hebben een isolerende werking in de winter Betekenis voor het plangebied Het bestaande groen, onder meer bestaand uit een bomensingel, blijven bij de herontwikkeling behouden. Verder zal bij de herinrichting van het terrein het aspect water, zowel de compensatie als afvoer van hemelwater, zorgvuldig worden betrokken, zodanig dat dit een bijdrage levert aan een duurzaam systeem.
4.12
Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen
Planologische relevante buisleidingen dienen in het bestemmingsplan te worden bestemd. De bestemming leiding wordt gecombineerd met de bestemming van de gronden waarin de leiding is gelegen en beperkt de rechten en het gebruik van die gronden (de zogenaamde dubbelbestemming). Planologisch relevante leidingen zijn: - hoofdtransportleidingen; - hoogspanningsleidingen van 50 kV en hoger; - buisleidingen voor het transport van brandbare gassen met een druk van 20 bar of hoger; buisleidingen voor het transsport van brandbare vloeistoffen met een diameter van 400 mm en groter; buisleidingen voor het transsport van giftige stoffen; - buisleidingen met een diameter van 400 mm en groter en gelegen buiten de bebouwde kom; buisleidingen voor het transport van afvalwater van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier met een diameter van 400 mm en groter (hoofdleidingen van en naar de afvalwaterzuiveringsinrichting); - optisch vrije paden (straalpaden). Niet-planologisch relevante leidingen behoeven geen bescherming/regeling in het bestemmingsplan. Deze leidingen (riool(pers)leidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) vervullen uitsluitend een functie voor de aanwezige functies in het gebied (kavelaansluitingen) en kunnen ook zonder planologische regeling worden aangelegd. Deze leidingen zijn veelal aangelegd langs en/of in combinatie met aanwezige infrastructuur.
Bij de technische uitwerking van het plan wordt de
30
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
veiligheid van deze kabels en leidingen gewaarborgd via het KLIC-systeem. Betekenis voor het plangebied Er is getoetst aan de vigerende bestemmingsplannen en de risicokaart van Nederland om inzicht te krijgen in mogelijke belemmeringen in of in de directe nabijheid van het plangebied. Uit dit onderzoek zijn geen relevante kabels, leidingen, straalpaden of andere belemmeringen naar voren gekomen, die mogelijk een belemmering zouden kunnen zijn voor deze ontwikkeling. Conclusie Kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Een plan-m.e.r. is een in de Wet milieubeheer (Wm) vastgelegde procedure waarmee voor de m.e.r.(beoordelings)plichtige onderdelen van een ruimtelijk plan de milieugevolgen op basis van een zekere bandbreedte worden beoordeeld. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De drempelwaarden waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het planvoornemen omvat de herinrichting van een bestaand sportcluster en kan gelet op haar ligging aard en omvang in het licht van de rechtspraak niet als stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt daarmee niet noodzakelijk geacht. In dit kader wordt volledigheidshalve aangegeven, dat de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling in voorgaande paragrafen reeds zijn onderzocht. Op basis hiervan mag worden aangenomen dat de toekomstige activiteiten in het plangebied geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen hebben. Naar alle Europese criteria voor de afweging hieromtrent is gekeken. Het planvoornemen geeft dan ook geen aanleiding voor onderzoek in het kader van het Besluit m.e.r. Conclusie Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten.
De kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zijn niet van dien aard dat er aanleiding bestaat tot het opstellen van een milieueffectrapportage, noch vormvrije m.e.r.-aanmeldnotitie.
31
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1
Inleiding
5.1.1 Algemeen Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 (Rsro 2012). Dit houdt in dat het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP), de verbeelding is getekend conform Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012 (IMRO 2012) en wordt uitgewisseld volgens de conventies van de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012). Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting Een planbeschrijving, beleidsverantwoording en een toets aan de relevante milieuhygiënische en ruimtelijke aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet en een korte beschrijving van de handhavings- en uitvoeringsaspecten. De regels De regels geven aan wat de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn binnen het plangebied. Uitgegaan is van de standaarden, die de gemeente hanteert. De verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemming(en) en aanduidingen weergegeven, zoals beschreven wordt in paragraaf 5.2.
5.2
Toelichting op de regels
De regels zijn onderverdeeld in drie hoofdstukken: - in hoofdstuk 1 zijn de inleidende regels opgenomen; - hoofdstuk 2 omvat de bestemmingsregels; - hoofdstuk 3 omvat de algemene regels en het overgangsrecht. Hierna wordt een toelichting gegeven op de voornoemde hoofdstukken en daarin opgenomen artikelen. Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard
5.3
Bestemmingsregels
De systematiek van de planregels zijn zoveel mogelijk gebaseerd op de modelregels van de gemeente Dijk en Waard. Artikel 3 Sport Voor het sportcluster is de bestemming ‘Sport’ opgenomen. Naast de bestaande verenigingen wordt ook expliciet de vestiging van een fysiotherapeut toegestaan. Bebouwing mag binnen de op de
32
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
verbeelding aangegeven bouwvlakken worden opgericht. Hierbij is een deel van de reeds aanwezige gebouwen binnen de bestemming en op de verbeelding met een bouwvlak opgenomen. Artikel 4 Waarde - Archeologie – 5 De op de verbeelding voor de 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor archeologische waarden. Deze dubbelbestemming is opgenomen voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Hieraan is een omgevingsvergunningenstelsel gekoppeld voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden. Artikel 5 Waterstaat – Waterkering De voor ‘Waterstaat – Waterkering’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor primaire en secundaire waterkering. De dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering" is primair ten opzichte van de andere daar voorkomende bestemmingen. Deze regeling heeft betrekking op alle binnen het gebied gelegen waterkeringen en houdt een bouwverbod in voor gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde, die daar op grond van de enkel bestemming gerealiseerd zouden kunnen worden. Burgemeester en wethouders kunnen dit bouwverbod doorbreken na advies te hebben ingewonnen bij de beheerder van de waterkering
5.4
Algemene regels
In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. Deze bestaan uit de volgende onderdelen: Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Hier zijn algemene regels ten aanzien van het ondergronds bouwen opgenomen met bijbehorende maatvoering. Ook is hierin geregeld wanneer overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen door ondergeschikte bouwdelen is toegestaan. Specifiek is een regeling opgesteld voor erkers. Algemene gebruiksregels In deze regels is opgenomen welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig gebruik worden beschouwd. Algemene afwijkingsregels Deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van dit bestemmingsplan ten behoeve van niet-ingrijpende bouwactiviteiten. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven.
Algemene wijzigingsregels Deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. Overige regels In deze regels is opgenomen welke parkeernormen gelden en dat voldoende parkeerruimte dient te worden gerealiseerd en in stand moet worden gehouden. Onder voorwaarden is het mogelijk om van de parkeernormen af te wijken, mits voldaan wordt aan de gestelde criteria.
33
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
5.5
Overgangs- en slotregels
Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.
34
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1
Financieel-economische uitvoerbaarheid
Indien sprake is van een bouwplan en voor de goedkeuring van dit bouwplan een wijziging of afwijking van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk is, is een gemeente verplicht om haar kosten op de initiatiefnemer en/of grondeigenaar te verhalen. Er moet een exploitatieplan worden vastgesteld ter verzekering van het verhaal van kosten. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn categorieën aangewezen waarbij deze verplichting van toepassing is. Het gaat daarbij om de volgende categorieën: - de bouw van een of meer woningen; - de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; - de uitbreiding van een gebouw met tenminste 1000 m² brutovloeroppervlakte of met een of meer woningen; - de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; - de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies tenminste 1500 m² brutovloeroppervlakte bedraagt; - de bouw van kassen met een oppervlakte van tenminste 1000 m² brutovloeroppervlakte Van het vaststellen van een exploitatieplan kan op basis van artikel 6.12 lid 2 onder a Wet ruimtelijke ordening worden afgezien als er op een
andere wijze is voorzien in het verhaal van kosten. In de gemeentelijke meerjarenbegroting is een investeringsbudget opgenomen voorde ontwikkeling inclusief de realisatie van de infrastructuur en eventuele tegemoetkoming in planschade. Het bestemmingsplan wordt daarmee economisch uitvoerbaar geacht en het sluiten van een anterieure overeenkomst is daarmee niet noodzakelijk.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro aan de voorgeschreven bestuurlijke partners gezonden. Gelijktijdig heeft het ontwerpbestemmingsplan voor eenieder voor een periode van zes weken vanaf 14 april 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen en vooroverlegreacties ontvangen. Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Het bestemmingsplan wordt op de volgende onderdelen gewijzigd: Toelichting - Paragraaf 4.6: er wordt geadviseerd om voorafgaand aan de omgevingsvergunning een bodemonderzoek uit (laten) te voeren. Deze paragraaf is hierop aangepast; - Paragraaf 4.10: de bereikbaarheid van de sportvoorziening geschiedt niet langs de brug, maar via een nieuwe ontsluiting onderlangs. Dit is redactioneel aangepast.
Bijlagen - Bijlage 2 Stikstofrapportage met bijbehorende berekeningen: de rapportage is aangevuld, in die zin dat de stroom middels een aggregaat zal worden opgewekt. Daarnaast is de gehanteerde verkeersgeneratie nader toegelicht, waarbij van worst case scenario is uitgegaan; - Bijlage 3 Natuuronderzoek: ter verduidelijking is aangegeven, dat het onderzoek ziet op Westdijk 12 én 14;
35
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
Regels - Bij artikel 3 wordt lid 3.2.2 toegevoegd, waarin wordt bepaald, dat er hekwerken met een maximale hoogte van 1,50 meter op de gebouwen ten behoeve van een terras en het botenplein mogen worden opgericht.
36
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
Bijlage I Parkeerbalans van de huidige en toekomstige situatie
37
Parkeerbalans Westdijk Dijk en Waard - Huidige situatie Dijk en Waard, 20-03-2023 Uitgangspunten Huidige situatie Conform 'Nota parkeernormen 2022’ Dijk en Waard. Vastgesteld december 2022 en gaat uit van de gemiddelden van de CROW-publicatie 381, 2018 Matig stedelijk, zone D Rest bebouwde kom, zone D Programma en parkeernormen Jachthaven (norm: jachthaven) 84 ligplaatsen. Norm: 0,6 pp/ligplaats Ossa (norm: fitnessstudio) 165 m2 bvo. Norm: 4,8 pp/100 m2 bvo Ossa - Botenstalling (norm: bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief) 405 m2 bvo. Norm 1,05 pp/100 m2 bvo Kanowaard (norm: fitnessstudio) 350 m2 bvo. Norm: 4,8 pp/100 m2 bvo Personal training TvS (norm: fitnessstudio) 175 m2 bvo. Norm 4,8 pp/100 m2 bvo
Bevat: reparatie, kleedkamers en instructieruimte, bestuurskamer en kantine Inclusief kantine
Parkeervraag sportcluster Programma aantal m2
Jachthaven
Normen Parkeervraag kengetal kengetal gemeen min. max. len min. len max. telijke vraag vraag norm norm norm 0,5
0,7
0,6
42,0
58,8
50,4
Ossa
165
4,3
5,3
4,8
7,1
8,7
7,9
Ossa - Botenstalling
405
0,8
1,3
1,1
3,2
5,3
4,3
Kanowaard
350
4,3
5,3
4,8
15,1
18,6
16,8
Personal training
175
4,3
5,3
4,8
7,5
9,3
8,4
75
101
88
Totaal
84
gem. vraag
Parkeervraag sportcluster met aanwezigheidspercentages, gebaseerd op gemiddelde norm Aanwezigheidspercentages Parkeervraag Werkdag Zaterdag Zondag Werkdag ochtend middag avond nacht middag avond ochtend middag avond nacht Jachthaven 25 25 50 0 100 100 75 13 13 25 Ossa 25 25 50 0 100 100 75 6 2 4 Ossa - Botenstalling 25 25 50 0 100 100 75 1 1 2 Kanowaard 25 25 50 0 100 100 75 4 4 8 Personal training 100 75 10 0 10 10 10 7 6 1 31 26 41 Totaal
Zaterdag Zondag middag avond 0 50 50 38 0 8 8 6 0 4 4 3 0 17 17 13 0 1 1 1 0 60 80 80
Conclusie Uitgaande van gemeentelijke parkeernormen en rekening houdend met aanwezigheidspercentages, bedraagt de parkeervraag in de huidige situatie maximaal 80 parkeerplaatsen.
Parkeerbalans Westdijk Dijk en Waard - Nieuwe situatie (tellingen) Dijk en Waard, 20-03-2023 Uitgangspunten Nieuwe situatie Conform 'Nota parkeernormen 2022’ Dijk en Waard. Vastgesteld december 2022 en gaat uit van de gemiddelden van het CROW Matig stedelijk, zone D Rest bebouwde kom, zone D Programma en parkeernormen Jachthaven (norm: Jachthaven) Ossa (norm fitnesscentrum) Ossa - Botenstalling (norm: bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief) Kanovereniging Kanovaard (norm: fitnesscentrum) Personal training TvS (norm: fitnessstudio) Fysiotherapeut (norm: fysiotherapiepraktijk)
84 ligplaatsen. Norm: 0,6 pp/ligplaats 270 m2 bvo. Norm: 4,8 pp/100 m2 bvo 580 m2 bvo. Norm 1,05 pp/100 m2 bvo 380 m2 bvo. Norm: 4,8 pp/100 m2 bvo 144 m2 bvo. Norm 4,8 pp/100 m2 bvo 4 behandelkamers. Norm: 1,75 pp/behandelkamer
Bevat reparatieruimte en training, kleedkamer en instructie, kantine Inclusief kantine
Parkeervraag sportcluster Programma aantal m2
Jachthaven
Normen Parkeervraag kengetal kengetal gemeent min. max. len min. len max. elijke vraag vraag norm norm norm
84
Roeivereniging Ossa
270
gem. vraag
0,5
0,7
0,6
42,0
58,8
50,4
4,3
5,3
4,8
11,6
14,3
13,0
Roeivereniging Ossa - Botenstalling
580
0,8
1,3
1,1
4,6
7,5
6,1
Kanovereniging Kanowaard
350
4,3
5,3
4,8
15,1
18,6
16,8
144
4,3
5,3
4,8
6,2
7,6
6,9
1,5
2,0
1,8
6,0
8,0
7,0
85
115
100
Personal training Fysiotherapeut
4
Totaal
Jachthaven Ossa Ossa - Botenstalling Kanovereniging Kanowaard Personal training TvS Fysiotherapeut Totaal
Aanwezigheidspercentages Werkdag ochtend middag avond nacht 25 25 50 25 25 50 25 25 50 25 25 50 100 75 10 100 75 10
Parkeervraag Zaterdag Zondag Werkdag middag avond ochtend middag avond nacht 0 100 100 75 13 13 25 0 100 100 75 3 3 6 0 100 100 75 2 2 3 0 100 100 75 4 4 8 0 10 10 10 7 5 1 0 10 10 10 7 5 1 35 32 45
Zaterdag Zondag middag avond 0 50 50 38 0 13 13 10 0 6 6 5 0 17 17 13 0 1 1 1 0 1 1 1 0 66 88 88
Conclusie Uitgaande van de gemeentelijke parkeernormen en rekening houdend met aanwezigheidspercentages, bedraagt de parkeervraag in de nieuwe situatie maximaal 88 parkeerplaatsen.
Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard
Bijlage II Onderzoek stikstofdepositie inclusief bijlagen
38
RAPPORTAGE Onderzoek stikstofdepositie Westdijk 12-14 Heerhugowaard
Rapport onderzoek stikstofdepositie Westdijk 12-14, Heerhugowaard Opdrachtgever
Rothuizen Architecten en Adviseurs Postbus 29 4330 AA Middelburg
Rapportnummer
21435.001
Versienummer
D3
Status
Definitief
Datum
31 mei 2023
Opsteller1
De heer ing. R.M. Sanders
Kwaliteitscontrole
De heer M.C.H. Verhoeven, BSc
1
AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.
CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. RECHTEN Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ................................................................................................................................................... 1 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 2
2
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................................... 3
3
UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................................... 4 3.1 3.2
4
Aanlegfase ...................................................................................................................................... 4 Gebruiksfase................................................................................................................................... 6
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING ................................................................................................. 8
Bijlage 1. AERIUS-berekening projecteffect aanlegfase Bijlage 2. AERIUS-berekening projecteffect gebruiksfase
21435.001
SAMENVATTING Aan de Westdijk 12-14 te Heerhugowaard is men voornemens om op het bestaande sportcluster de huidige sportkantine en kleedkamers van de roeivereniging te slopen en richting de dijk te verplaatsen. Daarnaast zal meer ruimte worden gecreëerd voor de binnensportactiviteiten van de roeivereniging en zal een praktijk voor fysiotherapie zich in de nieuwbouw vestigen. Ook wordt het sportcluster daarmee meer bereikbaar voor een breder publiek. De uitbreiding van het oppervlak zal deels, door het hoogteverschil, onder de bestaande bebouwing waar de botenopslag plaatsvindt en het botenplein worden gerealiseerd. Op deze wijze wordt zorgvuldig en met respect van de directe omgeving met het extra ruimtebeslag omgegaan. Verder zal de bestaande bebouwing van de kanovereniging worden opgenomen in het bouwvlak, maar verder geen verandering ondergaan. In het kader van de bestemmingsplanwijziging is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt.
Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen, het vervoer van personeel, het stationair draaien van het vrachtverkeer en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2022.1). Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
21435.001 versie D3
1/8
1
INLEIDING
Aan de Westdijk 12-14 te Heerhugowaard is men voornemens om op het bestaande sportcluster de huidige sportkantine en kleedkamers van de roeivereniging te slopen en richting de dijk te verplaatsen. Daarnaast zal meer ruimte worden gecreëerd voor de binnensportactiviteiten van de roeivereniging en zal een praktijk voor fysiotherapie zich in de nieuwbouw vestigen. Ook wordt het sportcluster daarmee meer bereikbaar voor een breder publiek. De uitbreiding van het oppervlak zal deels, door het hoogteverschil, onder de bestaande bebouwing waar de botenopslag plaatsvindt en het botenplein worden gerealiseerd. Op deze wijze wordt zorgvuldig en met respect van de directe omgeving met het extra ruimtebeslag omgegaan. Verder zal de bestaande bebouwing van de kanovereniging worden opgenomen in het bouwvlak, maar verder geen verandering ondergaan. In het kader van de bestemmingsplanwijziging is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. In figuur 1.1 is de situering van het plan en de omliggende Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 1.1 Situering plan en omliggende Natura 2000-gebieden.
Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. De Natura 2000-gebieden ‘Schoorlse Duinen’ en ‘Noordhollands Duinreservaat’ liggen op circa 7,7 kilometer afstand het meest nabij het plan. Op circa 8,7 kilometer afstand ligt tevens het Natura 2000-gebied ‘Eilandspolder’.
21435.001 versie D3
2/8
2
TOETSINGSKADER
De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Geen significante toename Het beoogde plan mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
21435.001 versie D3
3/8
3
UITGANGSPUNTEN
Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. De projecteffecten van beide fases dienen inzichtelijk te worden gemaakt.
3.1 Aanlegfase Met het plan wordt de sloop en nieuwbouw van de sportkantine en kleedkamers van de roeivereniging, het creëren van meer ruimte voor binnensportactiviteiten van de roeivereniging en een praktijk voor fysiotherapie mogelijk gemaakt. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen, het vervoer van personeel, het stationair draaien van het vrachtverkeer en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie. De aanlegfase betreft een tijdelijke ontwikkeling en zal minder dan één jaar duren. De werkzaamheden zullen in 2023 worden uitgevoerd. Mobiele werktuigen De benodigde gegevens voor de aanlegfase zijn, in overleg met de opdrachtgever, gebaseerd op invoergegevens van vergelijkbare bij Econsultancy bekende getallen. De emissiefactoren van de werktuigen zijn tevens gebaseerd op de in AERIUS Calculator opgenomen kengetallen. Voor de aanlegfase is de inzet van de in tabel 3.1 opgenomen mobiele werktuigen voorzien. Voor overig (klein) materieel wordt uitsluitend gebruik gemaakt van elektrisch aangedreven werktuigen. Tabel 3.1
Inzet mobiele werktuigen.
werktuig
stageklasse
vermogen [kW]
draaiuren [u/j]
brandstofverbruik [l/j]
shovel
v.a. I
75 - 560
40
480
graafmachine
v.a. I
75 - 560
80
800
mobiele kraan
v.a. I
75 - 560
120
1.200
verreiker
v.a. I
75 - 560
120
1.560
betonstorter
v.a. I
75 - 560
40
400
aggregaat
v.a. I
56 - 75
400
4.000
Verkeersbewegingen Naast de inzet van werktuigen vinden er ook verkeersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het plan. Op basis van soortgelijke projecten wordt verwacht dat er voor de gehele aanlegfase 1.000, 500 en 250 verkeersbewegingen met respectievelijk lichte, middelzware en zware motorvoertuigen plaatsvinden.
21435.001 versie D3
4/8
De ontsluiting van het verkeer kan in verschillende richtingen plaatsvinden. In het onderhavig onderzoek is een volledige ontsluiting in zuidoostelijke richting tot aan de N242 gehanteerd. Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in de instructie2, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer.’ De verkeersintensiteit op de N242 ligt met circa 25.000 motorvoertuigen per etmaal3 vele malen hoger dan de maximale verkeersgeneratie van het plan (weekdaggemiddeld). Het verkeer ten gevolge van de aanlegfase zal derhalve ter hoogte van de N242 volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer zal in de praktijk bij uitsplitsing in verschillende rijrichtingen reeds eerder in het heersende verkeersbeeld zijn opgenomen dan in het onderhavig onderzoek gehanteerd.
Stationair draaiende voertuigen In de AERIUS-berekening is rekening gehouden met het stationair draaien van het middelzwaar en zwaar vrachtverkeer. De bijbehorende emissies zijn gesimuleerd op basis van de rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer4. Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor “verkeer stad stagnerend” welke voor middelzwaar vrachtverkeer 69,7208 gram NOx per uur en 0,7112 gram NH3 per uur bedragen en voor zwaar vrachtverkeer 79,0392 gram NOx per uur en 0,9072 gram NH3 per uur5. Er wordt ervan uitgegaan dat elke vrachtwagen een kwartier stationair draait binnen het bouwterrein. Op basis van het totaal aantal uren (62,5 voor middelzwaar verkeer en 31,25 voor zwaar vrachtverkeer) en bovenstaande emissiefactoren bedraagt de totale emissie ten gevolge van het stationair draaien van het vrachtverkeer binnen het bouwterrein 6,83 kg NOx en 0,07 kg NH3. In figuur 3.1 zijn de emissiebronnen van aanlegfase weergegeven. De vlakbronnen betreffen de emissies ten gevolge van de mobiele werktuigen en de stationair draaiende voertuigen en de paarse lijn de emissies van het (bouw)verkeer.
2 Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022, januari 2023 Versie 1 3 Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit monitoringsronde 2022, monitoringsjaar 2021, verkregen van https://www.cimlk.nl/kaart. 4 BIJ12, Rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer, januari 2022, bijlage: 202201 Emissiefactoren voor de berekening stationaire
emissie wegverkeer. 5 Emissiefactoren voor peiljaar 2023.
21435.001 versie D3
5/8
Figuur 3.1 Emissiebronnen aanlegfase.
3.2 Gebruiksfase Met het plan wordt het gebruik van het terrein door de roei- en kanovereniging inclusief de botenstalling en het geven van fysiotherapie mogelijk gemaakt. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De benodigde gegevens voor de gebruiksfase zijn aangeleverd door de opdrachtgever en aangevuld op basis van de in AERIUS Calculator opgenomen kentallen. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van het rekenjaar opvolgend aan de aanlegfase (2024). Verkeersbewegingen Volgens de opdrachtgever genereert het totale plan 375 verkeersbewegingen per weekdag. Hiervan is 2% opgenomen als zwaar vrachtverkeer ten behoeve van onder andere afvalophaaldiensten en bezorgdiensten. Voor de beoogde ontwikkelingen is de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW-publicatie (Toekomstbestendig parkeren, publicatienummer 381). Het kencijfer wordt bepaald aan de hand van de stedelijkheid (adressendichtheid); Heerhugowaard heeft een sterk stedelijk karakter. De kwalificaties van het plangebied zijn 'matig stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. Bij de berekening is uitgegaan van het ‘worstcase’ scenario. Voor de ontsluiting van het verkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1.
21435.001 versie D3
6/8
In figuur 3.2 is de emissiebron tijdens het toekomstig gebruik weergegeven. De paarse lijn betreft het verkeer van en naar het plan.
Figuur 3.2 Emissiebron gebruiksfase.
21435.001 versie D3
7/8
4
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING
De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2022.1). In bijlage 1 en 2 zijn de AERIUS-berekeningen van respectievelijk de aanlegfase en de gebruiksfase opgenomen. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof.