CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bestemmingsplan Westdijk 12-14 in Heerhugowaard

Gemeenteraad 12 juli 2023, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Westdijk 12-14 Heerhugowaard24.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

‘Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard’

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding ...................................................................................................................... 3 1.1 Algemeen ................................................................................................................................ 3 1.2 Plangebied .............................................................................................................................. 3 1.3 Doel ......................................................................................................................................... 4 1.4 Geldende planologische regelingen ........................................................................................ 4 1.5 Leeswijzer ............................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Huidige en toekomstige situatie .............................................................................. 6 2.1 Huidige situatie ........................................................................................................................ 6 2.2 Toekomstige situatie ...............................................................................................................

8 2.2 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten ........................................................................... 9 Hoofdstuk 3 Beleidskaders .......................................................................................................... 10 3.1 Inleiding ................................................................................................................................. 10 3.2 Rijksbeleid ............................................................................................................................. 10 3.3 Provinciaal en regionaal beleid ............................................................................................. 12 3.4 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 13 3.5 Afweging beleidskader .......................................................................................................... 17 Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten .............................................................................. 18 4.1 Milieu- en omgevingsaspecten.............................................................................................. 18 4.2 Geluidhinderaspecten ...........................................................................................................

18 4.3 Milieuzoneringen ................................................................................................................... 19 4.4 Water ..................................................................................................................................... 20 4.5 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 21 4.6 Bodem ................................................................................................................................... 22 4.7 Natuurwaarden ...................................................................................................................... 23 4.8 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................... 24 4.9 Externe veiligheid .................................................................................................................. 26 4.10 Ontsluiting en parkeren ......................................................................................................... 29 4.11 Duurzaamheid ....................................................................................................................... 30 4.12 Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen ...................................................

30 4.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ................................................................................................. 31 Hoofdstuk 5 Juridische aspecten ................................................................................................ 32 5.1 Inleiding ................................................................................................................................. 32 5.2 Toelichting op de regels ........................................................................................................ 32 5.3 Bestemmingsregels ............................................................................................................... 32 5.4 Algemene regels ................................................................................................................... 33 5.5 Overgangs- en slotregels ...................................................................................................... 34 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 35 6.1 Financieel-economische uitvoerbaarheid ............................................................................. 35 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................ 35

Bijlagen toelichting Bijlage I Bijlage II Bijlage III

Parkeerbalans van de huidige en toekomstige situatie, gemeente Dijk en Waard Onderzoek stikstofdepositie inclusief bijlagen, Econsultancy, 31 maart 2023; Natuurtoets Westdijk Heerhugowaard, Van der Goes en Groot, ecologisch onderzoeks- en adviesbureau, 7 maart 2022.

2

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Algemeen

De gemeente Dijk en Waard is voornemens om het bestaande sportcluster gesitueerd aan de ‘Westdijk 12 – 14’ te Heerhugowaard, zowel qua bebouwing als gebruik, opnieuw in te richten en daarmee te optimaliseren. Deze herinrichting zorgt – met behoud van ruimtelijke kwaliteit – voor een versterking van de bestaande sport- en recreatieactiviteiten in de Kanaalzone, draagt bij aan de beleving daarvan en is daarmee in lijn met het gemeentelijke beleid voor de kanaalzone. Dit bestemmingsplan biedt het juridisch planologisch kader hiervoor. In samenwerking met de betrokken verenigingen heeft de gemeente een toekomstbestendig plan voor het sportcluster ontwikkeld. Momenteel zijn op de planlocatie een roeivereniging (‘Ossa’), een kanovereniging (‘Kanowaard’) en een fitnesscentrum aanwezig. Deze functies blijven hier gevestigd. Verder zijn de gronden in eigendom van de gemeente. Echter, door een gedeelte van de bestaande bebouwing te slopen en daarnaast nieuwbouw te plegen, krijgt het bestaande sportcluster een nieuwe impuls. Zo wordt onder meer ten behoeve van de roeivereniging een nieuwe, binnen-accommodatie gerealiseerd, waarbij de sportkantine en kleedkamers worden verplaatst en respectievelijk op dijk- en maaiveldniveau komen te liggen. Daarnaast wordt een praktijk voor fysiotherapie op het terrein gevestigd.

Hierdoor wordt de beschikbare ruimte voor de sportvoorzieningen op het sportcluster beter worden gebruikt.

1.2

Plangebied

Het plangebied omvat de locatie gesitueerd aan de ‘Westdijk 12 – 14’ en ligt in de wijk Broekhorn. Dit betreft een buurt gelegen ten westen van het Stadshart Heerhugowaard. De locatie ligt aan het Kanaal Omval-Kolhorn. Op het sportcluster zijn twee verenigingen actief. Dit betreffen de roeivereniging ‘Ossa’ en de kanovereniging ’Kanowaard’. Daarnaast is er een fitnesscentrum gevestigd. In groter verband bezien wordt de locatie als volgt begrensd: - door grondgebonden woningen aan de overzijde van de Ooster Vlaerdinge aan de west- en zuidzijde; - een speelvoorziening en parkeerterrein nabij de jachthaven aan de oostzijde; en - door het Kanaal Alkmaar Omval-Kolhorn gescheiden door de Westdijk aan de noordzijde. Kortom, de locatie ligt op een bijzondere plaats in de wijk Broekhorn, ten westen van het Stadshart Heerhugowaard, met vanaf de dijk vrij uitzicht over het water. Een uitsnede en begrenzing van het plangebied is opgenomen op onderstaande luchtfoto.

3

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Figuur 1 Ligging van het plangebied, rode driehoek betreft het plangebied

1.3

Doel

Doel van voorliggend bestemmingsplan is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader op basis waarvan: - de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk kunnen worden gemaakt; en - de reeds gerealiseerde bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden conserverend worden vastgelegd. Het voorliggende bestemmingsplan is derhalve enerzijds ontwikkelingsgericht en anderzijds conserverend van aard.

1.4

Geldende planologische regelingen

Voor het plangebied geldt momenteel de onderstaande planologische regimes: - het bestemmingsplan 'Broekhorn 2017', zoals vastgesteld op 5 september 2017; - het bestemmingsplan ‘Wonen en parkeren’ zoals vastgesteld op16 februari 2021. Hierbij wordt opgemerkt, dat de opvolgende actualisatieplannen (2015, 2017) niet van toepassing zijn op het voorliggende plangebied. Wel is het bestemmingsplan ‘Wonen en parkeren’ geldig, in die zin dat in dit plan in algemene zin is bepaald, dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning moet worden getoetst of er voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn of worden aangelegd. Als uitgangspunt voor de berekening van de parkeereis van een ruimtelijke ontwikkeling (toevoegen of uitbreiding van een of meerdere functies) worden de meest recente toekomstbestendige richtlijnen/parkeerkencijfers van het CROW gehanteerd. Na vaststelling krijgt hierop, de parkeernota Heerhugowaard 2021, dan wel de opvolgers daarvan, een aanvullende werking.

4

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Figuur 2 Uitsnede bestemmingsplan 'Broekhorn 2017', rode driehoek betreft plangebied

De gronden waar de beoogde herinrichting is voorzien zijn reeds voor sportdoeleinden en -terreinen bestemd. Binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken mag hoofdbebouwing worden opgericht. Daarnaast zijn bijgebouwen met een maximale oppervlakte van 60 m² en met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 4,50 meter toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling past, zowel qua bebouwing als functie, niet volledig binnen het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de gewenste ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken.

1.5

Leeswijzer

Het bestemmingsplan ‘Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard’ bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende gedeelte van het plan. Daarop wordt een toelichting gegeven. In de toelichting worden de uitgangspunten, motivatie en verantwoording van de keuzes die de actualisatie mogelijk maakt aangegeven. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de bestaande en toekomstige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan het ruimtelijk beleid, dat op de beoogde herziening van toepassing is. De milieuaspecten worden behandeld in hoofdstuk 4. Aan de hand van onderzoeken wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten, waarmee de uitvoerbaarheid van het plan op deze aspecten wordt aangetoond. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vorm van het bestemmingsplan beschreven, waarbij uiteengezet wordt op welke wijze de toekomstige situatie in het plangebied is vertaald in een juridische regeling. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid komt in hoofdstuk 6 aan de orde.

5

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Hoofdstuk 2 Huidige en toekomstige situatie 2.1

Huidige situatie

De locatie ligt ten westen van het Stadshart Heerhugowaard en grenst, gescheiden door het Kanaal Alkmaar Omval – Kolhorn, ten oosten aan Broek op Langedijk en ten noorden aan het in Broek op Langedijk gelegen Landschapsreservaat Oosterdel. Op het sportcluster worden meerdere sportactiviteiten aangeboden en zijn twee verenigingen actief. Dit zijn de roeivereniging ‘Ossa’ en de kanoverenging ’Kanowaard’ en betreffen daarmee voornamelijk buitensportactiviteiten. De bestaande bebouwing wordt voornamelijk aangewend voor binnensportactiviteiten, werkplaats, kleedkamers en opslag van materieel. Verder biedt het sportcluster ruimte aan een fitnesscentrum en beschikken beide verenigingen over een kantine. Wat het terrein verder kenmerkt is de ligging aan het kanaal alsmede het hoogteverschil ten opzichte van het niveau van de dijk. Dit hoogteverschil wordt door de aanwezige brug die de dijk met het botenplein en de bebouwing verbindt opgevangen. De dijk zelf heeft in relatie tot het kanaal een waterkerende functie en is dan ook als primaire waterkering bestemd. Het sportcluster zelf is te bereiken via de Westdijk en kent op polderniveau één in- en uitrit voor motorvoertuigen. Fietsers en voetgangers kunnen gebruik maken van het fietspad gelegen op dijkniveau en kunnen via de brug de sportvoorzieningen te bereiken. Naast de ingang op polderniveau is een klein speelterrein gelegen.

Onderstaande afbeeldingen geven een impressie weer van de huidige situatie ter plaatse van het sportcluster. Op de achtergrond zijn de huidige sportkantine en de kleedkamers van de roeivereniging zichtbaar.

6

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

7

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

2.2

Toekomstige situatie

Het voornemen bestaat om op het bestaande sportcluster de huidige sportkantine en kleedkamers van de roeivereniging te slopen en richting de dijk te verplaatsen. Daarnaast zal meer ruimte worden gecreëerd voor de binnensportactiviteiten van de roeivereniging en zal een praktijk voor fysiotherapeut zich in de nieuwbouw (gaan) vestigen. Ook wordt het sportcluster daarmee meer bereikbaar voor een breder publiek. De uitbreiding van het oppervlak zal deels, door het hoogteverschil, onder de bestaande bebouwing waar de botenopslag plaatsvindt en het botenplein worden gerealiseerd. Op deze wijze wordt zorgvuldig en met respect van de directe omgeving met het extra ruimtebeslag worden omgegaan. Verder zal de bestaande bebouwing van de kanovereniging worden opgenomen in het bouwvlak, maar verder geen verandering ondergaan. In het kader van dit bestemmingsplan is in overleg met het Hoogheemraadschap verder nog bepaald, dat de nieuwbouw niet op kortere afstand dan 16 meter van de kruin van de dijk mag worden gerealiseerd. Deze beperking houdt verband met de waterkerende functie van dijk. Uitgangspunt is dan ook, dat alleen gebouwd mag worden binnen de bouwvlakken zoals op de verbeelding aangegeven. Op deze wijze wordt de vereiste afstand publiekrechtelijk geborgd.

Aan de noordzijde van het plangebied, in afstemming met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, is dan ook een strook bestemd voor 'Sport'. Deze strook heeft in het geldende bestemmingsplan Broekhorn 2017 nog een bestemming 'Groen'. Onderstaande afbeelding geeft een indicatie van de indeling toekomstige inrichting van het sportcluster. Het ontwerp zoals hieronder is indicatief voor de inrichting van de buitenomgeving.

8

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Figuur 3 Weergave plattegrond nieuwe situatie

2.2

Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten

Het opnieuw inrichten van het sportcluster past zowel vanuit ruimtelijk, functioneel als stedenbouwkundig oogpunt in de omgeving, aangezien reeds sprake is van een sportcluster. In het kader van het planvoornemen wordt gepoogd, mede in relatie tot de dijk, de bestaande natuur- en landschapskwaliteiten te behouden en te versterken, waardoor deze waarden blijven behouden voor de toekomst. In het kader van het planvoornemen worden negatieve ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten voor de omgeving zoveel mogelijk beperkt, door de nieuwbouw niet dichter bij de bestaande bebouwing op te richten. Daarnaast leidt het planvoornemen tot een kwaliteitsverbetering van de bestaande situatie en geeft het ruimte voor andere ontwikkelingen.

9

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste beleidsdocumenten op rijks-, provinciaal-, regionaal- en lokaal niveau samengevat, voor zover deze documenten relevant beleid en/of besluiten omvatten ten aanzien van dit bestemmingsplan. Naast de hier onder besproken documenten zijn er nog een aantal beleidsstukken waarmee bij de opstelling van het bestemmingsplan rekening is gehouden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan worden ingespeeld op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050, brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil sturen op en richting geven aan nationale belangen. Die komen samen in vier prioriteiten: - Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; - Duurzaam economisch groeipotentieel; - Sterke en gezonde steden en regio's; - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: - Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; - Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; - Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Betekenis voor het bestemmingsplan De projectlocatie maakt geen onderdeel uit van een NOVI-gebied. De ontwikkeling voorziet in een duurzame en toekomst bestendige ontwikkeling van een bestaand sportcluster. Voor een verdere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 2.2. en de beoordeling van de milieuaspecten die in Hoofdstuk 4 aan de orde komen. Het past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI betreffende sterke en gezonde steden en regio's. Het plan is niet in strijd met de doelstellingen uit het NOVI.

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De juridische borging van de nationale belangen vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Een aantal regelingen is 'getrapt' vastgelegd. Dit wil zeggen dat de provincies, gemeenten en hoogheemraadschappen verplicht zijn dit beleid nader uit te werken. In het Barro wordt een aantal projecten die van nationaal belang zijn genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Het gaat om de volgende projecten: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele

10

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Aan elk soort project wordt een set regels gekoppeld waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het doel is dat belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen door het Barro op voorhand onmogelijk worden gemaakt. Het Barro brengt ook met zich mee dat gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakt aan een belang van één van de projecten in het Barro, nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. Betekenis voor het bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan raakt niet aan de aangewezen nationale belangen. De beleidsruimte van de gemeente bij het opstellen van dit bestemmingsplan wordt derhalve niet beperkt. Bovendien draagt het bij aan de doelstellingen voor bereikbaarheid en leefbaarheid. Het bestemmingsplan voldoet aan de regels uit het Barro. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd.

De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de wijziging dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Betekenis voor het bestemmingsplan Nieuwe stedelijke ontwikkeling Om te bepalen of sprake is van een Ladderplichtige ontwikkeling is allereerst van belang of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan een ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Volgens dit artikel wordt als stedelijke ontwikkeling bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

Met de onderhavige ontwikkeling vindt een gedeeltelijke herinrichting plaats van het bestaande sportcluster waarbij de aanwezige ruimte intensiever wordt gebruik. Door het verplaatsen van verschillende sportvoorzieningen komt ruimte vrij zodat het terrein alsmede aangrenzende gronden optimaal kunnen worden benut. Gelet op de ligging en het huidige gebruik van het sportcluster maakt deze al onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. Met de gedeeltelijke herinrichting van het sportcluster is dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de intensivering van het gebruik en de concentratie op één locatie is ook geen sprake van extra ruimtebeslag. Een beschrijving van de actuele regionale behoefte is daarom niet noodzakelijk. Nu de herinrichting in bestaand stedelijk gebied plaatsvindt en het om een intensivering van het gebruik gaat is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik, passend binnen de voorwaarden van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Betekenis voor het plangebied De ontwikkeling wordt niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling, zodat een toets aan de ladder Ladder voor duurzame verstedelijking niet is vereist.

11

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050, Balans tussen economische groei en leefbaarheid De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van de provincie ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. In haar sturingsfilosofie gaat de provincie uit van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’, gelet op de diversiteit aan regio’s, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. Naast de leidende hoofdambitie kent de omgevingsvisie de volgende ambities: - Een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. - Het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. - Het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland. - Een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor.

- Vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen. - Inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf en producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. - Het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. - Noord-Holland is in 2050 als samenleving volledig klimaatneutraal gebaseerd op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. De Omgevingsvisie is uitsluitend bindend voor de provincie zelf en niet voor gemeenten en burgers. Om de provinciale belangen, die in de Omgevingsvisie zijn gedefinieerd, door te laten werken, heeft de provincie de Provinciale Ruimtelijke Verordening opgesteld. Hierin wordt een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijk als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de voor dit omgevingsplan relevante bepalingen uit de Verordening. 3.3.2 Omgevingsverordening Noord-Holland NH2020 De Omgevingsverordening NH2020 is vastgesteld op 16 november 2020.

In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. De provincie zoekt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening NoordHolland. In de Omgevingsverordening is voor het landelijk gebied bepaald dat bij de inpassing van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018): a. rekening gehouden wordt met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken worden: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing betrokken worden: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. De toelichting van een ruimtelijk plan dient een motivering te bevatten waaruit moet blijken dat wordt voldaan aan het voorgaande.

12

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Betekenis voor het bestemmingsplan Het plangebied is gelegen in wat in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 getypeerd wordt als West-Friesland West. Dit gebied ligt binnen de zogenaamde Westfriese Omringdijk en bestaat uit verschillende droogmakerijen. Het plangebied maakt onderdeel uit van een verstedelijkt deel binnen West-Friesland, met Alkmaar-Noord, Schagen, Heerhugowaard en Langedijk als grotere, snel gegroeide kernen. Het 'ensemble West-Friesland' wordt in de leidraad aan de hand van drie provinciale kernwaarden omschreven: 1. de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen; 2. openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten; 3. de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen, zoals bebouwingslinten, bomenlanen en dijken. Het plangebied ligt gelegen in de grote droogmakerij van de Heerhugowaard en grenst aan een belangrijke watergang; de Dijk- en ringvaart van Heerhugowaard en kanaal Alkmaar - Kolhorn. Dit is de ruimtelijke drager en de herkenbaarheid dient behouden te blijven. Voor het landelijk gebied waarbinnen het plangebied gelegen is, zijn geen specifieke ambities en ontwikkelprincipes beschreven.

Hiermee kan worden vastgesteld dat het voornemen niet strijdig is met de bepalingen uit de omgevingsverordening.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Dijk en Waard De gemeenteraad van de voormalige gemeente Heerhugowaard heeft op 26 oktober 2021 de Omgevingsvisie Dijk en Waard vastgesteld. De voormalige gemeente Langedijk heeft de Omgevingsvisie nog niet vastgesteld, waardoor de omgevingsvisie vooralsnog alleen voor Heerhugowaard geldt. De visie is gericht op goed wonen en leven, ruimte voor ondernemen en zorg voor kwaliteit. De omgevingsvisie is zelfbindend voor de gemeente en brengt voor anderen geen verplichtingen met zich mee. Voor anderen biedt de visie vooral aanknopingspunten voor samenwerking, de uitnodiging tot het nemen van initiatieven en om bij te dragen aan de ontwikkeling van de gemeente. De Omgevingsvisie stelt doelen welke speerpunten worden genoemd. Bij elk speerpunt is opgeschreven wat de bedoeling is om dat doel te bereiken. De speerpunten zijn: 1. Een veilige en gezonde omgeving; 2. Een goede woonplek en woonomgeving voor iedereen; 3. Een omgeving die uitnodigt tot contact en zorg voor elkaar; 4. Goede omstandigheden voor scholing, werk en ondernemen; 5. Ontwikkelingen die onze identiteit versterken; 6. Voorbereiding op de gevolgen van klimaatverandering; 7. Een CO2-neutrale gemeente; 8. Een goed leefgebied voor veel verschillende planten en dieren; 9. Een krachtige plek binnen de regio en de wijde omgeving.

In sommige gevallen is of wordt het uitgewerkt in een programma onder de Omgevingswet. In een programma wordt opgeschreven hoe en wanneer het doel moet worden bereikt. Monitoring is daarbij van belang. De visiekaart laat zien welke ontwikkelingen of plekken een belangrijke rol hebben bij het oppakken van vraagstukken uit de omgevingsvisie de komende jaren.

13

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Figuur 4 Zwarte cirkel betreft indicatief planlocatie

Betekenis voor het plangebied In de visiekaart is het voorliggende projectgebied onderdeel van deelgebied 'Landelijk gebied, dorps, waterrijk (F)’. In dit gebied kunnen ontwikkelingen worden geïnitieerd. Verder past het project in de navolgende speerpunten: duurzame gebouwen, een openbare ruimte die gericht is op ontmoeten, het waterrijke karakter en verbindingen met groen en water. een veilige en gezonde omgeving en een goede woonplek en woonomgeving voor iedereen. Het optimaliseren van het bestaande sportcluster draagt bij aan een verdergaande beleving tussen land en water en zorgt door de oprichting van nieuwbouw die aan de laatste eisen voldoet aan een duurzame, en toekomstbestendige sport en verblijfsomgeving. Hierdoor kan de beoogde ontwikkeling worden aangemerkt als passend op de locatie, binnen de ambities uit de Omgevingsvisie. 3.4.2 Westdijk in balans In het najaar van 2021 is de Visie Westdijk toen nog door beide gemeenteraden van de destijds toekomstige Dijk en Waard vastgesteld. Project Westdijk en havens betreft het grensgebied tussen Heerhugowaard en Langedijk dat is opgespannen tussen fietsbrug ‘de Krul’ en het Havenplein van Broek op Langedijk. Maar de visie voor Westdijk en havens staat niet op zichzelf. Het is een onderdeel van de de gebiedsvisie Grenzeloos Dijk en Waard.

Deze gebiedsvisie is een overkoepelend project voor het hele gebied tussen Middenwaard en Winkelcentrum Broekerveiling. Er zijn hier veel onafhankelijke ontwikkelingen gaande, waar de gemeenten meer samenhang in willen brengen. De Visie Grenzeloos Dijk en Waard wordt in de volgende paragraaf nader belicht. De Visie Westdijk in balans behelst geen gedetailleerd plan, maar heeft als doel om op hoofdlijnen richting te bepalen, waarbij het water van het kanaal en de havens een centrale positie innemen. De visie maakt ook een vertaalslag naar de openbare ruimte en kansrijke functies op en rond de Westdijk. Het draait hierbij om de interactie tussen water en land. De visie is gestoeld op 6 principes, die vragen om een zorgvuldige afweging; het gaat om balans. Het plangebied maakt hier onderdeel van uit.

14

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Betekenis voor het plangebied Het sport- en recreatiecluster biedt kans voor synergie tussen de bestaande watersportverenigingen aangevuld met nieuwe functies, bijvoorbeeld voor buitensport. Een meer integrale inrichting van het gebied voor meerdere gebruikers is gewenst. Deze voorzieningen zijn ook aantrekkelijk voor mensen van buiten de wijk. Voor het sport- en recreatiecluster zijn thema, sfeer en aanhaking aan de Westdijk opgenomen in deze visie. De nieuwbouwplannen van de bestaande functies op het sportcluster, biedt de kans om samen met de gemeente voor dit gebied een multifunctionele accommodatie te ontwikkelen die de locatie als geheel versterkt en de bestaande en nieuwe gebruikers accommodeert. Er wordt dan ook geconstateerd dat sprake is van onderbenutting van de ruimte, ook ter plaatse van het sportcluster. Conclusie De herinrichting van het sportcluster zorgt voor een betere benutting van de ruimte en verbetert de relatie met het water. Daarnaast wordt een ruimtelijke kwaliteitsslag gemaakt, hetgeen zorgt voor een versterking van de verblijfswaarde; niet alleen voor de sporters, maar ook passanten. De planvorming sluit hier naadloos op aan. 3.4.3 Grenzeloos Dijk en Waard De gemeenteraad van Dijk en Waard heeft in september 2022 de Gebiedsvisie Grenzeloos Dijk en Waard vastgesteld.

Het doel van deze visie is om inzichtelijk te maken hoe het kanaal, naast het geografische, ook het mentale hart kan worden van de Dijk en Waarders. Daarnaast heeft de gebiedsvisie als doel om samenhang te creëren in en rond het gebied. Het Kanaalpark kent 7 verhaallijnen: 1. plekken en sferen verbinden; 2. water als zichtbaar verbindend element; 3. adres voor nieuwe ontwikkelingen en voorzieningen; 4. verbonden in alle windrichtingen; 5. herkenbare en continue groenstructuur; 6. bron van energie; 7. karakteristieke oriëntatiepunten en parkenentrees. De Westdijk is een recreatieve levensader van het Kanaalpark. Een kanaal dat intensief wordt gebruikt door roeiers, kanoërs en suppers. De visie vormt het uitgangspunt voor een consistente ontwikkeling van de Kanaalzone. In lijn met de visie zal een uitvoeringsprogramma worden opgesteld. Een programmatische aanpak is gewenst om Kanaalpark vanuit een integrale opgave stapsgewijs te versterken. Integraliteit en continuïteit wordt bewerkstelligd door regie op samenwerking en communicatie rondom de visie. Verder staat de gemeente een programmatische aanpak voor, waar tevens wordt gekeken naar koppelkansen tussen bestaande en toekomstige initiatieven. Betekenis voor het plangebied De planlocatie maakt onderdeel uit van het gebied tussen de Broekhornerbrug en de Krul.

Concreet zijn voor de planlocatie twee lopende opgaven van belang: het uitvoeringsprogramma ‘Actief aan de slag met Buitensportcluster’ en ‘Onderzoek naar programmatische versterking sport- en recreatiecluster’. Sport en recreatie zijn daarmee een belangrijk onderdeel van de Kanaalzone. Een van de doelstellingen is dan ook om de recreatieve kwaliteit te verbeteren door meer groen en recreatiemogelijkheden op de maaiveldhoogte van de dijk te realiseren. Hierdoor wordt het water zichtbaar en beleefbaar. Conclusie De planontwikkeling is volledig in lijn met de visie. De herinrichting van het bestaande sportcluster zorgt – met behoud van ruimtelijke kwaliteit (bomensingel) – voor een versterking van de bestaande sport- en recreatieactiviteiten in de Kanaalzone en draagt bij de beleving van het waterrijke karakter een gezond(ere) leefstijl. Zo zal de tweede laag van de nieuwbouw, alwaar een sportkantine met terras worden gerealiseerd, zich op dijkniveau bevinden, hetgeen de voorzieningen meer met het water verbindt, hetgeen de aantrekkingskracht van het terrein vergroot.

15

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

3.4.4 Omgevingsprogramma Mobiliteit ‘Duurzaam onderweg in Dijk en Waard De gemeenteraden van Langedijk en Heerhugowaard hebben op 16 februari 2021 het Omgevingsprogramma Mobiliteit 'Duurzaam onderweg in Dijk en Waard' vastgesteld. In dit programma hebben de gemeenten vastgelegd hoe zij de komende jaren, na de fusie per 1 januari 2022, willen zorgen voor een bereikbare, duurzame, veilige en leefbare gemeente, waarbij nog meer dan voorheen wordt ingezet op lopen, fietsen en duurzame mobiliteit. Het aantal inwoners en de bedrijvigheid in 'Dijk en Waard' nemen de komende jaren toe. Er staan veel ontwikkelingen op stapel in onder andere het Stationsgebied, Stadshart, het Kanaalgebied, de omgeving Broekerveiling en het Havengebied Broek op Langedijk. Ook staan de ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit niet stil. Het gebruik van de (elektrische) fiets, (elektrische) auto en het openbaar vervoer neemt toe. Het aantal autoverplaatsingen groeit. Dit vraagt om keuzes zodat iedereen zich veilig en zo duurzaam mogelijk kan verplaatsen en Dijk en Waard een attractief woonklimaat biedt en goed bereikbare economische en recreatieve functies. Met het nieuwe omgevingsprogramma wordt ervoor gekozen om vooral vanuit de langzame verkeersdeelnemers (lopers en fietsers) te redeneren. De auto verdwijnt niet uit het straatbeeld, maar krijgt een minder dominante positie.

Ook werklocaties en bedrijventerreinen moeten goed bereikbaar zijn voor zowel werknemers als bezoekers, door onder meer goede en veilige fietsverbindingen naar woonkernen en omliggende regio’s. Bedrijventerreinen en regionale voorzieningen moeten echter goed bereikbaar zijn en blijven met de auto. Dit betekent dat autoverkeer dat geen herkomst of bestemming in Dijk en Waard heeft, gebruik maakt van het regionale wegennet. En autoverkeer van buiten de gemeente met een bestemming in Dijk en Waard en autoverkeer tussen de wijken en kernen maakt zoveel mogelijk gebruik van de tangentenstructuur in Heerhugowaard en de randwegen in Langedijk. Betekenis voor het plangebied Het voorliggende plangebied wordt voor zowel fietsers als gemotoriseerd verkeer goed ontsloten. Verder zijn tot op heden geen knelpunten met betrekking tot het ontsluiten van het plangebied bekend. Het verkeer wordt via het bestaande wegennet, via de Zuijder Vlaardinge direct ontsloten op de rotonde welke in oostelijke richting het verkeer naar Broek op Langedijk geleid en in oostelijke richting aantakt op de N242. Hierdoor wordt gebruik gemaakt van het bestaande regionale verkeersnetwerk. Hiermee is het plan in lijn met het Omgevingsprogramma Mobilteit 2021.

3.4.5 Nota Ruimtelijke kwaliteit Heerhugowaard 2016 De Nota ruimtelijke kwaliteit maakt onderdeel uit van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente Dijk en Waard, waarin de aanwezige cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een belangrijke rol spelen bij de beoordeling van ontwikkelingen en (ver)bouwplannen. Mede door het welstandsbeleid worden bestaande kwaliteiten gewaarborgd en wordt ruimte geboden aan nieuwe initiatieven. Betekenis voor het plangebied De ruimtelijke kwaliteit van het plangebied valt binnen nieuwe woonwijken en na realisatie binnen bestaande woonwijken. Conclusie De aan te vragen omgevingsvergunning voor bouwen zal worden getoetst aan de criteria zoals opgenomen in de Nota ruimtelijke kwaliteit. 3.4.5 Beleidsprogramma Klimaatadaptatie 2021-2026 Dit beleidsprogramma stelt de opgave om klimaatrobuust te worden centraal. Van daaruit geeft het invulling aan andere beleidsvelden, projecten en gebiedsontwikkelingen. Maatregelen voor het omgaan met wateroverlast, hitte, droogte en overstroming moeten in samenhang genomen worden. Ook moet bij projecten voor bijvoorbeeld de energietransitie en de woningbouwopgave, klimaatadaptatie direct worden meenemen. Door de raakvlakken met andere opgaven te identificeren, is het mogelijk om meekoppelkansen tijdig en in samenhang te benutten. Daarnaast is het van belang

16

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

om een heldere en gezamenlijke ambitie te hebben, om een eenduidige koers te varen en met eventuele tegengestelde belangen of conflicten tussen de beleidsvelden om te gaan. De ambitie luidt: een klimaatrobuust Langedijk en Heerhugowaard in 2050. Want een klimaatrobuust Langedijk en Heerhugowaard draagt bij aan een veilige en gezonde leefomgeving. De volgende doelen en speerpunten zijn hiervoor opgesteld. Specifiek voor Heerhugowaard zijn vervolgens de volgende doelen geformuleerd: - Uit een stresstest blijkt dat de gemeente Dijk en Waard met name kwetsbaar is voor wateroverlast en overstroming. Ook het thema hitte scoort redelijk hoog. - Er zijn 9 gebieden aan te wijzen waar veel water op straat is bij hevige regenval. Daarnaast zijn er 6 kwetsbare objecten geïdentificeerd met risico op water in panden. - Een aantal grotere wegen is bij een extreme regenbui onbegaanbaar, maar ook kleinere straten worden onbegaanbaar - Zowel de opwarming van oppervlaktewater, het hitte-eilandeffect en een toename van warme nachten komen naar voren als aandachtspunt. Dit vormt een risico voor de risicogroep ouderen die in Heerhugowaard veel voorkomt (met name in het centrum). - In Heerhugowaard is een neerslagtekort van net boven het landelijk gemiddelde van 301 mm in 2050. Zowel in stedelijk gebied als in het buitengebied verhoogt dit niet de kans op bodemdaling en/of paalrot.

In een extreem droog jaar wordt een tekort aan oppervlaktewater voorzien. - De kans op overstroming is in Heerhugowaard relatief laag, maar door de lage ligging van de polder is de overstromingsdiepte groot. De overstromingsdiepte varieert tussen de 1,0 meter en 2,5 meter. De noodzaak voor de gemeente om een helder calamiteitenplan te hebben is evident. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de veiligheidsregio Noord-Holland Noord. Betekenis voor het plangebied Voorliggend plan zorgt ervoor dat ten opzichte van de bestaande situatie de oppervlakteverharding met circa 140m² toeneemt. Gelet echter op de ligging en inrichting van het gebied, biedt het terrein en direct omgeving voldoende ruimte om water te compenseren om de toename aan verharding op te vangen. Zie hiervoor paragraaf 4.4. Verder zorgt het toepassen van bomen voor een verbetering van het klimaat ter plaatse. Kortom de herinrichting heeft nagenoeg tot geen effect op de waterhuishouding en de klimaatbestendigheid.

3.5

Afweging beleidskader

Het plan is in lijn met de beleidskaders van het Rijks-, provinciale- en gemeentelijke beleid. Echter, de beoogde ontwikkeling is strijdig met het vigerend bestemmingsplan en de ter plaatse geldende functieaanduiding ‘sportveld’. Derhalve is het planvoornemen niet rechtstreeks toegestaan conform het vigerende bestemmingsplan en wordt de voorliggende ontwikkeling juridisch-planologisch vastgelegd middels een herziening van het bestemmingsplan.

17

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de milieuaspecten die van belang zijn voor het gebied. Het bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, alsmede de resultaten van de verschillende onderzoeken. Daarbij komen onder andere de volgende aspecten aan de orde: geluid, milieuzoneringen, water (waterparagraaf), luchtkwaliteit, bodem, cultuurhistorie en archeologie, ecologie, duurzaamheid en energie, externe veiligheid en andere belemmeringen.

4.2

Geluidhinderaspecten

Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet inzicht worden geboden in de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling vanuit akoestisch oogpunt. Het geluidsaspect is relevant in relatie tot industrielawaai, wegverkeerslawaai en/of spoorweglawaai. Toetsingskader is de Wet geluidhinder en enkele uitvoeringsbesluiten. Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: - de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; - de aanleg van een nieuwe weg; - de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden.

Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld. Doorwerking plangebied In het plangebied worden geen geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. Daarnaast betreft de ontwikkeling slechts het slopen en oprichten van een nieuwe sportkantine van de roeivereniging en bijbehorende kleedkamers. Daarnaast wordt de bebouwing op polderniveau onder de bestaande botenopslag uitgebreid, zodat een ruimtelijke kwaliteitsslag kan worden gemaakt; zowel qua bebouwing als gebruik. Er is daarmee sprake van een reeds bestaand sportcluster. Echter, de bestemming laat het vestigen van een fysiotherapeut niet bij recht toe. Doordat het plangebied reeds bestaat uit sport-gerelateerde functies en er geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk worden gemaakt binnen het plangebied, wordt een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. Onder paragraaf ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt verder op te maken, dat voor het sportcluster, een milieucategorie van 3.1 geldt.

Een activiteit met milieucategorie 3.1 is derhalve reeds toegestaan op de locatie waardoor er kan worden verondersteld, dat de herinrichting van het sportcluster geen belemmering vormt. Conclusie Vanuit het aspect geluid zijn geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling.

18

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

4.3

Milieuzoneringen

Algemeen Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzoneringen om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Twee omgevingstypen De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor.

Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Bedrijfsactiviteiten kunnen hinder voor de (woon)omgeving veroorzaken door lawaai, onaangename geuren, stof, trillingen, verkeers- en parkeeroverlast. Daarom is het nodig om bedrijfsactiviteiten (of andere functies die het leefmilieu belasten) op een aanvaardbare afstand van woningen of andere hindergevoelige functies te situeren, al dan niet gecombineerd met het treffen van speciale maatregelen. Voor de milieuzonering in dit plan is gebruik gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009). Doorwerking plangebied Het plangebied kan worden getypeerd als een ‘rustig gebied. In de directe omgeving van het plangebied komen – naast enkele woonfuncties – de volgende functies voor: - De jachthaven Broekhorn: bestemming ‘Recreatie – Jachthaven’.

Milieucategorie 3.1 met een bijbehorende richtafstand van maximaal 50 meter voor geluid. De afstand van het plangebied tot de perceelsgrens bedraagt meer dan 95 meter, zodat de richtafstand ruim wordt gehaald. - Wagenaar Lelies BV Westdijk 8 en Broekerweg 3: bestemming ‘Agrarisch’ met voor een deel van de gronden de functieaanduiding glastuinbouw. Milieucategorie 2. De bijbehorende maximale richtafstand van 30 meter voor het aspect geur. De afstand tot het plangebied bedraagt meer dan 120 meter waardoor de richtafstand ruimschoots wordt behaald. Andersom is aan sportvoorzieningen ook een milieucategorie toegekend. De inpandige activiteiten kunnen in planologisch opzicht worden aangemerkt als milieucategorie 3.1(sporthal), met een bijbehorende maximale richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid. De buitenactiviteiten zijn verder voornamelijk water-gerelateerd en vinden hoofdzakelijk niet op het terrein, maar aan en in het water plaats. Rondom het plangebied zijn bestaande woningen gelegen. Aan de richtafstand ten opzichte van de omliggende woningen wordt formeel niet voldaan. Echter, het sportcluster is hier al lange tijd gesitueerd.

Hierdoor kan worden verondersteld, dat door het gedeeltelijk verplaatsen van de bouwmassa -waaronder het verschuiven van de sportkantine in noordelijke richting- niet dichterbij, doch op iets grotere afstand van de bestaande woningen komt te liggen. Het gedeeltelijk slopen en toevoegen van bouwmassa vormt daarmee vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, daar het dezelfde milieucategorie betreft als het al ter plaatse reeds aanwezige en toegestane sportcluster. Conclusie Er wordt voldaan aan de geldende richtafstanden ten opzichte van omliggende bedrijven. Aan de richtafstanden van het sportcluster ten opzichte van omliggende gevoelige functies wordt echter niet

19

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

voldaan. De locatie van het sportcluster is echter al langere tijd gelegen aan de ‘Westdijk 12 – 14’ waardoor aangenomen kan worden dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen vormt voor de beoogde ontwikkeling.

4.4

Water

Algemeen In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen (of het voeren van vergelijkbare procedures). In het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1 Bro) dat verplicht is bij ruimtelijke procedures, wordt vooroverleg gepleegd met de waterbeheerder, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen.

Keur en algemene regels In 2016 heeft het hoogheemraadschap een nieuwe Keur en bijbehorende Algemene Regels vastgesteld. Artikel 4.2 Verbod versnelde afvoer door verhard oppervlak is in de nieuwe Keur gewijzigd. In de nieuwe Keur 2016 is nu het volgende opgenomen: "Artikel 3.3 Verbod versnelde afvoer door nieuw verhard oppervlak. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen." In de Algemene Regels 2016 zijn vervolgens de volgende aanvullingen opgenomen: "Artikel 23. nieuw verhard oppervlak. Op grond van artikel 3.9, eerste lid van de keur geldt een vrijstelling van de vergunningplicht van artikel 3.3 voor het aanbrengen van nieuw verhard oppervlak indien: 1. de bebouwing of verharding van de onverharde grond door een of meer aaneengesloten bouwplannen met een gezamenlijke oppervlakte minder dan 800 m² bedraagt en; 2. de aanleg van nieuw verhard oppervlak minder dan 10% van het oppervlak van het desbetreffende peilvak beslaat en; 3. het desbetreffende watersysteem de toename van de piekafvoer kan verwerken." Waterkering De planlocatie is gedeeltelijk binnen de beschermingszone van een primaire waterkering gesitueerd.

Betekenis voor het plangebied Nu het plangebied gedeeltelijk binnen de beschermingszone van een primaire waterkering is gelegen, heeft voorafgaand aan de planvorming al intensief overleg met het Hoogheemraadschap plaatsgevonden. Op basis van dat overleg mag de nieuwbouw niet op kortere afstand dan 16 meter van de dijk worden gerealiseerd. Deze beperking houdt verband met de waterkerende functie van dijk. Uitgangspunt is dan ook, dat alleen gebouwd mag worden binnen de bouwvlakken zoals op de verbeelding aangegeven. Op deze wijze wordt de vereiste afstand publiekrechtelijk geborgd.

20

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Verder wordt er geen water gedempt of gebouwd binnen de beschermingszone van een (regionale) waterkering. Er wordt niet gewerkt met uitloogbare materialen. Aangesloten wordt op het aanwezige rioolsysteem. Het bebouwd oppervlak neemt in de nieuwe situatie met circa 140 m² toe. Ofschoon gelet op de toename aan verhard oppervlak compensatie niet is vereist, overwegen wij dat Broekhorn een grote overmaat aan water heeft, zodat gelet op de beperkte omvang van de ontwikkeling en ligging daarvan, eventuele compensatie zonder meer mogelijk is. Bij het inrichtingsplan zal verder worden onderzocht en uitgewerkt hoe wordt met de afvoer van hemelwater zal worden omgegaan. Aansluitend zal het inrichtingsplan ter goedkeuring aan het Hoogheemraadschap worden voorgelegd. Conclusie Gelet op de toename aan verharding en het gestelde in de Keur, wordt geconcludeerd dat er geen compensatiemaatregelen nodig zijn en het aspect water geen belemmering vormt. Op basis van deze beschrijving en conclusie is beoordeeld dat geen watertoets benodigd is.

4.5

Luchtkwaliteit

Algemeen Hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van een project moet onderzocht worden of het effect relevant is voor de luchtkwaliteit. Hierbij moet aannemelijk gemaakt worden, dat luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. De nieuwe regels maken onderscheid in projecten die wel en ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Als een project NIBM aan de luchtkwaliteit bijdraagt, hoeft geen uitgebreid luchtonderzoek meer uitgevoerd te worden. In het Besluit NIBM is geregeld dat binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling een project altijd NIBM is. Wanneer een categorie eenmaal is aangewezen, mag er zonder meer van worden uitgegaan dat deze bijdrage NIBM is. Echter zijn sportcluster en (of sportaccommodaties) niet opgenomen in een van de categorieën van de Regeling NIBM. Doorwerking plangebied De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling valt niet onder een van de categorieën zoals opgenomen in de Regeling NIBM opgenomen lijst.

Hierdoor is in het kader van dit bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek in de vorm van een ‘NIBM’ toets uitgevoerd. Hiermee is bepaald in hoeverre de ontwikkeling in betekenende mate zal bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Als basis voor de berekening zijn de volgende uitgangspunten genomen: - motorvoertuigen gemiddeld per etmaal (gebaseerd op paragrafen 2.1 en 2.2 Verkeer en parkeren). Met dit uitgangspunt is de NIBM-toets uitgevoerd, waarbij is uitgegaan van realisatie in 2023 en bevoorradingsverkeer is meegenomen (worstcasescenario):

21

Gemeente Dijk en Waard, bestemmingsplan Westdijk 12 – 14 in Heerhugowaard

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie

2023

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

356

Aandeel vrachtverkeer

1,0%

3

NO2 in μg/m

0,23

3

0,06

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

PM10 in μg/m 3

Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m Conclusie

1,2

De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

Figuur 5 NIBM tool

Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling niet in betekende mate aan de luchtkwaliteit bijdraagt. Conclusie De bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van de beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit.

4.6

Bodem

Algemeen In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Derhalve is normaliter een bodemonderzoek conform de NEN 5740 richtlijnen noodzakelijk. Doorwerking plangebied Het ruimtelijk initiatief voorziet in het slopen van de huidige sportkantine en de kleedkamers en deze te vervangen door nieuwbouw. Naast het slopen en verplaatsen van een deel van de bestaande bebouwing zal onder het bestaande botenplein de ruimte voor het aanwenden van binnensportactiviteiten en het vestigen van een fysiotherapeut worden benut. De locatie is reeds voor sportdoeleinden bestemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=98029ec9-a3ca-4abf-81b8-b68faab5a389