Technische vragen senioren D&W Bijlage 3 Hubstrategie provincie Noord-Holland
Tekst van het document
Hubstrategie provincie Noord-Holland 2 oktober 2023
HUBSTRATEGIE
Inhoud 3
| Managementsamenvatting
5
|
1 Onze visie op mobiliteitshubs: Waarom, wat en waar?
21
|
2 De rol van de provincie Noord-Holland bij ontwikkeling en exploitatie
25 |
3 Sturingsmogelijkheden
31
4 Monitoring, meten van succes en prioriteiten
|
32 |
Bijlage A Benchmark
33 |
Bijlage B Kwaliteitscriteria
35 |
Bijlage C U iteenzetting beoogde doelen brede welvaart
37 |
Bijlage D K nelpunten, middelen en lopende initiatieven
42 |
Bijlage E Overzicht bestaande hubs en potentiële hublocaties
2
Managementsamenvatting Hubs voor verduurzaming, leefbaarheid en bereikbaarheid Bereikbaar, leefbaar, gezond en veilig. De provincie groeit hard en dat brengt uitdagingen met zich mee op het gebied van mobiliteit. De druk op het ov-systeem en onze wegen, fietspaden en stoepen neemt toe. Met het risico dat de bereikbaarheid van werk en voorzieningen verslechtert en dat mobiliteit niet voor iedereen even toegankelijk en betaalbaar is of blijft. Tegelijkertijd willen we in Nederland ons mobiliteitssysteem verduurzamen en de gezondheid van onze inwoners verbeteren door in te zetten op actief, schoon openbaar vervoer. Het programma Focus Smart Mobility zet in op ander reisgedrag en zet slimme systemen in (voor fiets, OV, auto, schip en logistiek) om Noord-Holland bereikbaar en leefbaar te houden. Onder andere met deze hubstrategie werkt de provincie aan de noodzakelijke mobiliteitstransitie. Hubs vormen een aanvulling op het mobiliteitssysteem in de provincie Noord-Holland. De ontwikkeling van hubs draagt bij aan het vitaal, leefbaar en bereikbaar houden van dorpen en steden. Betaalbaarheid is hierin ook belangrijk. Via mobiliteitshubs krijgen reizigers toegang tot een multimodale en duurzame keuze binnen het mobiliteitsaanbod. Deze keuze voor duurzame modaliteiten sluit aan bij de landelijke trend dat autogebruik en autobezit steeds minder wordt gefaciliteerd.
Hubs kunnen een essentiële schakel vormen in het mobiliteitssysteem van de toekomst. Dit brengt een financiële uitdaging met zich mee en vraagt mogelijk structureel ruimte in de komende begroting voor deze ambitie.
Verschillende typen hubs Binnen het complete mobiliteitssysteem van de provincie voorzien we (op hoofdlijnen) zes hubcategorieën; van buurthubs, regionale hubs tot stedelijke hubs. Elk type hub heeft binnen het mobiliteitssysteem zijn eigen rol en bereik. Afhankelijk van de functie binnen het mobiliteitssysteem hoort hier ook een bijpassend mobiliteits- en voorzieningenaanbod bij; van fiets tot auto en ov tot deelmobiliteit. Voor optimaal gebruik van de mobiliteitshub is ook een bijpassend kwaliteitsniveau wenselijk. Hierbij kan gedacht worden aan bereikbaarheid en toegankelijkheid, veiligheid, kwaliteit van openbare ruimte, maar ook toekomstbestendigheid en duurzaamheid.
Rol provincie in hubsontwikkeling De rol die de provincie kan pakken bij de ontwikkeling en exploitatie van de mobiliteitshubs verschilt per schaalniveau en ruimtelijke context van de hub. Het actief nemen van een rol als provincie is wél noodzakelijk omdat de markt op dit moment onvoldoende commerciële
3
4 kansen ziet en belang heeft bij de ontwikkeling van een compleet hubnetwerk. De rol van de provincie kan per fase verschillen. Op hoofdlijnen zal de rol van de provincie in de ontwikkelfase groter zijn dan in de exploitatiefase en voor hubs met regionaal of landelijk bereik groter dan voor hubs met meer lokaal bereik. Dit sluit aan bij de huidige rol van de provincie in het mobiliteitssysteem op het gebied van ov en infrastructuur). Daarnaast hebben ook gemeenten, het Rijk, vervoerders en deelmobiliteitaanbieders en ontwikkelaars een belang en een rol bij de ontwikkeling van hubs. Een goede samenwerking is dan ook essentieel.
Strategische mogelijkheden Per hubcategorie kan de provincie een specifieke rol kiezen om de ontwikkeling te stimuleren of organiseren. Daarnaast zijn er gerelateerde onderwerpen die essentieel zijn in het slagen van mobiliteitshubs en waarin de provincie ook een rol kan pakken. Denk hierbij aan de beschikbaarheid en toegankelijkheid van deelmobiliteit binnen de provincie. En als laatste het benutten van de externe kansen zoals het aansluiten bij gebiedsontwikkelingen. De ontwikkeling van hubs is niet een op zichzelf staand onderwerp, maar maakt deel uit van zowel het mobiliteitssysteem als de overkoepelende doelstelling van Brede Welvaart. Binnen (en buiten) de provincie zijn diverse programma’s en initiatieven waarbij aangesloten kan worden. Hiermee wordt de ontwikkeling van hubs een integraal onderdeel van het provinciaal beleid. Afhankelijk van de businesscase van de hub kan de provincie een kleinere of grotere rol in de exploitatie spelen. Hierin kan gezamenlijk met gemeenten of private partijen worden opgetrokken. Ook kan gekeken worden naar een verdeling van inzet/bijdrage voor bijvoorbeeld specifieke voorzieningen zoals pakketkluizen of flexplekken.
Monitoren en bijsturen De ontwikkeling van hubs staat nog in de kinderschoenen. Hoewel er al wel knooppunten en stations beschikbaar zijn, is het concept van een netwerk van mobiliteitshubs iets dat de laatste jaren steeds meer vorm krijgt en potentie heeft maar in de praktijk nog weinig is toegepast. Het is daarom raadzaam om de effecten van de inzet van de provincie goed te monitoren. In deze hubstrategie is een voorzet gedaan voor monitoring op basis van Brede Welvaartdoelen. Gedurende de uitvoering van de hubstrategie wordt die vervolmaakt.
1
5
Onze visie op mobiliteitshubs: Waarom, wat en waar? 1.1. Context De provincie groeit hard en dat brengt uitdagingen met zich mee op het gebied van mobiliteit. De druk op het ov-systeem, het wegennet, fietspaden en stoepen neemt toe. Met het risico dat de bereikbaarheid van werk en voorzieningen verslechtert en dat mobiliteit niet voor iedereen even toegankelijk of betaalbaar is of blijft. Tegelijkertijd willen we in Nederland ons mobiliteitssysteem verduurzamen en de gezondheid van onze inwoners verbeteren door in te zetten op actief, op schoon en op openbaar vervoer. De provincie Noord-Holland kent hierin richting 2040 meerdere gezichten. Enerzijds is er het dichtstedelijke gebied in en rondom Amsterdam, waar mobiliteitsstromen de komende jaren echt onder druk komen te staan, mede door de dagelijkse pendel vanuit de regio naar de stad of het landelijk gebied. Anderzijds hebben de gemeenten in Noord-Holland Noord hele andere uitdagingen op het gebied van mobiliteit: namelijk het bereikbaar houden van kleine kernen en lokale voorzieningen, omdat het aantal reizigers in het OV afneemt. Ook de mobiliteitsvormen zijn flink aan het veranderen. Elektrisch vervoer en deelmobiliteit worden steeds populairder, maar brengen ook nieuwe uitdagingen rondom infrastructuur, gebruik en overlast met zich mee.
Hubs in de praktijk Zowel landelijk als in de regio worden steeds meer mobiliteitshubs ontwikkeld. In verschillende (nieuwbouw-)wijken in de provincie zijn plannen voor grote hubs in ontwikkeling om de gebieden autoluw te maken. Voorbeelden zijn Strandeiland in Amsterdam en Lincolnpark in Hoofddorp. Met kleine buurthubs wordt op verschillende plekken geëxperimenteerd. Zo loopt het eHUB-project in Amsterdam, waarbij geëxperimenteerd wordt met twintig kleinschalige buurthubs. Vanuit hier is ook een Toolbox buurthubs ontwikkeld. In Noord-Holland Noord zijn in verschillende kernen Mobipunten ontwikkeld om bewoners toegang te verlenen tot deelmobiliteit. Ook op andere plekken in de provincie worden plannen gemaakt of hubs gerealiseerd. In een compacte benchmark (zie bijlage A) is inzichtelijk gemaakt welke hubconcepten al zijn gerealiseerd of zijn gepland. Hierin zien we een grote verscheidenheid aan type hubs, zowel in vorm en functie, als exploitatiemodel en grootte op scherm niet leesbaar.
De afgelopen tijd is er veel geschreven over mobiliteitshubs en hoe zij bij kunnen dragen aan het bevorderen van de woningbouwproductie, het tegengaan van autoverkeer in steden, het bereikbaar houden van kleine kernen of voorzieningen en bijdragen aan een duurzamer mobiliteitssysteem. Maar wat is een hub precies en hoe functioneert een hub op zijn best? Er zijn nog maar mondjesmaat voorbeelden van hubs in Nederland of in het buitenland, tegelijkertijd zijn er tal van mobiliteits knooppunten die praktisch al als hub fungeren. Steeds meer gemeenten, provincies en bedrijven zijn bezig met plannen voor hubs of een netwerk van hubs. Want mobiliteitshubs kunnen een belangrijke rol spelen voor bereikbare, leefbare, gezonde en veilige straten, wijken, dorpen, steden, regio’s en provincies. Afbeelding: Artist impression voor de nieuwbouwwijk Lincolnpark, waar negen mobiliteitshubs gepland zijn. Bron afbeelding: https://www2.haarlemmermeergemeente.nl/lincolnpark/planning
6 Daarom is er een overkoepelende strategie op mobiliteitshubs opgesteld vanuit het programma Focus Smart Mobility. Gemeenten in de provincie moeten niet afzonderlijk het wiel gaan uitvinden. Afstemming en samenwerking rondom locaties, ontwikkeling en exploitatie van hubs zijn essentieel om een goed functionerend hub- en mobiliteitssysteem te realiseren als onderdeel van het grotere mobiliteitssysteem. In deze hubstrategie worden de verschillende rollen die de provincie kan nemen in relatie tot de verschillende type hubs beschreven. Er wordt geschetst welke stappen de provincie op korte en lange termijn kan nemen en met wie, om te komen tot een netwerk van hubs dat bijdraagt aan de maatschappelijke doelen op het gebied van bereikbaarheid, duurzaamheid en leefbaarheid. Deze hubstrategie heeft betrekking op personenvervoer. Logistieke hubs en waterhubs zijn van belang voor duurzaam goederenvervoer. Deze hubs maken geen onderdeel uit van deze hubstrategie, maar worden opgenomen in een separate visie op logistieke hubs.
1.2. De visie op mobiliteitshubs Mobiliteitshubs kunnen een essentiële schakel vormen in de mobiliteitstransitie richting duurzaam en multimodaal vervoer, maar ook in het versnellen van de verstedelijkingsopgave. Hubs dragen bij aan het versterken van de bereikbaarheid, maar hebben ook een bredere invloed. Ze hebben invloed op reizigersgedrag, de leefomgeving, de toegankelijkheid van mobiliteit en de gezondheid van gebruikers en inwoners. Tegelijkertijd zijn hubs op zichzelf staand niet dé oplossing voor de uitdagingen in de mobiliteitstransitie en daarmee ook geen doel op zich. De ontwikkeling van hubs is nog in volle gang en het is lastig om te bepalen wat gaat werken en wat niet. Juist daarom is het belangrijk om een duidelijke strategie op te stellen met daaraan gekoppelde doelen. Een dekkend netwerk van mobiliteitshubs moet bijdragen aan de bereikbaarheid van de verschillende steden en kernen binnen de provincie. Daarnaast spelen hubs een rol in de verduurzaming van het mobiliteitsaanbod. Ook is er een ruimtelijk en sociaal component. Hubs kunnen namelijk bijdragen aan de leefbaarheid in een gebied, een hoogwaardige openbare ruimte en een grotere toegankelijkheid tot meerdere vervoersmodaliteiten. Mobiliteitshubs blijven een middel en een schakel in het grotere mobiliteitssysteem.
Hoewel mobiliteitshubs grote potentie hebben, is het succes sterk afhankelijk van andere factoren in het mobiliteitssysteem.
Beleid rondom mobiliteit en hubs Binnen de provincie Noord-Holland zijn er meerdere ontwikkelingen rondom multi modaliteit en hubs. Deze hubstrategie is in lijn met deze documenten ontwikkeld. In mei 2022 is de nieuwe landelijke Actie-agenda ov-knooppunten gepresenteerd. Het ontwikkelen van een multimodaal netwerk van mobiliteitshubs is één van de belangrijke pijlers. Binnen het Perspectief Mobiliteit van de provincie Noord-Holland wordt het perspectief geschetst waarbij de groei van de mobiliteit in stedelijk gebied moet worden opgevangen door slimme oplossingen, onder andere door in te zetten op actieve mobiliteit, ketenvervoer en deelmobiliteit. Voorliggende strategie rondom hubs moet een integraal onderdeel worden van het Perspectief Mobiliteit en in samenhang zijn met het Regionaal Toekomstbeeld OV 2040 en de Koers Smart Mobility 2030. De MRA publiceerde in 2021 een multimodale netwerkstrategie en een Multimodaal Toekomstbeeld waarin hubs worden gezien als een belangrijke tool om de MRA bereikbaar te houden. Vanuit hier is de Regionaal Toekomstbeeld OV 2040 opgesteld. De provinciale strategie sluit hierop aan. De gemeente Amsterdam ontwikkelde in 2021 de Hubsvisie Amsterdam. Binnen deze visie omschrijft de gemeente Amsterdam verschillende typen hubs en de verschillende rollen die daarbij passen.
7 De volgende overkoepelende ambitie is opgesteld. Deze ambitie helpt de provincie om scherp doelen te formuleren, strategie te bepalen en in de toekomst te monitoren.
Bereikbaarheid Het verbeteren van de bereikbaarheid en het vergroten van de multimodale mobiliteitsmogelijkheden staat voorop in het ontwikkelen van hubs. Met de snelheid van de huidige verstedelijking, de opkomst van deelmobiliteit en de druk op ons ov- en wegensysteem, vormen mobiliteitshubs een belangrijke schakel in de mobiliteitstransitie. Zo kunnen hubs een bijdrage leveren aan de samenhang op corridor- en netwerkniveau van het gehele mobiliteitsnetwerk. In stedelijke gebieden kunnen hubs autoverkeer afvangen en de bereikbaarheid verbeteren door alternatieve, multimodale mobiliteitsmogelijkheden aan te bieden op autoverkeer en het bestaande ov-netwerk. Dit kan congestie tegengaan op drukke knooppunten, zowel binnen stedelijk gebied als langs corridors. Het overstappen op hubs en het bieden van alternatieven verbreed de keuze voor de zogenaamde first- en last-mile. Hiermee wordt voor verschillende doelgroepen ook de bereikbaarheid en toegankelijkheid vergroot.
Afhankelijk van het aanbod aan modaliteiten en de betaalbaarheid ervan kunnen mobiliteitshubs ook een middel zijn om vervoersarmoede tegen te gaan en de vervoersgelijkheid in zowel het landelijk als het stedelijk gebied verbeteren. In het landelijk gebied of de stedelijke randgebieden, waar het ov-netwerk niet altijd dekkend is, kunnen hubs een sterke functie vervullen voor de bereikbaarheid van werk, voorzieningen en kernen. Dit geldt met name voor doelgroepen die afhankelijk zijn van ov, zoals scholieren, ouderen of andere doelgroepen die geen auto kunnen of willen bezitten. Tegelijkertijd biedt een breder aanbod aan mobiliteit een alternatief voor de autobezitter.
8 Duurzaamheid De impact van mobiliteit op ons milieu is groot en neemt alleen maar toe als we met de huidige verstedelijking het mobiliteitssysteem niet anders gaan inrichten. Hubs vormen hierin een belangrijke schakel. Zo dragen ze bij aan het creëren van een modal shift: de verandering in het gebruik van modaliteiten. Door het vergroten van duurzame mobiliteitsmogelijkheden en het bereikbaarder maken van ov via multimodale oplossingen voor de first- of last mile, wordt ook de overgang van autogebruik naar emissieloze vormen van vervoer vergroot en vermindert de uitstoot van CO2 en fijnstof. De ontwikkeling van elektrificatie van personenvervoer is volop in ontwikkeling, maar nog lang niet voor iedereen bereikbaar. Mobiliteitshubs en een goed aanbod in deelmobiliteit zijn een mogelijkheid om mensen te laten kennismaken met elektrisch vervoer en deelmobiliteit, wat de modal shift kan versnellen.
Leefbaarheid Mobiliteit bepaalt grotendeels hoe wij ons leven en onze leefomgeving inrichten. Hubs dragen bij aan een prettige en gezonde leefomgeving. De modal shift naar emissieloos en actief vervoer draagt bij aan minder uitstoot van fijnstof en zorgt voor een betere luchtkwaliteit, wat de gezondheid van mensen ten goede komt. Het slim inzetten van hubs draagt ook bij aan efficiënter ruimtegebruik. De ruimte die hiermee vrijkomt kan gebruikt worden voor betere en veiligere stoepen en fietspaden, maar ook voor meer groen- of speelfaciliteiten. Dit leidt tot een hoogwaardige openbare ruimte die schoner, veiliger en gezonder is.
Brede welvaart en mobiliteit Brede welvaart is de ontwikkeling van welvaart in de breedste zin van het woord: economisch, ecologisch en sociaal-maatschappelijk. Eigenlijk omvat het alles wat mensen van waarde vinden, zowel nu, als in de toekomst, hier en elders. Ook de Global Sustainable Development goals kunnen over het model van Brede Welvaart heen gelegd worden. Denk hierbij aan het verminderen van CO2-uitstoot, het verminderen van verkeersdoden, tegengaan van geluidshinder en tevredenheid over woon-werkverkeer. De monitor Brede Welvaart die vanuit het CBS is ontwikkeld om Nederland een beeld te geven van de Brede Welvaart is niet direct toepasbaar op een afzonderlijk beleidsterrein zoals mobiliteit. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft daarom een model opgesteld met vier dimensies van de Brede Welvaart die toepasbaar zijn voor het beleidsterrein mobiliteit. Hierbij gaat het om de dimensies gezondheid, leefomgeving, bereikbaarheid en veiligheid. Deze dimensies en onderliggende subdimensies vormen de basis van het concretiseren van de doelen en maatstaven voor deze hubstrategie.
In deze hubstrategie is een voorzet gedaan voor monitoring op basis van Brede Welvaart doelen. Gedurende de uitvoering van de hubstrategie wordt die verder verbeterd.
Afbeelding: Model brede welvaart en mobiliteit (PBL, 2021)
9 Brede welvaart Voor het stellen van de concrete doelen van deze hubstrategie worden de doelen van bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid langs de verschillende dimensies van het Brede Welvaart-model van mobiliteit gelegd (zie kader). Hierin zijn, naast leefomgeving en bereikbaarheid, ook veiligheid en gezondheid opgenomen. Duurzaamheid is geen eigen dimensie in dit model, maar verschillende duurzame indicatoren zijn wel onderdeel van de subdimensies, zoals klimaatverandering en milieuvervuiling.
Veiligheid Veiligheid omvat zowel verkeersveiligheid als sociale veiligheid. Beide worden sterk bepaald door hoe we ons mobiliteitssysteem en onze mobiliteitsvoorzieningen inrichten. Mobiliteitshubs dragen bij aan het terugdringen van autogebruik in het algemeen en in het autoluw maken van specifieke gebieden. Dit komt de algemene verkeersveiligheid ten goede. Daarbij biedt de ontwikkeling van mobiliteitshubs kansen voor het creëren van locaties waar een sociaal en fysiek veilige overstap mogelijk is. De groei van de verschillende vormen van (deel)fietsen en scooters met verschillende snel heden vraagt wel extra aandacht voor een veilige infrastructuur rondom hubs en in de wijk.
Gezondheid Mobiliteitshubs faciliteren de modal shift naar actieve mobiliteit (wandelen en fietsen) en stimuleren beweging en spelen in straten en wijken door meer veilige ruimte voor groen en spelen te creëren. Dit komt ten goede aan zowel het mentale als fysieke welzijn van bewoners. Daarnaast kunnen hubs ook de overgang naar elektrisch en emissieloos vervoer versnellen, wat ten goede komt aan de luchtkwaliteit. Denk bijvoorbeeld aan vermindering van luchtwegproblemen en verbetering van de gezondheid van omwonenden. Voor de vier dimensies (leefomgeving, gezondheid, veiligheid en bereikbaarheid) van het model brede welvaart en mobiliteit is een aantal maatstaven geformuleerd. Hieraan zijn vervolgens doelen gekoppeld die een basis of denkrichting vormen voor toekomstige monitoring of sturing. Dit kader met uitgewerkte doelstellingen is terug te vinden in bijlage C. Elke hub draagt op eigen wijze en mate bij aan de verschillende overkoepelende doelstellingen. Sommige doelen worden pas bereikt als er een netwerk van hubs ontstaat. Sommige effecten van hubs zijn ook directer of lokaler merkbaar dan andere. In hoofdstuk 4 gaan we dieper in op de hoe de provincie kan sturen op deze doelen.
10 1.3. Definitie: wat is een hub? Het is belangrijk om duidelijk voor ogen hebben wat mobiliteitshubs zijn en welke grote verscheidenheid aan vorm en functie verschillende hubs hebben. Er zijn momenteel vele definities van mobiliteitshubs in omloop. Tegelijkertijd zijn hubs geen nieuw concept. Sommige ov-knooppunten en (NS-)stations fungeren al langere tijd als hubs of kunnen dat in potentie worden, net zoals sommige P+R’s. Er is echter wel sprake van een nieuwe benadering van hubs, waarbij deelmobiliteit een prominente rol krijgt. Een te strakke definitie van hubs kan ertoe leiden dat de hub als doel wordt gezien en niet als middel in een groter mobiliteitssysteem. De definitie die we aan hubs geven, is daarom gericht op het gebruik en het doel en niet op de specifieke fysieke verschijningsvorm.
• Bezoekers: reizigers die de hub gebruiken als last-mile oplossing. Dit kunnen zowel sociale, recreatieve als zakelijke bezoekers zijn. • Forenzen: frequente bezoekers die reizen voor werk. Deze doelgroep heeft minder keuze om buiten de spitstijden te reizen. • Studenten en scholieren: jongeren die frequent reizen voor school of studie. Deze groep bezit vaak geen auto en is afhankelijk van lopen, ov, (elektrische) fiets of scooter. Een hub kan verschillende verschijningsvormen hebben en afhankelijk van de context flink variëren in grootte, het aanbod van mobiliteit en het aanbod van voorzieningen. Zo kan een hub inpandig ontwikkeld worden, maar ook in de openbare ruimte. In de volgende paragrafen worden verschillende typen hubs uiteengezet en welke voorzieningen er bij deze typen hubs passen.
“Een hub is een fysiek knooppunt in een multimodaal mobiliteitsnetwerk, waar diverse reizen en vervoersvormen samenkomen. Een hub fungeert enerzijds als begin-, overstap- of eindpunt van een reis en anderzijds als een plek waar het prettig is om te verblijven en waar er ruimte is voor aanvullende voorzieningen zoals bijvoorbeeld een pakketpunt.” Een hub kan onderdeel zijn van verschillende type reizen en daarmee ook verschillende doelgroepen bedienen. Omdat een hub zowel een begin-, overstap- of eindpunt in de een reis kan zijn, zal een hub nooit beperkt worden tot één type reis. Zo kunnen verschillende type reizen samenkomen in één hub: • • • • •
Reizen binnen stedelijk gebied. Van het landelijk gebied naar de stad. Van de stad naar het landelijk gebied. Van stad naar stad. Binnen het landelijk gebied.
Op basis van de reizigersdoelgroepen die grote vervoerders gebruiken, zoals de NS, zijn de volgende doelgroepen voor het gebruik van mobiliteitshubs opgesteld: • Bewoners: reizigers die vanuit hun woonplek hun reis beginnen. Voor deze groep is toegang tot de hub op loop- of fietsafstand van belang.
hubstrategie MRA
Hetzelfde geldt voor de verschillende doelgroepen. Waar de stadsrandhub voor bezoekers van buiten de stad een overstappunt is om via ov of deelmobiliteit de reis binnenstedelijk voort te zetten, kan het voor een bewoner het beginpunt van de reis zijn. Voor het ontwikkelen van een hub of meerdere hubs in een afgebakend gebied, is het van belang om de doelgroepen en de reisbewegingen van deze doelgroepen in kaart te hebben. Voor het totale netwerk van hubs en op het schaalniveau van de provincie is dit lastiger te bepalen, omdat het alle doelgroepen omvat. Wel is het van belang om de verschillende reizigersdoelgroepen te definiëren in verband met sturing en monitoring. Hubs komen in vele soorten en maten voor en er zijn weinig tot geen grootschalige hubs die al zijn gerealiseerd. Vanuit het MRA-platform Smart Mobility is een animatie gemaakt over hoe een wijkhub in de toekomst kan functioneren, zodat mensen een beeld kunnen vormen van de potentie van mobiliteitshubs.
11 1.4. Hubcategorieën Een goed functionerend netwerk van hubs zal bestaan uit verschillende typen hubs, die per type en locatie een eigen bereik hebben. Voor deze strategie wordt onderscheid gemaakt in zes typen hubs. In onderstaande afbeelding zijn de typen hubs uitgezet tegen de mate van stedelijkheid van de locatie en de bereikbaarheidsschaal van de hub.
Elk type hub heeft zijn eigen kenmerken en doelstellingen waarbij dit steeds maatwerk voor de specifieke plek in het netwerk en locatie in de omgeving is. In tabel 2.1.1 is per hubcategorie omschreven wat de doelstelling, het bereik, de hoofdreden voor gebruik en de doelgroep is. In de praktijk is elke hub maatwerk en kan er overlap zijn tussen de categorieën of hebben hubs dubbelfuncties.
12
13
14
(
Kop
Kop Buurthub Wijkhub Stadshub
1.5. Welke voorzieningen zijn per hubcategorie nodig? Regiohub
Voorzieningen per type hub Aanwezig
Buurthub
Wijkhub
Stadshub
Regiohub Stadsrandhub
Regiohub Corridorhub
Streekhub
Optioneel N.v.t.
Fietsparkeren Koppeling doorfietsroutes Koppeling hoofdfietsroute
Trein Intercity Trein sprinter hov Bus Buurtbus Deelfiets Deelbakfiets Deelscooter (Elektirsche) Deelauto
Deel-mobiliteit
Ook is een richtlijn opgesteld voor de kwaliteitscriteria waar de verschillende type hubs aan kunnen voldoen, deze is te vinden in bijlage B. De provincie kan deze kwaliteitscriteria gebruiken om gerichter te sturen op kwaliteit bij te ontwikkelen hubs. Ook kunnen deze kwaliteitscriteria gebruikt worden als middel voor de monitoring.
Laadvoorziening Openbaar vervoer
Bijgaande voorzieningenmaxtrx schetst een beeld van de voorzieningen die passend zijn bij de verschillende typen hubs. Deze voorzieningen kunnen in verschillende hubs een andere invulling hebben. Zo kan een voorziening voor fietsparkeren bij een buurthub bestaan uit enkele fietsnietjes en bij een grote wijk- of stadshub uit een volwaardige fietsparkeergarage. Ook de definitie van hov verschilt tussen de stedelijke- en niet-stedelijke context. In NoordHolland Noord zijn dragende buslijnen al bestempeld als hov, binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) spreekt men dan over treinen, trams of snelbussen.
Fiets
Ongeacht de precieze rol die een provincie neemt in het aanjagen, ontwikkelen en Stadsrandhub exploiteren van de verschillende typen hubs, is het belangrijkRegiohub om duidelijk te hebben wat nodig is om een hub goed te laten functioneren. Denk hierbijCorridorhub aan het mobiliteitsaanbod, maar ook aan de voorzieningen die nodig zijn om een hub goed te laten functioneren. Streekhub Dit is niet alleen afhankelijk van het type hub, maar ook van de bredere context. De locatie, het reizigersgedrag van bewoners en bezoekers en het aanbod van mobiliteit bepalen welke voorzieningen en mobiliteitsopties uiteindelijk aanwezig moeten zijn. Een flexwerkplek kan goed passen bij een stads- of stadsrandhub, maar past wellicht weer minder bij een afgelegen hub in de regio. In het algemeen geldt wel dat hoe groter de hub is, hoe meer voorzieningen er gewenst zijn.
15
Parkeren
Laadvoorziening
Auto
Kiss & Ride
Taxistandplaats Flexwerkplekken
Horeca (Pakket)kluizen
Voorzieningen
Winkels
16 1.5.1. Strategie locatiebepaling Het netwerk van mobiliteitshubs bestaat in theorie uit verschillende hubcategorieën met elk hun eigen functie, doel en eigenschappen. Bij het ontwikkelen van dit netwerk op regionaal niveau hanteert de provincie drie strategieën. Dekkend netwerk: De hublocaties voorzien in een dekkend netwerk door in elke kern met meer dan 1.000 inwoners een hub te realiseren. Met deze hub hebben bewoners op maximaal drie kilometer fietsen toegang tot het mobiliteitssysteem. In landelijke omgevingen betekent dit dat een streekhub toegang geeft tot deelmobiliteit en een kwalitatief centraal opstappunt op hov. Daarnaast faciliteert de streekhub de last mile waardoor de kern beter bereikbaar wordt. In stedelijk gebied betekent een dekkend netwerk; een netwerk van buurt-, wijk-, regio(stadsrand) en stadshubs. Eventueel aangevuld met corridorhubs die de regio bedienen en gecombineerd kunnen worden met andere type hubs voor de directe omgeving. Deze strategie redeneert dus van hublocaties (bereikbaarheid van de hub op drie kilometer fietsen) naar een samenhangend netwerk van mobiliteitshubs. Het resultaat is een fijnmazig netwerk waarbij vanuit elke kern toegang is tot een hub met minstens regionaal bereik.
Oplossen knelpunten: Knelpunten zijn bijvoorbeeld een slechte leefbaarheid of bereikbaarheid. Knelpunten in bereikbaarheid kunnen ontstaan door congestie op het regionale of hoofdwegennetwerk. Hiervoor kunnen corridorhubs een oplossing vormen door verkeer tijdig af te vangen en een andere modaliteit te bieden aan de reiziger. Knelpunten in leefbaarheid zijn bijvoorbeeld overlast door autoverkeer. Hierbij kan verkeer eerder afgevangen worden door onder andere stadsrandhubs, waardoor autoluwe steden ontstaan. Ook het verminderen van parkeerplaatsen door middel van mobiliteit via hubs kan een knelpunt van beperkte beschikbare ruimte voor woningbouw oplossen. Het resultaat van deze strategie zijn hubs op strategische plekken die specifieke stromen omleiden. Daarnaast kunnen ook knelpunten in bereikbaarheid aanwezig zijn door afwezigheid van (h)ov. Hubs kunnen hier een gebied, kern of wijk bereikbaar maken.
Interventie: Interventie in het netwerk betekent geen geleidelijke, maar een revolutionaire overgang naar een nieuw (deel)netwerk door het ontwikkelen van nieuwe assen of locaties (ov of weg) binnen het mobiliteitsnetwerk. Voorbeelden hiervan zijn het creëren van een corridorhub voor een nog niet bestaande corridor. Hierbij staat de ontwikkeling van de hub niet op zichzelf, maar moeten ook de bijbehorende modaliteiten zoals het hov-netwerk de bereikbaarheid faciliteren. Kansen: Ook het ontwikkelen van hubs bij aanleg van nieuwe netwerken of locaties zoals bus- of metronetwerken, doorfietsroutes en grootschalige woningbouwlocaties bieden kansen. De nieuwe netwerken krijgen extra potentie wanneer hubs het bereik vergroten. Bij woningbouwlocaties is de ontwikkeling van hubs één van de mogelijkheden om vanaf de start de leefbaarheid op peil te hebben en duurzame mobiliteit te stimuleren. Ook het upgraden van bestaande hublocaties zoals stations naar een groter bereik (bijvoorbeeld het creëren van een intercitystation) past binnen de interventie-strategie. Bijlage E bevat een overzicht van reeds bestaande hubs en potentiële hublocaties.
17 Overzicht achtergronddata en analyse voor bepalen kansrijke hublocaties
Bestaande infrastructuur
Mobiliteitsnetwerken
Herkomsten en bestemmingen
Bestaande knooppunten/hubs
• • • •
• •
• • • • • •
• • • • • •
Hoofdfietsnetwerk Regionale stroomwegen Auto(snel)wegen Doorfietsroutes
Dragende buslijnen Treinverbindingen
Witte vlekken: geen bereikbaarheid
Knelpunten: congestie
Aandachtspunten bij het bepalen (en ontwikkelen) van hubslocaties zijn: • Aansluiting modaliteiten: De herkomsten en bestemmingen moeten een koppeling hebben in de gebruikte modaliteit: Zo kan de hub deelauto’s aanbieden, maar als deze bij de bestemming niet geparkeerd kunnen worden, is de reis incompleet. Ook is het bereik van deelmobiliteit, waaronder de mogelijkheden om deze elders in te leveren, een aandachtspunt. • Differentiatie aanpak naar type gebieden: Er zijn verschillende type gebieden binnen de provincie: De hoogstedelijke regio binnen de MRA en de meer landelijke gebieden in Noord-Holland Noord. Zo ligt in de landelijke regio’s meer focus op bereikbaarheid van de grotere kernen vanuit de kleinere kernen en vice versa, waar in de meer stedelijke gebieden de focus ligt op het oplossen van knelpunten op het (hoofd) wegennet en verminderen van de parkeerdruk/aantal parkeerplaatsen. • Aansluiting op mobiliteitsnetwerk en bestaande infrastructuur: De aansluiting op het bestaande ov-netwerk, hoofdwegennet, provinciaal wegennet en hoofdfiets netwerk voor koppeling tussen verschillende modaliteiten. Zowel in het bepalen van de zoekgebieden (voorliggende opgave) als in de verdiepende slag voor het bepalen van de exacte locatie moet hier rekening mee gehouden worden.
• Bestaande stations: Treinstations en busstations zijn (vrijwel) allemaal logische knooppunten die doorontwikkeld kunnen worden tot mobiliteitshubs. • EV-voorzieningen: Hubs hebben met elektrische modaliteiten een aanzienlijke energievraag. Bij het bepalen van de locatie is het zinvol om te kijken naar de mogelijkheden om op korte termijn de benodigde energieaansluiting te realiseren. Daarbij bieden koppelkansen met opwek en opslag van duurzame energie extra mogelijkheden.
Kernen >1000 inwoners Recreatieve bestemmingen Bedrijventerreinen Winkelcentra Onderwijslocaties Ontwikkellocaties woningbouw
Treinstations Busstations Mobipunten P+R locaties MRA knooppunten/ Regionale hubstrategie Internationale hubs (Schiphol)
Het realiseren van een dekkend hubnetwerk en het inzetten van hubs voor een dekkend hubnetwerk scheppen voorwaarden voor de mogelijkheid om anders te reizen. Echter, het gebruik van hubs en daarmee het gebruik van nieuwe of andere modaliteiten is hiermee nog niet geborgd. Om dit nieuwe mobiliteitsnetwerk ook echt toegankelijk te maken voor de beoogde doelgroep kunnen andere knelpunten spelen. Zo dient er aandacht te zijn voor de bekendheid van de modaliteiten, de betaalbaarheid en het gemak van reizen. Verschillende doelgroepen hebben hierbij verschillende wensen en aanvullende acties kunnen noodzakelijk zijn.
2
18
De rol van de provincie Noord-Holland bij ontwikkeling en exploitatie 2.1. Welke rollen kan de provincie vervullen? Om te komen tot een dekkend provinciaal netwerk van mobiliteitshubs zou de provincie een belangrijke rol moeten vervullen. De provincie heeft hierin de taak om de verschillende gebieden bereikbaar te houden en kan cruciaal zijn in de ontwikkeling van een samenhangend netwerk.
De rol die de provincie kan pakken zal afhankelijk zijn van onder andere de typen hubs en de locatiespecifieke uitdagingen. 26/12/22
De provincie Noord-Holland heeft in het document ‘Maak Plaats: werken aan knooppuntontwikkeling in Noord-Holland (provincie Noord-Holland en Vereniging Deltametropool, 2013)’ vier rollen voor zichzelf gedefinieerd. Deze rollen vormen het uitgangspunt voor de rolomschrijvingen per type hub binnen deze hubstrategie: 1. 2. 3. 4.
Kaderstellende rol Coördinerende rol Aanjagende en sturende rol Expert rol
Bepaalde type hubs, zoals hubs in dunbevolkte gebieden, zullen minder snel door de markt worden opgepakt, omdat zij onvoldoende financiële kansen zien. De provincie zou voor hubs op dergelijke locaties een sterkere rol moeten pakken dan op locaties waar de markt meer kansen ziet.
Provinciale rollen
Provinciale rollen
Toegevoegd op basis van:
KADERSTELLENDE ROL
Focus op gehele netwerk in NoordHolland
COÖRDINERENDE ROL
Focus op ontwikkeling op corridorniveau
AANJAGENDE EN STURENDE ROL
1. Het NSOB model
Focus op ontwikkeling van specifieke knooppunten
EXPERT ROL
2. Onze benchmark
Focus op ontwikkelen en delen van kennis om de ontwikkeling van hubs te versnellen. Focus op het monitoren van de ontwikkeling en het gebruik van hubs om met deze inzichten de ontwikkeling van hubs te verbeteren
1
19 Via elk van deze vier rollen kan de provincie sturen op mobiliteitshubs zoals hieronder samengevat. Coördinator
Aanjager
Kadersteller
Expert
Rolbeschrijving
• Regionaal overleg faciliteren • Zorgen voor alliantievorming tussen publieke en private partijen. • Zorgen dat op regionaal niveau kwantitatieve en kwalitatieve afspraken worden gemaakt over het te realiseren ruimtelijke programma, de hubs en deelmobiliteit op de hubs. • Zorgen voor interne afstemming van de verschillende subsidiestromen ten behoeve van hubontwikkeling en samen met de regio lobby voeren richting NS en het Rijk.
• Experimenteerruimte bieden voor hubontwikkeling en exploitatie. • Subsidies verlenen en een investeringsprogramma voor hubs opzetten. • Bijdragen aan het verdelen van de kosten en baten van hubontwikkeling zoals door het opzetten van een provinciaal vereveningsfonds.
• Voorschrijven van regelgeving ten aanzien van locaties van woningbouw en hubs via bijvoorbeeld provinciale omgevingsplannen. • Voorschrijven van richtlijnen ten aanzien van hubs. • Initiëren van regionale kaders voor het provinciaal organiseren van deelmobiliteit op hubs.
• Het organiseren van kennisuitwisseling. • Het onder de aandacht brengen van nieuwe (financiële) instrumenten om ontwikkeling van hubs op gang te helpen. • Het periodiek monitoren van ontwikkelingen rondom hubs (vergelijkbaar met de monitor ovknooppunten). • Het verzamelen en delen van geleerde lessen rondom hubsontwikkeling en exploitatie.
Onderbouwing voor rolrelevantie
• Hubs functioneren als een netwerk dat door (deels provinciale) corridors is verbonden. Door als provincie de coördinerende rol te pakken, kunnen de verschillende hubinitiatieven en krachten binnen de provincie effectief worden verenigd.
• Marktpartijen kunnen op dit moment doorgaans geen hubs ontwikkelen en exploiteren zonder ondersteuning van de overheid. Daarom is een aanjagende rol van de provincie raadzaam om de ontwikkeling van hubs te versnellen.
• Hubs functioneren als een netwerk dat door (deels provinciale) corridors is verbonden. Om daarbij te sturen op een sluitend en uniform (deelmobiliteits) netwerk van hubs is het raadzaam dat de provincie kaders stelt op bijvoorbeeld het vlak van subsidies en/of vergunningen.
• Omdat hubs nog sterk in ontwikkeling zijn, is het raadzaam om continu te monitoren wat wel en niet werkt en deze inzichten breed binnen de provincie te delen met gemeenten en andere belanghebbenden.
2.2. W elke rollen willen we vervullen bij welke 26/12/22 hubcategorieën in welke fase? De rol die de provincie bij mobiliteitshubs heeft, verschilt per hubcategorie en per fase en zal in de praktijk ook nog afhangen van de locatie en context. In algemene zin heeft de provincie een grotere rol in de ontwikkelingsfase van mobiliteitshubs dan in de exploitatiefase. Ook geldt dat hoe groter de regionale de functie van de hub is, des te groter de rol van de provincie zal zijn.
20 Hierbij kan de provincie ook sturen op het gebruik van een eenduidig beeldmerk van hubs zodat het hubnetwerk voor de eindgebruiker als één herkenbaar systeem functioneert.
Vervolgens kan de provincie, vanuit haar expertrol, het gebruik van hubs monitoren en hieruit lessen genereren die kunnen worden ingezet om verdere opschaling van het mobiliteitshubnetwerk mogelijk te maken. Dit is belangrijk omdat mobiliteitshubs in de praktijk nog een relatief nieuw fenomeen zijn en nog weinig bekend is over de wijze waarop ze werken, zowel individueel als binnen een netwerk van hubs. Door de effecten van verschillende typen mobiliteitshubs(netwerken) te analyseren kunnen inzichten worden verzameld die een onderbouwing kunnen vormen voor specifieke beleidskeuzes. Dit vormt de basis voor de kaderstellende rol die de provincie kan pakken rondom locatiebepaling, Voor het gehele net concessieverlening en vergunningverlening. Door gebrek aan ervaring en bewijslast is nu heeft de provincie e nog lastig te bepalen hoe een concessie en/of vergunningskader het beste vormgegeven monitoren). Deze ro kan worden. Daarom ligt het voor de hand dat de kaderstellende rol van de provincie op DRAFT korte termijn nog beperkt is en in de komende vijf jaar toe zal nemen wanneer er meer gebruik zijn genome verschuift richting m bewijslast beschikbaar komt.
Provinciale rollen per hubcatego Exploitatiefase Provinciale rollen per hubcategorie -
Provinciale rollen in de ontwikkelfase
In de ontwikkelfase is het raadzaam dat de provincie vooral een aanjagende en coördinerende rol pakt. Vanuit de aanjagende rol kan de provincie experimenteerruimte bieden voor de ontwikkeling en exploitatie van mobiliteitshubs. De provincie kan de verschillende typen hubinitiatieven ondersteunen (zie ook hoofdstuk 3: strategische mogelijkheden) waardoor verschillende typen mobiliteitshubs ontwikkeld worden door verschillende partijen met 26/12/22 verschillende exploitatiemodellen. Er kunnen dan in verschillende gemeenten en ovconcessiegebieden verschillende netwerkjes van hubs ontstaan. Omdat hubs functioneren als netwerk dat door (deels provinciale) corridors verbonden is, is het raadzaam dat de provincie een rol pakt om coördinatie en samenhang aan te brengen tussen deze verschillende hubsinitiatieven.
Ontwikkelfase
Kaderstellende rol Coördinerende rol Kaderstellende rol Coördinerende rol Provinciale rollen in de ontwikkelfase
expertrol.
Aanjagende en sturende rol* Aanjagende en sturende rol Expertrol
26/12/22
De provincie blijft e Voor het gehele netwerk van mobiliteitshubs Expertrol aanjagende en kade heeft de provincie een expertrol (kennisdelen en monitoren). In de ontwikkelfase wilt de Stadsrandhub, Rura provincie echter een sterkere systeemrolin de exploitatiefase nemen: meer aanjagend, coördinerend en kleiner dan in de on kaderstellend, met name rondom locatiebepaling en concessieverlening. zekere mate ook vo De provincie heeft een coördinerende, kaderstellende rolD ü aanjagende en kaderstellende rol voor de van de aanj Stadsrandhub, Rurale hub en Regiohub,grootte omdat deze hubs een gemeenteoverstijgende functie in de exploitatiefase hebben en er vaak sprake is van HOV. Dit geldt in ook voor de Stadshub, al is de kaderstellende rol waarin de exp mate daar beperkt. kan worden overgel Voor de Wijk- en Buurthub heeft de provincie in de ontwikkelfase vooral een expertrol. het provinciale bela
Provinciale rollen per hubcategorie Exploitatiefase
Voorrolhet gehele Conclusie: de provinciale is het meest netwerk van mobilitei Voor de Wijk- en Bu nadrukkelijk bij de Regiohub, hub en een expertrol (kenn heeft deRurale provincie Stadsrandhub. Dezemonitoren). typen hubs gaanDeze in tijdens de rol blijft deook exploitati als hubs hubsstrategie centraal staan.
REGI OHUB: CORRI DORHUB
REGI OHUB: CORRI DORHUB
REGI OHUB: STADSRAND
REGI OHUB: STADSRAND
Kaderstellende rol
STREEKHUB
STREEKHUB
Coördinerende rol
STADSHUB
WI JKHUB
STADSHUB Aanjagende en sturende rol*
BUURTHUB
WI JKHUB Expertrol
rol, behalve gebruik zijn genomen, waarbijde de alge focus verschuift richting monitoring vanuit d Conclusie: de provin expertrol.
BUURTHUB
nadrukkelijk bij de R
De provincie blijft een coördinerende, aanjagende en Stadsrandhub. kaderstellende rol Deze voor hubsstrategie ce Stadsrandhub, de Rurale hub en Regiohu in de exploitatiefase,2maar deze is wel kleiner dan in de ontwikkelfase. Dit gel
Provinciale rollen in de ontwikkelfase uitgesplitst per hubcategorie 26/12/22 De provincie heeft een coördinerende, aanjagende en kaderstellende rol voor de stadsrandhub, streekhubs en regiohubs, omdat stadsrandhubs en regiohubs een gemeente-overstijgende functie hebben en er vaak sprake is van hov bij deze hubs. Voor streekhubs geldt dat deze minder snel door de markt worden opgepakt, vanwege het niet rond krijgen van de business case Dit geldt ook voor de stadshub, met als verschil dat de kaderstellende rol daar vooral door de gemeente wordt vervuld. Voor de wijk- en buurthub heeft de provincie in de ontwikkelfase vooral een expertrol en zal de gemeente of ontwikkelaar de regie pakken. Voor het gehele netwerk van mobiliteitshubs heeft de provincie tot slot een expertrol (kennisdelen en monitoren).
21 Zoals toegelicht in het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 3: Strategische mogelijkheden) kan de provincie vanuit haar aanjagende en coördinerende rol in de deze fase de exploitatie van hubs subsidiëren of als aandeelhouder van een beheer- en/of uitvoeringsorganisatie de rol opnemen van mobiliteitsregisseur. Ook kan de provincie de exploitatie verbeteren door op te treden als launching customer en/of te sturen via een werkgeversaanpak
Provinciale rollen per hubcatego Provinciale rollen per hubcategorie Exploitatiefase 26/12/22
De provinciale rol in de ontwikkelfase is dus het meest nadrukkelijk bij corridorhub, stadsrandhub en de streekhub. Deze subcategorieën staan daarom centraal in deze hubstrategie. De rolverdeling kan als volgt schematisch worden samengevat: Provinciale rollen in de exploitatiefase
Provinciale rollen in de exploitatiefase uitgesplitst per hubcategorie
DR
In meer landelijk gebied is de marktvraag over het algemeen onvoldoende voor een rendabele exploitatie. Daarom zal de provincie, naast de gemeente, ook in de exploitatiefase een belangrijke rol kunnen spelen bij deze hubcategorie. Ditzelfde kan ook gelden voor regiohubs hoewel daar de exploitatie- en beheerrol meer in samenwerking met andere partijen (gemeenten,Voor het gehele net ov-partijen en andere partijen) kan worden opgepakt, zoals in het volgende hoofdstuk nader heeft de provincie e wordt toegelicht. Voor de wijk- en buurthub heeft de provincie tijdens de exploitatiefase monitoren). Deze ro nauwelijks een rol, behalve de algemene expertrol. Voor het gehele netwerk van mobiliteitszijnmobiliteitsh genome hubs heeft de provincie een expertrol van waaruit het zorg draagt voor het verzamelen engebruik Voor het gehele netwerk van verschuift richting heeft de provincie een expertrol (kennisdm delen van kennis en data en het monitoren van de hubontwikkeling en -exploitatie.
Exploitatiefase
De provincie blijft een coördinerende, aanjagende en kaderstellende rol voor de corridorhub, stadsrandhub en streekhub houden in de exploitatiefase, maar deze is wel een stuk kleiner dan in de ontwikkelfase. De grootte van de aanjagende rol van de provincie in de exploitatierol rol fase hangt grotendeels af van Kaderstellende de mate waarin de exploitatie aanCoördinerende marktpartijen kan worden overgelaten, waarbij de provinciale belangen geborgd blijven.
Kaderstellende rol
Coördinerende rol
26/12/22 Provinciale rollen in de exploitatiefase
monitoren). Dezeexpertrol. rol blijft ook als hubs in gebruik zijn genomen, waarbij de focus m In de exploitatiefase heeft de provincie daarmee de meest nadrukkelijke rol bij de corridorhub, verschuift richting monitoring vanuit De provincie blijftdee stadsrandhub en streekhub. expertrol. Aanjagende en sturende rol* Expertrol aanjagende en kade Aanjagende en sturende rol*
Expertrol
Stadsrandhub, Rura De provincie blijft een coördinerende, aanjagende en kaderstellende rol voor d in de exploitatiefase Stadsrandhub, Rurale hubdan en Regiohub kleiner in de on in de exploitatiefase, maar deze is wel ee mate ook vo kleiner dan in dezekere ontwikkelfase. Dit geldt zekere mate ookkaderstellende voor de Stadshub,rol waar Dü kaderstellende rol überhaupt beperkt is. grootte van de aanj grootte van de aanjagende rol van de pro in de exploitatiefase in de exploitatiefase hangt grotendeels a mate waarin de exp mate waarin de exploitatie aan marktpar kan worden kan worden overgelaten op eenovergel manier w het provinciale belang geborgd blijft. het provinciale bela
Provinciale rollen per hubcategorie Exploitatiefase REGI OHUB: CORRI DORHUB
REGI OHUB: CORRI DORHUB
REGI OHUB: STADSRAND
REGI OHUB: STADSRAND
Kaderstellende rol
STREEKHUB
STREEKHUB Coördinerende rol
Voorde hetWijkgehele netwerk van mobilitei Voor en Buurthub heeft de prov Voor Wijken Bu tijdens deprovincie exploitatiefase nauwelijks mee heeft de eende expertrol (kenn tijdens de exploitati rol, behalve de algemene expertrol. monitoren). Deze rol blijft ook als hubs rol, behalve gebruik zijn genomen, waarbijde de alge focus Conclusie: de provinciale rol is het meest verschuift richting monitoring vanuit d STADSHUB WI JKHUB BUURTHUB nadrukkelijk bij de Regiohub, de Rurale hub Conclusie: provin expertrol. Stadsrandhub. Deze typen hubs staan da STADSHUB WI JKHUB BUURTHUB nadrukkelijk bij de R de centraal. Dehubsstrategie provincie blijft een coördinerende, Stadsrandhub. Aanjagende en sturende rol* Expertrol aanjagende en kaderstellende rol Deze voor hubsstrategie ce Stadsrandhub, de Rurale hub en Regiohu in de exploitatiefase, maar deze is wel kleiner dan in de ontwikkelfase. Dit gel
3
22
Sturingsmogelijkheden Binnen deze mobiliteitshubstrategie staan vijf sporen van strategische mogelijkheden centraal waarmee de provincie kan sturen op de ontwikkeling en exploitatie van mobiliteitshubs: 1. Streekhubs co-financieren, organiseren in samenwerking met betrokken gemeenten. 2. Regiohubs (laten) bekostigen en organiseren door het verbinden van belangen van verschillende stakeholders. 3. Ondersteunen bij de ontwikkeling en exploitatie van lokale hubs. 4. De beschikbaarheid en digitale toegankelijkheid van deelmobiliteit op hubs organiseren. 5. Bij gebiedsontwikkeling stimuleren van de ontwikkeling van hubs. Voor elke subcategorie worden de passende maatregelen beschreven. Binnen een integrale mobiliteitsstrategie kan de provincie dan de kosten en baten van deze interventies afwegen.
3.1. Streekhubs co-financieren, organiseren en hier regie op voeren Uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteit 2 blijkt dat de meeste mobiliteitshubs, zeker de streekhubs, een onrendabele top hebben in zowel de ontwikkelingsfase als de exploitatiefase. Daarom is het onwaarschijnlijk dat marktpartijen de bekostiging en organisatie van streekhubs op zich nemen zonder overheidssteun. Ook van gemeenten kan niet verwacht worden dat zij de rol volledig op zich zullen nemen. In de praktijk komt het weinig voor dat het Rijk bijdraagt aan de bekostiging van streekhubs. In theorie is dit wel mogelijk als met de streekhub ook nationale belangen worden gediend, zoals het mogelijk maken van een versnelling van de woningbouwopgave. In de praktijk komt dit echter weinig voor omdat het huidige beleid (van het Rijk en de provincie Noord-Holland) er op gericht is om nieuwe woningen te ontwikkelen in stedelijk gebied en slechts heel beperkt in landelijk gebied. Alle grote gebiedsontwikkelingen in NoordHolland vinden daarom ook plaats in stedelijk gebied.
2 Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), Verkenning van het concept mobiliteitshub (2021)
Om deze reden zijn kansen om de bekostiging van streekhubs te integreren in gebiedsontwikkelingen en projectontwikkelaars en vastgoedeigenaren financieel bij te laten dragen beperkt. Het is daarom raadzaam dat de provincie, samen met de gemeente, een aanjagende rol pakt met betrekking tot de bekostiging, organisatie en regievoering van de streekhubs. Voor een aantal hubvoorzieningen geldt dat zowel de bekostiging, realisatie als exploitatie kan worden overgelaten aan de markt. Dit geldt bijvoorbeeld voor laadinfrastructuur en post- en pakketkluizen. De provincie kan, in samenwerking met gemeenten wel randvoorwaarden stellen aan deze marktpartijen. Dat geldt ook voor de ontwikkeling, bouw en exploitatie van de mobiliteitshubs. Die activiteiten kan de provincie, afhankelijk van de locatie, samen met de gemeente, in de markt zetten. Als beheerder van de openbare ruimte is de gemeente meestal verantwoordelijk voor het beheer van het openbaar gebied van de mobiliteitshub. Indien het grondgebied in het bezit is van de provincie, het Rijk of een derde partij zoals ProRail of NS, ligt deze rol bij deze partijen. De grondeigenaar kan het beheer uitbesteden aan een derde partij. Zo wordt het beheer van de mobiliteitshubs van Mobipunten B.V. uitbesteed aan een sociale werkplaats.
23 De provincie heeft een aantal opties om streekhubs te laten bekostigen, organiseren en hier regie op voeren, namelijk: Subsidieverlening
Door een subsidiekader met randvoorwaarden voor subsidie op te stellen, kan de provincie sturen op de ontwikkeling en exploitatie van de hub. Zo kan de provincie als randvoorwaarde stellen dat de hub ontwikkeld wordt volgens een uniform beeldmerk dat in de hele provincie wordt gebruikt. Ook kan de provincie randvoorwaarden stellen aan het kwaliteitsniveau van de (deelmobiliteits)hubdienst in ruil voor exploitatiesubsidie. Hiermee creëert de provincie duidelijkheid voor externen over de randvoorwaarden waar hubinitiatieven aan moeten voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie en kan de provincie de subsidieverlening ten behoeve van mobiliteitshubs ook beter verantwoorden.
Beheer en/or uitvoeringsorganisatie
De provincie kan een beheer- en/of uitvoeringsorganisatie oprichten of hier (mede)aandeelhouder van worden. De beheer- en/of uitvoeringsorganisatie kan de rol opnemen van mobiliteitsregisseur die verantwoordelijk is voor de bekostiging, ontwikkeling en exploitatie van hubs, inclusief de voorbereiding en inkoop en het contractmanagement van de verschillende mobiliteitsdiensten die op de mobiliteitshubs aangeboden worden. Een voorbeeld van deze constructie is Mobipunten B.V. Mobipunten B.V. heeft als doel de bereikbaarheid en leefbaarheid in de Noordkop-gemeenten op niveau te houden door een netwerk van hubs (genaamd Mobipunten) te ontwikkelen en te exploiteren. Momenteel heeft het drie gemeenten als aandeelhouder, maar om opschaling van het netwerk mogelijk te maken zouden meerdere gemeenten en ook de provincie Noord-Holland als aandeelhouder kunnen toetreden. Dat geeft de provincie meer mogelijkheden om te sturen op de ontwikkeling en exploitatie van deze hubs
Optreden als (launching) customer
Vanuit haar coördinerende rol kan de provincie het afzetrisico voor de (deelmobiliteits)hubexploitant verlagen door de vraag naar mobiliteitsdiensten te bundelen om een gecoördineerde, gezamenlijke afname te realiseren. Door overheden te laten fungeren als afnemers van deelmobiliteitsdiensten, kan een deel van de kosten voor de exploitant worden afgedekt, wat het exploitatierisico voor de exploitant verlaagt. De provincie kan dit doen vanuit haar coördinerende rol door gemeenten binnen de provincie samen te brengen met als doel een gezamenlijk inkooptraject voor deelmobiliteitsdiensten te bewerkstelligen. In meer landelijke gebieden is er vaak onvoldoende vraag naar deelmobiliteitsdiensten voor een rendabele exploitatie. Middels een gezamenlijk inkooptraject vanuit meerdere gemeenten en de provincie kan de vraag (de kritische massa) die een deelmobiliteitsexploitant nodig heeft voor een rendabele exploitatie eerder bereikt worden doordat de vraag gebundeld wordt. Een voorbeeld hiervan is de wijze waarop acht kleine tot middelgrote gemeenten in Noord-Limburg (verenigd in Trendsportal) middels een gecoördineerd inkooptraject gezamenlijk mobiliteitsdiensten (deelauto’s, deelfietsen, laadpunten en een MaaS-app) via een Europese aanbesteding in de markt gezet en inkocht.
Het doel hiervan was tweeledig: enerzijds het verduurzamen van de dienstreizen van (een deel van) de ambtenaren van deze gemeenten. Anderzijds was het doel om met de gezamenlijk inkoop voldoende volume te creëren voor een consortium van marktpartijen om deelmobiliteit aan te bieden. De gemeenten hebben daarnaast met het consortium afgesproken dat zodra de inzet van deelmobiliteit voor alle medewerkers van de gemeenten beschikbaar is, het consortium het duurzaam deelvervoer ook open stelt voor inwoners van Noord-Limburg. Daarmee willen ze niet alleen het goede voorbeeld geven, maar ook optreden als “launching customers” om deelmobiliteit meer toegankelijk te maken voor inwoners en ondernemers in de regio.
Werkgeversaanpak
Vanuit haar coördinerende rol kan de provincie naast overheden ook werkgevers binnen de provincie stimuleren om deelmobiliteitsdiensten op hubs af te nemen vanuit de werkgeversaanpak. Hierbij kan de provincie samenwerken met partijen zoals de Green Business Club. Uniek aan Noord-Holland is dat het werkgevers gratis ondersteuning biedt bij het verduurzamen van hun mobiliteitsbeleid via de organisatie Breikers, die deel uitmaakt van het overheidsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid. Breikers krijgt subsidie van de provincie Noord-Holland om werkgevers kosteloos te adviseren en ondersteunen in het traject naar de inkoop van deelmobiliteitsdiensten. Het doel hiervan is om de drempel voor werkgevers om actief deelmobiliteit te promoten onder hun werknemers te verlagen.
24 3.2. R egiohubs (laten) bekostigen en organiseren door het verbinden van belangen van verschillende stakeholders Uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteit3 blijkt dat de meerderheid van de Nederlandse mobiliteitshubs een onrendabele top hebben in zowel de ontwikkelingsfase als de exploitatiefase. Dit geldt ook voor de meerderheid van de regiohubs (corridorhubs- en stadsrandhubs). Uitzonderingen zijn onder andere de P&R-stadsrandhubs rondom de gemeente Amsterdam, die wel kostendekkend worden geëxploiteerd. Regiohubs kunnen zowel publiek als privaat gefinancierd worden of via publiek-private partnerschapsconstructies. Over het algemeen zien private partijen landelijke mobiliteitshubs nog als relatief onbeproefd en riskant, wat de kansen voor private bekostiging van deze hubs beperkt. Ook hanteren private partijen over het algemeen hogere rendementseisen dan publieke partijen wat het lastiger maakt om tot een sluitende business case te komen dan wanneer publieke partijen de ontwikkeling en exploitatie voor hun rekening nemen. Een oplossing is daarom dat publieke partijen de rol van de bekostiger van de regiohubs op zich nemen. Bij stadsrandhubs en corridorhubs kunnen gemeenten en provincie deze rol gezamenlijk oppakken, gezien ze beiden belang hebben bij de ontwikkeling en exploitatie van deze hubs.
Indien de hubs worden ingezet als onderdeel van een breder pakket van investeringen en maatregelen binnen een strategie om het mobiliteitssyteem te verduurzamen, kunnen ze ook investeringen in andere projecten onnodig maken. Dit zijn bijvoorbeeld investeringen, wegcapaciteitsuitbreidingen, ov of parkeerruimte. Middels een regionaal vereveningsfonds zouden vermeden investeringen kunnen worden ‘ingezet’ om mobiliteitshubs mee te bekostigen. Momenteel bestaat er binnen de provincie NoordHolland nog geen regionaal vereveningsfonds dat hiervoor gebruikt kan worden.
3 Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), Verkenning van het concept mobiliteitshub (2021)
De Rijksoverheid kan de provincie ondersteunen bij de ontwikkeling en exploitatie van regiohubs. Dit geldt zeker voor hubs die gelegen zijn aan het hoofdwegen- en spoornet omdat de Rijksoverheid hier een directe belanghebbende is. Het Rijk kan ook bijdragen aan de bekostiging van mobiliteitshubs wanneer daar landelijke belangen mee zijn gediend. Dit is bijvoorbeeld het geval als door mobiliteitshubs een versnelling van de woningbouwopgave mogelijk wordt gemaakt. Een manier om de investeringskosten van regiohubs te beperken, is door deze te realiseren op plekken waar reeds hubinfrastructuur is gerealiseerd, zoals bij bestaande treinstations, ov-knooppunten en parkeerplaatsen. De provincie kan zich daarom eerst richten op het voortbouwen op de huidige corridorstrategie en de knooppunten hierbinnen op te waarderen naar mobiliteitshubs. Dit kan het doen in samenwerking met de NS en de overige exploitanten van het ov.
25 De provincie heeft een aantal opties om regiohubs te laten bekostigen, organiseren en hier regie op voeren, namelijk: Samenwerkingsmogelijkheden rondom NS-stations
De provincie kan in samenwerking met NS werken aan het beter integreren van de ov-fietsen in het bredere mobiliteitshubnetwerk. Er lopen reeds verschillende pilots waarop de provincie kan voortbouwen. Zo investeert de NS momenteel samen met de provincie Noord-Holland in een aantal projecten met als doel het deur-tot-deur vervoer te verbeteren. Ook wordt het aantal locaties waarop de ov fiets wordt aangeboden vergroot en wordt het aantal ov-fietsen op bestaande locaties vergroot. In de toekomst liggen er ook kansen om de elektrische ov-fiets in te zetten op hubs in Noord-Holland. Momenteel betalen gebruikers van ov-fietsen een toeslag wanneer zij de ov-fiets op een andere locatie willen inleveren dan ze deze hebben opgehaald. Daardoor biedt het ov-fietssysteem de eindgebruikers niet dezelfde flexibiliteit als andere back-to-many deelfietssystemen waar deze toeslag niet geldt. De provincie zou in samenwerking met de NS kunnen verkennen of deze toeslag verminderd of afgeschaft kan worden. Daarnaast kan worden verkend in hoeverre back-to-many deelfietssystemen van andere marktpartijen kunnen worden opgeschaald, zowel bij NS-stations als daarbuiten. Voorbeelden van dit soort marktpartijen in NoordHolland zijn onder andere Donkey Republic, Uw Deelfiets en Hello-Bike.
Daarnaast wordt samen met de NS en ProRail een manifest geschreven om deelfietsen van andere aanbieders te faciliteren bij NS-stations op basis van opgedane ervaringen met pilots in 2021-2022. Hierop kan de provincie voortbouwen bij het verkennen van de verschillende mogelijkheden om het deelmobiliteitsaanbod rondom de NS-stations te vergroten en deze stations daarmee meer op te waarderen tot mobiliteitshubs.
Samenwerkingsmogelijkheden met overige OV-exploitanten
De provincie kan vanuit een coördinerende rol via ov-concessies sturen op de dienstverlening van de ov-concessienemers. Een voorbeeld waar dit al is gebeurd, is bij de concessieverlening door Vervoerregio Amsterdam aan Egged Bus Systems (EBS) voor Zaanstreek-Waterland. Bij de aanbesteding van deze concessie heeft de provincie de potentiële concessienemers gevraagd om de dienstverlening wat te verbreden van aanbieder van ovdiensten naar de rol ‘mobiliteitsmakelaarsrol’. Binnen deze rol draait het niet puur om het aanbieden van ov-diensten, maar ook om het faciliteren van overstappen van ov op deelmobiliteit, bijvoorbeeld door de inzet van Mobility-as-a-Service en mobiliteitshubs. Een andere mogelijkheid voor de provincie is het aanbesteden van een deelmobiliteitsdienst in samenwerking met gemeenten en de ov-concessiehouder. Dit is de provincie Noord-Holland momenteel aan het voorbereiden in de Gooi en Vechtstreek. De insteek is hier om een deelfietsexploitant te selecteren die niet is gekoppeld aan de ov-vervoerder, maar wel geïntegreerd wordt in MaaSapps. Ook wordt er in de uitvraag flexibiliteit ingebouwd ten aanzien van de hublocaties. Concreet betekent dit dat de deelfietsen in de zomer op andere hubs kunnen worden geplaatst dan in de winter omdat de verwachting is dat ze in de zomer voor andere typen trips gebruikt worden.