CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels en toelichting bestemmingsplan hectorlaan 17-31 heerhugowaard

Gemeenteraad 10 oktober 2023, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Hectorlaan 17-31 Heerhugowaard17.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is vervolgonderzoek uitgevoerd6. Uit dit onderzoek volgt dat in het plangebied geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels aanwezig zijn. In het plangebied kunnen wel broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen duurt ruwweg van half maart tot half juli. Aan de Hectorlaan 29 is een verblijvende vleermuis aangetroffen. Voor deze locatie is een activiteitenplan opgesteld waarin mitigerende en compenserende maatregelen zijn beschreven. Op basis hiervan is een ontheffing verleend van de Wet natuurbescherming7.

Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een 4 Quickscan natuur Deimoslaan 1-5 en Hectorlaan 17-31 te Heerhugowaard, Van der Goes en Groot, 23 november 2020 5 Onderzoek stikstofdepositie Hectorlaan 17-31 Heerhugowaard, DNS Planvorming, 1 februari 2023 6 Deimoslaan en Hectorlaan te Heerhugowaard - Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving, Van der Goes en Groot, 19 oktober 2021 7 Ontheffing Wnb ruimtelijke ingrepen, 6 december 2022

DNS Planvorming BV

24/54

Milieu- en omgevingsaspecten

veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Geconcludeerd wordt dat er met betrekking tot natuur geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.7

Verkeer en parkeren

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project Verkeer De CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ geeft kencijfers voor de te verwachten verkeersgeneratie per functie. In de toekomstige situatie zijn 65 koopappartementen in het plangebied voorzien in de categorieën goedkoop, midden en duur. Tevens zijn twee bedrijfsunit van in totaal 178 m² in het plan opgenomen. De verkeersgeneratie is bepaald op grond van de kencijfers in de CROW-publicatie 381 waarbij is uitgegaan van het omgevingstype ‘sterk stedelijk' en de ligging in de categorie ‘schil centrum’. In onderstaand schema is de te verwachten verkeersaantrekkende werking weergegeven. Aantal

Koopappartement goedkoop Koopappartement midden Koopappartement duur Bedrijfsunit (commerciële dienstverlening)

Totaal (gemiddeld)

49

Gemiddelde verkeersgeneratie per woning / 100 m2 BVO (kencijfers CROW) 4,3 per woning

15

5,1 per woning

76,5

1

6,8 per woning

6,8

200 m2

8,7 per 100 m2

17,4

TOTAAL

210,7

311,4

Tabel 4.1: Verkeersgeneratie toekomstige situatie

In de toekomstige situatie wordt uitgegaan van circa 312 autoverkeersbewegingen. De locatie wordt goed ontsloten op de Westtangent waardoor geen knelpunten in de verkeersafwikkeling worden verwacht. Bovendien kan op grond van het huidige gebruik en de mogelijkheden binnen de bedrijfsbestemming ook enige verkeersgeneratie worden verwacht. Parkeren Op 20 december 2022 heeft de gemeenteraad van Dijk en Waard de Nota Parkeernormen 2022 vastgesteld. Deze Nota bevat beleidsregels voor parkeren bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt binnen het gebied 'Schilgebied (met parkeerregulering)'. De parkeerberekening is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen8.Er wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen, waarbij een reductie van 0,1 parkeerplaats per woning is toegepast voor deelmobiliteit (inzet 2 deelauto’s) en een reductie van nog eens 0,1 parkeerplaats is toegepast voor de te creëren extra fietsfaciliteiten. Mogelijk dat in het deelplan voor Hectorlaan 21-31 huurappartementen in plaats van koopappartementen worden gerealiseerd. Omdat voor huurappartementen een lagere parkeernorm 8 Parkeervraagberekening project Hectorlaan 17-19 en 21-31 in Heerhugowaard, Bot Bouw en GRID Vastgoedontwikkeling, juni 2022

DNS Planvorming BV

25/54

Milieu- en omgevingsaspecten

geldt in vergelijking tot koopappartementen, is een dergelijke planwijziging wat betreft parkeren uitvoerbaar. Een andere mogelijkheid is dat twee woningen komen te vervallen en deze ruimte wordt ingezet voor maximaal 200 m² aan commerciële of maatschappelijke dienstverlening. Omdat de grootste parkeerdruk voor deze functie op andere tijden plaatsvindt dan het parkeren voor de woningen, zal dit een positieve invloed hebben op de parkeerdruk. Deelauto Een deelautosysteem heeft een reducerend effect op de parkeervraag. Het principe van een deelauto is dat meerdere mensen gebruik maken van een deelauto. Het voordeel van autodelen is dat bewoners wel gebruik kunnen maken van een auto, maar deze niet hoeven te bezitten. In overleg met de gemeente zal verdere invulling gegeven worden aan het deelmobiliteitsconcept om de inzet de van deelauto's te bepalen. Fietsparkeren Er worden goede fietsfaciliteiten toegepast. Uitgangspunt is minimaal 2 fietsparkeerplekken per woning. Er worden gemeenschappelijke fietsenstallingen op de begane grond gerealiseerd. Deze stalling is goed bereikbaar en direct gelegen naast de hoofdentrees. Daarnaast is er in de directe omgeving bij de entrees ruimte voor het kort stallen van fietsen.

De ligging binnen 5 minuten fietsen van het station zorgt ervoor dat ook de combinatie tussen de fiets, bus en de trein een goed alternatief is voor de auto vanaf de locatie. Door de realisatie van 0,5 extra fietsparkeerplekken per woning, is een reductie van 0,1 parkeerplaats op de autoparkeernorm toegepast.

4.8

Geluid weg- en railverkeer

Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde (spoor)wegen op de nieuwe woningen (geluidgevoelige bestemmingen) te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Betekenis voor het project De voorgenomen woningbouw ligt binnen de geluidszone van verschillende nabijgelegen wegen en een spoorweg. Ten behoeve van het bestemmingsplan is voor beide deelplannen een akoestisch onderzoek9 uitgevoerd waarbij de geluidbelasting in het toekomstig maatgevende jaar is bepaald ten gevolge van de genoemde wegen ter plaatse van de gevels van het nieuwbouwplan. De optredende geluidsbelasting is getoetst worden aan de voorkeurs- en uiterste grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Wegverkeer Uit het akoestisch onderzoek10 voor Hectorlaan 17-19 volgt dat de geluidsbelasting vanwege de Westtangent maximaal 57 dB bedraagt. Vanwege de Deimoslaan bedraagt de geluidsbelasting maximaal 49 dB. De geluidsbelasting vanwege de Westtangent is hoger dan het ambitieniveau van de gemeente Dijk en Waard. Toepassing van een geluidsscherm zorgt voor onvoldoende geluidreductie in verband met de hoogte van de nieuwbouw. Toepassing van stil asfalt is vanuit verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. De afschermende maatregelen en geluidisolatie van de gevel worden afgestemd op de berekende geluidsbelasting.

Aanvullend is de toename van geluid als gevolg van wegverkeer bij het kantoorpand aan de Hectorlaan 15 en de bedrijfswoning aan de Hectorlaan 8 onderzocht11 (zie bijgevoegde memo van M+P). Uit de berekeningen volgt een toename van 1,8 dB. De geluidsbelasting blijft in alle gevallen onder de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai en is daarmee toelaatbaar.

9

Akoestisch onderzoek plan Hectorlaan 17-19 te Heerhugowaard, M+P raadgevende ingenieurs BV, 9 december 2021 Akoestisch onderzoek plan Hectorlaan 21-31 te Heerhugowaard, M+P raadgevende ingenieurs BV, 10 mei 2021 11 Onderzoek geluidbelasting Hectorlaan 8 en 15 vanwege nieuwbouw appartementen Hectorlaan, M+P raadgevende ingenieurs BV, 8 september 2021 10

DNS Planvorming BV

26/54

Milieu- en omgevingsaspecten

Ook zal er geen relevante toename zijn vanwege reflecties tegen de nieuwbouw aangezien er ook in de huidige situatie al bebouwing op deze locatie aanwezig is. De nieuwbouw levert geen extra reflecties op ten opzichte van de bestaande bebouwing. Er is bij de onderzochte panden geen sprake van een onaanvaardbare toename in geluid als gevolg van het project. Uit het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd voor de Hectorlaan 21-3112 volgt dat de geluidsbelasting vanwege de Westtangent maximaal 52 dB bedraagt. Vanwege de Deimoslaan bedraagt de geluidsbelasting maximaal 52 dB. De geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai is lager dan het ambitieniveau van de gemeente Dijk en Waard. Toepassing van een geluidsscherm zorg voor onvoldoende geluidreductie in verband met de hoogte van de nieuwbouw. Toepassing van stil asfalt is vanuit verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. De afschermende maatregelen en geluidisolatie van de gevel worden afgestemd op de berekende geluidsbelasting. De maximaal vast te stellen hogere waarde bedraagt 51 dB vanwege de Westtangent. Vanwege de Deimoslaan bedraagt de maximaal vast te stellen hogere waarde 52 dB. Railverkeer Voor de locatie Hectorlaan 17-19 is geen sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai.

Voor de locatie Hectorlaan 21-31 bedraagt de maximale geluidsbelasting ten gevolge van het railverkeer maximaal 57 dB ter plaatse van de bovenste verdiepingen van de noordwestgevel. De geluidsbelasting is minder dan het ambitieniveau van 60 dB voor railverkeer en voldoet daarmee aan het beleid. Met het Programma Hoogfrequent Spoor en de het nieuwe opstelterrein Heerhugowaard Noord zal sprake zijn van een toename van het aantal treinpassages. Het effect hiervan is onderzocht en opgenomen in het tracébesluit. De geluidsbelasting zal ter plaatse 0,3 dB toenemen. Dit heeft netto geen effect voor de vast te stellen hogere waarde van 57 dB. Geluid bedrijven In paragraaf 4.11 wordt ingegaan op mogelijke hinder van bedrijven in de omgeving. Hieruit volgt dat de woningen niet binnen de richtafstand (voor gemengd gebied) van omliggende bedrijven worden gerealiseerd. De realisatie van woningen zal niet leiden tot een beperking van de bedrijven in de directe omgeving. Bovendien staan deze bedrijven een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Cumulatie Er is alleen sprake van cumulatie vanwege wegverkeerslawaai vanwege verschillende wegen. De cumulatieve geluidsbelasting vanwege beide wegen zonder maatregelen bedraagt 59 dB. De maximaal benodigde hogere waarde vanwege wegverkeer bedraagt 52 dB (57 dB exclusief aftrek art. 110g Wgh).

De cumulatieve geluidsbelasting is 2 dB hoger dan de vast te stellen hoogste geluidsbelasting vanwege wegverkeer en voldoet aan het beleid. Er is sprake van een aanvaardbare geluidbelasting. Hogere waarden De geluidsbelasting als gevolg van wegverkeer is hoger dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Als gevolg van het verkeer over de Westtangent is deze voor het te realiseren gebouw op de locatie Hectorlaan 17-19 hoger dan het ambitieniveau van de gemeente Dijk en Waard. Om een hogere waarde te kunnen vaststellen moet worden gekeken naar compenserende factoren (beleidsdoelstelling 5 hoofdstuk 4.4). Compenserende factoren zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van een stille gevel of een geluidsluwe buitenruimte. Voor de meeste appartementen is sprake van één of twee geluidbelaste gevels. Ook de buitenruimten grenzen veelal aan geluidbelaste gevels. Om toch een buitenruimte te creëren die bruikbaar is kan een balkonbeglazing worden toegepast. De afscherming van de balkonbeglazing kan dan eveneens worden gebruikt om de achterliggende ruimte, via het balkon, enigszins geluidsluw te spuien. De terrassen op de 4e verdieping zullen vanwege de afschermde werking van de borstwering voldoende geluidsluw zijn. 12

Akoestisch onderzoek plan Hectorlaan 21-31 te Heerhugowaard, M+P raadgevende ingenieurs BV, 10 mei 2021

DNS Planvorming BV

27/54

Milieu- en omgevingsaspecten

Als niet akoestisch aspect is de bereikbaarheid tot het openbaar vervoer goed te noemen. In de directe omgeving zijn voorzieningen in de vorm van scholen, kinderdagverblijf, sporthal e.d. aanwezig. De maximaal vast te stellen hogere waarde bedraagt Lden = 57 dB vanwege de Westtangent. Vanwege de Deimoslaan bedraagt de maximaal vast te stellen hogere waarde Lden = 49 dB Voor de gevels waar sprake is van een verhoogde geluidsbelasting zijn mogelijk maatregelen nodig om aan het Bouwbesluit 2012 te voldoen.

4.9

Luchtkwaliteit

De regels en grenswaarden voor luchtkwaliteit staan in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2: luchtkwaliteitseisen. Uit artikel 5.16 lid 1 van de Wm blijkt dat het project toelaatbaar is indien het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  een project draagt alleen ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging;  een project is opgenomen in, of past binnen, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met een goede ruimtelijke ordening. Betekenis voor het project Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een ‘klein project’ welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat onderzoek naar luchtkwaliteit voor de ontwikkeling die met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt niet nodig is en dat de ontwikkeling niet bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Uit de informatie die beschikbaar is via de Monitoringstool NSL blijkt dat de jaargemiddelde concentraties fijn stof en stikstofdioxide in 2020 en 2030 langs wegen in de nabijheid van het plangebied onder de 35 µg/m³ liggen. Ter plaatse van het gehele plangebied zal dan ook worden voldaan aan de grenswaarden omdat de concentraties luchtverontreinigende stoffen afnemen naarmate een locatie verder van de weg ligt. Met betrekking tot luchtkwaliteit is in het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat.

4.10

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen:  bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt;  transportroutes (wegen, waterwegen, spoorwegen) waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd;  ondergrondse buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor LPG-tankstations geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen tevens de circulaire effectafstanden externe veiligheid lpg-tankstations.

DNS Planvorming BV

28/54

Milieu- en omgevingsaspecten

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen waterwegen is het wettelijk kader vastgelegd het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. De normen voor ondergrondse buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Betekenis voor het project Aan de hand van de gegevens op de Risicokaart is nagegaan welke risicovolle activiteiten en bronnen in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Hieruit volgt dat in de nabijheid van het plangebied een buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen is gelegen (hoge druk aardgas buisleiding). Zie afbeelding Transportroutes over de weg van gevaarlijke stoffen (N242) en risicovolle inrichtingen zijn op grotere afstand gelegen.

Afbeelding 4.1: Uitsnede Risicokaart met plangebied omcirkeld Risicovolle activiteiten binnen inrichtingen Voor risicovolle activiteiten is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het plangebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen. De meest dichtbij zijnde risicovolle inrichting is het gasontvangstation van Gasunie (gelegen op 180 meter afstand). Dit gasontvangststation valt niet onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen en heeft geen wettelijk bepaald invloedsgebied waarmee rekening moet worden gehouden. De aanwezigheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. Transport van gevaarlijke stoffen over (spoor)wegen Voor transportroutes voor gevaarlijke stoffen over (spoor)wegen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid transportroutes. Het plangebied bevindt binnen 200 meter van de spoorweg. Over de betreffende spoorvakken vindt echter geen bulktransport plaats van gevaarlijke stoffen. Het plangebied is gelegen op ca. 480 meter afstand van de provinciale weg N242. Over de N242 vindt transport plaats van gevaarlijke stoffen in tankwagens.

De N242 is gelegen op meer dan 200 meter van het plangebied. Een verantwoording en berekening van het groepsrisico is

DNS Planvorming BV

29/54

Milieu- en omgevingsaspecten

op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes niet vereist. De aanwezigheid van de N242 vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor buisleidingen voor het transport voor gevaarlijke stoffen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen het invloedsgebied en de 100% letaliteitscontour van hoge druk aardgasbuisleiding A-551-05 van Gasunie. De voorgenomen ontwikkelingen zijn getoetst aan de normen in het Bevb13:  Plaatsgebonden risico: buisleiding A-551-05 beschikt ter hoogte van het plangebied niet over een PR=10-6 contour, de normen voor het plaatsgebonden risico vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling;  Belemmeringenstroken: het plangebied is gelegen buiten de belemmeringenstroken van buisleidingen. De normen voor de belemmeringenstroken in het Bevb vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling;  Groepsrisico: de ontwikkeling van de personendichtheid in het plangebied heeft geen effect op de hoogte van het groepsrisico. Voor de bestaande bestemde situatie en de nieuwe situatie wordt een groepsrisico berekend van maximaal 0,039 maal de oriëntatiewaarde.

Op grond van het Bevb kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Deze verantwoording is hieronder beschreven. De Veiligheidsregio heeft advies uitgebracht over de ontwikkeling. Het advies is verwerkt in de onderstaande verantwoording. De Veiligheidsregio adviseert om de brandweer te betrekken bij de verdere uitwerking van de plannen zodat inzichtelijke wordt met welke (on)mogelijkheden de brandweer te maken kan krijgen bij de bestrijdbaarheid van een brand en de impact voor de omgeving. Beperkte verantwoording groepsrisico Scenario fakkelbrand buisleiding Maatgevend scenario is een breuk van een hoge druk aardgas buisleiding. Het aardgas stroomt onder hoge druk continu uit. Het gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt die duurt totdat na inblokken van de leiding de druk afneemt. Deze fakkel kan bij een totale leidingbreuk tot een hoogte van enkele tientallen meters reiken. Deze fakkelbrand leidt tot hittestraling in de omgeving (uitgedrukt in kW/m²). De fakkelbrand is gedurende de eerste paar minuten het hoogst en neemt na verloop van tijd in hoogte af. De tijdsduur van de aanwezigheid van de fakkel is afhankelijk van de locaties van afsluiters en hoe snel deze zijn dichtgestuurd door de leidingeigenaar. Nadat de afsluiters zijn gesloten duurt het nog enige minuten voordat de fakkelbrand vrijwel gedoofd is.

Bij een totale leidingbreuk bij buisleiding A-551-05 kan een fakkelbrand optreden. Als deze breuk optreedt in het plangebied zal de optredende warmtestraling van deze fakkelbrand in een klein deel van het plangebied meer dan 35 kW/m2 bedragen (de 35 kW/m2 contour is gelegen op een afstand van ca. 60 meter van de leidingbreuk). Bij een dergelijke warmtestraling biedt een gebouw geen of slechts gedurende zeer korte tijd bescherming aan de personen in het gebouw. Binnen een afstand van 60 meter is vluchten van de bron af de enige optie. Vanaf 60 meter afstand van de leidingbreuk is schuilen binnen/achter een gebouw mogelijk. Na verloop van tijd is brandoverslag naar het gebouw mogelijk en moeten aanwezige personen alsnog het gebouw ontvluchten. Bestrijdbaarheid Bij optreden van een fakkelbrand in de buisleiding zijn er vanuit bestrijdbaarheidsperspectief geen mogelijkheden om dit scenario te voorkomen of te bestrijden zolang door de leidingbeheerder de afsluiters in de buisleiding nog niet zijn gesloten.

13 Groepsrisicoberekening Buisleidingen A-551-05 t.b.v. locatie Deimoslaan/Hectorlaan te Heerhugowaard, Prevent Adviesgroep, 2 december 2020

DNS Planvorming BV

30/54

Milieu- en omgevingsaspecten

Na het optreden van een fakkelbrand bij de buisleiding kunnen in het plangebied branden ontstaan die door de brandweer kunnen worden geblust nadat de afsluiters in de buisleiding zijn gesloten. Hierbij is het van belang dat het plangebied goed bereikbaar is voor hulpdiensten. Het plangebied is bereikbaar vanaf drie richtingen waardoor er sprake is van een goede bereikbaarheid. De primaire en secundaire bluswatervoorziening is op orde. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Binnen het plangebied zijn geen nieuwe functies voorzien die specifiek gericht zijn op minder zelfredzame personen. De planvorming betreft de realisatie van woningen en bedrijfsruimten. Uitgangspunt is dat de betreffende personen zelfredzaam zullen zijn. Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten. Bij een volledige breuk van een buisleiding zal vrijwel direct een fakkelbrand ontstaan waardoor er geen gelegenheid is om het gebied te ontruimen. Bij het optreden van een fakkelbrand bij de buisleiding is binnen een afstand van 60 meter vluchten van de bron af de enige optie. Het nieuwe gebouw is grotendeels binnen deze 60 meter contour gelegen.

Vanaf 60 meter afstand van de leidingbreuk is schuilen binnen/achter een gebouw mogelijk. Na verloop van tijd is brandoverslag naar het gebouw mogelijk en moeten aanwezige personen alsnog het gebouw ontvluchten. Vanaf 90 meter afstand van de leidingbreuk valt geen brandoverslag naar gebouwen meer te verwachten. Conclusie De normen voor externe veiligheid zoals aangegeven in het Bevi, het Bevt en het Bevb vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:  woonfuncties nabij bestaande en opvolgende bedrijvigheid zijn alleen mogelijk als ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd;  bestaande bedrijven worden niet onevenredig geschaad in hun bedrijfsvoering. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. Betekenis voor het project De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft indicatieve afstanden tussen bedrijven/functies en woningen met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Binnen gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.

Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging (direct naast woningen komen ook functies als kantoor, bedrijvigheid of horeca voor) of een gebied dat gelegen is nabij hoofdinfrastructuur. Het plangebied is gelegen in een gebied met verscheidene functies, waaronder bedrijvigheid en wonen en grenst aan de doorgaande weg Westtangent. Kenmerkend voor het omgevingstype 'gemengd gebied' is dat sprake is van een zekere verstoring en dus van een relevant andere omgevingskwaliteit dan in

DNS Planvorming BV

31/54

Milieu- en omgevingsaspecten

een rustig woongebied. Gelet op de aanwezige functies en infrastructuur is ter plaatse van de voorliggende locatie sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied', waardoor de richtafstand op basis van de VNG-brochure terug kan worden gebracht met één afstandsstap. In de handreiking wordt uitgegaan van gemiddelde bedrijven. Er zijn ter plaatse geen omstandigheden waarom voor de betreffende functies een grotere richtafstand moet worden aangehouden. Met betrekking tot de in de omgeving op basis van het bestemmingsplan toegestane bedrijven, is van belang dat op een deel van het nabijgelegen bedrijventerrein Zandhorst maximaal categorie 4 bedrijven zijn toegestaan. Voor categorie 4.2 bedrijven geldt tot woningen in gemengd gebied een richtafstand een richtafstand van 200 meter. Er zijn geen categorie 4.2 bedrijven aanwezig. Daarnaast worden bedrijven niet beperkt door de onderhavige ontwikkelingen omdat er langs het spoor diverse percelen met een maatschappelijke bestemming aanwezig zijn, waar gevoelige objecten zijn toegestaan. De bedrijven staan een goed woon- en leefklimaat in het plangebied niet in de weg. Daarnaast worden bedrijven niet beperkt in de bedrijfsvoering als gevolg van de ontwikkeling.

Tabel 1: Inventarisatie bedrijven en richtafstanden binnen gemengd gebied In de omgeving van het plangebied geldt op veel percelen een bedrijfsbestemming waarbinnen categorie 1 en 2 bedrijven zijn toegestaan. Voor deze bedrijven geldt in gemengd gebied een maximale richtafstand van 10 meter ten opzichte van woningen. Aan deze richtafstand wordt voldaan. De dienstverlenende bedrijven en instellingen die worden toegestaan in de eerste bouwlaag, zijn functies gevestigd die zich goed verenigen met woningen. Rioolgemaal Ten zuiden van het plangebied is een rioolgemaal van het HHNK aanwezig. Voor een rioolgemaal geldt in gemengd gebied een maximale richtafstand van 10 meter ten opzichte van woningen. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Kerk Aan de Deimoslaan 19 is een kerk aanwezig. Voor een kerk geldt een richtafstand van 10 meter ten opzichte van woningen. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Rotocoat Het metaalbewerkingsbedrijf Rotocoat is op 150 meter afstand van het plangebied gevestigd. Het betreft een categorie 4.1 bedrijf met een richtafstand van 100 m in gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt voldaan.

DNS Planvorming BV

32/54

Milieu- en omgevingsaspecten

Bedrijven en functies in de omgeving staan ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Tevens leidt de voorgenomen ontwikkeling niet tot beperkingen voor omliggende bedrijven.

4.12

Trillingshinder

Voor de beoordeling van trillingen is in Nederland geen wetgeving van toepassing. Wel heeft de SBR (Stichting Bouwresearch) richtlijnen uitgebracht op het gebied van trillingen (meet- en beoordelingsrichtlijnen). Dit zijn landelijk geaccepteerde richtlijnen voor het meten en beoordelen van trillingen in gebouwen. De SBR richtlijn – deel A "schade aan gebouwen" geeft een procedure voor het meten van trillingen en geeft grenswaarden met betrekking tot schade. De SBR richtlijn – deel B "Hinder voor personen in gebouwen" geeft een procedure voor het meten van trillingen en geeft streefwaarden met betrekking tot hinder. De SBR richtlijn – deel C "Storing aan apparatuur" geeft een procedure voor het meten van trillingen aan opgestelde apparatuur en geeft streefwaarden met betrekking tot het voorkomen van storingen aan deze apparatuur. Betekenis voor het project Door middel van trillingsonderzoek14 is de mogelijke hinder van trillingen als gevolg van treinverkeer op de nabijgelegen spoortrajecten Heerhugowaard-Schagen en Heerhugowaard-Hoorn onderzocht. Uit het onderzoek volgt dat ter plaatse van de locatie Deimoslaas-Hectorlaan en ook bij dichterbij het spoor gelegen bestaande gebouwen geen trillingshinder te verwachten valt.

4.13

Duurzaamheid

In de uitvoering van het bestemmingsplan zal aandacht worden besteed aan het aspect duurzaamheid. Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren (inclusief slopen en hergebruik) van de te realiseren woningen. Duurzaamheidsaspecten waar bij de bouw van de woningen aan moet worden gedacht zijn: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, toekomstbestendigheid, etc. In de Lokale Energie Strategie (zie paragraaf 3.4.7) is de ambitie op het gebied van duurzaamheid vastgelegd. Het streven is een energieneutraal Heerhugowaard in 2030. Daarnaast wordt gewerkt naar een klimaatrobuuste stad.. Betekenis voor het project Hieronder wordt ingegaan op de aspecten warmte, zonnepanelen, EPC en klimaatadaptie. Energieconcept De woningen worden gasloos gebouwd. De woningen in het plan zullen beschikken over een goed geïsoleerde schil en energiezuinige installaties. Hierdoor is de energievraag van de woningen laag. De energie die nodig is voor het verwarmen (en eventueel koelen) van de woningen, wordt op duurzame wijze opgewekt via warmte- en koudeopslag, eventueel in combinatie met zonnepanelen. Door de toepassing van dit energieconcept zijn de kosten voor energieverbruik en vastrecht voor de bewoners significant lager dan bij appartementen die zijn aangesloten op aardgas of stadverwarming.

Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. De stijging van de gemiddelde temperatuur brengt extremer weer met zich mee: natter, droger en heter. De inrichting van de buitenruimte zal zo groen mogelijk worden zodat er zo veel als mogelijk wateropname door de bodem plaatsvindt. Het project wordt uitgevoerd met een waterbergingssysteem dat een waterbergingscapaciteit van minimaal

14 Nieuwbouw Deimoslaan en Hectorlaan te Heerhugowaard - trillingen vanwege railverkeer, M+P raadgevende ingenieurs BV, 12 juli 2021

DNS Planvorming BV

33/54

Milieu- en omgevingsaspecten

(keuze streefwaarden) 50, 60 of 70 mm water per m2 bebouwd en verhard oppervlak. Maar in ieder geval voldoende om het gedurende één etmaal op eigen terrein te kunnen bergen. Groenstructuur In het kader van de bestrijding van hittestress, maar ter bevordering van woonomgeving is de inpassing van de groenstructuur rondom het plan vanuit de start al meegenomen in het ontwerp. Rondom het plan zijn groenelementen te vinden in de vorm van groenstroken, bomen, struiken en opgaande begroeiing tegen het gebouw. De parkeervakken op eigen terrein worden omzoomd met beukenhagen. Op het gezamenlijk dakterras worden plantenbakken als omzoming toegepast. Flora en fauna Uitgangspunt is om in de nieuwe bebouwing vogel- en vleermuiskasten toe te passen. Ook bij de groeninrichting wordt aandacht besteed aan flora en fauna.

4.14

Bezonning

Naarmate de breedte of hoogte van een gebouw groter is, kan het negatieve effect op de bezonning van de omgeving toenemen. Betekenis voor het project Ten behoeve van de ontwikkeling is een bezonningsstudie15 uitgevoerd. Uit de bezonningsstudie blijkt dat er niet tot nauwelijks sprake zal zijn van een beperking van zonlichttoetreding. Er is geen sprake van een onevenredige schaduwwerking voor panden in de omgeving.

4.15

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In Nederland is het verplicht om de effecten op het milieu volwaardig onderdeel te laten zijn van de voorbereiding en de besluitvorming over ruimtelijke plannen. Daarvoor is in de Wet milieubeheer de methodiek van de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Echter, omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in feite een beknopte opsomming van de beoordeling van de ontwikkeling op verschillende milieuaspecten. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Betekenis voor het project Ten behoeve van het project is een aanmeldingsnotitie opgesteld16. Hieruit volgt dat de kenmerken van de activiteit en de mogelijke gevolgen voor het milieu geen aanleiding geven voor het opstellen van een milieueffectrapportage.

4.16

Conclusie milieu- en omgevingsfactoren

Uit bovenstaande paragrafen kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de woningbouwontwikkeling in het plangebied.

15 16

Bezonningsstudie appartementen woongebouw Hectorlaan 17-19 Heerhugowaard, Breddels Architecten, 3 juni 2021 Aanmeldnotitie m.e.r. Hectorlaan 17-31 Heerhugowaard, DNS Planvorming BV, 24 juni 2022

DNS Planvorming BV

34/54

Juridische planbeschrijving

5

Juridische planbeschrijving

5.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

5.2

Planregels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels en hier komen de onderstaande artikelen in voor.  Artikel 1: Begrippen Dit artikel geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.  Artikel 2: Wijze van meten Het tweede artikel geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor:  Artikel 3: Groen De hoofdgroenstructuur in het plangebied is bestemd als Groen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – spelen’ zijn speelvoorzieningen toegestaan. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘terras’ is een terras op maaiveld behorende bij de aangrenzende woning toegestaan.  Artikel 4: Verkeer De gronden waar de wegen en parkeerplaatsen in het plangebied zijn voorzien, zijn bestemd als Verkeer.

Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.

DNS Planvorming BV

35/54

Juridische planbeschrijving

 Artikel 5: Wonen Binnen de bestemming Wonen is het maximaal aantal woningen per deelplan op de verbeelding aangeduid evenals de maximale bouwhoogte. Uitsluitend in de eerste bouwlaag is in totaal 400 m2 aan dienstverlenende bedrijven of/of instellingen toegestaan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.

 Artikel 6: Anti-dubbeltelregel Op grond van de antidubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan er wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing.  Artikel 7: Algemene gebruiksregels In deze regels wordt aangegeven welk gebruik beschouwd wordt als strijdig met het bestemmingsplan en wordt geborgd dat voor de ingebruikname van gronden en bouwwerken in de parkeerbehoefte conform de geldende normering is voorzien.  Artikel 8: Algemene afwijkingsregels Deze bepaling geeft de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels ten aanzien van het bouwen van het geringe overschrijdingen inzake goothoogte, hoogte, oppervlakte en inhoud van bouwwerken. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht.  Artikel 9: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik.

 Artikel 10: Slotregel Dit artikel geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

5.3

Handhaafbaarheid

Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang:  Voldoende kenbaarheid geven aan het plan;  Voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan;  Inzichtelijke en realistische regeling;  Handhavingsbeleid.

DNS Planvorming BV

36/54

Financiële uitvoerbaarheid

6

Financiële uitvoerbaarheid

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij het onderhavige plan als bouwplan kan worden aangemerkt. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de ontwikkelaars van beide bouwplannen. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen de initiatiefnemers en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd in deze overeenkomst. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.

DNS Planvorming BV

37/54

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Participatie en vooroverleg

Participatie Belanghebbenden in de omgeving van het plangebied zijn voorafgaand aan de procedure door de initiatiefnemers geïnformeerd. Op 9 juni 2021 heeft een (digitale) informatieavond plaatsgevonden. Het plan voor de locatie Hectorlaan 17-31 is tijdens deze avond in combinatie met het plan voor de locatie Deimoslaan 1-5 door de initiatiefnemers gepresenteerd. Vragen zijn tijdens deze avond beantwoord. Het verslag van de informatieavond is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Voor de locatie Hectorlaan 17-19 heeft vanaf 12 juni 2021 al een voorontwerp bestemmingsplan voor 6 weken ter inzage gelegen. Er is één inspraakreactie ontvangen. Naar aanleiding van de inspraakreactie is de toelichting van dit bestemmingsplan op de onderdelen (geluid en bezonning) aangevuld. Op 30 juni 2022 is door de initiatiefnemers een brief gestuurd aan belanghebbenden in de omgeving van het plan. Hierin is uitgelegd dat voor beide deelplannen één bestemmingsplanprocedure zal worden doorlopen. Tevens zijn de aanpassingen in het plan toegelicht ten opzichte van de eerder gepresenteerde plannen. Het aantal woningen op de locatie Hectorlaan 17-19 is teruggebracht van 33 naar 29. Voor Hectorlaan 21-31 is het aantal woningen aangepast van 37 naar 36. De volumes en de hoogtes van de gebouwen blijven daarbij ongewijzigd. Het aantal parkeerplaatsen is toegenomen van 60 naar 65.

Bij de brief is ook het concept inrichtings- en groenplan gevoegd. Eventuele vragen of opmerkingen konden tot 11 juli 2022 worden gestuurd. Er zijn geen reacties ontvangen. Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Hectorlaan 17-31’ heeft vanaf 10 september 2022 voor 6 weken ter inzage gelegen. Een ieder is in de gelegenheid gesteld om een inspraakreactie in te dienen. Er zijn geen inspraakreacties ontvangen. Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) is bij de voorbereiding van het bestemmingsplan vooroverleg gevoerd met de besturen van de instanties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan betrokken zijn. Van de volgende instanties is een overlegreactie ontvangen:  Provincie Noord-Holland  Gemeente Alkmaar  Liander  ProRail  Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Provincie Noord-Holland De provincie Noord-Holland ziet geen aanleiding tot het indienen van een reactie. Wel is geconstateerd dat de naamgeving van het plan op www.ruimtelijkeplannen.nl niet correct is. Reactie gemeente De naamgeving in de GML van het ontwerpbestemmingsplan wordt aangepast, zodat de juiste naamgeving op www.ruimtelijkeplannen.nl komt te staan.

DNS Planvorming BV

38/54

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Gemeente Alkmaar De gemeente Alkmaar ziet in het bestemmingsplan niets of weinig terugkomen over klimaatadaptatie. Meer specifiek over de ruimteclaims die de opgaven rondom klimaatadaptatie op de ondergrond leggen. Zoals het nu is, lijkt het dat het warmtenet te allen tijde voorrang heeft op klimaatadaptatie. Reactie gemeente Zowel in de waterparagraaf (paragraaf 4.1) als in de paragraaf over duurzaamheid (paragraaf 4.11) is ingegaan op klimaatadaptatie. Door middel van toepassing van groen in de buitenruimte vindt er zoveel mogelijk wateropname door de bodem plaats. Op de hoogste daken wordt sedum toegepast op de locaties waar geen zonnepanelen komen. Het project wordt uitgevoerd met een waterbergingssysteem dat een waterbergingscapaciteit van minimaal (keuze streefwaarden) 50, 60 of 70 mm water per m2 bebouwd en verhard oppervlak. Maar in ieder geval voldoende om het gedurende één etmaal op eigen terrein te kunnen bergen. Liander Er loopt een 50 kV-kabelverbinding direct langs en door het voorontwerp. De verbinding is niet voorzien van een dubbelbestemming waarmee gebruiksbeperkingen worden gesteld aan de grond.

Liander verzoekt het voorontwerp zodanig aan te passen dat aan de grond, waarin de 50 kV-kabelverbinding ligt, en niet in eigendom is van Liander, een dubbelbestemming wordt toegekend, voorzien van passende bouwregels en een omgevingsvergunninstelsel voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden, ter bescherming van de verbinding. Reactie gemeente De gemeente en initiatiefnemer is op de hoogte van de ligging van de 50 kV-kabelverbinding. Alleen kabels en leidingen waarvoor dit verplicht is op basis van wet- en regelgeving, zoals bijvoorbeeld hogedrukaardgastransportleidingen, worden op de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen. Voor de betreffende 50-kV- kabelverbindingen is geen grondslag in wet- en regelgeving aanwezig. Evenmin is het noodzakelijk de ligging te duiden ten behoeve van de juridisch-planologische toelaatbaarheid. Binnen de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen worden dergelijke ondergrondse infrastructurele voorzieningen toegestaan (‘nutsvoorzieningen’). Een dubbelbestemming met nadere gebruiksregels wordt niet noodzakelijk geacht ter bescherming van genoemde belangen. Bij werkzaamheden in de grond dient een ‘KLIC-melding’ te worden gedaan en wordt rekening gehouden met de ondergrondse infrastructuur.

ProRail In de akoestische onderzoeken voor de beide deelpannen wordt gebruik gemaakt van gegevens uit het geluidregister, zonder rekening te houden met het gepubliceerde Ontwerp-Tracébesluit Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Alkmaar - Amsterdam. Op 2 maart 2021 is in Staatscourant Nr. 10055 is het Ontwerp Tracébesluit van Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Alkmaar - Amsterdam (OTB) gepubliceerd. Hierin is aangegeven dat ter plaatse van de Hectorlaan 17-31 het geluidproductieplafond verhoogd zal worden. De akoestisch onderzoeken bij het voorontwerp-bestemmingsplan houden hier géén rekening mee. ProRail verzoekt u om de onderzoeken te actualiseren en daarbij rekening te houden met het gepubliceerde OTB. Hiernaast verzoekt ProRail om in de akoestisch onderzoeken ook aandacht te geven aan artikel 2.3 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 waarin is beschreven dat de datum waarop het geluidregister is geraadpleegd c.q. het versienummer van het gebruikte bestand dient te worden toegevoegd aan de akoestisch rapporten.

Tevens verzoekt ProRail om de onderstaande voorwaardelijke verplichting op te nemen in de Regels in artikel 5 Wonen: “Voor het realiseren en veranderen van een geluidsgevoelige bestemming moet vast staan dat de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (hogere waarde), volgens het besluit Hogere waarde met inachtneming van de in dit besluit gestelde voorwaarde(n), niet overschrijdt.”

DNS Planvorming BV

39/54

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Reactie gemeente In beide rapportages van de uitgevoerde akoestische onderzoeken is al uitgegaan van het verhoogde geluidproductieplafond. In de rapportage voor Hectorlaan 21-31 is in hoofdstuk 3.3 het versienummer van het spoorregister toegevoegd en datum dat het is geraadpleegd. In de rapportage voor Hectorlaan 17-19 was dit al opgenomen. Er is een voorwaardelijke verplichting toegevoegd voor de geluidbelasting. Alhoewel anders verwoord dan ProRail voorstelt, wordt hiermee tegemoetgekomen aan het verzoek. Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord is advies uitgebracht over de aspecten trilling, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid, natuur, bodem, geluid en luchtkwaliteit en natuur. De onderzoeken en teksten in het bestemmingsplan zijn akkoord bevonden. Na actualisatie van het onderzoek stikstofdepositie is ook dit onderzoek door de Omgevingsdienst beoordeeld en akkoord bevonden. Reactie gemeente De reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.

7.2

Procedure

Het ontwerpbestemmingsplan is met ingang van 10 juni 2023 op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad konden worden ingediend. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Omdat het bestemmingsplan de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk maakt, is de Crisisen Herstelwet van toepassing. Dit betekent onder andere dat bij het instellen van beroep op dit bestemmingsplan het beroep versneld wordt behandeld door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast is indienen van een zogenaamd pro forma beroepschrift niet mogelijk en geldt een relativiteits-eis. Dat betekent dat het bestemmingsplan niet wordt vernietigd wegens strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen, indien deze kennelijk niet strekken tot bescherming van de belangen van diegene die zich erop beroept.

DNS Planvorming BV

40/54

REGELS

REGELS

DNS Planvorming BV

41/54

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 1.1

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan ‘Hectorlaan 17 - 31’ met identificatienummer NL.IMRO.1980.BP04HECTORLAAN1731-VA01 van de gemeente Dijk en Waard. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aan-huis-gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijk effect of ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat qua vorm, ligging en omvang ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8

bed en breakfast

een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijgebouw en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis 1.9

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.10

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

DNS Planvorming BV

42/54

Hoofdstuk 1

1.11

Inleidende regels

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.12

bouwgrens

de grens van een bouwvlak. 1.13

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.14

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.15

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel. 1.16

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.17

bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.18

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, zulks met uitzondering van horeca activiteiten. 1.19

dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling:

bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio’s en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 1.20

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten. 1.21

eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond. 1.22

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.23

hoofdgebouw

een gebouw, dat door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

DNS Planvorming BV

43/54

Hoofdstuk 1

1.24

Inleidende regels

huishouden

persoon of groep personen die een afzonderlijk huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.25

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.26

peil

a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdingang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het waterpeil. 1.27

perceelsafscheiding

constructie voor het afscheiden van een perceel of een gedeelte daarvan zonder dat er sprake is van een relatie tot bebouwing. 1.28

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.29

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.30

voorgevel

de naar de openbare weg gerichte gevel van een gebouw / het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.31

voorgevelrooilijn

alle naar de naastgelegen wegen toegekeerde bouwgrenzen van het hoofdgebouw en het denkbeeldig verlengde daarvan. 1.32

wonen

het bewonen van een woning door één afzonderlijke huishouden. 1.33

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

DNS Planvorming BV

44/54

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Inleidende regels

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, valbeveiligingen voor dakterrassen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6

ondergeschikte bouwdelen:

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van hoofdgebouwen worden ondergeschikte bouwdelen als goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, liftschachten en/of airco-units, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, balkons en daarmee gelijk te stellen voorwerpen buitenbeschouwing gelaten, onder voorwaarde dat de breedte van de overschrijding van de bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,6 meter bedraagt danwel 2 meter voor balkons.

DNS Planvorming BV

45/54

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3

3.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplantingen; c. paden; d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – spelen’ voor speelvoorzieningen; e. uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘terras’ voor een terras op maaiveld behorende bij de aangrenzende woning; met daaraan ondergeschikt: f. in-/uitritten; g. verhardingen; h. waterlopen en waterpartijen; met de daarbij behorende: i. nutsvoorzieningen; j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; k. kunstobjecten. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Op de gronden zijn ten behoeve van de bestemming uitsluitend toegestaan: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen. 3.3

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 en toestaan dat de gronden worden gebruikt voor parkeren en/of in- en uitritten. De genoemde omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:  het straat- en bebouwingsbeeld;  de verkeersveiligheid;  de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

DNS Planvorming BV

46/54

Hoofdstuk 2

Artikel 4

4.1

Bestemmingsregels

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. voet- en fietspaden; c. parkeerplaatsen; d. groenvoorzieningen; e. water; met de daarbij behorende: f. nutsvoorzieningen g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; h. kunstobjecten. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Op de gronden zijn ten behoeve van de bestemming uitsluitend toegestaan: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.

DNS Planvorming BV

47/54

Hoofdstuk 2

Artikel 5

5.1

Bestemmingsregels

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. uitsluitend in de eerste bouwlaag: dienstverlenende bedrijven en dienstverlenende instellingen waarbij het oppervlak in totaal niet meer dan 400 m² mag bedragen; met de daarbij behorende: c. bergingen; d. entreeruimten en overige collectieve ruimten die ten dienste staan van het gebruik van het gebouw; e. verkeers- en parkeervoorzieningen, waaronder geluidbeperkende voorzieningen; f. sport- en speelvoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. water; i. openbare nutsvoorzieningen j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; k. tuinen en erven; l. verhardingen; m. kunstwerken; n. kunstobjecten. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen mag ten hoogste 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn ten hoogste 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 6 meter. 5.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=be342b43-bef2-4777-b434-f6804fe24564