CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

IPB Dijk en Waard definitief, geamendeerd raadsbesluit 2024-04-23

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Integraal parkeerbeleid 2024 - 203021.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

betaald parkeren wordt uitgebreid naar het Stationskwartier en het tarief wordt verhoogd In de toekomst kan betaald parkeren ook in lokale centrumgebieden worden ingevoerd;

27

Integraal parkeerbeleid

10. er wordt een parkeercluster van ca. 600 parkeerplaatsen in het Stationskwartier gerealiseerd voor bewoners, werknemers, bezoekers en treinreizigers; 11. inkomsten uit het parkeren worden geïnvesteerd in gebied specifieke parkeerproblemen en alternatieven: 1. prioriteit geven aan schoolomgevingen, met het aanleggen en verbeteren van parkeerclusters, verbeteren van de looproutes van het cluster naar school en intensivering van de handhaving; 2. inzetten op meer en veilige fietsfaciliteiten bij winkelcentra en Stationskwartier waarbij de fietsfaciliteiten zo dicht mogelijk bij de functies worden ontwikkeld; 3. kwalitatief hoogwaardige clustervoorzieningen voor voertuigen waar geen vergunning voor is verstrekt; 4. groslijst aan verbetermogelijkheden opnemen in investeringsagenda en budget hiervoor vrijmaken.

4.2 Beleidsinstrumenten In deze paragraaf worden de beschikbare beleidsinstrumenten toegelicht. Hierin worden ook bedragen en tarieven benoemd. Bij het noemen van bedragen en tarieven hierbij geldt het volgende: ■ ■ ■ ■

alle genoemde bedragen en tarieven gelden per 1 januari 2025; bedragen en tarieven worden jaarlijks geïndexeerd; genoemde bedragen en tarieven zijn gehanteerd om de effecten van maatregelen door te kunnen rekenen en een businesscase op te stellen; definitieve tarieven worden vastgesteld in de parkeerbelastingverordening. Wanneer de tarieven in de parkeerbelastingverordening afwijken van de genoemde tarieven in dit document is de parkeerbelastingverordening leidend.

Parkeernormen Voor het bepalen van de parkeereis – het benodigde aantal parkeerplaatsen - bij gebiedsontwikkelingen zijn de parkeernormen het benodigde instrument. Deze zijn vastgesteld in de nota parkeernormen. De parkeernormen zijn vastgesteld voor verschillende zones op basis van stedelijkheidsgraad en de aanwezigheid van parkeerregulering: A. Stadshart en Stationskwartier (sterk-stedelijk – centrum) B. Gereguleerde schil om centrumgebied (sterk-stedelijk - schil centrum) C. Stedelijk (sterk-stedelijk – rest bebouwde kom) D. Dorps en landelijk (matig-stedelijk – rest bebouwde kom)

28

Integraal parkeerbeleid

Deze zonering is op de volgende manier gekoppeld aan de gebiedsindeling in dit integraal parkeerbeleid: Deelgebied Stadshart

Stationskwartier Dorps- en wijkcentra

Woonbuurten Schoolomgevingen

Landelijk Bedrijventerreinen

Kenmerken Centrumgebieden met sterk stedelijke functiemenging (wonen, winkelen, ondernemen, recreatie) Centrumgebieden met sterk stedelijke functiemenging en hoogwaardig OV Gebieden in dorpen en woonwijken met ondersteunende centrumfuncties (ondersteunende winkelgebieden) Woongebieden Omgevingen van basisscholen waar kinderen veilig naar school kunnen gaan en omwonenden voldoende ruimte hebben Ruime, agrarische en landelijke gebieden met veel ruimte voor natuur Monofunctionele werklocaties die goed bereikbaar zijn voor werknemers en bezoekers van bedrijven

Zone parkeernormen A

A B (met parkeerregulering) C (zonder parkeerregulering)

B C (Heerhugowaard) D (dorpen) C (Heerhugowaard) D (dorpen)

D C (Heerhugowaard) D (dorpen)

Om in sterk stedelijke gebieden (zone A en B) ruimte te maken voor groen en klimaatadaptatie mogen ontwikkelaars een plan indienen om 20% van de eigenlijk benodigde oppervlakte voor parkeerplaatsen te gebruiken voor extra groen en klimaatadaptieve maatregelen. Dit betreft de parkeereis zonder eventueel toegepaste verdere reducties zoals beschreven in de nota parkeernormen. Voor ontwikkelaars geldt een bijdrageregeling. Deze inkomsten kunnen worden ingezet om elders de benodigde parkeerplaatsen aan te leggen, alternatieven voor de auto te realiseren of meer groen te realiseren. De nota parkeernormen biedt deze mogelijkheid al. De zonering voor de parkeernormen is niet in beton gegoten. Als gevolg van gebiedsontwikkelingen kunnen soms de kenmerken, functies en stedelijkheid van een gebied veranderen. Om rekening te houden met veranderende gebiedskenmerken is een zekere dynamiek van de zonering noodzakelijk om de parkeernormen beter aan te laten sluiten met de veranderde werkelijkheid in het betreffende gebied. Om deze reden is de plattegrond met de zonering niet opgenomen in dit beleidskader, maar uitgewerkt in de bestaande nota

29

Integraal parkeerbeleid

parkeernormen. Indien nodig kan de zonering van de parkeernormen in de deelnota parkeernormen worden herzien.

Betaald parkeren Betaald parkeren is het heffen van parkeerbelasting om de parkeeroverlast in een gebied te verlagen en de bereikbaarheid te verbeteren. Door betaald parkeren wordt het werkelijke gebruik van parkeerplaatsen belast: de parkeerder betaalt. Hierdoor is het met name voor langparkeerders minder interessant om hun auto hier te parkeren. Op deze manier wordt de juiste doelgroep naar de juiste plek gestuurd. Door betaald parkeren in te voeren kan op die locatie de parkeerbehoefte op drie manieren afnemen: een automobilist kan uitwijken naar een andere (gratis) parkeerplaats in de buurt, iemand kan op een andere manier (fiets, OV) komen of iemand kan besluiten om ergens anders naartoe te gaan. In winkelgebieden leeft vaak de zorg dat betaald parkeren leidt tot omzetderving omdat bezoekers wegblijven. Hoewel betaald parkeren direct na invoering kan leiden tot een kortstondige dip in bezoekersaantallen, trekt dit snel bij. Ten opzichte van andere kenmerken van winkelgebieden, zoals het winkel- en horeca-aanbod en de aantrekkelijkheid van het winkelgebied, is betaald parkeren nauwelijks van invloed op de bezoekersaantallen. Als we specifiek kijken naar de functie dagelijkse boodschappen dan zijn er wel aanwijzingen dat een klein deel van de bezoekers voor een alternatieve locatie kiest, mits die op korte afstand beschikbaar is.

Betaald parkeren is in dit parkeerbeleid op de volgende manier ingericht: ■

■ ■

■ ■

■ ■

■ ■

betaald parkeren geldt in centrumgebieden waar bezoekers de belangrijkste doelgroep zijn, in eerste instantie het Stadshart en het Stationskwartier (zie maatregelen per deelgebied); het tarief wordt €1,00 per uur en geldt 24 uur per dag. Dit zorgt ervoor dat de kosten voor kort parkeren gelijk blijven; er geldt een maximaal 24-uurstarief van € 9,00. Zo wordt lang parkeren overdag ontmoedigd en is er ruimte voor kortparkeerders. Voor de avond-nacht (17.00 – 09.00) geldt er een lager maximumtarief van €4,00; deze tarieven gelden per 1 januari 2025 in het Stadshart; het Stationskwartier is nog in ontwikkeling. Als denkrichting geldt een groeimodel in tarieven, die nog met spoorpartners besproken wordt. De uitwerking vindt plaats in de deelnota parkeerregulering. De denkrichting is: maximale 24-uurstarief van €4,00 voor bezoekers en € 2,00 voor treinreizigers. Zodra het parkeercluster in het Stationskwartier ontwikkeld is, kan voor bezoekers het maximale 24-uurstarief van € 9,00 worden en voor treinreizigers €4,00.

In het Stationskwartier geldt geen speciaal tarief voor de avondnacht; genoemde tarieven worden opgenomen in de parkeerbelastingverordening en worden jaarlijks geïndexeerd; blauwe zones in de gebieden waar in dit parkeerbeleid betaald parkeren geldt worden vervangen door betaald parkeren (eventueel gecombineerd met vergunninghoudersparkeren als er ook door bewoners geparkeerd wordt); om de duidelijkheid en begrijpelijkheid te bevorderen geldt in vergelijkbare gebieden waar betaald parkeren is ingevoerd uiteindelijk hetzelfde tarief; mobiel parkeren (met een app) is mogelijk;

30

Integraal parkeerbeleid

■ ■

voor bewoners en ondernemers die in een gebied wonen of werken waar betaald parkeren geldt worden parkeervergunningen uitgegeven (zie de volgende paragraaf); betaald parkeren geldt niet voor houders van gehandicaptenparkeerkaarten, die op basis van hun kenteken kunnen worden vrijgesteld. Wel dienen zij hun kenteken hiervoor te registreren bij de gemeente.

Vergunninghoudersparkeren Parkeervergunningen zijn een instrument waarmee de juiste doelgroep naar de gewenste parkeerplaats kan worden gestuurd. Doelgroepen kunnen worden gefaciliteerd in hun parkeerbehoefte en beschermd van parkeeroverlast door derden. Een vergunningenregime kan worden ingesteld in centrumgebieden, woonbuurten en in gebieden rond gebieden waar betaald parkeren geldt, om te voorkomen dat parkeerders naar deze gebieden uitwijken vanwege capaciteitstekort of betaald parkeren bij hun bestemming. Vergunninghoudersparkeren is in dit parkeerbeleid op de volgende manier ingericht: ■

■

■

■ ■ ■

■

inwoners en ondernemers kunnen vergunningen aanvragen om te kunnen parkeren in de gedefinieerde vergunningengebieden. Een vergunning is geldig vanaf het moment van afgifte en is maximaal 1 jaar geldig. In het daaropvolgende jaar kan de vergunning verlengd worden. Een verlenging kan geweigerd worden als de vergunning niet voldoet aan onderstaande regels; er worden verschillende typen parkeervergunningen op kenteken aangeboden aan verschillende doelgroepen. 1. 1e bewonersvergunningen; 2. 2e en verdere bewonersvergunningen; 3. bedrijvenvergunningen; 4. zorgverlenersvergunningen (voor professionele zorgverleners. Zij komen niet in aanmerking voor een bedrijvenvergunning); 5. mantelzorgersvergunningen (voor mantelzorgers); 6. deelauto-vergunningen; De 1e bewonersvergunning wordt betaald tegen het tarief van enkel de administratieve kosten voor het verstrekken hiervan (€ 25). Voor bewonersvergunningen voor 2e en daaropvolgende auto's geldt een tarief van (€ 100). Ook bedrijvenvergunningen en abonnementen op clusters voor bewoners en bedrijven zijn betaald. Bedrijvenvergunningen hebben een hoger tarief dan bewonersvergunningen (€ 450) en er wordt een maximumaantal vergunningen per bedrijf gegeven op basis van het aantal werknemers.

Vergunningen voor zorgverleners en mantelzorgers zijn gratis; ; op woonadressen kunnen alleen bewonersvergunningen worden aangevraagd; bedrijven die tijdelijk werkzaamheden verrichten in een vergunninggebied, kunnen een tijdelijke vergunning aanvragen voor de duur van de werkzaamheden, met een maximale duur van 6 weken. Wanneer voor werkzaamheden op de stoep moet worden geparkeerd, kan het bedrijf een ontheffing van 6 weken aanvragen; wie een parkeerplaats op eigen terrein heeft komt niet in aanmerking voor een 1e parkeervergunning om het gebruik van de parkeerplaats op eigen terrein aan te moedigen;

31

Integraal parkeerbeleid

■

■

■

■

■

het totale vergunningsgebied bestaat uit centrumgebieden en(woon)gebieden die aan de centrumgebieden liggen, met een loopafstand van 10 minuten (800 meter) van het centrumgebied. Vergunninghoudersparkeren kan ook worden ingevoerd in andere woongebieden met een hoge parkeerdruk en schoolomgevingen. Hiervoor wordt bij een parkeerprobleem het afweegkader toegepast (zie H5); het vergunningsgebied is ingedeeld in zones. Met een bewonersvergunning, een bedrijvenvergunning, een mantelzorgersvergunning en een deelautovergunning kan worden geparkeerd in één zone. Zorgverlenersvergunningen zijn in alle zones geldig; de vergunningszones zijn op het niveau van een of meerdere buurten afgebakend. Daarnaast moet de afbakening van de vergunningszone logisch en begrijpelijk zijn, bijvoorbeeld bij water of een grote weg. Vergunninghouders kunnen met hun vergunning in de hele vergunningszone parkeren. Zie de afbakening van de vergunningszones in 2030 in figuur 6.1; het totaal aantal uit te geven vergunningen is maximaal 90% van de beschikbare parkeercapaciteit in een vergunningszone. Woonadressen zonder parkeergelegenheid op eigen terrein (oprit) komen als eerste in aanmerking voor een vergunning4; als de resterende vergunningenvraag groter is dan het vergunningenaanbod, wordt de restvraag opgevangen op een parkeercluster op afstand (met abonnement), voor zover nog beschikbaar.

Uitgangspunt is rechtsgelijkheid, in principe moet iedere bewoner uit een gereguleerd gebied in Dijk en Waard een abonnement kunnen aanvragen. Een aanvrager kan ook op een wachtlijst voor vergunningen in de vergunningszone komen te staan. De volgende abonnementsvormen zijn beschikbaar: ■

■

■ ■ ■

■

een 24-uursabonnement (7 dagen in de week) voor bewoners (€ 120 per kwartaal, €480 per jaar) in P1, P2, P3 en P4. Deze wordt in een periode van 5 jaar gelijkgetrokken met het tarief van € 170 per kwartaal van Wereldhave. Met de uitgifte van extra 24-uursabonnementen wordt terughoudend omgegaan; een avond-/nachtabonnement voor bewoners (€ 100 per kwartaal, € 400 per jaar) in P1, P2 en P4. Hiermee kan dagelijks (7 dagen in de week) tussen 17.00 en 09.00 geparkeerd worden. Buiten deze tijden geldt het reguliere tarief. In parkeervoorziening P3 (Coolplein) worden geen avond-/nachtabonnementen voor bewoners en bedrijven uitgegeven; een abonnement voor bedrijven en hun personeel (€ 120 per kwartaal, € 480 per jaar.

op parkeerterreinen die bij (wijk)winkelcentra en supermarkten horen geldt geen vergunninghoudersparkeren; bij clusters met een dubbelfunctie (zoals de parkeergarages bij winkelcentrum Middenwaard) geldt een uitgifteplafond voor abonnementen. Dit wordt afgestemd met de eigenaren van de parkeergarages; houders van een gehandicaptenparkeerkaart kunnen gratis gebruik maken van alle vergunningsplaatsen;

4 Behoudens bestaande en nieuwe (contractueel) vastgelegde uitzonderingen

32

Integraal parkeerbeleid

■

huishoudens in een vergunningsgebied krijgen via de bezoekersregeling 200 parkeeruren per jaar gratis aangeboden die zij kunnen toekennen aan bezoekers die dan mogen parkeren in het gebied (op kenteken). ■

Zij kunnen extra bezoekersuren bijkopen tegen het tarief van €0,50 per uur. Wanneer de parkeerdruk in het betreffende vergunningsgebied tijdens de piekbelasting boven de 90% komt worden er geen extra bezoekersuren uitgegeven.

Parkeerclusters Door clustering van parkeerplaatsen op meer grootschalige, centraal gelegen locaties kan de parkeerbehoefte van verschillende doelgroepen op enige afstand van de woning of bestemming worden opgevangen. Op de clusters kan ook de eventuele restvraag naar vergunningen die niet in de buurt zelf kan worden opgevangen worden gefaciliteerd (met abonnementen). Een parkeercluster kan op verschillende manieren worden ingericht: ■ ■ ■ ■

gebouwde (inpandige) parkeerclusters (garages in Stadshart of de nieuwe parkeercluster in het Stationskwartier); Nieuwe en het gebruik van bestaande parkeerterreinen op maaiveld (bijvoorbeeld achter het gemeentehuis Parelhof of bij Sporthal Zuid); kleinere clusters (parkeerkoffers) op wijkniveau; zie verder parkeermaatregelen per deelgebied (H6).

In het Stationskwartier wordt een parkeercluster ontwikkeld die bestemd is voor treinreizigers, bewoners, werknemers en bezoekers van het gebied. In totaal worden er ca. 600 parkeerplaatsen gerealiseerd. Zie verder paragraaf 6.1 OV-knoop

Dubbelgebruik bevorderen Op alle maatgevende momenten is het op een aantal plekken druk. Tegelijkertijd zijn er op dezelfde momenten ook plaatsen waar de parkeerdruk laag is. ’s Avonds wordt meer dan 80% van de parkeercapaciteit bij bedrijven, winkels en scholen onbenut. De restcapaciteit op deze locaties kan worden ingezet om op drukbezette plaatsen de parkeerdruk te verlagen. Dit parkeerbeleid bevordert het dubbelgebruik op de volgende manieren: ■

■

■

de privé-capaciteit van bedrijven wordt beter benut door met bedrijven in gesprek te gaan om hun terreinen beschikbaar te stellen voor andere doelgroepen op momenten dat de parkeerplaatsen onderbezet zijn; de privé-capaciteit van inwoners wordt beter benut door een vergunningenregime in te voeren in de buurt waarbij adressen met parkeergelegenheid op eigen terrein later in aanmerking komen voor een vergunning dan adressen zonder parkeergelegenheid op eigen terrein. door marketingcampagnes gericht op gemak, comfort, veiligheid en betrouwbaarheid locaties met restcapaciteit beter onder de aandacht brengen; door de uitgifte van avond-/nachtabonnementen worden de parkeervoorzieningen in het Stadshart beter benut.

33

Integraal parkeerbeleid

Parkeerverwijzingen verbeteren Parkeerverwijssystemen in het Stadshart informeren automobilisten over de locatie en beschikbaarheid van parkeervoorzieningen om zo het zoekverkeer te verminderen en de parkeerdruk beter te verdelen over verschillende locaties. Het verbeteren van parkeerverwijzingen wordt in dit parkeerbeleid op de volgende manieren gedaan: ■

■

het verbeteren van het parkeerroute informatiesysteem (PRIS) beïnvloedt niet-frequente bezoekers die door de parkeerverwijzingen eerder op een gewenste plek gaan parkeren als zij Dijk en Waard bezoeken; het invoeren van open parkeerdata (via het Servicehuis Parkeren en Verblijven/NPR) beïnvloedt bezoekers die op zoek zijn naar een (vrije) parkeerplaats die voldoet aan hun wensen indirect via reisadvies, autoroute en parkeerdiensten (online, via apps en eventueel via Parkeer Route Informatie Systemen (PRIS) langs de weg).

Figuur 4.1 Parkeerroute informatiesystemen rondom het Stadshart.

Alternatieven voor de eigen auto stimuleren Stimuleren van alternatieve vervoerswijzen, zoals de fiets, lopen en OV, is weliswaar geen parkeermaatregel, maar kan wel de parkeerbehoefte doen afnemen door deze opties aantrekkelijker te maken ten opzichte van de auto.

34

Integraal parkeerbeleid

Een goed aanbod aan deelmobiliteit kan leiden tot een daling van het gebruik en bezit van de eigen auto. De actuele inzichten over het reductiepotentieel bij (nieuwe) inwoners varieert van 1 deelauto op 4 tot 8 privéauto’s. Belangrijk hierbij is dat de deelauto nooit het primaire vervoermiddel is van een inwoner. Beschikking hebben over deelauto’s en deelfietsen zorgt ervoor dat nieuwe inwoners eerder het openbaar vervoer of de fiets als primaire vervoerwijze kiezen, omdat zij voor die paar ritten per jaar waar de auto echt nodig is de deelauto kunnen gebruiken. Het vervangen van eigen auto’s door deelauto’s lukt dus alleen goed als de alternatieven op de woonlocatie op orde zijn en de beschikbaarheid en kosten van de deelauto’s betrouwbaar en aantrekkelijk zijn. Er zijn verschillende maatregelen die het gebruik van alternatieve vervoerswijzen stimuleren: ■

Maatregelen gericht op het verbeteren van het aanbod van alternatieve vervoerswijzen: ■ ■ ■ ■ ■

■

meer, betere en veilige fietsparkeerplaatsen en verbeteren van fietsinfrastructuur, mogelijk gemaakt door inkomsten uit het parkeerbeleid; doorstromingsmaatregelen openbaar vervoer, om de snelheid en betrouwbaarheid van het bestaande openbaar vervoer te verbeteren; verbeteren bereikbaarheid en stallingen bij stations en haltes, om openbaar vervoer opstappunten goed bereikbaar te maken met auto, fiets en te voet; inzetten op fijnmaziger openbaar vervoer (rol Provincie) en hoogfrequente en snelle verbindingen met de Randstad via het spoor (rol Rijksoverheid); fietser altijd voorrang geven bij alle kruispunten, met name bij verkeersregelinstallaties.

Maatregelen gericht op het ontmoedigen van autoverkeer: ■ ■

betaald parkeren; lagere parkeernormen toepassen in sterk stedelijke gebieden (zie paragraaf 4.2 Parkeernormen).

Extra inkomsten die voortvloeien uit parkeerbeleid (betaald parkeren, vergunningentarieven en de bijdrageregeling) kunnen worden ingezet op maatregelen die alternatieven voor de eigen auto stimuleren. In paragraaf 4.2 Locatiespecifieke verbeteringen is de investeringsruimte van dit beleid uitgewerkt en de prioritering tussen verschillende thema’s die hierbij wordt toegepast.

Handhaving Bij uitbreiding en/of intensivering van parkeerregulering is intensivering van handhaving randvoorwaardelijk om de regulering op juiste wijze na te leven. Hiervoor is extra inzet van boa’s en (digitale) kentekenhandhaving nodig om de intensievere handhaving efficiënter uit te voeren. Dit parkeerbeleid voorziet de volgende handhavingsmaatregelen: ■ ■ ■ ■

spoedige digitalisering van de parkeerketen is randvoorwaardelijk; het gebruik van een scanauto is nodig voor kentekenhandhaving; intensivering van de ureninzet op handhaving; herziening van het meldsysteem en de protocollen over de omgang met meldingen.

Bij kentekenhandhaving wordt rekening gehouden met de Gehandicaptenparkeerkaart, waarmee mindervaliden gebruik kunnen maken van een gehandicaptenparkeerplaats. Momenteel is dit een analoog product met Europese geldigheid dat door de parkeerder

35

Integraal parkeerbeleid

achter de voorruit wordt gelegd. Dit wordt niet herkend door de scanauto. Handhaving op gehandicaptenparkeerplaatsen gebeurt dus door een boa. Er zijn momenteel landelijke plannen om de Gehandicaptenparkeerkaart te digitaliseren. Het parkeerbeleid volgt deze ontwikkelingen.

Monitoring en bijsturing Om te toetsen of de beoogde effecten van het parkeerbeleid in de praktijk worden gerealiseerd, moet na invoering van (onderdelen van) het beleid periodiek worden gemonitord. Als uit de monitoring blijkt dat dit beleid op een bepaalde locatie (nog) niet het gewenste effect heeft, kan op basis hiervan worden bijgestuurd. In dit parkeerbeleid is met de volgende methoden voorzien in monitoring en bijsturing: ■

■

■

■ ■

parkeerdrukmetingen, om een kwantitatief beeld te krijgen van de parkeerdruk op openbare parkeerplaatsen voor en na invoering van een parkeermaatregel. Deze metingen worden niet alleen in gereguleerd gebied uitgevoerd, maar ook in ongereguleerde (woon)gebieden om een mogelijk waterbedeffect in kaart te brengen; een meldpunt waar inwoners en ondernemers parkeerproblematiek op specifieke locaties kunnen melden. Hiervoor wordt het meldpunt voor meldingen en klachten over de openbare ruimte (Fixi) gebruikt; monitoring van de vraag naar gehandicaptenparkeerplaatsen op basis van aanvragen gehandicaptenparkeerkaart en gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken. Hier wordt het aantal benodigde gehandicaptenparkeerplaatsen op afgestemd. Hierbij wordt goed gekeken naar voorwaarden waaraan een gehandicaptenparkeerplaats moet voldoen; monitor ontwikkeling vergunningen- en abonnementen aanvragen; monitor ontwikkeling elektrische auto’s, om het aantal parkeerplaatsen met laadmogelijkheden op af te stemmen.

Digitalisering Om de bouwstenen effectief en efficiënt te kunnen uitvoeren is digitalisering van de parkeerketen noodzakelijk. Dit heeft de volgende voordelen: ■ ■

■ ■ ■

digitalisering draagt bij aan meer flexibiliteit, door het vergemakkelijken van het toekennen van flexibele parkeerrechten (vergunningen, tarieven) aan doelgroepen; digitalisering vergroot het gebruiksgemak voor de parkeerder, die geen papieren parkeerproduct meer nodig heeft maar zijn parkeerrechten kan regelen via een website of app; interne werkprocessen kunnen efficiënter worden uitgevoerd door het stroomlijnen van het parkeersysteem; handhaving kan beter worden uitgevoerd door kentekenscans, die ook bijdragen aan betere monitoring; er kan meer data worden vergaard, waardoor de monitoring beter wordt en er makkelijker kan worden bijgestuurd.

In dit parkeerbeleid is op de volgende manieren voorzien in een efficiënter digitaal parkeersysteem: ■

lidmaatschap bij het SHPV, een landelijk organisatie die een digitaal platform beheren voor het ontsluiten en afhandelen van parkeer- en verblijfsrechten en heffingen. Het

36

Integraal parkeerbeleid

■ ■ ■

parkeersysteem wordt aangesloten bij het Nationaal Parkeerregister, waardoor mobiel parkeren mogelijk is; digitaal vergunningensysteem, waarmee vergunningen gemakkelijk worden aangevraagd en het vergunningenbeheer efficiënter wordt uitgevoerd; parkeerroute-informatiesysteem (PRIS), zie paragraaf Parkeerverwijzingen verbeteren; handhaving verbeteren door de inzet van een scanauto, zie paragraaf Handhaving.

Locatiespecifieke verbeteringen Dit parkeerbeleid voorziet in de mogelijkheid om een deel van de parkeerinkomsten te investeren in locatiespecifieke zaken. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: 1. in de begroting van het integraal parkeerbeleid is een investeringsruimte opgenomen van 150.000 per jaar voor locatiespecifieke verbeteringen. In het voorgaande jaar wordt de besteding van deze middelen toegewezen aan concrete projecten op basis van de volgende prioriteiten (2 t/m 6); 2. verbeteringen in schoolomgevingen; a. parkeerclusters nabij scholen waar nodig verbeteren; b. goede en veilige looproutes van parkeercluster naar de school; c. beheersen en handhaven van foutparkeerders in de schoolomgeving.; 3. inzetten op meer en veilige fietsfaciliteiten bij winkelcentra en in het Stationskwartier, zo dicht mogelijk bij de functies; 4. kwalitatief hoogwaardige clustervoorzieningen; 5. klimaatadaptieve parkeerplaatsen aanleggen waar mogelijk; 6. locatiespecifieke verbeteringen die worden aangedragen door inwoners en ondernemers. Een actuele groslijst met verbeterpunten is opgenomen in bijlage D. Bij het bepalen van uit te voeren locatiespecifieke verbeteringen moeten deze worden getoetst op doelmatigheid en uitvoerbaarheid.

5 Afweegkader 5.1 Inleiding Dit parkeerbeleid maakt onderscheid tussen 8 verschillende Deelgebieden: ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Stadshart OV-knoop Dorps- en wijkcentra Woonbuurten Schoolomgevingen Landelijk gebied Bedrijventerreinen

Om te bepalen welke parkeermaatregel wordt ingezet geldt voor alle gebieden het afweegkader o.b.v. monitoring van de parkeerproblemen (figuur 5.2). Als uitgangspunt hierbij geldt dat het parkeerbeleid geen problemen oplost die er niet zijn of komen. In figuur 5.1 is het probleem gepositioneerd in de beleidscyclus. Het afweegkader wordt toegepast wanneer er een parkeerprobleem optreedt of in de toekomst wordt verwacht als gevolg van

37

Integraal parkeerbeleid

gebiedsontwikkelingen. Na uitvoering worden de gekozen maatregelen gemonitord om te evalueren of het beoogde effect behaald is.

Figuur 5.1 Beleidscyclus

Voor de deelgebieden Stadshart, OV-knoop, dorps- en wijkcentra, woonbuurten en schoolomgevingen zijn in dit parkeerbeleid al concrete maatregelen opgenomen. Deze worden in hoofdstuk 6 beschreven.

5.2 Toepassing afweegkader Om te bepalen welk instrument passend is bij een parkeerprobleem wordt het afweegkader gehanteerd. Dit gebeurt in een aantal stappen: ■

■

■

■

Bepalen parkeerprobleem: er is sprake van een parkeerprobleem wanneer er op het maatgevende moment een te hoge parkeerdruk is of wordt verwacht in de toekomst. Zie de definitie in paragraaf 3.1 Wat is een parkeerprobleem?; Bepalen doelgroep: door te kijken op welk moment het parkeerprobleem voorkomt kan worden bepaald welke doelgroep(en) bijdraagt aan de parkeerdruk. Ontstaat het probleem ’s nachts, zijn bewoners de primaire doelgroep. Ontstaat het probleem overdag, dan komt het probleem doordat verschillende doelgroepen gelijktijdig op dezelfde plek parkeren; Parkeerregulering aanwezig: als er al sprake is van parkeerregulering in het gebied, dan kan de bestaande regulering worden uitgebreid of geïntensiveerd. Als er nog geen parkeerregulering is, kan dit worden ingevoerd; Prioritering maatregel: de passende maatregel wordt gekozen volgens de volgende prioritering: ■ ■ ■

■ ■

waar mogelijk wordt eerst gekeken naar een betere benutting van restcapaciteit (door ontsluiten parkeerinformatie); als dat niet mogelijk is, wordt parkeerregulering ingevoerd of geïntensiveerd; als dat niet mogelijk is of onvoldoende effect heeft, is de optie om deze tekorten te accepteren of capaciteitsmaatregelen te nemen;

Handhaving: in alle gevallen is na toepassing van het afweegkader (intensivering van) handhaving noodzakelijk om de betreffende wijziging te laten slagen; Monitoring: in alle gevallen is na toepassing van het afweegkader monitoring noodzakelijk om te onderzoeken of de maatregel het beoogde effect heeft gehaald.

38

Integraal parkeerbeleid

Figuur 5.2 Afweegkader beleidsinstrumenten

6 Maatregelen en effecten In dit hoofdstuk is het parkeerbeleid met een aantal concrete maatregelen per deelgebied uitgewerkt. De verwachte effecten van deze maatregelen op de parkeerdruk zijn door MuConsult met een parkeerbehoeftemodel inzichtelijk gemaakt. In bijlage A is de businesscase (kosten en baten) van deze maatregelen in samenhang opgenomen.

6.1 Maatregelen per deelgebied De beleidsinstrumenten uit paragraaf 4.2 worden toegespitst op de deelgebieden. Voor de tarieven gelden dezelfde voorwaarden die in paragraaf 4.2 Beleidsinstrumenten zijn genoemd. De definitieve tarieven worden vastgesteld in de parkeerbelastingverordening.

39

Integraal parkeerbeleid

Stadshart Het Stadshart is een sterk stedelijk kernwinkelgebied met veel verschillende functies: ■ ■ ■ ■ ■

centrumfuncties die (recreatieve) bezoekers aantrekken, zoals winkelcentrum Middenwaard, de VUE-bioscoop; supermarkten voor de dagelijkse boodschappen (Albert Heijn, Lidl, Dekamarkt); het gemeentehuis en de bibliotheek (Parelhof); woningen; zorgwoningen.

Het Stadshart wordt dan ook door diverse doelgroepen gebruikt. Dit parkeerbeleid faciliteert deze doelgroepen op de juiste manier. Bezoekers van de centrumvoorzieningen zijn de belangrijkste doelgroep. Het Stadshart is bij uitstek een gebied waar mensen elkaar ontmoeten en graag verblijven. Het parkeerbeleid draagt bij aan de aantrekkelijkheid van het verblijfsklimaat. Maatregelen zijn er in eerste instantie op gericht om de centrumfunctie van het gebied te bevorderen (de winkels, culturele voorzieningen en horeca). Hiervoor zijn de volgende maatregelen van toepassing: ■ betaald parkeren met een tarief €1,00 per uur en dat 24 uur per dag geldt. Dit zorgt ervoor dat de kosten voor kort parkeren gelijk blijven. Er geldt een maximaal 24-uurstarief van € 9,00. Zo wordt lang parkeren overdag ontmoedigd en is er ruimte voor kortparkeerders. Voor de avond-nacht (17.00 – 09.00) geldt er een lager maximumtarief van €4,00; ■ investeringen in het verbeteren van de fietsvoorzieningen, o.a. (bewaakte) fietsenstallingen en fietsverbindingen; ■ clusterparkeren voor bewoners en ondernemers, met een abonnement op een parkeercluster. Hiervoor worden de bestaande garages en terreinen gebruikt. ■

■ ■

voor voorzieningen P1, P2 en P4 worden avond-/nacht- en bewonersabonnementen uitgegeven. P3 is uitgesloten van avond/nachtabonnementen door de bezetting in avonduren door uitgaanspubliek; het aantal uit te geven abonnementen vloeit voort uit de parkeerbezetting;

parkeerroute-informatiesystemen om bezoekers gemakkelijk te verwijzen naar vrije parkeerplaatsen.

Bewoners in en om het Stadshart worden in dit parkeerbeleid beschermd tegen parkeeroverlast van andere doelgroepen. Hiervoor worden de volgende maatregelen genomen: ■ vergunninghoudersparkeren geldt in het Stadshart; ■ vergunninghoudersparkeren geldt in de omliggende woonbuurten; ■ voor bezoekers van bewoners is een bezoekerssaldo beschikbaar; ■ bedrijven die tijdelijk werkzaamheden verrichten in vergunninggebied komen in aanmerking voor een tijdelijke bedrijvenvergunning of tijdelijke ontheffing.

OV-knoop De OV-knoop van Dijk en Waard wordt een sterk stedelijk gebied met veel functiemenging en diverse woon-werklocaties geconcentreerd in de omgeving van het NS-station. Er wordt dan ook geparkeerd door diverse doelgroepen. De OV-knoopwaarde van het gebied heeft

40

Integraal parkeerbeleid

prioriteit, mede omdat deze de lopende en geplande gebiedsontwikkelingen onderbouwt. Maatregelen in dit parkeerbeleid zijn dan ook primair gericht op optimaal gebruik van het OV: ■

er wordt een gebouwde parkeercluster gerealiseerd waarin de volledige P+R-behoefte is opgevangen. Voor het cluster zijn 600 parkeerplaatsen beoogd. ■

■

het aantal parkeerplaatsen is gebaseerd op een hoge mate van dubbelgebruik. Overdag wordt het cluster gebruikt door treinreizigers, die ’s avonds en in het weekend niet parkeren. Op deze momenten wordt het cluster ingezet om bewoners te faciliteren;

in het gebied (inclusief het cluster) geldt betaald parkeren tegen dezelfde voorwaarden als in het Stadshart (€ 1,00 per uur) waarbij treinreizigers op basis van vervoersbewijs tegen een gereduceerd dagtarief van € 4 kunnen parkeren. In het Stationskwartier geldt geen speciaal tarief voor de avond-nacht. ■

Het Stationskwartier is nog in ontwikkeling. Als denkrichting geldt een groeimodel in tarieven. Dit wordt met spoorpartners nog besproken. De uitwerking vindt plaats in de deelnota parkeerregulering. De denkrichting is: maximale 24uurstarief van €4,00 voor bezoekers en € 2,00 voor treinreizigers. Zodra het parkeercluster in het Stationskwartier ontwikkeld is, kan voor bezoekers het maximale 24-uurstarief van € 9,00 worden en voor treinreizigers €4,00. In het Stationskwartier geldt geen speciaal tarief voor de avond-nacht.

Op het cluster worden ook andere doelgroepen gefaciliteerd: ■ bewoners van de nieuwbouw komen in aanmerking voor een abonnement. Voorwaarde hiervoor is dat de parkeervraag van bewoners de P+R-functie niet in de weg zit. Abonnementen voor bewoners gelden op werkdagen van 18:00 tot 08:00 en in het weekend de hele dag; ■ voor werknemers in het gebied wordt capaciteit in het cluster beschikbaar gesteld waar ze met abonnement kunnen parkeren op werkdagen van 08:00 tot 18:00; ■ bezoekers (van voorzieningen en bewoners) die in het cluster parkeren maken gebruik van het reguliere betaalde tarief; ■ als na monitoring blijkt dat er voldoende capaciteit over is in de nachten worden abonnementen aangeboden aan bewoners en ondernemers met werkbussen die verder weg wonen. Daarnaast zijn op straat de volgende maatregelen van toepassing: ■

■

in de bestaande woonbuurt (Nelson Mandelastraat / Martin Luther Kingstraat wordt de blauwe zone vervangen door betaald parkeren met dezelfde voorwaarden als in het Stadshart; voor doelgroepen met lokale bestemming (bewoners, ondernemers, werknemers) wordt in ditzelfde gebied vergunninghoudersparkeren ingevoerd.

Dorps- en wijkcentra Dorps- en wijkcentra zijn gebieden in de dorpen en woonwijken die ondersteunende centrumfuncties vervullen voor de inwoners in de directe omgeving. Zij zijn dan ook de

41

Integraal parkeerbeleid

primaire doelgroep in deze gebieden. Voor deze bezoekers is het belangrijk dat ze de voorzieningen – met name winkels voor de dagelijkse boodschappen – gemakkelijk kunnen bezoeken. Hiervoor kunnen de volgende maatregelen worden ingezet: ■

In Centrumwaard en de omgeving van winkelcentrum Broekerveiling wordt betaald parkeren ingevoerd als: ■ ■

■

er sprake is van een parkeerprobleem (parkeerdruk > 90%) en; er draagvlak is onder ondernemers voor betaald parkeren. Draagvlak wordt getoetst met een enquête waarbij betaald parkeren wordt ingevoerd als er een responspercentage van minstens 60% is gehaald en 50% + 1 voor is.

als betaald parkeren wordt ingevoerd, gaat dit gepaard met vergunninghoudersparkeren ter bescherming van bewoners en ondernemers die in de omgeving van het betaald parkeren gebied wonen of werken.

Woonbuurten De woonbuurten zijn primair bedoeld als leefomgeving. Hierbij worden 2 typen gebieden onderscheiden: ■

■

woonbuurten die gelegen zijn rond gereguleerd gebied. Het parkeerbeleid is erop gericht te voorkomen dat hier parkeeroverlast ontstaat door parkeerders die een bestemming in het gereguleerde gebied hebben en uitwijken voor de regulering; overige woonbuurten. Hier wordt het afweegkader toegepast.

In de woonbuurten is het vooral belangrijk dat bewoners er prettig kunnen leven. Het parkeerbeleid richt zich dan ook primair op het faciliteren van bewoners. Hierbij is niet alleen van belang dat bewoners hun auto kunnen parkeren, maar ook dat er voldoende ruimte voor groen is en de buurten bereikbaar zijn voor nood- en hulpdiensten en vuilniswagens. Hiervoor zijn de volgende maatregelen opgenomen in het parkeerbeleid: ■

■

■

■ ■

in de schil van centrumgebieden geldt vergunninghoudersparkeren. Belangrijk is dat het vergunningsgebied de hele omvang van het verwachte waterbedeffect beslaat. Na invoer is monitoring noodzakelijk om te controleren of dit het geval is; op plekken waar de parkeerdruk ’s nachts 90% of hoger is kan vergunninghoudersparkeren worden ingevoerd. Hierbij wordt gekeken naar de parkeerdruk op straatniveau, terwijl vergunninghoudersparkeren geldt op gebiedsniveau; op plekken waar straten niet toegankelijk zijn voor nood- en hulpdiensten of vuilniswagens als gevolg van geparkeerde auto’s gepaard met een hoge parkeerdruk kan vergunninghoudersparkeren worden ingevoerd. Dit blijkt na meldingen van bewoners en monitoring. Het probleem wordt gesignaleerd op straatniveau, terwijl vergunninghoudersparkeren geldt op gebiedsniveau. Hiervoor geldt het afweegkader; het vergunningsregime geldt niet op parkeerterreinen die horen bij (wijk)winkelcentra en in de vergunningszones liggen; er wordt gekeken of parkeerplaatsen kunnen worden geclusterd op een centrale locatie.

Vergunningsgebied Het voorstel is dat het vergunningsgebied in 2030 eruitziet zoals afgebeeld in figuur 6.1. Het vergunningenstelsel is primair bedoeld om bewoners in deze gebieden te beschermen tegen

42

Integraal parkeerbeleid

parkeeroverlast door derden. Deze overlast ontstaat door uitwijkgedrag van bezoekers van centrumgebieden die in de omgeving parkeren om regulering te ontlopen (winkelcentrum Middenwaard en Centrumwaard) of overlast door dubbelgebruik van bezoekers en bewoners (Centrumwaard en Broekerveiling). Om deze overlast en het verdere waterbedeffect tegen te gaan geldt er in de omliggende woonbuurten tot een loopafstand van 10 minuten (800 meter) vergunninghoudersparkeren. Hierbij is een logische begrenzing van het vergunningsgebied gesteld om het regime begrijpelijk te houden voor gebruikers. Wegen en water vormen natuurlijke barrières voor de afbakening van een gebied. Ook sluiten de vergunningszones op elkaar aan zodat er geen tussenliggende gebieden zonder parkeerregulering ontstaan waar iedereen vrij kan parkeren. Ten slotte wordt er ingespeeld op de gebiedsontwikkelingen. De huidige bewoners worden beschermd doordat nieuwe inwoners van deze gebiedsontwikkelingen niet zomaar op straat kunnen parkeren. Nieuwe inwoners komen in aanmerking voor een vergunning op de voorwaarde dat er beschikbare capaciteit is. Gebied A t/m J Het vergunningsgebied met de vergunningszones A t/m J zijn de woongebieden die rondom het winkelcentrum Middenwaard en Centrumwaard liggen. Deze gebieden liggen binnen een afstand van 10 minuten lopen (800 meter).

De huidige parkeerdruk is doordeweeks in de nacht hoog in deze woongebieden (figuur 3.1 geobserveerde parkeerdruk). Bovendien komt er uit de participatiesessies naar voren dat er in veel buurten overlast is door uitwijkgedrag van het centrum (tabel 3.1). De gemodelleerde parkeerdruk (figuur 3.2) laat zien dat de parkeerdruk in de toekomst nog hoger wordt. In de buurten met een hoge parkeerdruk gaan problemen vooral ontstaan rondom de centrumgebieden door parkeeroverlast door derden. Daarom is het gewenst om de zones A t/m J aan te wijzen als vergunningsgebied voor 2030, met mogelijk een gefaseerde invoering. De woongebieden die wel een hoge parkeerdruk hebben in de geobserveerde en gemodelleerde parkeerdruk maar niet behoren tot het vergunningsgebied zijn gebieden met weinig tot geen functiemening en op een grote afstand van centra waardoor parkeerproblemen door dubbelgebruik of uitwijkgedrag niet van toepassing is. Gebied L+K Het instellen van het vergunningsgebied van zones L en K is nader te bepalen. Dit zijn de buurten Broek op Langedijk kern en Mayersloot zuid. Aan de ene kant is vergunningshoudersparkeren geschikt omdat er veel functiemenging is en in de gemodelleerde parkeerdruk van 2030 (figuur 3.2) een hoge parkeerdruk geeft in deze gebieden.

Aan de andere kant valt de huidige parkeerdruk mee uit de geobserveerde parkeerdrukmetingen (2022, figuur 3.1) en de participatiesessies. Dit gebied heeft in eerste instantie geen prioriteit om als vergunningsgebied aan te wijzen, maar in de toekomst is hier een grote kans op parkeerproblemen. Daarom is monitoring belangrijk om inzichtelijk te krijgen wanneer vergunning invoeren geschikt is.

43

Integraal parkeerbeleid

Figuur 6.1 afbakening vergunningsgebied en vergunningszones in 2030.

Schoolomgevingen De basisscholen bevinden zich in Dijk en Waard vaak in woongebieden. Dat betekent dat de bewoners de primaire doelgroep zijn voor het parkeren. Rond schooltijden komt er een doelgroep bij, namelijk het schoolpersoneel en de ouders/verzorgers die kinderen afzetten en ophalen. Door de piekdrukte rond de schooltijden is het belangrijk om de veiligheid te waarborgen en overlast voor omwonenden tegen te gaan. Om deze problemen tegen te gaan, wordt eerst het bewezen Octopusplan toegepast. Dit is leidend in de aanpak van schoolomgevingen. Wanneer hiermee geen toereikende oplossing kan worden gevonden, komen andere oplossingen in beeld. Voor mogelijke toepassing van bouwstenen uit het parkeerbeleid, wordt het afweegkader gevolgd.

Landelijk gebied en bedrijventerreinen Voor landelijk gebied en bedrijventerreinen bevat dit parkeerbeleid geen gebied specifieke maatregelen. Wanneer er een parkeerprobleem gemeld wordt of bij gebiedsontwikkelingen wordt verwacht, geldt het afweegkader. Het landelijk gebied is ruim, waterrijk met veel ruimte voor de natuur. Hier zijn op dit moment geen parkeerproblemen en geen parkeermaatregelen nodig op korte termijn. Ook voor het parkeren bij bedrijventerreinen zijn er geen problemen verwacht. Dit komt omdat het parkeren bij bedrijventerreinen monofunctioneel is en veelal plaatsvindt op eigen terrein.

44

Integraal parkeerbeleid

6.2 Effecten Figuur 6.2, 6.3 en 6.4 geeft de impact van de maatregelen op de parkeerdruk (de behoefte/ de capaciteit) in de gemodelleerde gebieden in Dijk en Waard. Hieruit kunnen de volgende conclusies getrokken worden: 1. De totale parkeerbehoefte verandert niet ten opzichte van de referentie, maar de behoefte wordt beter verdeeld over locaties met voldoende capaciteit. 2. Het aantal gebieden waar de parkeerbehoefte ’s nachts groter is dan de openbare capaciteit neemt in het beleidsscenario af ten opzichte van de referentie. Dit komt door een betere verdeling van de parkeerbehoefte over zones waar voldoende capaciteit is. 3. Het aantal gebieden waar de parkeerbehoefte overdag en in het weekend groter is dan de parkeercapaciteit toont een verschuiving: a. gebieden met woonfuncties waar vergunninghoudersparkeren wordt ingevoerd hebben een lagere parkeerdruk in de scenario’s dan in de referentie; b. de parkeerdruk veroorzaakt door winkelend publiek wordt beter verspreid over zones waar voldoende capaciteit is.

a. Referentie 2030

b. Beleidsscenario 2030

Figuur 6.2 Parkeerdruk 2030 referentie en beleidsscenario, doordeweeks nacht

45

Integraal parkeerbeleid

a. Referentie 2030

b. Beleidsscenario 2030

Figuur 6.3 Parkeerdruk 2030 referentie en beleidsscenario, doordeweeks overdag

a. Referentie 2030

b. Beleidsscenario 2030

Figuur 6.4 Parkeerdruk 2030 referentie en beleidsscenario, zaterdagmiddag

46

Integraal parkeerbeleid

In tabel 6.1 is de impact op de prestatie indicatoren weergegeven. De parkeerbehoefte, de parkeercapaciteit, de parkeerproducten en de uitkomsten van de businesscase zijn te zien voor 2022, de referentie in 2030 (wat als we niks doen) en het beleidsscenario in 2030. Verdere details van de businesscase en de technische toelichting is te vinden in bijlage A en B.

Parkeerproducten

Capaciteit

Behoefte

Tabel 6.1: overzicht impact op prestatie indicatoren in het doeljaar Indicator

2022

2030 Referentie

2030 IPB

Inwoners

37.000

43.000

43.000

Winkelpubliek

20.000

21.000

21.000

Werknemers

9.500

12.000

12.000

Overig

6.000

6.000

6.000

Vergunningsplaatsen

1.000

1.000

14.000

Betaald parkeren

1.700

1.700

2.300

Vrij parkeren

37.000

37.000

24.000

Blauwe zone

300

300

80

Eigen terrein (wonen)

25.000

36.000

36.000

Eigen terrein (werk)

9.000

12.000

12.000

Eigen terrein (openbaar)

3.000

3.000

3.000

Uitgegeven 1e bewonersvergunningen

773

773

8.800

Uitgegeven 2e bewonersvergunningen

263

263

925

Uitgegeven bewonersabonnementen (24uurs + avond/nachtabonnement)

-

-

575

Uitgegeven bedrijvenvergunningen

374

374

400

Businesscase

Uitgegeven bedrijvenabonnementen

360

Uitgaven 2030 (mln.)

€ 0,7

€ 0,8

€ 1,4

Inkomsten 2030 (mln.)

€ 0,2

€ 0,4

€ 1,5

Saldo 2030 (mln.)

€ -0,5

€ -0,5

€ 0,1

47

Integraal parkeerbeleid

7 Uitvoeringsparagraaf Actie 1: Beleidsuitwerking in deelnota’s Deze nota biedt de visie, de beleidsinstrumenten en de maatregelen per gebied. De vervolgstap is om deze maatregelen te specificeren in de volgende deelnota’s die door het college worden vastgesteld: ■ ■ ■ ■

nota parkeerregulering; nota parkeerexploitatie; nota parkeerbalansen; nota organisatie parkeren.

Daarnaast wordt voorgesteld om de Nota Parkeernormen 2022 op basis van dit kader te herzien.

Actie 2. Parkeerverordeningen en omgevingsplan Om de wijzigingen van het parkeerbeleid, zoals het uitbreiden van het vergunningsgebied en het aanscherpen van parkeerregulering, te verankeren in het beleid moeten de volgende verordeningen worden vastgesteld: ■ ■

parkeerverordening met onder andere de afbakening van vergunningszones, zones voor betaald parkeren en het type vergunningen; parkeerbelastingverordening, waarin de tarieven voor vergunningen en tarieven voor betaald parkeren worden vastgesteld.

Daarnaast is de Omgevingswet in werking getreden op 1 januari 2024. Dit parkeerbeleid moet in het Omgevingsplan worden opgenomen.

Actie 3: Benodigde producten en diensten Parkeerautomaten Betaald parkeren wordt ingevoerd of veranderd op een aantal plaatsen in Dijk en Waard. Voor de locaties waar al betaald parkeren geldt, worden alle tarieven en tijden aangepast zodat het overal hetzelfde geldt. Hiervoor hoeven geen nieuwe parkeerautomaten worden ingekocht. Betaald parkeren wordt ingevoerd in de blauwe zone in het Stationskwartier. Hiervoor moeten parkeerautomaten worden ingekocht. De parkeerautomaten moeten voldoen aan ten minste de volgende eisen: ■ ■ ■

de parkeerder moet zijn kenteken aan de automaat kunnen invoeren; er moet zowel met betaalpas als mobiel kunnen worden betaald; de parkeerautomaat moet data kunnen vergaren over bezette en beschikbare parkeerplaatsen.

48

Integraal parkeerbeleid

Beheersysteem Voor het betaald parkeren en het vergunningensysteem is een beheersysteem nodig. Om het proces en de handhaving efficiënter te maken zijn deze systemen digitaal. Een efficiënter digitaal parkeersysteem voor dit parkeerbeleid bestaat uit: ■

■

■

lidmaatschap bij het SHPV, een landelijk organisatie die een digitaal platform beheren voor het ontsluiten en afhandelen van parkeer- en verblijfsrechten en heffingen. Het parkeersysteem wordt aangesloten bij het Nationaal Parkeerregister (NPR), waardoor mobiel parkeren mogelijk is; het invoeren van open parkeerdata (via het Servicehuis Parkeren en Verblijven/NPR) beïnvloedt bezoekers die op zoek zijn naar een (vrije) parkeerplaats die voldoet aan hun wensen indirect via reisadvies, autoroute en parkeerdiensten (online, via apps en eventueel via Parkeer Route Informatie Systemen (PRIS) langs de weg); digitaal vergunningensysteem, waarmee vergunningen gemakkelijk worden aangevraagd en het vergunningenbeheer efficiënter wordt uitgevoerd.

Scanauto Om de intensievere handhaving van dit beleid efficiënt uit te voeren is extra inzet van boa’s en digitale kentekenhandhaving nodig. Digitalisering van de hele parkeerketen zal de handhaving van de parkeerregimes effectiever en efficiënter maken. Hierdoor zullen parkeerders die een parkeerplaats zoeken minder gehinderd worden door auto’s die ergens onrechtmatig geparkeerd staan, terwijl de gemeente nauwkeuriger kan handhaven en kosten kan besparen. Het gebruik van een scanauto is nodig voor kentekenhandhaving op het hele grondgebied. De meest passende constructie (bijvoorbeeld koop, huur, lease of delen met andere gemeente) wordt in 2024 uitgewerkt.

Bebording en PRIS in Stadshart en Stationskwartier Bebording is nodig om aan te geven waar betaald parkeren of vergunninghoudersparkeren geldt. Daarnaast kan het parkeerroute informatiesysteem (PRIS) in het Stadshart verbeterd worden. Wanneer er clusters worden toegevoegd, zoals het cluster in het Stationskwartier, moeten deze worden toegevoegd aan het PRIS. Hiervoor moet een bebordingsplan worden opgesteld.

Actie 4. Implementeren van nieuw parkeerbeleid Het nieuwe parkeerbeleid brengt ingrijpende veranderingen met zich mee waar zowel de parkeerde als de gemeente zich zal moeten aanpassen. Van de parkeerder wordt in meer of mindere mate een gedragsverandering gevraagd. Dit zal niet voor iedereen direct even duidelijk en/of wenselijk zijn. Ook de gemeente zal haar werkwijze moeten aanpassen, bijvoorbeeld in de handhaving. Door een goed implementatieplan op te stellen en het parkeerbeleid stapsgewijs te implementeren kunnen deze aanpassingen zo soepel mogelijk verlopen. Dit houdt in dat er zowel intern binnen de gemeentelijke organisatie een implementatietraject moet worden opgezet, als extern betreffende het informeren van externe stakeholders. Bij de implementatie horen ook acties 1 t/m 3.

49

Integraal parkeerbeleid

Interne afstemming gemeente Diverse gemeentelijke afdelingen zullen te maken krijgen met de veranderingen van het parkeer- en verkeerscirculatiebeleid. Met deze afdelingen moet een gezamenlijk implementatieplan worden opgesteld. Naast de afdeling Verkeer zijn dit ten minste: ■

■ ■ ■ ■ ■ ■

Belastingen, Inkoop en AO/IB: Betreffende de wijziging van het parkeerbelastingstelsel (wijziging vergunningenbeleid en invoering betaald parkeren) en de inkoop van benodigde producten en diensten; Ruimtelijk Beleid: Betreffende de wijziging van de betreffende ruimtelijke beleidsdocumenten; Financiën: Betreffende de financiering van het nieuwe parkeerbeleid, met name de realisatie van extra parkeercapaciteit; Veiligheid, toezicht & handhaving: Betreffende de nieuwe vorm van handhaving waarmee de afdeling vertrouwd moet raken; Realisatie & uitvoering: Betreffende het aanbrengen van de benodigde aanpassingen in het fysieke domein; Juridische Zaken: Betreffende de waarborging dat alle (digitale) systemen voldoen aan de relevante (privacy)wetgeving; Communicatie: Betreffende het informeren van externe stakeholders over de aanstaande wijzigingen.

Betrekken stakeholders De wijzigingen in het parkeerbeleid zorgen voor ingrijpende veranderingen voor bewoners, lokale ondernemers en overige belanghebbenden. Het is belangrijk om hen hierover goed en regelmatig te informeren. Informeren van deze belanghebbenden kan door middel van brieven en informatiebijeenkomsten. Onder andere over hoe zij parkeervergunningen kunnen aanvragen in vergunningsgebieden. Er zijn een aantal parkeerclusters die niet van de gemeente zijn. De aanpassing van de tijden en tarieven van betaald parkeren rond winkelcentra moet afgestemd worden met deze partijen. Bij de parkeerclusters van Middenwaard gaat dit om Wereldhave en DekaMarkt. Voor parkeerbeleid in schoolgebieden is het belangrijk om met de school in gesprek te gaan. Het parkeren in schoolgebieden is maatwerk per school. Zij zijn zelf bekend met de huidige situatie en eventuele mogelijkheden.

Actie 5. Monitoring en evaluatie Om erachter te komen of de ingezette parkeerregulering het gewenste effect heeft is monitoring en evaluatie noodzakelijk. De parkeerdruk moet periodiek gemeten worden om te kijken of het beleid effectief is, er sprake is van een waterbedeffect en eventueel bij te sturen. Bovendien is de parkeerdruk belangrijk bij het uitgeven van vergunningen en bezoekersuren. Wanneer de parkeerdruk te hoog is (boven de 90%) in een gebied kunnen er namelijk geen vergunningen en bezoekersuren uitgegeven worden.

50

Integraal parkeerbeleid

Het meldpunt waar inwoners en ondernemers parkeerproblematiek op specifieke locaties kunnen melden is ook onderdeel van de monitoring. Hiervoor wordt het meldpunt voor meldingen en klachten over de openbare ruimte (Fixi) gebruikt. Daarnaast is het belangrijk hoe men de invoering van parkeerregulering heeft ervaren. Door een evaluatie te doen, met bijvoorbeeld enquêtes, wordt dit duidelijk en is bijsturing mogelijk. De verdere uitwerking hiervan vindt plaats in de deelnota Parkeerorganisatie.

7.1 Planning Met deze nota stelt de gemeente de beleidsmatige richting vast. Vervolgens vindt de nadere beleidsuitwerking plaats in verordeningen en beleidsregels. Na vaststelling van het definitieve integraal parkeerbeleid in het voorjaar van 2024 wordt de organisatie ingericht voor de implementatie op 1 januari 2025.

51

Integraal parkeerbeleid

Bijlagen Bijlage A Businesscase 2030 Een aspect waarop het nieuwe integrale parkeerbeleid wordt beoordeeld en vormgegeven is de businesscase met kosten en inkomsten. Onderstaande tabel toont de berekende businesscase5 van het concept IPB ten opzichte van de referenties. Tabel A.1: overzicht businesscase IPB Jaarbalans IPB (excl. BTW)

2022

2030 Referentie

2030 IPB

Inkomsten per jaar Betaald parkeren

€ 180.000

€ 290.000

€ 840.000

Vergunningen

€0

€ 20.000

€ 490.000

Abonnementen

€0

€ 20.000

€ 130.000

Naheffingen

€ 40.000

€ 40.000

€ 100.000

Totaal inkomsten per jaar

€ 220.000

€ 370.000

€ 1.560.000

€0

€0

€ 10.000

Strategie, beleid, aansturing

€ 180.000

€ 200.000

€ 200.000

Beheer

€ 20.000

€ 30.000

€ 50.000

Service aan parkeerders

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

Uitgifte parkeerrechten

€ 100.000

€ 110.000

€ 220.000

Handhaving

€ 270.000

€ 300.000

€ 600.000

Data / informatie

€ 100.000

€ 110.000

€ 110.000

Kosten applicaties en systemen

€0

€0

€ 80.000

Lidmaatschap SHPV

€0

€ 10.000

€ 10.000

Provisie belparkeren gemeente

€0

€ 10.000

€ 30.000

Reservering aanpak wijkspecifiek

€0

€0

€ 140.000

Totaal uitgaven per jaar

€ 700.000

€ 800.000

€ 1.480.000

Jaarlijks saldo IPB excl. Parkeercluster

€ -480.000

€ --430.000

€ 80.000

€0

€ 840.000

€ 840.000

€ -480.000

€ -1.270.000

€ -760.000

Uitgaven per jaar Vernieuwen systeem betaald parkeren

Jaarlijkse kosten Parkeercluster Jaarlijks saldo +

5 Bij deze businesscase wordt nadrukkelijk vermeld dat het gaat om inschattingen op basis van verwachte

effecten van de maatregelen en ontwikkelingen in de kosten. De businesscase heeft tot doel om afgewogen beleidskeuzes te maken, maar er kunnen geen formele rechten aan worden ontleend.

52

Integraal parkeerbeleid

Tabel 2 toont het saldo van het IPB per jaar. Het tekort is in de eerste jaren hoger dan in 2030 omdat de kosten deels vooruitlopen op de baten. Tabel A.2: saldo IPB per jaar BUCA IPB

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

Inkomsten per jaar

0,3

0,9

0,9

1,0

1,5

1,5

1,6

1,6

1,6

1,7

Uitgaven per jaar

-1,1

-1,3

-1,3

-1,4

-1,4

-1,4

-1,5

-1,5

-1,5

-1,6

Balans per jaar

-0,9

-0,4

-0,4

-0,4

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Totale lasten parkeercluster

0,0

0,0

0,0

0,0

-0,8

-0,8

-0,8

-0,8

-0,8

-0,9

Balans per jaar

-0,9

-0,4

-0,4

-0,4

-0,7

-0,7

-0,7

-0,7

-0,7

-0,7

Alle bedragen zijn *1 mln. en exclusief BTW

Bijlage B Technische toelichting businesscase Nadere duiding inkomsten Tabel 2 toont een overzicht van de berekende inkomsten per jaar tot 2030. De inkomsten nemen in de periode 2024-2030 stapsgewijs toe door (a) invoeren van betaalde bewonersen bedrijfsvergunningen, (b) invoeren van €1,00 per uur in het Stadshart in combinatie met uitbreiding vergunningengebied en (c) oplevering stationscluster met ca. 600 nieuwe betaalde parkeerplaatsen. Ten slotte wordt uitgegaan van 2% indexering per jaar. Tabel B.1: berekende inkomsten en uitgaven per jaar Baten (mln. excl. BTW)

2024

2025

2026

Inkomsten betaald parkeren

€ 230.000 € 260.000

2027

2028

2030

€ 820.000

€ 840.000

€ 0 € 440.0003

€ 450.000

€ 460.000

€ 470.000

€ 480.000

€ 490.000

Inkomsten abonnementen

€ 20.000 € 120.0004

€ 120.000

€ 130.000

€ 130.000

€ 130.000

€ 130.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 290.000

€ 860.000

€ 880.000

€ 900.000 € 1.510.000 € 1.530.000 € 1.560.000

Naheffingsaanslagen Totaal

5

€ 270.000 € 270..000 € 810.000

2029 2

Inkomsten vergunningen

1

1) invoeren €1,00 per uur in het Stadshart 2) invoeren betaald parkeren a 600 plekken op stationscluster 3) invoeren betaalde bewonersvergunningen (1e bewonersvergunningen à € 25 per jaar, 2e bewonersvergunningen à €200 per jaar) en bedrijfsvergunningen (a €450 per jaar) 4) invoeren abonnementen op parkeerclusters gemeente t.b.v. overtollige vergunningenvraag 5) beweegt mee met inkomsten betaald parkeren

53

Integraal parkeerbeleid

Nadere duiding kosten Tabel 3 toont een overzicht van de berekende kosten per jaar tot 2030. De kosten nemen toe vanwege (A) de voorbereidingskosten, (B) de vernieuwing en uitbreiding van de regimes, (C) de hogere organisatielasten, en (D) de kosten voor het parkeercluster. Tabel B.2: berekende kosten per jaar Kosten (excl. BTW)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Aanbestedingskosten

€ 100.000

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Vernieuwen PRIS-systeem

€ 250.000

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Digitalisering keten

€ 100.000

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Onvoorzien (10%)

€ 45.000

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Boekwaarde cluster station

€0

€0

€0

€0

€ 15.000.000

€ 14.625.000 € 14.250.000

Rentelasten

€0

€0

€0

€0

€ 75.000

€ 73.125

€ 71.250

Aflossingskosten

€0

€0

€0

€0

€ 375.000

€ 375.000

€ 375.000

Beheer en onderhoud

€0

€0

€0

€0

€ 375.000

€ 382.500

€ 390.150

Boekwaarde betaald parkeren

€0

€0

€0

€0

€ 119.700

€ 114.455

€ 109.210

Bijdrage private exploitant

€0

€0

€0

€0

€ 67.250

€ 64.303

€ 61.356

Boekwaarde gemeente

€0

€0

€0

€0

€ 52.450

€ 50.152

€ 47.854

Rentelasten gemeente

€0

€0

€0

€0

€ 262

€ 251

€ 239

Aflossingskosten

€0

€0

€0

€0

€ 5.245

€ 5.245

€ 5.245

Beheer en onderhoud

€0

€0

€0

€0

€ 1.678

€ 1.712

€ 1.746

Strategie, beleid, aansturing

€ 167.500

€ 177.397

€ 181.017

€ 184.712

€ 188.481

€ 192.328

€ 196.253

Beheer

€ 22.000

€ 46.600

€ 47.551

€ 48.521

€ 49.512

€ 50.522

€ 51.553

Service aan parkeerders

€ 24.000

€ 25.418

€ 25.937

€ 26.466

€ 27.006

€ 27.557

€ 28.120

Uitgifte parkeerrechten

€ 93.500

€ 198.049

€ 202.091

€ 206.215

€ 210.424

€ 214.718

€ 219.100

Handhaving

€ 256.200

€ 542.676

€ 553.751

€ 565.052

€ 576.584

€ 588.351

€ 600.358

Data / informatie

€ 91.300

€ 96.695

€ 98.668

€ 100.682

€ 102.736

€ 104.833

€ 106.973

Kosten applicaties en systemen € 75.000

€ 76.500

€ 78.030

€ 79.590

€ 81.182

€ 82,806

¤ 84.462

Lidmaatschap SHPV

€0

€ 9.039

€ 9.224

€ 9.412

€ 9.604

€ 9.800

€ 10.000

Provisie betaald parkeren

€0

€ 7.912

€ 8.074

€ 8.238

€ 24.226

€ 24.721

€ 25.225

Reservering wijkspecifiek

€0

€ 126.549

€ 129.132

€ 131.767

€ 134.456

€ 137.200

€ 140.000

Totaal exclusief cluster

€

€

€

€

€

€

570.000

1.306.836

1.333.474

1.360.656

1.440.044

1.469.275

€

€

€

€

€

€

570.000

1.306.836

1.333.474

1.360.656

2.270.669

2.305.675

Voorbereidingskosten

Clusterparkeren Stationskwartier

Vernieuwen en uitbreiden regimes

Overige vaste lasten IPB

Totaal inclusief cluster

€

€

1.411.398

2.236.398

54

Integraal parkeerbeleid

Tabel B.3: onderliggende data inkomsten Inkomsten betaald parkeren Tarief per bezoekduur Groep

Duur

Aandeel

2022

2030Ref

2030IPB

<15 min

15

20%

€ 0,0

€ 0,0

€ 0,25

15-60 min

60

40%

€ 0,9

€ 0,9

€ 1,0

>60 min

180

40%

€ 2,0

€ 2,0

€ 3,0

2022

2030Ref

2030IPB

Aantal betalende bezoekers Groep

Duur

Aandeel

<15 min

15

20%

15-60 min

60

40%

382.175

465.196

465.196

>60 min

180

40%

229.305

465.196

465.196

100%

611.480

930.392

1.162.990

Totaal

232.598

Inkomsten gemeente Groep

Duur

Aandeel

2022

2030Ref

2030IPB

<15 min

15

20%

-

-

25.480

15-60 min

60

40%

99.372

89.174

203.839

>60 min

180

40%

132.496

198.164

611.517

100%

231.868

287.338

840.836

Totaal

Inkomsten vergunningen en abonnementen Aantal per jaar

2022

2030Ref

2030IPB

1e Bewonersvergunning

770

770

8.798

2e Bewonersvergunning

260

260

925

Vergunningen bedrijven

374

400

400

Abonnementen inwoners

0

0

574

Abonnementen werknemers

100

110

359

Totaal

1.504

1.540

11.055

Tarief per jaar

2022

2030Ref

2030IPB

1e Bewonersvergunning

0

0

25

2e Bewonersvergunning

0

0

100

Vergunningen bedrijven

0

55

450

Abonnementen inwoners

384

384

480

Abonnementen werknemers

648

648

450

Inkomsten per jaar

2022

2030Ref

2030IPB

1e Bewonersvergunning

0

0

2e Bewonersvergunning

0

0

€ 92.510

Vergunningen bedrijven

0

22.000

€ 180.000

Abonnementen gemeente (1/3)

0

0

€ 133.512

Abonnementen derden (2/3)

64.800

71.280

€ 220.255

Totaal

64.800

93.280

€ 698.644

€ 219.943

55

Integraal parkeerbeleid

Tabel B.4: onderliggende data kosten Organisatiekosten Ureninzet per jaar

2022

2030Ref

2030IPB

Strategie, beleid, aansturing

1.340

1.340

1.340

Beheer

200

200

400

Service aan parkeerders

300

300

300

Uitgifte parkeerrechten

1.100

1.100

2.200

Handhaving

4.200

4.200

8.400

Data / informatie

830

830

830

Kosten applicaties en systemen

-

-

620

Totaal

7.970

7.970

17.854

Tarief per functie

2022

2030Ref

2030IPB

Strategie, beleid, aansturing

125

146

146

Beheer

110

129

129

Service aan parkeerders

80

94

94

Uitgifte parkeerrechten

85

100

100

Handhaving

61

71

71

Data / informatie

110

129

129

Kosten applicaties en systemen

-

-

129

Kosten per jaar

2022

2030Ref

2030IPB

Strategie, beleid, aansturing

€ 167.500

€ 196.253

€ 196.253

Beheer

€ 22.000

€ 25.777

€ 51.553

Service aan parkeerders

€ 24.000

€ 28.120

€ 28.120

Uitgifte parkeerrechten

€ 93.500

€ 109.550

€ 219.100

Handhaving

€ 256.200

€ 300.179

€ 600.358

Data / informatie

€ 91.300

€ 106.973

€ 106.973

Kosten applicaties en systemen

-

-

€ 80.000

Totaal

€ 654.500

€ 766.851

€ 1.282.357

Tabel B.5: Overige vuist- en rekenregels Algemene zaken Indexering

2,0%

per jaar

Aanbestedingskosten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=60d046fc-483e-40c3-b04f-0be2e4e2b9c8