Gebiedsbiografie Dijk en Waard - 2023 compleet definitief
Tekst van het document
DIJK EN WAARD: EEN GEBIEDSBIOGRAFIE
95
Door korte rechtstanden in de straten en een gering aantal toegangen tot de wijken werden deze autoluw gemaakt. Anders dan bij Butterhuizen en Oostertocht had het bureau van Zandvoort hier weinig ruimte om stedenbouwkundige patronen in de verkaveling toe te passen. De eilanden omvatten clusters woningen - meestal vrijstaand, soms in strokenbouw – waarvan de rooilijn verspringt zodat een dorps karakter wordt opgeroepen, overeenkomstig de eilandbebouwing van rond 1900. Later zou het centrum van het langgerekte Langedijk, dat inmiddels was gefuseerd met Sint Pancras, met nieuwe voorzieningen als het gemeentehuis en het multifunctioneel centrum De Binding worden verlegd naar Mayersloot West. Ook werd nabij de Broekerveiling vanaf de jaren ’90 een groot winkelcentrum gerealiseerd.
Ontwerp Mayersloot, 1987, Zandvoort Stedebouw en Advies (herkomst:RAA)
DIJK EN WAARD: EEN GEBIEDSBIOGRAFIE
96
8 1990-2000: Verhalende stedenbouw De plannen voor Oostertocht, Mayersloot en Sint-Maarten werden in de jaren negentig uitgevoerd. Ze liepen vooruit op de het beleid dat met de Vierde Nota Extra van 1990 werd ingezet. In dat jaar kwam er een toevoeging op de Vierde Nota waarin aandacht wordt gevraagd voor de milieuproblematiek van de ruimtelijke ordening. In de nota wordt gepleit voor het terugdringen van het woon-werkverkeer, door ‘nabijheid’ bij werk boven ‘bereikbaarheid’ te stellen. De rijksoverheid zette in op het gebruik van fiets en openbaar vervoer. Ze wilde daarom geen financieringsafspraken meer maken met afzonderlijke gemeentes, maar alleen nog uitvoeringsconvenanten sluiten met stadsregio’s. Eén daarvan is de HAL, Heerhugowaard Alkmaar Langedijk, die in 1992 met een gezamenlijke visie komen. In Langedijk waren Mayersloot, Mayersloot II en Sint-Maarten in Oudkarspel hiervan vroege uitwerkingen. In de jaren negentig werd ook wel eens een wijk aangelegd die buiten de HAL afspraken viel en uitsluitend bedoeld was voor de eigen bevolking, zoals de Oostwal in Sint Pancras, tussen Oostwalsloot aan de westkant en Wijde Heining aan de oostzijde in. De drie gemeenten van de HAL kwamen in 1993 met een structuurvisie. Die was opgesteld door stedenbouwkundig bureau Kuyper en Co onder leiding van de stedenbouwkundige Ashok Bhalotra.
Dat was zuur voor Hans van der Linden van Zandvoort Onderzoek & Advies, die er bij zijn ontwerpen voor Butterhuizen en Oostertocht nog van uit was gegaan
DIJK EN WAARD: EEN GEBIEDSBIOGRAFIE
Verbeelding van de HAL visie, Kuiper Compagnons, 1991 (herkomst: RAA)
97
dat hij ook voorstellen zou doen voor de andere wijken aan de zuidzijde, namelijk Huygenhoek en Zuidwijk. De toenmalige wethouder Leny Jansen raakte echter bij een bezoek aan de Amersfoortse wijk Kattenbroek zo geïnspireerd door de stedenbouwkundige benadering van Bhalotra, dat hij voor zowel het maken van de visie als voor het ontwerp van Zuidwijk/Huygenhoek en Stad van de Zon de opdracht kreeg. Bhalotra heeft een verhalende benadering van de stedenbouw,waarin metaforen worden gebruikt om binnen een wijk verschillende sferen op te roepen en natuur, recreatie, wonen en werken in samenhang met elkaar te ontwerpen. Geheel in lijn met de uitgangspunten van de VINEX-nota, moest in het ontwerp van de wijken aan de zuidkant van Heerhugowaard de gelijkwaardigheid tussen stedelijkheid, landschap en ecologie tot uitdrukking komen. De opgave waaraan de HAL regio moest voldoen was de bouw van 10.000 woningen tot 2005, het versterken van het centrum door menging van wonen en werken en uitbouw van het bedrijventerrein. In de visie van Bhalotra moest elke gemeente binnen de HAL de eigen identiteit als uitgangspunt nemen: Alkmaar die van Oud-Hollandse stad, Langedijk zijn dorpse karakter en Heerhugowaard zijn tuinstedelijke opzet. Hij projecteerde de nieuwe wijken in een ring rond de lege ruimte tussen de gemeentes met in het midden daarvan de Stad van de Zon.
Het stedelijk karakter zou een symbiose moeten aangaan met de natuur door de stad in het water te leggen en te verbinden met een groot natuur- en recreatiegebied, het latere Park van Luna. De nieuwe wijken liggen rond een kruispunt van drie lopers. De rode loper wordt gevormd door de infrastructuurbundel van provinciale weg en spoor, waaraan ook een Station Zuid als brandpunt van economie, wonen en recreatie werd gedacht. Het station Zuid zou er uiteindelijk niet komen, omdat volgens de NS daarvoor een te geringe dichtheid aan bewoners aanwezig zou zijn om als
DIJK EN WAARD: EEN GEBIEDSBIOGRAFIE
zonnewijzer, waarin “op elk moment van de dag de zon op een andere manier gevangen wordt”.
zelfstandig station te functioneren. De verbinding tussen het landschap van de droogmakerij rond Heerhugowaard en Geestmerambacht dwars daarop is de groene loper. De blauwe loper is het Omval-Kolhorn kanaal, drager van een ecologische verbindingszone, waarlangs binnenvaart, recreatie en wonen aan het water zich kunnen ontwikkelen.
Geheel in lijn met de VINEX-richtlijnen is Zuidwijk/Huygenhoek compact gehouden en duidelijk afgegrensd van het landschap van Heerhugowaard. Bij de stad van de Zon is gestreefd naar een symbiose tussen stedelijkheid en natuur, een verbinding tussen woonkwaliteit en milieubewustzijn, omdat het omgeven wordt door een 70 hectare grote waterplas met zwemkwaliteit dat weer omzoomd wordt door het Park van Luna. Daarmee liggen Stad van de Zon en park op de kruising van de groene en rode loper van de HAL. Het park waarin ecologie, recreatie en natuurvoorziening samengaan, is een schakel tussen het landschap van de droogmakerij en het recreatiegebied van Geestmerambacht.
In de HAL-visie spreekt Bhalotra over ‘de gezichten’ die vanuit de gemeentes gericht zijn op het lege gebied ertussen. Heerhugowaard gaf dit gezicht vorm met de aanleg van Zuidwijk/Huygenhoek. In deze wijken stond aandacht voor duurzame vormen van bouwen en energie en architectonische kwaliteit, bedoeld om de identiteit van de verschillende gebieden te benadrukken, voorop. Mayersloot West en Twuyverhoek waren de wijken waarmee Langedijk en Sint Pancras vormgaven aan dat gezicht.
In Zuidwijk/Huygenhoek is duurzaamheid een belangrijk thema. Het duurzame karakter werd gezocht in maatregelen als de toepassing van milieuvriendelijke materialen, beperking van de verharding, omdat beperking van snelheid smallere wegen mogelijk maakt, experimenten met energiezuinig bouwen, gebruik van zonne-energie en het isoleren van warmwaterleidingen. Niet bekend is in hoeverre dit ook uiteindelijk in Zuidwijk/Huygenhoek gerealiseerd is. Bij de opzet van de Stad van de Zon had het streven om een CO 2 neutrale wijk te realiseren een alles bepalende invloed. Het gebruik van zonne- en windenergie en de bouw van energiezuinige woningen waren hier het vertrekpunt voor de stedenbouwkundige opzet, de vormgeving van de architectuur en wisselwerking tussen bebouwing en het water. Door een ingenieuze logistiek in het bouwen en de toepassing van nieuwe technologieën als een bevestigingsclip voor de panelen lukte het om de bewoners eigenaar van de installatie van zonne-energie te maken.
Zuidwijk/ Huygenhoek en Stad van de Zon Binnen de HAL-structuurvisie kregen de wijken Huygenhoek/Zuidwijk en Stad van de Zon een eigen rol toebedeeld. De eerste geeft vorm aan het gezicht van Heerhugowaard richting het open gebied tussen de drie HAL gemeentes. Afgezoomd met een reeks eilanden, omspoeld door water, gaat de wijk een verbinding aan met de Stad van de Zon. Deze krijgt in het centrum van het tussengebied een eigen identiteit. Dat gebeurt door, zoals Bhalotra het noemt, ‘een vierkant te ontvoeren uit de verkaveling van de droogmakerij en deze een kwartslag te draaien’. De verkaveling van de droogmakerij is voor Zuidwijk/Huygenhoek het kader waarbinnen gespeeld wordt met een grote variëteit aan verkavelingen. De draaiing van het vierkant is een commentaar op die verkaveling en heeft vooral een functionele en symbolische reden: de huizen komen hierdoor op het zuiden te liggen en de Stad van de Zon is zelf ook vormgegeven als een
98
De auto wordt in beide wijken zoveel mogelijk geweerd, of althans, de snelheid wordt afgeremd. Want de parkeernorm van 1,5 is nog even groot als in de wijken uit de voorgaande perioden. De hoeveelheid wijktoegangen is beperkt en binnen de wijk mag de auto slechts stapvoets rijden. De fietser kan op die manier veilig gebruik maken van de autowegen, maar heeft ook een eigen netwerk tot zijn beschikking. In Zuidwijk/Huygenhoek legt een grote fietsboog een verbinding tussen de Middenweg en de Jan Glijnisweg, die in het centrum hoog overgaat en uitzicht biedt op de verschillende buurten. Bij de Stad van de Zon verbindt een doorgaande fietsroute rond de plas de vier delen van de wijk en het park. Bij de opzet van beide wijken is ernaar gestreefd cultuurhistorisch waardevolle elementen op te nemen in het ontwerp. Bij de toegang vanuit Butterhuizen richting Zuidwijk is de toegangsweg omgelegd om een boerderij te sparen. En ook de boerderijen langs het tracé van de Middenweg dat door de Stad van de Zon loopt zijn vrij gelegd. In het ontwerp van het Park van Luna is de contour van het druipland aan de westzijde gerespecteerd. Ook in de verdeling van de
De metafoor voor het plan voor Zuidwijk/Huygenhoek is een schilderij met een heldere lijst en daarbinnen een vrije compositie van elementen (De stad in uitersten- Verkenningstocht naar Vinex-land, p.62)
Huygenhoek spreken de ontwerpers van een schilderij waarbij de Binnenrand (Zuidwijkring-Huygenhoekring – Singelpark) en de Buitenrand (Zuidwijkring-Huygenhoekring-eilanden) de omlijsting vormen. Daarbinnen diende een parkontwerp van de 19de eeuwse landschapsarchitect J.D. Zocher als inspiratie voor het scheppen van verschillende woonsferen.
bebouwingsdichtheden is rekening gehouden met de nabijheid van de landelijke bebouwing aan de Middenweg of het landschap.
De fietsboog door Zuidwijk/Huygenhoek
DIJK EN WAARD: EEN GEBIEDSBIOGRAFIE
De wijken delen een narratief vertrekpunt voor het ontwerp van de wijk en omdat het narratief verschilt, verschillen de wijken natuurlijk ook sterk in karakter. Bij Zuidwijk/
99
De bewoner zou het gevoel moeten krijgen in een klassiek Arcadië te wonen. De beide wijkdelen worden in het centrum door het Donkere bos, een om de Oosttangent gespiegelde groene ruimte, aan elkaar geklonken. Daarbinnen is de wijk opgedeeld in een stroken landschap waarvan de sfeer van elk van de stroken door beplanting en verschil in verkavelingen bepaald wordt. In het ontwikkelingsplan spreekt Kuiper Compagnons van een ‘vrije compositie van fragmenten landschap en losse eenheden bebouwing’. Langs de zuid-westrand liggen eilanden van verschillende vorm en maat waardoor nieuwe collectieve woonvormen ontstaan. Door de hoge parkeernorm domineren de geparkeerde auto’s echter wel het beeld.
De opdeling van de Zuidwijk/Huygenhoek in zones (herkomst: RAA) De opdeling van het plangebied in verschillende groenzones (uit: Ontwikkelingsplan Zuidwijk/Huygenhoek, Kuiper Compagnons, 1995, p. 35). De ‘losse eenheden bebouwing’ kregen hun uitwerking in verschillende woontypologieën als woningbouwrijtjes met tuinen op het zuiden, wintertuinen, hof bebouwing, enz. De woningbouwverkavelingen variëren van een strokenverkaveling tussen de Anna Polaktuin en de Wilhelmina Drückertuin die we kennen van wijken direct na de oorlog en als ovaal vormgegeven wooncomplexen van de R. Prinsen Gerlingtuin
Strokenverkaveling in Zuidwijk Vierkante en ovale wooncomplexen in Huygenhoek
DIJK EN WAARD: EEN GEBIEDSBIOGRAFIE
100