CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage3c_NL.IMRO.1980.BpVaandelnoord-VA01 Toelichting

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan De Vaandel Noord21.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

De Vaandel Noord

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Plangebied 1.3 Doel 1.4 Vigerende bestemmingsplannen

4 4 4 5 6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie De Vaandel Noord 2.2 Planbeschrijving

7 7 8

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid

10 10 10 13 15 16

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Geluid 4.4 Water 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Bodem 4.7 Ecologie 4.8 Stikstof 4.9 Archeologie 4.10 Bedrijven en milieuzonering 4.11 Externe veiligheid 4.12 Cultuurhistorie 4.13 Verkeer en parkeren 4.14 Duurzaamheid en klimaatadaptatie

21 21 21 21 22 25 25 28 31 32 33 33 35 35 36

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Inleiding 5.2 Planvorming - juridisch systeem 5.3 Inleidende regels 5.4 Bestemmingsregels 5.5 Algemene regels 5.6 Overgangs- en slotregels

38 38 38 40 41 45 47

Hoofdstuk 6

48

Financiële uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Participatie en vooroverleg 7.2 Procedure

49 49 49

De Vaandel Noord Pagina 2 van 49

Toelichting

De Vaandel Noord Pagina 3 van 49

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Algemeen

De afgelopen jaren is de vraag naar nieuw uit te geven bedrijfskavels in de gemeente Dijk en Waard toegenomen. Deze ruimtevraag wordt veroorzaakt door zowel de autonome groeiende ruimtebehoefte van bedrijven in de gemeente, als de transformatieopgaven op bedrijventerreinen elders in de gemeente. Aanvullend is er sprake van een toenemende ruimtevraag van bedrijven uit de regio Alkmaar en omgeving, en ook van bedrijven daarbuiten. Dit alles heeft de gemeente doen besluiten op een zo spoedig mogelijke termijn over te gaan tot kaveluitgifte in De Vaandel Noord. Dit gedeelte van bedrijventerrein De Vaandel is bestemd als bedrijventerrein, maar is nu nog overwegend in agrarisch gebruik. Voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein is het voor de gemeente Dijk en Waard van belang om tot een coherent en toekomstbestendig bedrijventerrein te komen. Op dit moment is de realisatie van een bedrijventerrein reeds mogelijk. Omdat het huidige onderliggende bestemmingsplan 'De Vork' opgesteld in 2007 en niet meer aansluit op de ambities en wensen van de gemeente, dient er een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Dit vraagt om een robuust en toekomstbestendig plan, dat goed doordacht is en voldoende flexibiliteit biedt aan toekomstige ontwikkelingen. Om dit te bereiken is in de zomer van 2023 de Gebiedsvisie 'Bedrijventerrein De Vaandel Noord' vastgesteld (Bijlage 1).

Deze visie speelt in op de groeiende ruimtevraag en vormt de visie en het ontwikkelingskader voor De Vaandel Noord. Naast deze Gebiedsvisie is het beeldkwaliteitsplan 'Bedrijventerrein De Vaandel Noord Heerhugowaard opgesteld (Bijlage 2). Dit beeldkwaliteitslan bevat een korte toelichting op de context van de plek, de grondregels van het stedenbouwkundig plan en een aantal concrete regels omtrent het bouwen op de kavel. Het beeldkwaliteitsplan fungeert mede als toetsdocument voor toekomstige bouwplannen ten aanzien van welstand. Om de toekomstige inrichting van het bedrijventerrein uit de Gebiedsvisie juridisch planologisch te borgen wordt er een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Onderhavig bestemmingsplan gaat in op de ontwikkeling van de Vaandel Noord. Binnen dit bestemmingsplan worden ook de bestaande woningen aan de Middenweg en de Hasselaarsweg meegenomen om te voorzien in een actueel digitaal raadpleegbaar bestemmingsplan met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het huidige bestemmingsplan 'De Vork' is vastgesteld in 2007, waarmee de huidige bestemmingsregels, met name voor wonen, niet meer aansluiten op het huidige beleid van de gemeente Dijk en Waard. Door middel van onderhavig bestemmingsplan worden deze regels conserverend 'geüpdatet' en gedigitaliseerd.

1.2

Plangebied

Bedrijventerrein De Vaandel is gelegen ten noorden van de kern Heerhugowaard en ligt vrij centraal in de kop van Noord-Holland. Binnen een straal van 30 km liggen Den Helder, Schagen, Hoorn, Purmerend, Zaandam, Heiloo, Alkmaar en Langedijk. In de directe nabijheid lopen geen autosnelwegen. De A9 vanuit Amsterdam-Haarlem gaat ten zuiden van Alkmaar over in de N242. De N194 vormt de oost-west verbinding tussen Heerhugowaard en Hoorn. De A7, die de verbinding vormt tussen Amsterdam en Leeuwarden via de Afsluitdijk, loopt ruim 10 kilometer ten oosten van het plangebied. De Vaandel is daarbij ingedeeld in drie delen. In het gedeelte ten zuiden van de N194 is De Vaandel Zuid gelegen, een gebiedsontwikkeling bestaande uit zowel een woningprogramma als maatschappelijke functies. Ten noorden van de N194 is De Vaandel Midden te vinden, wat in de afgelopen jaren ontwikkeld is als bedrijventerrein. Ten noorden hiervan is De Vaandel Noord De Vaandel Noord Pagina 4 van 49

gelegen. Het plangebied van De Vaandel Noord wordt als volgt begrensd: aan de zuidzijde ligt de grens tot De Vaandel Midden (zie figuur 1.1); aan de noordzijde ligt de grens tot de Hasselaarsweg. In het noorden hiervan bevindt zich glastuinbouwconcentratiegebied Alton; aan de oostzijde ligt de grens op het hart van de Middenweg; aan de westzijde ligt de grens op de spoorlijn Alkmaar-Den Helder.

Figuur 1.1 Globaal plangebied van bedrijventerrein De Vaandel Noord

1.3

Doel

Met de herziening van het bestemmingsplan wordt een actueel juridisch-planologisch kader voor de bestaande en toekomstige activiteiten opgesteld. Daarbij wordt ingezet op flexibele regels waardoor brede ontwikkelingsmogelijkheden kunnen plaatsvinden. Daarmee kan De Vaandel Noord actief worden ontwikkeld tot een bedrijventerrein en wordt de Gebiedsvisie juridisch planologisch geborgd.

De Vaandel Noord Pagina 5 van 49

1.4

Vigerende bestemmingsplannen

Het bestemmingsplan 'De Vaandel Noord' vervangt de volgende planologische regelingen: Bestemmingsplan: De Vork (gedeeltelijk) (vastgesteld 24 mei 2005); Bestemmingsplan: Heerhugowaard - Middenweg 455 (vastgesteld 22 maart 2011); Actualisatieplan Heerhugowaard 2017 (vastgesteld 8 mei 2018); Eerste partiële herziening De Vork (vastgesteld 24 februari 2009); Tweede partiele herziening De Vork (vastgesteld 22 juni 2010); Wijzigingsplan De Vork (vastgesteld 23 april 2013). Daarnaast zijn de volgende gevoerde afwijkingsprocedures opgenomen: Omgevingsvergunning: Middenweg 439; Omgevingsvergunning: Hasselaarsweg 1a. Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Alkmaar - Amsterdam (tracébesluit) Zowel het reizigers- als het goederenvervoer over het spoor is in de afgelopen jaren toegenomen en zal naar verwachting de komende jaren groeien. Om deze groei op het spoor in goede banen te leiden, te faciliteren, en daarnaast ook de kwaliteit te verbeteren, heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) voorbereid. PHS is een programma om de capaciteit van het spoor te vergroten, zodat er meer reizigerstreinen kunnen rijden op de drukste trajecten in de brede Randstad. Tegelijkertijd heeft PHS tot doel om de verwachte groei van het goederenvervoer mogelijk te maken. Eén van de trajecten waar meer treinen (gaan) rijden is Alkmaar - Amsterdam.

Om genoeg opstelruimte te hebben voor PHS in de buurt van Alkmaar zal er een opstelterrein worden gerealiseerd bij Heerhugowaard. Hiervoor is een tracébesluit vastgesteld en is het besluit op 30 november 2023 gepubliceerd in de Staatscourant. Binnen een jaar na het onherroepelijk worden van een tracébesluit moet een gemeenteraad het bestemmingsplan in overeenstemming brengen met het tracébesluit. In onderhavig bestemmingsplan wordt het tracébesluit met daarin het opstelterrein Heerhugowaard meegenomen.

De Vaandel Noord Pagina 6 van 49

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie De Vaandel Noord

Het plangebied, onderdeel van het droogmakerijlandschap, ligt binnen het groter geheel van de droogmakerij. Deze droogmakerij omvat een gebied van circa 3500 hectare en is in de jaren 1626 tot 1631 drooggelegd. Het nieuw gewonnen land werd op rationele wijze ingericht als agrarisch productieland. De afvoer van water, ontsluiting van de boerderijen en een optimale verkaveling voor de bedrijfsvoering vormden het uitgangspunt voor de inrichting. In de 19e en 20e eeuw is het beeld van de polder door het realiseren van infrastructuur en verstedelijking sterk gewijzigd. In 2007 is met het onherroepelijk worden van bestemmingsplan De Vork de bestemming van het gebied gewijzigd van agrarisch naar bedrijventerrein. In 2014 is voor de ontwikkeling van De Vaandel een driedeling gehanteerd in het gebied: Zuid, Midden en Noord. Voor De Vaandel Zuid werd een herziening doorgevoerd om te komen tot een maatschappelijk economische invulling. De actieve uitgifte van bedrijfsgrond werd in eerste instantie beperkt tot De Vaandel Midden en de gronden in De Vaandel Noord werd als voorraad voor bedrijventerreinen gezien. Ten noorden van de Vaandel ligt het glastuinbouwconcentratiegebied Alton. Van origine was dit een kassengebied met rozenteelt, maar door de economische neergang in 2010-2012 was er sprake van een nieuwe strategische richting.

Sinds 2013 werken verschillende partners samen aan het vernieuwen van Alton, waaronder de provincie Noord-Holland, gemeente Dijk en Waard, HVC en de ondernemersvereniging Ondernemingsvereniging Alton (hierna: OVAL). OVAL stelde een ontwikkelingsmemo op met een visie op de toekomst van het gebied. Hier werd onder andere ingegaan op verduurzaming, uitbreiding (onderzoek vergroten glastuinbouwconcentratiegebied) en de verbetering van het wegennet. In 2017 is onderzoek gedaan naar mogelijkheden om naast uitbreiding aan de noordelijke zijde van Alton I en Alton II ook uit te breiden op De Vaandel Noord. Na overleg en vaststelling in de gemeenteraad is Alton III ook opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Daarbij was het vooral de insteek om een deel van de nieuw uit te geven gemeentegronden in de Vaandel Noord ook daadwerkelijk toe te schrijven aan het glastuinbouwconcentratiegebied. In 2019 zijn de afspraken over de gebiedsontwikkeling Alton opgenomen in het Gebiedsakkoord Alton. De uitwerking van de uitbreiding van dit gebied is opgenomen in de gebiedsvisie De Vaandel Noord, om in het deel overeenkomstig met de provinciale omgevingsverordening hier glastuinbouw in het bestemmingsplan op te nemen. Daarbij wel de opmerking dat de 'oude linten' de Middenweg en de Hasselaarsweg conserverend worden opgenomen.

Samen met het glastuinbouwconcentratiegebied, de uitbreiding van de reguliere bedrijvigheid en met de komst van het opstelterrein wordt de komende jaren ingezet op een transformatie en ontwikkeling van de Vaandel Noord. Dit betekent vooral dat op een adequate wijze en in afstemming met de gebiedspartners van het gebiedsakkoord Alton en met respect voor belanghebbenden in De Vaandel Noord wordt toegewerkt naar een verdere uitbreiding van het glastuinbouwconcentratiegebied Alton III, ontwikkeling van de reguliere bedrijfskavels op andere percelen en de toekomstige ontwikkeling van het opstelterrein. Het plangebied bestaat vooralsnog grotendeels uit agrarische gronden met daarop enkele bedrijven die te bereiken zijn via een aftakking van de Middenweg. Daarnaast zijn er in het noorden van het plangebied enkele glastuinbouwbedrijven te vinden en wordt het zuidelijke deel gebruikt als tijdelijke zonneweide. Woningen bevinden zich aan de oostrand van het plangebied langs de Middenweg en aan de noordrand van het plangebied aan de Hasselaarsweg. Landschappelijke structuur De polder Heerhugowaard kent van oorsprong, net als de omringende droogmakerijen, een sterk langgerekte en pragmatische ontginningsstructuur. De Middenweg fungeert hierin als de

De Vaandel Noord Pagina 7 van 49

ruggengraat van waaruit de verkaveling haaks is opgezet. Hierdoor krijgt het landschap in de polder een dominante richting mee. Belangrijk in de groenstructuur zijn de gewenste ecologische verbindingen tussen natuurgebieden en het zichtbaar maken van de polderstructuur door de aanplant van bomenlanen langs de beeldbepalende lijnen in de polder.

Figuur 2.1 Huidige situatie plangebied en globale begrenzing bedrijventerreinen De Vaandel Noord en De Vaandel Midden

2.2

Planbeschrijving

Met onderhavig plan wordt de transformatie van De Vaandel Noord, planologisch een bedrijventerrein en op dit moment grotendeels agrarisch geëxploiteerd, naar een gemengd bedrijventerrein mogelijk gemaakt. De gemeente Dijk en Waard heeft de wens om in de eerste plaats De Vaandel Noord te ontwikkelen als locatie voor met name lokale en regionale ondernemers. Ook bestaande bedrijven op De Vaandel Midden met uitbreidingsplannen en bedrijven die door transformatieopgaven elders in de gemeente Dijk en Waard op zoek zijn naar een bedrijfslocatie kunnen hier zich vestigen. Daarnaast kunnen grote ruimtevragers in de regio Alkmaar ook op het terrein worden gehuisvest, voor zover deze in overeenstemming zijn met de kwaliteit, uitstraling en ambititeniveau van het nieuwe bedrijventerrein. Er wordt bij De Vaandel Noord ingezet op een toekomstigbestendig bedrijventerrein. Dit houdt in dat er hoog wordt ingezet op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Vanuit een maatschappelijk belang maar ook als voorwaarde om te komen tot een aantrekkelijk vestigingsmilieu. De kwaliteit komt tot uitdrukking in de primaire maatvoering van de openbare ruimte en in de gekozen materialen en detaillering. Duurzaamheid is integraal onderdeel van de eisen die gesteld worden De Vaandel Noord Pagina 8 van 49

op drie niveaus: gebouw, kavel, en inrichting van de openbare ruimte. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 4.14. Specifiek betreft De Vaandel Noord een bedrijventerrein, waar een mix aan verschillende bedrijvigheid is toegestaan. Het plangebied is zo ingedeeld dat het aansluit bij de verkavelingsstructuur van de polder. Het bedrijventerrein is namelijk ingedeeld in ‘slagen’ die dwars over het bedrijventerrein liggen. De slagen hebben een breedte van ruim honderd meter. Daarbinnen kunnen bedrijven zich vestigen. Bedrijvigheid in een zwaardere milieucategorie (3.1, 3.2 en bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met deze twee categorieën) mag plaatsvinden aan de westzijde, tegen het opstelterrein en bestaande bedrijventerrein aan, en ver van de bewoning. Ook in bouwhoogte loopt het bedrijventerrein af richting de randen van de Middenweg en de Hasselaarsweg. Het noordoosten van het bedrijventerrein is met name bestemd voor glastuinbouw en glastuinbouwgerelateerde bedrijvigheid. De locatie voor glastuinbouw en glastuinbouwgerelateerde bedrijvigheid sluit aan op het Altongebied, waar de glastuinbouw in Heerhugowaard zich heeft geconcentreerd. Om de bestaande gebruiks- en bouwmogelijkheden zo veel mogelijk te conserveren zijn er binnen het glastuinbouwgebied op een aantal locaties ook ander soort bedrijven toegestaan.

Zo is aan de Hasselaarsweg een strook met bedrijvigheid tot en met milieucategorie 1 opgenomen die ook in het voorgaande bestemmingsplan 'De Vork' bestond. Verder anticipeert het bestemmingsplan op de realisatie van het opstelterrein van ProRail aan de westkant. De infrastructuur van het bedrijventerrein is opgebouwd uit zijstraten die op regelmatige afstand (slagen) van oost naar west lopen en voor een groot deel aan de kopse kanten met elkaar verbonden zijn, zodat een netwerk ontstaat en elk adres via meerdere wegen te bereiken is. De zijstraten worden aaneengeregen en ontsloten door ‘De Vaandeldrager’ die van de N194 tot aan de Hasselaarsweg schuin door het terrein loopt. De hoofdtoegang van het bedrijventerrein De Vaandel Midden en Noord, blijft de N194. De aansluiting op de Hasselaarsweg moet zorgen voor een flexibele routing, meer gerichte transportbewegingen, en een ontlasting van andere wegen zoals de Middenweg. Als laatste zijn ook de woningen aan de Middenweg en de Hasselaarsweg onderdeel van het plangebied. Deze woningen worden conserverend bestemd, waarbij de regels voor de bestemming 'Wonen' worden geüpdatet om beter aan te sluiten bij het nieuwe beleid van de gemeente Dijk en Waard.

De Vaandel Noord Pagina 9 van 49

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskaders

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste beleidsdocumenten op rijks-, provinciaal-, regionaal- en lokaal niveau samengevat, voor zover deze documenten relevant beleid en/of besluiten omvatten ten aanzien van dit bestemmingsplan.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving en is de opvolger van de Structuurvisie Infratstructuur en Ruimte (SVIR). Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI geeft weer wat bij deze grote uitdagingen de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling over het landelijk gebied. In de NOVI wordt ook specifiek ingegaan op bedrijventerreinen. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken.

Betek enis voor het bestemmingsplan: In de gemeente Dijk en Waard is er een sterke vraag naar locaties voor bedrijventerreinen. Deze ruimtevraag wordt veroorzaakt door zowel de autonome groeiende ruimtebehoefte van bedrijven in de gemeente, als de transformatieopgaven op bedrijventerreinen elders in de gemeente. Aanvullend is er sprake van een toenemende ruimtevraag van bedrijven uit de regio Alkmaar en omgeving, en ook van bedrijven daarbuiten. De locatie van De Vaandel, ontsloten door de N194 en de Hasselaarsweg, maakt het een ideale locatie om deze vraag op te vangen. Het bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met de NOVI.

De Vaandel Noord Pagina 10 van 49

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen.

Betek enis voor het bestemmingsplan: In het Barro zijn geen regels opgenomen die beperkend zijn voor het onderhavige bestemmingsplan. 3.2.3

Besluit ruimtelijke ordening

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de wijziging dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Om te bepalen of sprake is van een Ladderplichtige ontwikkeling is allereerst van belang of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan een ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening.

Volgens dit artikel wordt als stedelijke ontwikkeling bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Betek enis voor het bestemmingsplan: Onderhavig bestemmingsplan betreft een actualisatie van bestemmingsplan De Vork. Daarmee voorziet het plan niet in het mogelijk maken van aanvullende bebouwing (geen nieuw ruimtebeslag) ten opzichte van de huidige planologische situatie. Bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden worden voor een deel overgenomen, deels aangepast en enkele ongewenste mogelijkheden worden verwijderd. Daarmee worden geen significante (gebruiks-)wijzigingen ten opzichte van de voorgaande onherroepelijke planologische maatregelen mogelijk gemaakt, zodat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder hoeft dus niet te worden doorlopen.

De Vaandel Noord Pagina 11 van 49

3.2.4

Nationaal waterbeleid

Europese Kaderrichtlijn Water Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De belangrijkste doelstelling is het geven van een kader voor het beheer van oppervlaktewater en grondwater op basis van stroomgebieden en stroomgebieddistricten. De richtlijn wil het duurzaam gebruik van water bevorderen en de gevolgen van overstroming en droogte beperken. Daarnaast wil de richtlijn de aan water gebonden natuur beschermen en verbeteren met als uitgangspunt een goede ecologische toestand van het water. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Waterbeleid voor de 21e eeuw'. De belangrijkste aanbevelingen waren: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte naast techniek en 'vasthouden-bergen-afvoeren'. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, heeft het kabinet zijn standpunt bepaald in de nota 'Anders omgaan met water' (2000). Deze Nota benadrukt dat het antwoord op de problemen niet alleen ligt in technische oplossingen, maar vooral ook in het ruimte geven aan water (flexibel peilbeheer en ruimtelijke maatregelen in de vorm van calamiteitenberging, piekberging en voorraadbeheer, etc.).

Daarnaast moet meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om water vast te houden. Als meer water vasthouden niet zomaar gaat, moeten er voorzieningen worden aangelegd om tijdelijk water te bergen. Pas als deze twee mogelijkheden, vasthouden en bergen, zijn gebruikt mag het overtollige water worden afgevoerd. Nota “Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw” Met de nota Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw wil het Rijk een ander waterbeleid realiseren. Er moet geanticipeerd worden op een stijgende zeespiegel, een stijgende rivierafvoer, bodemdaling en een toename van de neerslag. Nieuwe ruimtelijke besluiten mogen de problematiek van veiligheid en wateroverlast niet ongemerkt vergroten. Bij nieuwe ruimtelijke besluiten moeten de gevolgen voor veiligheid en wateroverlast expliciet in beeld worden gebracht. De nota geeft twee drietrapsstrategieën als uitgangspunten. Voor waterkwantiteit bestaat die uit vasthouden, bergen en afvoeren. Voor waterkwaliteit is het schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Deze strategieën vertalen zich voor het stedelijk gebied in aandachtspunten als: meer ruimte voor water, relatie tussen het stedelijk water en het water in het omliggende gebied, vergroting van het waterbergend vermogen met name in de stadsranden, verbetering van de waterkwaliteit, vergroting van de belevingswaarde van water, en kansen voor natuur en recreatie in en rondom stedelijk water. Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Dit staat in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022 – 2027. Uitgangspunt is schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Betek enis voor het bestemmingsplan: Onderdeel van het bestemmingsplan is de watertoets.

In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. De watertoets is afgestemd met de betreffende

De Vaandel Noord Pagina 12 van 49

waterbeheerder. In paragraaf 4.4 wordt hier nader op ingegaan.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie NH2050

Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord - Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050 (vastgesteld door Provinciale Staten op 19 november 2018). De hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van de provincie ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. Het sturingsprincipe in de Omgevingsvisie is: 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied. Om de doelen van de Provincie te bereiken worden alle beschikbare instrumenten benut. Vanuit een groot vertrouwen in initiatiefnemers en andere overheden is de provincie terughoudend met het opstellen van regels. De Omgevingsvisie is uitsluitend bindend voor de provincie zelf en niet voor gemeenten en burgers.

Om de provinciale belangen, die in de Omgevingsvisie zijn gedefinieerd, door te laten werken, heeft de provincie de Omgevingsverordening opgesteld. Hierin wordt een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijk als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de voor dit bestemmingsplan relevante bepalingen uit de Verordening. 3.3.2

Omgevingsverordening NH2022

Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld door Provinciale Staten. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels voor de fysieke leefomgeving samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie Noord-Holland wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Hierbij wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De ambities voor Noord-Holland, zoals die zijn Omgevingsvisie NH2050, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening NH2020. Zo zijn er in de Omgevingsverordening NH2020 onder andere instructieregels opgenomen voor het realiseren van stedelijke functies, zoals die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Deze regels zijn bijvoorbeeld gericht op het het actief stimuleren van de regionale afstemming. Regionale afstemming staat centraal bij het realiseren van stedelijke functies. De gemeenten in de regio moeten het gezamenlijk eens worden over de nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Duurzaam ruimtegebruik en het voorkomen van overprogrammering zijn hierbij belangrijke aspecten.

Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Voor het voorliggende bestemmingsplan zijn in het bijzonder artikel 6.47 en 6.75 van de verordening van belang. Artikel 6.47 Glastuinbouwconcentratiegebied Voor zover een ruimtelijk plan van toepassing is op het werkingsgebied glastuinbouwconcentratiegebied kan het voorzien in glastuinbouwbedrijven, waarbij geldt dat:

De Vaandel Noord Pagina 13 van 49

a. er geen maximum omvang van het bouwperceel geldt. b.de bebouwing op het bouwperceel, met uitzondering van de bedrijfswoning bedoeld onder d, voor ten minste 85% bestaat uit kassen. c. in afwijking van onderdeel b kan het daar genoemde percentage worden verlaagd tot 70% indien dit noodzakelijk is voor bedrijfsfuncties gericht op zaadveredeling, plantveredeling of scholing of onderzoek ten behoeve van de glastuinbouw. d. per volwaardig glastuinbouwbedrijf ten hoogste één bedrijfswoning wordt toegestaan. e. nieuwe burgerwoningen, waaronder de omzetting van bedrijfswoningen naar burgerwoningen, niet zijn toegestaan. f. andere agrarisch bedrijven dan glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan, waarbij Artikel 6.42, eerste lid onderdeel b tot en met i van overeenkomstige toepassing is, met dien verstande dat de extra bedrijfswoning zoals bedoeld in onderdeel h niet is toegestaan. g. niet-agrarische bedrijfsactiviteiten als onderdeel van een agrarisch bedrijf, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf, zijn toegestaan, waarbij Artikel 6.42, tweede lid van overeenkomstige toepassing is en aangetoond wordt dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het werkingsgebied glastuinbouwconcentratiegebied voor glastuinbouw. h. kan worden voorzien in logiesactiviteiten ten behoeve van werknemers, indien; 1.

de huisvesting wordt voorzien binnen het bouwperceel; en 2. het een ondergeschikte activiteit ten behoeve van een volwaardig glastuinbouwbedrijf betreft; i. niet-agrarische bedrijfsactiviteiten als onderdeel van glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan indien: 1. deze functies noodzakelijk zijn voor het primaire productieproces glastuinbouw; 2. deze functies aantoonbaar bijdragen aan de verduurzaming van het primaire glastuinbouwbedrijf; of 3. deze functies gericht zijn op zaadveredeling, plantenveredeling, scholing en onderzoek ten behoeve van de glastuinbouw. j. niet-agrarische bedrijfsactiviteiten zijn als zelfstandig bedrijf toegestaan, indien: 1. het een uitbreiding van een bestaand agrarisch aanverwant bedrijf betreft waarbij de omvang van het bouwperceel na uitbreiding ten hoogste 2 hectare bedraagt; 2. deze primair gericht zijn op de verduurzaming van aanwezige glastuinbouwbedrijven en het verduurzamingsdoel niet in dezelfde mate bereikt kan worden door vestiging buiten het glastuinbouwconcentratiegebied en aangetoond wordt dat geen aantasting plaatsvindt van de structuur en de bruikbaarheid van het glastuinbouwconcentratiegebied voor glastuinbouw. Binnen het glastuinbouwconcentratiegebied wordt in De Vaandel Noord glastuinbouw mogelijk gemaakt. Daarbij wordt zo veel mogelijk aangesloten op de provinciale omgevingsverordening.

Zo zijn de minimale percentages uit lid b en c overgenomen in de regels van dit bestemmingsplan en worden bedrijfswoningen uitgesloten. Omdat het een conserverend bestemmingsplan betreft is echter besloten de bouw- en gebruiksmogelijkheden nagenoeg gelijk te houden aan het voorgaande bestemmingsplan De Vork. In het plangebied bevinden zich in het glastuinbouwconcentratiegebied meerdere bedrijven of zijn ander soort bedrijven toegestaan dan glastuinbouwbedrijven. Deze zouden door de provinciale verordening niet meer zijn toegestaan. Daarom is in samenspraak met de provincie besproken om deze bedrijven conserverend te bestemmen. Het gaat hierbij om het agrarische bedrijf aan de Middenweg 455, de noordelijke strook van het bedrijventerrein waar bedrijven tot en met milieucategorie 1 zijn toegestaan, twee caravanstallingen en een perceel in het midden van het plangebied, waar bedrijven tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan. Artikel 6.75 Klimaatadaptatie Op grond van artikel 6.75 dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering.

Deze beschrijving dient in te gaan op het risico op wateroverlast, overstroming, hitte en droogte en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico's te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Ten behoeve van de beschrijving is overleg met in ieder geval het waterschap in wiens De Vaandel Noord Pagina 14 van 49

beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt noodzakelijk. In paragraaf 4.14 is hier onder het kopje 'klimaatadaptatie' invulling aan gegeven. Er heeft daarnaast overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening NH2022.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Klimaatadaptatie strategie en uitvoeringsagenda Regio Alkmaar

Door de toenemende klimaatverandering is er landelijk een sterk gevoel van urgentie en noodzaak omtrent klimaatadaptatie ontstaan. In 2014 is om deze reden de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie genomen, waarin is gesteld dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust is ingericht. Om dit doel te behalen is in dezelfde deltabeslissing ook gesteld dat alle Nederlandse overheden in 2020 klimaatbestendigheid en waterrobuustheid in hun beleid en handelen hebben verankerd. Om de overheden te ondersteunen bij de uitvoering van de deltabeslissing, heeft het Rijk in 2017 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) gepubliceerd. Sinds 2018 werkt Regio Alkmaar in regionaal verband aan de invulling van de opgaven uit het DPRA. Dit heeft ertoe geleid dat de regio een klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda heeft opgesteld. Om goed onderscheid te kunnen maken tussen de verschillende regio’s binnen Regio Alkmaar is er een onderverdeling gemaakt in gebiedstypologieën in de uitvoeringsagenda. Deze gebiedsgrenzen zijn niet gebaseerd op gemeentegrenzen, maar op landschappelijke, stedelijke en economische verschillen. Hierdoor worden de verschillende karakteristieken, behoeften en opgaven van deze gebieden inzichtelijk en tastbaar. Op basis van deze verschillen is de regio in te delen in 5 gebieden met elk een eigen identiteit: 1.

Duin & dorp (gemeente Bergen) De sfeer van de zee, de duinen en het bos is overal voelbaar in de woonbuurten, de recreatiegebieden en tussen de bollenvelden. 2. Stedelijk hart (stad Alkmaar en Heerhugowaard) Het stedelijk hart van de regio, Alkmaar en Heerhugowaard, is het dichtbebouwde gebied van de regio.Met een grote diversiteit aan woonwijken en werkgebieden. Het gebied functioneert als scharnier tussende Metropoolregio Amsterdam (MRA) en de Greenport. 3. Kralensnoer (Heiloo, Castricum en Uitgeest) De reeks dorpen op de strandwal die zijn gegroeid aan het snoer van spoor en weg. Ze kunnen worden getypeerd als ‘bereikbare dorpen in het landschap’. 4. Waterrijk (Langedijk en Heerhugowaard De Noord) In het gebied ‘waterrijk’ ligt Langedijk en de agrarische en waterrijke omgeving. Op de eilanden is het bijzonder wonen en recreëren. 5. Cultuurlandschap (landelijk Uitgeest, landelijk Alkmaar) Het gebied ‘cultuurlandschap’ bestaat uit historische droogmakerijen en veenpolders met kleinschalige lint- en kruisdorpen. Het plangebied valt onder het gebied 'stedelijk hart'.

Hier omvatten de voorgenomen ontwikkelingen het verbeteren van de bereikbaarheid van de A9 en N-wegen, elektriciteitsopwekking langs infrastructuur en grote daken, versterking van P+R-faciliteiten bij stations, de bouw van 15.000 nieuwe woningen in de Kanaalzone Alkmaar, en het benutten van het Warmtenet HVC voor energieopwekking uit kanaalwater. Klimaatrisico's voor dit gebied zijn onder meer wateroverlast, overstromingsrisico, onbegaanbare wegen door wateroverlast, uitzetting van brugdekken door hitte, en bijdragen aan het hitte-eilandeffect door de aanwezige infrastructuur. De Vaandel Noord Pagina 15 van 49

Betek enis voor het bestemmingsplan: Bij onderhavig bestemmingsplan is er rekening gehouden met de risico's van klimaatverandering en de mogelijkheden voor duurzaamheid. In paragraaf 4.4 en 4.14 wordt hier verder op ingegaan. Het plan is daarmee in overeenstemming met de Klimaatadaptatie strategie en uitvoeringsagenda Regio Alkmaar. 3.4.2

Strategie werklocaties Regio Alkmaar

De Strategie voor werklocaties in regio Alkmaar is gericht op het behouden van een evenwichtige verhouding tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt. Er wordt gestreefd naar toekomstbestendige bedrijventerreinen, zowel nieuw als bestaand, die bijdragen aan gerelateerde regionale uitdagingen zoals de energietransitie, een meer circulaire economie, de opkomst van gemengde (woon-werk) gebieden en (boven)regionale mobiliteit. De strategie vertaalt zich in leidende principes voor de werklocaties in regio Alkmaar, waaronder het creëren van nieuw aanbod om de verwachte uitbreidings- en vervangingsvraag in de regio te accommoderen, het faciliteren van vervangingsvraag vanuit transformatie, het verbeteren van de kwaliteit van bestaande bedrijventerreinen en het monitoren van de marktdynamiek. Er wordt ook gewerkt aan het voorkomen van overaanbod van bedrijventerreinen en het vermijden van kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod. Er wordt geen uitbreiding of nieuwbouw van zelfstandige kantoren op bedrijventerreinen toegestaan en nieuwe kantoren worden alleen toegevoegd op geschikte locaties waar geen overaanbod ontstaat. Betek enis voor het bestemmingsplan: In de Strategie werklocaties wordt ook ingezoomd op bestaand vraag en aanbod. In de periode van 2021 tot 2030 is sprake van circa 30 tot 58 hectare uitbreidingsvraag op bedrijventerreinen in de regio Alkmaar.

Voor de periode 2030 tot 2040 wordt er -21 tot 37 hectare geprognosticeerd. Uit de Strategie werklocaties blijkt dat bedrijventerrein De Vaandel als mogelijke locatie waar de vraag kan worden opgevangen. De Vaandel Noord zal dus bijdragen aan het accomoderen van de verwachte uitbreidings- en vervangsvraag van bedrijventerrein in de regio. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met de Strategie werklocaties Regio Alkmaar.

3.5

Gemeentelijk beleid

Op 1 januari 2022 fuseerden de gemeenten Heerhugowaard en Langedijk tot een nieuwe gemeente met ook een samengestelde naam, gevormd uit beide vorige: Dijk en Waard. Ondanks deze fusie blijven een bepaald aantal beleidsdocumenten van de voormalige gemeente Heerhugowaard nog relevant. In deze paragraaf wordt daarom ingegaan op de beleidsdocumenten van de voormalige gemeente Heerhugowaard en van de gemeente Dijk en Waard die relevant zijn voor onderhavig bestemmingsplan. 3.5.1

Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard

Op 22 oktober 2024 heeft de gemeenteraad van Dijk en Waard de 'Strategische Omgevingsvisie' vastgesteld. De strategische omgevingsvisie bepaalt de koers voor de gemeente Dijk en Waard tot en met 2047, het jaar dat de gemeente 25 jaar bestaat. Het is daarmee een toekomstvisie voor de leefomgeving. De omgevingsvisie maakt ruimtelijke keuzes. Keuzes die in verband staan met alle ambities binnen de gemeente, waaronder sociale en economische, maar ook met de opgaven waar de gemeente voor staat. Zo verwacht de gemeente een bevolkingsgroei van 22,7% in 2050. Dat betekent dat er voldoende woningen bij moeten komen, in gezonde leefomgevingen en in combinatie met voldoende arbeidsplaatsen en voorzieningen. Daarnaast is het in de gemeente nodig om voldoende passende arbeidsplaatsente realiseren en bedrijventerreinen te transformeren naar duurzame, gezonde en goed bereikbare werkplekken. Ook thema's als de energietransitie, klimaat, natuur en mobiliteit en infrastructuur komen aan bod. De gemeente Dijk en Waard heeft om het toekomstbeeld te bereiken vijf ambities opgesteld:

De Vaandel Noord Pagina 16 van 49

1. Gezonde en gemengde woonomgevingen: Nieuwe woningen met aandacht voor duurzaamheid, sociale samenhang en voorzieningen voor jong en oud. 2. Aantrekkelijke en diverse werkplekken: Transformatie van verouderde bedrijventerreinen, korte woon-werkafstanden, en stimulering van innovatie door samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven. 3. Verbindingen met erfgoed, natuur en water: Het versterken van recreatieve en ecologische netwerken rondom historische landschappen. 4. Mobiliteit: Emissievrije mobiliteit tegen 2050, betere fiets- en OV-verbindingen, en veilige straten. 5. Toekomstbestendig landelijk gebied: Balans tussen landbouw, natuurbehoud en recreatie, met aandacht voor biodiversiteit en waterbeheer. Betek enis voor het bestemmingsplan: De ontwikkeling van De Vaandel Noord sluit aan op de tweede ambitie over aantrekkelijke en diverse werkplekken. Binnen deze ambitie wordt niet alleen gesproken over de transformatie van bestaande bedrijventerreinen, maar er wordt ook ruimte beschikbaar gehouden voor bedrijvigheid die niet passend is binnen de kernen. Het gaat hier met name om bedrijven die vallen in een zwaardere milieucategorie.

Voor De Vaandel Noord geldt dat er sprake is van de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein buiten de kern voor bedrijven in een zwaardere milieucategorie (t/m milieucategorie 3.2) en bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met deze bedrijven. Op de visiekaart over werkgebieden is De Vaandel dan ook aangewezen als nieuw bedrijventerrein. De ontwikkeling van de Vaandel is daarmee in overeenstemming met de strategische omgevingsvisie. 3.5.2

Omgevingsprogramma Mobiliteit 2020

Het Omgevingsprogramma Mobiliteit is in februari 2021 door de voormalige de gemeenteraden van de voormalige gemeenten Heerhugowaard en Langedijk vastgesteld. De nieuwe gemeente Dijk en Waard heeft als doel een bereikbare, duurzame, veilige en leefbare gemeente te zijn. De gemeente zet hierbij meer dan voorheen in op lopen, fietsen en duurzame mobiliteit. Nadrukkelijk wordt niet gekozen voor een compleet nieuwe insteek: wat goed gaat wordt gecontinueerd. Op onderdelen worden wijzigingen aangebracht. De gemeente blijft zich de komende jaren inzetten op verbetering van de multimodale bereikbaarheid van de gemeente voor inwoners, werknemers en bezoekers. Een inrichting van de openbare ruimte die gericht is op veilig bewegen en verblijven vormt de kern van het mobiliteitsbeleid. Daarbij geldt dat voorzieningen bereikbaar moeten zijn en blijven. De focus ligt hierbij meer dan voorheen op lopen en fietsen. Tegelijkertijd zorgt de gemeente voor goede auto-ontsluitingen, waarmee wordt bijgedragen aan de aantrekkelijkheid van de gemeente voor inwoners, ondernemers en toeristen. Voornoemde mobiliteitsdoelen zijn in het Omgevingsprogramma uitgewerkt tot de volgende maatregelen: Veilige en duurzame bereikbaarheid: het nemen van maatregelen zodat binnenwijkse en binnenstedelijke verplaatsingen vooral te voet, met de fiets of het openbaar vervoer kunnen worden gemaakt.

Tevens wordt aandacht besteed aan de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en voorzieningen, logistiek verkeer en de bereikbaarheid van de regio; Veilige en gezonde woonomgeving: hierbij gaat het om de mate waarin alle mogelijke inwoners samen kunnen functioneren met verkeer. De openbare ruimte moet levensloopbestendig zijn. Een levensloopbestendige wijk is een wijk waarin bewoners zich goed kunnen verplaatsen, zonder onnodige hindernissen tegen te komen. Dit leidt tot maatregelen ten aanzien van het wandelnetwerk, het fietsnetwerk, de inrichting van de openbare ruimte, parkeren (en oplaadvoorzieningen), het collectief openbaar vervoer en de stadslogistiek (waaronder pakketbezorging); Levendig Stationsgebied en Stadshart: het Stadshart van Heerhugowaard heeft zich de afgelopen 15 jaar sterk ontwikkeld. Ook in Stationsgebied gaat de komende jaren veel veranderen. Het doel is om een nieuw stedelijk gebied te ontwikkelen, gevormd door het De Vaandel Noord Pagina 17 van 49

Stadshart en het Stationsgebied, dat gericht is op doelgroepen die zich qua wonen en werken richten op de nabijheid van openbaar vervoer en voorzieningen (minder auto-afhankelijk): compact, intensief, aantrekkelijk en met veel aandacht voor de kwaliteit van gebouwen en (groene) inrichting van de buitenruimte. Daarbij is vooral behoefte aan functies die gebruik maken van het openbaar vervoer, zoals stedelijk wonen, onderwijs, zorg en kennisintensieve bedrijvigheid. Maatregelen voor het Stationsgebied zijn uitgewerkt in het Masterplan Stationsgebied; Goede omstandigheden voor werk en ondernemen: in 2020 is een visie op retail- en werklocaties in Dijk en Waard opgesteld. De gemeente kent veel verschillende werkmilieus, waaronder hoogwaardige, functionele, lokaal gerichte en regionaal gerichte werklocaties. Goede doorstroming op het provinciaal wegennet is essentieel. Tevens wordt ingezet op scheiding van langzaam en snelverkeer. Het gemeentelijk fietsnetwerk wordt opgewaardeerd, in combinatie met doorfietsroutes, als alternatief voor het OV en autoverkeer; Aansluiting op de regio en wijde omgeving: doorgaand autoverkeer wordt, in afstemming met de provincie, via het regionaal weggennet geleid, daarnaast wordt ingezet op de doorfietsroute Heerhugowaard-Alkmaar, ter aansluiting op het openbaar vervoer waarmee de fiets de mobiliteitsgroei voor een deel kan opvangen.

Via de Regio Alkmaar wordt ingezet op versterking en versnelling van de treinverbindingen naar de MRA; Recreatieve kwaliteiten benutten: kwaliteiten zijn onder andere Het Duizend Eilandenrijk (Oosterdel), het lint met haar monumenten en karakteristieke gebouwen, het museum Broeker Veiling en de haven van Broek op Langedijk. Park en Strand van Luna, Waarderbos en het museum Het Oude Gemaal in Heerhugowaard. En recreatiegebied het Geestmerambacht in Koedijk. Het stationsgebied wordt op termijn met aantrekkelijke fiets- en wandelroutes verknoopt met de omgeving. Daarnaast ligt er in de bereikbaarheidsopgave van recreatiegebieden een relatie met het intern fietsnetwerk en de doorfietsroutes. Betek enis voor het bestemmingsplan: Het plangebied ligt op een locatie die goed is ontsloten door de zogenaamde 'Vaandeldrager' die is aangesloten op de Hasselaarsweg en de provinciale weg N194. De ontwikkeling is in lijn met het Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021. 3.5.3

Lokale Energie Strategie

In de Lokale Energie Strategie (LES) is een beschrijving gegeven van de energie- en warmteopgaven en zijn scenario's benoemd voor het behalen van de plaatselijke doelstellingen en ambities. De LES zal worden uitgewerkt in een concreet uitvoeringsprogramma, waarbij op wijkniveau in beeld wordt gebracht op welke termijn en op welke wijze de energie- en warmtevraagstukken opgelost kunnen worden. Daarbij rekening houdend met het karakter en landschap van Heerhugowaard. In de LES is als doel beschreven dat Heerhugowaard in 2030 net zoveel duurzame energie opwekt als de stad verbruikt. Daarnaast wordt gewerkt aan een klimaatrobuuste stad. Er wordt uitvoering gegeven aan de doelstelling uit de regionale Focusagenda 'We zetten in op duurzame energie, vanuit de noodzaak én de kans om in 2050 energieneutraal te zijn'. Vooruitlopend op het uitvoeringsprogramma worden de keuzes uit de LES meegewogen bij het uitvoeren van de hoge duurzaamheidsambities in al lopende projecten als het Stationsgebied, De Vaandel, De Draai en overige nieuwbouwprojecten. Betek enis voor het bestemmingsplan: In paragraaf 4.14 is beschreven welke uitgangspunten er gelden voor duurzaamheidsmaatregelen in het project.

De Vaandel Noord Pagina 18 van 49

3.5.4

Nota ruimtelijke kwaliteit Heerhugowaard

De Nota ruimtelijke kwaliteit maakt onderdeel uit van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente Heerhugowaard, waarin de aanwezige cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een belangrijke rol spelen bij de beoordeling van ontwikkelingen en (ver)bouwplannen. Mede door het welstandsbeleid worden bestaande kwaliteiten gewaarborgd en wordt ruimte geboden aan nieuwe initiatieven. Betek enis voor het bestemmingsplan: Voor onderhavig project is het beeldkwaliteitsplan 'Bedrijventerrein De Vaandel Noord' opgesteld. Hierin is aangegeven dat, om de beeldkwaliteit te waarborgen en de ontwikkelende partijen te helpen tot goede plannen te komen, de bouw- en inrichtingsplannen op De Vaandel Noord worden begeleid en getoetst door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) van de gemeente Dijk en Waard. Nog voordat een omgevingsvergunning wordt ingediend, kan middels het planteam een planinitiatief worden getoetst in de CRK. De beeldkwaliteit zoals in het beeldkwaliteitsplan is beschreven is daarvoor het toetsend kader voor de CRK. Hiermee wordt bij nieuwe ontwikkelingen voldaan aan de Nota ruimtelijke kwaliteit Heerhugowaard. 3.5.5

Beleidsplan Klimaatadaptatie Dijk en Waard

Het klimaat in Nederland is aan het veranderen en dat brengt uitdagingen met zich mee. Dit is ook merkbaar in Dijk en Waard. Zomers worden heter, waardoor met name in bebouwd (versteend) gebied een hitte-eiland effect kan ontstaan. Dit is vooral schadelijk voor ouderen en kwetsbaren. Wanneer het regent, kan er in korte tijd veel regen vallen. Het riolerings- en watersysteem kan hierdoor overbelast raken waardoor wateroverlast ontstaat. Langere periodes van droogte kunnen daarnaast zorgen voor schade aan groen, bodemdaling en drinkwatertekorten. Het is daarom belangrijk dat de gemeente, maar ook inwoners, bedrijven en projectontwikkelaars hiermee aan de slag gaan en de gemeente hier op inrichten. Door bijvoorbeeld minder oppervlakte te verharden, voldoende water te bergen en meer schaduw te bieden, kan de schade en overlast die door klimaatverandering wordt veroorzaakt aanzienlijk worden beperkt. De ambitie van de gemeente is: een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard in 2050. Bij deze ambitie horen de volgende doelen: Het beperken van de overlast die wordt veroorzaakt door hevige neerslag. Het bieden van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving tijdens hitte. Het voorkomen van schade door langdurige droogte. Het waar mogelijk beperken van de schade die wordt veroorzaakt bij een eventuele overstroming.

Om zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie stappen te zetten zijn de volgende speerpunten bepaald om de ambitie waar te maken: Binnen de gemeentelijke organisatie zijn we ons allemaal bewust van het thema, handelen klimaatbestendig in de hele keten en benutten waar mogelijk meekoppelkansen in de openbare ruimte. De gemeente borgt haar doelstellingen in beleid, regelgeving en plantoetsing voor zowel de openbare als private ruimte. Inwoners, ondernemers en organisaties zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering, hebben toegang tot middelen om klimaatadaptief te handelen en ondernemen actie in de private ruimte. Betek enis voor het bestemmingsplan: Voorliggend plan zorgt ervoor dat ten opzichte van de bestaande situatie de oppervlakteverharding toeneemt. Dit heeft effect op de waterhuishouding en de klimaatbestendigheid. De inrichting van het gebied zorgt ervoor dat er voldoende watercompensatie wordt gerealiseerd om de toename aan verharding op te vangen. Zie hiervoor paragraaf 4.4.

De Vaandel Noord Pagina 19 van 49

3.5.6

Visie Werklocaties 2023

Voor een gezonde, robuuste en duurzame economische ontwikkeling in Dijk en Waard wil de gemeente beschikken over een portefeuille met een diversiteit aan werklocaties. Er komen de komende jaren grote sociaal-economische ontwikkelingen op de werklocaties af, zoals duurzaamheid, stikstof en de energietransitie, druk vanuit woningbehoefte, groei van bestaande en nieuwe bedrijven, de omschakeling naar een circulaire economie, oplopende (bouw)kosten, automatisering en robotisering, reshoring en netcongestie. De werklocaties moeten toekomstbestendig zijn en op veel van deze ontwikkelingen kunnen inspelen. Er zitten veel specifieke ontwikkelingen in de pijplijn voor de gemeente, zoals de ontwikkeling en profilering van bedrijventerreinen De Vaandel en Breekland, het uitvoeren van het Masterplan voor het Stationsgebied, ontwikkeling van De Frans, de vaststelling van de retailvisie, et cetera. Deze Visie Werklocaties geeft de richting aan voor de werklocaties.

De belangrijkste vragen die de visie beantwoordt zijn: Wat is de huidige situatie op onze werklocaties, en wat komt er op onze werklocaties af? Wat is er nodig om onze werklocaties toekomstbestendig te maken en/of houden? Welke verschillende profielen hebben onze werklocaties en hoe kunnen we deze profielen versterken? Zijn hierbij op werklocaties deelgebieden te identificeren met een verschillende opgave? Hoe geven we ons nog uit te geven aanbod zorgvuldig uit? Op welke werklocaties is menging en/of verkleuring wenselijk en haalbaar, en waar niet? Hoe kan de samenwerking tussen gemeente en ondernemers, en ondernemers onderling, worden versterkt? Die visie is gebaseerd op drie uitgangspunten voor toekomstbestendige werklocaties in de gemeente: 1. Intensievere samenwerking tussen gemeente en ondernemers én ondernemers onderling 2. Investeren in aantrekkelijke, duurzame en bereikbare werklocaties 3. Mengen en verkleuren op de juiste plekken met voldoende aandacht voor de behoefte van bedrijven Betek enis voor het bestemmingsplan: In de Visie Werklocaties 2023 wordt bedrijventerrein De Vaandel uitvoerig besproken.

De ontwikkeling van De Vaandel (met deelgebieden De Vaandel Noord, Midden en Zuid) moet voorzien in een kwalitatieve toevoeging van werkmilieus variërend van glastuinbouw (De Vaandel Noord), duurzaam en modern-gemengd (De Vaandel Midden) tot een gemengd milieu met wonen, lichte bedrijvigheid, zorg en onderwijs dat aansluit op de bestaande stad (De Vaandel Zuid). Onderhavige ontwikkeling betreft bedrijventerrein De Vaandel Noord, waar sprake is van de uitbreiding van glastuinbouwgebied Alton en een opstelterrein van ProRail en overige, reguliere bedrijvigheid. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met de Visie Werklocaties 2023.

De Vaandel Noord Pagina 20 van 49

Hoofdstuk 4

4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Diverse milieuaspecten vormen belangrijke input bij de ontwikkeling van het plangebied. In dat verband dient bij de afweging van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Tevens is het van belang milieubelastende functies ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies.

4.2

Milieueffectrapportage

Kader Hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer gaat in op de verplichting van een milieueffectrapportage (afgekort: MER). Het Besluit milieueffectrapportage beschrijft categorieën van aangewezen activiteiten die MER-plichtig (categorie C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (categorie D) zijn. Betek enis voor het bestemmingsplan: Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan dat wordt opgesteld om de toekomstige inrichting van het bedrijventerrein uit de Gebiedsvisie De Vaandel Noord juridisch planologisch te borgen. Daarmee worden er enkel bepaalde mogelijkheden geamoveerd en blijven bouw- en gebruiksmogelijkheden nagenoeg gelijk. Daarmee worden naast de bestaande mogelijkheden geen grote nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die nog niet mogelijk zijn binnen het huidige bestemmingsplan. Het plan is daarmee niet MER-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig.

4.3

Geluid

Kader In het kader van geluid is de Wet geluidhinder van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In dit geval is wegverkeerslawaai en spoorwegverkeerslawaai van belang. Betek enis voor het bestemmingsplan: De Vaandel Noord voorziet, behoudens de bestaande woningen aan de Middenweg, niet in geluidgevoelige bestemmingen. Wel is voor dit bestemmingsplan een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 3) voor de nieuwe ontsluitingsweg 'De Vaandeldrager'. Dit is de weg die loopt vanaf de Hasselaarsweg tot aan de al bestaande Vaandeldrager op bedrijventerrein de Vaandel Midden. Het gaat hier om een onderzoek naar wegverkeerslawaai van de nieuwe weg op de gevels van de bestaande woningen, en de toename in wegverkeerslawaai op de bestaande wegen in de omgeving als gevolg van het plan. Uit het onderzoek volgden de volgende conclusies: Geluidsbelasting nieuwe verbindingsweg De Vaandeldrager De geluidbelasting veroorzaakt door de nieuwe Vaandeldrager bedraagt ten hoogste 53 dB, inclusief correctie conform artikel 3.4 uit het RMG 2012. Bij de bestaande woning Hasselaarsweg 9 wordt de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder overschreden met een geluidbelasting van 53 dB.

Ook de woning Middenweg 447 komt boven de toelaatbare waarde van 48 dB, met een geluidbelasting van 52 dB. Alle overige woningen ondervinden maximaal 48

De Vaandel Noord Pagina 21 van 49

dB en voldoen daarmee aan de hoogst toelaatbare waarde van 48 dB. Bij alle woningen wordt voldaan aan de gemeentelijke ambitiewaarde van 55 dB voor wegverkeerslawaai. Aangezien slechts twee woningen een overschrijding ondervinden is het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen in verhouding te duur en daarom niet doelmatig. Tevens heeft de gemeente aangegeven van plan te zijn om de woningen op korte termijn te gaan slopen. Daarom zijn bron- en overdrachtsmaatregelen teven niet wenselijk. Indien de woningen intact blijven, dan dient een hogere waarde te worden aangevraagd van 52 dB op de woning Middenweg 447 voor het wegverkeerslawaai van de Vaandeldrager. De woning Hasselaarsweg 9 heeft al in 2007 een hogere waarde van 53 dB voor de nieuwe weg verleend gekregen. Deze waarde is gelijk aan de berekende waarde in dit onderzoek, daarmee voldoet de woning aan de verleende hogere waarde en hoeft er voor de woning Hasselaarsweg 9 geen nieuwe hogere waarde te worden vastgesteld. Voor De Vaandeldrager geldt dat deze gerealiseerd wordt, zodat hij overeenkomt met de stedenbouwkundige uitgangspunten uit het beeldkwaliteitsplan 'Bedrijventerrein De Vaandel Noord'. Zo sluit De Vaandeldrager via De Vaandel Noord aan op de kruising tussen de Altonstraat en de Hasselaarsweg en onstaat er een robuuste verbinding tussen het gehele glastuinbouwgebied.

Daarnaast zorgt De Vaandeldrager voor een duidelijke scheiding tussen de milieucategorieën aan beiden kanten van De Vaandeldrager, zodat omliggende woningen hier geen hinder van ondervinden. Als laatste ondervinden de woningen in het oosten van het plangebied geen geluidhinder doordat De Vaandeldrager zich in het westelijke richting begeeft richting de Hasselaarsweg. Een andere locatie voor De Vaandeldrager zou dus zorgen voor meer (geluid)hinder en zou niet aansluiten op de stedenbouwkundige visie. Geluidbelasting en toename overige wegen De toename in verkeer op de Hasselaarsweg, als gevolg van het plan, leidt tot een toename van hoogstens 1 dB in geluidbelasting op de bestaande woningen. Dit is niet grotendeels te wijten aan autonome groei. Hierom is sprake van indirecte hinder als gevolg van het plan. Het bevoegd gezag dient te oordelen over de indirecte geluidhinder die optreedt bij de bestaande woningen. De geringe toename van hoogstens 1 dB als gevolg van het plan wordt als aanvaardbaar beschouwd. Aanvullende maatregelen worden niet nodig geacht. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. Voor de woning Middenweg 447 is een hogere waarde aangevraagd. De vaststelling hiervan is bijgevoegd als Bijlage 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=1092ffa7-9b4b-4e3d-9f71-04e57324abb2