CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage3b NL.IMRO.1980.BpVaandelnoord-VA01 Bijlagen bij regels

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan De Vaandel Noord23.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Afb. 40: Op deze niet‐ingekleurde lithografie van Bonneblad 245 uit 1916 zijn tussen 1938 en 1942 de bossen en houtvormige lijnelementen ingetekend. Goed te zien valt dat alle (hakhout)bossen verdwenen zijn. Alleen op de plek van het huidige Schoutenbosje in de Noord‐Scharwoudepolder staat nog een zeer klein plekje hakhout ingetekend. Niet vermeld staat om welke houtsoort het gaat. Door de hele polder waren wel veel populieren en iepen aangeplant. Ook de Middenweg was met een iepenlaan beplant.

De agrarische mogelijkheden verbeterden toen in 1876 het stoomgemaal in gebruik werd genomen, waardoor de waterbeheersing beter werd. In dezelfde periode kwam de kunstmest op en werd de Broekerveiling, de eerste tuinbouwveiling ter wereld, geopend (1887). Het aantal hectares akkerbouwland breidt zich in deze jaren dan ook uit ten opzichte van de graslanden.100

99

Komen, 2011, 24‐25 Devilee, 1994, 11; Komen, 2011, 24‐25; zie voor uitgebreide gegevens over de komst van kunstmest Komen, 2011, 26 (guano, organische mest en kunstmeststoffen).

100

61

3.7 Acht gemeenten in de Heerhugowaard De gemeente Heerhugowaard heeft door de eeuwen heen een wisselend grondgebied gehad. De polder was daarin de constante factor, maar langs de randen van de gemeente werd met enige regelmaat grondgebied toegevoegd of weggehaald. Op 1 januari 1812 werden bijvoorbeeld Oterleek en Veenhuizen aan de gemeente Heerhugowaard toegevoegd. Tot 30 april 1817 zouden zowel Oterleek als Veenhuizen bij de gemeente Heerhugowaard horen, maar vanaf 1 mei 1817 splitsten beide dorpen zich af en gingen als zelfstandige gemeente verder. Veenhuizen werd op 31 mei 1854 weer toegevoegd aan de gemeente Heerhugowaard, nadat de Staten‐Generaal van de Tweede Kamer op 23 maart van dat jaar met 39 tegen 21 stemmen de samenvoeging had aangenomen.101 Oterleek bleef tot 1970 zelfstandig en ging op 1 augustus 1970 in de gemeente Schermer op. In de negentiende eeuw was het huidige grondgebied van de gemeente Heerhugowaard zelfs verdeeld over acht verschillende gemeenten [III‐129v t/m III‐135v]. Dit waren niet alleen volledige gemeenten, zoals Oterleek en Veenhuizen, maar ook gedeeltes van gemeenten die doorliepen in de Heerhugowaard. De rechten op het grondgebied waren terug te voeren op de druiplanden, die oorspronkelijk in de Zuiderwaert hadden gelegen. In het noorden had de gemeente Haringkarspel tussen de Laanderweg en het Kanaal Alkmaar‐Kolhorn bijna 75 ha liggen.

De gemeenten Noord‐ en Zuid‐Scharwoude bezaten resp. 125 en 45 hectare in het noordwesten. In het zuidwesten lag 33 ha van de gemeente Pancras en in het zuidoosten nog 40 ha van de gemeente Hensbroek. De gemeente Oterleek lag inmiddels weer buiten de gemeente Heerhugowaard, net als de molengang bij Rustenburg, die in 1832 nog bij de gemeente Heerhugowaard hoorde en vanaf 1993 onder de gemeente Schermer valt. De gemeente Veenhuizen voegde ‐ met 647 ha ‐ het grootste grondgebied aan de gemeente Heerhugowaard toe. In totaal lag daarmee een kwart ‐ 964 ha ‐ van het huidige grondgebied buiten de gemeente.

Afb. 41: De molengang bij Rustenburg lag in 1832 binnen de gemeente Heerhugowaard. Pas in 1993 is dit gedeelte van de gemeente Heerhugowaard bij de gemeente Schermer gevoegd. 101

Van der Meer en Boonstra, 2006, 100, 148 en 183; Anoniem, ‘Staten‐Generaal’, in: De Tijd; godsdienstig‐staatkundig dagblad, 28 maart 1854, 2

62

Afb. 42: Gedurende de negentiende eeuw was de huidige gemeente Heerhugowaard een mengeling van acht gemeenten. De gemeente Heerhugowaard had ongeveer driekwart van het huidige grondbezit en de overige zeven gemeenten bezaten het resterende kwart. In de twintigste eeuw is al het grondgebied binnen de ringvaart aan de gemeente Heerhugowaard toegevoegd met uitzondering van het land van Oterleek en Langedijk in het noorden.

63

3.8 Toename bebouwing (1850‐1945) door Anita van Breugel

Lang bleef de drooggemalen polder dun bevolkt, maar heel geleidelijk verdichtten de ontwikkelingsassen van de Middenweg, Hensbroekerweg (tegenwoordig Jan Glijnisweg) en de Rustenburgerweg zich. Een belangrijke oorzaak voor de toename van de bebouwing waren de nieuwe bemalingstechnieken. Ter vervanging van een aantal molens werd in 1877 aan de zuidzijde van de polder (aan de Huygendijk) een stoomgemaal gebouwd, welke in 1889 werd uitgebreid. De plek voor het stoomgemaal werd daar gekozen, omdat de polder daar het diepst was. Aan het eind van de negentiende eeuw kon daardoor een ontwikkeling worden ingezet, die leidde tot meer expliciete bebouwingsconcentraties, welke zich rond drie punten vormden: 1. De aanleg van de spoorlijn en het station in 1865 is van invloed geweest op de eerste centrale bewoningsconcentratie. Een verbinding tussen de Middenweg en het station (de latere Stationsweg) heeft geleid tot de start van een T‐vormige concentratie van bebouwing, die later uitgroeide tot het centrum van Heerhugowaard. 2. Een kruisvormige, maar kleinere bebouwingsconcentratie ontstond rond de kruising van Hensbroekerweg (nu Jan Glijnisweg) en Rustenburgerweg, welke ’t Kruis wordt genoemd. 3. Ten noorden van de spoorlijn, ontstond aan de noordtak van de Middenweg, een lineaire concentratie van bebouwing die de naam De Noord draagt.

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens de karakteristieke bebouwing van de drie ontwikkelingsassen en van de drie specifieke bebouwingsconcentraties behandeld.

Afb. 43: Het poldergemaal aan de Huygendijk 17 nam aan het einde van de negentiende eeuw een groot gedeelte van de maalcapaciteit van de windmolens over en zorgde daardoor voor een stabielere waterafvoer van de polder Heerhugowaard.

64

De ontwikkelingsas Middenweg (1850‐1945) Aan de Middenweg is in de periode na 1850 op natuurlijke wijze geleidelijk meer bebouwing ontstaan. Er werden veestolpen toegevoegd, zoals Middenweg 1, maar vooral ten noorden van de spoorlijn ontstonden meer gemengde agrarische bedrijfjes en tuinbouw. Het type boerderij was navenant ook kleiner en/of gevarieerder dan aan de zuidelijke Middenweg, waar men meer op veeteelt gericht was. In dit noordelijke gedeelte ontstonden vanaf de negentiende eeuw o.a. de kleinere stolp Middenweg 411, maar ook de kop‐rompboerderij Middenweg 422 en boerderijen met bijzondere voorhuizen zoals bij Middenweg 433 en 454.102

Afb. 44: Aan de Middenweg 433 staat de Maria Jacoba‐hoeve, die omstreeks 1900 gebouwd is.

Behalve boerderijen, is er na 1850 ook een aantal tuinderswoningen vanaf circa 1900 aan het lint van de Middenweg toegevoegd, die hun eigen karakteristiek weer meenamen. Karakteristieke voorbeelden zijn Middenweg 8 (circa 1910 met siermetselwerk) en Middenweg 33, kenmerkend voor 103 de jaren circa 1930. Een typisch verschijnsel uit het derde en vierde kwart van de negentiende eeuw is de rentenierswoning. Dit is een kleiner type woning, dat nauw aan het boerenbedrijf is gerelateerd, omdat de woning werd gebouwd voor de ouders als de kinderen het agrarisch bedrijf overnamen. De rentenierswoning werd altijd op hetzelfde perceel als de boerderij gebouwd. Kenmerken waren dat de woning klein was, altijd symmetrisch opgebouwd en bestaande uit één bouwlaag een schilddak. Afhankelijk van het welzijn van het boerenechtpaar, werden er meer of minder decoratieve elementen rond de entreepartij of op de hoeken van het woonhuis toegevoegd. Twee voorbeelden (waarvan helaas de bijbehorende boerderijen niet meer aanwezig zijn), zijn twee gave rentenierswoningen: Middenweg 155 en Middenweg 271.

102 103

Van der Lee, 1999 Architectuurhistorische beoordeling door Anita van Breugel

65

Afb. 45: De tuinderswoning aan de Middenweg 33 is kenmerkend voor de jaren dertig.

Afb. 46: De rentenierswoning aan de Middenweg 271 was gebouwd voor de ouders wanneer de kinderen de boerderij overnamen. Bij deze rentenierswoning is de boerderij niet meer aanwezig.

66

De ontwikkelingsas Jan Glijnisweg (voorheen Hensbroekerweg) 1850‐1945 De Hensbroekerweg werd vanaf de zeventiende eeuw vooral aan de westzijde ontwikkeld. De overzijde van de weg was minder interessant, want deze zijde grensde dicht op de Oterleker Ban en de percelen waren daardoor niet ruim. Een voordeel van de westelijke percelen was dat zij aan de achterzijde grensden aan de Oostertocht, welke gelegen was tussen de Hensbroekerweg en de Middenweg; producten konden hierdoor worden aan‐ en afgevoerd via het water. Tot op de dag van vandaag zijn aan deze westzijde van de vroegere Hensbroekerweg meer boerderijen over gebleven dan aan de oostzijde. Wel hebben er zich allerlei ontwikkelingen in dit westelijke bebouwingslint voorgedaan, die zich ook nog wel laten “lezen”. Bij Jan Glijnisweg 7 is bijvoorbeeld nog een voormalig, verhoogd gelegen boerenerf zichtbaar met oud geboomte en een historisch boerenhek, echter met een nieuw woonhuis daarop. Verder werden er rond circa 1900 behalve stolpen, ook boerderijen van het type kop‐romp toegevoegd (voor tuinbouwactiviteiten). In de negentiende en twintigste eeuw werden op diverse plekken ook tuinderswoningen gebouwd. Tevens hebben boerenbedrijven stukken van hun landerijen verkocht, waardoor tussen de nog aanwezige oudere agrarische bebouwing, nieuwere woonhuizen werden toegevoegd.

Door de jaren heen is het lint door al deze wijzigingen aanzienlijk verdicht en gewijzigd. Behalve de eerder genoemde historisch waardevolle stolp op nummer 27a (rijksmonument) en het ook reeds vermelde gemeentelijk monument Jan Glijnisweg 57 (met oude kern) zijn er enkele, ruim op het erf geplaatste boerderijen met bijbehorende bebouwing, als waardevol ensemble nog aanwezig, waaronder Jan Glijnisweg 11 (uit de negentiende eeuw). Waardevol zijn ook nog de hier en daar nog aanwezige houtsingels of knoesten van bomenrijen, die bij vroegere boerenerven hoorden. Een bijzondere dubbele watersingel is nog aanwezig bij Jan Glijnisweg 25.

Afb. 47: Recentelijke nieuwbouw aan de oostzijde van de Jan Glijnisweg refereert vaak aan de vroegere agrarische bebouwingstypen van Heerhugowaard, zoals hier bij eenentwintigste nieuwbouw.

67

De ontwikkelingsas Rustenburgerweg De Rustenburgerweg is de as haaks op de Middenweg, lopend in zuidoostelijke richting Rustenburg. De weg is als verbindingsweg geen hoofdas in de polder Heerhugowaard geweest. Omstreeks 1850 waren slechts een zevental huisplaatsen langs de weg te zien. Enigszins in de uithoek van de Heerhugowaard gelegen, zijn hier geen grootschalige ontwikkelingen geweest, althans er is niet meer dan een aantal agrarische bedrijven gebouwd, welke meest gericht waren op tuinbouw. Tegenwoordig is van de oorspronkelijk dubbele wegsloten alleen de zuidelijke nog intact; de noordelijke is gedempt. Langs de Rustenburgerweg liggen anno 2012 vooral op de tuinbouw gerichte bebouwing van kleine stolpen en tuinderswoningen.

Afb. 48: Het “Reigerhof” aan de Rustenburgerweg 126 is gebouwd in 1915, gelegen op ruim erf en in bezit van Art‐Nouveau stijlkenmerken.

68

Themakader voor de ontwikkelingsassen: De ruime voorerven bij stolpen. Langs de ontwikkelingsassen ontwikkelden zich een serie stolpboerderijen, die vooral opvallen door de bijzondere aanleg. Zij liggen op ruime afstand van de weg, waardoor zij een zekere status uitstralen. Soms zijn zij voorzien van lineaire structuren zoals (a)symmetrische oprijlanen of van één of meer windsingels of ringsloten rondom. Deze elementen hadden vooral een representatieve functie en toonden de welvaart van de boer. Dergelijke fraaie aanleggen komen zowel bij de oude stolpen voor, als bij de stolpen na 1850. Het is van belang om dit fenomeen van bijzondere ruime voorerven en landschappelijke aanleg rondom stolpen, veilig te stellen middels het bestemmingsplan. Zeer representatief is de reeds genoemde boerderij Jan Glijnisweg 27a. Andere voorbeelden zijn Jan Glijnisweg 25 en de eveneens eerder genoemde Middenweg 6; ook zij bezitten een dergelijke aanleg. Bij de reeds genoemde stolpen Middenweg 422 en 433 is ook sprake van een aanleg met groot voorerf, mogelijk betreft het hier boerderijen die zijn vervangen op de historische situering als hun voorganger. De oudere stolp Middenweg 454 (reeds in ander verband eerder genoemd) is eind negentiende eeuw aan de voorzijde voorzien van een nieuwer woonhuis voor de oude stolp waardoor het aanvankelijke forse voorerf is verkleind.

Middenweg 584 (ook eerder genoemd) heeft, ondanks zijn modernisering aan het exterieur, nog steeds een representatief ruim voorerf.

Afb. 49: De Jan Glijnisweg 25 is vanwege de ligging op afstand van de weg, maar vooral door de windsingel en dubbele watersingel uniek in Heerhugowaard

69

Bebouwingsconcentratie dorpskern Heerhugowaard Vanaf circa 1900 vormde zich aan de Middenweg een uitgesproken centrumlocatie met alle bijbehorende bebouwingstypologieën: een kerk, raadhuis, school, burgemeesterswoning, dokterswoning, winkels, een bejaardenhuis en woningen. 104 Kenmerkende typologie voor deze vroege ontwikkeling van het centrum zijn de volgende objecten: Middenweg 166/168 (kerk en pastorie, uit 1870 in eclectische stijl, Middenweg 179 (van 1835 tot 1914 gediend als raadhuis), Middenweg 196 (dokterswoning), Middenweg 200 (bejaardenhuis) 1912‐1913, Middenweg 206 (burgemeesterswoning) 1935, Middenweg 212, (kassierswoning), 1916 met elementen van de Art Nouveau, Middenweg 234 (representatieve woning), Middenweg 333 (directeurswoning) en Van Veenweg 4 (RK Lagere School) 1911‐1912.105

Afb. 50: Aan de Middenweg 179 staat het gebouw dat van 1835 tot 1914 als raadhuis dienst heeft gedaan.

104 105

Van der Lee, 1999 Architectuurhistorische beoordeling door Anita van Breugel

70

Afb. 51: Het bejaardenhuis aan de Middenweg 200 werd in de jaren 1912‐1913 gebouwd.

Afb. 52: De rooms‐katholieke lagere school aan de Van Veenweg 4 werd in de jaren 1911‐1912 gebouwd.

71

Bebouwingsconcentratie ’t Kruis De kruising van Jan Glijnisweg en Rustenburgerweg lag enigszins excentrisch ten aanzien van het “centrum” in het zuidoosten van Heerhugowaard. Voor de toenemende aantallen kinderen in dit tuindersgebied werden hier al vroeg kleine schooltjes gebouwd, en vanwege de blijkbaar katholieke signatuur van de bewoners, werd in 1922‐23 een, voor een dergelijk buurtschapje grote rooms‐ katholieke kerk gebouwd. Karakteristiek zijn Jan Glijnisweg 30 (RK kerk 1922‐1923), Jan Glijnisweg 59 (onderwijzerswoning met schooltje) uit 1881/1882 en Rustenburgerweg 149 (onderwijzerswoning met school) 1922/23. De hier vermelde gebouwen vormen vanuit de historie de eerste vroege faciliteiten van een buurtschap anno circa 1900 en zijn daarom van cultuurhistorische waarde.106Uiteraard speelt ook het aanwezige café/dorpshuis vanuit de buurtschapsfunctie een rol, maar hoewel de ligging mooi centraal is op het kruispunt van wegen, is de kwaliteit van de architectuur en de verbouwde stolp van een dermate slechte kwaliteit, dat deze niet voldoende aan de karakteristiek van ’t Kruis bijdraagt.107

Afb. 53: Aan de Rustenburgerweg 149 staat de school met woning die in de jaren 1922‐1923 is gebouwd.

106 107

Van der Lee, 1999 Architectuurhistorische beoordeling door Anita van Breugel

72

Bebouwingsconcentratie De Noord Aan de noordelijke tak van de Middenweg, over de spoorlijn richting Hoorn heen, ontstaat ook rond 1900 een buurtschap.108 De afstand tot het centrum (enkele kilometers) zal reden zijn voor het ontstaan van enkele belangrijke eerste faciliteiten. Net als bij ’t Kruis werd als eerste gestart met het aanbieden van onderwijs. De school werd dan ook op een strategische locatie gebouwd in 1881‐1882 (Middenweg 479). In 1910 volgde evenals bij de buurtschap ’t Kruis een Rooms‐katholieke kerk; tevens een kerk die naar de huidige maatstaven groot was voor een dergelijke buurtschap en daardoor een tijdsbeeld geeft. In 1912 werd het café op de hoek van de Middenweg en de Hasselaarsweg gebouwd. Een tweede onderwijzerswoning, nu met openbare lagere school, werd in 1922‐23 aan de Middenweg 466 gebouwd.109 De hierboven genoemde gebouwtypes Middenweg 466, openbare lagere school met onderwijzerswoning uit de jaren ’20 (geen foto), Middenweg 479,de eerste school uit 1881‐1882, Middenweg 541, de Romaans‐Byzantijnse kerk en Hasselaarsweg 2/hoek Middenweg, het plaatselijke café met Art Nouveau‐kenmerken dragen bij aan de karakteristiek van de buurschap De Noord. Mede door hun gave architectuur uit de bouwperiode bezitten zij een cultuurhistorische waarde.110

Afb. 54: Op de hoek van de Middenweg / Hasselaarsweg staat het café dat in 1912 met Art Nouveau‐kenmerken werd gebouwd.

108

Devilee, 1994 Van der Lee, 1999 110 Architectuurhistorische beoordeling door Anita van Breugel 109

73

74

3.9 Overzichtskaart van de verdwenen en nog aanwezige relicten (1:30.000 op A3)

75

III-076v III-071v

III-072v

III-

III-073v

III-099v

4 00

v

III-053v III-054v

Oude Niedorp

III-078v III-079v

III-100v

III-080v

III-126v

g rw e

III-055v

III-098v

III-102v

Noord-Scharwoude

III-115a

III-001a

III-090v

III-021v

III-056v

2a

De Noord

III-12

III-070v

III-050v III-006v

III-11

III-114v

eg Donkere W

8a

III-114a

III-105a

III-116v

III-103a

III-069v III-096v

Kerkweg

III-081v III-082v

Veenhuizen

Zuid-Scharwoude

III-094v

III-057a

III-095v

Veenhuizerweg

III-051v

III-042a Veenhuizer

III-128a

III-108a

nde Laa

III-077a

04a III-1

04v III-1

III-074v

III-075v

III-020v III-005v III-052v

III-083a

Westertocht

III-048v

nweg Mole 13a

III-059v III-030v

III-1

III-008v

III-084v

III-058v III-029v

III-085a

02a III-0

Middenweg

III-049v

III-123a III-007v

III-097v

III-106v

III-047v

III-067v

III-022v

III-068v

io at St

III-045v

III-015v

w ns

III

6 11

a

eg

III11 2

a

III-

III 9 11

III-065a

III-011v

a

III

Heerhugowaard

9 11

III-066v

v

Sint Pancras

7 10

III-010v

III-093v

3 10

v

12 4

v

III-060v

t ch to r te

III-086a

III-087v

v

III

0 12

eg

III

rw ge

III

s Oo

r bu en st Ru

III-101v

III-028v

III-009v

III

III-064v

a

a 17 I- 1

0 11

v

a

II

III

7 12

III-089v

III 1 12 a

III-013v

III-111a

III-012v

III-091v

III-092v

III

Rin gdi

jk

III-125v 7 12 a

III

III

5 12 a

III-0 01v

III-046v

III-044v III-024v

III-035v III-036a

n Ja III-003a

G

isw lijn

9 10

III13 0

eg III-12

9a

III-004a Ringvaart

a

Tocht Verkaveling Weg

D

D

Ringvaart

Middenmolen in 1871

D

D

Dijk

Ondermolen in 1871

III-043v

III-017v

III-025v

Onderpolders

Overige molen

III-062v

III-019v III-026v III-027v

III-032a III-033a III-034v III-031a

Schaal is 1:30.000 op A3-formaat juni

Oude gemeenten

o

2012

Vroege Nieuwe Tijd (1631 n. Chr.) tot aan WOII (1945 n. Chr.)

Cartograaf: Martijn Horst

Bovenmolen in 1871 Strijkmolen in 1871

III-061v

III-018v

III-088a Nieuwe Huigendijk

Legenda

! ! ! ! !

III-016v

Oterleek

Heerhugowaard - Overzichtskaart bij hoofdstuk III Gemeentegrens

III-063v

III-014v

a

0

2.500 meter

3.10 Overzichtskaart met de karakteristieke bebouwing (1:30.000 op A3)

76

(! (! ! (Verlaat 1 ( Verlaat 30 !

Oude Niedorp

( Middenweg 584 !

De !(Noord

Noord-Scharwoude

( Middenweg 523 !

Veenhuizen

( Kerkweg 28 ( ! (! ! ( !

bij Kerkweg 26

( Middenweg 479 ! ( Hasselaarsweg 2-4 ! ( Veenhuizerkade 3 ! ( Middenweg 454 (! ! Middenweg 451

Zuid-Scharwoude

( Middenweg 433a ! ( Middenweg 433 ! ( Molenweg 8 ! ( Middenweg 411 ! ( Middenweg 401-403 ! ( Middenweg 354-356 !

( Oostdijk 51 !

( Middenweg 307 !

( Middenweg 273 !

( Westdijk 32-34-36 !

( Middenweg 252 !

Stationsweg 52

( (Stationsweg 53 ! (! !

( Middenweg 212 (! ! ( Middenweg 206 (! ! ( Middenweg 168 (! ! (! ( Oostdijk 25 !

Heerhugowaard

Sint Pancras

! naast oostdijk 5

( Middenweg 23 ! ( Middenweg 30 (! ! Middenweg 28

( Rustenburgerweg 149 ! ( Jan Glijnisweg 59 (! !

( Middenweg 22 !

( Jan Glijnisweg 30 !

( Jan Glijnisweg 27a ! ( Rustenburgerweg 126 ! ( Huygendijk 14-16 !

( Jan Glijnisweg 15 !

( Rustenburgerweg 235 !

( Oterlekerweg 3 ! ( Huygendijk 17 !

Heerhugowaard - Monumenten Legenda ( !

Gem. Monument

( !

Prov. Monument

( !

Rijks Monument

!

VERVALLEN

Oterleek

Schaal is 1:30.000 op A3-formaat juni

o

2012

Volle Middeleeuwen (1000 n. Chr.) tot aan WOII (1945 n. Chr.)

Cartograaf: Martijn Horst

0

2.500 meter

77

Conclusies en waardering

Hoofdlijnen van de landschapsontwikkeling, overzichtskaarten en waardering

78

Hoofdlijnen van de landschapsontwikkeling De Zuiderwaert als zoetwaterbekken Rond 800 maakte het grondgebied van de gemeente Heerhugowaard deel uit van een groot veengebied. Bewoning vond aanvankelijk, in de periode 700‐1200, plaats op het veen. Op basis van de opstrekkende verkavelingsstructuren ten westen van de gemeente Heerhugowaard is voor een gedeelte van de gemeente een reconstructie te maken van de oorspronkelijke Middeleeuwse veenverkaveling. Het verloren gaan van een groot gedeelte van het veengebied gaat vanaf de elfde eeuw zeer snel. De stormvloeden van 1164 en 1170 richtten grote verwoestingen aan, doordat het ‐ met water verzadigde ‐ veen niet voldoende tegendruk kon bieden tegen het opdringende zeewater. In 1248 brak de Westfriese Omringdijk ten noorden van Sint Maarten door en kwam het land tot aan Oterleek onder water te staan. Door de stormramp ontstond een groot merengebied, waarvan het zuidelijk deel de naam de Grote of Zuiderwaert kreeg. Slechts de hoger gelegen gronden in het zuiden voorkwamen dat het water van de Zuiderwaert in verbinding komt met dat van het Schermeer en de Beemster. Op deze hoger gelegen gronden lag de oude Huigendijk. Ondanks de voortdurende afslag van veen en gronden in de Zuiderwaert hebben nog tot aan de inpoldering in de eerste helft van de zeventiende eeuw voorlanden en eilandjes gelegen.

De eilanden werden ook wel druiplanden genoemd en waren in alle formaten aanwezig met oppervlaktes tussen de 0,15 ha en meer dan 30 ha. In totaal lag er in 1626 meer dan 865 ha buitendijks land in de Zuiderwaert. Veenhuizen is het enige grondgebied in de gemeente Heerhugowaard dat ook vóór de inpoldering bij het vaste land van West‐Friesland hoorde. In Veenhuizen is daarmee – in tegenstelling tot de rest van de gemeente Heerhugowaard – vanaf de Vroege Middeleeuwen doorgaande bewoning geweest. Het grondgebied van Veenhuizen was geheel omdijkt. De ontwatering was geregeld via sloten en tochten, die uitkwamen op het Berkmeer en de Langereis. In Veenhuizen was sprake van drie clusters van bebouwing, alle drie gelegen aan een waterloop. Het gaat om de centrale locatie rond de kerk met het praalgraf, de Dijkbuurt aan de ringvaart (de Langereis) en de locatie op de kruising met de Groenedijk ‐ de westelijke ringdijk met vaart ‐ rond de vroege polder Veenhuizen. Na inpoldering ontstaat de Heerhugowaard Twee Alkmaarse regenten namen in 1624 het initiatief om de Heerhugowaard droog te malen. Niet iedereen was echter een voorstander van inpoldering van de Zuiderwaert. De Zuiderwaert was een groot zoetwaterreservoir, dat van belang was voor de visserij en als vaarweg tussen de dorpen rond de Zuiderwaert gelegen en Alkmaar en Hoorn.

De eerste fase in het droogmaken van een meer was het leggen van een ringdijk rondom het gehele meer. Bij de Heerhugowaard betekende dit de aanleg van 32 kilometer dijk, die ruimschoots om de Zuiderwaert heen werd gelegd. Langs de ringdijk werd een ringvaart gegraven waarin de molens het boezemwater moesten pompen. De vrij diepe Heerhugowaard kon met behulp van een drietrapsbemaling worden drooggemalen. In de begroting werd slechts rekening gehouden met 18 molens, waar in werkelijkheid 33 poldermolens nodig waren. Daarnaast moesten er nog 12 strijkmolens worden gebouwd. Binnen de ringvaart was de polder verdeeld in veertien onderpolders, die onderling in hoogte van waterstand verschilden en van elkaar waren gescheiden door binnendijken of dammen. De polder Heerhugowaard heeft – net als de meeste droogmakerijen – een rationeel, rechthoekig wegenpatroon. De belangrijkste weg in het rationele wegenpatroon was de Middenweg. De weg 79

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=b85facb4-6853-4b3d-89ae-d61a98e5d1b3