CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage3b NL.IMRO.1980.BpVaandelnoord-VA01 Bijlagen bij regels

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan De Vaandel Noord23.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

De Vaandel Noord

Inhoudsopgave

Bijlagen bij regels

3

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

4

Bijlage 2

Staat van Bedrijfsactiviteiten - glastuinbouw

14

Bijlage 3 Staat van Bedrijfsactiviteiten - glastuinbouw gerelateerde bedrijvigheid

16

Bijlage 4 Rapport 'Gemeente Heerhugowaard een historisch-geografische inventarisatie'

18

De Vaandel Noord Pagina 2 van 138

Bijlagen bij regels

De Vaandel Noord Pagina 3 van 138

Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten

De Vaandel Noord Pagina 4 van 138

OMSCHRIJVING

151 151 152 152 152 1531 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1551 1551 1552 1552 1581 1581 1581 1582 1584 1584 1584 1584 1584 1585 1586 1586 1589.2 1589.2 1593 t/m 1595

101, 102 108 102 102 102 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1051 1051 1052 1052 1071 1071 1071 1072 10821 10821 10821 10821 10821 1073 1083 1083 1089 1089 1102 t/m 1104

5 6 0 1 2 0 1 0 1 2 3 0 1 1 2 0 1 2 0 1 2 3 4 0 1 0 1

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - slachterijen en pluimveeslachterijen - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 Visverwerkingsbedrijven: - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: - jam - groente algemeen - met koolsoorten Zuivelprodukten fabrieken: - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens - v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o.

<= 200 m² Deegwarenfabrieken Koffiebranderijen en theepakkerijen: - theepakkerijen Soep- en soeparomafabrieken: - zonder poederdrogen Vervaardiging van wijn, cider e.d.

CATEGORIE

GEVAAR

0 1 2 3 4

GELUID

10, 11 10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101

STOF

15 15 151 151 151 151 151

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

SBI-2008

nummer

SBI-1993

definitief maart 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

GROOTSTE AFSTAND

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

100 100 50 30

0 0 0 0

100 C 100 C 50 C 50

50 R 50 R 30 10

100 D 100 50 50

3.2 3.2 3.1 3.1

50 50

0 0

50 50

10 10

50 50

3.1 3.1

100 50

10 10

50 30

30 10

100 50

3.2 3.1

50

10

50

50 R

50

3.1

50 50 100

10 10 10

100 C 100 C 100 C

10 10 10

100 100 100

3.2 3.2 3.2

50 50 10

0 0 0

100 C 100 C 30

50 R 50 R 0

100 100 30

3.2 3.2 2

30 100 100

10 30 10

30 C 100 C 100 C

10 30 30

30 100 100

2 3.2 3.2

100 30 100 30 50

30 10 30 10 30

50 30 50 30 10

30 10 30 R 10 10

100 30 100 30 50

3.2 2 3.2 2 3.1

100

10

30

10

100

3.2

100 10

10 0

50 30 C

10 0

100 30

3.2 2

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

16 16101 16102 16102 1621 162 162 162902 17 17 1712 1712 172 17212 17212 58 58 1811 1812

Mineraalwater- en frisdrankfabrieken

STOF

1107 13 13 131 132 132 133 139 139, 143 14 14 141 141 142, 151 19 15 151 152

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

1598 17 17 171 172 172 173 174, 175 176, 177 18 18 181 182 183 19 19 192 193 20 20 2010.1 2010.2 2010.2 202 203, 204, 205 203, 204, 205 205 21 21 2112 2112 212 2121.2 2121.2 22 22 2221 2222

OMSCHRIJVING

SBI-2008

nummer

SBI-1993

definitief maart 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

10

0

100

50 R

100

3.2

10

50

100

30

100

3.2

10 50 10 0

10 0 0 10

100 50 50 50

0 10 10 10

100 50 50 50

3.2 3.1 3.1 3.1

30 10 50

0 10 10

50 30 10

0 10 10

50 30 50

3.1 2 3.1

50 50

10 10

30 50

10 10

50 D 50

3.1 3.1

0

50

100

50 R

100

3.2

10 100 0 0 10

30 30 30 30 10

50 100 100 50 30

10 10 0 0 0

50 100 100 50 30

3.1 3.2 3.2 3.1 2

50 30

30 30

50 C 100 C

30 R 30 R

50 100

3.1 3.2

30

30

100 C

30 R

100

3.2

30 30

0 0

100 C 100

10 10

100 100

3.2 3.2

-

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 0 Weven van textiel: 1 - aantal weefgetouwen < 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont - VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen 0 Houtconserveringsbedrijven: 1 - met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken 0 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout 1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken - VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN 0 Papier- en kartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken 0 Golfkartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)

OMSCHRIJVING

201, 212, 244 20 20 2120 2120 2120 2052 2052 205902 205903 22 22 221102 221102 2219 222 222 23 23 231 231 231 232, 234 232, 234 232, 234 23612 23612 2362 2363, 2364 2363, 2364

Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven 0 1 2 0 1

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - formulering en afvullen geneesmiddelen - verbandmiddelenfabrieken Lijm- en plakmiddelenfabrieken: - zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken A Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken - VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF 0 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 1 - vloeropp. < 100 m2 Rubber-artikelenfabrieken 0 Kunststofverwerkende bedrijven: 1 - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen - VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Glasfabrieken: 1 - glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j Glasbewerkingsbedrijven 0 Aardewerkfabrieken: 1 - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW 2 - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW 0 Kalkzandsteenfabrieken: 1 - p.c. < 100.000 t/j Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken 0 Betonmortelcentrales: 1 - p.c. < 100 t/u

CATEGORIE

GEVAAR

233 24 24 2442 2442 2442 2462 2462 2464 2466 25 25 2512 2512 2513 252 252 26 26 261 261 2615 262, 263 262, 263 262, 263 2661.2 2661.2 2662 2663, 2664 2663, 2664

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten - AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN Aardolieraffinaderijen A Smeeroliën- en vettenfabrieken

GELUID

18129 1814 1813 1814 19 19 19201 19202

STOF

2222.6 2223 2224 2225 23 23 2320.1 2320.2

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

SBI-2008

nummer

SBI-1993

definitief maart 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

GROOTSTE AFSTAND

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

10 30 30 30

0 0 0 0

30 30 10 30

0 0 10 10

1500 50

100 0

1500 C Z 100

1500 R 30 R

1500 100

6 3.2

10

10

100

1500

1500 D

6

50 10

10 10

50 30

50 R 10

50 30

3.1 2

100 50 50

10 10 10

100 100 50

50 50 R 50 R

100 100 50

3.2 3.2 3.1

50 100

10 10

30 50

30 50 R

50 100 D

3.1 3.2

50

30

50

30

50

3.1

30 10

30 30

100 50

30 10

100 50

3.2 3.1

10 30

10 50

30 100

10 30

30 100

2 3.2

10 50

50 50

100 100

30 30

100 100

3.2 3.2

10

50

100

10

100

3.2

30 30 30 30 D

2 2 2 2

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

25, 31 251, 331 251, 331 251, 331 2529, 3311 255, 331 255, 331 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2562, 3311 2562, 3311 259, 331 259, 331 259, 331 27, 28, 33 27, 28, 33 27, 28, 33 27, 28, 33 26, 28, 33

GEVAAR

28 281 281 281 2821 284 284 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2852 2852 287 287 287 29 29 29 29 30

Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: - p.c. < 100 t/d Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² Slijp- en polijstmiddelen fabrieken C Minerale produktenfabrieken n.e.g. VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. - MACH./TRANSPORTMIDD.) 0 Constructiewerkplaatsen 1 - gesloten gebouw 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 0 Tank- en reservoirbouwbedrijven: B Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 0 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: 1 - algemeen 2 - metaalharden 3 - lakspuiten en moffelen 4 - scoperen (opspuiten van zink) 5 - thermisch verzinken 6 - thermisch vertinnen 7 - mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) 8 - anodiseren, eloxeren 9 - chemische oppervlaktebehandeling 10 - emailleren 11 - galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) 1 Overige metaalbewerkende industrie 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 A0 Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 - VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN 0 Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: 1 - p.o. < 2.000 m2 0 1 0 1 2

GELUID

2365, 2369 2365, 2369 237 237 237 2391 2399 25

AFSTANDEN IN METERS

STOF

2665, 2666 2665, 2666 267 267 267 2681 2682 28

OMSCHRIJVING

GEUR

SBI-2008

nummer

SBI-1993

definitief maart 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

10

50

100

50 R

100

3.2

10 10 10 50

30 30 30 50

100 50 50 100

0 0 10 50

100 D 50 50 D 100 D

3.2 3.1 3.1 3.2

30 30

30 30

100 50

30 10

100 50

3.2 3.1

50 30

30 30

100 50

30 10

100 D 50 D

3.2 3.1

50 30 100 50 100 100 30 50 50 100 30 10 10

50 50 30 50 50 50 50 10 10 50 30 30 30

100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 50

50 50 50 R 30 R 50 50 30 30 30 50 R 50 30 10

100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 50

3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.1

30 30

30 30

100 50

30 10

100 50

3.2 3.1

30

30

100

30

100 D

3.2

D D D

D D

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

- VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie - VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Accumulatoren- en batterijenfabrieken Elektrotechnische industrie n.e.g. - VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie Fabrieken voor gedrukte bedrading - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS Auto-onderdelenfabrieken - VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) 0 Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: 1 - houten schepen 2 - kunststof schepen 0 Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: 1 - algemeen Rijwiel- en motorrijwielfabrieken Transportmiddelenindustrie n.e.g. - VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 1 Meubelfabrieken Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken Sociale werkvoorziening Vervaardiging van overige goederen n.e.g. - PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER B0 bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe:

GELUID

26, 28, 33 26, 28, 33 26, 27, 33 26, 27, 33 272 293 26, 33 26, 33 261, 263, 264, 331 2612 26, 32, 33 26, 32, 33 26, 32, 33 29 29 293 30 30 301, 3315 301, 3315 301, 3315 302, 317 302, 317 309 3099 31 31 310 321 322 323 324 32991 32999 35 35 35

AFSTANDEN IN METERS

STOF

30 30 31 31 314 316 32 32 321 t/m 323 3210 33 33 33 34 34 343 35 35 351 351 351 352 352 354 355 36 36 361 362 363 364 365 3663.1 3663.2 40 40 40

OMSCHRIJVING

GEUR

SBI-2008

nummer

SBI-1993

definitief maart 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

30

10

30

10

30

2

100 30

30 10

100 30

50 10

100 30

3.2 2

30 50

0 10

50 50

30 30

50 D 50

3.1 3.1

30

0

30

0

30

2

30

10

100

30 R

100

3.2

30 100

30 50

50 100

10 50 R

50 100

3.1 3.2

50 30 30

30 10 30

100 100 100

30 30 R 30

100 100 100 D

3.2 3.2 3.2

50 30 30 30 30 0 30

50 10 10 10 10 30 10

100 10 30 50 50 30 50

30 10 10 30 30 0 30

100 D 30 30 50 50 30 50 D

3.2 2 2 3.1 3.1 2 3.1

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

- covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen B1 voedingsindustrie B2 - vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA C2 - 10 - 100 MVA C3 - 100 - 200 MVA D0 Gasdistributiebedrijven: D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C D5 - gasontvang- en -verdeelstations, cat. D E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E1 - stadsverwarming E2 - blokverwarming F0 windmolens: F1 - wiekdiameter 20 m - WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER A0 Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: A2 - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW B2 - 1 - 15 MW - BOUWNIJVERHEID 0 Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m² 1 - bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² 2 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² - HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Handel in vrachtauto's (incl. import en reparatie) A Autoplaatwerkerijen C Autospuitinrichtingen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires 0 Benzineservisestations: 1 - met LPG < 1000 m3/jr

GELUID

35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 36 36 36 36 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 45, 47 45, 47 451, 452, 454 451 45204 45204 45205 453 473 473

STOF

40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 41 41 41 41 41 41 41 45 45 45 45 45 45 50 50 501, 502, 504 501 5020.4 5020.4 5020.5 503, 504 505 505

-

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

-

OMSCHRIJVING

SBI-2008

nummer

SBI-1993

definitief maart 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

100 50

50 50

100 100

30 R 30 R

100 100

3.2 3.2

0 0 0

0 0 0

30 C 50 C 100 C

10 30 50

30 50 100

2 3.1 3.2

0 0

0 0

30 C 50 C

10 50 R

30 50

2 3.1

30 10

10 0

100 C 30 C

50 10

100 30

3.2 2

0

0

100 C

30

100

3.2

10

0

50 C

30

50

3.1

0 0

0 0

30 C 100 C

10 10

30 100

2 3.2

10 10 10 0

30 30 30 10

100 50 50 30

10 10 10 10

100 50 50 30

3.2 3.1 3.1 2

10 10 10 50 10 0

0 10 30 30 0 0

30 100 100 30 30 30

10 10 10 30 R 0 10

30 100 100 50 30 30

2 3.2 3.2 3.1 2 2

30

0

30

50 R

50

3.1

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

2 - zonder LPG - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING 0 Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in levende dieren Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen 0 Grth in vuurwerk en munitie: 1 - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton 2 - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton 3 - munitie 0 Grth in vaste brandstoffen: 1 - klein, lokaal verzorgingsgebied 0 Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen: Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen) 0 Grth in metaalertsen: Grth in metalen en -halffabrikaten 0 Grth in hout en bouwmaterialen: 1 - algemeen: b.o. > 2000 m² 2 - algemeen: b.o. <= 2000 m² 3 zand en grind: 4 - algemeen: b.o. > 200 m² 5 - algemeen: b.o. <= 200 m² 0 Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: 1 - algemeen: b.o. > 2.000 m² 2 - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in chemische produkten Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen 0 Autosloperijen: b.o. > 1000 m²

GELUID

473 46 46 4621 4622 4623 4624 46217, 4631 4632, 4633 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 46499 46499 46499 46499 46711 46711 46712 46713 46721 46722, 46723 4673 4673 4673 46735 46735 46735 4674 4674 4674 46751 46752 4676 4677

AFSTANDEN IN METERS

STOF

505 51 51 5121 5122 5123 5124 5125, 5131 5132, 5133 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5148.7 5148.7 5148.7 5148.7 5151.1 5151.1 5151.2 5151.3 5152.1 5152.2 /.3 5153 5153 5153 5153.4 5153.4 5153.4 5154 5154 5154 5155.1 5155.2 5156 5157

OMSCHRIJVING

GEUR

SBI-2008

nummer

SBI-1993

definitief maart 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

30

0

30

10

30

2

30 10 50 50 30 10 0 10 10 30 10 10

30 10 10 0 10 0 0 0 10 10 10 10

50 30 100 C 30 30 30 30 30 30 30 30 30

30 R 0 0 0 50 R 50 R 0 0 0 0 10 10

50 30 100 50 50 50 30 30 30 30 30 30

3.1 2 3.2 3.1 3.1 3.1 2 2 2 2 2 2

10 10 0

0 0 0

30 30 30

10 50 30

30 50 30

2 3.1 2

10

50

50

30

50

3.1

100

0

30

50

100

3.2

0

10

100

10

100

3.2

0 0

10 10

50 30

10 10

50 30

3.1 2

0 0

30 10

100 30

0 0

100 30

3.2 2

0 0 50 30 10 10

0 0 10 30 10 30

50 30 30 30 30 100

10 0 100 R 30 R 10 30

50 30 100 D 30 30 100

3.1 2 3.2 2 2 3.2

V V

DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Postorderbedrijven Cateringbedrijven

CATEGORIE

77 7711 7712, 7739 773 772 62 62 58, 63 72

-

- autosloperijen: b.o. <= 1000 m² Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m² - overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m² Grth in machines en apparaten: - machines voor de bouwnijverheid - overige Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

GEVAAR

71 711 712 713 714 72 72 72 73

1 0 1 0 1 2

GELUID

4677 4677 4677 466 466 466 466, 469 47 47 4791 562 49 49 493 493 494 494 52 52 52242 52102, 52109 5221 64 53 531, 532 61 61 77

AFSTANDEN IN METERS

STOF

5157 5157.2/3 5157.2/3 518 518 518 519 52 52 5261 5552 60 60 6021.1 6023 6024 6024 63 63 6311.2 6312 6321 64 64 641 642 642 71

OMSCHRIJVING

GEUR

SBI-2008

nummer

SBI-1993

definitief maart 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

GROOTSTE AFSTAND

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

10 10 10

10 30 10

50 100 50

10 10 10

50 100 D 50

3.1 3.2 3.1

0 0 0

10 10 0

100 50 30

10 0 0

100 50 30

3.2 3.1 2

0 10

0 0

50 30 C

0 10

50 30

3.1 2

0 10 0 0

10 0 0 0

100 C 100 C 100 C 50 C

0 0 30 30

100 D 100 100 50

3.2 3.2 3.2 3.1

0 30 10

10 10 0

100 50 C 100 C

50 R 50 R 30

100 D 50 D 100

3.2 3.1 3.2

0

0

30 C

0

30

2

0

0

0 C

100

100

3.2

10 10 10 10

0 0 0 10

30 50 50 30

10 10 10 10

30 50 D 50 D 30 D

2 3.1 3.1 2

0

0

30 C

0

30

2

-

VERVOER OVER LAND Bus-, tram- en metrostations en -remises Touringcarbedrijven 0 Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m² 1 - Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m² - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER 1 - stukgoederen A Distributiecentra, pak- en koelhuizen 2 Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties) - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten B0 zendinstallaties: B1 - LG en MG, zendervermogen < 100 kW (bij groter vermogen: onderzoek!) VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE - GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE B Datacentra -

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

74 747 7481.3 75 75 7525 90 90 9001 9001 9002.1 9002.1 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 92 92 921, 922 93 93 9301.1 9301.1 9301.2 9301.3

STOF

74

72 721 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 812 74203 84 84 8425 37, 38, 39 37, 38, 39 3700 3700 381 381 382 382 382 382 382 382 382 59 59 591, 592, 601, 602 93 96 96011 96011 96012 96013

-

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

73 731

OMSCHRIJVING

SBI-2008

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk

30

10

30

30 R

30

2

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Reinigingsbedrijven voor gebouwen Foto- en filmontwikkelcentrales

50 10

10 0

30 30 C

30 10

50 D 30

3.1 2

OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN Brandweerkazernes

0

0

50 C

0

50

3.1

30 50 30

0 30 30

10 C 50 50

0 10 30 R

30 50 50

2 3.1 3.1

100 50 100 10

50 10 0 10

30 30 10 30

10 10 30 R 30 R

100 50 100 D 30

3.2 3.1 3.2 2

100

100

100

10

100

3.2

0

0

30 C

10

30

2

30 30 30 0

0 0 0 0

50 C 50 30 30

30 30 30 R 0

50 50 30 30

3.1 3.1 2 2

nummer

SBI-1993

definitief maart 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

-

-

- MILIEUDIENSTVERLENING A0 RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks: B rioolgemalen A Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. B Gemeentewerven (afval-inzameldepots) A0 Afvalverwerkingsbedrijven: A2 - kabelbranderijen A4 - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) A5 - oplosmiddelterugwinning A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval C0 Composteerbedrijven: C3 - belucht v.c. < 20.000 ton/jr - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) - OVERIGE DIENSTVERLENING A Wasserijen en strijkinrichtingen B Tapijtreinigingsbedrijven Chemische wasserijen en ververijen A Wasverzendinrichtingen

Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten - glastuinbouw

De Vaandel Noord Pagina 14 van 138

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten OMSCHRIJVING

0112 0112 0112 0112 0112 0112 014 014 014 014 014

011, 012, 013 011, 012, 013 0113 0113 0163 011 016 016 016 016 016

-

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)

0 Tuinbouw: 1 - bedrijfsgebouwen 2 - kassen zonder verwarming 3 4 5 6 7 0 1 2 3 4

- kassen met gasverwarming - champignonkwekerijen (algemeen) - champignonkwekerijen met mestfermentatie - bloembollendroog- en prepareerbedrijven - witlofkwekerijen (algemeen) Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²

CATEGORIE

011, 012, 013 011, 012, 013, 016 011, 012, 013

GROOTSTE AFSTAND

01

0111, 0113 0112 0112

GEVAAR

01

GELUID

-

STOF

-

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

SBI-2008

nummer

SBI-1993

definitief maart 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

10

10

30 C

10

30

2

10

10

30 C

10

30

2

10 10 30 100 30 30

10 10 10 10 10 10

30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C

10 10 10 10 10 10

30 30 30 100 30 30

2 2 2 3.2 2 2

30 30 30 30

10 10 10 10

50 30 50 30

10 10 10 10

50 D 30 50 30

3.1 2 3.1 2

Bijlage 3 Staat van Bedrijfsactiviteiten - glastuinbouw gerelateerde bedrijvigheid

De Vaandel Noord Pagina 16 van 138

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

OMSCHRIJVING

SBI-2008

01 0161 0163 0164 10, 11 10, 11 1039 46 46 4621 4622 4631

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Diensten voor akker- en tuinbouw Behandeling van gewassen na oogst Zaadveredelingsbedrijven VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Groente-, fruitverwerkende industrie GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Grth in akkerbouwprodukten Grth in bloemen en planten Grth in groenten, fruit en consumptie-aardappelen

definitief maart 2009

Bijlage 4 Rapport 'Gemeente Heerhugowaard een historisch-geografische inventarisatie'

De Vaandel Noord Pagina 18 van 138

Gemeente Heerhugowaard

een historisch‐geografische inventarisatie (inclusief de karakteristieke bebouwing)

1

Colofon Titel:

Gemeente Heerhugowaard; een historisch‐geografische inventarisatie (inclusief de karakteristieke bebouwing) Opdrachtnemer: Cultuurcompagnie Noord‐Holland dhr. Jaap van der Veen (Hoofd Cultureel Erfgoed) Postbus 3043 1801 GA Alkmaar In samenwerking met: Cultuurland Advies dhr. Martijn Horst (Projectleider Cultuurhistorie) Postbus 20 8180 AA Heerde

Adviesbureau Cultuurhistorie mevr. Anita van Breugel Heilooërdijk 43 1814 LL Alkmaar Opdrachtgever:

Gemeente Heerhugowaard Afdeling Sociaal Ruimtelijke ontwikkeling dhr. Gerlof Kloosterman (Coördinator Voorzieningen) Parelhof 1 1703 EZ Heerhugowaard

Tweede lezer:

Zelfstandig onderzoeker (en voormalig voorzitter van de Monumenten Werkgroep in de gemeente Heerhugowaard) dhr. Henk Komen was bereid om zijn jarenlange onderzoekservaring in Heerhugowaard te delen en de rapportage bij te sturen waar dat nodig was.

Projectcode:

1205

Versie: Datum:

0.99 11 juni 2012

2

3

4

Inhoudsopgave 1. Inleiding _______________________________________________________________________ 7 1.1 Aanleiding ___________________________________________________________________________ 8 1.2 Opdracht ____________________________________________________________________________ 8 1.3 Leeswijzer____________________________________________________________________________ 8 1.4 Ligging ______________________________________________________________________________ 9

2. De Zuiderwaert als zoetwaterboezem ______________________________________________ 11 2.1 Veengroei en ‐ontginning ______________________________________________________________ 12 2.2 Het ontstaan van de Zuiderwaert ________________________________________________________ 15 2.3 Bedijking, sluizen en de Langereis om de waterafvoer te regelen _______________________________ 18 2.4 Druiplanden in de Zuiderwaert __________________________________________________________ 21 2.5 Bewoning in Veenhuizen _______________________________________________________________ 24 2.5.1 Historische‐geografie ______________________________________________________________ 24 2.5.2 Architectuurhistorie _______________________________________________________________ 28 2.6 Overzichtskaart van de verdwenen en nog aanwezige relicten (1:30.000 op A3) ___________________ 34

3. Na inpoldering ontstaat de Heerhugowaard _________________________________________ 36 3.1 Octrooiaanvraag en opstartfase _________________________________________________________ 37 3.2 Droogmaling met een ringdijk, ringvaart en molens __________________________________________ 40 3.3 Onderpolders in de Heerhugowaard ______________________________________________________ 44 3.4 Inrichting met wegen, tochten en verkaveling ______________________________________________ 47 3.5 Eerste bebouwing in de Heerhugowaard (1631‐1850) ________________________________________ 54 3.6 Grondgebruik in de Heerhugowaard ______________________________________________________ 56 3.7 Acht gemeenten in de Heerhugowaard ___________________________________________________ 62 3.8 Toename bebouwing (1850‐1945) _______________________________________________________ 64 3.9 Overzichtskaart van de verdwenen en nog aanwezige relicten (1:30.000 op A3) ___________________ 75 3.10 Overzichtskaart met de karakteristieke bebouwing (1:30.000 op A3) ___________________________ 76

Conclusies en waardering __________________________________________________________ 78 Hoofdlijnen van de landschapsontwikkeling ___________________________________________________ 79 Waardering ____________________________________________________________________________ 81 Overzichtskaart met alle aanwezige en verdwenen elementen ____________________________________ 86 Overzichtskaart met alle aanwezige elementen ________________________________________________ 87 Overzichtskaart met alle aanwezige elementen, inclusief waardering ______________________________ 88

Literatuurlijst ____________________________________________________________________ 89 Afbeeldingverantwoording _________________________________________________________ 91 Bijlagen _________________________________________________________________________ 92 Bijlage 1: Monumentenlijst ________________________________________________________________ 93 Bijlage 2: Monumentenfoto’s ______________________________________________________________ 94

5

6

1. Inleiding

Aanleiding, opdracht, leeswijzer en ligging.

7

1.1 Aanleiding De gemeente Heerhugowaard gaat in de nabije toekomst haar bestemmingsplan Landelijk Gebied herzien. Conform artikel 3.6.1 lid 2 van het Bro dient in de toelichting te worden verantwoord hoe daarin met de aanwezige en verwachte cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Het is daarbij verplicht om onderzoek naar de bestaande cultuurhistorische waarden uit te laten voeren en in de toelichting van de herziening een verantwoording te geven over de gemaakte keuzes ten aanzien van de bescherming van de cultuurhistorische waarden. De vorm waarin dat onderzoek wordt uitgevoerd ligt echter niet vast. Mogelijkheden die de gemeente heeft voor de wijze van implementatie van de aanwezige waarden in het bestemmingsplan zijn divers en afhankelijk van de aard van de waarden, de doelen van de gemeente en de wettelijke kaders. Naast deze verplichting geeft de herziening van het bestemmingsplan de gemeente Heerhugowaard ook een aantal mogelijkheden ten aanzien van haar eigen beleid. Zo geven de Structuurvisie 2020 en de nota Naar Buiten heldere doelen aan ten aanzien van inrichting en het gebruik van het landelijk gebied. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de vergroting van de recreatieve waarde van het buitengebied staan centraal en daarin zijn juist de cultuurhistorische kwaliteiten het uitgangspunt.

Het nieuwe bestemmingsplan voor het landelijk gebied moet die waarden en ambities ondersteunen en mogelijk maken. De gemeente Heerhugowaard beschikt met de publicatie Buitengebied Heerhugowaard; “de stand van het landschap” al wel over een zeer beknopte beschrijving van het landschap, maar deze is ontoereikend om in het bestemmingsplan op te nemen. Als laatste, maar zeker niet als minste, wil de gemeente Heerhugowaard de herziening van het bestemmingsplan gebruiken om haar (rijks‐, provinciale‐ en gemeentelijke) monumenten en beeldbepalende panden opnieuw te waarderen volgens de uitgangspunten van de Modernisering Monumentenzorg uit 2009. Belangrijk is om daarbij niet alleen van het monument zelf uit te gaan, maar ook het landschap mee te nemen waar het monument in ligt. De complete ensemblewaarde van monument en omgeving. Dit hoeft in eerste instantie niet te betekenen dat er monumenten bij zullen komen of af zullen vallen, maar wel dat een eventuele noodzakelijke bescherming in de herziening van het bestemmingsplan wordt vastgelegd.

1.2 Opdracht Tegen deze achtergrond heeft de gemeente Heerhugowaard aangegeven dat bij de uitvoering van het cultuurhistorische onderzoek voor de herziening van het bestemmingsplan aandacht besteed moet worden aan drie onderwerpen:  Inventarisatie van de historisch‐geografische relicten en structuren in de gemeente;  Inventarisatie van de bestaande (karakteristieke) bebouwing en de relatie daarvan met het landschap;  Voorstel voor opname van deze waarden in het bestemmingsplan.

1.3 Leeswijzer In overleg met de opdrachtgever is besloten om de periode van het natuurlijke landschap en de vroegere bewoningsontwikkeling weg te laten. Beiden moeten namelijk geborgd zijn in het archeologische beleidskader, al zal dit voornamelijk voor de vroegere bewoningsgeschiedenis gelden en in mindere mate voor het natuurlijke landschap. De verstedelijking van de gemeente Heerhugowaard na WOII wordt in dit onderzoek ook niet meegenomen, omdat dit voor de herziening van het bestemmingsplan voor het buitengebied minder relevant is.1

1

Gesprek met Gerlof Kloosterman op 21 en 23 februari 2012

8

Er blijven daardoor twee hoofdstukken over. Het eerste hoofdstuk omvat de periode van de Zuiderwaert tussen grofweg het jaar 1000 tot 1630 en het tweede hoofdstuk de periode tussen de inpoldering in 1631 tot de afloop van WOII in 1945. Daarbij is ‐ zowel voor de bebouwing als voor het landschap ‐ niet alleen naar het bestemmingsplangebied gekeken, maar naar de gehele gemeente Heerhugowaard. Voor het schrijven van deze hoofdstukken heeft de opdrachtgever er voor gekozen om het onderzoek op basis van bestaand wetenschappelijke werk uit te laten voeren.

1.4 Ligging

Afb. 1: De gemeente Heerhugowaard bestaat uit de polder Heerhugowaard en het oude land van Veenhuizen. Bij de begrenzing wordt grotendeels de ringvaart van de polder gevolgd.

9

10

2. De Zuiderwaert als zoetwaterboezem

Van de Volle Middeleeuwen (1000) tot aan de Vroege Nieuwe Tijd (1630)

11

2.1 Veengroei en ‐ontginning De ondergrond van West‐Friesland wordt gevormd door een karakteristieke blauwe kleilaag op een dik pakket wadzand, dat is afgezet in de periode van 6000 tot 2750 voor Christus.2 Van west naar oost ligt de kleilaag in de buurt van Veenhuizen op ongeveer twee meter onder de oppervlakte, bij Enkhuizen op ongeveer acht meter. Bovenop deze kleilaag groeide het Hollandveen. Deze veengroei werd tot driemaal toe onderbroken door inbraken van de zee, waarbij het gebied enkele malen in een kwelderlandschap veranderde. Hierdoor ontstond een afwisseling van betrekkelijk dunne veenlagen en relatief dikke pakketten wadafzettingen bestaande uit zand en klei.3 Rond 800 maakt Heerhugowaard deel uit van dit grote veengebied. Heerhugowaard wordt in het westen begrensd door de strandwal van Oudorp‐Sint Pancras en in het noorden en oosten omgeven door de West‐Friese getijdenrug (een boven het veenlandschap uitstekende zandrug). Het Heerhugowaards‐Obdammer veenpakket ligt dus in een kom en kon hierdoor alleen in zuidelijke richting ontwateren. In dit gebied heeft een veenstroom, de Spiermer, gelopen die zijn oorsprong heeft in de getijdenrug bij Spanbroek en Wadway.

Deze veenrivier loopt als ‘Leek’ (= rivier) door het zuidelijk deel van het Heerhugowaards veengebied en stroomde waarschijnlijk westelijk van Oterleek (Oterleek betekent ‘aan de overzijde van de Leek’) naar het zuiden om zich daar te verbinden met de veenrivier de Schermer. Deze oude veenrivier De Leek heeft zich plaatselijk op de laagste delen verbreed tot een plas of meer. Zo ontstond de eerste vorming van een meer in het zuiden van de huidige Heerhugowaard.4 In dit dynamische landschap was van menselijke aanwezigheid niet of nauwelijks sprake. Dit veranderde pas in de Vroege Middeleeuwen. Vermoedelijk werd het veengebied ten zuiden van Texel al vanaf de achtste eeuw – eerst op kleine schaal, later op grote schaal – in gebruik genomen door de mens. De veenontginningen breidden zich in vrij snel tempo naar het zuiden toe uit. Vanaf dat moment is West‐Friesland permanent bewoond geweest. Vanaf de al bewoonde delen, zoals de strandwallen of andere hooggelegen delen, werd het veengebied ingetrokken. Bewoning vond aanvankelijk, in de periode 700‐1200, plaats op het veen. Doordat de veenlagen inmiddels grotendeels verdwenen zijn, zijn er ook geen sporen van bewoning uit deze periode terug te vinden.5 De Geestmerambacht is vanuit de duinstreek van Bergen‐Schoorl van west naar oost ontgonnen in een opstrekkende of lineaire verkaveling.

Langs de achterzijden van de ontginningseenheden werden kaden en waterlopen aangelegd die toestroming van overtollig water uit de omgeving moesten verhinderen. Nu nog zijn de meeste noord‐zuidgeoriënteerde ontginningssloten door het ambacht te herkennen; de Rekere (nu Noord‐Hollands Kanaal), de Zomersloot (waar nu de Diepsmeer ligt), en nog oostelijker de Burgsloot met veendijk, nu de Langedijk. Het is goed mogelijk dat eenzelfde sloot door het grondgebied van Heerhugowaard liep en de verkaveling in het verlengde van de westelijk gelegen gronden was aangelegd [II‐001v]. De laatste ontginningsfase was namelijk Veenhuizen, met eenzelfde verkaveling als de Scharwoudepolders. Veenhuizen heette destijds Schoorlveen, waaruit af te leiden valt dat Veenhuizen inderdaad vanuit Schoorl ontgonnen is. Door de meerafzettingen van de Heerhugowaard zijn de sporen van die ontginningstijd uitgewist.6

2

Dit zijn de zogenaamde Beemsterafzettingen, vroeger ook wel aangeduid als Oude Zeeklei. Steenbergen, 2009, 184 4 Komen, 1994, 13‐16 5 Nyst, 2010, 36 6 Nyst, 2010, 36‐37 3

12

Afb. 2: Impressie van de eerste boerenbewoning in de Vroege Middeleeuwen, die met een opstrekkende verkaveling de veengebieden in West‐Friesland ontgonnen (met dank aan H.E. Komen).

Omstreeks 1200 was heel West‐Friesland ontgonnen en in cultuur gebracht. Het veenoppervlak was al zover gedaald dat het noodzakelijk werd om het gebied te bedijken, mede om te voorkomen dat veenland dat nog ruim boven zeeniveau lag werd weggeslagen. Waarschijnlijk is men in de elfde of twaalfde eeuw met bedijking begonnen.7 West‐Friesland was verdeeld in vier ambachten: Drechterland, Hoogwouderambacht, Geestmerambacht en de Schager‐ en Niedorperkoggen. De vier ambachten bestonden op hun beurt weer uit telkens vier koggen of bannes. Dat waren bestuurlijke eenheden van vier of vijf dorpsgebieden.8 Veenhuizen en de Zuiderwaert hoorden bij het grondgebied van de Geestmerambacht.

7 8

Steenbergen, 2009, 184 Stenvert et al, 2005, 64‐66; Beenakker en Ligtendag, 1986, 48

13

Afb. 3: Op basis van de opstrekkende verkavelingsstructuren ten westen van de gemeente Heerhugowaard is voor een gedeelte van de gemeente een reconstructie te maken van de Middeleeuwse veenverkaveling, voordat de Zuiderwaert ontstond. De verwachting is namelijk dat veenverkaveling gewoon doorliep en dat er een noord‐zuid georiënteerde ontginningssloot was gegraven op het grondgebied van de gemeente. Waar deze ontginningsloot gelegen moet hebben is niet meer te reconstrueren.

14

2.2 Het ontstaan van de Zuiderwaert Het verloren gaan van een groot gedeelte van het veengebied in de Geestmerambacht gaat vanaf de elfde eeuw zeer snel. Aan de kust slaan stormen grote bressen in de duinenrij. Tussen Petten en Callantsoog wordt de bestaande opening naar de zee verbreed en ontstaat het zeegat van de Zijpe. Deze binnenzee zorgt er voor dat bij zware storm het zeewater de Westfriese Omringdijk van Schoorldam tot Schagen menigmaal overspoelt. Het begin van de Zuiderwaert moet al zijn ontstaan tijdens de veenontginning rond het jaar 1000. De stormvloeden van 1164 en 1170 richtten vervolgens grote verwoestingen aan, doordat het ‐ met water verzadigde ‐ veen niet voldoende tegendruk kon bieden tegen het opdringende zeewater. Gevolg was dat het veen verdween en het zeewater steeds gemakkelijker het kwetsbaar geworden land binnen kon dringen.9

Afb. 4: In 1248 breekt de West‐Friese Omringdijk door. Dijken worden aangelegd en het binnen deze dijken vallende overstromingsgebied wordt de Waardgeerzen genoemd (met dank aan H.E. Komen). 9

Komen, 2001, 51, 75‐77 en Komen, 1994, 20‐21

15

In de tweede helft van de twaalfde eeuw wordt de veenrug tussen Wieringen en Stavoren verder opgeruimd. In 1248 brak de Westfriese Omringdijk ten noorden van Sint Maarten door en kwam het land tot aan Oterleek onder water te staan. Door de stormramp ontstond in het westelijk deel van West‐Friesland een groot merengebied van Schagen tot aan Oterleek, welke de Waardgeerzen werd genoemd. Het zuidelijk deel van de Waardgeerzen kreeg de naam de Grote of Zuiderwaert, de huidige ingepolderde Heerhugowaard. De omliggende dorpen, naast Oterleek ook bijvoorbeeld Langedijk, Veenhuizen en Obdam, leden bij het ontstaan van de binnenzee veel landverlies. In 1250 werd op de plaats van de dijkdoorbraak een inlaagdijk opgeworpen waardoor het zeewater van de Zijpe niet langer toegang had tot het West‐Friese binnenland.10 Na het verdwijnen van het veen kreeg de Zuiderwaert de diepte van de oorspronkelijke ondergrond. Het zuiden van de Zuiderwaert was dieper dan het noorden. Dat kwam doordat de West‐Friese getijdenstroom, welke ongeveer 4000 jaar geleden vanuit het zeegat bij Bergen diep het West‐Friese landschap binnendrong, van het zuiden in noordelijke richting stroomde om bij Schagen af te buigen in een boog naar Hoorn.

Dit zeegat stond in open verbinding met de zee, waardoor eb en vloed er vrij spel hadden.11 Slechts de hoger gelegen gronden tussen Oudorp en Ursem voorkomen dat het water van de Zuiderwaert in verbinding komt met die van het Schermeer en de Beemster, waardoor een waddenzee van Schagen tot Amsterdam zou ontstaan. Op deze hoger gelegen gronden lag de oude Huigendijk [II‐002a]. De oude Huigendijk ligt tegenwoordig op het grondgebied van de gemeente Schermer en wordt thans de Slingerdijk en de Noordschermerdijk genoemd.12

Afb. 5: De oude Huigendijk lag voorheen zuidelijker, maar moet door het opdringende water steeds meer naar het noorden worden verlegd. De huidige oude Huigendijk is in feite de laatste fase van een proces waarbij de dijk door oeverafslag steeds weer in noordelijke richting verlegd werd (met dank aan H.E. Komen).

10

Komen, 2001, 75‐77 Komen, 2001, 51 12 Komen, 2001, 82 11

16

Afb. 6: Eén van de eerste kaarten waar de Zuiderwaert op voorkomt is de Wandkaart van Noord‐ en Zuid‐ Holland, die in 1537 door Jacob van Deventer in kaart is gebracht en in 1558 gedrukt werd bij Bernard van den Putte in Antwerpen. Goed is te zien dat Noord‐Holland en West‐Friesland niet meer uit grootschalige veengebieden bestaan, maar dat water steeds meer de overhand krijgt. De “Hughendijck” scheidt “De Waerdt” en “De Scermer” van elkaar. De oorspronkelijke houtsnedekaart ‐ bestaande uit 9 deelbladen ‐ bevond zich in de stadsbibliotheek van Wroclaw (Bleslau), maar is in 1945 verloren gegaan. Een gefotografeerde facsimile‐editie is echter nog beschikbaar.

17

2.3 Bedijking, sluizen en de Langereis om de waterafvoer te regelen Omstreeks 1250 ligt aan weerszijden van de Huigendijk nog veel voorland. Dit oplopend voorland zorgt er voor dat het water in kracht afneemt voordat de golven de zwakke dijk bereiken. Stormen slaan echter steeds meer van het voorland weg, waardoor het water de dijk zonder teveel weerstand kan bereiken. In het westen was het de Oosterdijk, die aan de golfslag paal en perk moest stellen. Voor overstroming aan de noordoostzijde waakte de Schager‐Zijdewind. De Huigendijk beschermde tegen het gevaar, dat uit het zuiden kwam van het Schermeer en ook aan de oostzijde hadden de inwoners van de naastliggende landen stevige kaden gebouwd.13 Met veel inspanning moest gewerkt worden om het land in West‐Friesland te behouden. De Zuiderwaert zorgde daarbij voor veel overlast. Aan de ene kant was het zwaar werk om haar door instandhouding van de Huigendijk, waarvan het voorland meer en meer afsleet, van de Schermer gescheiden te houden. Aan de andere kant ondervond men de meeste moeite om haar voldoende afwatering te bezorgen met sluizen die op het Schermeer uitwaterden.14 De hoger gelegen dorpen rond Heerhugowaard loosden namelijk hun overtollige regenwater op de Zuiderwaert. Als het water in de Zuiderwaert te hoog stond en de dorpen hun eigen water niet meer konden lozen moesten de sluizen in Huigendijk open worden gezet.

Het zoete water van de Zuiderwaert stroomde vervolgens in het Schermeer. Dit kon echter alleen bij eb als het waterpeil van het Schermeer lager was dan die van de Zuiderwaert. Dergelijke sluisjes, die alleen dienden om water door te laten, waren geheel van hout gemaakt in de vorm van een rechthoekige koker. Aan het uiteinde was een houten deur aangebracht, dat zichzelf bij opkomend water afsloot. Sluizen betekenden echter een flinke verzwakking in de dijk, omdat het dijklichaam ervoor moest worden onderbroken.15 De plekken van de Laat‐Middeleeuwse sluizen zijn echter niet meer te achterhalen. Naar aanleiding van klachten over schromelijke verwaarlozing van de Westfriese omringdijk, waardoor een aantal dijkvakken in een deplorabele toestand verkeerden, gelastte graaf Willem III in 1326 opnieuw een verstoeling van de dijk. Daarbij verordonneerde hij tevens een andere aanpak van de afwatering van de Zuiderwaert. De sluizen in de Huigendijk moesten worden verwijderd zodat het water van de Zuiderwaert niet meer op het Schermeer kon worden geloosd. In plaats daarvan zouden drie nieuwe watergangen van elk vier of vijf voet breed (1 a 1½ meter) worden gegraven: één door Schagen, een andere door de Wisene en de derde door Geestmerambacht.16 Aan het bevel tot afbreken van de sluizen is in 1326 gehoor gegeven, maar er was weinig bereidheid om de geplande watergangen te graven.

Het één wel en het ander niet doen betekende dat de afwateringsmogelijkheden in West‐Friesland verslechterden. In 1329 kregen de ingelanden van Schagen, Niedorp en Geestmerambacht dan ook toestemming nieuwe sluizen in de Huigendijk te leggen. Het aanleggen en weer verwijderen van sluizen komt vanaf de veertiende eeuw in verschillende oorkonden telkens weer terug.17

13

Belonje, 1929, 3 De Vries, 1876, 5 15 Komen, 2001, 82 16 Beenakker en Ligtendag, 1986, 48‐49 17 Beenakker en Ligtendag, 1986, 48‐49, 51; De Vries, 1876, 146 naar het Groot Charterboek, deel 3, 640 van Van Mieris 14

18

Afb. 7: Deze uitsnede van een contributiekaart van de Uitwaterende Sluizen uit 1603 laat de smalle Huigendijk tussen “Den Groote Waert” en “Den Schermeer” goed uitkomen. De kaart heeft een oostelijke oriëntatie, waardoor het bedijkte gebied van Veenhuizen bovenin de kaart is terug te vinden. Een gedeelte van de oorspronkelijke kaart is in 1990 teruggevonden aan de achterzijde van een pastelportret.

Tot in de eerste helft van de vijftiende eeuw bleven problemen met de afwatering van de Heerhugowaard voortbestaan. Zo bracht de Sint‐Elisabethsvloed in 1421 grote verwoestingen aan. De duinen te Petten braken door en in de Huigendijk werd een gat geslagen, waardoor de Heerhugowaard en de Schermer verenigd werden. Bij het draaien van de wind zou de Schermer haar water in de Waard kunnen jagen. De zwakke kaden van de landen in de Waard zouden daaraan geen weerstand kunnen bieden. Er was zelfs een realistisch gevaar dat een groot deel van het Noorderkwartier bij nog meer doorbraken een zelfstandig eiland werd. De graaf besloot daarom dat geheel West‐Friesland mee moest betalen aan het herstel van de Huigendijk, omdat heel West‐ Friesland er baat bij zou hebben.18 De toestand verslechterde mede, doordat vanaf het begin van de vijftiende eeuw het Schermeer niet meer in open verbinding met de zee stond. Omdat de afwatering via de sluizen in de Huigendijk hierdoor sterk werd vertraagd werd men gedwongen naar andere lozingsmogelijkheden uit te kijken. Uiteindelijk verzochten de landen zelf in 1458 om de Wisene tot een afwateringskanaal te mogen vergraven. Op 4 september van dat jaar gaf Philips de Goede zijn fiat.

Drie jaar later waren de werkzaamheden aan de Wisene voltooid waardoor de Heerhugowaard in het vervolg op een snellere wijze zijn overtollig water op de Zuiderzee kon lozen. De Wisene heet tegenwoordig de Langereis [II‐

18

De Vries, 1876, 255‐257

19

003a].19 Rond 1540 wordt de situatie rond de Huigendijk alsnog kritiek en als deze doorbreekt wordt met man en macht gewerkt aan het behoud van de dijk. Aan het einde van de zestiende eeuw is het voorland van de Huigendijk – op Oterleek na ‐ bijna geheel verdwenen.20 De sluizen leverden naast uitwatering tevens de beste plaatsen op voor de visserij. De meeste vis werd namelijk gevangen bij het in‐ of uitstromen van het water door de sluis. Daarom behoorden zij in West‐Friesland aan de landheer, die ze ter bevissing in leen of in erfpacht kon uitgeven. De vissers waren er daarom op uit bij elk verschil van waterstand tussen de binnen‐ en buitenzijde de sluizen te openen. De landerijen rondom de Zuiderwaert bevorderden wel het uitstromen, maar niet het binnenlaten van water uit angst voor onnodige overstromingen. Vandaar de veelvuldige misbruiken, geschillen en klachten en de strenge straffen voor het openen van de sluizen.21

Afb. 8: Christiaan ’s Grooten maakte tussen 1573 en 1592 kaarten van de gewesten van Nederland en karteerde daarbij ook West‐Friesland. Opvallend is dat hij Veenhuizen niet als een schiereiland laat zien, maar aan het vaste land tekende. Verder zijn er geen eilanden in de Zuiderwaert te vinden, die er destijds wel waren.

19

Beenakker en Ligtendag, 1986, 48‐49, 51; De Vries, 1876, 146 naar het Groot Charterboek, deel 3, 640 van Van Mieris Komen, 2002, 82 21 De Vries, 1876, 87 20

20

2.4 Druiplanden in de Zuiderwaert Ondanks de voortdurende afslag van veen en gronden in de Zuiderwaert hebben nog tot aan de inpoldering in de eerste helft van de zeventiende eeuw voorlanden en eilandjes gelegen. Rondom de gehele Zuiderwaert was veel buitendijks voorland aanwezig, waarbij het belangrijkste voorland het – al genoemde – land van Oterleek. Het lag voor het oostelijke gedeelte van de Huigendijk en was een eiland tussen de Zuiderwaert en het Schermeer. Het had de gewichtige taak om de Huigendijk te beschermen tegen het water van de Zuiderwaert.22 De eilanden werden ook wel druiplanden [II‐004v tot II‐039V] genoemd en waren in alle formaten aanwezig met oppervlaktes tussen de 0,15 ha en meer dan 30 ha. In totaal lag er in 1626 meer dan 1000 ha buitendijks land in de Zuiderwaert. De grootste druiplanden en eilanden lagen voor Veenhuizen. Van noord naar zuid waren dat het Groote Geldebos, Nessewerf, Paerdebos en Sappewerf. Ten zuiden daarvan lag nog een aantal kleinere eilanden, die Lutkebos, Langebos, Driecante Bos en Pottenbos heetten. De eilanden waren voormalige huiserven en konden overleven doordat door bewoning en intensief gebruik de grond inklonk en weer werd opgehoogd en op die manier beter bestand was tegen de oeverafslag van het water.23 Het water tussen deze eilanden en Veenhuizen werd ook wel de Veenhuizerwaert genoemd.

Na de inpoldering werd deze naam opgevolgd door de Veenhuizer Gronden. Aan de westkant van de Zuiderwaert lagen de druiplanden Klein Geldebos, Plaetmansbos, Hasselaarsbos, ’t Zuiderbos en de Vlaerding. Dat waren de voormalige gronden van Langedijk. Daarnaast lagen nog tien tot twintig kleinere eilanden in de Zuiderwaert.24

Afb. 9: Op deze uitsnede van “De Groote Zuyder Waert” van Baert Claesz. uit 1626 zijn voor Veenhuizen drie grotere eilanden met de namen Nessewerf, Paerdebos en Sappewerf te vinden. Ten westen daarvan liggen de gronden die later onder de Noord‐ en Zuid‐Scharwoudepolder bekend zullen zijn. 22

Oterleek is in 1817 afgesplitst van de gemeente Heerhugowaard en vanaf 1970 onderdeel van de gemeente Schermer. Om deze reden wordt Oterleek niet verder meegenomen in dit onderzoek. 23 Komen, 1994, 21‐26; Komen, 2011, 35‐37 24 Een reconstructie van de afname van druiplanden tussen de twaalfde en de zeventiende eeuw is met het huidige bronmateriaal niet te maken. Aannemelijk is wel dat er meer druiplanden geweest moeten zijn, maar dat deze door afslag volledig opgingen in de Zuiderwaert. Ook het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) gaf in dit onderzoek geen nieuwe aanwijzingen voor nog onbekende druiplanden.

21

De druiplanden hadden dus voornamelijk een uitgang op –bos of –werf. De uitgang –bos geeft aan dat er aan houtteelt werd gedaan en de meest waarschijnlijke vorm daarvoor was hakhoutbeheer met essen, wilgen of elzen.25 Eilanden met zware opgaande bomen zullen het niet zijn geweest. De uitgang –werf heeft verschillende betekenissen in het Middelnederlands, maar waarschijnlijk komt ons huidige woord erf het dichtst in de buurt. Werf betekent hier dan huiserf of verhoging.26

Afb. 10: Meer dan 1000 hectare buitendijks land lag in 1626 als aanwas of eiland in de Zuiderwaert. De meeste namen van de eilanden eindigen op –bos of –werf. 25

Zie daarvoor o.a. Anoniem, ‘Advertentie’, in: Oprechte Haarlemse Courant, 27 november 1783, 2 en paragraaf 3.6. Mededeling van H.E. Komen op 21 mei 2012; Komen geeft tevens aan dat de andere twee Middelnederlandse verklaringen ‐ “onbebouwde grond” en “wilg” ‐ inmiddels verouderde etymologie zijn.; Zie verder H.E. Komen, ‘De druiplanden in Heerhugowaard’, in: 59e Bundel van het Historisch Genootschap Oud West‐Friesland, 1992, pp. 104‐111

26

22

Door het inpolderen van de druiplanden kwamen er oudere boerderijen binnen de nieuwe polder Heerhugowaard te liggen. De stolpboerderij Oostdijk 2 toont aan de hand van een gevelsteen uit 1622 dat hij in oorsprong ouder is dan de polder. Op de gevelsteen is het bijbelverhaal van Jona en de walvis afgebeeld. De ligging van de boerderij Oostdijk 2 pal achter de dijk is opmerkelijk en hoewel de stolp sterk gerestaureerd of mogelijk zelfs gedeeltelijk vernieuwd is, is hier waarschijnlijk wel sprake van een oudere kern, maar in ieder geval van een oud huisplaats op een stuk voorland. Tevens dragen hoofdvorm en dakspiegel bij aan de karakteristieke uitstraling van deze boerderij.27

Afb. 11: De stolp op het adres Oostdijk 2; een stolp op een stukje “voorland”.

27

Komen, 1994, 31; aangevuld met een architectuurhistorische beoordeling van Anita van Breugel.

23

2.5 Bewoning in Veenhuizen 2.5.1 Historische‐geografie Veenhuizen is het enige grondgebied in de gemeente Heerhugowaard dat ook vóór de inpoldering bij het vaste land van West‐Friesland hoorde. In Veenhuizen is daarmee – in tegenstelling tot de rest van de gemeente Heerhugowaard – vanaf de Vroege Middeleeuwen doorgaande bewoning geweest. Een beschrijving uit 1750 geeft het volgende over het dorp aan: “Het Dorp is klein en legt twee en een vierendeel Uurs ten Oost‐Noord‐Oosten van Alkmaar. De Kerk is van gering aanzien en heeft een laagen vierkanten Tooren met een stompe Spits. In 't Koor is de Tombe van den Heere Reinoud van Brederode, Heere van Veenhuizen , wiens Beeltenis hier Leevensgrootte in Wit Marmer op een Zwart Marmer Bed legt. […].”28 De vijftiende eeuwse kerk is in 1862 vervangen. De huidige kerk dateert uit 1965, waarin de tombe van Reinout van Brederode tevens weer een plaats heeft gekregen.29

Afb. 12: De voormalige vijftiende eeuwse kerk van Veenhuizen met twee boerenhuizen getekend door Hendrik Tavenier in 1794.

Over het aantal huizen dat in de Late Middeleeuwen in Veenhuizen stond is nog niets bekend, maar in het jaar van de inpoldering – 1632 – werd in de lijst van verpondingen opgenomen dat er 35 huizen in Veenhuizen stonden. Precies een eeuw later was dat aantal uitgebreid tot 44 huizen en een molen. Nog geen twee decennia – in 1749 – daarna waren daar nog maar 38 huizen van over. Hoeveel bewoners Veenhuizen had wordt voor het eerst duidelijk in 1795 toen Veenhuizen een inwonersaantal had van 179.30 Veenhuizen was geen vrije heerlijkheid, maar in het bezit van adellijke families. In 1750 wordt daarover aangegeven: “De Heerlykheid van Veenhuizen werdt eertyds bezeten door den Heere van Brederode van Weezenberg: thans is Jonkheer Jakob van Kats, […], Vryheer van Veenhuizen.”31 28

Tirion, 1750, 453‐454; zie ook Kok, 1793, 161 Stenvert, 2005, 358 30 Tirion, 1750, 453‐454;Anoniem, ‘Vervolg der volkstelling’, in: Nationaale Courant, 28 oktober 1795, 2 31 Tirion, 1750, 453‐454 29

24

Afb. 13: De inrichting van Veenhuizen vóór de inpoldering is opgenomen op een manuscriptkaart van Anthonis Metius en Cornelis Cornelisz. uit 1627. Op deze kopergravure van de verkavelingskaart voor de Heerhugowaard van Visser uit 1631 is de inrichting van Veenhuizen echter het beste te zien en zijn ook de veldnamen van Veenhuizen opgenomen. Vergelijking tussen beiden kaarten laat zien dat zowel Metius en Cornelisz. als Visser – op de doorgaande weg van Veenhuizen naar de Heerhugowaard na ‐ dezelfde inrichting hebben gekarteerd. De kaart is op het oosten georiënteerd, waardoor het noorden links ligt.

In 1770 wordt ook meer duidelijk over het grondgebruik dat Veenhuizen door de eeuwen heeft gehad: ”[Veenhuizen] heeft goed Wei‐ en Hooi‐ doch weinig Zaailand [akkers], men haald er veel Riet vandaan waar de Boeren hunne huisen mee dekken.”32 De verkaveling voor deze weide‐ en hooilanden was redelijk willekeurig opgezet en waarschijnlijk een door de eeuwen heen verstoorde oorspronkelijke lineaire verkaveling.33 De ontwatering van Veenhuizen was geregeld via sloten en tochten[II‐040a tot II‐073v], die uitkwamen op het Berkmeer en de Langereis. In totaal had men voor de ontwatering meer dan dertien kilometer aan tochten gegraven. Hiervan ligt bijna acht kilometer nog steeds op dezelfde plek als tweehonderd jaar geleden. De overige vijf kilometer is bij de naoorlogse ruilverkaveling opgeruimd. Voor een efficiëntere afwatering zijn bij de ruilverkaveling nieuwe, rechte sloten gegraven. Twee sloten zijn gedempt en omgezet in wegen en dat zijn de Vijvertochtsloot in het noorden [II‐055v] en een gedeelte van de Eerste Perk [II‐057v] in het zuiden van Veenhuizen. 32

Bom, 1770, 132 Mededeling van Komen op 21 mei 2012; Komen verwijst naar J.K. de Cock, Bijdrage tot de historische geografie van Kennemerland in de middeleeuwen op fysisch‐geografische grondslag, Groningen 1965, pp. 219‐220

33

25

Afb. 14: Op deze foto is de Noorderkruistochtsloot te zien vanaf de Kerkweg, die al vanaf de Late Middeleeuwen op deze plek ligt. Voor het bollenveld langs loopt het oostelijke gedeelte van de Reigerstochtsloot, zoals de sloot in 1817 genoemd werd. In 1631 heette deze sloot nog de Kerksloot.

Voor de inpoldering was de Kerkweg [II‐075a] geen doorgaande weg. De gemeenschap van Veenhuizen was gericht op het oostelijk gelegen oude land van Hoogwoud. De oorspronkelijke verbinding liep dan ook van de kerk van Veenhuizen in oostelijke richting naar de huidige Dijkweg en vandaar naar Hoogwoud. Pas na de inpoldering werd de weg doorgetrokken naar de Groenedijk en vandaar via de Clamwech naar de Veenhuizermiddelweg.34 Op basis van de kaart van Baert Claesz. uit 1626 is de verwachting dat de Kerkweg minimaal achthonderd meter landinwaarts liep tot aan de buurschap. Of de weg daarna ook richting de Groenedijk liep is niet met zekerheid te zeggen. Na de inpoldering werd de weg met zekerheid doorgetrokken en verbonden met de polder Heerhugowaard. Verder liep tussen Oude Niedorp en Obdam het kerkepad naar de kerk van Veenhuizen [II‐079v en II‐080v] langs de Noorder‐ en Zuiderkruistochtsloot. Het grondgebied van Veenhuizen was geheel omdijkt. Om in het westen het water van de Zuiderwaert tegen te houden werd in de Late Middeleeuwen de Groenedijk opgeworpen [II‐074a en II‐074v]. De Groenedijk had een lengte van bijna vier kilometer en haar dijklichaam kronkelde door het landschap. Tot aan de negentiende eeuw had de Groenedijk een onveranderd uiterlijk.

In de twintigste eeuw werd de dijk op twee plaatsen tussen de Kerkweg en de Veenhuizerkade rechtgetrokken en is bijna een kilometer van het oorspronkelijke dijklichaam verdwenen. De Groenedijk ligt vrijwel nog oorspronkelijk als grasdijk in het landschap van Heerhugowaard. In de vorige eeuw is deze grotendeels illegaal door boeren afgegraven, maar de provincie heeft destijds verdere afgraving verboden, zodat de restanten van de dijk nog een halve meter boven het maaiveld uitkomen. Alleen het verharde deel heeft nog de oorspronkelijke hoogte35. Aan de zuidkant hield de huidige Veenhuizerkade [II‐076a] het water van het Berkmeer tegen en in het noorden en oosten lagen langs de Langereis de tegenwoordige A.C. de Graafweg [II‐077a] en de Dijkweg [II‐078a].36 34

Zie o.a. Komen, 2011, 91; er zijn overigens inpolderingskaarten bekend waar de weg nog niet werd doorgetrokken, maar er kan vanuit worden gegaan dat de weg na de inpoldering werd doorgetrokken. 35 Komen, 2011, 53‐54 en 69‐70 36 Zie verder Komen en Van Zanten, 1994, 26‐30; Komen, 2011, 91 en E. Dekker, Veenhuizen van vroeger, Hensbroek 1993.

26

Afb. 15: Op het minuutplan van de gemeente Veenhuizen, dat in 1817 door landmeter van de eerste klasse J.J. Nautz werd opgenomen, is links de kronkelige Groenedijk te zien, voordat deze in de twintigste eeuw op twee plaatsen werd rechtgetrokken. Daarnaast zijn alle tochten en sloten van Veenhuizen in één oogopslag te zien en bij naam genoemd. Veel tochten waren opgedeeld in een noordelijk en zuidelijk gedeelte. De belangrijkste afvoertochten waren de Zuider‐ en Noorderkruistochtsloot en de Oude Watering.

Afb. 16: Ondanks dat de Groenedijk tegenwoordig een slaperdijk is geworden liggen de oude dijklichamen nog steeds in het landschap, zoals hier ten noorden van de Kerkweg. Dit gedeelte van de dijk heeft tevens geen functie meer binnen de infrastructuur van Veenhuizen en is daardoor een levend relict geworden van de Middeleeuwse strijd tegen het water van de Zuiderwaert.

27

2.5.2 Architectuurhistorie door Anita van Breugel

In Veenhuizen is sprake van drie clusters van bebouwing, alle drie gelegen aan een waterloop. Het gaat om de centrale locatie rond de kerk met het praalgraf, de Dijkbuurt aan de ringvaart (de Langereis) en de locatie op de kruising met de Groenedijk ‐ de westelijke ringdijk met vaart ‐ rond de vroege polder Veenhuizen. Daarnaast behoorde vanaf 1633 ook de ingepolderde Veenhuizerwaert tot de gemeente Veenhuizen.37 De bebouwingsconcentratie rond het kerkje en het praalgraf van Veenhuizen Aanwezige tochten en sloten maakten de bouw van een stenen kerk in Veenhuizen al in de vijftiende eeuw mogelijk. Zware bouwmaterialen konden in die periode slechts over water worden aangevoerd. Voor de bouw van dit kerkje heeft waarschijnlijk de oostelijk van de kerk gelegen sloot ‐ een aftakking van de ringvaart ‐ dienst gedaan. Vooral nadat Reinout van Brederode, ambachtsheer van Veenhuizen, dit kerkje in 1633 uitkoos als laatste rustplaats, is de bebouwing verder uitgegroeid tot de buurschap Veenhuizen.Het oorspronkelijke kerkje van Veenhuizen werd in 1882 vervangen door een opvolger, welke in 1965 weer werd gesloopt. In 1965 werd op dezelfde plek een nieuwe kerkje gebouwd, waar de tombe van Reinout een plek kreeg in het voorportaal, omringd door de wapenschilden van zijn heerlijkheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=b85facb4-6853-4b3d-89ae-d61a98e5d1b3