CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Besluit bouwwerken leefomgeving werkversie

Gemeenteraad 27 mei 2026, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Anterieure Overeenkomst Bouwplan Middenweg-Raadhuisstraat35.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

(niet bezwijken van een drijflichaam) Het niet bezwijken van een drijflichaam van een drijvend bouwwerk wordt bepaald op basis van: a. de belastingen die op het drijflichaam worden uitgeoefend als gevolg van de belastingcombinaties, bedoeld in artikel 4.15c, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a; b. de fundamentele belastingscombinaties, bedoeld in artikel 4.12, waarbij de volgende belastingen, zonder rekening te houden met het gelijktijdig plaatsvinden van die belastingen, zijn meegenomen als veranderlijke belasting: 1°. de belasting door ijs volgens NEN-EN 1997;

2°. voor zover het een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC2 betreft de verticale belasting door golven tegen de onderkant van het drijflichaam, uitgaande van golven met een significante golfhoogte die is bepaald volgens tabel 4.15b.1 of 4.15b.2, voor zover deze golven hoger zijn dan 0,5 m; en c. de buitengewone belastingscombinaties, bedoeld in artikel 4.13, waarbij het drijflichaam niet zodanig mag bezwijken dat het drijvend bouwwerk zinkt. Dit geldt niet voor een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC1 met niet meer dan twee bouwlagen. Artikel 4.15e. (niet bezwijken van een aanmeerconstructie) Het niet bezwijken van een aanmeerconstructie van een drijvend bouwwerk wordt bepaald op basis van: a. de belastingen die op de aanmeerconstructies worden uitgeoefend als gevolg van de belastingscombinaties, bedoeld in artikel 4.15c, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a; en b. de fundamentele belastingscombinaties, bedoeld in artikel 4.12, waarbij de belasting door ijs volgens NEN-EN 1997 is meegenomen als veranderlijke belasting. § 4.2.2. Constructieve veiligheid bij brand Artikel 4.16. (aansturingsartikel) 1. Een bouwwerk is bestand tegen brand zodat geen sprake zal zijn van instorting die gevaar oplevert voor het vluchten of voor hulpverlening bij brand, gedurende een redelijke tijd. 2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.16 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.16

bepalingsmethode niet-bezwijken

leden van toepassing

tijdsduur niet-bezwijken

gebruiksfunctie

artikel

4.17

4.18

lid

1

2

3

4

5

6

7

8

1

2

1

2

3

–

–

–

–

–

1

2

a. voor kinderopvang met bedgebied

1

–

–

–

5

6

–

–

1

2

b. andere bijeenkomstfunctie

1

–

–

4

–

6

–

–

1

2

3

Celfunctie

1

–

–

–

5

6

–

–

1

2

4

Gezondheidszorgfunctie a. met bedgebied

1

–

–

–

5

6

–

–

1

2

b. andere gezondheidszorgfunctie

1

–

–

4

–

6

–

–

1

2

5

Industriefunctie

1

–

–

4

–

6

–

–

1

2

6

Kantoorfunctie

1

–

–

4

–

6

–

–

1

2

7

Logiesfunctie

1

–

–

–

5

6

–

–

1

2

1

Woonfunctie

2

Bijeenkomstfunctie

8

Onderwijsfunctie

1

–

–

4

–

6

–

–

1

2

9

Sportfunctie

1

–

–

4

–

6

–

–

1

2

10

Winkelfunctie

1

–

–

4

–

6

–

–

1

2

11

Overige gebruiksfunctie a. voor personenvervoer

1

–

–

4

–

6

–

–

1

2

b. voor het stallen van motorvoertuigen

1

–

–

4

–

6

–

–

1

2

c. andere overige gebruiksfunctie

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

a. wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m

1

–

–

–

–

–

7

–

1

2

b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde

–

–

–

–

–

–

–

8

1

2

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Artikel 4.17. (tijdsduur niet-bezwijken) 1. Een vloer, trap of hellingbaan waarover of waaronder een vluchtroute voert, bezwijkt niet binnen 30 minuten bij brand in een subbrandcompartiment waarin die vluchtroute niet ligt. Dit is niet van toepassing op de vloer van een buitenruimte als bedoeld in artikel 4.175. 2. Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin die bouwconstructie niet ligt, niet binnen de in tabel 4.17a aangegeven tijdsduur door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan dat brandcompartiment. Voor zover dat brandcompartiment een woonfunctie is, geldt dit niet voor een bouwconstructie van een aan dat brandcompartiment grenzend subbrandcompartiment of grenzende buitenruimte. Tabel 4.17a brandwerendheid met betrekking tot bezwijken woonfunctie

tijdsduur in minuten

Als geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau

60

Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m en geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau

90

Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau

120

3. In afwijking van het tweede lid wordt de tijdsduur met 30 minuten bekort als geen vloer van een verblijfsgebied van de gebruiksfunctie hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau en de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m2. 4. Een bouwconstructie van een gebruiksfunctie met een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 5 m boven het meetniveau of lager dan 5 m onder het meetniveau bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen 90 minuten door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. 5. Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin die bouwconstructie niet ligt, niet binnen de in tabel 4.17b aangegeven tijdsduur door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. Tabel 4.17b brandwerendheid met betrekking tot bezwijken gebruiksfunctie maar geen woonfunctie

tijdsduur in minuten

Als geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau

60

Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m en geen vloer van een gebruiksgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau

90

Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau

120

6. In afwijking van het vierde en vijfde lid wordt de tijdsduur met 30 minuten bekort als de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m2. 7. Een bouwconstructie van een tunnel bezwijkt niet binnen 60 minuten en voor zover deze onder open water ligt niet binnen 120 minuten bij brand in de tunnel. 8. Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen een tijdsduur die afhankelijk van de bestemming en inrichting van het bouwwerk redelijkerwijs nodig is om het bouwwerk bij brand te kunnen verlaten en te doorzoeken, door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. Artikel 4.18. (bepalingsmethode niet-bezwijken) 1. Bij het bepalen van het niet-bezwijken van een bouwconstructie als bedoeld in artikel 4.17 wordt uitgegaan van de buitengewone belastingscombinaties die volgens NEN-EN 1990 kunnen optreden bij brand. 2. De tijdsduur van het niet-bezwijken, bedoeld in artikel 4.17, wordt afhankelijk van het materiaal van de bouwconstructie bepaald volgens: a. NEN-EN 1992; b. NEN-EN 1993; c. NEN-EN 1994; d. NEN-EN 1995; e. NEN-EN 1996; f. NEN-EN 1999; of g. NEN 6069. § 4.2.3. Afscheiding aan een rand van een vloer, trap of hellingbaan Artikel 4.19. (aansturingsartikel) 1.

Een bouwwerk bevat voorzieningen waardoor het vallen van de rand van een vloer, een trap of een hellingbaan door personen zo veel mogelijk wordt voorkomen. 2. Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.19 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.19

voorkomen overklauteren

artikel

4.20

4.21

4.22

4.23

lid

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

6

1

2

3

4

5

1

openingen

openingen

waarden

hoogte

leden van toepassing

aanwezigheid

gebruiksfunctie

4.22 2

1 [m]

1

Woonfunctie

1

2

3

4

–

1

2

3

–

5

–

1

2

3

4

–

1

–

0,2

2

Bijeenkomstfunctie a. voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar

1

2

3

4

–

1

2

3

–

5

–

1

2

3

4

–

1

–

0,1

b. andere kinderopvang

1

2

3

4

5

1

2

3

–

5

–

1

2

3

4

–

1

–

0,2

c. andere bijeenkomstfunctie

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

–

1

2

3

4

5

1

2

0,5

3

Celfunctie

1

2

3

4

5

1

2

3

–

5

–

1

2

3

4

5

1

2

0,3

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

3

4

5

1

2

3

–

5

–

1

2

3

4

5

1

2

0,5

5

Industriefunctie

1

2

3

4

5

1

2

3

–

5

–

1

–

3

4

–

–

–

0,5

6

Kantoorfunctie

1

2

3

4

5

1

2

3

–

5

–

1

2

3

4

5

1

2

0,5

7

Logiesfunctie

1

2

3

4

5

1

2

3

–

5

–

1

2

3

4

5

1

2

0,5

8

Onderwijsfunctie a. voor basisonderwijs

1

2

3

4

5

1

2

3

–

5

–

1

2

3

4

–

1

–

0,2

b. andere onderwijsfunctie

1

2

3

4

5

1

2

3

–

5

–

1

2

3

4

5

1

2

0,5

9

Sportfunctie

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

–

1

2

3

4

5

1

2

0,5

10

Winkelfunctie

1

2

3

4

5

1

2

3

–

5

–

1

2

3

4

5

1

2

0,5

11

Overige gebruiksfunctie

1

2

3

4

5

1

2

3

–

5

–

1

2

3

4

5

1

2

0,5

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde a. voor langzaam verkeer

1

2

3

4

5

1

2

3

–

5

6

1

–

3

4

–

–

–

0,5

b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

–

1

–

3

4

–

–

–

0,5

Artikel 4.20. (aanwezigheid afscheiding) 1. Een voor personen bestemde vloer heeft bij een rand een niet-beweegbare afscheiding als die rand meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water. 2. Een trap als bedoeld in artikel 4.25 heeft, voor zover een zijkant van een tredevlak meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet-beweegbare afscheiding. 3. Een hellingbaan als bedoeld in artikel 4.25 heeft, voor zover een zijkant van de vloer meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet-beweegbare afscheiding. 4. Het eerste lid geldt niet ter plaatse van de aansluiting van de vloer aan: a. een trap; en b. een hellingbaan. 5. Onverminderd het vierde lid geldt het eerste lid niet voor: a. een rand van een podium; b. een rand van een vloer die aan een bassin grenst; c. een rand van een laadvloer; d. een rand van een perron; en e. een met een rand als bedoeld onder a tot en met d gelijk te stellen rand van een vloer. Artikel 4.21. (hoogte afscheiding) 1. Een vloerafscheiding als bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, heeft een hoogte van ten minste 1 m, gemeten vanaf de vloer. 2.

In afwijking van het eerste lid heeft een vloer die hoger ligt dan 13 m boven een aangrenzende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, een vloerafscheiding met een hoogte van ten minste 1,2 m, gemeten vanaf de vloer. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, ter plaatse van een al dan niet beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de vloer. 4. In afwijking van het eerste lid heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,7 m, als de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1,1 m is. 5. Een afscheiding als bedoeld in artikel 4.20, tweede of derde lid, heeft een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan. 6. In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een vloer waarvan de vloerafscheiding direct is gelegen naast een pad of strook bedoeld voor langzaam verkeer, een vloerafscheiding met een hoogte van ten minste 1,3 m, gemeten vanaf de vloer. Artikel 4.22. (openingen afscheiding) 1. Een afscheiding als bedoeld in artikel 4.20 heeft geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan de in tabel 4.19 aangegeven diameter. 2.

In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 4.20 tot een hoogte van 0,7 m boven een vloer of een tredevlak geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan 0,1 m. 3. De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld in artikel 4.20 is niet groter dan 0,05 m. 4. De bovenregel van een in artikel 4.20 bedoelde afscheiding heeft geen onderbreking van meer dan 0,1 m. 5. Het tweede lid is niet van toepassing op een vloer of een tredevlak of een gedeelte daarvan, niet bestemd voor kinderen jonger dan 12 jaar.

Artikel 4.23. (voorkomen overklauteren) 1. Een afscheiding als bedoeld in artikel 4.20 of een constructieonderdeel dat, bouwwerkinstallatie die of onderdeel van een bouwwerkinstallatie dat aan of naast een dergelijke afscheiding is geplaatst heeft, ter voorkoming van het overklauteren, geen opstapmogelijkheden tussen 0,2 m en 0,7 m boven een vloer of een tredevlak. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een vloer of een tredevlak of een gedeelte daarvan, niet bestemd voor kinderen jonger dan 12 jaar. § 4.2.4. Veilig overbruggen van hoogteverschillen Artikel 4.24. (aansturingsartikel) 1. Een bouwwerk heeft voorzieningen voor het veilig overbruggen van hoogteverschillen door personen. 2. Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.24 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.24

artikel lid

4.25

4.26

4.26a

4.27

4.28

tijdelijk bouwwerk

geleiderand

hellinbaanbordes

afmetingen hellingbaan

regenwerend

leuning

trapbordes

markering trap

afmetingen trap

leden van toepassing

voorziening bij hoogteverschil

gebruiksfunctie

4.29

4.30

4.31

4.32

4.33

1

2

1

2

*

*

1

2

*

*

*

*

*

1

–

1

2

–

*

1

–

*

*

*

*

*

a. voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar

1

–

1

2

–

*

1

–

–

*

*

*

*

b. andere kinderopvang

1

–

1

2

–

*

1

–

–

*

*

*

*

c. voor alcoholgebruik

1

–

1

2

*

*

1

2

–

*

*

*

*

d. voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek, of voor theater

1

–

1

2

*

*

1

2

–

*

*

*

*

c. andere bijeenkomstfunctie

1

–

1

2

–

*

1

–

–

*

*

*

*

3

Celfunctie

1

–

1

2

–

*

1

–

–

*

*

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

1

–

1

2

*

*

1

2

–

*

*

*

*

5

Industriefunctie

1

–

1

–

–

*

1

–

–

*

*

*

*

6

Kantoorfunctie

1

–

1

2

–

*

1

–

–

*

*

*

*

7

Logiesfunctie

1

–

1

2

–

*

1

–

–

*

*

*

*

8

Onderwijsfunctie a. voor basisonderwijs

1

–

1

2

–

*

1

–

–

*

*

*

*

b. andere onderwijsfunctie

1

–

1

2

–

*

1

–

–

*

*

*

*

1

Woonfunctie

2

Bijeenkomstfunctie

9

Sportfunctie

1

–

1

2

–

*

1

–

–

*

*

*

*

10

Winkelfunctie

1

–

1

2

*

*

1

2

–

*

*

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

1

–

1

–

–

*

1

–

–

*

*

*

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde a. tunnel of tunnelvorming bouwwerk voor verkeer

1

2

1

–

–

*

1

–

–

*

*

*

*

b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde

1

–

1

–

–

*

1

–

–

*

*

*

*

Artikel 4.25. (voorziening bij hoogteverschil) 1. Een hoogteverschil van meer dan 0,21 m wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. Dit geldt voor een hoogteverschil tussen: a. vloeren waarover een vluchtroute voert; b. vloeren van verblijfsgebieden, verblijfsruimten, toiletruimten en badruimten; c. vloeren voor bezoekers; en d. vloeren van een verkeersroute die deze vloeren met elkaar verbindt. Dit geldt ook voor een hoogteverschil op een route vanaf het aansluitende terrein naar een in dit lid bedoelde vloer. 2. Voor zover de vluchtroute door een wegtunnelbuis voert, geldt in afwijking van het eerste lid een hoogteverschil van meer dan 0,3 m. Artikel 4.26. (afmetingen trap) 1. Een trap als bedoeld in artikel 4.25 voldoet aan de in tabel 4.26 aangegeven afmetingen. 2. Een trap overbrugt een hoogteverschil van niet meer dan 4 m. Tabel 4.26 Afmetingen trap reguliere trap

trap uitsluitend voor ontvluchten

woonfunctie

andere gebruiksfunctie

alle gebruiksfuncties

Minimum breedte van de trap

0,8 m

0,8 m

0,8 m

Minimum vrije hoogte boven de trap

2,3 m

2,1 m

2,1 m

Minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede

0,22 m

0,185 m

0,185 m

Maximum hoogte van een optrede

0,188 m

0,21 m

0,21 m

Minimum breedte van het tredevlak, gemeten loodrecht op de voorkant van dat vlak

0,05 m

0,05 m

0,05 m

Minimum breedte van het tredevlak ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van dat vlak

0,23 m

0,23 m

0,23 m

Minimum afstand van de klimlijn tot de zijkanten van de trap

0,3 m

0,3 m

0,3 m

Artikel 4.26a. (markering trap) Een trap als bedoeld in artikel 4.25, is op de bovenste en onderste trederand over de volle breedte voorzien van een markering van ten minste 50 mm met een hoog contrast. De overige treden zijn aan beide zijkanten voorzien van markeringen van ten minste 50 mm met een hoog contrast. Artikel 4.27. (trapbordes) Een trap als bedoeld in artikel 4.25 sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,8 m x 0,8 m. Artikel 4.28. (leuning) 1. Een trap als bedoeld in artikel 4.25 voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 m en met een helling ter plaatse van de klimlijn groter dan 2:3 heeft aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,8 m en ten hoogste 1 m. 2. Een trap als bedoeld in het eerste lid heeft aan beide zijkanten een leuning die aan het begin en aan het einde van de trap ten minste 30 cm horizontaal doorloopt.

Artikel 4.29. (regenwerend) Een gemeenschappelijke verkeersruimte met een trap voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1,5 m is ter plaatse van die trap, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend. Dit is niet van toepassing op een trap die alleen bestemd is om het bouwwerk te ontvluchten. Artikel 4.30. (afmetingen hellingbaan) Een hellingbaan als bedoeld in de artikelen 4.25 4.172, 4.182, 4.189 en 4.192 heeft een breedte van ten minste 1,1 m, een hoogte van niet meer dan 1 m en een helling van ten hoogste: a. 1 : 6 als het hoogteverschil niet groter is dan 0,05 m; b. 1 : 10 als het hoogteverschil groter is dan 0,05 m, maar niet groter dan 0,10 m; c. 1 : 12 als het hoogteverschil groter is dan 0,10 m, maar niet groter dan 0,25 m; d. 1 : 16 als het hoogteverschil groter is dan 0,25 m, maar niet groter dan 0,5 m; en e. 1 : 20 als het hoogteverschil groter is dan 0,5 m. Artikel 4.31. (hellingbaanbordes) Een hellingbaan als bedoeld in de artikelen 4.25 4.172, 4.182, 4.189 en 4.192 sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 1,4 m x 1,4 m. Dit geldt niet als het hoogteverschil van de hellingbaan minder is dan 0,03 m. Artikel 4.32.

(geleiderand) Een hellingbaan als bedoeld in artikel 4.25 heeft aan de zijkant een aaneengesloten geleiderand, met een vanaf de vloer van de hellingbaan gemeten hoogte van ten minste 0,04 m. Artikel 4.33. (tijdelijk bouwwerk) Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 4.25 van toepassing. § 4.2.5. Beweegbare constructieonderdelen Artikel 4.34. (aansturingsartikel) 1. Een bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructieonderdelen dat deze geen gevaar veroorzaken bij het gebruik van een aangrenzende openbare ruimte. 2. Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. Artikel 4.35. (beweegbaar constructieonderdeel: gevarenzone) 1. Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg of boven een strook van 0,6 m grenzend aan die weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg of strook. 2. Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een niet voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 2,2 m boven die weg. Dit is niet van toepassing op een nooddeur. 3. Het eerste en tweede lid gelden niet voor een deur van een ruimte met een vloeroppervlakte van minder dan 0,5 m2. Artikel 4.36.

(tijdelijk bouwwerk) Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 4.35, tweede en derde lid, van toepassing. § 4.2.6. Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie Artikel 4.37. (aansturingsartikel) 1. Een bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie voldoende wordt beperkt. 2. Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 4.38. (stookplaats) Materiaal ter plaatse van of nabij een stookplaats voldoet aan brandklasse A1 of voor zover het de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan betreft aan brandklasse A1 fl, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1, als: a. op het materiaal een intensiteit aan warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m2; of b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. Artikel 4.39. (schacht, koker of kanaal) 1. Materiaal toegepast aan de binnenzijde van een schacht, een koker of een kanaal grenzend aan meer dan een brandcompartiment of subbrandcompartiment met een inwendige doorsnede groter dan 0,015 m2, voldoet aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. een schacht die alleen is bestemd voor een of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten en die niet door andere ruimten voert; b. ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de in dat lid bedoelde binnenzijde; en c. het materiaal van een constructie- of bouwwerkinstallatieonderdeel dat wordt omsloten door een in dat lid bedoelde schacht, koker of kanaal. Artikel 4.40. (rookgasafvoer) Een voorziening voor de afvoer van rookgas is brandveilig, bepaald volgens NEN 6062. Artikel 4.41.

(tijdelijk bouwwerk) Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.38 tot en met 4.40 van toepassing. § 4.2.7. Beperking van het ontwikkelen van brand en rook Artikel 4.42. (aansturingsartikel) 1. Een bouwwerk is zodanig dat brand en rook zich niet snel kunnen ontwikkelen. 2. Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.42 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.42 waarden

2

3 4

5

6 7 8 9 10 11 12

Woonfunctie a. in een woongebouw b. voor zorg met een g.o. > 500 m2 c. andere woonfunctie voor zorg dc. andere woonfunctie Bijeenkomstfunctie a. voor kinderopvang met bedgebied voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar b. andere bijeenkomstfunctie Celfunctie Gezondheidszorgfunctie a. met bedgebied b. andere gezondheidszorgfunctie Industriefunctie a. Lichte industriefunctie voor bedrijfsmatig houden van dieren b. andere industriefunctie Kantoorfunctie Logiesfunctie Onderwijsfunctie Sportfunctie Winkelfunctie Overige gebruiksfunctie Bouwwerk geen gebouw zijnde a. tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde

extra beschermde vluchtroute

2

3

4.44 1

2

3

4

5

6

4.44a 1

2

3

4

5

4.45 1

2

4.43 1 en 2 [brandklasse]

1 1

– –

3 3

1 1

2 2

3 3

4 4

5 5

6 6

1 1

– 2

3 3

4 4

5 5

1 1

2 2

B B

B B

D D

C C

C C

D D

Cfl Cfl

Cfl Cfl

Dfl Dfl

1

–

3

1

2

3

–

5

6

1

2

3

4

5

1

2

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

1

–

3

1

2

3

–

5

6

1

–

3

4

5

1

2

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

1

–

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

4

5

1

2

B

B

D

C

C

D

Cfl

Dfl

Dfl

1

–

3

1

2

3

4

5

6

–

–

–

–

–

1

2

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

1

–

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

4

5

1

2

B

B

C

B

B

D

Cfl

Cfl

Cfl

1 1

– –

3 3

1 1

2 2

3 3

4 4

5 5

6 6

1 –

2 –

3 –

4 –

5 –

1 1

2 2

B B

B D

D D

C C

C D

D D

Cfl Cfl

Dfl Dfl

Dfl Dfl

1

–

3

1

2

3

4

5

6

–

–

–

–

–

1

2

B

B

B

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

1 1 1 1 1 1 1

– – – – – – 2

3 3 3 3 3 3 3

1 1 1 1 1 1 1

2 2 2 2 2 2 2

3 3 3 3 3 3 3

4 4 4 4 4 4 4

5 5 5 5 5 5 5

6 6 6 6 6 6 6

– – 1 – – – –

– – – – – – –

– – 3 – – – –

– – 4 – – – –

– – 5 – – – –

1 1 1 1 1 1 1

2 2 2 2 2 2 2

B B B B B B B

D D B D D D D

D D D D D D D

C C C C C C C

D D C D D D D

D D D D D D D

Cfl Cfl Cfl Cfl Cfl Cfl Cfl

Dfl Dfl Dfl Dfl Dfl Dfl Dfl

Dfl Dfl Dfl Dfl Dfl Dfl Dfl

1

–

3

1

2

3

–

5

6

–

–

–

–

–

1

2

B

B

B

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

–

–

–

1

2

3

–

5

6

–

–

–

–

–

1

2

–

–

–

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

overig

4.43 1

overig

beschermde vluchtroute

extra beschermde vluchtroute

beloopbaar vlak

buitenoppervlak boven 30/50 m

bovenzijde

overig

1

buitenlucht

beschermde vluchtroute

artikel lid

buitenoppervlak

binnenoppervlak

zijde grenzend aan de binnenlucht

beschermde vluchtroute

leden van toepassing

extra beschermde vluchtroute

gebruiksfunctie

4.44 1 [brandklasse]

4.45 1 en 2 [brandklasse]

artikel lid

1

Woonfunctie a. in een woongebouw b. voor zorg met een g.o. > 500 m2 c. andere woonfunctie voor zorg dc. andere woonfunctie

2

Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar b. andere bijeenkomstfunctie

2

3

4

4.46 1

2

1

2

3

4

1

2

1

2

3

4

1

2

1

2

–

4

1

2

1

2

–

4

1

1

2

3

4

1

2

3

3 2

4 3

4.47 1

2

4.48 *

beschermde vluchtroute

extra beschermde vluchtroute

overig

beschermde vluchtroute

extra beschermde vluchtroute

overig

beschermde vluchtroute

extra beschermde vluchtroute

overig

pijpisolatie

beschermde vluchtroute

tijdelijke bouw

dakoppervlak

vrijgesteld

4.45a 1

extra beschermde vluchtroute

waarden elektrische leidingen

leden van toepassing

kabels en pijpisolatie

gebruiksfunctie

4.45a 1b

4.45a 3

4.45a 2b

4.45a 4

[brandklasse]

[brandklasse]

[brandklasse]

[brandklasse]

3 2 – 3

– – –

1

–

*

B2ca

B2ca

Dca

B2ca

Cca

Dca

Bl

Bl

Dl

Cl

Cl

Dl

1

–

*

B2ca

B2ca

Dca

B2ca

B2ca

Dca

Bl

Bl

Dl

Cl

Cl

Dl

1

–

*

B2ca

Dca

Dca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Dl

Dl

Cl

Dl

Dl

2

3 2

– -

1

–

*

B2ca

Dca

Dca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Dl

Dl

Cl

Dl

Dl

1

2

– -

– -

1

–

*

B2ca

B2ca

Dca

B2ca

B2ca

Dca

Bl

Bl

Dl

Cl

Cl

Dl

4

1

2

3 2. – -

– – -

1

–

*

B2ca

Dca

Dca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Dl

Dl

Cl

Dl

Dl

1

–

*

B2ca

B2ca

Cca

B2ca

B2ca

Dca

Bl

Bl

Cl

Bl

Bl

Dl

– 3 2

– – -

1

–

*

B2ca

B2ca

Dca

B2ca

B2ca

Dca

Bl

Bl

Dl

Cl

Cl

Dl

1

–

*

B2ca

Dca

Dca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Dl

Dl

Cl

Dl

Dl

3

Celfunctie

1

2

3

4

1

2

4

Gezondheidszorgfunctie a. met bedgebied

1

2

3

4

1

2

b. andere gezondheidszorgfunctie Industriefunctie a. Lichte industriefunctie voor bedrijfsmatig houden van dieren b. andere industriefunctie

1

2

3

4

1

2

1

2

3

4

1

2

– -

– -

1

–

*

B2ca

B2ca

B2ca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Bl

Bl

Cl

Dl

Dl

1

2

3

4

1

2

–

*

B2ca

Dca

Dca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Dl

Dl

Cl

Dl

Dl

Kantoorfunctie

1

2

3

4

1

2

1

–

*

B2ca

Dca

Dca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Dl

Dl

Cl

Dl

Dl

7

Logiesfunctie

1

2

3

4

1

2

1

–

*

B2ca

B2ca

Dca

B2ca

B2ca

Dca

Bl

Bl

Dl

Cl

Cl

Dl

8

Onderwijsfunctie

1

2

3

4

1

2

1

–

*

B2ca

Dca

Dca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Dl

Dl

Cl

Dl

Dl

9

Sportfunctie

1

2

3

4

1

2

1

–

*

B2ca

Dca

Dca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Dl

Dl

Cl

Dl

Dl

10

Winkelfunctie

1

2

3

4

1

2

1

–

*

B2ca

Dca

Dca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Dl

Dl

Cl

Dl

Dl

11

Overige gebruiksfunctie

1

2

3

4

1

2

– – – – – – – -

1

6

3 2 3 2 3 2 3 2 3 2 3 2 3 2

1

2

*

B2ca

Dca

Dca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Dl

Dl

Cl

Dl

Dl

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde a. tunnel of tunnelvormig

1

2

3

4

–

–

–

4

1

2

*

B2ca

B2ca

B2ca

B2ca

Dca

Dca

Bl

Bl

Bl

Cl

Dl

Dl

5

bouwwerk voor verkeer b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde

1

2

3

4

–

–

– -

3 4 3

1

2

*

–

–

–

B2ca

Dca

Dca

–

–

–

Cl

Dl

Dl

Artikel 4.43. (binnenoppervlak) 1. Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht voldoet aan de in tabel 4.42 aangegeven brandklasse en aan rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2. In afwijking van het eerste lid geldt de eis aan de rookklasse alleen bij een beschermde vluchtroute. 3. In afwijking van het eerste lid voldoet het beweegbare deel van een deur in een inwendige scheidingsconstructie op een route tussen: a. een gebruiksgebied, een toiletruimte of een badruimte en een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert; en b. een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert en de in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte; aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Artikel 4.44. (buitenoppervlak) 1. Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht voldoet aan de in tabel 4.42 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Als sprake is van een extra beschermde of beschermde vluchtroute gelegen in de buitenlucht, geldt de brandklasse voor de zijde van het constructieonderdeel die direct grenst aan de vluchtroute tot 2 m buiten de loodrechte projectie van de vluchtroute op het constructieonderdeel. 1. Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht voldoet aan de in tabel 4.42 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2.

Het deel van een zijde van een constructieonderdeel dat grenst aan de buitenlucht en hoger ligt dan 13 m, voldoet aan brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 3. Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht, van een bouwwerk waarvan een voor personen bestemde vloer ten minste 5 m boven het meetniveau ligt, voldoet vanaf het aansluitende terrein tot een hoogte van ten minste 2,5 m aan brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op de bovenzijde van een dak. 5. In afwijking van het eerste tot en met derde lid voldoet een deur, een raam, een kozijn, een verblijfsvoorziening voor bouwwerkafhankelijke beschermde diersoorten of een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel een deur, een raam, een kozijn en een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 5. In afwijking van het eerste tot en met derde lid voldoen een deur, een raam en een kozijn aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 5. In afwijking van het eerste tot en met derde lid voldoet een deur, een raam, een kozijn en een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Artikel 4.44a (buitenoppervlak boven 30/50 m) 1.

Het deel van een zijde van een constructieonderdeel dat grenst aan de buitenlucht of een geventileerde spouw en dat hoger ligt dan 50 m boven het meetniveau voldoet aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1 of bij ministeriële regeling gestelde regels. 2. Het deel van een zijde van een constructieonderdeel dat grenst aan de buitenlucht of een geventileerde spouw en dat hoger ligt dan 30 m boven het meetniveau voldoet aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1 of bij ministeriële regeling gestelde regels. Dit geldt niet als vanaf een punt als bedoeld in artikel 4.65, eerste lid, van een vloer die hoger ligt dan 30 m boven het meetniveau voor het vluchten twee trappenhuizen beschikbaar zijn en de brandwerendheid van buiten naar de trappenhuizen voldoet aan EW 30, bepaald volgens NEN 6069. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een dak. 4. In afwijking van het eerste en tweede lid voldoen een deur, een raam, een kozijn en spouwfolie aan brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 5. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op delen van het constructieonderdeel die vanuit de buitenluchtzijde zijn afgeschermd door een ander deel van het constructieonderdeel met een

brandwerendheid van EI 15, bepaald volgens NEN 6069. Artikel 4.45. (beloopbaar vlak) 1. In afwijking van artikel 4.43 geldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de binnenlucht rookklasse s1fl en de in tabel 4.42 aangegeven brandklasse, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2. In afwijking van de artikel 4.44 geldt voor een bovenzijde van een vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de buitenlucht de in tabel 4.42 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Artikel 4.45a. (elektrische leidingen en pijpisolatie) 1. In afwijking van artikel 4.43 geldt voor een elektrische leiding die grenst aan de binnenlucht: a. in extra beschermde vluchtroutes rookklasse s1(ca) en in overige ruimten rookklasse s2(ca), beide bepaald volgens NEN-EN 13501-6; en b. de in tabel 4.42 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-6. 2. In afwijking van artikel 4.43 geldt voor pijpisolatie die grenst aan de binnenlucht: a. in extra beschermde vluchtroutes rookklasse s1(L) en in overige ruimten rookklasse s2(L), beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1; en b. de in tabel 4.42 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 3. In afwijking van artikel 4.44 geldt voor een elektrische leiding die grenst aan de buitenlucht de in tabel 4.42 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-6. 4.

In afwijking van artikel 4.44 geldt voor pijpisolatie die grenst aan de buitenlucht de in tabel 4.42 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Artikel 4.46. (vrijgestelde oppervlakte) 1. Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte waarvoor volgens de artikelen 4.43, 4.45, eerste lid, en 4.45a, eerste en tweede lid, de artikelen 4.43 tot en met 4.45a een eis geldt, is die eis niet van toepassing. 2. Op ten hoogste 5% van elk oppervlakte met een afmeting van 3 m bij 3 m van de constructieonderdelen waarvoor volgens de artikelen 4.44, 4.44a, eerste, tweede en vierde lid, 4.45, tweede lid, en 4.45a, derde en vierde lid, een eis geldt, is die eis niet van toepassing. 32. Op ten hoogste 10% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte waardoor geen beschermde vluchtroute voert, zijn de in de artikelen 4.43 en 4.45a, eerste en tweede lid, bedoelde eisen aan de rookklasse niet van toepassing. 43. Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen waarvoor volgens de artikelen 4.43 tot en met 4.45a een eis geldt, is die eis niet van toepassing. Artikel 4.47. (dakoppervlak) 1. De bovenzijde van een dak van een bouwwerk is, bepaald volgens NEN 6063, niet brandgevaarlijk.

Dit geldt niet als het bouwwerk geen voor personen bestemde vloer heeft die hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, en de brandgevaarlijke delen van het dak ten minste 15 m vanaf de bouwwerkperceelsgrens liggen. Als het perceel waarop het bouwwerk ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. 2. Het eerste lid geldt niet voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m 2. Artikel 4.48. (tijdelijk bouwwerk) Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.44, derde lid, en 4.47 van toepassing.

§ 4.2.8. Beperking van uitbreiding van brand Artikel 4.49. (aansturingsartikel) 1. Een bouwwerk is zodanig dat de uitbreiding van brand: a. naar bouwwerken op andere percelen beperkt blijft; en b. geen gevaar oplevert voor het vluchten of hulpverlening bij brand. 2. Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.49 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.49

2

3

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

7

8

9

1

2

3.53a

4.54

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

1

2

3

4

1

2

3

4

omvang

1

4.53

tijdelijk bouwwerk

lid

4.52

weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: bepalingsmethode

4.51

niveau van eisen boven 30/50 m

4.50

weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: niveau van eisen

artikel

opvangcompartiment

waarden

brandcompartiment: omvang

leden van toepassing

brandcompartiment: ligging

gebruiksfunctie

4.55

4.51

*

1 [m2]

1

Woonfunctie a. woonwagen

1

2

–

4

–

–

–

–

–

2

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

8

9

–

–

–

–

–

1

2

3

4

–

–

b. woonfunctie voor zorg

1

2

–

4

–

–

–

–

1

–

3

–

5

6

7

–

–

–

–

1

2

3

–

–

–

7

–

–

–

1

2

3

4

1

2

3

–

*

1.000

cb. andere woonfunctie

1

2

–

4

–

–

–

–

1

–

3

–

5

6

7

–

–

–

–

1

2

3

–

–

–

7

–

–

–

1

–

–

4

1

2

3

–

*

1.000

a. voor kinderopvang met bedgebied

1

2

–

4

–

–

–

–

1

–

3

–

–

–

7

8

–

–

–

1

–

–

4

–

–

7

–

–

–

1

2

3

4

1

2

3

–

*

1.000

b. andere bijeenkomstfunctie

1

2

–

4

–

–

–

–

1

–

3

–

–

–

7

8

–

–

–

1

–

–

4

–

–

7

–

–

–

–

–

–

–

1

2

3

–

*

1.000

3

Celfunctie

1

2

–

4

–

–

–

–

1

–

3

–

–

–

7

–

–

1

–

1

–

–

–

–

–

–

–

–

–

1

2

3

4

1

2

3

–

*

1.000

4

Gezondheidszorgfunctie a. met bedgebied

1

2

–

4

–

–

–

–

1

–

3

–

–

–

7

–

–

–

2

1

–

–

–

–

–

–

–

–

–

1

2

3

4

1

2

3

–

*

1.000

b. andere gezondheidszorgfunctie

1

2

–

4

–

–

–

–

1

–

3

–

–

–

7

–

–

–

–

1

–

–

4

–

–

7

–

–

–

–

–

–

–

1

2

3

–

*

1.000

a. lichte industriefunctie

1

2

–

4

5

6

7

8

1

–

3

–

–

–

–

–

–

–

–

1

–

–

4

5

–

7

–

–

–

–

–

–

–

1

2

3

–

*

2.500

b. lichte industriefunctie voor het houden van dieren

1

–

–

4

5

6

7

–

1

–

3

–

–

–

–

–

9

–

–

1

–

–

4

5

6

7

–

–

10

–

–

–

–

1

2

3

–

*

2.500

c. andere industriefunctie

1

2

–

4

5

6

–

–

1

–

3

–

–

–

–

–

–

–

–

1

–

–

4

5

–

7

–

–

–

–

–

–

–

1

2

3

–

*

2.500

Kantoorfunctie

1

2

–

4

–

–

–

–

1

–

3

–

–

–

7

8

–

–

–

1

–

–

4

–

–

7

–

–

–

–

–

–

–

1

2

3

–

*

1.000

2

5

6

Bijeenkomstfunctie

Industriefunctie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=77d54dd2-0719-4435-8e31-b854829ba265