CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Veegplan HHW samengevoegd

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststelling actualisatie- en veegplannen Grondgebied Dijk en Waard40.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

12.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels; a. bij iedere bedrijfswoning mogen vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, waarvan de gezamenlijk oppervlakte niet meer dan 70 m2 mag bedragen; b. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3,00 m bedragen; c. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 5,50 m bedragen.

12.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn van de woning mag niet meer dan 1,30 m en

50

achter de voorgevelrooilijn van de woning niet meer dan 2,00 m bedragen; b. de hoogte van een erfafscheiding voor de voorgevelrooilijn van de woning ter plaatse van de oprit mag niet meer dan 2,50 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 6,00 m bedragen.

12.3 Specifieke gebruiksregels 12.3.1 Ondergeschikte activiteiten Voor zover er sprake is van ondergeschikte activiteiten geldt dat: a. voor detailhandel als bedoeld in lid 12.1 sub a onder 1, v. het verkoopvloeroppervlak niet meer mag bedragen dan 150 m2; b. voor horeca als bedoeld in lid 12.1 sub a onder 1, vi. het oppervlak niet meer mag bedragen 250 m2.

12.3.2 Het gebruik van de bedrijfswoning Naast een gebruik van de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken voor wonen zijn de volgende gebruiksmogelijkheden toegestaan: a. de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep en/of dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende instelling of gastouderopvang, onder de voorwaarden dat: 1. niet meer dan 1/3e deel van de als verblijfsgebied aan te merken vloeroppervlakte van de woning met de daarbij behorende bijgebouwen, met een maximum van 45 m², voor de uitoefening van het beroep of bedrijf wordt gebruikt; 2. geen vergunning- en/of meldingsplicht op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving vereist is; 3. detailhandel uitsluitend is toegestaan in producten en diensten die op het betreffende perceel zijn vervaardigd; 4. bij het gebruik van een garage, parkeergelegenheid op het eigen erf mogelijk is en wordt gerealiseerd; 5. bij gastouderopvang het aantal op te vangen kinderen niet meer mag bedragen dan 6.

12.3.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van een bedrijfswoning voor meer dan één huishouden; c. het gebruik van gronden voor buitenopslag.

artikel 13 Groen 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. ontmoetingsplaatsen; c. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, ontmoetingsplaatsen en onderhoud en beheer van groen; d. voet- en fietspaden; e. parkeervakken en parkeerstroken; f. sport- en speelvoorzieningen;

51

g. water; h. kunstwerken, zoals bruggen duikers, dammen en dergelijke; i. kunstobjecten; j. opstelplaatsen voor de Brandweer; k. verkeersvoorzieningen; l. inzamelcontainers; m. tewaterlaatplaatsen; met de daarbij behorende: n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder geluidsvoorzieningen.

13.2 Bouwregels 13.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. ten hoogste 3% van de oppervlakte van de voor ‘Groen’ bestemde gronden mag worden bebouwd; b. de oppervlakte van enig bouwwerk mag niet meer bedragen dan 25 m²; c. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3,50 m; d. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 4,50 m.

13.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor geluidsvoorzieningen niet meer dan 5,00 m, voor speeltoestellen niet meer dan 6,00 m en voor de overige bouwwerken geen gebouw zijnde niet meer dan 8,00 m bedragen; b. de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer dan 12,00 m bedragen.

13.2.3 Inrichtingseisen Ten aanzien van de ruimtelijke indeling van de gronden met de bestemming ‘Groen’ geldt dat niet meer dan 15% van de gronden mag worden verhard.

13.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden ten behoeve van verblijfsrecreatie.

artikel 14 Horeca - 2 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Horeca – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horecabedrijven die gelet op de aard en de omvang zowel uit functionele als uit milieuoverwegingen in geringe mate storend werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze bedrijven en waarbij het accent ligt op het verstrekken van lunches of snacks (bijvoorbeeld een cafetaria, lunchroom, tearoom, broodjeszaak, ijssalon, enzovoorts) en het verstrekken van maaltijden (bijvoorbeeld een restaurant).

52

b. ter plaatse van de aanduiding “wonen” is een woning vanaf de tweede bouwlaag mogelijk.

14.2 Bouwregels 14.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; b. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.

14.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1,20 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 8,00 m bedragen, met uitzondering van kunstobjecten waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 12,00 m.

14.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. horecabedrijven die gelet op de aard en de omvang zowel uit functionele als uit milieuoverwegingen in min of meer ernstige mate storend werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze bedrijven en waarbij het accent ligt op het (vrijwel) uitsluitend verstrekken van (alcoholische) dranken (café, bar, café - restaurant + zalenverhuur met uitzondering van een discotheek); b. horecabedrijven die gelet op de aard en de omvang zowel uit functionele als uit milieuoverwegingen in ernstige mate storend werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze bedrijven en waarbij het accent ligt op dansen (discotheek); c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

artikel 15 Maatschappelijk 15.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van maatschappelijke doeleinden (betrekking hebbend op de maatschappij, de samenleving), zoals: 1. medische voorzieningen; 2. culturele voorzieningen; 3. religieuze voorzieningen; 4. welzijnsvoorzieningen; 5. educatieve voorzieningen; 6. voorzieningen voor openbaar bestuur; 7. onderwijsvoorzieningen; 8. kinderopvang/peuterspeelzaal; en, 9. ter plaatse van de aanduiding "begraafplaats" voor een gebruik van de gronden voor de lijkbezorging van

53

mens en dier; met de daarbij behorende: b. bijbehorende bouwwerken, waaronder een terras uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “terras”; c. wegen en paden; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. water; h. kunstwerken; i. erven en terreinen; j. kunstobjecten; k. bouwwerken geen gebouwen zijnde; l. woningen.

15.2 Bouwregels 15.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan op de verbeelding staat aangegeven; c. indien op de verbeelding geen bebouwingspercentage staat aangegeven, mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd; d. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; e. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; f. goten van ondergeschikte bouwdelen zoals dakkapellen, dakopbouwen en dergelijke worden niet getoetst aan de goothoogte; g. binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak mag ten hoogste één dienstwoning worden gebouwd, waarvan de inhoud niet meer dan 600 m³ mag bedragen en de bouw- en goothoogte niet meer dan respectievelijk 9,00 m en 6,00 m mogen bedragen; h. van de eis dat een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouwvlak moet worden gebouwd, mag worden afgeweken voor het overschrijden van de bouwgrens ten behoeve van het maken van: galerijen, balkons en (brand)trappen en trappenhuizen tot een breedte van maximaal 2,00 m. en luifels tot een breedte van maximaal 2,50 m; i.

van de eis dat een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouw- of bestemmingsvlak moet worden gebouwd mag worden afgeweken voor het overschrijden van die bouw- of bestemmingsgrens ten behoeve van het maken van goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en dergelijke tot een breedte van maximaal 0,60 m.

15.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximaal 5% van het buiten het bouwvlak gelegen bestemmingsgedeelte mag worden aangewend voor het bouwen van aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken; b. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bouwwerk waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructie- en isolatietechnisch op grond van bouwtechnische regelgeving nodig is; c. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 3,00 m; d. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 4,50 m bedragen.

54

15.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,00 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 8,00 m bedragen, met uitzondering van speeltoestellen waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 m en kunstobjecten waarvan de bouwhoogte 12,00 m mag bedragen.

15.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen ten hoogste gelijk zal zijn aan de oppervlakte van het bouwvlak.

15.4 Specifieke gebruiksregels 15.4.1 Gebruik van de woning In iedere woning en/of bijbehorend bouwwerk is de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep en/of dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende instelling, waaronder een webwinkel alsmede gastouderopvang, toegestaan onder de voorwaarden dat: a. niet meer dan 1/3e deel van de als verblijfsgebied aan te merken vloeroppervlakte van de woning met de daar bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 45 m², voor de uitoefening van het beroep of bedrijf wordt gebruikt; b. geen vergunning- en/of meldingsplicht op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving vereist is; c. bij het gebruik van een garage, parkeergelegenheid op het eigen erf mogelijk is en gerealiseerd wordt; d. een vloeroppervlak van ten minste 5 m2 bij een breedte van ten minste 1,80 m en een hoogte daarboven van ten minste 2,30 m beschikbaar blijft voor bergruimte; e. detailhandel uitsluitend is toegestaan in producten en diensten die op het betreffende perceel zijn vervaardigd; f. bij een webwinkel opslag van goederen binnen het maximaal toegestane oppervlak voor de bedrijfsmatige activiteit blijft, geen afhaaladres en geen uitstalling ten verkoop aanwezig is; g. bij gastouderopvang het aantal op te vangen kinderen niet meer mag bedragen dan 6.

15.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten en detailhandel.

artikel 16 Natuur 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van natuurwetenschappelijke- en landschappelijke waarden; b. de ontwikkeling en instandhouding van een ecologische verbindingszone; c. waterhuishoudkundige doeleinden

55

d. ;fiets- en voetpaden, al dan niet verhard, ten behoeve van recreatief medegebruik; e. waterberging, sloten, kreken en waterlopen; f. kunstwerken, zoals bruggen, duikers en damwanden.

16.2 Bouwregels 16.2.1 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van de bestemming gelden de volgende regels; a. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan 3,00 m.

16.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van: a. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

artikel 17 Recreatie 17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van: 1. dagrecreatieve voorzieningen; met daaraan ondergeschikt: 2. horeca van categorie 1 en 2; b. kampeergelegenheid voor 3 kampeerauto’s en 5 tenten ter plaatse van de aanduiding “kampeerterrein"; met de bij de bestemming behorende: c. gebouwen ten behoeve van onderhoud en beheer en sanitaire voorzieningen; d. verkeers-, parkeer- en groenvoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstwerken; g. kunstobjecten; h. waterpartijen; i. evenementen.

17.2 Bouwregels 17.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen mag niet meer dan 250 m² bedragen; b. de goothoogte van een gebouw mag niet meer dan 6,00 m bedragen; c. de bouwhoogte mag niet meer dan 12,00 m bedragen.

17.2.2 Bijgebouwen

56

Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. het gezamenlijk oppervlak van deze bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 60 m2; b. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer bedragen dan 3,00 m; c. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer bedragen dan 4,50 m.

17.2.3 Utilitaire bouwwerken Voor het bouwen van utilitaire gebouwen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 50 m² bedragen; b. de goothoogte van een gebouw mag niet meer dan 3,00 m bedragen; c. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 4,50 m bedragen.

17.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1,30 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 8,00 m bedragen, met uitzonderingen van speeltoestellen waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 m kunstobjecten waarvan de bouwhoogte 12,00 m mag bedragen.

17.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. het behoud van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

17.4 Afwijken van de bouwregels 17.4.1 Met een omgevingsvergunning afwijken van de regels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 17.2.1 sub a en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de aldaar bedoelde gebouwen wordt vergroot tot 500 m².

17.4.2 Voorwaarden De in lid 17.4.1 genoemde afwijking kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid;

57

e. de waterkwaliteit; f. de aanwezige natuurwaarden op het perceel en in de directe omgeving; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

artikel 18 Tuin 18.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen, water en erfverhardingen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdbebouwing; b. als er een garageoprit aanwezig is, het parkeren op die garageoprit; c. natuurvriendelijke oevers als de bestemming ‘Tuin’ grenst aan de bestemming ‘Water’.

18.2 Bouwregels 18.2.1 Uitbouw en entree a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van een uitbouw met een diepte van 1,50 m en een lengte van maximaal 2/3e deel van de gevellengte van de voorgevel van het hoofdgebouw of een entree met een breedte van 1/3e deel van de voorgevellengte van het hoofdgebouw en/of een uitbouw aan de zijgevel van de woning met een lengte van maximaal 4,50 m, gerekend vanuit de voorgevellijn van de uitbouw of entree aan de voorgevel en een diepte van 1,50 m; b. de bouwhoogte van de uitbouw of entree mag niet hoger zijn dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bouwwerk waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructie- en isolatietechnisch op grond van geldende bouwtechnische regelgeving nodig is; c. voor de uitbouw aan de zijgevel geldt dat de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tot de uitbouw tenminste 1,50 m moet bedragen.

18.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,50 m, met uitzondering van erfafscheidingen achter de naar de weg toegekeerde gevellijn, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2,00 m mag bedragen en erfafscheidingen vóór de naar de weg toegekeerde gevellijn, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,30 m mag bedragen.

18.3 Specifieke gebruiksregels 18.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de tuin als parkeerplaats, buiten de garageoprit.

artikel 19 Tuin - 1 19.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Tuin – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erfverhardingen;

58

b. als er een garageoprit aanwezig is, het parkeren op die garageoprit; c. het parkeren buiten de garageoprit van maximaal 1 personenauto per woning; d. natuurvriendelijke oevers als de bestemming ‘Tuin - 1’ grenst aan de bestemming ‘Water’.

19.2 Bouwregels

19.2.1 Uitbouw en entree a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van een uitbouw met een diepte van 1,50 m en een lengte van maximaal 2/3e deel van de gevellengte van de voorgevel van het hoofdgebouw of een entree met een breedte van 1/3e deel van de voorgevellengte van het hoofdgebouw en/of een uitbouw aan de zijgevel van de woning met een lengte van maximaal 4,50 m, gerekend vanuit de voorgevellijn van de uitbouw aan de voorgevel en een diepte van 1,50 m; b. de bouwhoogte van de uitbouw of entree mag niet hoger zijn dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bouwwerk waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructie- en isolatietechnisch op grond van geldende bouwtechnische regelgeving nodig is; c. voor de uitbouw aan de zijgevel geldt dat de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tenminste 1,50 m moet bedragen; d. ter plaatse van "specifieke bouwaanduiding - 1" is een overkapping met een hoogte van maximaal 3,00 m toegestaan.

19.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,50 m, met uitzondering van erfafscheidingen achter de naar de weg toegekeerde gevellijn, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2,00 m mag bedragen en erfafscheidingen vóór de naar de weg toegekeerde gevellijn, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,30 m mag bedragen.

19.3 Specifieke gebruiksregels 19.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de tuin als parkeerplaats, buiten de garageoprit, voor meer dan één auto per woning.

artikel 20 Tuin - 2 20.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erfverhardingen; b. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - carport' is een carport toegestaan; c. als er een garageoprit aanwezig is, het parkeren op die garageoprit; d. het parkeren buiten de garageoprit van maximaal 2 personenauto's per woning; e. natuurvriendelijke oevers als de bestemming 'Tuin - 2' grenst aan de bestemming 'Water'.

20.2 Bouwregels 20.2.1 Uitbouw en entree

59

a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en/of overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van: 1. een uitbouw met een diepte van 1,50 m en een lengte van maximaal 2/3e deel van de gevellengte van de voorgevel van het hoofdgebouw, of; 2. een entree met een breedte van 1/3e deel van de voorgevellengte van het hoofdgebouw en/of een uitbouw aan de zijgevel van de woning met een lengte van maximaal 4,50 m, gerekend vanuit de voorgevelrooilijn van de uitbouw of entree aan de voorgevel en een diepte van 1,50 m, of; 3. een overkapping boven de voor- of achterdeur van de woning met een diepte van maximaal 1,00 m en een breedte van 1/3e deel van de voor- of achtergevellengte; 4. ter plaatse van de “specifieke bouwaanduiding carport” een carport met een maximum oppervlakte van 30 m2; b. de bouwhoogte van de uitbouw, entree of overkapping boven de voor- of achterdeur mag niet hoger zijn dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bouwwerk waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructieen isolatietechnisch op grond van geldende bouwtechnische regelgeving nodig is; c. voor de uitbouw aan de zijgevel geldt dat de afstand van de zijdelingse perceelsgrens tot de uitbouw tenminste 1,50 m moet bedragen.

20.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van: a. erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,00 m; b. erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,30 m; c. afscheidingen ten behoeve van huisafvalcontainers waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,30 m.

20.3 Specifieke gebruiksregels 20.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de tuin als parkeerplaats, buiten de garageoprit, voor meer dan twee auto's per woning.

artikel 21 Verkeer 21.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten; b. voet- en fietspaden; c. een horeca-terras, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “terras”; met de daarbij behorende: d. verkeers- , parkeer-, openbare nuts- en groenvoorzieningen, e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstwerken.

21.2 Bouwregels 21.2.1 Gebouwen

60

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. ten hoogste 10% van de oppervlakte van de gronden met de bestemming ‘Verkeer’ mag worden bebouwd; b. de oppervlakte van enig bouwwerk mag niet meer bedragen dan 25 m²; c. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3,50 m; d. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 4,50 m.

21.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de verkeersregeling en -afwikkeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting bedraagt ten hoogste 12,00 m; b. de bouwhoogte van geluidsschermen mag niet meer dan 4,00 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag in de bebouwde kom niet meer dan 3,00 m bedragen en daarbuiten 8,00 m.

artikel 22 Verkeer - 1 22.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. straten; b. paden; c. verkeersvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen, waarbij ter plaatse van de aanduiding"parkeerterrein" geldt dat de gronden uitsluitend voor parkeren behorende bij de aangrenzende woonbestemming zijn toegestaan; e. fietsvoorzieningen, waaronder een gebouwde fietsenstalling; f. groenvoorzieningen; g. ontmoetingsplaatsen; h. sport- en speelvoorzieningen; i. standplaats voor ambulante handel; j. ter plaatse van de aanduiding “parkeergarage” zijn parkeergarages toegestaan; k. markt ter plaatse van de aanduiding “markt”; l. evenementen ter plaatse van de aanduiding “evenemententerrein”; m. terrassen ter plaatse van de aanduiding “terras”; n. gebouwen ten behoeve van openbare- en nutsvoorzieningen; o. ter plaatse van de “specifieke bouwaanduiding - balkon” zijn balkons ten behoeve van de woningen op de 6e, 7e en 8ste verdieping toegestaan; met de daarbij behorende: p. bouwwerken, geen gebouwen zijnde waaronder kunstwerken, zoals bruggen, duikers, dammen, viaducten en dergelijke; q. opstelplaatsen voor inzamelcontainers; r. beweegbare palen; s. terrasschermen; t. reclamezuilen; u. kunstobjecten; en, v. water.

61

22.2 Bouwregels 22.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. ten hoogste 3% van de gronden met de bestemming ‘Verkeer – 1’ mag worden bebouwd; b. de oppervlakte van enig bouwwerk mag niet meer bedragen dan 25 m²; c. de oppervlakte van een gebouwde fietsenstalling mag niet meer bedragen dan 140 m2; d. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3,50 m; e. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 4,50 m.

22.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10,00 m bedragen, met uitzondering van terrasschermen en speeltoestellen die niet hoger dan 1,80 m respectievelijk 6,00 m mogen zijn; b. de hoogte van kunstobjecten mag niet meer dan 12,00 m bedragen.

22.2.3 Afwijking van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2.1 sub b en toestaan dat de oppervlakte van een fietsenstalling maximaal 100 m2 mag bedragen. b. Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2.2 sub a en toestaan dat de bouwhoogte van speeltoestellen maximaal 10,00 m mag bedragen, mits de privacy van omliggende woningen niet wordt geschaad.

22.3 Nadere eisen 22.3.1 Terrassen Burgemeester en wethouders stellen bij omgevingsvergunning eisen aan de situering en afmetingen van terrassen.

22.3.2 Standplaatsen voor ambulante handel Burgemeester en wethouders stellen bij omgevingsvergunning eisen aan de situering en afmeting van de standplaatsen voor ambulante handel.

22.4 Specifieke gebruiksregels 22.4.1 Gebruik ten behoeve van evenementen op het Stadsplein en Coolplein Voor het gebruik van de gronden ten behoeve van evenementen op het Stadsplein en Coolplein gelden de volgende regels: a. evenementen zijn alleen toegestaan op gronden die als zodanig zijn aangeduid; b. het aantal evenementen dat jaarlijks is toegestaan mag per plein niet meer dan zes bedragen; waarvan: 1. één meerdaags evenement voor de duur van maximaal vijf weken aaneengesloten, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen; 2. twee meerdaagse evenementen voor de duur van 7 aaneengesloten dagen, het opbouwen en afbreken

62

van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen; 3. drie ééndaagse evenementen, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder niet begrepen; 4. de aard van de evenementen ligt op de terreinen sport, muziek en cultuur; 5. het aantal bezoekers mag niet meer bedragen dan maximaal 1.500 bezoekers tegelijkertijd op enig moment van de dag.

22.4.2 Gebruik ten behoeve van evenementen op het Stadsterras Voor het gebruik van de gronden ten behoeve van evenementen op het Stadsterras gelden de volgende regels: a. evenementen zijn alleen toegestaan op gronden die als zodanig zijn aangeduid; b. het aantal evenementen dat jaarlijks is toegestaan mag niet meer dan zes bedragen, waarvan: 1. vier eendaagse evenementen; het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder niet begrepen; 2. twee meerdaagse evenementen; voor de duur van maximaal 7 aaneengesloten dagen, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen; 3. de aard van de evenementen ligt op de terreinen sport, muziek en cultuur; 4. het aantal bezoekers mag niet meer bedragen dan maximaal 1.500 bezoekers tegelijkertijd op enig moment van de dag.

22.4.3 Gebruik ten behoeve van evenementen op het Raadhuisplein/Raadhuisstraat Voor het gebruik van de gronden ten behoeve van evenementen op het Raadhuisplein/Raadhuisstraat gelden de volgende regels: a. evenementen zijn alleen toegestaan op gronden die als zodanig zijn aangeduid; b. het aantal evenementen dat jaarlijks is toegestaan mag niet meer dan vijf bedragen, waarvan: 1. twee meerdaagse evenementen voor de duur van 7 aaneengesloten dagen, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen; 2. drie ééndaagse evenementen, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder niet begrepen; 3. de aard van de evenementen ligt op de terreinen sport, muziek en cultuur; 4. het aantal bezoekers mag niet meer bedragen dan maximaal 1.500 bezoekers tegelijkertijd op enig moment van de dag.

artikel 23 Verkeer - 2 23.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. railverkeer; met de bij de bestemming behorende: b. gebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstwerken; d. verhardingen, groenvoorzieningen en water. e. een spooronderdoorgang uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "spooronderdoorgang"

23.2 bouwregels 23.2.1 Gebouwen ten behoeve van het railverkeer

63

Voor het bouwen van gebouwen die noodzakelijk zijn voor de exploitatie van het railverkeer gelden de volgende regels: a. ten hoogste 15 % van de oppervlakte van de gronden met de bestemming Verkeer - 2 mag ten behoeve van het railverkeer worden bebouwd; b. de oppervlakte van enig gebouw mag niet meer bedragen dan 150 m²; c. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3,50 meter; d. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 5,50 meter.

23.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde, die noodzakelijk zijn voor de exploitatie van het railverkeer, mag niet meer bedragen dan 12,00 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan 2,50 meter.

23.3 specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden ten behoeve van: a. verblijfsrecreatie; b. een seksinrichting; c. een ligplaats voor woonschepen als bedoeld in artikel 1 onder 1.130 woonschip:.

artikel 24 Verkeer - N241 24.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer – N241' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten met dien verstande dat: 1. de weg uit niet meer dan twee rijstroken bestaat, waarbij opstelstroken en busstroken niet worden meegeteld; 2. het midden van de weg gelegen dient te zijn ter plaatse van de figuur 'as van de weg'; b. kunstwerken en straatmeubilair; c. fiets- en voetpaden; d. bermen, bermbeplanting, taluds en sloten; e. groenvoorzieningen; f. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; g. nutsvoorzieningen; h. geluidsbeperkende voorzieningen ten behoeve van geluidgevoelige objecten.

24.2 Bouwregels In of op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, die voldoen aan de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 8,00 m.

24.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de inrichting van geluidsbeperkende

64

voorzieningen als bedoeld in lid 24.1 sub h, ter voorkoming van een onevenredige aantasting van: • het ruimtelijk beeld; • de woonsituatie; • de sociale veiligheid.

24.4 Specifieke gebruiksregels a. Het gebruik van deze bestemming door doorgaand gemotoriseerd verkeer is na herinrichting van de weg zoals voorzien in dit plan uitsluitend toegestaan indien de noodzakelijke landschappelijke maatregelen zijn getroffen zoals verwoord in het door het college van Gedeputeerde Staten vast te stellen landschapsplan waarbij minimaal aan de volgende landschappelijke inpassing invulling wordt gegeven: • Langs de Westerlangereis: een herkenbaar dijkprofiel en gevarieerde wegbegeleidende beplanting en waarbij het zicht op molen De Hoop behouden blijft. a. Het gebruik van deze bestemming door doorgaand gemotoriseerd verkeer, voor wat betreft de wegvakken gelegen binnen een afstand van 250 m van de percelen gelegen aan het adres zoals genoemd in lid 24.4 sub b onder 1, is na herinrichting van deze wegvakken zoals voorzien in dit plan uitsluitend toegestaan indien: 1. een maatregelenonderzoek is uitgevoerd voor geluidgevoelige objecten aan Verlaat 30 te Heerhugowaard; en 2. adequate bron- of overdrachtsmaatregelen zijn genomen die er toe leiden dat de maximale gevelbelasting 63 dB bedraagt op de objecten genoemd in lid 24.4sub b onder 1; waarbij, 3.

indien geen adequate bron- of overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen, maatregelen aan de geluidgevoelige objecten zijn getroffen met betrekking tot de geluidwering van de gevels om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 33 dB bedraagt tenzij de rechthebbende ten aanzien van het geluidgevoelig object niet heeft toegestemd mee te werken aan maatregelen die moeten worden getroffen. c. Het gebruik van deze bestemming door doorgaand gemotoriseerd verkeer, voor wat betreft de wegvakken gelegen binnen een afstand van 250 m van de percelen gelegen aan de adressen zoals genoemd in lid 24.4 sub c onder 1, is na herinrichting van deze wegvakken zoals voorzien in dit plan uitsluitend toegestaan indien: 1. een maatregelenonderzoek is uitgevoerd voor de geluidgevoelige objecten aan de: ◾ A.C. de Graafweg 2 te Heerhugowaard; ◾ Verlaat 1 te Heerhugowaard; ◾ Verlaat 3A te Heerhugowaard; ◾ Verlaat 5 te Heerhugowaard; ◾ Verlaat 7 te Heerhugowaard; ◾ Verlaat 32 te Heerhugowaard; ◾ Verlaat 34 te Heerhugowaard; ◾ Verlaat 36 te Heerhugowaard; en 2. adequate bron- of overdrachtsmaatregelen zijn genomen die er toe leiden dat de maximale gevelbelasting 60 dB bedraagt op de objecten genoemd in lid 24.4 sub c onder 1; waarbij, 3.

indien geen adequate bron- of overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen, maatregelen aan de geluidgevoelige objecten zijn getroffen met betrekking tot de geluidwering van de gevels om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 33 dB bedraagt tenzij de rechthebbende ten aanzien van het geluidgevoelig object niet heeft toegestemd mee te werken aan maatregelen die moeten worden getroffen.

24.5 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 24.1 sub a onder 2 voor het situeren van het midden van de weg binnen een strook van 2 m aan weerszijden de figuur 'as van de weg' mits:

65

a. akoestisch onderzoek aantoont dat dit niet leidt tot een reconstructie-effect in de zin van de Wet geluidhinder; of, b. wanneer sprake is van een reconstructie-effect in de zin van de Wet geluidhinder de geluidsbelasting vanwege werkverkeer op de gevel van geluidgevoelige objecten niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.

artikel 25 Water 25.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water;groenvoorzieningen; b. recreatieve doeleinden; met de daarbij behorende: c. steigers; d. bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen en andere kunstwerken ten behoeve van het kruisen van water; e. kunstobjecten;tewaterlaatplaatsen.

25.2 bouwregels 25.2.1 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,50 meter, gerekend vanaf peil; b. de bouwhoogte van kunstobjecten mag, gerekend vanaf peil, niet meer dan 12.00 meter bedragen.

25.2.2 Steigers in water Het bouwen van steigers, oeverbeschermingen en dergelijke in het water zijn toegestaan indien: a. deze voldoen aan de algemene regels zoals deze zijn gesteld door de waterbeheerder; b. direct aangrenzend aan het woonperceel worden gerealiseerd; c. uitsluitend dienen voor het eigen gebruik.

25.3 specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend een ligplaats voor woonschepen als bedoeld in de begripsomschrijving in artikel 1 van de bestemmingsplanregels.

artikel 26 Wonen 26.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. aaneen gebouwde woningen en twee-onder-één-kap woningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bed & breakfast;

66

met de daarbij behorende: d. erven; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. dakterras ter plaatse van de aanduiding "terras"; en, g. natuurvriendelijke oevers als de bestemming ‘Wonen’ grenst aan de bestemming ‘Water’.

26.2 Bouwregels

26.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; c. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan op de verbeelding staat aangegeven; d. indien op de verbeelding geen bebouwingspercentage staat aangegeven, mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd; e. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; f. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; g. goten van bouwdelen zoals dakkapellen, dakopbouwen en dergelijke worden niet getoetst aan de goothoogte; h. van de eis dat een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouw- of bestemmingsvlak moet worden gebouwd mag worden afgeweken voor het overschrijden van die bouw- of bestemmingsgrens ten behoeve van het maken van goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en dergelijke tot een breedte van maximaal 0,60 m.

26.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak geldt dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 1/3e deel van de bij het hoofdgebouw behorende gronden buiten het bouwvlak en binnen het bestemmingsvlak, mits het gezamenlijk oppervlak van de bouwwerken niet meer bedraagt dan 40 m²; 2. voor zover de gronden buiten het bouwvlak en binnen het bestemmingsvlak een oppervlakte hebben van meer dan 120 m², 10% van het oppervlak meer dan 120 m² mag worden bebouwd tot ten hoogste 20 m² boven de in lid 26.2.2 sub b onder 1 genoemde maximum oppervlakte; c. bijbehorende bouwwerken mogen zowel vrijstaand als aangebouwd, dan wel als uitbreiding van het hoofdgebouw worden gebouwd; d. ten aanzien van aangebouwde, dan wel als uitbreiding van het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken geldt, dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,50 m; 2. de goothoogte niet hoger mag zijn dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructie- en isolatietechnisch op grond van geldende bouwtechnische regelgeving nodig is; e.

ten aanzien van vrijstaande bijbehorende bouwwerken geldt, dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,50 m; 2. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3,00 m.

26.2.3 Dakopbouwen

67

Voor het bouwen van dakopbouwen op hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. wanneer wegens strijd met het Bouwbesluit en/of de Welstandsnota, zoals die luiden op het tijdstip van tervisielegging van dit bestemmingsplan, een dakkapel niet gerealiseerd kan worden, mag, ten behoeve van de bouw van een dakopbouw aan de achterzijde van de woning de op verbeelding aangegeven bouwhoogte met 2,10 m worden verhoogd, mits de ruimte tussen de onderzijde van de dakopbouw en de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, minimaal het equivalent van drie rijen dakpannen bedraagt; b. bij tot één blok behorende rijenwoningen, waar op het tijdstip van de tervisielegging van dit bestemmingsplan reeds dakopbouwen aan de voor- en achterzijde of de achterzijde van de woning aanwezig zijn, mag, om de reeds aanwezige situatie te kunnen herhalen, de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte ten behoeve van de bouw van een dakopbouw met 2,00 m worden verhoogd, mits de ruimte tussen de onderzijde van de dakopbouw en de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, minimaal het equivalent van drie rijen dakpannen bedraagt.

26.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,50 m, met uitzondering van erfafscheidingen achter de naar de weg toegekeerde voorgevelrooilijn en het denkbeeldig verlengde daarvan, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2,00 m mag bedragen en erfafscheidingen vóór de naar de weg toegekeerde voorgevelrooilijn en het denkbeeldig verlengde daarvan, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,30 m mag bedragen.

26.3 Specifieke gebruiksregels 26.3.1 Gebruik van de woning Naast een gebruik van de woning en bijbehorende bouwwerken voor wonen zijn de volgende gebruiksmogelijkheden toegestaan: a. de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep en/of dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende instelling, een webwinkel of gastouderopvang, onder de voorwaarden dat: 1. niet meer dan 1/3e deel van de als verblijfsgebied aan te merken vloeroppervlakte van de woning met de daarbij behorende bijgebouwen, met een maximum van 45 m², voor de uitoefening van het beroep of bedrijf wordt gebruikt; 2. geen vergunning- en/of meldingsplicht op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving vereist is; 3. detailhandel uitsluitend is toegestaan in producten en diensten die op het betreffende perceel zijn vervaardigd; 4. bij het gebruik van een garage, parkeergelegenheid op het eigen erf mogelijk is en wordt gerealiseerd; 5. bij een webwinkel opslag van goederen binnen het maximaal toegestane oppervlak voor de bedrijfsmatige activiteit blijft, geen afhaaladres en geen uitstalling ten verkoop aanwezig is; 6. bij gastouderopvang het aantal op te vangen kinderen niet meer mag bedragen dan 6; b. bed & breakfast voor ten hoogste 2 kamers en maximaal 4 slaapplaatsen in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken van de woning voor een oppervlakte van maximaal 50 m2.

26.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;

68

c. het gebruik van een woning voor meer dan één huishouden.

26.4 Afwijken van de gebruiksregels 26.4.1 Afwijken van de meldingsplicht milieu Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de voorwaarde dat de uitoefening van een beroep en/of bedrijf niet meldingsplichtig mag zijn in het kader van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, indien blijkt dat deze activiteit niet of nauwelijks van invloed is op het woonmilieu.

26.4.2 Afwijken strijdig gebruik woning Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het verbod om de woning te gebruiken voor meer dan één huishouden als bedoeld in lid 26.3.2 sub c, voor een gebruik van de woning voor, afhankelijk van de grootte van de woning, maximaal vijf éénpersoonshuishoudens per woning of onzelfstandige bewoning door maximaal vijf personen ten behoeve van maatschappelijke opvang.

1 Afwegingscriteria Bij het verlenen van een omgevingsvergunning betrekken burgemeester en wethouders de volgende aspecten: a. er moet sprake zijn van een maatschappelijke organisatie die voldoet aan de Kwaliteitswet zorginstellingen; b. het moet gaan om een vorm van wonen; c. de mate waarin reeds omgevingsvergunningen voor maatschappelijke opvang in de directe omgeving van de onderhavige woning is verleend; d. de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid met inachtneming van het bepaalde .

artikel 27 Wonen - 1 27.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. vrijstaande woningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. dubbele inpandige bewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “kangoeroewoning”; d. aan-huis-verbonden beroep en/of dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende instelling, een webwinkel of gastouderopvang met inachtneming van het bepaalde in lid 27.3.1 sub a; e. bed & breakfast; met de bij de bestemming behorende: f. tuinen, erven en terreinen; g. verkeers-, parkeer- en groenvoorzieningen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; i. dakterras ter plaatse van de aanduiding "terras"; en, j. natuurvriendelijke oevers als de bestemming 'Wonen - 1' grenst aan de bestemming 'Water'.

27.2 Bouwregels 27.2.1 Hoofdgebouwen

69

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. het aantal toegestane woningen bedraagt per bouwvlak niet meer dan bestaand dan wel het toegestane aantal als aangegeven met de aanduiding “maximum aantal wooneenheden”; d. het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwingspercentage (%)” is aangegeven; e. indien op de verbeelding geen bebouwingspercentage is aangegeven, mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd; f. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte (m)” is aangegeven; g. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximum goothoogte (m)” is aangegeven; h. goten van ondergeschikte bouwdelen zoals dakkapellen, dakopbouwen en dergelijke worden niet getoetst aan de goothoogte; i.

van de eis dat een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouw- of bestemmingsvlak moet worden gebouwd mag worden afgeweken voor het overschrijden van die bouw- of bestemmingsgrens ten behoeve van het maken van goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en dergelijke tot een breedte van maximaal 0,60 m; j. de geluidsbelasting vanwege werkverkeer op de gevel van geluidgevoelige objecten mag niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. k. aanvullend gelden ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - 3 de volgende eisen: 1. per bouwvlak mag maximaal 1 woning worden gebouwd met minimaal 2 parkeerplaatsen; 2. de hoogte van het hoofdgebouw dient op één punt tenminste 7 meter te bedragen; 3. tenminste 50 % van de gevel dient geplaatst te worden in en evenwijdig aan de op de verbeelding aangegeven gevellijn; 4. indien het hoofdgebouw wordt voorzien van een kap dient de nok hiervan haaks te staan op de op de verbeelding aangegeven gevellijn; 5. de totale grondoppervlakte van het hoofdgebouw en de bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 40 % van de oppervlakte van het bouwperceel.

27.2.2 Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak geldt dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouw zijnde bij een hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 1/3e deel van de bij het hoofdgebouw behorende gronden buiten het bouwvlak en binnen het bestemmingsvlak, mits het gezamenlijk oppervlak van de bouwwerken niet meer bedraagt dan 40 m²; 2. voor zover de gronden als bedoeld in lid 27.2.2 sub b onder 1 een oppervlakte hebben van meer dan 120 m²; 10% van het oppervlak meer dan 120 m² mag worden bebouwd tot een bebouwd oppervlak van ten hoogste 20 m² boven de in lid 27.2.2 sub b onder 1 genoemde maximum oppervlakte; c. bijbehorende bouwwerken mogen zowel vrijstaand als aangebouwd, dan wel als uitbreiding van het hoofdgebouw worden gebouwd; d. ten aanzien van aangebouwde, dan wel als uitbreiding van het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken geldt, dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5,50 m; 2.

de goothoogte niet hoger mag zijn dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructie- en isolatietechnisch op grond van geldende

70

bouwtechnische regelgeving nodig is; e. ten aanzien van vrijstaande bijbehorende bouwwerken geldt, dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,50 m; 2. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3,00 m; f. de geluidsbelasting vanwege werkverkeer op de gevel van geluidgevoelige objecten mag niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.

27.2.3 Dakopbouwen Voor het bouwen van dakopbouwen op hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. wanneer wegens strijd met het Bouwbesluit en/of de Welstandsnota, zoals die luiden op het tijdstip van tervisielegging van dit bestemmingsplan, een dakkapel niet gerealiseerd kan worden, mag, ten behoeve van de bouw van een dakopbouw aan de achterzijde van de woning, de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte met 2,00 m worden verhoogd, mits de ruimte tussen de onderzijde van de dakopbouw en de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, minimaal het equivalent van drie rijen dakpannen bedraagt; b. een dakopbouw is niet toegestaan bij een doorlopende kap over meerdere verdiepingen.

27.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,50 m, met uitzondering van erfafscheidingen achter de naar de weg toegekeerde gevellijn, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2,00 m mag bedragen en erfafscheidingen vóór de naar de weg toegekeerde gevellijn, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,30 m mag bedragen.

27.3 Specifieke gebruiksregels

27.3.1 Gebruik van de woning Naast gebruik van de woning en bijbehorende bouwwerken voor wonen zijn de volgende gebruiksmogelijkheden toegestaan: a. de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep en/of dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende instelling, een webwinkel of gastouderopvang onder de voorwaarden dat: 1. niet meer dan 1/3e deel van de als verblijfsgebied aan te merken vloeroppervlakte van de woning met de daarbij bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 45 m², voor de uitoefening van het beroep of bedrijf wordt gebruikt; 2. geen omgevingsvergunning of meldingsplicht op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer of andere milieuwetgeving vereist is; 3. detailhandel uitsluitend is toegestaan in producten en diensten die op het betreffende perceel zijn vervaardigd; 4. een vloeroppervlak van ten minste 5 m2 bij een breedte van ten minste 1,80 m en een hoogte daarboven van ten minste 2,30 m beschikbaar blijft voor bergruimte; 5. bij het gebruik van een garage, parkeergelegenheid op het eigen erf mogelijk is en wordt verwezenlijkt; 6. bij een webwinkel opslag van goederen binnen het maximaal toegestane oppervlak voor de bedrijfsmatige activiteit blijft, geen afhaaladres en geen uitstalling ten verkoop aanwezig is; 7. bij gastouderopvang het aantal op te vangen kinderen niet meer mag bedragen dan 6. b.

bed & breakfast: voor ten hoogste 2 kamers en maximaal 4 slaapplaatsen in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken van de woning voor een oppervlakte van maximaal 50 m2. c. mantelzorg, onder de voorwaarde dat: 1. door een deskundige is aangetoond dat de verzorging in verband met medische, psychische en/of sociale

71

omstandigheden noodzakelijk is; 2. door de vestiging van extra woonruimte er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van belangen van omwonenden en bedrijven; 3. brandveiligheid gewaarborgd is; 4. parkeren plaatsvindt op eigen erf; 5. na afloop van de zorgverlening de extra woonruimte niet meer wordt gebruikt voor inwoning of bijwoning, maar het geheel weer door de hoofdbewoner in gebruik wordt genomen.

27.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning, anders dan bepaald in lid 27.3.1 sub c; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik van de woning voor meer dan één huishouden, anders dan bepaald in lid 27.1 sub c.

27.4 Afwijken van de gebruiksregels 27.4.1 Afwijken van de meldingsplicht milieu Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de voorwaarde dat de uitoefening van een beroep en/of bedrijf niet meldingsplichtig mag zijn in het kader van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer voor: type A bedrijven als bedoeld in artikel 1.2 van voornoemd besluit, indien blijkt dat deze activiteit niet of nauwelijks van invloed is op het woonmilieu.

27.4.2 Afwijken van het gebruik van de woning Burgemeester en wethouders kunnen voor woningen langs de Middenweg met een omgevingsvergunning afwijken van het onder lid 27.3.1 sub a, onder 1 genoemde maximum tot een maximum van 100 m², mits niet meer dan 1/3e van het bruto vloeroppervlak van de woning met de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken voor de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt, het woonmilieu en de belangen van derden daardoor niet onevenredig worden geschaad en er voldoende parkeergelegenheid met inachtneming van het bepaalde op eigen erf mogelijk is en gerealiseerd wordt.

27.4.3 Afwijken bed & breakfast Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 27.3.1 sub b voor een bed & breakfast accommodatie voor ten hoogste 5 kamers en maximaal 10 slaapplaatsen, waarbij de oppervlakte van de bed & breakfast accommodatie niet meer mag bedragen dan 40% van het vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken met een maximum van 125 m2 onder de voorwaarde dat er voldoende parkeergelegenheid op het eigen erf aanwezig is met inachtneming van het bepaalde onder 38.1.

27.4.4 Afwijken strijdig gebruik woning Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het verbod om de woning te gebruiken voor meer dan één huishouden als bedoeld lid 27.3.2 sub c, voor een gebruik van de woning voor, afhankelijk van de grootte van de woning, maximaal vijf éénpersoonshuishoudens per woning of onzelfstandige bewoning door maximaal vijf personen ten behoeve van maatschappelijke opvang.

1 Afwegingscriteria

72

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning betrekken burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende aspecten: a. de aanvraag moet worden gedaan door een maatschappelijke organisatie die voldoet aan de Kwaliteitswet zorginstellingen; b. het moet gaan om een vorm van wonen; c. de mate waarin reeds omgevingsvergunningen voor maatschappelijke opvang in de directe omgeving van de onderhavige woning zijn verleend; d. de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid met inachtneming van het bepaalde .

artikel 28 Wonen - 2 28.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woongebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. ter plaatse van de aanduiding “kantoor” zijn de gronden bestemd voor een kantoor (zonder baliefunctie) met een maximale oppervlakte van niet meer dan 200 m2; d. ter plaatse van de aanduiding “gemengd” zijn de gronden op de begane grond bestemd voor detailhandel en dienstverlenende bedrijvigheid en/of instellingen; e. ter plaatse van de aanduiding "horeca" zijn de gronden op de begane grond bestemd voor horeca categorie 1 en 2 met de daarbij behorende: e. tuinen, erven en terreinen; f. verkeers-, parkeer- en groenvoorzieningen; g. parkeergarage ter plaatse van de aanduiding “parkeergarage”; h. geluidwerende voorzieningen; i. (dak)terrassen; j. bouwwerken, geen gebouw zijnde; k. natuurvriendelijke oevers als de bestemming ‘Wonen - 2’ grenst aan de bestemming ‘Water’; en, l. ter plaatse van de aanduiding “maatschappelijk”: op de begane grond voor een gebruik voor medische voorzieningen en horeca 1 en 3: m. ter plaatse van de aanduiding “bedrijf tot en met milieucategorie 2”: op de begane grond voor bedrijven die zijn genoemd in onder de milieucategorieën 1 en 2 met uitzondering van Bevi- en geluidzoneringsplichtige inrichtingen.

28.2 Bouwregels 28.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mag een woongebouw gebouwd worden; b. het woongebouw mag uitsluitend binnen een op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; c. het aantal toegestane woningen bedraagt per bouwvlak niet meer dan bestaand dan wel het toegestane aantal als aangegeven met de aanduiding “maximum aantal wooneenheden”; d. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; e. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

73

f. ter plaatse van de “specifieke bouwaanduiding - dove gevel' dienen de gevels te worden uitgevoerd als dove gevel; g. ter plaatse van de aanduiding “onderdoorgang” mag de begane grond niet worden bebouwd; h. goten van ondergeschikte bouwdelen zoals dakkapellen, dakopbouwen en dergelijke worden niet getoetst aan de goothoogte; i. van de eis dat een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouw- of bestemmingsvlak moet worden gebouwd mag worden afgeweken voor het overschrijden van die bouw- of bestemmingsgrens ten behoeve van het maken van goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en dergelijke tot een breedte van maximaal 0,60 m.

28.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak geldt, dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1/3e deel van het bij het hoofdgebouw behorende gronden buiten het bouwvlak en binnen het bestemmingsvlak, mits het gezamenlijk oppervlak van de bouwwerken niet meer bedraagt dan 40 m²; 2. voor zover de gronden buiten het bouwvlak en binnen het bestemmingsvlak een oppervlakte hebben van meer dan 120 m², 10% van het oppervlak meer dan 120 m² mag worden bebouwd tot ten hoogste 20 m² boven de in lid 28.2.2 sub b onder 1 genoemde maximum oppervlakte; c. bijbehorende bouwwerken mogen zowel vrijstaand als aangebouwd, dan wel als uitbreiding van het hoofdgebouw worden gebouwd; d. ten aanzien van aangebouwde, dan wel als uitbreiding van het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken geldt, dat: 1. de bouwhoogte mag niet meer dan 3,50 m bedragen; 2. de goothoogte mag niet hoger zijn dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructie- en isolatietechnisch op grond van geldende bouwtechnische regelgeving nodig is; e.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=3fefa016-7f13-4e7d-be2f-0bec19cb9185