CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 4 OER Strategische omgevingsvisie_def. 240905

Gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststellen Strategische Omgevingsvisie31.838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

87

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4.48 Geprognosticeerde concentratie NO2 in 2030 (gegevens 2022) (bron: RIVM, 2023).

Figuur 4.49 Geprognosticeerde concentratie PM10 en PM22,5 in 2030 (gegevens 2022) (bron: RIVM, 2023).

4.6.2

Geluid

Huidige situatie Geluid kan hinder opleveren en gezondheidsklachten geven. Geluidsoverlast wordt gemeten in dB(A), dezelfde intensiteit die het menselijk oor waarneemt. Er is een grote verscheidenheid in geluidhinderbronnen (wegverkeer, spoorverkeer, industrie, windturbines, vliegverkeer) en daarmee ook in de wettelijke kaders. Wettelijke kaders Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft met computermodellen geluidproductieplafonds (GPPs) vastgesteld langs (rijks)wegen en spoorlijnen. Deze worden elk jaar getoetst door het RIVM. Deze geluidsproductieplafonds stellen een grens aan de toelaatbare hoeveelheid geluid van weg en spoor en voorkomen een onbelemmerde groei van geluid door toenemend verkeer. 88

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Aan de ene kant zijn bij overschrijdingen van deze GPPs op weg- en spoorwegen respectievelijk Rijkswaterstaat en ProRail verantwoordelijk voor het treffen van geluid sanerende maatregelen. Bij cumulatieve geluidsbelasting dienen als dat mogelijk is gezamenlijke maatregelen te worden getroffen. Aan de andere kant is de gemeente verantwoordelijk de grenswaarden van geluidsbelasting te waarborgen bij het bouwen van nieuwe huizen, scholen of zorginstellingen. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor de geluidbelasting van lokale en provinciale wegen. De voorkeurswaarde op de gevel van woningen langs wegen bedraagt 50 dB(A) met een absoluut maximum van 65 dB(A) (in het geval aanleg nieuwe weg41). Voor wegverkeer gelden normen en grenswaarden. De maximaal toelaatbare grenswaarde is 53 dB bij Rijkswegen en overige wegen bij buitenstedelijke woningen, en 63 dB bij overige wegen bij binnenstedelijke woningen. Deze grenswaarden voor geluidsbelasting gelden op woningen, zorginstellingen en scholen. De nationale voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer is 48dB. Voor spoorverkeer gelden eveneens normen en grenswaarden. De voorkeursgrenswaarde van geluidsbelasting voor de aanleg van nieuwbouw langs het spoor is 55 dB. De maximale toelaatbare grenswaarde langs spoorwegen bedraagt 68 dB. Ook aan het geluid door windturbines zijn grenswaarden gesteld.

De nationale grenswaarde voor windturbines bedraagt voor de dag (Lden) 47dB en voor de nacht (Lnight) 41 dB. Geluidbronnen binnen de gemeente Het wegennet veroorzaakt geluidbelasting. Wegen hebben een zone van 200-600 m vanaf de as van de weg (afhankelijk van de grootte) waarbinnen geluidhinder op kan treden. De N242 (Westerweg), de N245 (Schagerweg) en de N508 (Nollenweg) zijn de grootste verkeersaders in de gemeente (Lden > 71dB op de weg zelf). Ook de Zuidtangent tussen Westtangent en de N242 en in het verlengde de Westelijke Randweg en Nauertogt richting de N245 kennen veel wegverkeer (Lden > 71 dB op de weg). Daarna volgen de Westtangent, de Oosttangent, de Zuidtangent, de randweg N194, Haringvliet, Amstel, Stellingmolen in Heerhugowaard, de Middenweg in Heerhugowaard en De Noord, de Westelijke Randweg in Broek op Langedijk en de Langebalkweg in NoordScharwoude als (hoofd) verkeersaders (Lden 66-70 dB op de weg zelf). De spoorverbindingen tussen Alkmaar-Heerhugowaard, Heerhugowaard-Hoorn en Heerhugowaard-Schagen-Den Helder veroorzaken geluid als gevolg van treinverkeer. Op het spoor zelf is het geluidsniveau op veel plekken meer dan 71 dB (zeer slecht), daarbuiten neemt de belasting af. Spoorbruggen laten gemiddeld ook meer treingeluid zien. Binnen de gemeente zijn twee locaties met meerdere windturbines, zie Figuur 4.41.

Het betreft turbines langs de N242 (Westerweg) tussen de aansluiting Heerhugowaard-Zuid (N508/N242) en de Westtangent en langs de N245 (Schagenweg). Ter hoogte van de windturbines is de geluidbelasting Lden circa 51-55 dB en ter plaatse van de turbine zelf circa 56-60 dB. Binnen deze zones is geen woonbebouwing aanwezig. In Figuur 4.50 is de cumulatieve geluidbelasting weergegeven van verschillende bronnen tezamen (trein- en wegverkeer, industrie, windturbines). Het gaat hier om het gemiddelde geluidsniveau per jaar. Om de hoeveelheid geluid uit te drukken is in de kaart gebruik gemaakt van Lden (Level Day-Evening-Night). Dit is een maat om uit te rekenen hoeveel geluid er gemiddeld per etmaal aanwezig is. Met name de wegen zijn een bron van geluid en zijn daardoor als rode lijnen zichtbaar (slecht). Naarmate er minder geluidbronnen zijn, neemt de geluidhinder af. Ook de locaties met industrie zijn merendeels gecategoriseerd als matig tot slecht. De woongebieden vallen overwegend in de categorie goed (46-50 dB) en redelijk (51-55 dB). Direct langs de (hoofd)weg is de categorie matig (56-60 dB). Aan weerszijden van N242 (Westerweg) is de zone met categorie matig breder. Aan de oostzijde van de weg liggen bedrijventerreinen. De delen van Sint Pancras, Zuid-Scharwoude en Noord-Scharwoude nabij de N242 vallen daardoor in de categorie redelijk.

41 Woningen die voor 2012 al een geluidbelasting boven de 65 dB ondervonden, komen in aanmerking voor

geluidsanering 89

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Oudkarspel

De Noord De Wuyver

Noord-Scharwoude

Zuid-Scharwoude

Zuiderdel Langedijk Heerhugowaard St Pancras

Figuur 4.50 Cumulatieve geluidbelasting in de gemeente Dijk en Waard (Atlas van de Leefomgeving, 2023)

Geluidhinder Iedere 4 jaar onderzoekt de GGD met de Nationale Monitor Volksgezondheid middels een vragenlijstonderzoek onder volwassenen van 19 tot 65 jaar de gezondheid op lokaal niveau: • Uit het onderzoek van 2020 volgt dat minder dan 3% van de inwoners uit de voormalige gemeente Langedijk ernstige geluidhinder van buren ervaarde. In de voormalige gemeente Heerhugowaard lag dit percentage iets hoger, namelijk 5-7%. • Voor de gehele gemeente ervaren 6-8% van de inwoners (2020) langs wegen met een snelheid lager dan 50 km/uur ernstige geluidhinder van wegverkeer. In de voormalige gemeente Langedijk was dat in 2016 nog minder dan 2% en in de voormalige gemeente Heerhugowaard lag dat in het buitengebied hoger (6-8%). In de bebouwde gebieden varieerde dat van <2% tot 4-6%. • Voor wegen met een snelheid hoger dan 50 km/uur geldt dat in 2020 minder dan 2% in de voormalige gemeente Heerhugowaard ernstige geluidhinder ervaarden, in 2016 ervaarden mensen in meerdere delen van deze gemeenten meer hinder (4-6%). In de voormalige gemeente Langedijk ervaarden in 2020 4-6% van de inwoners ernstige geluidhinder van wegen met een snelheid hoger dan 50 km/uur, waar dit in 2016 lager was (<2%) was. In navolgende figuur is voor meerdere geluidbronnen het percentage van de 18+ inwoners van Dijk en Waard aangegeven dat matige tot ernstige geluidshinder in 2020 ervaarde.

Ter vergelijk is ook het percentage van de overige 15 gemeenten in Noord-Holland Noord opgenomen. Het percentage dat geluidshinder van vliegverkeer ervaart ligt in Dijk en Waard duidelijk lager ten opzichte van de regio, voor de overige bronnen verschilt het percentage beperkt.

90

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4.51 Gezondheidsmonitor matige tot ernstige geluidhinder (GGD, 2020)

Autonome ontwikkeling De huidige wetgeving (Wet geluidhinder, Wet milieubeheer) wordt opgenomen in de Omgevingswet en daarmee ook de regelgeving met betrekking tot geluidproductieplafonds (GPP’s) voor rijkswegen en hoofdspoorwegen. De GPP’s worden ook van toepassing op provinciale wegen en gezoneerde industrieterreinen. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de basisgeluidemissies voor de gemeentelijke (spoor)wegen vastgesteld. Indien uit latere monitoring blijkt dat geluid toeneemt met meer dan 1,5 dB, dan dient de gemeente te overwegen of geluidbeperkende of -werende maatregelen getroffen moeten worden. In de Omgevingswet wordt gewerkt met geluidaandachtsgebieden waarvan de begrenzing vastgelegd gaat worden in het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). In vergelijking met de huidige situatie worden de geluidaandachtsgebieden mogelijk breder dan de huidige geluidzones en het is aannemelijk dat onder de Omgevingswet mogelijk meer gebouwen niet gaan voldoen aan de standaardwaarde voor geluid. Geluidoverlast van wegverkeer kan een knelpunt zijn. De verwachte bevolkingsgroei kan zorgen voor een toename van de geluidoverlast door verkeer. Bij toekomstige ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met benodigde geluidssanering en het treffen van mitigerende maatregelen.

Als GPP’s langs weg- en spoorwegen worden overschreden dienen maatregelen getroffen te worden door respectievelijk Rijkswaterstaat of ProRail. De gemeente kan extra maatregelen doorvoeren om het geluid verder te mitigeren onder de GPP’s, maar is hier niet toe verplicht. Dit kan de gemeente bijvoorbeeld doen door het plaatsen van geluidswanden. Ook gelden de grenswaarden uit de Wet geluidshinder (Omgevingswet na 1 januari 2024) voor woningen, scholen en zorginstellingen, maar niet voor industrie, hotels en kantoorpanden. In tegenstelling tot de Rijkswegen, is de gemeente als beheerder van de overige wegen wel verantwoordelijk voor de geluidsbelasting op bebouwing in de omgeving. Ook dient bij nieuwbouw rekening te houden met de voorkeurs- en maximaal toelaatbare grenswaarde. Bij inbreiding is het lastiger om de geluidsbelasting op woningen te mitigeren, maar is bijvoorbeeld mogelijk door het gebruik van andere wegdektypen. Ook is het mogelijk om de grenswaarden op woningen te overschrijden, als aangetoond kan worden dat de gevelisolatie goed genoeg is om aan de grenswaarden van het geluid aan de binnenkant van de gevel te voldoen.

91

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Het gebruik van dikker glas en betere isolatie kunnen bijdragen aan het verlagen van de geluidsbelasting aan de binnenkant van de gevel. Bij nieuwbouwwoningen wordt bovendien getoetst op de gevel van een woning. Een gevel hoeft formeel niet te worden getoetst als deze ‘doof’ wordt gemaakt. Dit betekent dat zich geen te openen delen op de gevel bevinden en de binnenkant van de woning formeel wordt getoetst op geluidsbelasting. Daarnaast mag de gemeente gemotiveerd afwijken van de voorkeurswaarden voor geluid. Dat biedt nog een uitkomst voor bijvoorbeeld centrumgebieden, waar mitigatie vaak niet mogelijk is en waar inwoners rekening moeten houden met meer geluid in een gebied waar veel reuring is.

4.6.3

Geur

Huidige situatie Wanneer mensen stoffen die ze ruiken als onaangenaam ervaren, is er sprake van geurhinder. Geurhinder, en de stress die het oplevert, kan gezondheidsklachten veroorzaken zoals hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid. In Nederland zijn de belangrijkste veroorzakers van geurhinder industrie (onder meer olie- en chemische industrie en afvalverwerkende bedrijven), verkeer, landbouw (met name mest en gier van veebedrijven), open haarden en houtkachels. De Wet geurhinder en veehouderij is sinds 1 januari 2007 van kracht en vormt het toetsingskader voor de geurbelasting vanwege dierenverblijven op geurgevoelige objecten zoals huizen. De Wet kent twee typen diercategorieën. Dieren met en dieren zonder geuremissiefactor. Voor die diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt de waarde in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object uitgedrukt in odour units of per kubieke meter lucht (ou/m3). Deze krijgen een norm toegewezen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken. De hoogte van de norm is afhankelijk van de locatie. In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (I en II) en de rest van Nederland. De gemeente Dijk en Waard behoort niet tot de concentratiegebieden. De geurnorm is binnen de bebouwde kom 2 ou/m 3 en buiten de bebouwde kom 8 ou/m3.

De gemeente Dijk en Waard voert geen actief beleid ten aanzien van geur en hanteert daarmee deze normen. In figuur 4.52 is voor een aantal geurbronnen het percentage van de 18+ inwoners van Dijk en Waard aangegeven dat matige geurhinder tot ernstige geurhinder in 2020 ervaarde. Ter vergelijk is ook het percentage van de overige 15 gemeenten in Noord-Holland Noord opgenomen. Vuurkorven/barbecues veroorzaken de meeste geurhinder en landbouw/veeteelt de minste geurhinder. Ten opzichte van de regio ligt, uitgezonderd vuurkorven/barbecues, het percentage dat geurhinder ervaart lager, vooral wat betreft geurhinder van landbouw/veeteelt.

92

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4.52 Gezondheidsmonitor matige tot ernstige geurhinder GGD 2020

Autonome ontwikkeling Er worden geen toekomstige ontwikkelingen verwacht die een relevante invloed hebben op de mate van geurhinder binnen de gemeente.

4.7

Duurzaamheid

4.7.1

Duurzame elektriciteit

Huidige situatie In tabel 4.20 zijn cijfers te zien over het energie- en elektriciteitsverbruik en de opwekking van hernieuwbare elektriciteit in de gemeente Dijk en Waard, volgens de meest recente cijfers. 42 Het totale energieverbruik binnen de gemeente is 5,7 PJ. De meeste energie wordt gebruikt in de gebouwde omgeving (2,5 PJ), gevolgd door verkeer en vervoer (1,3 PJ), landbouw (1,0 PJ) en Industrie, Energie, Afval en Water (0,8 PJ). In de hele gemeente wordt er in totaal 0,44 TJ aan hernieuwbare energie opgewekt en dat is 7,8% van het totale energieverbruik. Dit is lager dan het landelijke gemiddelde van 10,1%. Wel is er sinds 2010 een toename te zien van de hernieuwbare energie in de energiemix, vooral wat betreft hernieuwbare elektriciteit. Het totale elektriciteitsverbruik in de gemeente was in 2021 1,1 PJ. Circa 23% hiervan werd duurzaam opgewekt. Dit is iets lager dan het landelijke gemiddelde, dat in 2020 ongeveer 27% bedroeg. Het grootste deel van de hernieuwbare elektriciteit in Dijk en Waard werd in 2021 via zonnestroom opgewekt. 50 procent van het opgesteld vermogen aan zonnepanelen ligt bij woningen. In totaal werd er in 2021 ongeveer 235 TJ aan zonnestroom opgewekt in de hele gemeente en 59 TJ aan wind op land. De toename in duurzame stroom die de laatste jaren te zien is komt vanuit zonnestroom.

De hoeveelheid energie door wind op land is al sinds 2011 nagenoeg constant. In 2017 werd er nog minder zonnestroom opgewekt dan wind, maar inmiddels wordt er dus veel meer zonnestroom opgewekt dan wind op land.

42 Regionale klimaatmonitor (databank.nl)

93

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Het totale vermogen van zonnepanelen bij woningen in 2022 was 44.424 kW afkomstig van 13.261 installaties. 43 In 2022 waren er 36.664 woningen in de gemeente: oftewel, circa 36% van de woningen had een zonnedak of zonnepanelen in de tuin. Ervan uitgaande dat het grootste deel hiervan op daken ligt en dat niet alle daken geschikt zijn voor zonnepanelen (schatting op 60% geschikte daken) is er nog een kleine verdubbeling mogelijk van het aantal zonnepanelen bij woningen. Bij toename van het aantal woningen levert dit uiteraard ook een toename van de opwekpotentie op. Het opgesteld vermogen van zonnepanelen bij bedrijven was in 2022 43.795 kW verdeeld over 879 installaties.43 Het gemiddeld vermogen is hier dus veel hoger dan bij woningen. Hiervan stond 8924 kW opgesteld bij landbouwbedrijven. Tabel 4.20 Cijfers over energie- en elektriciteitsverbruik en de opwekking van hernieuwbare energie en elektriciteit voor de gemeente Dijk en Waard. Bron: Regionale Klimaatmonitor

Energieverbruik (2020)

Opwekking hernieuwbare energie (2020)

Elektriciteitsverbruik (2021)

Opwekking hernieuwbare elektriciteit (2020)

Aandeel hernieuwbare elektriciteit t.o.v. verbruik

Dijk en Waard

5,7 PJ

0,44 PJ

1,1 PJ

0,26 PJ

23%

NoordHolland

247,4 PJ

24,3 PJ

67,6 PJ

11,6 PJ

17%

Nederland

1.900 PJ

200 PJ

400 PJ

97 PJ

27%

Autonome ontwikkeling Regionale energiestrategie Noord-Holland Noord De aanpak van het energievraagstuk is iets wat de gemeente niet alleen kan doen. Daarom wordt dit regionaal opgepakt met behulp van een Regionale Energiestrategie (RES). Dijk en Waard maakt onderdeel uit van de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord. In de RES Noord-Holland Noord is de ambitie opgesteld om de hernieuwbare energie op land op te schalen van 2,08 TWh (7,5 PJ) in 2021 naar 3,6 TWh (13 PJ) in 2030. Daarnaast wil de regio in samenwerking met het rijk 1,1 TWh aan zonnestroom opwekken op het IJsselmeer. Binnen de RES Noord-Holland Noord maakt Dijk en Waard deel uit van de deelregio Alkmaar. De totale potentiële opwekking in de regio Alkmaar is 0,40 tot 0,44 TWh (1,4 – 1,6 PJ).44 Een groot gedeelte hiervan wordt binnen Dijk en Waard gezocht. Figuur 4.53 toont de zoekgebieden voor duurzame opwekking in Dijk en Waard. Een belangrijk zoekgebied is zon op grote daken. De zon op daken is gedeeltelijk al gerealiseerd, maar voor een deel ook nog niet. Verder wil men zonnestroom opwekken in omgeving Breekland (04), langs de Westfrisiaweg (07) en in omgeving Zuiderdel (20). Daarnaast zijn er zoekgebieden voor zon en wind rond de N245 in het noorden van de gemeente (04) en het glastuinbouwgebied Alton (06).

Voor al deze zoekgebieden werkt de gemeente samen met grondeigenaren en andere particulieren om de opwekking te realiseren.

43 StatLine - Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio (cbs.nl) 44 Noord-Hollandse Energieregio (21 april 2021), RES 1.0 Noord-Holland Noord

94

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4.53 Zoekgebieden duurzame energieopwekking in Dijk en Waard.

Elektriciteitsvraag Door elektrificatie zal de elektriciteitsvraag vanuit de industrie toenemen. Naast de vraag vanuit de industrie zal ook de elektriciteitsvraag vanuit de bebouwde omgeving toenemen. Onder andere de onderstaande factoren hebben invloed op de elektriciteitsvraag. • Doordat apparaten zuiniger worden, daalt de stroomvraag tussen 2015 en 2040 met een geschatte 25%. 45 • Ondanks efficiëntieverbeteringen waardoor het elektriciteitsverbruik van individuele apparaten afneemt, zal de totale elektriciteitsvraag naar verwachting toenemen. Dit komt doordat er meer elektrische toepassingen bijkomen, waaronder auto’s en warmtepompen, ter vervanging van (fossiele) brandstoffen. • De schatting is dat het aantal elektrische auto’s van 2021 tot 2030 met 6,8% stijgt in Nederland. 46 • De warmtetransitie zal ook leiden tot een stijging in de stroomvraag. Vooral daar waar warmtepompen toegepast worden. • De verwachte bevolkingsgroei en groei van de woningvoorraad zullen ook zorgen voor een hogere elektriciteitsvraag. Wanneer woningen energieneutraal worden gebouwd (o.a. door middel van zonnepanelen) is de toename van de elektriciteitsvraag beperkt, maar ook dan zullen ze afhankelijk zijn van extern opgewekte of opgeslagen energie op momenten dat de zon niet schijnt.

45 GE_Ruimtelijke_verkenning_Energie_en_Klimaat.pdf (generation.energy) 46 PWC (2021). De haalbaarheid van 28 miljard elektrische autokilometers in 2030.

https://www.pwc.nl/nl/assets/documents/pwc-onderzoek-elektrisch-rijden.pdf 95

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Vanwege de vele onzekerheden is de precieze toename van de stroomvraag niet te voorspellen, maar al met al zal de stroomvraag toenemen. De meeste scenario’s gaan uit van een toename van de elektriciteitsvraag van 180 tot 250 procent ten opzichte van 2019, voor Nederland als geheel. In Dijk en Waard zal dit waarschijnlijk minder zijn vanwege de afwezigheid van zeer grote veel verbruikende industrie. Capaciteit Uit een netimpactanalyse voor de RES Noord-Holland Noord is gebleken dat er richting 2030 12 elektriciteitsstations uitgebreid moeten worden en 4 stations nieuw gebouwd moeten worden om de gehele RES te kunnen realiseren. Met het huidige netwerk is ongeveer 50 procent van het bod in de RES te realiseren. Binnen de gemeentegrenzen van Dijk en Waard hoeven geen elektriciteitsstations uitgebreid of nieuw gebouwd te worden. Wel moet een groot elektriciteitsstation tegen de zuidgrens van Dijk en Waard in Oterleek uitgebreid worden, zie Figuur 4.54. De verwachte doorlooptijd hiervan is 5 tot 7 jaar. Dit project is al opgenomen in de investeringslijn van Liander en kan zeer waarschijnlijk voor 2030 gerealiseerd zijn. Tot die tijd kan de netcapaciteit wel van invloed zijn op het tijdspad van nieuwe duurzame opwekking. Naast de elektriciteitsstations zal ook verzwaring van het distributienet nodig zijn.

Liander zegt hierover met betrekking tot de RES 1.0: “Doordat het bod zich meer focust op kleinschalige zon is de verwachting dat op lagergelegen netvlakken significante aanpassingen moeten gaan plaatsvinden. Hoewel niet tot op dit detail is doorgerekend, kunnen we dit wel voorzien. De uitdaging hieraan is dat dit leidt tot veel aanpassingen ‘in de wijken’. Veel kabels en kleine verdeelstations (middenspanningsruimten) zullen moeten worden verzwaard. Dit geeft enorme druk op het werkpakket, het leidt tot hoge kosten en de uitvoerbaarheid (haalbaarheid) van de RES wordt nadelig beïnvloed. Liander werkt op dit moment aan een instrumentarium om sturing te geven aan zon op dak om de haalbaarheid van de potentie te vergroten.” Naast netverzwaring zet Liander daarom ook in op systeemefficiëntie. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van vijf ontwerpprincipes: 1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet. 2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie 3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen van wind en zon 4. Clusteren van duurzame opwek projecten, 5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cable pooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit Door waar mogelijk deze principes te volgen kan de gemeente energieprojecten sneller realiseren.

Het voordeel van principe 4 (clustering) is dat enkel de verdeelstations verzwaard hoeven te worden en niet vele kabels en transformatorruimtes in de wijk, zie Figuur 4.55. Bij niet geclusterde zon op dak moeten meer straten opengelegd worden om het net te verzwaren, wat voor de netbeheerder moeilijk in korte tijd te realiseren is en voor overlast zorgt. Zon op dak heeft echter wel het grote voordeel dat de ruimtelijke impact veel kleiner is dan bij geclusterde zon en wind projecten. De gemeente kan de netbeheerder zo goed mogelijk ondersteunen bij de benodigde verzwaring van het distributienet door de gemeentelijke procedures die hierbij komen kijken zo soepel mogelijk te laten verlopen. Daarnaast kunnen verzwaringen van het net mogelijk gekoppeld worden met andere gemeentelijke werkzaamheden.

96

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4.54 Benodigde uitbreidingen elektriciteitsstation in deelregio Alkmaar van RES Noord-Holland Noord

Figuur 4.55 Het verschil in netimpact tussen geclusterde opwek en niet geclusterd zon op dak

97

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

4.7.2

Duurzame warmte

Huidige situatie Tabel 4.21 toont cijfers over het warmteverbruik en de opwekking van hernieuwbare warmte in de gemeente, volgens de meest recente data van 2020.47 Slechts een klein percentage van alle warmte die in de gemeente wordt gebruikt wordt duurzaam opgewekt, namelijk ongeveer 3,3%. Dat is lager dan het landelijk gemiddelde van 6,8%. Het grootste gedeelte van de hernieuwbare warmte komt uit houtkachels (93 TJ). Daarnaast komt er nog 15 TJ uit WKO met warmtepompen. Ruim 10 procent van de woningen in Dijk en Waard is gekoppeld aan stadsverwarming. Een groot deel hiervan betreft woningen die zijn aangesloten op het regionale warmtenet dat de afvalenergiecentrale van HVC als warmtebron heeft (Figuur 4.56). Deze woningen zijn niet inbegrepen bij het aandeel hernieuwbare energie uit Tabel 4.21. Tabel 4.21 Cijfers over warmteverbruik en opwekking van hernieuwbare warmte voor de gemeente Dijk en Waard, bron: Regionale klimaatmonitor

Gemeente

Warmteverbruik (2020)

Opwekking hernieuwbare warmte (2020)

Aandeel hernieuwbare warmte t.o.v. verbruik

Dijk en Waard

3,2 PJ

0,1 PJ

3,3%

Noord-Holland

121,6 PJ

9,7 PJ

8,0%

Nederland

1.036 PJ

71 PJ

6,8%

Tabel 4.22 Verdeling type verwarming per woning in Heerhugowaard en Langedijk in 2021. Bron: StatLine - Woningen; hoofdverwarmingsinstallaties, wijken en buurten, 2021 (cbs.nl)

Individuele cv

Blokverwarming Stadsverwarming Elektrisch

Onbekend

Heerhugowaard

80%

2%

12%

5%

2%

Langedijk

85%

1%

11%

1%

2%

47 Regionale klimaatmonitor – Hernieuwbare energie (databank.nl)

98

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4.56 Wijken met warmtenetten in 2020 in Heerhugowaard.48

Bij warmteverbruik is er ook een goede mogelijkheid om het verbruik te reduceren door woningen beter te isoleren. Energielabels geven aan hoe energiezuinig een gebouw is. 49 Dit gaat niet alleen over warmteverbruik, maar wordt bijvoorbeeld ook beïnvloed door de aanwezigheid van zonnepanelen. De score varieert van zeer zuinige woningen (donkergroen, klasse A+++++) tot zeer onzuinig (rood, klasse G). Tabel 4.23 geeft de verdeling van energielabels in Dijk en Waard weer voor de jaren 2019/2020. In Dijk en Waard had in 2019 86% van de gelabelde woningen een groen label (label A t/m C). Dit zijn energiezuinige woningen. Landelijk was van alle gelabelde woningen 69,8% groen (label A t/m C), en in een gemiddelde gemeente had in 43,1% van de woningen een geldig label. 50 Gemiddeld 23,6% van de woningen in Nederland had een A, A+ of A++ label. Dijk en Waard scoort daarmee beduidend beter dan het landelijk gemiddelde.

48 Gemeente Heerhugowaard (december 2020), Transitievisie warmte gemeente Heerhugowaard, 49 Energielabels van gebouwen (juli 2022) | Nationale Energie Atlas 50 Onderzoek energielabels 2021 - Energielabel (energielabelprijzen.nl)

99

Datum: 27 juni 2024

OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Tabel 4.23 Verdeling van energielabels in de gemeente Dijk en Waard (2019/2020). Bron: https://www.energielabelprijzen.nl/onderzoek/

Totaal aantal woningen met een geldig energielabel

Percentage woningen met een geldig label

Aantal Aantal Aantal woningen met woningen met woningen met label A (incl. label B label C A+, A++, etc.)

Percentage woningen met een groen (A, B, C) label van alle gelabelde woningen

15.958

46%

6.750

86%

3.127

3.801

Autonome ontwikkeling Regionale structuur Warmte Hoewel de warmtetransitie sterker in handen is van de gemeente dan de elektriciteitstransitie, wordt ook deze voor een groot deel regionaal aangepakt. Als onderdeel van de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord is ook een Regionale Structuur Warmte (RSW) opgesteld. Hieruit blijkt dat er op dit moment een beperkt aantal regiooverstijgende restwarmtebronnen is. Er is de HVC-centrale waarvan de warmte al wordt gebruikt. De potentie van datacenterwarmte wordt onderzocht, maar studies laten een geringe potentie zien. In de regio is wel veel potentie voor geothermie. Op dit moment wordt in andere gemeenten in Noord-Holland Noord al warmte geleverd aan kassen door geothermiebronnen. Er lopen studies naar de mogelijkheid om nieuwe geothermiebronnen aan te leggen. Op een geothermiebron moeten 4000 tot 8000 woningen worden aangesloten om de businesscase rond te krijgen. Transitievisie warmte Heerhugowaard Met name in de wijken met een hoge bebouwingsdichtheid die zijn gebouwd voor 1990, liggen kansen om het warmtenet verder uit te breiden. In de nieuwere en beter geïsoleerde wijken wordt ingezet op elektrisch verwarmen. Woningen in het buitengebied en het oude deel van de Recreatiewijk zullen voorlopig op het aardgasnet aangesloten blijven.

Er wordt gekeken of duurzame gassen, zoals groen gas of waterstof op termijn een duurzaam alternatief zijn voor deze gebieden. In de Transitievisie warmte is een aantal startwijken aangewezen. In de wijk Oostertocht wordt voor een deel van de woningen ingezet op elektrisch verwarmen en voor een deel op aansluiting op een warmtenet. Het warmtenet dat nu al in de Rivierenwijk ligt, wordt uitgebreid richting nieuwbouwwijk De Draai, de Schilderswijk en de Heemradenwijk. Op de bedrijventerreinen, het Stationsgebied en het Stadshart wordt ook ingezet op een collectieve oplossing (Figuur 4.56), welke waarschijnlijk zowel voor verwarming als voor koeling ingezet gaat worden. Er zijn al twee bedrijven actief met het ontwikkelen van de duurzame infrastructuur in dit gebied. In de wijken die niet als startwijk zijn aangewezen stimuleert de gemeente wel no-regret maatregelen zoals isolatie en elektrisch koken. In mei zal de gemeente een meerjarige aanpak voor isolatie publiceren. De transitievisie warmte Langedijk is niet meer actueel en wordt op dit moment geactualiseerd.

4.7.3

Circulaire economie

Huidige situatie Figuur 4.57 toont een hiërarchie van afvalbeleid. Waarbij hergebruik en bronsegregatie de grootste voorkeur krijgen en afdoen van afval de minste voorkeur krijgt. Deze verdeling vormt een belangrijke basis voor de circulariteit van het gemeentelijk afvalbeleid.

100

Datum: 27 juni 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=8896c443-3d10-4f9f-a28f-d6c7eb0888a5