CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Welstandsnota Langedijk 2013

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 202221.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

75

> OBJECTEN

Achtererfgebied

3.1. Bijbehorende bouwwerken op het erf Objectbeschrijving Met een ‘bijbehorend bouwwerk’ wordt bedoeld een functioneel met een op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak. Hieronder vallen aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en overige bouwwerken met een dak. Zonder hoofdgebouw kan er op het perceel geen sprake zijn van een bijbehorend bouwwerk. In de welstandscriteria is onderscheidt gemaakt in: Aangebouwd bouwwerk Een toevoeging aan de begane grondgevel van een gebouw, zoals een aan- of uitbouw, serre, erker, garage e.d. Losstaand bouwwerk Een bouwwerk met (af)dak die los van het hoofdgebouw op het erf staat zoals een schuur, tuinhuis, carport, dierenverblijf, planten- of groentenkas, e.d. Welstandscriteria Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is. Het bestemmingsplan en het gemeentelijke ontheffingenbeleid treden in eerste instantie regelend op voor wat betreft situering en maximale afmetingen. Als het bouwplan niet voldoet aan deze criteria of als er sprake is van een monument of ander specifiek object dan kan de welstandscommissie het bouwplan beoordelen aan de hand van de algemene, de gebiedsgerichte en/of de objectgerichte welstandscriteria.

aangebouwd bouwwerk aan voorgevel (erker)

76

Welstandscriteria voor aangebouwde bouwwerken

Detaillering: • detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw; • aan de voorgevel: o rechthoekig, eventueel met afgeschuinde hoeken; o plat dak of in bepaalde gevallen een flauw hellend dak bedekt met dakpannen, mogelijk doorgetrokken over voordeur; o vormgegeven als een erker, geen serre; o in lijn met geleding/indeling voorgevel; • aan de zij- en achtergevel: o plat dak of desgewenst een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -helling en nokrichting; • een overkapping (carport): o aan minimaal twee zijden open (carport); o eventueel met flauw hellend of licht gebogen dakvorm; • een serre: o een flauw hellend transparant dak; o tussen twee gebouwen op de erfgrens beëindigd met een gemetselde gevel die dak en achtergevel volledig opsluit. Materiaal- en kleurgebruik: • overeenkomstig het hoofdgebouw, of aan de zij- en achtergevel geheel van glas; • geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik.

aangebouwd bouwwerk aan zijgevel

77

> OBJECTEN

Plaatsing en maatvoering: • het bestemmingsplan of het gemeentelijke ontheffingenbeleid is leidend; • bouwwerk is ondergeschikt aan het hoofdgebouw.

Welstandscriteria voor losstaande bouwwerken Plaatsing en maatvoering: • het bestemmingsplan of het gemeentelijke ontheffingenbeleid is leidend; • bouwwerk is ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Detaillering: • detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw; • op het voorerf plat dak of in bepaalde gevallen een flauw hellend dak bedekt met dakpannen; • op het zij- en achtererf plat dak of in geval van achtererfgebied desgewenst een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -helling en nokrichting; • een overkapping (carport of boothuis): o aan minimaal twee zijden open; o eventueel met flauw hellend of licht gebogen dakvorm. Materiaal- en kleurgebruik: • overeenkomstig het hoofdgebouw; • bij plaatsing in erfgrens gemetseld of geïntegreerd in erfafscheiding; • geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik.

losstaand bouwwerk op zijerf (voorerfgebied)

78

3.2. Dakkapellen Objectbeschrijving Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap van een gebouw, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar oppervlak te vergroten. Dakkapellen zijn in het algemeen een ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak. Desondanks zijn dakkapellen, als ze zichtbaar zijn, voor het straatbeeld zeer bepalend. Welstandscriteria Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is. Het bestemmingsplan en het gemeentelijke ontheffingenbeleid treden in eerste instantie regelend op voor wat betreft situering en maximale afmetingen.

> OBJECTEN

Als het bouwplan niet voldoet aan deze criteria of als er sprake is van een monument of ander specifiek object dan kan de welstandscommissie het bouwplan beoordelen aan de hand van de algemene, de gebiedsgerichte en/of de objectgerichte welstandscriteria.

dakkapel op voordakvlak

Plaatsing en maatvoering: • het bestemmingsplan of het gemeentelijke ontheffingenbeleid is leidend; • op een bouwblok herhaling van gelijke dakkapellen qua plaatsing, maatvoering, vormgeving, materiaal- en kleur; • bij meerdere dakkapellen op het dakvlak regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dus niet boven elkaar; • onderzijde meer dan 0.50 m. en minder dan 1.00 m. boven de dakvoet; • bovenzijde meer dan 0.50 m. onder de daknok. Uitzondering mogelijk voor plaatsing in het achterdakvlak;

79

• • •

•

op een mansardedak alleen in het onderste deel van het dakvlak, met de bovenkant gelijnd aan de knik in het dakvlak; tenzij er sprake is van één gekoppelde dakkapel zijkanten meer dan 0.50 m uit zijkant dakvlak. Bij hoekkepers gemeten vanaf het hoogste punt; op het voordakvlak: o niet meer dan één dakkapel; o hoogte maximaal 1.50 m gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeibord of daktrim; op het zij- en achterdakvlak: o afstand minimaal 1.00 meter vanaf voorgevel; o hoogte maximaal 2.00 m gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeibord of daktrim;

Detaillering: • plat dak. Bij een dakhelling groter dan 60° desgewenst een aangekapte dakkapel op het achter- of zijdakvlak; • op het voordakvlak in lijn met geleding/indeling voorgevel; • bij gekoppelde dakkapel gelijke detaillering en kozijnen; • detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw. Materiaal- en kleurgebruik: • overeenkomstig het hoofdgebouw; • zijwanden ondoorzichtig; • geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik.

dakkapel op zijdakvlak

80

3.3. Dakopbouwen (nokverhoging) Objectbeschrijving Bij een aantal veel voorkomende woning typologiën in de gemeente Langedijk levert het toevoegen van een dakopbouw in de vorm van een nokverhoging zoveel extra gebruiksruimte op dat er in deze nota een aantal criteria en uitgangspunten worden geformuleerd om de vormgeving van een dergelijke ingreep mogelijk te maken. Allereerst dient te worden opgemerkt dat het realiseren van extra woonruimte in een woning, door middel van een nokverhoging, als een noodzakelijk kwaad moet worden gezien. Het heeft veruit de voorkeur extra ruimte te creëren op een wijze die recht doet aan het oorspronkelijke silhouet van de onderliggende woning.

Welstandscriteria Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is. Het bestemmingsplan en het gemeentelijke ontheffingenbeleid treden in eerste instantie regelend op voor wat betreft situering en maximale afmetingen. Als het bouwplan niet voldoet aan deze criteria of als er sprake is van een monument of ander specifiek object dan kan de welstandscommissie het bouwplan beoordelen aan de hand van de algemene, de gebiedsgerichte en/of de objectgerichte welstandscriteria. Algemeen: • het toepassen van een vergroting van het woonoppervlak middels een nokverhoging is niet toegestaan op een woning binnen een gebied met een bijzonder welstandsregime; • het toepassen van een vergroting van het woonoppervlak middels een nokverhoging is niet toegestaan op een rijks- en gemeentelijk monument, noch op een door de gemeente Langedijk aangewezen beeldbepalend pand; • het toepassen van een vergroting van het woonoppervlak middels een nokverhoging is niet toegestaan op een woning die deel uitmaakt van een belangrijke lineaire structuurdrager in de gemeente; • een dakopbouw mag nooit uit meer dan één laag bestaand; • een dakopbouw is alleen toegestaan op de oorspronkelijke kap van een hoofdgebouw; • indien er sprake is van een nokverhoging op een bouwblok met één of meerdere identieke woningen, dienen de nokverhogingen op de verschillende woningen identiek, en aansluitend

op elkaar te worden uitgevoerd; • een dakopbouw is alleen toegestaan op een gebouw met een zadeldak met een dakhelling van 30 graden of minder. Op een steiler dakvlak biedt een dakkapel voldoende mogelijkheden voor het vergroten van de woonruimte;

81

> OBJECTEN

Het ligt dan ook voor de hand dat een dergelijke ingreep, die vanuit de openbare ruimte goed is waar te nemen, niet kan worden toegepast in een historischstedenbouwkundig waardevolle setting.

• •

•

op een dakopbouw zijn geen dakkapellen toegestaan; Indien een dakopbouw op een woning die onderdeel uitmaakt van een groter geheel identieke woningen is vergund, geldt deze als trendsetter voor volgende aanvragen; een dakopbouw dient in de doorsnede symmetrisch te worden uitgevoerd.

Plaatsing: • een nokverhoging op een tussenwoning dient van bouwmuur tot bouwmuur te lopen. Eventuele schoorstenen dienen in samenhang met de nokverhoging te worden aangepast; • een nokverhoging op een eindwoning van een bouwblok dient 1,0 meter vanuit de kopgevel te worden beëindigd; • een nokverhoging op een twee-onder-één-kap woning dient van 1 meter uit de kopgevel tot aan de woningscheidende muur te lopen. Uitvoering: • de gevelinvulling van de dakopbouw dient in zijn geheel met een kozijn te worden gemaakt. Het realiseren van dichte gevelvlakken, anders dan ten behoeve van de aansluiting van een binnenwand, is niet toegestaan; • de zijwanden van de dakopbouw mogen niet transparant worden ingevuld; • de zijwanden van een dakopbouw dienen in een terughoudende kleurstelling te worden uitgevoerd. De kleur dient de kleur van het dakvlak te benaderen; • de dakhelling en de dakbedekking van de dakopbouw dient gelijk te worden uitgevoerd aan het onderliggende dakvlak.

Hoogte: • tussen de onderdorpel van het kozijn in de dakopbouw in het achter- en/of voorgevelvlak en de goot dient zich minimaal 1,0 m en maximaal 1,5 meter aan dakvlak te bevinden; • de hoogte van het kozijn in de dakopbouw in het achter- en/of voorgevelvlak mag ten hoogste 1,00 m bedragen; • de bovendorpel van het kozijn in het achter- en/of voorgevelvlak van de dakopbouw mag niet boven de oorspronkelijke noklijn van het hoofdvolume uitkomen. Materiaalgebruik en detaillering: • het materiaalgebruik voor de dakopbouw is in overeenstemming met het materiaalgebruik voor het hoofdgebouw; • het kleurgebruik voor de dakopbouw is in overeenstemming met het kleurgebruik voor het hoofdgebouw; • de detaillering van een dakopbouw (goot, nok, zijgeveldetails, kozijn) is in overeenstemming met de detaillering van het hoofdgebouw.

82

3.4. Dakramen, lichtstraten en andere daglichtvoorzieningen Objectbeschrijving Een dakraam, daklicht, lichtstraat of andere daglichtvoorziening is er in verschillende vormen en maten. Een dakraam is een raam aangebracht in het dakvlak, waarbij de hoofdvorm van het dakvlak behouden blijft en dakbedekking rondom aanwezig is. Een constructie met dakramen kan zodanige vorm aannemen dat er sprake is van een kleine dakkapel of zelfs een dakterrasfunctie heeft. In een schuin dakvlak heeft een tuimelvenster die in het midden scharniert de voorkeur. Ook op een plat dak zijn daglichtvoorzieningen mogelijk in de vorm van een lichtkoepel, daglicht of een lichtstraat.

Plaatsing en maatvoering: • bij meerdere exemplaren regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dus in beginsel niet boven elkaar gerangschikt; • plaatsing meer dan 0.50 m vanaf zijkant dakvlak of dakrand. Bij hoekkepers gemeten vanaf het hoogste punt. • bij meerdere exemplaren in hetzelfde dakvlak identieke maatvoering aanhouden; • op een plat dak: o niet hoger dan 0.60 m.; • op het voor- en zijdakvlak zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied: o niet uit dakvlak stekend; o in lijn met gevelgeleding/-indeling. • op het achter- en zijdakvlak niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied: o niet meer dan 1.00 m loodrecht uit dakvlak stekend.

83

> OBJECTEN

Welstandscriteria Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is. Als het bouwplan niet voldoet aan deze criteria of als er sprake is van een monument of ander specifiek object dan kan de welstandscommissie het bouwplan beoordelen aan de hand van de algemene, de gebiedsgerichte en/of de objectgerichte welstandscriteria.

3.5. Gevelwijzigingen Objectbeschrijving Van een kozijn- of gevelwijziging is sprake bij het toevoegen, vergroten of verplaatsen van een kozijn, kozijninvulling, luik of gevelpaneel. Het vervangen van bestaande kozijnen door hetzelfde type kozijnen (met gelijkwaardige indeling, aard en uitstraling) valt onder het normale onderhoud en is daarmee vergunningvrij. Dat geldt ook indien houten kozijnen worden vervangen door kunststof kozijnen met een gelijkwaardige (houtachtige) uitstraling. Welstandscriteria Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is. Als het bouwplan niet voldoet aan deze criteria of als er sprake is van een monument of ander specifiek object dan kan de welstandscommissie het bouwplan beoordelen aan de hand van de algemene, de gebiedsgerichte en/of de objectgerichte welstandscriteria. Plaatsing en maatvoering: • een nieuwe of het vergroten van een bestaande gevelopening in lijn met de bestaande geleding en indeling van de gehele gevel; • plaatsing binnen gevelvlak. Geen uitstekende onderdelen. • in voorgevel binnen bestaande gevelopeningen indien er (nog) samenhang en ritmiek aanwezig is in het straatbeeld; • In zij- en achtergevel zijn nieuwe gevelopeningen mogelijk.

Detaillering: • detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw; • diepte van negge en profielafmetingen afgestemd op overige kozijnen en/of raamhout van het hoofdgebouw; • geen schuifpuien in voorgevel of in zijgevel direct gelegen aan openbaar toegankelijk gebied. Materiaal- en kleurgebruik: • overeenkomstig het hoofdgebouw; • terughoudend met het gebruik van kunststof, alleen toepasbaar indien dimensioneringen en aansluitingen zijn afgestemd op de gevel; • geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik; • gevelopeningen niet blinderen met panelen of schilderwerk.

84

3.6. Erf- of perceelafscheiding

Welstandscriteria Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is. Het bestemmingsplan en het gemeentelijke ontheffingenbeleid treden in eerste instantie regelend op voor wat betreft situering en maximale afmetingen. Als het bouwplan niet voldoet aan deze criteria of als er sprake is van een monument of ander specifiek object dan kan de welstandscommissie het bouwplan beoordelen aan de hand van de algemene, de gebiedsgerichte en/of de objectgerichte welstandscriteria. Plaatsing en maatvoering: • samenhang wordt niet verstoord; • hoogte maximaal 1.00 m.; • in Oosterdel hoogte maximaal 1.50 m., mits in een geheel open constructie uitgevoerd; • hoogte maximaal 2.00 m. achter de voorgevelrooilijn op het erf of perceel waar het hoofdgebouw staat. Detaillering: • vormgeving afgestemd op erfafscheiding van naburig perceel of karakter omgeving; • extra zorg voor erfafscheidingen direct gelegen aan openbaar toegankelijk gebied. Met name bij de bijzondere welstandsgebieden dorpslinten, dwarsverbindingen en eilanden.

Materiaal- en kleurgebruik: • aansluitend op erfafscheiding van naburig perceel of karakter omgeving, of; • overeenkomstig het hoofdgebouw, of uitgevoerd in metselwerk of hout of ander natuurlijk en niet snel verwerend materiaal; • geen toepassing van kunststof, staal, golfplaat, damwandprofielen, rietmatten of vlechtschermen; • geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik.

85

> OBJECTEN

Objectbeschrijving Een erf- en perceelsafscheiding is een bouwwerk, bedoeld om het erf/perceel af te bakenen van een ander perceel, een buurerf of openbaar toegankelijk gebied. Erf- en perceelsafscheidingen aan de openbare weg zijn van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen te voorkomen. Erfafscheidingen moeten daarom op een zorgvuldige en professionele manier worden geplaatst en worden gemaakt van duurzame materialen. Vanwege het bijzondere karakter van het woongebied Oosterdel is het aanvaardbaar om in dit gebied ten aanzien van erfafscheidingen wat ruimere mogelijkheden te creeren. Dit houdt in dat erfafscheidingen op het voorerf een hoogte van maximaal 1.50 m. mogelijk is, mits zij in een geheel open constructie worden uitgevoerd. Voor bedrijventerrein Breekland gelden de onderstaande criteria niet en is de notitie Erfafscheidingen Breekland (2008) van toepassing.

3.7. Rolhekken, luiken of rolluiken Objectbeschrijving Rolhekken, luiken en rolluiken zijn voorzieningen om ruiten van gebouwen tegen inbraak en vandalisme te beschermen. Deze voorzieningen kunnen de omgeving echter ook een onherbergzaam aanzien geven, hetgeen verloedering juist in de hand werkt. Daarom stimuleert de gemeente in de eerste plaats het toepassen van alternatieve oplossingen zoals geweldbestendig glas of elektronische beveiligingssystemen. Voor woningen is het toepassen van rolhekken, luiken en rolluiken vergunningvrij gesteld. Voor gebouwen anders dan woningen en woongebouwen echter niet. Juist in winkelgebieden zijn de problemen met deze anti-inbraak en –vandalisme voorzieningen het grootst. De gemeente streeft er daarom naar dat rolhekken, luiken en rolluiken de uitstraling van een pand niet negatief beïnvloeden. Welstandscriteria Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is. Als het bouwplan niet voldoet aan deze criteria of als er sprake is van een monument of ander specifiek object dan kan de welstandscommissie het bouwplan beoordelen aan de hand van de algemene, de gebiedsgerichte en/of de objectgerichte welstandscriteria. Plaatsing: • Minimaal 2.00 m. teruggelegen van de uitwendige scheidingsconstructie (pui).

• Of aan de binnenzijde van de uitwendige scheidingsconstructie (pui), mits: o voor minimaal 75% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen. • Of aan de buitengevel, mits: o voor minimaal 90% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen; o rolkasten, geleidingen en rolhekken in de gevel worden ingepast. Detaillering, materiaal- en kleurgebruik: • ingetogen en/of materiaaleigen kleurgebruik of kleuren harmoniërend met interieur of gevel; • geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik.

86

Begrippen Welstandskaart Straatnamenregister Monumenten, karakteristieke en beeldbepalende panden Uitwerking algemene welstandscriteria

> BIJLAGEN

> BIJLAGEN

88

Aanbouwen

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw

Achtererfgebied

erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw

Afdak

dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen

Antenne-installatie

installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie

Band

horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen

Bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde

Beeldbepalend pand

pand dat van waarde is voor het beeld van de omgeving, wat betreft de totaliteit van de bouwmassa naar hoofdafmeting en onderlinge verhoudingen en dakvorm, goothoogte, nokhoogte, nokrichting en dakhelling

Bedrijfsbebouwing

gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter

Beschermd monument

Rijks-, gemeentelijk of provinciaal monument, aangewezen en beschermd op grond van resp. de Monumentenwet 1988, gemeentelijke Erfgoedverordening of de Provinciale monumentenverordening

Beschot

afwerking van een wand met planken, schroten of rabatdelen

Bestemmingsplan

bestemmingsplan, provinciaal inpassingsplan of rijksinpassingsplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening dat van toepassing is op de plaats waar de activiteit wordt of zal worden verricht en de krachtens dat plan gestelde nadere eisen

Bestrating

verharding zoals straatstenen of tegels

Bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning

89

> BIJLAGEN

D1. BEGRIPPEN

Bijbehorend bouwwerk

functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak

Bijgebouw

een op zichzelf staand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en door ligging, constructie en/of afmetingen daaraan ondergeschikt is

Blinde muur of gevel

gevel of muur zonder raam, deur of andere opening

Borstwering

lage dichte muur tot borsthoogte

Boeiboord

opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal

Boerderij

gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis waaronder de stolp, kop-hals-romp en andere typen

Bouwblok

een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt

Bouwen

plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten;

Bouwlaag

verdieping van een gebouw. Een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balken is begrensd

Bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond

Bovenbouw

het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels

Buitengebied

buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd

Bungalow

meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd

Carport

een bouwwerk, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of ander bouwwerk, bestaande uit een slechts van boven afgesloten c.q. afgedekte ruimte van (gedeeltelijk) open constructie, bedoeld voor de stalling van motorvoertuigen.

Dak

afdekking van een gebouw, vlak of hellend, waarop dakbedekking is aangebracht

Dakhelling

de hoek van het dak ten opzichte van een horizontale vlak

Dakkapel

uitbouw op een hellend dakvlak

90

hoogste punt van een schuin dak

Dakopbouw

een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert

Dakraam

raam in een hellend dak

Dakvoet

laagste punt van een schuin dak

Detail

ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam

Ensemble

architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden

Erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden Voorerf

gedeelte van het erf tussen de voorgevellijn en de aan de voorkant van die lijn gelegen perceelsgrens.

Achtererf

gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterkant van die lijn gelegen perceelsgrens.

Zijerf

gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan de zijkant van de lijn gelegen perceelsgrens.

Erker

een al dan niet tot de vloer uitgebouwde toevoeging aan de gevel van een gebouw

Flat

groot kantoor- of woongebouw met meerdere verdiepingen

Galerij

gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen

Gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt

Geleding

verticale of horizontale indeling van de gevel door middel van inspringingen

Gepotdekseld

gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan

Gevel

buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor-, zij- of achtergevel)

Gootklos

in de muur bevestigd stuk balk ter ondersteuning van een goot

Groengebied

gebied met veel beplanting zoals parken, plantsoenen, sportterreinen en natuurgebieden 91

> BIJLAGEN

Daknok

Hoekkeper

de snijlijn van twee aangrenzende dakschilden die elkaar onder een uitspringende hoek snijden, hetgeen onder andere het geval is bij bv. schildaken en stolpdaken

Hoofdgebouw

een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken

Hoogbouw

gebouwen van meer dan vier lagen

Individueel gebouw

zelfstandig, op zichzelf staand gebouw

Industriebebouwing

gebouwen met een industriële bestemming

Industriegebied

gebied bestemd voor de vestiging van industrie

Kavel

grondstuk, kadastrale eenheid

Karakteristiek pand

pand dat van waarde is op grond van de uitwendige hoofdvorm, bepaald door dakvorm, goothoogte, nokhoogte, nokrichting, dakhelling, gevelindeling en karakteristieke elementen

Karakteristieke elementen elementen aan een pand zoals windveren, makelaars, raamluiken, pannenspiegel (stolpboerderij), schoorsteen, dakkapel, kroonlijst, dakgoot, typerende detaillering van hout- en metselwerk Kern

centrum van een dorp of stad

Kilkeper

de snijlijn ter plaatse van een inspringende hoek in het dakvlak. De kilkeper is de inspringende hoek tussen twee dakvlakken ofwel de inwendige hoek tussen twee dakschilden zoals bijvoorbeeld bij een dwarskap/topgevel.

Klossen

uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten

Koolboet

(vrijstaand) bijgebouw voor de opslag van agrarische producten. Bestaande uit één of twee bouwlagen, met mansardekap of een zadelkap

Koolhuis

tuinderswoning met aangebouwde opslag van agrarische producten, woning of opslagruimte onder één kap, waarbij de kap is uitgevoerd als mansardekap of zadelkap

Kop

in het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw

Laag

zie bouwlaag

Laagbouw

gebouwen van één tot drie lagen

Lak

afwerklaag van schilderwerk

Landelijk gebied

zie buitengebied

Latei

draagbalk boven gevelopening

92

dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak

Lichtkoepel

raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel

Lijst

een al dan niet versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel

Lint

langgerekte weg met daarlangs bebouwing

Luifel

een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur

Maaiveld

bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht

Mansardekap

dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat

Massa

volume van een gebouw of bouwdeel

Metselverband

het zichtbare patroon van metselwerk

Nok

horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak

Omgevingsvergunning

vergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Onderbouw

het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met een zadeldak

Ondergeschikt

voert niet de boventoon

Ontsluiting

de toegang tot een terrein of een gebouw

Oorspronkelijk gebouw

het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. Als aan de hand van een originele vergunning niet meer is vast te stellen wat als oorspronkelijk hoofdgebouw kan worden aangemerkt, zal in de praktijk veelal aan de hand van de historische kenmerken van het hoofdgebouw (bijvoorbeeld steenkleur, voegwerk of andere detailleringen) bepaald kunnen worden wat de oorspronkelijke omvang was van het gebouw en welke gevels ‘oorspronkelijk’ zijn. Als dat ook verder geen soelaas biedt zal het gehele hoofdgebouw (met uitzondering van de bouwkundig en functioneel ondergeschikte aangebouwde onderdelen) aangemerkt moeten worden als oorspronkelijk hoofdgebouw.

Openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer 93

> BIJLAGEN

Lessenaarsdak

Oriëntatie

de richting van een gebouw

Overkapping

een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven

Overstek

bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel

Paneel

rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting

Plaatmateriaal

bouwmateriaal dat in plaatvorm geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel)

Planmatige bebouwing

groep gebouwen herkenbaar uitgevoerd volgens een vooraf opgesteld plan

Plint

een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw

Portiek

gemeenschappelijk trappenhuis

Piramidedak

dak bestaande uit vier gelijk hellende vlakken die elkaar bovenaan in een punt ontmoeten

Rabatdelen

planken met duidelijk duidelijke groeven

Renovatie

vernieuwing van een gebouw

Rijtjeshuis

huis als onderdeel van een reeks aaneengebouwde, gelijkende woningen

Rollaag

horizontale rij stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand

Rooilijn

lijn die de grens aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden

Sanering

herinrichting door middel van sloop en vervangende nieuwbouw

Serre

voornamelijk uit glas (gevat in ijzer, hout of kunststof) bestaande uitbouw aan een woonhuis, die via deuren in directe verbinding met de tuin staat

Schilddak

dak met vier hellende vlakken waarvan twee grote en twee kleine vlakken

Schuur

bijgebouw ten behoeve van opslag

Situering

de plaats van een bouwwerk in zijn omgeving

Stolpboerderij

boerderijtype met oorspronkelijk wonen, werken en stallen onder één piramidevormig dak, met als kern een houten vierkant constructie (gebint) waarop een houten kapconstructie van sparren/sporen

Strookramen

boerderijtype met oorspronkelijk wonen, werken en stallen onder één piramidevormig dak, met als kern een hou-

94

ten vierkant constructie (gebint) waarop een houten kapconstructie van sparren/sporen zelfstandig, op zichzelf staand gebouw (kan geschakeld)

Textuur

de voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk)

Uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw

Voorgevellijn

denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk

Voorgevelrooilijn

als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening

Voorerfgebied

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied

Windveer

plank aan weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen

Woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden

Zadeldak

dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen

Zijgevellijn

denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk

> BIJLAGEN

Solitair gebouw

95

96

D2. WELSTANDSKAART

> BIJLAGEN

De welstandskaart met alle kernen op schaal 1:10.000 en een overzichtskaart op schaal 1:20.000 behoort bij de gemeentelijke welstandsnota zoals deze door de gemeenteraad is vastgesteld. De begrenzingen van de welstandsgebieden zijn gebaseerd op perceelsgrenzen en topografische kenmerken zoals straten, waterlopen en andere fysieke structuren. Bij twijfel over de begrenzingen zal de gemeente, dan wel de welstandscommissie, beslissen welk welstandsgebied van toepassing is.

97

98

D3. STRAATNAMENREGISTER

A Aagtegroet Aalbos Aalscholver Aalscholverlaan Acacialaan Achtergraft Achtkant Achterstraat Admiraalsgroet Ahornlaan De Afslag Alikruik Amalia van Solmsstraat Ambachtsdijk Amelsgroet Anemonenstraat Anna van Burenstraat Anna van Saksenstraat

5 1 6 4 4 1 5 3 5 4 1 en 4 5 4 1 en 8 5 5 4 4

Zuid-Scharwoude Broek op Langedijk Broek op Langedijk Sint Pancras Sint Pancras Koedijk Sint Pancras Noord-Scharwoude Zuid-Scharwoude Sint Pancras Broek op Langedijk Noord-Scharwoude Noord Scharwoude Oudkarspel Zuid-Scharwoude Noord-Scharwoude Noord-Scharwoude Noord-Scharwoude

B Bakkerslaan Bakkerspad Baljuw Beekpunge Begoniastraat Benedenweg Berkenhof Berrie Beukenlaan Beurtschipper Beverplein Bijlestaal Binnenroe Bitterzoet Blaasjeskruid Blokkeel Boeier Boeterslaan Boezemschop Bogert Boomgaard Bosgroet Bovenweg Braeck

4 1 1 en 4 5 4 1 4 7 4 5 4 7 5 5 5 5 4 4 7 7 4 5 1 4

Sint Pancras Broek op Langedijk Sint Pancras Oudkarspel Noord-Scharwoude Sint Pancras Zuid-Scharwoude Oudkarspel Zuid-Scharwoude Oudkarspel Sint Pancras Broek op Langedijk Sint Pancras Oudkarspel Oudkarspel Sint Pancras Broek op Langedijk Sint Pancras Oudkarspel Broek op Langedijk Zuid-Scharwoude Zuid-Scharwoude Sint Pancras Sint Pancras

> BIJLAGEN

In de digitale versie kunt u met de muis op een nummer klikken en komt u direct bij de bijbehorende uitwerking terecht. In geval van twijfel beoordeelt de welstandscommissie welk gebied het betreft.

99

Brammersgroet Brasem Brederodestraat Breedale Breede Plat Breesloot Broeckerhoek Broeker Werf Bruggesloot Burensloot Buttersgroet

5 5 4 8 7 5 1 7 5 5 5

Zuid-Scharwoude Zuid-Scharwoude Oudkarspel Oudkarspel Broek op Langedijk Broek op Langedijk Sint Pancras Broek op Langedijk Broek op Langedijk Broek op Langedijk Zuid-Scharwoude

C Cederlaan Charlotte de Bourbonstraat

4 4

Zuid-Scharwoude Noord-Scharwoude

D Daalmeerpad Dahliastraat A.V.H. Destreelaan Diepsmeer Diepsmeerweg Dijk Dijkpad Dijkstalweg Dodaars Domeynen Doofpot Dorpsstraat

8 5 1 en 4 8 8 1 1 8 6 4 5 1

Drogesloot Dromersloot Dubbelebuurt Dulleweg Dwarspad

5 5 3 1 3

Sint Pancras Noord-Scharwoude Sint Pancras Oudkarspel Oudkarspel Broek op Langedijk Broek op Langedijk Sint Pancras Broek op Langedijk Sint Pancras Broek op Langedijk Oudkarspel, NoordScharwoude, ZuidScharwoude en Broek op Langedijk Broek op Langedijk Broek op Langedijk Broek op Langedijk Broek op Langedijk Broek op Langedijk

E Eendrachtsstraat Eiber Eikenlaan Eikenlaan Eilandpad Elzenlaan Elzenlaan Engelenburg Esdoornlaan

3 6 4 4 2 4 4 3 4

Zuid-Scharwoude Zuid-Scharwoude Zuid-Scharwoude Sint Pancras Broek op Langedijk Zuid-Scharwoude Sint Pancras Oudkarspel Zuid-Scharwoude

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=60726455-9fcd-4ad1-a4a7-7aed38aebb70