Bijlage 3 - Welstandsnota Langedijk 2013
Tekst van het document
A B C
WELSTANDSNOTA 2013 GEMEENTE LANGEDIJK VASTGESTELD D.D. 22 JANUARI 2013
1
Het digitale exemplaar van deze Welstandsnota is een interactieve Adobe Reader versie, waarmee u relatief eenvoudig kunt ‘bladeren’ binnen het document. Door in de inhoudsopgave met de muiscursor op een onderdeel te klikken komt u gelijk uit bij het gekozen hoofdstuk of paragraaf. Door in de gekleurde rechter- of linkerbalk te klikken komt u weer terug bij de inhoudsopgave. Naast de inhoudsopgave zijn ook in de teksten koppelingen aangebracht, zodat u met één muisklik de bijbehorende informatie kunt vinden. Deze koppelingen zijn onderstreept. Als bijlage is een straatnamenregister opgenomen, waarmee u op basis van een straatnaam met een muisklik de juiste gebiedsuitwerking kunt vinden.
2
VOORWOORD Deze welstandsnota draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van Langedijk. Als wethouder ben ik dan ook trots op deze vernieuwde en actuele nota Welstandsbeleid. Het belangrijkste doel van het beleid is om mensen, maar ook marktpartijen, te inspireren tot ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. Die ruimtelijke kwaliteit omvat niet alleen de gebruikswaarde van bouwwerken, maar ook hun culturele waarde (belevingswaarde) en toekomstwaarde. Ruimtelijke kwaliteit heeft bovendien een economische dimensie. Herkenbaarheid, identiteit, sfeer en allure van dorpen en buurten bepalen mede de aantrekkelijkheid van de woon- en werkomgeving als verblijfs- en vestigingsplaats en zijn daarmee tevens van invloed op de concurrentiepositie en de waarde van bedrijfsterreinen, gebouwen en woningen. Daarom gaat het beleid ook uit van de gebiedskwaliteiten. Inspireren kan namelijk niet met een juridisch dictaat of een checklist. De nota gaat uit van minimale regels waar het kan en maximale kwaliteitseisen waar het moet. Daarbij is de plaats waar gebouwd wordt van groot belang. Welstandsbeleid dat uitgaat van gebiedskwaliteiten is een goed voorbeeld van culturele planologie. Juist de samenhang met landschap en groen, kunst, cultuurhistorie en openbare ruimte zorgt er voor dat disciplines elkaar versterken.
Zo bouwt de gemeente Langedijk op haar eigen wijze aan ruimtelijk kwaliteitsbeleid voor het hele gemeentelijk gebied en voor alle schaalniveaus. De gebiedsgerichte opzet van de nota welstandsbeleid is zodanig, dat ruimtelijk beleid op andere gebieden dan welstand daarin opgenomen kan worden. De primaire verantwoordelijkheid voor een goede ruimtelijke kwaliteit berust bij burgers, opdrachtgevers en ontwerpers. De gemeente heeft hier vooral stimulerende en voorwaardenscheppende taken. Onverlet die ordening en rol is het wenselijk om het minimum vereiste welstandsniveau van bouwwerken met regels te waarborgen. Burgers en bouwpraktijk mogen aan het eind van de ruimtelijke planvormingsprocessen niet worden verrast door welstandscriteria die door de gemeente worden gehanteerd. Deze nota moet een waardevol document worden voor toekomstige bouwers en ontwerpers in Langedijk. Welstand is dan ook een samenspel tussen gemeente en burgers. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van onze Langedijkse leefomgeving. Wethouder E.M. (Ilse) Overzier
3
INHOUD A > ALGEMEEN A1. Inleiding 1.1. Redelijke eisen van welstand.....................7 1.2. Doel en uitgangspunten ............................7 1.3. Welstandsnota ...........................................8
A3. Afwijken, standaardplan en excessen 3.1. Mogelijkheden om af te wijken ................. 15 3.2. Standaardplannen ..................................... 16 3.3. Handhaving en excessenregeling .............. 16
A2. Ruimtelijk kwaliteitsbeleid 2.1. Structuurvisie Langedijk.............................9 2.2. Cultuurhistorie en monumenten ...............10 2.3. Relatie met overig beleid ...........................11
A4. Algemene welstandscriteria
B > GEBIEDEN B1. Toelichting 1.1. Algemeen ...................................................23 1.2. Gebiedsindeling en welstandsambities .....23 1.3. Randen en overgangsgebieden .................26 1.4. (Her)ontwikkelingsprojecten .....................26
B2. Gebiedsuitwerkingen 2.1. Gebied 1: Dorpslinten................................ 28 2.2. Gebied 2: Dwarsverbindingen ................... 32 2.3. Gebied 3: Eilanden..................................... 36 2.4. Gebied 4: Woonbuurten 1940-1990 ......... 40 2.5. Gebied 5: Woonbuurten na 1990 .............. 44 2.6. Gebied 6: Oosterdelgebied ........................ 48 2.7. Gebied 7: Bedrijventerreinen .................... 52 2.8. Gebied 8: Buitengebied ............................. 56
C > OBJECTEN C1. Toelichting 1.1. Algemeen ...................................................63 C2. Specifieke bouwwerken 2.1. Monumenten, karakteristieke en beeldbepalende panden ....................................64 2.2. Stolpboerderijen ........................................66 2.3. Koolboeten en koolhuizen .........................68 2.4. Bruggen .....................................................70 2.5. Reclame-uitingen .......................................72
C3. Veel voorkomende kleine bouwwerken 3.1. Bijbehorende bouwwerken op het erf ...... 76 3.2. Dakkapellen ............................................... 79 3.3. Dakopbouwen (nokverhogingen) .............. 81 3.4. Dakramen e.d. ........................................... 83 3.5. Gevelwijzigingen ........................................ 84 3.6. Erf- of perceelafscheiding ......................... 85 3.7. Rolhekken, luiken en rolluiken .................. 86
D > BIJLAGEN D1. Begrippen .................................................89 D2. Welstandskaart .........................................96 D3. Straatnamenregister .................................99 D4. Monumenten, karakteristieke en beeldbepalende panden ...........................111 D5. Uitwerking algemene welstandscriteria ..127
4
Inleiding Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Afwijken, standaardplan en excessen Algemene welstandscriteria
A > ALGEMEEN
> ALGEMEEN
5
6
> ALGEMEEN
A1. INLEIDING 1.1. Redelijke eisen van welstand Bij iedere aanvraag voor een vergunning wordt bekeken of de plannen voldoen aan redelijke eisen van welstand. De welstandsbeoordeling is volgens artikel 12 van de Woningwet gericht op het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk. Het bouwwerk moet zowel op zichzelf als in verband met zijn omgeving worden beoordeeld, waarbij ook verwachte veranderingen van die omgeving een rol kunnen spelen. Artikel 12 maakt duidelijk dat de welstandsbeoordeling een complex gebeuren is, waarbij deskundigheid en kennis van de omgeving vereist is. Door de oneindige hoeveelheid combinaties van bouwwerk en omgeving valt de welstandsbeoordeling onmogelijk te standaardiseren of te objectiveren. Het is goed om meer zekerheid en meer openheid rondom de welstandsbeoordeling te geven. Veel mensen zijn bereid mee te werken aan het in stand houden of zelfs bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit van hun leefomgeving, maar willen wel graag van te voren op de hoogte zijn welke aspecten een rol spelen bij de welstandsbeoordeling. Modernisering en vermaatschappelijking van het welstandstoezicht is een belangrijke doelstelling van de herziene Woningwet, die in januari 2003 van kracht is geworden.
Artikel 12 van de Woningwet is destijds uitgebreid met artikel 12a, dat bepaalt dat de welstandsbeoordeling alleen nog maar kan worden gebaseerd op door de gemeenteraad in een welstandsnota vastgestelde welstandscriteria.
1.2. Doel en uitgangspunten Het welstandsbeleid van Langedijk is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. Gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving van de mensen in Langedijk. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar van het bouwwerk alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Doel van het welstandsbeleid is het streven naar (behoud van de) kwaliteit van de publieke ruimte. Eén gebouw of bouwwerk staat vaak niet op zichzelf maar is onderdeel van een omgeving. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om voor verschillende gebieden de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden te benoemen en een rol te geven bij de beoordeling van bouwplannen. De welstandsnota moet hanteerbaar zijn voor verschillende doelgroepen: burgers, aannemers, architecten, bestuurders, ambtenaren en leden van de welstandscommissie. Met de welstandsnota kan de gemeente een stimulerend, duidelijk en goed te handhaven welstandstoezicht inrichten en opdrachtgevers, burgers en ontwerpers in een vroeg stadium informeren welke criteria van toepassing zijn.
7
1.3. Welstandsnota Omdat de welstandsbeoordeling een complex gebeuren is, vraagt het college van burgemeester en wethouders bij de meeste bouwplannen een deskundig en onafhankelijk advies van de welstandscommissie. De werkwijze, samenstelling en taakomschrijving van de welstandscommissie is opgenomen in een Reglement van Orde dat door de gemeenteraad is vastgesteld als bijlage bij de gemeentelijke bouwverordening Het advies van de welstandscommissie is uiteindelijk één van de aspecten die een rol spelen bij de beslissing van het college van burgemeester en wethouders om een vergunning al dan niet te verlenen. Het welstandsadvies is gebonden aan democratisch vastgestelde welstandscriteria. De gemeenteraad stelt met de welstandsnota vast, waar de welstandscommissie op moet letten bij de beoordeling en waar het college van burgemeester en wethouders zijn beslissingen op moet baseren. In praktijk zal de welstandsnota niet als leesboek worden gebruikt. Wie wil weten welke criteria op een aanvraag van toepassing zijn, zal eerst op basis van het bouwplan moeten kijken welke criteria van toepassing zijn; criteria voor kleine bouwwerken, criteria voor specifieke bouwwerken of gebiedsgerichte criteria. De welstandsnota bestaat uit vier delen. DEEL A begint met de algemene beginselen, de uitgangspunten en doelstelling van het welstandstoezicht.
Vervolgens wordt een weergave gegeven van het bestaande ruimtelijk kwaliteitsbeleid, waarin beschreven is op welke wijze de gemeente de ruimtelijke kwaliteit waarborgt. Tenslotte wordt ingegaan op de mogelijkheden om af te wijken van de welstandscriteria, over het omgaan met standaardplannen en een excessenregeling. DEEL B van de welstandsnota geeft de gebiedsgerichte welstandscriteria die het college van burgemeester en wethouders en de welstandscommissie gebruiken bij het welstandsoordeel. Deze worden bij iedere welstandsbeoordeling gebruikt, om te beoordelen hoe het bouwwerk zich gedraagt in zijn omgeving. De gebiedscriteria laten meer ruimte over voor interpretatie. In dit hoofdstuk wordt tevens de procedure gegeven voor het opstellen van welstandscriteria voor nieuwe grotere projecten. DEEL C omvat de objectgerichte welstandscriteria met criteria voor specifieke bouwwerken en de welstandscriteria voor kleine bouwwerken. Bepaalde bouwwerken hebben zo’n specifieke functie of karakter dat daarvoor ‘eigen’ welstandscriteria zijn opgesteld. Daarna volgen de criteria voor de welstandstoets van veel voorkomende kleine bouwplannen. Deze criteria zijn vrijwel objectief en meetbaar, zodat een eenvoudige en snelle welstandstoets mogelijk is.
In DEEL D wordt de nota afgesloten met een aantal bijlagen: een begrippenlijst, een gedetailleerde welstandskaart en een register van straatnamen met een verwijzing naar de betreffende gebiedsuitwerkingen.
8
> ALGEMEEN
A2. RUIMTELIJK KWALITEITSBELEID De kwaliteit van de ruimte wordt in de gemeente Langedijk van groot belang geacht. In verschillende beleidsdocumenten, waaronder bestemmingsplannen, gebiedsvisies en beeldkwaliteitplannen krijgt de ruimtelijk kwaliteit voldoende aandacht. De fundamenten zijn gelegd in de Structuurvisie 2012-2030 en de Nota Cultuurhistorie 2011. Deze beleidsdocumenten hebben betrekking op de gehele gemeente en geven inzicht in waardering en ambities van (delen van) het gemeentelijk grondgebied.
2.1. Structuurvisie Langedijk De raad heeft de structuurvisie 2012-2030 op 18 september 2012 vastgesteld. De structuurvisie geeft de ruimtelijke ontwikkelingen op hoofdlijnen weer en beoogt daarmee een kader te bieden voor tussentijdse initiatieven. De structuurvisie Langedijk 2000-2020 is tien jaar geleden door de raad vastgesteld. Centraal stond toen de vraag hoe de ruimte van Langedijk verder in te delen in een gestaag groeiende samenleving. Opgaven waren vooral de ruimtelijke reserveringen voor grote aantallen woningen, nieuwe bedrijventerreinen en een robuuste infrastructuur die de groei van de mobiliteit kon opvangen. Anno 2012 lijken de opgaven voor de toekomst van Langedijk veel meer beheerst te worden door vragen als hoe om te gaan met de verminderde groei van de bevolking en daarbinnen met vergrijzing en ontgroening. Daarnaast is de vraag relevant hoe naar de toekomst om te gaan met het karakteristieke en centrale lint. Missie en ambities De basis van de structuurvisie is door de raad vastgelegd in het missie- en visiedocument 'Langedijk ondernemend samenleven’ (13 mei 2008). Voor de ruimtelijke kwaliteit is aangegeven dat de gemeente wil streven naar behoud en waar mogelijk versterken van de cultuurhistorische waarden, het dorpse karakter en landelijke waterrijke uitstraling.
Geen museumdorp, maar vernieuwend met behoud van het goede door nieuwbouw aan te laten sluiten bij de oorspronkelijke structuur van het dorp. Ruimte, natuur en uitzicht zijn daarmee uitgangspunt. Voor hoogbouw is geen plaats. De missie en ambities zijn in de structuurvisie per beleidsthema uitgewerkt. Voor het welstandsbeleid zijn vooral de thema’s ‘cultuurhistorie’ en ‘ruimtelijke opbouw’ van belang en daarom hierna samengevat.
9
Cultuurhistorie De cultuurhistorie en het ontstaan van Langedijk heeft een prominente rol in de structuurvisie. Cultuurhistorische structuren worden gezien als belangrijke identiteitsdragers en vormen de aanleiding voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Genoemde doelen en ambities ten aanzien van de cultuurhistorie zijn: • • • •
Landschap en cultuurhistorie vormen de basis voor nieuwe ontwikkelingen. Een vitaal lint, waar het centrale lint, Dorpsstraat, Voorburggracht, Achterburggracht de ‘ruggengraat’ en ‘levensader’ vormen van Langedijk. Een waterrijk Langedijk waarin veel wateroppervlak, doorvaarbaarheid en eilandenstructuur vanzelfsprekend zijn. Revitalisering lint en wijken met onder andere een inrichting van de openbare ruimte die recht doet aan cultuurhistorisch karakter en betekenis.
Volgend uit deze ambities zijn verschillende opgaven voorgesteld, waaronder het behoud, conservering en versterking van waardevolle architectuur en elementen in het centrale lint. Ruimtelijke opbouw In het onderdeel ‘Ruimtelijke opbouw’ wordt de ruimtelijke ontwikkeling tot nu toe beschreven en wordt de overstap gemaakt naar de gewenste ruimtelijke ontwikkeling voor de toekomst. Hier wordt geconcludeerd dat het centrale lint van de aaneengeregen vier dorpen een groot deel van haar oorspronkelijke vitaliteit heeft verloren door het verdwijnen van functies zoals detailhandel in de dorpslinten. Desondanks heeft Langedijk nog veel van haar oorspronkelijke structuur, eigenheid en uniciteit behouden. Met de genoemde missie en ambities als basis worden de volgende ruimtelijke doelen en ambities geformuleerd: •
Het centrale lint als belangrijkste structuurdrager.
• •
•
Een ruimtelijke opbouw die recht doet aan het onderliggende landschap, waarin water een prominente rol vervult. En een opbouw waar de verschillende dorpen verbonden zijn door het centrale lint en een eigen identiteit en karakter hebben. Een centraal, vitaal en krachtig lint, rijk aan cultuurhistorie en variatie met een continu karakter die niet onderbroken wordt door grootschalige infrastructuur. Een ruimtelijke structuur met uitstekende mogelijkheden voor wandelen, fietsen, varen en openbaar vervoer. En een afgewogen aanbod van voorzieningen in iedere kern, zoveel mogelijk in of nabij het lint. Duurzaam ruimtegebruik en een ruimtelijke opbouw en structuur die inspeelt op en mogelijkheden biedt voor duurzaam energiegebruik.
Belangrijkste opgave is om het centrale lint als belangrijkste structuurdrager te behouden en te versterken, maar ook om de eigen identiteit van de verschillende dorpen in stand te houden. Vooral het verschil tussen enerzijds St. Pancras op oude strandwal en de vier dijkdorpen anderzijds. Ten aanzien van bedrijventerreinen wordt in de Structuurvisie ingezet op de representativiteit van bedrijventerreinen ten behoeve van een kwaliteitsverbetering.
10
> ALGEMEEN 2.2. Cultuurhistorie en monumenten In deel A van de structuurvisie wordt al aangegeven dat cultuurhistorie een belangrijke rol heeft in de ruimtelijke kwaliteit en beleving van Langedijk. De afgelopen jaren hebben zowel op landelijk als op provinciaal niveau ontwikkelingen plaatsgevonden op het gebied van de cultuurhistorie. Mede door de wijziging van de Monumentenwet, maar bijvoorbeeld ook door de Nota Belvedere en de beleidslijn Culturele Planologie van de Provincie Noord-Holland, is cultuurhistorie ingebed in procedures van ruimtelijke ordening. Vooral bij het realiseren van ruimtelijke kwaliteit is de inbreng van cultuurhistorische factoren van belang. Het beleid ten aanzien van de cultuurhistorie en monumentenbeheer vormt daardoor een belangrijke pijler voor het welstandsbeleid. Beleidsnota Cultuurhistorie Langedijk 2011 In de beleidsnota Cultuurhistorie Langedijk heeft de gemeente Langedijk de achtergronden en onderbouwingen voor het cultuurhistorisch beleid gedetailleerd uiteen gezet. Belangrijkste doel is inventarisatie, stimuleren en bewustwording. Het voorgestelde beleid is in overeenstemming met dat van het Rijk en provincie. Naast een gedegen beschrijving van de ontstaansgeschiedenis en mogelijkheden voor inbedding in het ruimtelijke ordeningsbeleid zijn een aantal aanbevelingen opgenomen.
Aan de hand daarvan kan de gemeente kan besluiten over het te voeren cultuurhistorisch beleid en de uitvoering daarvan. Voor het voeren van integraal cultuurhistorisch beleid is het van belang dat een goede afstemming plaatsvindt tussen de verschillende gemeentelijke disciplines zoals monumentenzorg, bouw- en woningtoezicht, ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, grondzaken, voorlichting en dergelijke. Het welstandsbeleid geeft hier gevolg aan door rekening te houden met de inventarisatie ten behoeve van de indeling van welstandsgebieden en bijbehorende ambities. Tevens zijn in de welstandsnota criteria opgenomen voor monumenten, karakteristieke en beeldbepalende panden en andere specifiek cultuurhistorisch van belang zijnde bouwtypen. Monumenten Op grond van de Monumentenwet 1988 heeft de gemeente een belangrijke taak bij de bescherming en instandhouding van rijksmonumenten. Als voorwaarde om een eigen monumentenbeleid te mogen voeren moet iedere gemeente beschikken over een monumenten- of erfgoedverordening waarin tenminste de instelling van een gemeentelijke monumenten- of erfgoedcommissie wordt geregeld. De gemeente Langedijk heeft een Erfgoedverordening en een eigen lokale Erfgoedcommissie. In de verordening zijn bepalingen opgenomen omtrent de aanwijzing van gemeentelijke monumenten en vergunningverlening voor Rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten.
De aanwijzingsbevoegdheid van rijksmonumenten blijft berusten bij de minister, evenals de aanwijzing van, van rijkswege beschermde, stads- en dorpsgezichten.
11
Binnen de gemeente zijn tien objecten aangewezen als Rijksmonument. Acht daarvan behoren tot de oude monumenten (voor 1850). Naast de Nederlands Hervormde kerken in Oudkarspel, Zuid-Scharwoude, Broek op Langedijk en Sint Pancras zijn ook het Regthuis in Oudkarspel, de Broekerveiling en de beide poldermolens geplaatst onder rijksbescherming op grond van de Monumentenwet (1988). Halverwege de jaren negentig zijn de jonge monumentale gebouwen en structuren in de gemeente geïnventariseerd. Dit heeft geresulteerd in een MSP-document (Monumenten Selectie Project) waarin de waardevolle objecten en ruimtelijke structuren uit de periode 1850-1940 zijn gedocumenteerd. In de gemeente Langedijk zijn in dit kader twee objecten onder rijksbescherming geplaatst. In de eerste plaats betreft dit de Kruisbasiliek in neogotische stijl uit 1905, die is gesitueerd aan de Dorpsstraat in Noord-Scharwoude. Het andere object betreft de voormalige Conservenfabriek uit 1878 aan de westzijde van de Voorburggracht in Noord-Scharwoude. De provincie Noord-Holland heeft zes provinciale monumenten aangewezen in de gemeente Langedijk. Het betreft een gedeelte van de Westfriese Omringdijk bij Koedijk. Daarnaast is een viertal koolboeten als provinciaal monument aangewezen. Deze vier koolboeten zijn in de directe nabijheid van elkaar gesitueerd aan de Dorpsstraat in Broek-op-Langedijk.
Vlakbij deze koolboeten is het zesde provinciale monument gelegen, namelijk een voetbrug in Broek op Langedijk. De gemeente Langedijk is voornemens gemeentelijke monumenten aan te wijzen. Daarnaast is er een lijst van karakteristieke en beeldbepalende panden, die als bijlage bij de welstandsnota is opgenomen. Karakteristieke en beeldbepalende panden Als bijlage bij deze Welstandsnota is een lijst met karakteristieke en beeldbepalende panden opgenomen. Deze lijst is opgesteld door het adviesbureau BügelHajema in 2004, onder andere gebaseerd op het Monumenten Inventarisatie Project (MIP), dat begin jaren ’90 vorige eeuw door de provincie Noord-Holland is uitgevoerd. Deze lijst is uitgebreid met een aantal karakteristieke en beeldbepalende panden, in 2011 geïnventariseerd door de Erfgoedcommissie. In de nieuwe bestemmingsplannen worden deze karakteristieke en beeldbepalende panden aangegeven op de bestemmingsplankaart. Bij verbouwingsplannen is dit een extra signaal voor de Welstandscommissie bij de opstelling van een advies. Er zijn objectgerichte welstandscriteria van toepassing.
12
> ALGEMEEN 2.3. Relatie met overig beleid Gebiedsvisie Kwaliteit van de ruimte wordt in de gemeente Langedijk van groot belang geacht. Daarom worden voor dorpskernen en ontwikkelgebied zogenaamde gebiedsvisie's opgesteld. Een gebiedsvisie is een goed middel om vanuit landschap en cultuurhistorie de beoogde ruimtelijke kwaliteit te verantwoorden. De gebiedsvisie schept kaders en ambities voor ruimtelijke ontwikkelingen passend binnen de identiteit van een gebied. Soms als conserverend plan, maar met name als inspirerend plan voor nieuwe ontwikkelingen. Een gebiedsvisie kan als onderlegger voor een bestemmingsplan(herziening) en een beeldkwaliteitplan worden gebruikt. In de gebiedsvisie worden geen welstandscriteria opgenomen maar geeft een nader uit te werken visie. Bestemmingsplan In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening. Datgene dat door het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld.
Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit, het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo’n geval de welstandsnota daartoe argumentatie leveren. Beeldkwaliteitplan en welstandsparagraaf De welstandsnota is geen statisch document. De gemeente Langedijk laat bij nieuwe ontwikkelingen vaak een beeldkwaliteitplan of welstandsparagraaf opstellen die middels de reguliere inspraakprocedure toegevoegd wordt aan de vigerende welstandsnota. Uiteraard gelden voor deze documenten dezelfde eisen als voor de welstandsnota: vaststelling in de vorm van beleidsregels door de gemeenteraad, inspraak conform de gemeentelijke inspraakverordening en welstandscriteria die ‘zo veel mogelijk’ zijn toegespitst op het individuele bouwwerk en die specifieke aspecten van het bouwwerk beschrijven.
Zodra vastgesteld als onderdeel van de welstandsnota worden welstandsparagrafen en beeldkwaliteitplannen onderdeel van het welstandsbeleid in de gemeente. De welstandsnota blijft het belangrijkste kader voor de welstandstoetsing. Vastgestelde welstandsparagrafen of beeldkwaliteitplannen zijn daarbij aanvullende beoordelingskaders.
13
Beeldkwaliteitplan buitengebied De Provincie Noord-Holland heeft in het Streekplan voor Noord-Holland Noord het beeldkwaliteitplan verplicht gesteld bij nieuwe ontwikkelingen die zich buiten de bestaande stedelijke contouren voordoen. Bij consoliderende bestemmingen is er geen verplichting. In het beeldkwaliteitplan dient aandacht te worden besteed aan de landschapsstructuur, de cultuurhistorische waarden en de relatie tussen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en de bestaande karakteristieken van een gebied. Het is aan te bevelen bij een beeldkwaliteitplan voor het buitengebied tevens de welstandsaspecten mee te nemen en deze als onderdeel van de welstandsnota te laten vaststellen. Reclamebeleid De gemeente is tijdens de actualisatie van deze welstandsnota bezig met het opstellen van een separaat reclamebeleid. Na vaststelling zal bij verwijzing in de reclamenota de opgenomen welstandscriteria voor reclame-uitingen (deels) vervangen en/of aangevuld worden. De in deze nota opgenomen welstandscriteria zijn gebaseerd op de oorspronkelijke welstandsnota afgestemd op de richtlijnen uit het Ontheffingenbeleid gemeente Langedijk van mei 2011.
Nota antennebeleid Om te voorkomen dat de gehele gemeente vol komt te staan met zendmasten voor mobiele telefonie heeft de gemeente in de Nota Antennebeleid de voorkeur uitgesproken voor een centralisatie van antennes in enkele grote masten of op enkele gebouwen. De aantasting van het landschap kan aanzienlijk zijn. Daarom moet er in het buitengebied aangesloten worden bij bestaande structuren in het landschap en moet de bouwhoogte zoveel mogelijk beperkt zijn. In het noorden van de gemeente kan worden aangesloten bij de aldaar aanwezige windmolens en bij het te ontwikkelen bedrijventerrein Breekland. Ook worden mogelijkheden gezien langs provinciale wegen indien de mast wordt gesitueerd op een knooppunt van dergelijke wegen.
14
> ALGEMEEN
A3. AFWIJKEN, STANDAARDPLAN EN EXCESSEN 3.1. Mogelijkheden om af te wijken Afwijken van het welstandsadvies Het college van burgemeester en wethouders volgt in hun oordeel in principe het advies van de welstandscommissie. Daarop zijn de volgende uitzonderingsmogelijkheden: • Afwijken van het advies op inhoudelijke gronden: het college van burgemeester en wethouders kan op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de welstandscommissie indien zij tot het oordeel komt dat de welstandscommissie de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd, of de commissie naar hun oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast. Indien het college van burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond afwijkt van het advies van de welstandscommissie wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de vergunning gemotiveerd. De welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. • Afwijken om andere redenen: het college van burgemeester en wethouders krijgt volgens artikel 2.10 lid 1d Wabo de mogelijkheid om bij strijd van een bouwplan met redelijke eisen van welstand, toch de vergunning te verlenen indien hij van oordeel is dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de vergunning gemotiveerd. De welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld.
In Langedijk zal het college van burgemeester en wethouders uiterst terughoudend zijn met het gebruik van deze mogelijkheid omdat de ruimtelijke kwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan economische of maatschappelijke belangen. Afwijken van de welstandscriteria (hardheidsclausule) De welstandscriteria in deze nota vormen in de eerste plaats een vangnet en dienen om bouwplannen die het aanzien niet waard zijn, uit Langedijk te weren. Dat is primair de bedoeling van het welstandstoezicht. Maar veel liever zien we in Langedijk bouwplannen waarbij de welstandscriteria worden gebruikt als opstapje, als middel om na te denken over de schoonheid van het bouwwerk in zijn omgeving. In zo’n geval kan het zelfs voorkomen dat de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn. Daarom kan het college van burgemeester en wethouders, na schriftelijk en gemotiveerd advies van de welstandscommissie, afwijken van deze welstandscriteria.
15
Hardheidsclausule
In de praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria wordt beargumenteerd. Daarbij geldt de stelregel: het is redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. Ook wanneer een bouwwerk is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal beïnvloeden, kan worden teruggevallen op de algemene welstandscriteria. De welstandscommissie kan het college van burgemeester en wethouders in zo'n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren van de hardheidsclausule gebruik te maken en af te wijken van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria.
3.2. Standaardplannen Niet alle situaties zijn te voorzien. In sommige gevallen is het mogelijk dat een bouwplan niet past binnen de welstandscriteria, maar wel zodanig van aard is dat er op een architectonisch verantwoorde wijze invulling wordt gegeven aan een bouwwerk voor een specifieke wijk, buurt of straat. In deze gevallen kan de welstandscommissie besluiten het bouwplan als een standaardplan aan te wijzen. Het college zal het aanwijzen van een standaardplan bekrachtigen door dit in het besluit tot vergunning te benoemen. In sommige gevallen is het ook belangrijk dat een bouwplan gelijk is aan een bestaand bouwwerk. Daarom kunnen ook bestaande bouwwerken, als deze voldoen aan alle kwaliteitseisen, worden aangewezen als standaardplan. Om een bestaand bouwwerk als standaardplan te beschouwen dient minimaal aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: •
• •
Er is sprake van een bouwwerk uit de directe omgeving, zoals hetzelfde bouwblok, straat of buurt die een bepaalde stedenbouwkundige en architectonische samenhang vertonen. Er is sprake van een vergelijkbaar woningtype en architectuur. Het bestaande bouwwerk is gerealiseerd met vergunning en met positief welstandsadvies.
De gemeente streeft naar gemakkelijke procedures en eenheid in de omgeving ten aanzien van bouwplannen. Daarom zijn standaardplannen richtinggevend voor vergelijkbare situaties in de wijk, buurt of straat. Het gaat dus nadrukkelijk niet om het mogelijk maken van een bijzonder ontwerp, maar om een bouwwerk dat vanwege specifieke eigenschappen herhaalbaar toegepast kan worden in een omgeving. Bij een bouwaanvraag dienen de standaardplannen als voorbeeld waarnaar verwezen wordt bij vergelijkbare bouwaanvragen.
16
> ALGEMEEN 3.3. Handhaving en excessenregeling Handhaving De gemeente Langedijk geeft met deze welstandsnota regels voor het welstandstoezicht en zal zich ook inspannen voor de naleving daarvan. De gemeente heeft na vaststelling van de Uitvoeringsnota Omgevingsrecht (5 oktober 2010) prioriteit gegeven aan het handhavingsbeleid en het actief opsporen van illegale bouwwerken (of gebruik dat strijdig is met het bestemmingsplan) en daar tegen optreden. In de uitvoeringsnota is geregeld hoe de gemeente omgaat met haar gemeentelijke taken op het gebied van de bouwregelgeving, ruimtelijke ordening, milieu- en APV-regelgeving. Als voor een vergunningplichtig bouwwerk geen vergunning is aangevraagd, dan wel het bouwwerk na realisering afwijkt van de tekeningen waarop de vergunning is afgegeven, krijgt de eigenaar de gelegenheid om (alsnog of opnieuw) een vergunning aan te vragen voor het gerealiseerde bouwwerk. Als deze vergunning moet worden geweigerd, bijvoorbeeld vanwege een negatief welstandsadvies, dan kan het college van burgemeester en wethouders degene die tot het opheffen van de situatie bevoegd is, aanschrijven om binnen een door haar te bepalen termijn de strijdigheid op te heffen.
Excessen Volgens artikel 12, lid 1 van de Woningwet (Ww) mag een bestaand bouwwerk niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria zoals opgenomen in deze welstandsnota. Ook bouwwerken waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd moeten aan minimale welstandseisen voldoen (artikel 12 lid 1b Ww). Als er sprake is van ernstige mate strijd met redelijke eisen van welstand kan het college van burgemeester en wethouders degene, die als eigenaar bevoegd is tot het treffen van voorzieningen daaraan, verplichten tot het binnen een door de gemeente te bepalen termijn treffen van voorzieningen/maatregelen zodat het bouwwerk niet meer in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand (artikel 13a Ww). De gemeente Langedijk hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium dat bij een bouwwerk of deel daarvan sprake moet zijn van onmiskenbare strijdigheid met de in deze welstandsnota opgenomen welstandscriteria, en/of een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied.
17
Wanneer is er sprake van een exces?
Dit heeft betrekking op onder andere: •
•
•
•
•
• • • •
Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving, zoals bijvoorbeeld het afdichten van gevelopeningen of het plaatsen van een ondoorzichtige erfafscheiding op locaties die juist om openheid vragen; Het beplakken / dichtplakken van ruiten met folie, reclames met plakletters, etsglas etc. bij bedrijven en winkels, die zich juist naar de openbare ruimte dienen te presenteren met een optimale transparantie; Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk. Waaronder ook aantasting van de kenmerkende hoofdvorm van karakteristieke bebouwing zoals stolpen en koolboeten. Armoedig materiaalgebruik bij erfafscheidingen, bijgebouwen en overkappingen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Voorbeelden van armoedig materiaal zijn rietmatten, beddenspiralen, oude deuren, golfplaten, zeildoek; Armoedig materiaalgebruik bij gevelbetimmeringen die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte.
Voorbeelden van armoedig materiaal zijn kunststof schroten en industriële beplating; Een overdaad aan overbodige (technische) installaties die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte; Toepassing van felle of contrasterende kleuren op gevels die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte; Te opdringerige reclames die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte; Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria).
Naarmate de zichtbaarheid (vanuit het openbare gebied) groter is, of er meer hinder is voor de omgeving, zal eerder sprake zijn van een exces. Er ligt een hogere prioriteit bij het voorkomen van excessen in kwetsbare gebieden zoals gebieden met een bijzondere welstandsambitie en objecten zoals bij, of in de directe omgeving van, monumenten, karakteristieke en beeldbepalende panden. Vergunningvrije bouwwerken die voldoen aan de welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen zijn in elk geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand. Deze criteria voor kleine bouwplannen kunnen net als de overige criteria in deze nota wel gebruikt worden als normstellend om te beoordelen of er sprake is van ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand.
18
> ALGEMEEN
A4. ALGEMENE WELSTANDSCRITERIA De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. Deze algemene welstandscriteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan elke planbeoordeling omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. Wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene welstandscriteria (zie Mogelijkheden om af te wijken). De algemene welstandscriteria zijn gebaseerd op de notitie 'Architectonische kwaliteit: een notitie over architectuurbeleid' van de voormalig Rijksbouwmeester ir. Tjeerd Dijkstra. In de bijlage is een volledige uitwerking van de algemene welstandscriteria opgenomen, hieronder volgen de belangrijkste uitgangspunten. Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is.
Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties in het ontwerp zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat die passen in de huidige tijd en context. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en passen in de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan.
19
20
Toelichting Gebiedsuitwerkingen
B > GEBIEDEN
> GEBIEDEN
21
WELSTANDSGEBIEDEN schaal 1:35.000
1. Dorpslinten 2. Dwarsverbindingen 3. Eilanden 4. Woonbuurten 1940-1990 5. Woonbuurten na 1990 6. Oosterdelgebied 7. Bedrijventerreinen 8. Buitengebied (Her)ontwikkelingsgebieden
22
B1. TOELICHTING
Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuren in de gemeente Langedijk. Deze criteria zijn gebaseerd op de identiteit van Langedijk en het architectonisch vakmanschap en de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie worden aangetroffen. Deze criteria geven aan hoe een bouwwerk ‘zich moet gedragen’ om in zijn omgeving niet teveel uit de toon te vallen, en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten worden gebruikt. Per welstandsgebied is een samenhangend beoordelingskader opgesteld, waarin steeds de volgende onderdelen aan de orde komen: •
•
• •
Een korte beschrijving van het gebied, waarbij aandacht wordt besteed aan de ontstaansgeschiedenis, de stedenbouwkundige of landschappelijke omgeving, een typering van de bouwwerken en het materiaal- en kleurgebruik en de detaillering. Een samenvatting van de te verwachten en/of gewenste ontwikkelingen en de waardering voor het gebied op grond van de belevingswaarde en eventuele bijzondere cultuurhistorische, stedenbouwkundige of architectonische werken. Inclusief de aanvullende beleidsinstrumenten die de gemeente inzet in het gebied. Het voor het gebied geldende welstandsniveau. De welstandscriteria, steeds onderverdeeld in criteria betreffende de relatie van het bouwwerk met de omgeving, de massa en de opbouw van het bouwwerk, de architectonische uitwerking en het materiaal- en kleurgebruik.
1.2. Gebiedsindeling en welstandsambities In de gemeente Langedijk kunnen op basis van overeenkomsten in functionele, landschappelijke, cultuurhistorische kenmerken 8 welstandsgebieden worden onderscheiden: 1. Dorpslinten 2. Dwarsverbindingen 3. Eilanden 4. Woonbuurten 1940-1990 5. Woonbuurten na 1990 6. Oosterdelgebied 7. Bedrijventerreinen 8. Buitengebied
bijzonder bijzonder bijzonder regulier regulier regulier regulier regulier
In de bijlage vindt u een gedetailleerde welstandskaart en een straatnamenregister waarmee u de juiste uitwerking eenvoudig kunt vinden. Als er naar aanleiding van de gebiedsindeling twijfel bestaat in welk gebied een gebouw thuishoort, zal de welstandscommissie op basis van de beschrijvingen en afbeeldingen aangeven welke criteria van toepassing worden geacht.
23
> GEBIEDEN
1.1. Algemeen
WELSTANDSAMBITIES schaal 1:35.000
Bijzonder welstandsgebied Reguliere welstandsgebieden (Her)ontwikkelingsgebieden
24
Het door het Rijk aangewezen beschermde stads- of dorpsgezicht. Deze aangewezen gezichten worden van algemeen belang geacht wegens de schoonheid, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel de wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde. Het bijzondere welstandsgebied waar het gaat om gebieden waar extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk wordt geacht. In deze gebieden moet het welstandstoezicht een bijdrage leveren aan het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. Het reguliere welstandsgebied waar het welstandstoezicht is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit. Deze gebieden kunnen afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder al te veel problemen verdragen. De gemeente stelt hier geen aanvullende eisen ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsvrije gebied waar geen welstandstoezicht van toepassing is. Hiervoor kunnen verschillende redenen zijn: bijvoorbeeld omdat er in de planbegeleiding al voldoende garanties voor ruimtelijke kwaliteit zijn ingebouwd, of omdat het ruimtelijk karakter van het gebied een welstandstoets, naar de mening van de gemeenteraad, overbodig maakt. Het aanwijzen van welstandsvrije gebieden wordt in de gemeente Langedijk niet wenselijk geacht. De gemeente wenst in alle gebieden tenminste een basiskwaliteit te handhaven.
Aangezien er binnen de gemeentegrenzen ook geen beschermde dorpsgezichten voorkomen, blijft de keuze tussen een bijzonder of regulier welstandsbeleid over. De dorpslinten, de dwarsverbindingen en de eilanden zijn benoemd als bijzondere welstandsgebieden. Dit is grotendeels gebaseerd op de huidige ruimtelijke en architectonische kwaliteit. Bovendien wordt in sommige gebieden, zoals in Koedijk en sommige van de eilanden, een verbetering van de bestaande kwaliteit voorgestaan. In de overige (na-oorlogse) gebieden en voor de bedrijventerreinen ligt de ambitie iets minder hoog. Voor deze gebieden is een regulier ambitieniveau van toepassing. Indien er sprake is van een vastgesteld beeldkwaliteitplan als onderdeel van de welstandsnota geldt het welstandsniveau zoals aangegeven in het beeldkwaliteitplan.
25
> GEBIEDEN
Elk gebied een eigen ambitie Het vaststellen van het welstandsniveau is een cruciaal element van het welstandsbeleid. De kwaliteit van de gebieden, het gevoerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de verwachte ontwikkelingen zijn bepalend voor het gewenste ambitieniveau. In theorie zijn vier ambitieniveaus mogelijk:
1.3. Randen en overgangsgebieden Het kan voorkomen dat de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde omgeving in een gebied invloed heeft op een ander welstandsgebied. Randen van een bedrijventerrein hebben bijvoorbeeld een andere verschijningsvorm dan een woongebied. Op deze grenzen tussen gebieden mag worden verwacht dat de aanwezige uitstraling van een gebied geen nadelige invloed heeft op het naastgelegen gebied. Uitgangspunt is dan ook dat bij welstandsbeoordeling van bouwwerken gelegen aan de rand van gebieden altijd rekening wordt gehouden met de uitstraling en het ambitieniveau van het naastgelegen gebied. Dat betekent niet direct dat bijvoorbeeld op een bedrijventerrein dezelfde eigenschappen verwacht mogen worden als van een aangrenzend dorpslint. Wel dient rekening te worden gehouden met het ambitieniveau, waardoor hogere eisen gesteld kunnen worden aan de uitstraling van bebouwing aan randen die grenzen aan welstandsgebieden met een hoger welstandsniveau.
1.4. (Her)ontwikkelingsprojecten De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor grotere ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandscriteria kunnen namelijk niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt. Procedure Zodra zo’n (her)ontwikkelingsproject aan de orde is zal de gemeenteraad de welstandscriteria daarvoor vast moeten stellen door middel van bijvoorbeeld een welstandsparagraaf als aanvulling op de welstandsnota. Dit kan ook in de vorm van een beeldkwaliteitplan, die dan vastgesteld (mede) wordt als onderdeel van de welstandsnota. Belangrijk is om in het beeldkwaliteitplan duidelijk onderscheid tussen beeldkwaliteitseisen ten aanzien van bebouwing en openbare ruimte te maken. Het opstellen van welstandscriteria wordt hiermee een vast onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden opgesteld door de stedenbouwkundige of de supervisor, in overleg met de welstandscommissie. Tegelijk kunnen afspraken over de werkwijze bij eventuele planbegeleiding en bij de welstandsbeoordeling worden vastgelegd. Voor dergelijke aanvullingen op de welstandsnota geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding.
De welstandscriteria voor de grote (her-)ontwikkelingsprojecten moeten zijn vastgesteld voordat de planvorming van de eerste bouwplannen start en worden bekend gemaakt aan alle potentiële opdrachtgevers in het gebied.
26
Inhoud Een welstandsparagraaf dient te bestaan uit:
•
een korte gebiedsbeschrijving van de nieuw te verwachten situatie; het beleid, de te verwachten ontwikkelingen en het van toepassing zijnde welstandsniveau zoals beschreven in paragraaf 1.2 'Gebiedsindeling en welstandsambities', inclusief argumentatie; de welstandscriteria.
De welstandscriteria in een welstandsparagraaf of beeldkwaliteitplan dienen zich zoveel mogelijk te richten op de verschijningsvorm van de bebouwde omgeving. Er dient onderscheid gemaakt te worden in: ligging, massa, detaillering, kleur- en materiaalgebruik. Ligging De positie van het gebouw/bouwwerk in relatie tot de belendingen, de stedenbouwkundige opzet en de publieke ruimte. Onderdelen: positie onderling, afstand onderling, plaatsing op kavel, bouwrichting, herhaling/ritmiek. Massa In de ruimtelijke verschijningsvorm is de massa en de vorm van het gebouw het intermediair tussen stedenbouwkundige en architectonische beeldaspecten. Onderdelen: opbouw en hoogte hoofdmassa, profiel ruimte, samenstelling massa, kapvorm en – richting, relatieve omvang, vormbehandeling. Detaillering De architectuurstijl in algemene zin en de uitwerking op gevelniveau. Onderdelen: geveloriëntatie, -indeling, -geleding, plasticiteit, gaafheid / oorspronkelijkheid, decoraties en ornamenten. materiaal- en kleurgebruik De helderheid en variaties van de kleurtoepassingen en het materiaalgebruik. Kleur en materiaal zijn zeer beeldbepalend voor de verschijningsvorm van een gebouw, straat en/of gebied. Onderdelen: materiaalgebruik, kleurtoon en -toepassing.
27
> GEBIEDEN
• •
1. DORPSLINTEN
28
B2. GEBIEDSUITWERKINGEN 2.1. Gebied 1: Dorpslinten (bijzonder welstandsgebied)
a. de vier ‘dijkdorpen’ Oudkarspel, Noord-Scharwoude, Zuid-Scharwoude en Broek op Langedijk, aan elkaar gegroeid langs één en hetzelfde lint; b. Het deel van Koedijk dat in de gemeente Langedijk ligt en waar, langs de dijk, eveneens een dorpslint is ontstaan; c. Het ‘geestdorp’ Sint Pancras, dat op een hoger gelegen strandwal is ontstaan met een eigen kenmerkende ruimtelijke structuur. De vier dijkdorpen zijn ontstaan door bebouwing aan de oostzijde van de dijk en later, vanaf circa 1860, ook aan de westzijde. Achter de bebouwing aan de westzijde van de dijk liep de Voorburggracht; een belangrijke vaarweg voor het transport van de landbouwproducten. De bebouwing aan de Voorburggracht was middels bruggetjes bereikbaar. Toen het transport over de weg belangrijker werd, werd de Voorburggracht gedempt en werd er een weg overheen gelegd. Hiermee verdwenen ook de bruggetjes en kreeg het dorpslint een heel ander aanzien. De bloei in de tuinbouw en het ontstaan van de koolverwerkende industrie zorgden ervoor dat de dorpen groeiden in de vorm van verdichting van het bestaande lint. Het bebouwingslint werd dichter en langer en is een ononderbroken geheel geworden van Broek op Langedijk tot en met Oudkarspel. Langs het Noord-Hollandskanaal is eenzijdig de bebouwing van Koedijk ontstaan. Later is ook aan de Achtergraft enige bebouwing gerealiseerd.
De bebouwing heeft haar langgerekte karakter behouden en is langs de Kanaaldijk divers. In sommige gevallen is aan of bij de oorspronkelijke bebouwing nieuwbouw gepleegd of zijn gevels aangepast. Sint Pancras is, anders dan de vier andere dorpen, op een uitloper van de strandwal gebouwd. Al in de vroege middeleeuwen vestigde men zich rond de hoger gelegen geestgrond. De bebouwing van het dorp concentreerde zich in eerste instantie rond de oude geest. De bebouwing zette zich later voort als eenzijdige (westelijk) lintbebouwing langs de Benedenweg. Ook langs de Twuyverweg werden dichtbij de kern van het dorp huizen gebouwd. In de periode 1850-1940 floreerde de tuinbouw. De dorpslinten Benedenweg en Bovenweg, maar ook de Twuyverweg en A.V.H. Destreelaan werden nu aan beide zijden bebouwd en de bebouwing werd verdicht. Toch bleef het dorp min of meer geconcentreerd rond de oude kern. Na 1940 is de lintbebouwing verder verdicht . Ook door enkele rijtjes met woningen bijvoorbeeld tussen de Benedenweg en Parallelweg.
29
> GEBIEDEN
Gebiedsbeschrijving Het gebied heeft betrekking op de dorpslinten van Oudkarspel, Noord- en ZuidScharwoude, Broek op Langedijk, Sint Pancras en Koedijk. De dorpen kunnen qua ruimtelijke karakteristiek worden ingedeeld in:
De bebouwing aan alle dorpslinten is zeer gevarieerd in architectuur, maar kent samenhang in het continue karakter met relatief kleinschalige bouwmassa's. Er is sprake van een verspringend bebouwingspatroon met vooral vrijstaande bebouwing haaks op het lint. Een groot deel van de bebouwing bestaat uit één bouwlaag met vooral een zadelkap, een mansardekap of puntdak. Vooral waar verdichting plaatsvindt in de dorpscentra of kruisingen met water is er sprake van enkele grotere bouwmassa's van twee tot drie lagen met kap. Tussen de woonbebouwing zijn grotere (stolp)boerderijen gelegen en in de dorpscentra bevinden zich sporadisch relatief grootschalige bebouwing met van oorsprong een belangrijke functie (rechthuis, kerk). Deze bebouwing is herkenbaar aan de meer statige gevels. Eenvoudige, sobere gebouwen worden afgewisseld met rijk en fijn gedetailleerde gebouwen. De bebouwing is veelal met traditionele ambachtelijke materialen gebouwd zoals hout, baksteen en dakpannen. De diversiteit in architectuur is vooral aanwezig in maatvoering, detaillering en verschillende decoratieve elementen. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling De dorpslinten hebben een belangrijke cultuurhistorische waarde. In de structuurvisie is het centrale lint benoemd als belangrijkste structuurdrager.
Het beleid ten aanzien van deze linten is dan ook met name gericht op het behoud en waar nodig verbeteren van de bestaande karakteristieken en ruimtelijke structuur. Binnen de linten kunnen vooral kleine veranderingen het straatbeeld beïnvloeden. Achterkantsituaties waar een grote diversiteit aan erfbebouwing en erfafscheidingen een negatieve uitstraling heeft op het straatbeeld, verdienen extra aandacht. Zeker waar de achterzijde - vanwege het dempen van water - in de loop van de tijd een formele voorkant is geworden. Voor de gebieden is een bijzonder ambitieniveau van kracht. In het bijzonder wordt daarbij gelet op de karakteristieke en monumentale panden (zie de objectgerichte welstandscriteria). Voor Oudkarspel is een beeldkwaliteitplan (2001) opgesteld teneinde de bestaande kwaliteit te behouden. De hierna volgende welstandscriteria zijn afgestemd op de richtlijnen uit dit beeldkwaliteitplan. Het beeldkwaliteitplan maakt onderdeel uit van deze welstandsnota en dient voor Oudkarspel daarom als aanvullend toetsingskader voor welstandsbeoordeling.
30
Ligging • aansluiten op de bebouwingsritmiek van de oorspronkelijke of omliggende bebouwing, tenzij er sprake is van een bijzondere stedenbouwkundige situatie die afwijking daarvan mogelijk maakt; • gebouwen zijn met de voorgevel georiënteerd op de straat; • de voorgevelrooilijn volgt de loop van de straat met kleine verspringingen; • de nokrichting is haaks op de straat of evenwijdig aan de straat; • bijbehorende bouwwerken zijn in situering ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Massa • aansluiten op de massa en hoofdvorm van de oorspronkelijke of omliggende bebouwing, tenzij er sprake is van een bijzondere stedenbouwkundige situatie die afwijking daarvan mogelijk maakt; • er is sprake van enkelvoudige rechthoekige bebouwingsmassa’s variërend van één tot twee bouwlagen met een duidelijke en vaak eenduidige kapvorm; • elk hoofdgebouw heeft zijn eigen individuele karakteristiek; • aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn qua maatvoering ondergeschikt en in een afgeleide architectuur; • erkers en/of dakkapellen aan de voorzijde zijn mee ontworpen en ondergeschikt. Detaillering • aansluiten op gevelkarakteristiek van de oorspronkelijke of omliggende bebouwing.
Eigentijdse uitwerking van onderdelen van een gevel is mogelijk mits ondergeschikt en met respect voor de oorspronkelijke of aanwezige karakteristieken uitgevoerd; • elk hoofdgebouw kent een eigen identiteit en detaillering; • gebouwen hebben tenminste één naar de straat gekeerde representatieve zijde; • traditionele en eenvoudige indeling waarbij de gevelopeningen overwegend een verticale gerichtheid hebben; • bij winkelpuien onder de niet draaiende delen altijd een plint, uitgevoerd in hardsteen of een rollaag; • duidelijke dakranden, maar fijne en ambachtelijke detailleringen (zoals te zien aan gootlijsten op klossen, zwaar kozijnhout e.d.); • terughoudend omgaan met het aanbrengen van technische installaties, inpandig en anders ondergeschikt aan en geïntegreerd in de architectuur. Materiaal- en kleurgebruik • eigentijdse materiaal- en kleurgebruik is mogelijk mits ondergeschikt en met respect voor de oorspronkelijke of aanwezige karakteristieken uitgevoerd; • kleurgebruik is overwegend traditioneel, geen felle contrasterende kleuren; • gevels in aardkleurige baksteen (rood tot roodbruin), incidenteel gele baksteen; • incidenteel houten topgevels en/of pleisterwerk; • daken met (gebakken) zwarte of rode dakpannen en/of riet; geen geprofileerde dakplaten; • bijgebouwen, voor zover in het zicht gelegen, zijn qua materiaal en kleur verwant aan het hoofdgebouw. 31
> GEBIEDEN
Welstandscriteria
2. DWARSVERBINDINGEN
32
2.2. Gebied 2: Dwarsverbindingen (bijzonder welstandsgebied)
Met uitzondering van de Handelskade bestaan de dwarsverbindingen vooral uit woonbebouwing. In sommige gevallen is sprake van seriematige nieuwbouw. De ruimtelijke karakteristiek van deze verbindingen is anders dan die van de linten, doordat in veel gevallen de bebouwing op een ruimere afstand van de weg en op ruimere kavels gesitueerd is. De dwarsverbindingen zijn daardoor minder verdicht en soms zijn er doorzichten naar het achterliggende (buiten)gebied. De bebouwing is in verschillende tijdsperioden gebouwd en is over het algemeen minder voornaam dan de bebouwing in de dorpslinten. De bebouwing bestaat overwegend uit één bouwlaag met een kap in diverse uitvoeringen. Langs de Handelskade wijkt het bebouwingsbeeld enigszins af van het hiervoor gestelde. Hier zijn tussen de woonbebouwing vooral ook bedrijfspanden gebouwd. Langs deze straat is dan ook afwisselend sprake van bebouwing met en zonder kap, terwijl de bouwhoogte wel grotendeels overeenkomstig is.
33
> GEBIEDEN
Gebiedsbeschrijving Langs verbindingswegen en/of belangrijke watergangen zijn, in een latere periode dan de dorpslinten, kleinere bebouwingslinten met vooral woningen en boerderijen ontstaan. Het gaat hier o.a. om de Spoorstraat, Handelskade, Molenkade, Oosterstraat, Koog, Prins Hendrikkade en Sluiskade.
Beleid, waardebepaling en ontwikkeling De dwarsverbindingen bevatten meerdere cultuurhistorisch waardevolle elementen. Vanwege de ondergeschikte functionele en ruimtelijke betekenis ten opzicht van de dorpslinten kan het belang van deze dwarsverbindingen onderschat worden, waardoor het straatbeeld geleidelijk aangetast wordt. Ondanks dat er geen grote veranderingen te verwachten zijn is het van belang bij nieuwbouw, vernieuwing en verbouwing de bestaande karakteristiek te behouden. Verdichting van het lint dient voorkomen worden. Voor de gebieden is een bijzonder ambitieniveau van kracht, gericht op extra aandacht voor het beheer, handhaving en waar mogelijk versterken van de aanwezige kwaliteiten. In het bijzonder wordt daarbij gelet op de karakteristieke en monumentale panden (zie de objectgerichte welstandscriteria). Voor Oudkarspel is een beeldkwaliteitplan (2001) opgesteld teneinde de bestaande kwaliteit te behouden. De hierna volgende welstandscriteria zijn afgestemd op de richtlijnen uit dit beeldkwaliteitplan die betrekking hebben op de Spoorstraat/Laanweg. Het beeldkwaliteitplan maakt onderdeel uit van deze welstandsnota en dient voor Oudkarspel daarom als aanvullend toetsingskader voor welstandsbeoordeling.
Welstandscriteria Ligging • aansluiten op de bebouwingsritmiek van de oorspronkelijke of omliggende bebouwing, tenzij er sprake is van een bijzondere stedenbouwkundige situatie die afwijking daarvan mogelijk maakt; • de hoofdgebouwen zijn met de voorgevel georiënteerd op de straat; • de voorgevelrooilijn volgt de loop van de straat met kleine verspringingen; • de nokrichting is haaks op de straat; • aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn in situering ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Massa • aansluiten op de massa en hoofdvorm van de oorspronkelijke of omliggende bebouwing, tenzij er sprake is van een bijzondere stedenbouwkundige situatie die afwijking daarvan mogelijk maakt; • er is sprake van enkelvoudige bebouwingsmassa’s van één bouwlaag met een duidelijke en vaak eenduidige kap. Incidenteel komen ook platte gebouwen in twee bouwlagen voor; • elke bouwmassa heeft zijn eigen individuele karakteristiek, maar er is sprake van een duidelijke verwantschap tussen de bouwmassa’s; • aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn qua maatvoering ondergeschikt en in een afgeleide architectuur; • erkers en/of dakkapellen aan de voorzijde zijn mee ontworpen en ondergeschikt.