CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting op de Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit

Gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Aardwarmtewinning Altongebied Bindend advies15.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarbij is, om de overgang te verzachten, afstand gehouden tussen glas en de omliggende wegen- en bewoningsstructuren. Deze randen hebben een agrarische bestemming en staan vanwege de kleinschaligheid in combinatie met de vele woonfuncties in de lintbebouwing onder druk. Voor de passant maakt het gebied op sommige plekken een rommelige indruk doordat weinig aandacht is besteed aan de bebouwing/installaties in relatie tot de openbare weg. Landschappelijk vormt het gebied geen duidelijk begrensde eenheid en is van weinig waarde. Toetsing Uit de kaarten van de Omgevingsverordening Noord-Holland 2022 blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen provinciale monumenten of provinciaal beschermde structuren zijn aangewezen. Van de oorspronkelijke inrichting van zowel de Noord- als Zuidscharwouderpolder de Pannekeetpolder is weinig over. Resterende cultuurhistorische elementen zijn de Hasselaarsweg, het spoordijkje, het Klein Schoutenbos, het afwateringskanaal ten noorden van de Hasselaarsweg, enkele kleinere afwateringssloten en de molengang ten noorden van de Hasselaarsweg. Het voorgenomen initiatief doet geen afbreuk aan de kwaliteiten van het gebied ten aanzien van landschap en stedenbouw. Voor het aspect landschap is van belang dat de boortoren met een hoogte van 35 à 55 m gedurende de boorperiode (gedurende 5 à 6 maanden) in de ruime omgeving zichtbaar zal zijn.

Afhankelijk van tussenliggende objecten (zoals bebouwing en bosschages) zal de boortoren naar verwachting tot op een afstand van circa 2 à 3 km zichtbaar zijn. Eventuele hinder (visuele invloedssfeer) is tijdelijk en beperkt. Voor het aspect stedenbouw is van belang dat het gebouw en de inrichting van de locatie met zorg worden ontworpen en afgestemd met de gemeente. Conclusie De thema’s cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.5

Ontplofbare Oorlogsresten (OO) Kader Niet gesprongen explosieven kunnen een gevaar vormen wanneer er trillingen worden veroorzaakt in de grond door bijvoorbeeld heiwerkzaamheden. Deze niet gesprongen explosieven kunnen dan alsnog afgaan. De initiatiefnemer zal degene zijn die het onderzoek naar niet gesprongen explosieven zal uitvoeren. Dit gelet op de verplichting tot het doen van een risico-inventarisatie en -evaluatie ex artikel 5 Arbeidsomstandighedenwet. De burgemeester kan voor het handhaven van de openbare orde of voor het beperken van eventueel gevaar bevelen of algemeen verbindende voorschriften opstellen voor de locatie(s) waar een niet gesprongen explosief is aangetroffen (artikel 172, 175 en 176 Gemeentewet). Pagina 26 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Daarbij valt onder andere het vervaardigen, verhandelen, vervoeren, voorhanden hebben en dragen van niet gesprongen explosieven onder de Wet Wapens en Munitie. Deze opsporing dient te worden gedaan door een bedrijf die gecertificeerd is op grond van de Beoordelingsrichtlijn voor het Procescertificaat “Opsporen Conventionele Explosieven (OCE)” zoals bedoeld in artikel 4.10 Arbobesluit. Sommige gemeenten hebben een explosievenkaart waarop verdachte gebieden kunnen worden weergegeven. Indicatoren voor verdachte gebieden kunnen daarnaast worden afgeleid uit historische gegevens, militaire archieven en eerdere vondsten. Vanwege de nadruk op openbare orde en veiligheid worden regels over niet gesprongen explosieven niet opgenomen in het omgevingsplan. De omgang met niet gesprongen explosieven wordt ook niet gereguleerd door de Omgevingswet omdat de wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden voorziet in regulering. Toetsing Voor het project is een onderzoek ontplofbare oorlogsresten (OOO) uitgevoerd (zie bijlage 11 bij de vergunningaanvraag MBA). In de voor dit onderzoek geraadpleegde bronnenmateriaal zijn geen feitelijk indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het onderzoeksgebied aangetroffen. Het onderzoeksgebied is daarmee onverdacht op ontplofbare oorlogsresten.

Toekomstige bodemroerende werkzaamheden kunnen doorgaan zonder vervolgonderzoek of OO-beheersmaatregelen. Conclusie Het thema ontplofbare oorlogsresten zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.6

Welstand Het beschrijven van welstand en de welstandstoets is voor de gemeente Dijk en Waard relevant in het kader van de geothermische ontwikkeling voor zover het betrekking heeft op het te realiseren gebouw met de bijbehorende voorzieningen en de terreininrichting. In dit kader vindt overleg plaats met de gemeente en heeft de uitwerking van het plan mede op basis hiervan plaatsgevonden. Conclusie Het aspect welstand zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.7

Milieuzonering Kader Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Er is recent een “Milieuzonering nieuwe stijl” van kracht geworden. Bij deze nieuwe systematiek zijn de milieuthema’s geluid en geur opgenomen. De thema’s externe veiligheid en gevaar, alsmede stofhinder en indices voor verkeersaantrekkende werking, visuele hinder en luchtverontreiniging zijn hierbij vervallen, omdat deze thema’s reeds op andere wijze worden geborgd. Toetsing Er wordt bij het onderhavige initiatief geen geuroverlast verwacht, omdat de gebruikte hulpstoffen en het proces hier geen aanleiding toe geven. Ten aanzien van geluid zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd (bijlagen bij de vergunningaanvraag MBA). Hieruit blijkt dat aan de gestelde normen wordt voldaan. Conclusie Het thema bedrijven en milieuzonering zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Pagina 27 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

4.8

Milieubelastende activiteiten Er wordt een omgevingsvergunning aangevraagd op grond van artikel 5.1, lid 2 van de Omgevingswet, vanwege het verrichten van een milieubelastende activiteit voor het aanleggen en exploiteren van een mijnbouwwerk. Daarnaast worden ook de navolgende milieubelastende activiteiten aangevraagd: • Opslag van dieselolie in tanks (artikel 3.24 Bal); • Opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking (artikel 3.27 Bal); • Hulpwarmtecentrale als onderdeel van het mijnbouwwerk (met een vermogen < 50 MW, namelijk 4 x 10 MW).

4.9

Mer-beoordeling Kader Het instrument milieueffectrapportage (mer) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De verplichting een MER op te stellen is van kracht sinds 1 september 1987 en is verankerd in de Omgevingswet (en voorheen Wet milieubeheer). Voor sommige plannen of projecten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen en projecten waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken. In het Omgevingsbesluit is opgenomen voor welke activiteiten de mer-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten kunnen hebben op het milieu.

Toetsing In relatie met de uitvoering van de diepboringen en de realisatie van de aardgas gestookte hulpwarmtecentrale is een aanmeldingsnotitie voor mer-beoordeling opgesteld. Op grond daarvan wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten, zoals bedoeld in artikel 16.43 van de Omgevingswet en is het maken van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het project niet nodig. Deze beoordeling ligt formeel bij het bevoegd gezag. Conclusie Vooruitlopend op het besluit van de mer-beoordeling dat er geen MER nodig is, zijn er ten aanzien van de merbeoordeling geen belemmeringen voor het onderhavige initiatief.

4.10

Gezondheid In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij het project rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om:  Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?)  Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). Kader Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. Binnen de Omgevingswet kunnen overheden eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Pagina 28 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de gezondheid die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het betreft de aspecten geur, geluid, trillingen, luchtkwaliteit, stof en spuitzoneringen. Deze aspecten zijn meetbaar en hebben vooral betrekking op de fysieke gezondheid. Sociale gezondheid wordt ook meegenomen en is net zo belangrijk als fysieke gezondheid. In de volgende artikelen van de omgevingswet staan de regels over de gezonde fysieke leefomgeving:  In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden.  In artikel 3.3 van de Omgevingswet van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag in de Omgevingsvisie rekening moet houden met het voorzorgbeginsel en andere milieubeginselen.  In artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid.

 Over gezondheid in de omgevingsvergunning gaan de artikelen 5.32 en 5.42 lid 4 van de Omgevingswet en de artikelen 8.101 en 8.102 van het Bkl. In de Omgevingsvisie NH2050 staat de volgende ambitie voor gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico's en die een gezonde levensstijl ondersteunt. Toetsing Mede op basis van de beoordelingen en deels ook onderzoeken ten aanzien van water, lucht, licht en geluid is er geen sprake van specifieke risico’s door het voornemen voor de volksgezondheid of voor bijvoorbeeld waterverontreiniging of luchtvervuiling. Conclusie Het thema gezondheid zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.11

Geluid Kader Ingevolge de Omgevingswet dient voor het opstellen van een omgevingsplan of in het kader van de beoordeling van een aanvraag voor een Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit (BOPA) rekening te worden gehouden met het geluid door wegen op geluidgevoelige gebouwen. Hierbij dient te worden beoordeeld in hoeverre het geluideffect aanvaardbaar is en daarmee, vanuit optiek van geluid, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om de aanvaardbaarheid van het geluid te kunnen beoordelen, zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) waarden en eisen opgenomen ten aanzien van het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Indien wordt voldaan aan de standaardwaarde, is het geluid aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen, tot ten hoogste de grenswaarde. Bedrijven en milieuzonering Voor een BOPA dient rekening te worden gehouden met het geluid door activiteiten op (bestaande en/of beoogde) geluidgevoelige gebouwen, waarbij wordt beoordeeld in hoeverre het geluideffect aanvaardbaar is en daarmee, vanuit optiek van geluid, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Pagina 29 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Middels de VNG-publicatie ‘Servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering Nieuwe stijl)’ uit 2022 kan voor het milieuaspect geluid worden ingeschat of een bepaalde activiteit past op de locatie aan de hand van drie opties (zie de uitgangspunten voor de drie opties in bijlage 4): 1. 2.

3. 4.

Geluidcriteria: beantwoorden van vragen m.b.t. de activiteit, zie alle vragen in bijlage 4; Transponering VNG-tabel 2009: bijlage 1 van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering 2009 biedt goede aanknopingspunten voor een indicatie van de inpasbaarheid van activiteiten, aan de hand van de SBI-codes. Aan de hand van zones wordt een indicatie gegeven of en welke minimale afstand een goede indicatie is van de inpasbaarheid. De voorliggende activiteiten vallen onder zone 1 (30 meter afstand) Geluidonderzoek: slechts voor bepaalde activiteiten geldt dat in het omgevingsplan is aangegeven dat toelating alleen mogelijk is als er een geluidonderzoek is uitgevoerd.

Toetsing Voor het initiatief is akoestisch onderzoek uitgevoerd voor:  Aanlegfase  Boorfase  Aardwarmteproductiefase (gebruiksfase) Uit deze onderzoeken blijkt dat, rekening houdend met het treffen van maatregelen, wordt voldaan aan de van toepassing zijnde normen. Conclusie Op basis hiervan zorgt het thema geluid zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.12

Geur Het verbranden van methaan met een fakkel dat mogelijk bij het oppompen van het grondwater vrijkomt tijdens het testen van de putten is geurloos. Onder normale omstandigheden wordt geen geuroverlast verwacht. De gebruikte hulpstoffen alsook het proces geven hiertoe geen aanleiding.

4.13

Trillingen De voorgenomen activiteit leidt niet tot trillingen in de omgeving. Een onderzoek naar de overdracht van trillingen is daarom niet uitgevoerd.

4.14

Windhinder Bij het onderhavige initiatief is geen sprake van windhinder.

4.15

Lichthinder Kader en toetsing Tijdens de boor- en testfase is de locatie ’s avonds en ’s nachts verlicht om veilig te kunnen werken. Deze verlichting wordt naar binnen toe gericht zodat overlast en uitstraling naar buiten toe wordt beperkt en directe aanstraling van de omgeving wordt voorkomen. Ook koplampen van extra verkeer rondom het plangebied kan voor een extra emissie van licht zorgen. De lichtemissies zijn echter van tijdelijke aard. Daarnaast bevindt de locatie zich in een kassengebied (glastuinbouw) en in de nabijheid van de N242, de N194 en de N504, waar reeds sprake is van een lichtemissie door het passerende verkeer.

Pagina 30 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Tijdens de productiefase zal beperkt verlichting aanwezig zijn (met name veiligheidsverlichting en werkverlichting op het terrein, met name tijdens werktijden indien nodig). Conclusie Het thema lichthinder zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.16

Luchtkwaliteit Kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO ) en fijnstof (PM ). 2

10

Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering is het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen te vervallen. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit de artikelen 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project ‘niet in betekende mate bijdraagt’ aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO en PM niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. 2

10

Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening met behulp van de NIBM-tool voldoende zijn. Het kan ook zijn dat detailberekeningen als aanvulling op de NIBM-tool nodig zijn. Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO ) en fijnstof (PM ). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51, lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling. In enkele situaties moet de luchtkwaliteit altijd worden beoordeeld:  bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;  bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter of als een tunnel gewijzigd wordt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt;  bij de aanleg van een autoweg of autosnelweg. 2

10

Toetsing Voor de aanleg- en boorfase is gebruik gemaakt van de NIBM-tool welke beschikbaar is op de IPLO-website . In het kader van de Omgevingsvergunningaanvraag MBA is dit uitgewerkt. Hiervoor zijn de aantallen transportbewegingen ingevoerd voor de verschillende fasen. Voor de boor-/testfase geldt dat de bijdrage van het verkeer niet in betekenende mate is en dat geen nader onderzoek nodig is. Pagina 31 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Ten behoeve van de productiefase is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. In de productiefase is sprake van een tweetal emissie gevende activiteiten, namelijk het gebruik van de stookinstallatie, een hulpwarmtecentrale (HWC) en vervoersbewegingen. Uit de berekening blijkt dat de projectbijdrage van de emitterende bronnen ten behoeve van de geothermie-installatie van HVC Warmte B.V. te Heerhugowaard maximaal 0,0 µg/m3 NO2 en 0,0 µg/m3 Pm10 bedraagt. Dit is minder dan de NIBM-grens genoemd in het Besluit activiteiten leefomgeving. Conclusie Het thema luchtkwaliteit zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.17

Bodem Kader Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving:    

Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5).

Toetsing Om inzicht te verkrijgen in eventuele historische bodemverontreiniging en in de huidige situatie van het plangebied, is in 2018 onderzoek naar de bodemkwaliteit uitgevoerd, bestaand uit een vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op een mogelijke bodemverontreiniging. Het perceel is sinds 2018 gebruikt voor agrarische doeleinden, overeenkomstig met het gebruik ten tijde van het uitvoeren van het bodemonderzoek. Daarom is uitgangspunt dat het bodemonderzoek uit 2018 nog representatief is. Conclusie Het thema bodem(kwaliteit) zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Pagina 32 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

4.18

Weging van het waterbelang Kader Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de opstelling van een waterparagraaf verplicht. In deze paragraaf wordt inzicht verkregen in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk, provinciaal en rijksbeleid als het beleid van het waterschap. De beschrijving van de wateraspecten bestaat uit een beschrijving gegeven van de bestaande situatie, de relevante wet- en regelgeving en de voorgenomen ontwikkeling, met daarbij de mogelijke maatregelen. In het kader van de weging van het waterbelang wordt over het plan advies gevraagd bij de betrokken waterbeheerder(s). Toetsing Ten behoeve van de aanleg van de locatie is het plaatselijk noodzakelijk om oppervlaktewater te dempen (verbreding dam ten behoeve van betere inrit). Ter compensatie van de oppervlakteverharding, dient waterberging te worden gerealiseerd. In het kader van de vergunningprocedure wordt dit afgestemd met het waterschap (watertoetsprocedure) en zal het daadwerkelijk te compenseren oppervlak worden bepaald (op basis van dempingen en verhardingen). Op basis van overleg met het waterschap is uitgangspunt dat de benodigde waterberging wordt gekocht van het waterschap. Deze berging bevindt zich elders in het zelfde peilgebied.

Conclusie Uitgaande van overeenstemming met en een positief advies van het waterschap zorgt het thema water voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.19

Klimaatadaptatie Kader Het klimaat verandert: het wordt warmer er natter. Ook zijn er vaker lange periodes van droogte en neemt de kans op overstromingen toe. Inspelen op de gevolgen van klimaatverandering wordt klimaatadaptatie genoemd. Klimaatadaptatie is een opgave voor én door iedereen. De gevolgen van klimaatverandering zijn de 4 thema’s: hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. Rijk, gemeenten, waterschappen, provincies en veiligheidsregio’s zijn met dit onderwerp bezig met als doel in 2050 klaar te zijn voor extremere weersomstandigheden en de stijgende zeespiegel. Klimaatverandering heeft grote impact op de bebouwde omgeving. Om schade en overlast door weersextremen te beperken, moet de manier waarop steden worden gebouwd en ingericht worden aangepast. Tot 2040 worden in Noord-Holland ongeveer 230.000 woningen gebouwd. Het is belangrijk om deze nieuwbouw duurzaam en dus klimaatadaptief te ontwikkelen om toekomstige extra investeringen te voorkomen. Het uitgangspunt is om gebouwen (nieuwe ontwikkelingen) klimaatadaptief in te richten. Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) De nationale klimaatadaptatiestrategie is de overkoepelende Nederlandse strategie op het gebied van klimaatadaptatie. Deze strategie uit 2016 beschrijft de belangrijkste klimaatrisico’s voor Nederland en zet de koers uit om deze risico’s aan te pakken.

Het programmateam NAS heeft deze koers vertaald naar plannen en acties in het uitvoeringsprogramma 2018 - 2019. Dit programma richt zich op sectoren, ketens, thema’s en klimaatrisico’s die niet in het Deltaprogramma en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie voorkomen en vult een aantal thema’s hieruit aan. Met het rapport ‘Nationaal perspectief klimaatadaptatie’ uit 2020 blikt het team terug op wat er tot dan toe bereikt is en biedt het perspectief voor de toekomst.

Pagina 33 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Toetsing Er zijn vanuit de gemeente en het waterschap enkele specifieke eisen/regels in de vorm van beleidsregels of verordeningen, gesteld aan het realiseren van waterberging middels infiltratie of berging in de bodem. De gemeente Dijk en Waard heeft overkoepelende beleidsregels ten aanzien van klimaatadaptief bouwen. Een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard in 2050 is de maatstaf. De voorgenomen ontwikkeling houdt rekening met de verharding die plaatsvindt binnen het projectgebied en biedt hiervoor compensatie. Conclusie Het thema klimaatadaptatie zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.20

Duurzaamheid Kader Onder huidig recht stellen de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving geen eisen aan duurzaamheid die bij een bestemmingsplanprocedure in acht genomen moeten worden. Als er sprake is van dergelijke eisen vloeien die meestal voort uit gemeentelijk beleid. Wel stelt artikel 1.3 van de Omgevingswet dat de doelen van de wet gesteld zijn met het oog op duurzame ontwikkeling. Deze bepaling kan duurzaamheid een prominente positie in planvorming geven. Vooralsnog is dat niet het geval omdat omgevingsplannen in de eerste fase na inwerkingtreding van de wet vooral beleidsneutrale omzettingen van bestaande regels zijn. Om die reden wordt gesteld dat in die fase de onderzoekslasten voor duurzaamheid niet veranderen. Toetsing Zoals genoemd, is de ontwikkeling van geothermie in Heerhugowaard nauw verweven met de Strategische Omgevingsvisie van de gemeente Dijk en Waard, die gericht is op een toekomstbestendige, duurzame en leefbare gemeente. Deze visie stelt het realiseren van een klimaatneutrale gemeente als een belangrijk doel, met de energietransitie als kernpunt. Conclusie Het (gemeentelijke) beleid ten aanzien van duurzaamheid is in lijn met de voorgenomen ontwikkeling en zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.21

Natuur en ecologie Kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en/of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Toetsing Om het effect van het voornemen op beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden te onderzoeken is een natuurtoets opgesteld, welke is opgenomen in bijlage 14 bij de aanvraag. Uit de natuurtoets komt het volgende naar voren.

Pagina 34 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Soortenbescherming Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten die beschermd zijn onder de Omgevingswet waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels en vleermuizen. Een overtreding van de Omgevingswet kan worden voorkomen door het treffen van de volgende maatregelen:  Algemene broedvogels: werken buiten het broedseizoen (globaal maart t/m juli). Indien dit niet mogelijk is dient het plangebied voor aanvang van het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en wanneer dit niet mogelijk is dient het plangebied voorafgaand aan de werkzaamheden te worden gecontroleerd door een deskundig ecoloog. De werkzaamheden kunnen dan worden uitgevoerd na vrijgave door de deskundig ecoloog.  Vleermuizen: om verstoring voor vleermuizen te voorkomen dient rekening te worden gehouden met lichtuitstraling op watergangen in de omgeving. Tevens kan gebruik gemaakt worden van vleermuisvriendelijke (amberkleurige) verlichting. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Er is geen sprake van een vergunningplicht vanwege een flora- en faunactiviteit. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht.

Gebiedsbescherming In de nabijheid van de boorlocatie zijn Natura 2000-gebieden gelegen. Mogelijke storingsfactoren voor deze gebieden zijn bijvoorbeeld geluid, licht en versnippering. De Natura 2000-gebieden liggen buiten het invloedsgebied van alle storingsfactoren, behalve verzuring en vermesting door stikstofdepositie. In dit kader is specifiek onderzoek uitgevoerd voor zowel de realisatiefase als de productiefase (zie bijlagen 5 en 6 van de aanvraag MBA). Geconcludeerd is dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie worden uitgesloten. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebieden). In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 600 m ten westen van het plangebied. Op grond van de Omgevingsverordening NoordHolland hoeft niet getoetst hoeft te worden op externe werking en daarom zijn vervolgstappen niet aan de orde. Er is geen sprake van een Natura 2000-activiteit. Beschermde houtopstanden bebouwingscontour houtkap De voorgenomen activiteit leidt niet tot aantasting van beschermde houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap. Ten behoeve van het project hoeven geen houtopstanden gekapt te worden. Er zijn voor wat houtopstanden betreft geen vervolgstappen aan de orde.

Conclusie Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er ten aanzien van natuur, ecologie en biodiversiteit er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Pagina 35 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

4.22

Omgevingsveiligheid Kader De maatschappelijk doelen van de Omgevingswet zijn het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Omgevingsveiligheid gaat daarbij over de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen bij een milieubelastende activiteit (mba). Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), een uitvoeringsbesluit van de Omgevingswet, geeft de hoofdlijnen voor de beoordeling voor de omgang met omgevingsveiligheid. Binnen de omgevingsveiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Aansluitend worden ander belangrijke begrippen toegelicht. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die 24 uur per dag op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De bescherming die binnen deze contouren geboden moet worden is afhankelijk van de kwetsbaarheid van de functies in de gebouwen en locaties.

Bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving maakt onderscheidt in zeer kwetsbare functies zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven, kwetsbare functies zoals woningen, en beperkt kwetsbare functies zoals kleine kantoren en werkplaatsen. De plaatsgebonden risicocontour van 10-6/jaar ligt buiten de grenzen van de locatie van de boring (risicovolle milieubelastende activiteit; mba). Binnen de 10-6/jaar contour zijn geen (zeer) kwetsbare gebouwen of locaties toegestaan. Daarnaast zijn er geen beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-6/jaar contour aanwezig , met uitzondering van een klein deel van het naastgelegen kassencomplex, bij de meest westelijke boring. Beperkt kwetsbare gebouwen zijn binnen de 10-6/jaar-contour alleen toegestaan indien hierover voldoende motivatie is gegeven door het bevoegd gezag. Voor deze motivatie is het relevant dat de contour is berekend voor een boring die een jaar duurt, terwijl een daadwerkelijke boring slechts 40 dagen duurt. Dit betekent dat de werkelijke kans kleiner is dan berekend. Bovendien is de aanwezigheid van de mensen in de kassen beperkt, en worden zij voorafgaand aan de boringen geïnformeerd.. Ten aanzien van het plaatsgebonden risico wordt aan de grenswaarde en de standaardwaarde van de Omgevingswet voldaan voor risicovolle mba’s.

Aandachtsgebieden en groepsrisico (GR) Vanaf het van kracht worden van de Omgevingswet bestaan er, voor toen bestaande risicovolle mba’s, van rechtswege aandachtsgebieden langs of rondom een risicovolle mba. In bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt – voor de daarin aangewezen risicobronnen – een vaste afstand voor deze aandachtsgebieden gegeven, of is aangegeven dat deze aandachtsgebieden berekend moeten worden. Een aandachtsgebied is een gebied waarbinnen personen in een gebouw onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen. De Omgevingswet kent drie soorten aandachtsgebieden:  een brandaandachtsgebied (bijvoorbeeld voor een plasbrand langs het spoor of fakkelbrand bij een hogedruk aardgastransportleiding);  een explosieaandachtsgebied (bijvoorbeeld voor een BLEVE langs het spoor of bij een LPGtankstation);  een gifwolkaandachtsgebied (bijvoorbeeld rondom chemische bedrijven). Binnen een aandachtsgebied moet de gemeente in het omgevingsplan beschouwen hoe groepen mensen beschermd worden en of deze bescherming afdoende is (artikel 5.15 Bkl). Een gemeente kan daarbij gebruik maken van een groepsrisicoberekening om de rekenkundige hoogte van het groepsrisico te bepalen.

Pagina 36 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Kans en effect Een aandachtsgebied markeert het gebied waarbinnen het effect van een incident met gevaarlijke stoffen het meest nadrukkelijk optreedt. De omvang van een aandachtsgebied zegt niets over de kans op een incident. Het aandachtsgebied langs de Betuweroute is bijvoorbeeld even breed als het aandachtsgebied langs een spoorlijn waarover maar weinig gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De plaatsgebonden risicocontour, de contour die de kans op een incident ruimtelijk weergeeft, is langs de Betuweroute echter vele meters breder dan bij een spoorlijn met weinig vervoer van gevaarlijke stoffen. Voorschriftengebieden Aandachtsgebieden zijn geïntroduceerd om een betere communicatie over de ruimtelijke impact van incidenten met gevaarlijke stoffen mogelijk te maken. Binnen een brand- en explosieaandachtsgebied moet een gemeentevoorschriftengebieden aanwijzen als het omgevingsplan zeer kwetsbare functies toestaat. Als het omgevingsplan geen zeer kwetsbare functies toestaat, maar enkel kwetsbare of beperkt kwetsbare functies, kán een gemeente een voorschriftengebied aanwijzen. Binnen een voorschriftengebieden gelden er bij nieuwbouw aanvullende bouwkundige eisen, conform artikel 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Deze bouwkundige eisen gelden niet voor de bestaande bebouwing of bij verbouw.

Attentiegebieden Aandachtsgebieden zijn gebieden waar personen binnenshuis onvoldoende bescherming kunnen hebben in geval van een incident met gevaarlijke stoffen. Omdat personen niet enkel binnen verblijven hanteren Veiligheidsregio’s deze zogenaamde attentiegebieden, met als doel om binnen deze gebieden te toetsen hoe de veiligheid voor personen in de open lucht geoptimaliseerd kan worden. Toetsing Ondanks dat het onwaarschijnlijk is dat er aardgas zal worden aangetroffen, is voor de volledigheid een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd, zoals die ook uitgevoerd wordt voor boringen naar aardgas. De QRA is opgenomen in bijlage 10 bij de aanvraag. De plaatsgebonden risicocontour van 10-6/jaar ligt buiten de grenzen van de locatie van de boring (risicovolle milieubelastende activiteit; mba). Binnen de 10-6/jaar contour zijn geen (zeer) kwetsbare gebouwen of locaties toegestaan. Daarnaast zijn er geen beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-6/jaar contour aanwezig. Ten aanzien van het plaatsgebonden risico wordt aan de grenswaarde en de standaardwaarde van de Omgevingswet voldaan voor risicovolle mba’s. Aanvullend wordt opgemerkt dat in het kader van de Omgevingswet de term “aandachtsgebied” is geïntroduceerd. Een aandachtsgebied is een gebied waarbinnen personen in een gebouw onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen.

Aandachtsgebieden zijn voor deze situatie niet van toepassing vanwege de tijdelijke aard van de activiteit. Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bijlage VII deel E activiteit 11.2: Het aanleggen of aanpassen van een boorgat met een verplaatsbaar mijnbouwwerk), dient uitsluitend de afstand van het plaatsgebonden risico te worden bepaald. Conclusie Ten aanzien van omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Pagina 37 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

4.23

Mobiliteit (Verkeer en Parkeren) Kader verkeer en parkeren Om een inschatting te maken van de verkeersaantrekkende werking en parkeerbehoefte van een ontwikkeling kan gebruik worden gemaakt van de kencijfers uit de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ van het CROW. Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en/of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ dient bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. In dit geval wordt aangesloten op het geldende Paraplubestemmingsplan Wonen en Parkeren (vastgesteld op 16 februari 2021). Met dit paraplubestemmingsplan worden uniforme definities voor woonbegrippen vastgesteld en wordt een procedure geborgd voor het berekenen van benodigde parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Bij de omgevingsvergunning wordt gecontroleerd of voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn of worden gerealiseerd. Zo wil de gemeente voorzien in voldoende parkeergelegenheid en parkeerproblemen als gevolg van een (te) hoge parkeerdruk voorkomen Toetsing Verkeer Voor de afwikkeling van het verkeer wordt uitgegaan van ontsluiting van de locatie in zuidelijke richting, via de Noordscharwouderpolderweg, de Hasselaarsweg en Pannekeetweg naar de Westerweg (N242). In overleg met de wegbeheerder zal worden bepaald of extra maatregelen nodig zijn in de aanleg- en boorfase. Tijdens de productiefase (met gemiddeld 5 personenwagens en 1 vrachtwagen per dag) zijn extra maatregelen niet aan de orde. Conclusie Verkeer Ten aanzien van het thema verkeer is er een goede toedeling van functies aan locaties. Toetsing Parkeren Er is voldoende ruimte op het perceel om op eigen terrein te parkeren. Conclusie Parkeren Ten aanzien van het thema Parkeren is er een goede toedeling van functies aan locaties.

Pagina 38 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

4.24

Nutsvoorzieningen (Kabels en leidingen) Kader De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant: a. hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger (art. 22a Elektriciteitswet 1998); b. buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar (art. 5.18 en 5.135 Bkl, tevens art. 3.101 Bal); c. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar (art. 3.101 Bal); d. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom (art. 3.135 en art. 3.101 Bkl); e. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken (art. 3.101 Bal).1 Toetsing Door het perceel loopt aan de oostkant (min of meer noord-zuid gericht) de volgende infrastructuur:  leidingen van het warmtenet  kabels voor datatransport Hiermee wordt rekening gehouden met de inrichting van het terrein Conclusie Ten aanzien van het thema kabels en leidingen zijn er geen belemmeringen voor het initiatief.

4.25

Conclusie relevante omgevingsaspecten Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat er voor de verschillende thema’s sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Wat dit betreft zijn er geen belemmeringen voor het initiatief.

Pagina 39 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

5.

Uitvoerbaarheid

5.1

Financiële haalbaarheid De kosten die gemoeid zijn met de realisatie van de voorzieningen die afwijken van het omgevingsplan komen geheel voor rekening van HVC Warmte B.V. Voor de uitvoerbaarheid zijn er geen kosten voor andere partijen voorzien.

5.2

Participatie Voor de inwerkingtreding van de Omgevingwet heeft de gemeenteraad een lijst vastgesteld waarop gevallen zijn aangewezen waarvoor participatie verplicht wordt gesteld bij de aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Zo is er een participatieplicht opgenomen voor energievoorzieningen. Hieronder valt ook aardwarmtewinning. Om de omgeving en stakeholders te informeren, zijn informatiebijeenkomsten georganiseerd. Zo is op 15 oktober 2024 door HVC een informatiebijeenkomst georganiseerd voor de ontwikkelingen in het Alton (glastuinbouw) gebied en op 5 november 2024 een avond voor direct omwonenden (30 adressen), specifiek over de aardwarmte. Hierbij is gesproken over mogelijke overlast tijdens de realisatiefase en het ontwerp van het gebouw, waarbij de input van de omwonenden door HVC wordt meegenomen in het verdere ontwerp en ontwikkeling van het project.

Pagina 40 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

6.

Procedure Het nieuwe stelsel van de Omgevingswet sluit zoveel mogelijk aan bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb kent twee voorbereidingsprocedures:  De reguliere voorbereidingsprocedure: beslistermijn 8 weken met mogelijke verlenging van 6 weken;  De uitgebreide voorbereidingsprocedure: beslistermijn 26 weken met mogelijke verlenging van 6 weken. Op diverse plaatsen in de Omgevingswet en in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit staat wanneer de uitgebreide procedure geldt. Deze BOPA wordt gelijktijdig met een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit en een omgevingsvergunning bouwactiviteit technisch ingediend. De aangevraagde activiteit is niet genoemd in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit. Derhalve geldt de reguliere voorbereidingsprocedure, met een doorlooptijd van 8 weken en mogelijke verlenging met 6 weken. Omdat er instemming nodig is van KGG voor de MBA, zijn art. 16.64, lid 1 Ow en art. 16.18, lid 1 Ow ook van toepassing en komen er 4 weken voor instemming bij de reguliere termijn van 8 weken. De beslistermijn is 12 weken, met een mogelijke verlenging van 6 weken. Uitgangspunt is dat de reguliere procedure van toepassing is. Een eventueel bezwaar naar aanleiding van het besluit van het bevoegd gezag dient ingediend te worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen.

Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan bij de rechtbank. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan nog hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In bijlage 2 artikel 2 van de Awb staan besluiten opgenomen waarbij er geen beroepsmogelijkheid is. Belanghebbenden kunnen eventueel ook een voorlopige voorziening aanvragen om de inwerkingtreding van een besluit (omgevingsvergunning) voorlopig tegen te houden.

Pagina 41 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

7.

Belangenafweging en conclusie

7.1

Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Uit de toetsing aan het beleidskader en de beoordeling van de aspecten van de fysieke leefomgeving volgt dat er met onderhavige ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

7.2

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn om de omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit te verlenen voor de voorgenomen activiteiten.

Antea Group, Februari 2025

Pagina 42 van 43

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1800 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV Heerenveen Postbus 24 8440 AA Heerenveen

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=0c86c60e-54af-47e1-87b5-37735e4f49e3