CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting op de Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit

Gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Aardwarmtewinning Altongebied Bindend advies15.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard

projectnummer 0486957 definitief revisie 00 7 februari 2025

www.anteagroup.nl

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 definitief revisie 00 7 februari 2025

Opdrachtgever HVC Warmte B.V. Jadestraat 1 8446 KP Alkmaar

Gecontroleerd M.R. Hirsch

datum 7 februari 2025

beschrijving definitief revisie 00

vrijgave E. Koomen

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Inhoudsopgave

1.

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Doel van het format: beoordeling Etfal Leeswijzer

5 5 6

2.

Beschrijving

7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2

Aanleiding en doel voorgenomen initiatief Huidige situatie en ligging van het projectgebied Geldend omgevingsplan en andere omgevingsdocumenten Impressie aardwarmteproductie installatie Strijdigheid Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Fasering

7 9 11 13 13 13 14

3.

Beleidskader

15

3.1 3.2 3.2.1 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.5 3.5.1 3.5.2 3.6 3.6.1 3.6.2 3.6.3 3.7 3.7.1 3.7.2 3.7.3

Inleiding Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie Instructieregels (AMvB’s) Ladder voor duurzame verstedelijking Conclusie Rijksbeleid Provinciaal beleid Noord-Holland Omgevingsvisie NH2050 Omgevingsverordening Instructieregels Conclusie Provinciaal beleid Omgevingswaarden Regionaal beleid Regionale Energie Strategie (RES) Conclusie Beleid van het waterschap Waterschap verordening Hollands Noorderkwartier Regionaal waterprogramma Noord-Holland Conclusie Gemeentelijk beleid Structurele Omgevingsvisie Dijk en waard Transitievisie Warmte Gemeente Heerhugowaard Conclusie gemeentelijk beleid Dijk en Waard

15 15 15 16 16 17 17 17 18 19 19 19 19 19 20 20 20 21 21 21 21 22 22

4.

Aspecten fysieke leefomgeving

23

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

Inleiding en leeswijzer Lijst van mogelijk relevante omgevingsaspecten Archeologie Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw Ontplofbare Oorlogsresten (OO) Welstand Milieuzonering Milieubelastende activiteiten Mer-beoordeling Gezondheid

23 23 23 24 26 27 27 28 28 28 Pagina 3 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18 4.19 4.20 4.21 4.22 4.23 4.24 4.25

Geluid Geur Trillingen Windhinder Lichthinder Luchtkwaliteit Bodem Weging van het waterbelang Klimaatadaptatie Duurzaamheid Natuur en ecologie Omgevingsveiligheid Mobiliteit (Verkeer en Parkeren) Nutsvoorzieningen (Kabels en leidingen) Conclusie relevante omgevingsaspecten

29 30 30 30 30 31 32 33 33 34 34 36 38 39 39

5.

Uitvoerbaarheid

40

5.1 5.2

Financiële haalbaarheid Participatie

40 40

6.

Procedure

41

7.

Belangenafweging en conclusie

42

7.1 7.2

Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Conclusie

42 42

Pagina 4 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding HVC Warmte B.V. (hierna: HVC) is voornemens om aardwarmte te gaan winnen (geothermie) op een agrarisch perceel in de gemeente Heerhugowaard. Om dit te kunnen realiseren worden een viertal diepboringen (twee doubletten) uitgevoerd en wordt een aardwarmteproductieinstallatie, met hulpwarmtecentrale, gerealiseerd. Bij ieder doublet wordt uit één geboorde put aardwarmte gewonnen en wordt in één geboorde put het afgekoelde water weer in de ondergrond gebracht. Hierna volgt de realisatie van de winningsinstallatie, bestaande uit onder andere een pompgebouw en een aansluiting op het warmtenet. Hiermee start de warmteproductiefase. Dit voornemen kan niet worden gerealiseerd binnen de kaders van het vigerende omgevingsplan/bestemmingsplan. Daarom wordt hier de procedure gevolgd van een Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit (BOPA). In paragraaf 2.4 wordt de strijdigheid met het vigerende omgevingsplan/bestemmingsplan nader toegelicht.

1.2

Doel van het format: beoordeling Etfal Uit artikel 4.2 van de Omgevingswet volgt dat de regels in het omgevingsplan van de gemeente, moeten leiden tot een zogenaamde ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ – ook wel afgekort tot Etfal. Dit begrip vervangt de ‘goede ruimtelijke ordening’, dat ten grondslag lag aan de vaststelling van bestemmingsplannen en het afwijken van bestemmingsplannen. Alle regels in het omgevingsplan dienen gezamenlijk te leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, wat betekent dat er een balans dient te bestaan tussen de verschillende functies van die locaties binnen een gebied. Uiteindelijk wegen alle relevante belangen mee en op basis hiervan zal een besluit genomen worden. Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit – ook wel afgekort tot BOPA, kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit is een inhoudelijk vereiste en volgt uit artikel 8.0a lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Daarnaast gelden de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Verder kan het zijn dat er instructieregels van de provincie of het Rijk van toepassing zijn op de activiteiten bij het initiatief. Dit volgt uit artikel 2.22, 2.24, 2.33 en 2.34 van de Omgevingswet.

Een initiatief voldoet in ieder geval niet aan de vereisten van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, als er: strijd is met instructie(regel)s, als er geen aanvaardbaar woon-, leef- en ondernemersklimaat kan worden bereikt en/of als het initiatief in strijd is met de doelstellingen uit gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in een Omgevingsvisie, programma of in beleidsregels. Voorgaande geldt overeenkomstig voor de aanvraag van een wijziging van het omgevingsplan. De vraag bij de vergunningverlening van een BOPA of wijziging van het omgevingsplan, is of het initiatief leidt tot een situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Anders gezegd: is er na een zorgvuldige belangenafweging met het toestaan van de activiteit nog steeds, of weer, sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen worden met behulp van dit format, alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op het initiatief) nader onderzocht en afgewogen.

Pagina 5 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de huidige en toekomstige situatie van het projectgebied beschreven. In hoofdstuk 3 is het relevante beleidskader geschetst. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende omgevingsaspecten aan bod. In hoofdstuk 5 komt de economische en maatschappelijke haalbaarheid aan bod. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de belangenafweging en conclusie beschreven. Voorliggende motivering voor de BOPA aanvraag is geschreven conform de aangedragen handreiking GoFlow van de gemeente Dijk en Waard. Het aangeleverde document is gebruikt als leidraad en handleiding voor het opstellen van het document voor toetsing van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Pagina 6 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

2.

Beschrijving

2.1

Aanleiding en doel voorgenomen initiatief De initiatiefnemer is voornemens een geothermieproject te ontwikkelen ter plaatse van een agrarisch perceel aan de Noordscharwouderpolderweg te Heerhugowaard in de provincie Noord-Holland. Hierbij worden vier diepboringen uitgevoerd (twee doubletten) waarbij per doublet uit één geboorde put aardwarmte zal worden gewonnen. De andere put zal gebruikt worden om het afgekoelde water weer in de ondergrond te brengen. Voor de werkzaamheden is vooralsnog geen doorlooptijd of planning bekend. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de mogelijke negatieve gevolgen op verschillende aspecten. Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op de omgeving. Er is daarom inzicht gewenst in de mogelijke effecten die kunnen optreden door de ontwikkeling. Dit wordt verkend in voorliggend document. Daarnaast worden kansen voor het verbeteren van de mogelijke ontwikkeling genoemd. In de figuren 1.1 en 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven. In figuur 1.3 is een impressie van het ontwerp weergegeven voor de boorfase.

Figuur 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de omgeving. Bron: Streetsmart, luchtfoto 2024.

Pagina 7 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Figuur 1.2. Plangebied (rood omkaderd). Kaart gemaakt in Q-GIS.

Figuur 1.3. Impressie ruimtelijke ontwikkeling boorfase. Bron: HVC Groep, 2024.

Pagina 8 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

2.2

Huidige situatie en ligging van het projectgebied

Figuur 1.4. Impressie Obliek weergave huidig terrein. Bron: Streetsmart Cyclomedia, 2024.

Figuur 1.5. Impressie weergave huidig terrein Noordoost. Bron: Google maps, 2024.

Pagina 9 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Figuur 1.6. Impressie weergave huidig terrein Zuid. Bron: Google maps, 2024.

Pagina 10 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

2.3

Geldend omgevingsplan en andere omgevingsdocumenten Ter plaatse van het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen: Vigerend bestemmingsplan

Onherroepelijk vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied 2014

25 oktober 2016

Wonen en parkeren

16 februari 2021

Voorbereidingsbesluit Datacenters Dijk en Waard 19 december 2023 Actualisatieplan Heerhugowaard

22 februari 2024

Veegplan Heerhugowaard 2023

24 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied 2014 In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2014’ zijn de gebruiks- en bouwmogelijkheden voor het plangebied opgenomen. Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming Agrarisch – 1 De bestaande bouw- en gebruiksactiviteiten die voor het projectgebied gelden zijn opgenomen in het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2014’ (vastgesteld op 25 oktober 2016).

Figuur 1.7 : Weergave vigerend bestemmingsplan ‘buitengebied 2014’ (Regels op de kaart, 2024)

Gebruiksregels In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2014’ heeft de locaties ter plaatse van het plangebied de bestemming Agrarisch – 1 . In Figuur 1.7 is een uitsnede van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2014’ ter plaatse van het projectgebied (rood omkaderd) opgenomen. De bestemming van de aangewezen gronden voor "Agrarisch - 1" omvat het gebruik voor volwaardige glastuinbouwbedrijven. Op locaties met de aanduiding "agrarisch bedrijf" zijn grondgebonden agrarische bedrijven toegestaan, maar nieuwe vestigingen van dergelijke bedrijven zijn uitgesloten op plaatsen met de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - nieuwvestiging." Pagina 11 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Toegestane bouwwerken op deze gronden zijn onder meer bedrijfsgebouwen, kassen, bedrijfswoningen en bijbehorende bijgebouwen. Er is ruimte voor aan huis verbonden bedrijven, praktijkruimten en nutsvoorzieningen (alleen op specifiek aangewezen locaties). Daarnaast zijn nevenfuncties zoals bed & breakfast, dagrecreatie (zoals een theetuin), webwinkels en detailhandel in agrarische producten toegestaan. De gronden mogen tevens gebruikt worden voor bijbehorende terreinen, wegen, paden, water en groenvoorzieningen. Bouwregels Voor bebouwing geldt dat een vergunning niet wordt verleend als hierdoor meer dan 800 m² bebouwing of gesloten verharding ontstaat, tenzij de aanvrager kan aantonen dat voldoende waterberging is gerealiseerd volgens de eisen van de waterbeheerder. Voor bedrijfsgebouwen geldt een maximale goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 9,5 meter. Kassen mogen een goothoogte van maximaal 8 meter en een bouwhoogte van maximaal 10 meter hebben. Bedrijfswoningen kunnen aan de voorzijde worden uitgebreid met een uitbouw van maximaal twee derde van de gevellengte en 1,5 meter diep, of een entree van maximaal een derde van de gevellengte en 1,5 meter diep. Aan de zijgevel is een uitbouw tot 4,5 meter lengte en 1,5 meter diepte toegestaan. De inhoud van deze uitbouwen telt niet mee in de maximale woninginhoud.

De hoogte van een warmteopslaginstallatie mag niet meer dan 15,00 meter bedragen, waarbij de aanvrager van de omgevingsvergunning voor de bouw van een warmteopslaginstallatie een beeldkwaliteitsplan overlegt, waaruit de inpassing van de warmteopslaginstallatie in het landschap blijkt. de hoogte van andere bouwwerken geen gebouw zijnde mag niet meer dan 6,00 meter bedragen. Ook zijn ter plaatse van de projectlocatie de volgende besluiten van kracht: Wonen en parkeren De gemeente Heerhugowaard wil meer controle over woonvormen en het gebruik van parkeernormen binnen de gemeente. Met een nieuw paraplubestemmingsplan worden uniforme definities voor woonbegrippen vastgesteld en wordt een procedure geborgd voor het berekenen van benodigde parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de omgevingsvergunning wordt gecontroleerd of voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn of worden gerealiseerd. Sinds de bouwverordening op 1 juli 2018 is gewijzigd, is de parkeereis vervallen voor bestemmingsplannen van vóór 29 november 2014, waardoor aanvullende regelgeving hiervoor is weggevallen. Het bestemmingsplan Wonen en parkeren is voor onderhevig initiatief niet dermate relevant en is daarmee in overeenstemming met de voorgenomen ontwikkeling.

Voorbereidingsbesluit Datacenters Dijk en Waard De gemeenteraad van Dijk en Waard heeft een voorbereidingsbesluit genomen om te voorkomen dat datacenters zich in de gemeente vestigen. Dit besluit is ingegeven door de huidige druk op het elektriciteitsnet en het hoge energieverbruik van datacenters. Het besluit geldt voor datacenters die volgens de huidige bestemmingsplannen nog een vergunning zouden kunnen krijgen. Momenteel ontbreekt er specifiek beleid om de vestiging van datacenters te reguleren. Tijdens de periode waarin het voorbereidingsbesluit van kracht is, zal de gemeente beleid ontwikkelen waarin de voorwaarden worden vastgelegd waaronder datacenters zich al dan niet kunnen vestigen in Dijk en Waard. Het voorbereidingsbesluit Datacenters Dijk en Waard is voor onderhevig initiatief niet relevant. Veegplan Heerhugowaard 2023 Sinds de invoering van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 zijn bestemmingsplannen geactualiseerd en werken gemeenten sinds 2013 met uniforme plannen. Voor diverse locaties zijn de plannen aangepast of via omgevingsvergunningen toegestaan. In 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, waarmee één tijdelijk omgevingsplan voor de hele gemeente ontstaat, opgebouwd uit bestaande bestemmingsplannen en regels. Tot eind 2031 hebben gemeenten de tijd om nieuwe regels te integreren.

Het actualisatieplan dient om regels beleidsneutraal te standaardiseren, verleende vergunningen vast te leggen en fouten te herstellen. Dit als voorbereiding op één samenhangend omgevingsplan voor de gemeente Dijk en Waard. Pagina 12 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Actualisatieplan Heerhugowaard De gronden die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 5' zijn, naast hun andere bestemmingen, ook bedoeld voor het herstel en behoud van archeologische waarden. Bij conflicten tussen regels hebben de bepalingen van dit artikel voorrang boven de regels uit andere artikelen die op deze gronden van toepassing zijn. Voor geothermieontwikkeling gelden aanvullende archeologische bouwregels: vóór het verlenen van een omgevingsvergunning moet een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd om vast te stellen of archeologische waarden worden verstoord. Bij eventuele verstoring kunnen voorwaarden worden opgelegd, zoals technische maatregelen om de archeologische waarden te behouden of verplichte opgravingen. Vergunningen zijn niet nodig voor werkzaamheden binnen bepaalde afmetingen (tot 10.000 m² en ondieper dan 40 cm), of als er sprake is van onderhoud, gebruik van bestaande funderingen of eerdere vergunningen.

2.4

Impressie aardwarmteproductie installatie Op onderstaande afbeelding wordt een impressie gegeven van de aardwarmteproductie installatie.

Figuur 1.8. Impressie schematische weergave ontwikkeling. Bron: Leeuwenkamp Architecten voor HVC, 31-01-2025 Het hekwerk dat op de afbeelding te zien is, is rondom de putten demontabel.

2.5

Strijdigheid

2.5.1

Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit is noodzakelijk voor de activiteiten van het initiatief die strijdig zijn met de regels van het omgevingsplan. Zoals eerder beschreven is de beoogde ontwikkeling op grond van het geldend ruimtelijk kader niet toegestaan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangevraagd. De milieubelastende activiteit zoals omschreven in afdeling 3.10, artikel 3.320, lid 1 van het Bal is van toepassing op de vier diepboringen met boorgaten, de installatie voor aardwarmteproductie en de winning van aardwarmte: “Als milieubelastende activiteiten als bedoeld worden aangewezen het aanleggen en het exploiteren van een mijnbouwwerk.” In artikel 3.321, lid 1 is opgenomen dat een vergunningplicht geldt voor deze milieubelastende activiteit. Pagina 13 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Na het uitvoeren van de boringen wordt een warmteproductie installatie met hulpwarmtecentrale gerealiseerd. De benodigde omgevingsvergunningen voor het gebruiken van de warmteproductie installatie en de hulpwarmtecentrale (HWC) en de technische bouwactiviteit worden gelijktijdig met de BOPA aangevraagd. Uitvoeringsgerelateerde vergunningen worden separaat aangevraagd. Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit moet worden aangevraagd voor: 

Een aanvraag omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, lid 2 van de Omgevingswet, vanwege het verrichten van een milieubelastende activiteit voor het aanleggen en exploiteren van een mijnbouwwerk die strijdig is met vigerend bestemmingsplan en de hiervoor vigerende (bedrijfs)activiteiten; Een aanvraag omgevingsvergunning op grond van artikel 5.2, lid a van de Omgevingswet, vanwege het bouwen en gebruiken van een gebouw, dat strijdig is met vigerend omgevingsplan. Het gebouw heeft een dakhoogte van 8,25 m hoog en met een dakrand van 10,13 m hoog, met daarbij behorende gebouwinstallaties en voorzieningen, zoals een pomphuis en bovengrondse installaties, een hulpwarmtecentrale, buffervat, schoorstenen (16 m hoog) en antennes.

Het buffervat van 15 meter hoog, dat in de noordwest hoek van de kavel geplaatst wordt, is onderdeel van de warmteopslaginstallatie en valt daarmee binnen de bouweregel die volgt uit artikel 4.2.4, lid e van Bestemmingsplan Buitengebied 2014.

2.5.2

Fasering Voorliggende motivering ziet toe op de aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het toestaan van: 

 

Een aanvraag omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, lid 2 van de Omgevingswet, vanwege het verrichten van een milieubelastende activiteit voor het aanleggen en exploiteren van een mijnbouwwerk, met een hulpwarmtecentrale. Opslag van dieselolie in tanks (artikel 3.24 Bal); Opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking (artikel 3.27 Bal).

Omgevingsvergunningen die uitvoeringsgerelateerd zijn, worden separaat aangevraagd. Een voorbeeld hiervan is de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk of werkzaamheden (binnenplanse omgevingsplanactiviteit). Omgevingsvergunningen die nodig zijn voor het gebruik en de bouw van het mijnbouwwerk en de hulpwarmtecentrale, worden gelijktijdig met de BOPA aangevraagd. Dit betreft bijvoorbeeld de omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit.

Pagina 14 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

3.

Beleidskader

3.1

Inleiding In voorliggend hoofdstuk worden de relevante beleidsartikelen getoetst aan het voorgenomen initiatief. Van ieder onderdeel wordt eerst het kader beschreven, waarna de artikelen getoetst worden aan eventuele strijdigheden met de ontwikkeling. Aan de hand van het kader en de toetsing wordt een conclusie getrokken.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie Kader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Onder de Wro is deze ingevoerd als een structuurvisie, die de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012 vervangt. Onder de Omgevingswet is de NOVI een instrument, zoals deze bedoeld was onder de nieuwe wet. De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving, waarbij wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Aan de hand van de NOVI wil het Rijk samen met de regio’s samenwerkingsafspraken maken en deze opnemen in Gebiedsagenda’s. De NOVI wordt aangescherpt met de Nota Ruimte die op termijn zal worden vastgesteld. In die nota worden keuzes over het gebruik van de ruimte uit de NOVI gemaakt op basis van de principes dat ruimte schaars is en dat keuzes niet mogen leiden tot het afschuiven van problemen. Keuzes moeten daarnaast de eigenheid van regio’s respecteren. Relevantie initiatief De voorgenomen ontwikkeling speelt in op de prioriteit ‘Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ en ‘Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied’. De vraag naar geothermie neemt toe. Het initiatief biedt mogelijkheden voor de toepassing van deze hernieuwbare energie/warmtebron en geeft hiermee invulling aan de behoefte van nieuwe warmtebronnen in de regio. De beleidskeuze beschrijft: ‘’verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig op ruimte- en mobiliteit efficiëntie wijze ingepast. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven, en zo de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken.’’

Pagina 15 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Het geothermieproject draagt bij aan het ruimtelijk mogelijk maken van duurzame energiebronnen in de regio. Het is gelegen in een landelijk gebied, waardoor er geen nieuwe ruimte wordt ingenomen in stedelijke gebieden. Bovendien kan de ontwikkeling van geothermie bijdragen aan de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het gebied voor mogelijke nieuwe projecten. Door het creëren van duurzame energiealternatieven kan de voorgenomen ontwikkeling bijdragen aan stabiel houden van de regio op het gebied van warmtevoorziening. De locatie is strategisch gelegen in de buurt van veel kassen die duurzame warmtevoorziening nodig hebben. Conclusie Het voornemen past binnen de ambities en maatregelen zoals gesteld in de NOVI.

3.3

Instructieregels (AMvB’s) Kader Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) volgt dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de OmgevingsPlanActiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de OmgevingsPlanActiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

De hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat is hieronder opgesomd:  waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2);  beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3);  beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;  beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl);  het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;  het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; en  het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Relevantie initiatief In hoofdstuk 4 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dit hoofdstuk wordt per omgevingsaspect ingegaan op de relevante instructieregels.

Conclusie Op basis van voorliggende motivering kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de uitgangspunten uit het Bkl.

3.3.1

Ladder voor duurzame verstedelijking Kader Op grond van artikel 5.129g van het Bkl is een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van toepassing. In de Ladder is opgenomen dat, voor zover een omgevingsplan (of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit) voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dat met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden moet worden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Pagina 16 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, moet in de motivering worden ingegaan op de mogelijkheden die er binnen het bestaand stedelijk gebied zijn om in die behoefte te voorzien. De Ladder als het omgevingsplan meer bebouwing mogelijk maakt, of dat er een functiewijziging van zodanige aard en omvang plaats vindt dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. Een stedelijke ontwikkeling is volgens dit artikel de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening. De aard en omvang van de bedrijven in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl heeft geen ondergrens voor de minimale omvang van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving, maar is volgens jurisprudentie in beginsel 500 m2 bvo. Het gaat hierbij zowel om fysiek ruimtebeslag als de wijziging of toevoeging van functies.

Bij de toetsing aan de Ladder onder de Omgevingswet, is het uitgangspunt dat de bestaande jurisprudentie over de Ladder (onder de Bro) gebruikt kan worden. Relevantie initiatief De ontwikkeling wordt niet getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling en valt daarmee niet te toetsen aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig initiatief. Conclusie Aangetoond is dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3.2

Conclusie Rijksbeleid Aangetoond is dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de opgestelde uitgangspunten van het vigerende Rijksbeleid.

3.4

Provinciaal beleid Noord-Holland

3.4.1

Omgevingsvisie NH2050 Kader De "Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de Omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de Omgevingsvisie is dat Noord-Holland een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. In de Omgevingsvisie worden ook subambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden:  Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht.  Gezondheid en veiligheid: de ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Pagina 17 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woon-werkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico's en die een gezonde levensstijl ondersteunt. Biodiversiteit en natuur: de ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn.

De ambities ten aanzien van het gebruik van de leefomgeving luiden:  Economische transitie: de ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek.  Wonen en werken: de ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland.  Mobiliteit: de ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe.  Landschap: de ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. De ambities ten aanzien van de energietransitie is tot slot dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie.

Relevantie initiatief Voor onderhavige locatie is met name het uitgangspunt uit de Omgevingsvisie van belang dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de kwalitatieve ambities, behoeftes en trends. De ontwikkeling van geothermie sluit goed aan bij de Omgevingsvisie van Noord-Holland 2050, omdat het bijdraagt aan de transitie naar duurzame energie en een klimaatneutrale provincie. Geothermie maakt gebruik van aardwarmte als een betrouwbare en milieuvriendelijke energiebron, wat past bij de doelstellingen van Noord-Holland om de CO2-uitstoot te verminderen en minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. Bovendien ondersteunt het de regionale energiebehoefte, versterkt het de lokale economie en helpt het de natuurlijke leefomgeving te beschermen, zoals beoogd in de integrale visie van de provincie. Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend binnen de provinciale Omgevingsvisie NH2050.

3.4.2

Omgevingsverordening Kader Bij de Omgevingsvisie hoort een Provinciale Omgevingsverordening. Op 11 januari 2024 is de omgevingsverordening NH2022 in werking gegaan en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In de Omgevingsverordening zijn de regels vastgelegd waaraan het Omgevingsloket in Noord-Holland moeten voldoen. De Omgevingsverordening stelt algemene regels aan (tijdelijke) omgevingsplannen met als doel het veiligstellen van de provinciale belangen. Relevantie initiatief De ontwikkeling van geothermie sluit nauw aan bij de Omgevingsverordening van Noord-Holland (NH2022), die gericht is op een duurzame en toekomstbestendige ruimtelijke inrichting. NH2022 benadrukt het belang van de energietransitie en de noodzaak om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Geothermie, als bron van hernieuwbare energie, speelt hierin een cruciale rol door aardwarmte te benutten als alternatief voor fossiele brandstoffen. De verordening stelt daarnaast strikte eisen aan de bescherming van de bodem en ondergrond, wat ook geldt voor desbetreffende ontwikkeling als geothermieproject. Pagina 18 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Door deze regels wordt ervoor gezorgd dat de ontwikkeling van geothermie plaatsvindt met minimale impact op de natuurlijke omgeving, in overeenstemming met de doelen voor een duurzame en veilige inrichting van de provincie. Zo draagt geothermie bij aan zowel de energietransitie als het behoud van de kwaliteit van de leefomgeving, zoals beoogd in NH2022. Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend binnen de provinciale Omgevingsverordening NH2022.

3.4.3

Instructieregels Ook in de provinciale omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen (zie hiervoor onder 3.2.2). De provinciale instructieregels zijn opgenomen in hoofdstuk 6 van de Omgevingsverordening NH2022.

3.4.4

Conclusie Provinciaal beleid Uit het bovenstaande blijkt dat het initiatief binnen de doelstellingen en het beleid past van de provincie.

3.4.5

Omgevingswaarden In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), onderdeel van de Omgevingswet in Nederland, zijn omgevingswaarden vastgelegd. Omgevingswaarden zijn kwantitatieve normen die de minimale kwaliteit van de leefomgeving beschrijven en beschermen. Ze geven aan wat de maximaal toelaatbare concentraties van bepaalde stoffen in lucht of water zijn, hoeveel geluid of trilling acceptabel is en welke ecologische kwaliteit natuurgebieden minimaal moeten hebben. Deze waarden helpen gemeenten en provincies bij het stellen van concrete doelen voor de leefomgeving en dienen als referentie om te beoordelen of projecten of activiteiten een negatieve invloed kunnen hebben op de omgevingskwaliteit. Als een omgevingswaarde wordt overschreden, moet de overheid maatregelen treffen om de situatie te verbeteren. Bij de beoordeling van de relevante milieuaspecten wordt rekening gehouden met de geldende kwantitatieve en kwalitatieve normen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Na deze beoordeling zal duidelijk worden of de geplande geothermie-ontwikkeling voldoet aan de omgevingswaarden die in het Bkl zijn vastgesteld.

3.5

Regionaal beleid

3.5.1

Regionale Energie Strategie (RES) De provincie Noord-Holland erkent de noodzaak om actief de energietransitie te realiseren, zoals vastgelegd in de Regionale Energie Strategie (RES) van Noord-Holland. Deze strategie is gericht op het realiseren van een significante vermindering van CO2-uitstoot en het bevorderen van hernieuwbare energiebronnen.. In het kader van de RES is het essentieel dat de gemeenten samenwerking zoeken met regionale partners, waaronder andere gemeenten, bedrijven en kennisinstellingen. Door het bundelen van krachten en middelen kan de gemeente niet alleen bijdragen aan een betrouwbare energievoorziening, maar ook economische kansen creëren en de lokale werkgelegenheid bevorderen. Dijk en Waard streeft naar een evenwichtige mix van energieoplossingen, waarbij zon, wind en biomassa de belangrijkste speerpunten zijn. Tegelijkertijd willen we de ecologische en sociale impact van deze initiatieven zorgvuldig in de gaten houden en inspraak van de gemeenschap waarborgen.

Pagina 19 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Relevantie initiatief Bij de implementatie van de Regionale Energie Strategie zal de gemeente Dijk en Waard ook de mogelijkheden van geothermie in Heerhugowaard grondig evalueren. Geothermie biedt een duurzame en betrouwbare energiebron die bijdraagt aan de lokale energievoorziening en de klimaatdoelstellingen. De ontwikkeling van geothermie in Heerhugowaard is een waardevolle aanvulling op de RES, omdat het kan bijdragen aan een stabielere energievoorziening met een lage CO2-uitstoot. Bij de toetsing van de RES aan de geothermie-ontwikkeling is het van belang om te waarborgen dat de exploitatie van geothermische energie in overeenstemming is met de gestelde duurzaamheidsdoelstellingen. Dit houdt in dat er voldoende aandacht moet zijn voor de mogelijke milieueffecten en dat er een goede afstemming moet plaatsvinden met andere duurzame energieprojecten in de regio. De gemeente zal daarom actief betrokken blijven bij het ontwikkelen van geothermische projecten en zal de samenwerking met betrokken partijen intensiveren om te zorgen voor een integrale aanpak die zowel de energietransitie als de lokale gemeenschap ten goede komt.

Door een coherente strategie te hanteren die de verschillende duurzame energiebronnen, inclusief geothermie, integreert, kan Dijk en Waard zijn ambities op het gebied van duurzame energie waarmaken en tegelijkertijd bijdragen aan de bredere doelstellingen van de RES Noord-Holland.

3.5.2

Conclusie Het regionale beleid is in lijn met de voorgenomen ontwikkeling en biedt geen belemmeringen voor de doorgang van onderhavig initiatief.

3.6

Beleid van het waterschap

3.6.1

Waterschap verordening Hollands Noorderkwartier De Waterschapsverordening van Hollands Noorderkwartier bevat regels voor het beheer en de bescherming van waterkeringen, watergangen en grondwater in de regio. Deze verordening regelt activiteiten die invloed kunnen hebben op de waterhuishouding, zoals bouwen, graven, of het uitvoeren van werken nabij dijken en waterwegen. Het doel is om de veiligheid van waterkeringen te waarborgen, overstromingsrisico’s te beperken en de waterkwaliteit en -kwantiteit te beschermen. Voor bepaalde werkzaamheden, zoals boringen of ingrepen in de nabijheid van waterkeringen, is een vergunning nodig, waarbij het waterschap voorwaarden kan stellen om negatieve gevolgen voor het watersysteem te voorkomen. Relevantie initiatief Voor de ontwikkeling van geothermie in het gebied van waterschap Hollands Noorderkwartier zijn specifieke regels uit de waterschap verordening van belang. Deze verordening stelt eisen voor activiteiten die de waterhuishouding of waterkeringen kunnen beïnvloeden, zoals boringen en ontgravingen die diepteinterventies vereisen, waarbij ook de bescherming van grondwaterlagen van belang is. Bij geothermische projecten moet rekening worden gehouden met beperkingen rondom waterkeringen, dijken, en watergangen, om risico's voor stabiliteit en waterkwaliteit te vermijden.

De onderhavige diepboringen naar geothermie worden uitgevoerd binnen een conductor (zware stalen buis; diameter veelal circa 75 cm; diepte veelal 50 à 100 m) waardoor contact met het grondwater wordt vermeden en de stabiliteit voor de omliggende bodemlagen is geborgd. Voor het project zal in overleg met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit worden aangevraagd die in ieder geval ingaat op de verhardingen (watercompensatie), de tijdelijke kortdurende bemaling van het grondwater met lozing op oppervlaktewater voor het ‘in den droge’ aanbrengen van de boorkelder, alsmede het graven en dempen van oppervlaktewater.

Pagina 20 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

3.6.2

Regionaal waterprogramma Noord-Holland Het Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 werd vastgesteld door Provinciale Staten op 31 januari 2022. Het programma is opgesteld in overleg met gemeenten, waterbeheerders, drinkwaterbedrijven, veiligheidsregio’s en aangrenzende provincies. Met dit programma wordt invulling gegeven aan het waterbeleid in Omgevingsvisie NH 2050 voor zover het uitvoering van Europese richtlijnen over water betreft. Een goede waterkwaliteit, duurzaam voorraadbeheer en bescherming tegen overstroming zijn de centrale elementen van het programma. Voor de deelprogramma’s oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico’s is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwaterwinningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden. Relevantie initiatief De ontwikkeling van geothermie in Heerhugowaard sluit aan bij het Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027, dit omdat het programma nadruk legt op duurzaam waterbeheer en de bescherming van de watervoorraden. Geothermie maakt gebruik van warmte uit diepe aardlagen, wat past bij de doelstelling om slim om te gaan met natuurlijke hulpbronnen zonder de waterkwaliteit te schaden.

Het programma stelt ook dat nieuwe energieontwikkelingen, zoals geothermie, zorgvuldig moeten worden geïntegreerd met het regionale watersysteem, om risico's zoals verontreiniging van grondwater te voorkomen. Hierdoor draagt geothermie bij aan de verduurzaming van de regio, terwijl het waterbeheer beheersbaar blijft. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met het beleid van het regionaal waterprogramma Noord-Holland. Dit wordt toegelicht in paragraaf 6.8 en 6.9 van voorliggende motivering.

3.6.3

Conclusie Het waterschapsbeleid is in lijn met de voorgenomen ontwikkeling en biedt geen belemmeringen voor de doorgang van onderhavig initiatief.

3.7

Gemeentelijk beleid

3.7.1

Structurele Omgevingsvisie Dijk en waard Kader De Strategische Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld van de gemeente Dijk en Waard richting 2047 en verder. De visie behandelt vraagstukken zoals de locaties voor toekomstige woningbouw, mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie en waar de inwoners van gemeente Dijk en Waard kunnen werken, winkelen en sporten. Ook wordt aandacht besteed aan de infrastructuur en mobiliteit binnen de gemeente, evenals het behoud en de ontwikkeling van groene ruimtes. De visie omschrijft de belangrijkste doelstellingen op het gebied van wonen, werken, groenbeheer, mobiliteit, duurzaamheid, en ruimte voor cultuur, sport en onderwijs. Relevantie initiatief De ontwikkeling van geothermie in Heerhugowaard is nauw verweven met de Strategische Omgevingsvisie van de gemeente Dijk en Waard, die gericht is op een toekomstbestendige, duurzame en leefbare gemeente. Deze visie stelt het realiseren van een klimaatneutrale gemeente als een belangrijk doel, met de energietransitie als kernpunt. Geothermie speelt hierin een cruciale rol, omdat het een lokale, hernieuwbare energiebron is die de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen sterk vermindert en een aanzienlijke bijdrage levert aan het verlagen van de CO2-uitstoot.

Pagina 21 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Daarnaast is de Omgevingsvisie van Dijk en Waard gericht op het versterken van de lokale leefomgeving en het slim benutten van natuurlijke hulpbronnen. Geothermie sluit hier perfect bij aan, omdat het een duurzame manier biedt om energie op te wekken zonder de directe leefomgeving te belasten. De gemeente streeft naar een balans tussen stedelijke ontwikkeling en het behoud van de kwaliteit van de natuurlijke omgeving, en geothermieprojecten kunnen hieraan bijdragen zonder schadelijke impact op het milieu of de leefbaarheid. Bovendien sluit de inzet op geothermie aan bij de doelstelling van de gemeente om samen met bewoners en bedrijven te werken aan innovatieve energie-oplossingen. Door in te zetten op deze technologie kan Heerhugowaard een voortrekkersrol spelen in de energietransitie, waarbij duurzame energievoorziening en economische groei hand in hand gaan, in lijn met de bredere ambities van de strategische Omgevingsvisie van Dijk en Waard. Conclusie Het gemeentelijke beleid is in lijn met de voorgenomen ontwikkeling en biedt geen belemmeringen voor de doorgang van onderhavig initiatief.

3.7.2

Transitievisie Warmte Gemeente Heerhugowaard De meeste woningen en gebouwen in Heerhugowaard worden nog met aardgas verwarmd, maar om de klimaatdoelen te halen en volgens het Klimaatakkoord vóór 2050 van het aardgas af te zijn, zet de gemeente in op warmtetransitie. In de transitievisie warmte beschrijft Heerhugowaard per wijk de meest geschikte alternatieven, zoals elektrische verwarming, een warmtenet, duurzaam gas of een bronnet. In wijken van vóór 1990 is het uitbreiden van het warmtenet vaak geschikt, terwijl nieuwere, goed geïsoleerde wijken meer baat hebben bij elektrische verwarming. Toetsing en conclusie Onderhavig initiatief sluit aan op de transitievisie.

3.7.3

Conclusie gemeentelijk beleid Dijk en Waard Het beleid van de gemeente Dijk en Waard is in lijn met de voorgenomen ontwikkeling en biedt geen belemmeringen voor de doorgang van onderhavig initiatief.

Pagina 22 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

4.

Aspecten fysieke leefomgeving

4.1

Inleiding en leeswijzer Uitgangspunt is dat het initiatief van de aardwarmtewinning mogelijk is op basis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de navolgende paragrafen wordt dit nader toegelicht.

4.2

Lijst van mogelijk relevante omgevingsaspecten Op basis van de uitgevoerde onderzoeken , de aanmeldingsnotitie voor mer-beoordeling en de aanvraag omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteiten wordt in de navolgende paragrafen achtereenvolgens ingegaan op de volgende milieuthema’s:  Archeologie  Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw  Ontplofbare Oorlogsresten (OO)  Welstand  Bedrijvigheid en milieuzonering  Milieubelastende activiteiten  Mer-beoordeling  Gezondheid  Geluid  Geur  Trillingen  Windhinder  Lichthinder  Luchtkwaliteit  Bodem  Weging van het waterbelang  Klimaatadaptatie  Duurzaamheid  Natuur en ecologie  Omgevingsveiligheid  Mobiliteit (Verkeer en Parkeren)  Nutsvoorzieningen (Kabels en leidingen).

4.3

Archeologie Kader In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het aspect ‘archeologie’ is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In Hoofdstuk V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente in de ruimtelijke besluitvorming (w.o. bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken) rekening dient te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (artt. 38a t/m 41 Monw 1988). Daartoe kan de gemeente in dat besluit regels stellen, bijvoorbeeld tot het doen van archeologisch onderzoek. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie (ECLI:NL:RVS:2011:BU7102, r.o. 2.9.7).

Pagina 23 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop archeologische verwachtingswaarden zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. In de Erfgoedwet is bepaald dat het uitvoeren van een archeologisch onderzoek moet worden gedaan door organisatie die is gecertificeerd middels de Beoordelingsrichtlijn Archeologie (BRL SKIB 4000). De Omgevingswet zal de regels gaan bevatten over ruimtelijk cultureel erfgoed en de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving. Ook archeologische monumenten, waarden en onderzoek zal onder de Omgevingswet geregeld worden. Artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zal na de inwerkingtreding de regels bevatten ten aanzien van archeologische monumenten en waarden. Er kunnen in het kader van archeologische monumentenzorg in het omgevingsplan regels worden opgenomen over de wijze waarop opgravingen moeten worden verricht en het begeleiden van activiteiten die leiden tot bodemverstoring. Tevens kunnen in het omgevingsplan gevallen worden aangewezen waarbij van archeologisch onderzoek kan worden afgezien. Wanneer een omgevingsplan regels voorschrijft over het verrichten van archeologisch onderzoek, dan dienen deze regels niet van toepassing te worden verklaard op activiteiten met minder dan 100 m2 oppervlakte.

Toch kan van het voorgaande worden afgeweken door het vaststellen van een andere oppervlakte. Het gevolg hiervan is dat gemeenten een grotere oppervlakte kunnen opnemen in het omgevingsplan waarbij geen archeologisch onderzoek is vereist. Toetsing In 2019 is zowel een bureauonderzoek als een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen uitgevoerd. Deze is bijgevoegd als bijlage 12 bij de vergunningaanvraag MBA. Navolgend worden de resultaten beschreven. Het perceel heeft een huidig gebruik als akkerbouwperceel en een historisch gebruik in de tuinbouwteelt. Dit bestaande en vroegere bodemgebruik is terug te zien in de bodemopbouw. Er zijn geen archeologisch relevante ofwel intacte lagen aangetroffen. De getijdeafzettingen zijn afgetopt door gebruik als tuinbouwgrond en door egalisatie. Binnen het pakket van getijdeafzettingen zijn geen laklagen of vegetatieniveaus herkend. Een veenrestant zoals verwacht kan worden voor een voormalig druipland is door het latere gebruik als tuinbouwgrond evenmin nog aanwezig, met uitzondering mogelik van boring 02. De mogelijke veenrest betreft hier een laagdikte van 0,05 m en bovendien slechts in één boring werd aangetroffen, zodat er geen grote kans is op de aanwezigheid van intacte oude niveaus binnen het veenpakket, respectievelijk binnen het plangebied.

Door de aftopping van de getijdeafzettingen en de afwezigheid van grootschalige bodemvorming, laklagen of vegetatieniveaus kan ook de middelhoge verwachting voor resten uit het neolithicum en de bronstijd (op een intacte top van een oeverwal of getijdeinversierug) naar aanleiding van het booronderzoek worden aangepast naar een lage verwachting. De middelhoge verwachting voor resten uit intacte (veraarde en afgedekte) veenlagen uit de periode ijzertijd, Romeinse tijd en jonger kan worden aangepast naar een lage verwachting. Op basis van de resultaten uit het uitgevoerde verkennend archeologisch booronderzoek wordt geadviseerd de onderzochte percelen zonder aanvullend archeologisch onderzoek vrij te geven ten gunste van voor de voorgenomen aanleg. De locatie is archeologisch vrijgegeven door het bevoegd gezag. De toetsing is bijgevoegd als bijlage 13. Conclusie Het thema archeologie zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.4

Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw Kader Erfgoedwet De Erfgoedwet, die sinds 1 juli 2016 in werking is getreden, regelt de wet- en regelgeving op rijksniveau in het kader van cultureel erfgoed. De wet regelt de aanwijzing van monumenten en archeologische monumenten. Om als monument te kunnen worden aangewezen dient een object van belang te zijn vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Wanneer dit monument van algemeen belang is, dan kan deze zelfs als rijksmonument worden aangewezen. Pagina 24 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Van belang is dat verandering van het monument niet is toegestaan zonder vooraf verkregen vergunning. Het kader dat de Erfgoedwet schept wordt doorgezet onder de Omgevingswet. In dit verband is vooral artikel 5.130 van het Bkl relevant. Besluit kwaliteit leefomgeving Het Bkl bepaalt dat in een omgevingsplan rekening gehouden dient te worden met het belang en het behoud van cultureel erfgoed (artikel 5.130 Bkl). Uit het besluit volgt een aantal beginselen waarmee rekening gehouden dient te worden bij het stellen van regels in een omgevingsplan. Zo gelden als beginselen het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten en archeologische monumenten en het voorkomen van verplaatsing van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten. Ook moet rekening worden gehouden met het bevorderen van het gebruik van monumenten en het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. Alsmede het voorkomen van aantasting van de omgeving van rijksmonumenten, voorbeschermde rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan worden beschermd en het voorkomen van de aantasting van het karakter van in het omgevingsplan beschermde stads- en dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen.

Nationale Omgevingsvisie In de Nationale Omgevingsvisie is opgenomen als nationaal belang “het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang”. Daarnaast is ook “het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit” als nationaal belang opgenomen dat het erfgoedbelang benadrukt. Voor het behoud van cultureel erfgoed dient de Nederlandse overheid niet alleen met het nationale recht rekening te houden, maar ook met internationaal recht. Overheden moeten zicht daarbij houden aan de verplichtingen die voortvloeien uit het verdrag van Granada, het verdrag van Valletta, het Europees landschapsverdrag en het Werelderfgoedverdrag. Vanuit het Rijk is er de mogelijkheid voor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om rijksmonumenten, cultuurgoed of een beschermde verzameling aan te wijzen. Voor de bescherming van het landschap geldt voor Nederland het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2 lid 1 sub g Omgevingswet worden ‘landschappen’ als onderdeel van de fysieke leefomgeving aangemerkt. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd.

In de toelichting van het tijdelijke omgevingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden. De opsteller en vaststeller van het plan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Beleid provincie Noord-Holland In de provincie Noord-Holland dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de provinciale Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie. Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Beleid gemeente Dijk en Waard Cultuurhistorische waarden De gemeenteraad heeft in de structuurvisie de ambitie en het beleid van Heerhugowaard op het gebied van cultuurhistorie vastgelegd. Erfgoed is een integraal onderdeel van onze toekomstvisie. In de afweging moet erfgoed altijd een factor zijn. Dat is in het verleden niet altijd consequent gedaan. De structuurvisie gaat zelfs nog verder door te stellen dat erfgoed als belangrijke inspiratiebron gezien wordt.

Het beleid is er dan ook op gericht om kennis over de erfgoedaspecten zowel binnen onze organisatie als naar buiten toe zichtbaar te maken en te houden en de waarden van dat erfgoed te presenteren en uit te dragen. Daarvoor is het noodzakelijk de cultuurhistorische waarden in het gebied te omschrijven te waarderen en vast te leggen. Het vastleggen in een bestemmingsplan betekent niet dat zo’n element voor altijd ’bevroren’ is. Pagina 25 van 43

Aanvraag Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit Geothermie Heerhugowaard projectnummer 0486957 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.

Het betekent dat bij nieuwe ontwikkelingen de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden moet worden afgewogen tegen andere belangen. Met deze signalering wordt voorkomen dat veel waarden, zoals vroeger wel het geval was, door onwetendheid of onachtzaamheid verloren gaan. Veel hangt af van de waardering van het erfgoed; die bepaalt uiteindelijk de intensiteit van de bescherming. De Cultuurcompagnie heeft onderzoek gedaan naar de waardering van het erfgoed. De onderzoeksresultaten zijn terug te vinden in de nota ‘Heerhugowaard – een historisch geografische inventarisatie’ (2012). Het Glas; Alton – Landschappelijke waarden Het Altongebied ligt in het noordwestelijke deel van de polder en is bestemd voor concentratie van glastuinbouwbedrijven. In de huidige situatie is nog enige ruimte beschikbaar voor de realisatie van glas. Deze ruimte is nu in agrarisch gebruik, zoals in de randzones met een agrarische bestemming. Vóór de drooglegging bestond een deel van het gebied uit veengronden die ontgonnen werden vanuit Noord- en Zuid-Scharwoude. De oorspronkelijke structuur van het landschap – en dan vooral die van de voormalige druiplanden – is in dit deelgebied niet meer herkenbaar aanwezig. Deze zijn tijdens herverkaveling in de jaren zestig van de vorige eeuw verdwenen. Het gebied is optimaal ingericht voor glastuinbouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=0c86c60e-54af-47e1-87b5-37735e4f49e3