CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 TAM-omgevingsplan 'Actualisatieplan 2 Dijk en Waard'

Gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststellen TAM-omgevingsplan H22K Actualisatie 2 Dijk & Waard30.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

69

3.9 Trillingen Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn of schade aan gebouwen veroorzaken. Paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat gaat over trillingen. In artikel 22.88 Bruidsschat zijn waarden voor continue trillingen opgenomen. Betekenis voor het plan Het plangebied ligt niet op korte afstand van het spoortraject. Het is voldoende aannemelijk dat ter plaatse van de woningen geen sprake zal zijn van trillinghinder. Er wordt daarom geen hinder van trillingen verwacht, het aspect kan verder buiten betekenis worden gelaten.

3.10 Lichthinder Het thema lichthinder staat in de Bruidsschat en het Bal. Het gaat onder andere over onderwerpen als (licht)reclame, kassen, lichtmasten bij sportvelden, zonlicht en schaduw bij nieuwe bebouwing, slagschaduw van windturbines. Lichthinder is een thema dat de gemeente afweegt. Het Bkl bevat geen rijksinstructieregels voor lichthinder. Alleen voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen staan rijksregels in het Bal. In het gemeentelijke omgevingsplan is lichthinder een aspect dat meeweegt vanuit een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Voor lichthinder bij sportvelden bevat de Bruidsschat specifieke regels. Het gaat om regels die niet vanuit het Activiteitenbesluit zijn overgenomen in het Bal. De Bruidsschat zorgt ervoor dat deze regels landen in de omgevingsplannen van de gemeenten. Deze regels kan de gemeente in het omgevingsplan aanpassen en afstemmen op de lokale omstandigheden. Bij het opstellen van het omgevingsplan vindt een afweging plaats of er regels nodig zijn om lichthinder en verstoring van de natuur te voorkomen. Binnen het plangebied wordt geen openbare verlichting toegepast. Betekenis voor het plan Het aspect lichthinder is niet van toepassing voor de locaties uit het plan.

Er is bij de voorliggende ontwikkeling geen sprake van de invloed van kunstlicht afkomstig uit kassen, voor de Rustenburgerweg geldt dat de kassen reeds verwijderd zijn. Voor het herbestemmen naar wonen aan de Spoorstraat, Middenweg, is geen sprake van hoogbouw. Ook is er geen sprake van de realisatie of invloed van sportvelden. Er wordt bij de Oosttangent herbestemd vanuit een sportbestemming naar een recreatiebestemming. Indien er bij de sportbestemming lichtmasten zouden komen, wordt er op het niveau van de aanvraag vergunning getoetst. Dit staat de uitvoering van dit TAM-omgevingsplan niet in de weg. Er is een algemene richtlijn betreffende lichthinder, van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. Deze richtlijn zou gehanteerd kunnen worden bij de toetsing van een vergunningsaanvraag. Het aspect lichthinder staat het TAM-omgevingsplan niet in de weg. Er wordt geen lichthinder verwacht. Er is gelet op bovenstaande voor dit onderdeel sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

3.11 Luchtkwaliteit Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen decennia in Nederland is verbeterd, voldoet ze nog steeds niet overal aan de normen. Met name fijn stof en stikstofdioxiden leveren problemen op. Er is geen gemeentelijk beleid beschikbaar voor het aspect luchtkwaliteit. Zolang dit het geval is wordt getoetst aan rijksregelgeving. De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

70

• Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; Betekenis voor het plan De ontwikkeling valt gelet op de omvang en aard (Actualisatieplan) in de categorie: het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit een ‘check je plek’ van Atlas leefomgeving volgt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is en wordt voldaan aan de omgevingswaarden. Er is gelet hierop voor dit onderdeel sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

3.12 Windhinder De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Bij het toestaan van nieuwe ontwikkelingen kan de gemeente het aspect windhinder (en windgevaar) betrekken. Windhinder treedt met name op rond hoogbouw, waarbij sprake is van verhoogde windsnelheden. Betekenis voor het plan Het aspect windhinder is niet van toepassing voor de locaties, omdat er geen sprake is van hoogbouw. Er wordt geen windhinder verwacht, het aspect kan buiten betekenis worden gelaten.

3.13 Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in de paragraaf Bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4.5) van het Bkl. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. In paragraaf 2.2.2 is al aangegeven dat er voor sommige locaties (Middenweg 588–592) sprake is van relevantie van de instructieregels over bodemkwaliteit. Hier is dan ook verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De bovengrond op het noordwestelijk deel van deze onderzoekslocatie is beoordeeld als kwaliteitsklasse industrie. De bovengrond op het overig deel van het perceel en de ondergrond over de gehele onderzoekslocatie voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur.

De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in Bijlage IIA van het Bal. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. De beoordeling van de mogelijke aanwezigheid van onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid voor bodemgevoelige gebouwen kan met de risicotoolbox bodem met de module Beoordelen van de bodemkwaliteit voor een bodemgevoelig gebouw. Het Rijk stelt instructieregels aan gemeenten voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. De gemeenten moeten: • Op grond van artikel 5.89i en artikel 5.89j Bkl de waarde vaststellen waarboven er bij de realisatie van gebouwen op bodemgevoelige locaties maatregelen nodig zijn.

71

• Op grond van artikel 5.89k Bkl aangeven welke sanerende of andere beschermende maatregelen nodig zijn bij overschrijding van de waarde. • Op grond van artikel 5.89l Bkl een meldingsplicht instellen voor locaties die op grond van het omgevingsplan niet vergunningplichtig zijn. • Op grond van artikel 5.89m Bkl een bepaling opnemen over de ingebruikname. Deze regels zorgen voor zowel een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als het beschermen van de gezondheid en van het milieu, in het bijzonder van debodemkwaliteit. Betekenis voor het plan Dit TAM-omgevingsplan heeft geen invloed op de bodemkwaliteit, er is op de meeste locaties sprake van functiewijziging. Voor de Rustenburgerweg geldt dat hier reeds sprake was van een gevoelige functie (bedrijfswoning). Een bedrijfswoning wordt uitgesloten ten opzichte van eigen bedrijfsactiviteiten, maar voor de omgeving als burgerwoning beoordeeld. Wordt een agrarische bedrijfswoning gewijzigd in een woning met de bestemming ‘Wonen” dan is en blijft het een woning van derden voor de relevante milieuaspecten. Voor de Middenweg 450 zijn de milieuaspecten afgewogen bij het verlenen van de omgevingsvergunning. Bij de Voor de Spoorstraat 97 geldt dat er al sprake van een woonbestemming was het niet in gebruik is geweest als bedrijfsbestemming.

Voor Middenweg 474 geldt dat het perceel in principe altijd al een woonbestemming had, nu er eerder in de tijd de bestemming ‘Winkels en Winkelhuizen’ (‘Wa’) op lag. Er was altijd een woonfunctie gecombineerd met van oudsher een bakkerij en later een tweedehandswinkel/detailhandel. Dit geeft geen verdere aanleiding om aan te nemen dat de bodem nu ongeschikt zou zijn voor de herbestemming naar wonen. Met onderliggend plan wordt het voorheen toegestaan planologisch gebruik voor wonen hersteld. Specifiek Middenweg 588 – 592 Bodemonderzoek Hoewel er sprake is van een functiewijziging naar wonen waarbij de feitelijke situatie niet verandert en voorheen toegestaan planologisch gebruik voor wonen feitelijk ook hersteld wordt, is toch verkennend bodemonderzoek verricht (zie Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Grondslag 11 juli 2025 3). Het is uitgezet om uit te sluiten dat de gronden toch verontreinigd zouden kunnen zijn nu de bestemming ‘agrarisch’ op de gronden actief was. Uit het onderzoek volgt dat de bovengrond op het noordwestelijk deel van de onderzoekslocatie is beoordeeld als kwaliteitsklasse industrie. De bovengrond op het overig deel van het perceel en de ondergrond over de gehele onderzoekslocatie voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. In het grondwater zijn geen overschrijdingen van de signaleringsparameters gemeten.

De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem weer. Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor het gebruik wonen.

3.13.1 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor het onderhavige TAMomgevingsplan. Er is voor dit aspect sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

3.14 Water Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap (zie paragraaf 2.5 Beleid van het Waterschap). Bij inwerkingtreding Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de watertoets. Wanneer enkel sprake is van wijzigingen in gebruikssituaties is geen sprake van een waterschapsbelang voor het HHNK. Betekenis voor het plan Dit TAM-omgevingsplan heeft geen invloed op de waterhuishouding, er is op de meeste locaties sprake van

72

functiewijziging en de feitelijke situatie niet veranderd. De technische wijzigingen zoals het bouwvlak vergroten brengen ook geen verruiming van het verhard oppervlakte mee. Op de locatie waar het bebouwingspercentage wordt vergroot (Kavels De Draai’) geldt dat er geen sprake is van een significante verruiming, mogelijke verharding blijft onder de 800m2 grens. In of direct grenzend aan het plangebied bevinden zich geen primaire of regionale keringen. Daarom zijn geen effecten te verwachten op de waterkeringen. Omdat sprake is van het vastleggen van reeds verleende omgevingsvergunningen, het in overeenstemming brengen met actuele situaties en het herstellen van een enkele omissies kan worden geconcludeerd dat er geen afvalwaterstromen bij komen. Vanuit het oogpunt wateraspect gelden geen belemmeringen voor dit TAM-omgevingsplan. Er is voor dit aspect sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

3.15 Klimaatadaptatie De ambitie van de gemeente Dijk en Waard op het gebied van klimaatadaptatie is een waterrobuust en klimaatbestendige gemeente. Zie paragraaf 2.6 Gemeentelijk beleid voor de beschouwing.In artikel 6.75 van de provinciale omgevingsverordening is een instructieregel met een procesmatige verplichting opgenomen ten aanzien van klimaatadaptatie in het omgevingsplan. Zie hiervoor ook paragraaf 2.3.2 Omgevingsverordening NH 2022. Betekenis voor het plan Het voorliggende Actualisatieplan vertaalt reeds verleende omgevingsvergunningen en feitelijk bestaande situaties juridisch planologisch door. Er worden geen nieuwe of extra woningen gebouwd of met onderhavige plan mogelijk gemaakt. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor wat betreft het aspect klimaatadaptatie.

3.16 Natuur, ecologie en duurzaamheid Bij ruimtelijke ontwikkelingen en projecten moet rekening worden gehouden met (beschermde) natuurwaarden in de omgeving. Het toegelaten gebruik mag er namelijk niet toe leiden dat hierdoor te beschermen waarden van een bepaald gebied of bepaalde planten- en diersoorten worden aangetast. Het wijzigen van het omgevingsplan kan gevolgen hebben voor natuurgebieden waarvoor op grond van nationale of internationale regelgeving of nationaal of gemeentelijk beleid een speciaal beschermingsregime geldt. Dit noemen we gebiedsbescherming. Gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid in het omgevingsplan kan zijn vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. De gemeente Dijk en Waard heeft nog geen omgevingswaarden vastgelegd ten aanzien van het aspect duurzaamheid. In de uitvoering van het omgevingsplan wordt aandacht besteed aan het aspect duurzaamheid. Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren (inclusief slopen en hergebruik) van de te realiseren woningen.Duurzaamheidsaspecten waar bij de bouw van de woningen aan moet worden gedacht zijn: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, toekomstbestendigheid, etc.

Betekenis voor het plan Het voorliggende Actualisatieplan vertaalt reeds verleende omgevingsvergunningen en feitelijk bestaande situaties juridisch planologisch door. Er worden geen nieuwe of extra woningen gebouwd of met onderhavige plan mogelijk gemaakt. Het vraagt daarom geen nadere beschouwing. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor wat betreft natuur, ecologie en duurzaamheid.

3.17 Omgevingsveiligheid Conform de Omgevingswet moeten gemeenten in hun omgevingsplan regels opnemen over omgevingsveiligheid. Er wordt niet enkel meer van externe veiligheid gesproken, maar van het meer omvattende begrip omgevingsveiligheid.

73

Dit gaat over de vraag hoe de beperkte ruimte in Nederland veilig kan worden benut en risico's zoveel mogelijk kunnen worden beperkt. De opslag, productie, het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen kan risico’s met zich meebrengen voor mensen in de omgeving. Dat geldt onder meer als zij in de buurt van een risicobron nieuwe gebouwen toestaan, of als de gemeente nieuwe risicobronnen op haar grondgebied wil toestaan. Betekenis voor het plan Gelet op het karakter van het onderhavige plan (Actualisatieplan) is dit niet aan de orde, er worden geen nieuwe gebouwen toegevoegd. In de nabijheid van het plangebied zijn ook geen risicovolle inrichtingen of transportroutes voor gevaarlijke stoffen aanwezig. Uit het raadplegen van Atlas Leefomgeving volgt dat de locaties niet binnen een plaatsgebonden risico contour, of een brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied van een milieubelastende activiteit, (spoor)weg zijn gelegen. Specifiek Rustenburgerweg, Middenweg Hoewel de Rustenburgerweg en de Middenweg binnen 1 km van een buisleiding met gevaarlijke stoffen zijn gelegen is er weinig risico. De grootste kans op een beschadiging aan een buisleiding ontstaat door graafwerkzaamheden. Er is voor het realiseren van onderhavige plan geen sprake van sloop of bouwwerkzaamheden. Er zijn geen risicobronnen en het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering.

Er is sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

3.18 Nutsvoorzieningen Algemene rijksregels over kabels en leidingen staan in het Bal en Bbl. Zo staan er in het Bal bijvoorbeeld regels over het graven in de bodem of in specifieke gebieden. Het geeft duidelijkheid welke buis- en leidingstelsels geen vergunning voor de bouwactiviteit en omgevingsplanactiviteit nodig hebben. Bij het toelaten van buisleidingen en hoogspanningsleidingen gaat het erom dat er een veilige omgeving rondom ondergrondse kabels en leidingen aanwezig is. Deze leidingen moeten opgenomen worden in het omgevingsplan. Voor andere ondergrondse kabels en leidingen kan de gemeente zelf bepalen of deze opgenomen worden in het omgevingsplan. Betekenis voor het plan Binnen het plangebied zijn geen kabels en (buis)leidingen aanwezig die moeten worden vastgelegd in het TAMomgevingsplan. Voor de energievoorziening van de bestaande woningen zijn reeds kabels en leidingen in de grond aangebracht. Dit zijn geen kabels en leidingen die moeten worden vastgelegd in onderhavig plan. Dat is voor onderliggend Actualisatieplan niet aan de orde. Het aspect vormt daarom geen belemmering er is dan ook sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

3.19 Mobiliteit Verkeer is primair geregeld in de weg- en verkeerswetgeving. Deze regelgeving maakt geen deel uit van de Omgevingswet. Wel heeft de gemeente in de Omgevingsvisie aandacht voor verkeer. Het creëren van een gemeente waarin er sprake is van een moderne en duurzame mobiliteit, meer fietsgebruik en een verbeterde verkeersveiligheid is daarbij één van de doelen van de gemeente Dijk en Waard. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet aangetoond worden wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling, omdat toename aan functies in principe zorgt voor verkeer. Er moet duidelijk zijn of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. Ook verduurzaming van de mobiliteit is belangrijk in onze moderne samenleving, de gemeente streeft er daarom naar dat er minder geparkeerde auto’s in het straatbeeld te zien zijn. Door realisatie van het onderhavige plan neemt het aantal verkeersbewegingen niet toe, er zijn ook geen wijzigingen in

74

de parkeerbehoefte. Betekenis voor het plan Het voorliggende TAM-omgevingsplan is een Actualisatieplan, er verandert niets aan de verkeerssituatie of parkeerbehoefte. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat er voor dit aspect sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

3.20 Samenvatting relevante omgevingsaspecten Met inachtneming van hetgeen hierboven omschreven is in dit hoofdstuk en de bijbehorende onderzoeksrapportages, is er met uitvoering van voorliggend TAM-omgevingsplan sprake van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en daarmee sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

75

4 Uitvoerbaarheid 4.1 Financiële haalbaarheid Uit deze goede onderbouwing volgt dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies en wijzigingen om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd.

4.1.2 Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit. Omdat sprake is van het vastleggen van reeds verleende omgevingsvergunningen, het in overeenstemming brengen met actuele situaties en het herstellen van een enkele omissies kan worden geconcludeerd dat voorliggend Actualisatieplan niet door een onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd. De kosten vanwege voorliggende ruimtelijke procedure wordt door de gemeente gedragen.

4.2 Maatschappelijke haalbaarheid 4.2.1 Participatie en vooroverleg De eigenaren van betrokken onderstaande percelen binnen het plangebied van dit TAM-omgevingsplan (bewoners, Recreatieschap Geestmerambacht) zijn actief benaderd en ingelicht over de wijzing. Zij hebben allemaal ingestemd. Directe buren zijn in week 29 van 2025 per brief geïnformeerd, hierop zijn twee vragen binnengekomen (Middenweg) over de uitleg van wat een Actualisatieplan precies is en wat er gaat veranderen. Daarbij was er een vraag over het verschil in een omgevingsvergunning voor het afwijken bestemming en een wijziging van het omgevingsplan. Na uitleg hierover zijn er geen verdere vragen uit gekomen. Veder zijn er ook geen andere reacties ontvangen. Het plan is aan de gebruikelijke overlegpartners voorgelegd. Het Recreatieschap Geestmerambacht is voorafgaand aan het opstellen benaderd en heeft akkoord gegeven op de bestemmingswijziging. Er is overleg geweest met de provincie in verband met de Middenweg 569 die akkoord heeft gegeven voor het omzetten naar burgerwoning. Er zijn geen bezwaren geuit. Daarmee is voldaan aan de participatieplicht en is sprake van zorgvuldig betrokken belangen.

76

5 Procedure Om tot vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan te komen, wordt de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb gevolgd. Het maken van bezwaar is niet mogelijk. Hiervoor in de plaats bestaat namelijk de mogelijkheid om zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen. Het ontwerp TAM-omgevingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen vanaf 30 september 2025. Gedurende deze periode zijn 3 zienswijzen binnengekomen. Deze zijn afgewogen en meegenomen in het definitieve besluit. De zienswijzen zijn beantwoord in de Reactienota, welke is bijgevoegd als Bijlage 4 bij deze toelichting. De zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassing van het TAMomgevingsplan dat ter vaststelling is aangeboden aan de gemeenteraad. Vervolgens staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van de State.

77

6 Belangenafweging en conclusie 6.1 Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Een wijziging van het omgevingsplan kan alleen worden toegestaan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat na zorgvuldige afweging van de betrokken belangen de functies op de betreffende locaties bijdragen aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten zijn onderzocht en afgewogen (in hoofdstuk 3).

6.2 Eindconclusie Voorliggend TAM-omgevingsplan is vooral gericht op het vastleggen van datgene wat de afgelopen jaren is vergund in de gemeente Dijk en Waard (voormalige gemeente Heerhugowaard of Langedijk) of van datgene wat werd bedoeld planologisch-juridisch te regelen. Het plan komt voort uit een gemeentelijke inventarisatie naar planologische afwijkingen en vergunde situaties die (nog) niet correct zijn vertaald naar het geldende omgevingsplan. Het betreft een Actualisatieplan en geen gebiedsontwikkeling. Het relevante beleid op alle niveaus is in hoofdstuk 2 beoordeeld, waaruit blijkt dat het plan passend is in het geldende en voor de locaties relevante beleid. In hoofdstuk 3 zijn de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving behandeld. Uit de onderzoeken en onderbouwing samen volgt dat er sprake is van aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Alles overwegende is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en een aanvaardbaar TAMomgevingsplan.

78

7 Juridische vormgeving 7.1 Algemeen Door de komst van de Omgevingswet stellen alle gemeenten een omgevingsplan vast. Hierin komt een grote hoeveelheid regels over de fysieke leefomgeving bij elkaar. Denk aan regels over bouwen, gebruik van gebouwen, monumenten, water en milieubelastende activiteiten. Vanaf de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, heeft de gemeente Dijk en Waard automatisch een tijdelijk omgevingsplan 'van rechtswege' gekregen. Daarin staan de huidige bestemmingsplannen nog gewoon zoals ze waren als tijdelijk deel van het omgevingsplan. Samen met specifieke regels over bouwen en milieu die van het Rijk naar de gemeenten zijn gegaan en de Bruidsschat worden genoemd. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om een nieuw, samenhangend omgevingsplan vast te stellen.

7.2 Verhouding tijdelijk omgevingsplan en TAM-omgevingsplan Het tijdelijk omgevingsplan is gepubliceerd met een nieuwe digitale standaard (STOP-TPOD). Omdat het voor de gemeente Dijk en Waard nog niet mogelijk is daarin wijzigingen van het omgevingsplan te publiceren wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM), waarmee wijzigingen van het omgevingsplan tijdelijk worden gepubliceerd via de oude digitale standaard (IMRO). Een TAM-omgevingsplan is juridisch gezien een wijziging van het omgevingsplan, maar digitaal gezien een zelfstandig plan. Een TAM-omgevingsplan wordt toegevoegd aan het omgevingsplan als hoofdstuk, in dit geval 22K. Het TAM-omgevingsplan sluit aan op de systematiek van de basisregeling. Voor voorliggend TAM-omgevingsplan betekent dit dat voor de Algemene bepalingen (begripsbepalingen) wordt aangesloten op de begripsbepalingen uit hoofdstuk 1 uit de basisregeling en waar nodig is aangevuld met voor dit TAM-omgevingsplan specifiek van toepassing zijnde begripsbepalingen. De overige regels van voorliggend TAM-omgevingsplan gelden deels in aanvulling en deels ter vervanging van de regels van het tijdelijk Omgevingsplan. De regels van voorliggend TAM-omgevingsplan gelden uitsluitend binnen het besluitgebied van dit TAM-omgevingsplan. Regels kunnen gelden voor een specifieke locatie, voor een groter gebied of voor de hele gemeente.

79

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

80

Bijlage 1 Kavelnummers t.b.v. verruiming bebouwingspercentage Bijlage 1 Kavelnummers t.b.v. verruiming bebouwingspercentage

81

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek M+P raadgevende ingenieurs BV 7 juli 2025 Bijlage 2 Akoestisch onderzoek M+P raadgevende ingenieurs BV 7 juli 2025

82

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Grondslag 11 juli 2025 Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Grondslag 11 juli 2025

83

Bijlage 4 Reactienota TAM-omgevingsplan H22K Actualisatie 2 Dijk en Waard Bijlage 4 Reactienota TAM-omgevingsplan H22K Actualisatie 2 Dijk en Waard

84

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=dc609a63-ea96-4f60-9015-0a37ec302e86