Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing (gean.) project Handelskade 1
Tekst van het document
°
kantoorlocaties: 100.000 m? bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m? bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen.
Betekenis voor het project Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een klein project welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is uchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan.
DNS Planvorming BV
18/22
Milieu- en omgevingsaspecten
4.10
Externe veiligheid
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handeling met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten en regelingen: e _ Risicovolle inrichtingen: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); ° Transportassen voor gevaarlijke stoffen: Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffer
e
Buisleidingen: Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR (10-8/jaar) geeft inzicht in de kans op overlijden van een individu op een bepaalde afstand van een risicovolle activiteit. Het GR wordt bepaald door de aanwezige mensen in de nabijheid van een eventueel ongeval bij een risicovolle activiteit en geeft het aantal mogelijke (dodelijke) slachtoffers weer. Ten aanzien van het PR geldt dat er bij besluitvorming op een ruimtelijk plan een grenswaarde in acht dient te worden genomen (kwetsbaar object) danwel met een richtwaarde rekening dient te worden gehouden (beperkt kwetsbaar object). Voor het GR geldt een oriënterende waarde (BEVI) of een orientatiewaarde (circulaire Rvgs). Betekenis voor het project Aan de Spoorstraat 163 bevindt zich een LPG-tankstation. De planlocatie bevindt zich buiten het invloedsgebied van het LPG-vulpunt. Nader onderzoek naar de risico's van het LPG-vulpunt is voor het bouwplan niet noodzakelijk. Op de Risicokaart is de N504 niet aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Over de N242 vindt wel transport van gevaarlijke stoffen plaats. De planlocatie ligt echter buiten het invloedsgebied (350 meter) van de N242. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van
het initiatief.
"7à
&
& &
z
5
Afbeelding 4.1: Uitsnede Rísicokaart (plangebied in blauwe cirkel)
DNS Planvorming BV
19/22
Milieu- en omgevingsaspecten
411
Besluit
m.e.r.
Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om voor m.er.-(beoordelings)plichtige activiteiten een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Betekenis voor het project In het Besluit milieueffectrapportage zijn m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en indicatieve drempelwaarden opgenomen. Op de Dlijst onder categorie D 11.2 geldt voor het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een drempelwaarde van 100 hectare en van 2.000 woningen.
In dit geval is sprake van de realisatie van 9 kleine appartementen, waarmee ver onder de drempelwaarde wordt gebleven. Het is gelet op de hiervoor behandelde milieu- en omgevingsaspecten uitgesloten dat belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er hoeft derhalve geen m.e.r. beoordelingsprocedure te worden gevolgd.
412
Conclusie milieu- en omgevingsaspecten
De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de in dit hoofdstuk genoemde milieu- en omgevingsfactoren vormen geen belemmering voor de voorgenomen afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van het bouwplan.
DNS Planvorming BV
20/22
Financiële
5
Financiële
uitvoerbaarheid
uitvoerbaarheid
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht dient er in het kader van de omgevingsvergunning voor afwijking van een bestemmingsplan (Wabo, artikel 2.12 lid 1 onder a, sub 3) onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 6 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij de bouw van één of meerdere woningen als bouwplan wordt gedefinieerd. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten
anderszins
is verzekerd.
De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Om deze reden i een exploitatieplan niet nodig. Ingevolge artikel 6.1 van de Wro kunnen derden een verzoek tot tegemoetkoming in planschade indienen. De mogelijke kosten die samenhangen met eventuele tegemoetkoming in planschade zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Daartoe wordt een planschadeovereenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente Langedijk. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
DNS Planvorming BV
21/22
Procedure omgevingsvergunning
6
Procedure omgevingsvergunning
61
Algemeen
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) onderscheidt twee voorbereidingsprocedures: de reguliere procedure en de uitgebreide procedure. De regel bij het bepalen van de te volgen procedure is dat de reguliere voorbereidingsprocedure wordt gevolgd, tenzij anders is
bepaald. Artikel 3.10 Wabo bepaalt dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing is indien de activiteit n strijd is met het bestemmingsplan en de vergunning slecht kan worden verleend met toepassing van artikel
2.12, eerste lid, onder a., onder 3° van de Wabo. Voor voorliggend project wordt dus de uitgebreide procedure gevolgd. De bevoegdheid om de omgevingsvergunning, voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan,
te verlenen ligt bij het College van Burgemeester en Wethouders. Omdat sprake is van woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied is geen verklaring van geen bezwaar noodzakelijk van de gemeenteraad.
6.2
Voorbereiding
In het kader van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). De resultaten zijn opgenomen paragraaf 4.1. Op grond van het Besluit beperking vooroverleg ruimtelijke ordening is geen
in
vooroverleg met de provincie noodzakelijk.
6.3
Besluitvorming
De uitgebreide Wabo procedure kent een doorlooptijd van maximaal 26 weken en kan eenmaal verlengd worden met zes weken. Op deze procedure is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Voordat een besluit wordt genomen, legt het bevoegd gezag het ontwerpbesluit met de overige relevante stukken (waaronder deze ruimtelijke onderbouwing) zes weken ter inzage. Eenieder heeft dan de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Bij de besluitvorming op de omgevingsvergunning worden eventuele zienswijzen betrokken in de belangenafweging. Als de omgevingsvergunning wordt verleend, treedt deze in werking met ingang van de dag na afloop van de beroepstermijn, tenzij een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan. Op dat moment vormt de omgevingsvergunning de basis om af te wijken van het bestemmingsplan.
64
Beroep en hoger beroep
Na bekendmaking van het besluit is het voor iedere belanghebbende mogelijk om beroep in te stellen bij de rechtbank en eventueel voorlopige voorziening aan te vragen. Na uitspraak van de rechtbank kan hoger beroep worden aangetekend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (en kan eveneens voorlopige voorziening worden aangevraagd)
DNS Planvorming BV
22/22
SWECO â Rapport Projectnummer:
372426
Referenienummer: Datum:
SWNL0262787
20-01-2021
Handelskade Akoestisch
1 Noord-Scharwoude
onderzoek
Definitief
Opdrachtgever: DNS Planvorming B.V. Klaprozenweg 75C 1 1033
NN
Amsterdam
Sweco De
Hol
3732
HI
Bit
22
De
Bit
Postbus 203 3730
AE
De
Bit
7431
88811
w
sweco.nl
6800
Sweco
Nederand
BV.
(geanonimiseerd) Acviseur Bouwiysica en Geluid
Handelsregister 30129769
T1
Siatuair gevestigd e De Bit
M 31653822242
88811
42 14
SWECO â Verantwoording Titel
Handelskade
Subtitel
Akoestisch
Projectnummer
372426
Referentienummer
SWNL0262787
Revisie
2
Datum
20-01-2021
Auteur
(geanonimiseerd)
E-mailadres
(geanonimiseerd) o ——
Gecontroleerd
door
1 Noord-Scharwoude
onderzoek
(geanonimiseerd)
Paraaf gecontroleerd
(geanonimise rd)
Goedgekeurd door
(geanonimiseerd)
Paraaf goedgekeurd
(geanoni(geanoimsrdi) se rd)
204
SWECO â Inhoudsopgave 1
Inleiding
2
Wettelijk kader
5
21
Zoneplichtigheid.
5
22
Normstelling..
5
23
Ontheffingsprocedure …
6
24
Gemeentelijk geluidbeleid …
7
3
Uitgangspunten .
8
31
Situatie.
…8
33
Rekenmethode en modellering..
4
Resultaten
41
N504
42
Overige wegen (30 km/u) .
43
Cumulatief….
5
Conclusie.
51
Wegverkeerslawaai …
52
Gecumuleerde geluidsbelasting …
Bijlage1
_ Tekeningen
Bijlage2
_ Ontvangen verkeersdata
Bijlage 3
_ Invoergegevens
Bijlage 4
_ Rekenresultaten
Bijage5
_ Cumulatieve geluidbelasting
32
Verkeersgegevens .
4
8
304
SWECO â 1
Inleiding
In opdracht van DNS Planvorming B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de locatie Handelskade 1 in Noord-Scharwoude, zie figuur 1-1. Dit onderzoek is uitgevoerd voor het nieuwbouwplan van 9 appartementen. Het appartementencomplex bestaat uit drie bouwlagen, een impressie s weergegeven in figuur 1-2. De locatie ligt binnen de wettelijke geluidzone van de N504. Voor de overige wegen in de directe omgeving gelegen geldt een wettelijke rijsnelheid van 30 km/uur.
Figuur 1-1
Situatie, in geel de controuren van het plangebied en de geplande bebouwing (bron: geodata.nationaalgeoregister.nl)
Figuur 1-2
Impressie (bron: Kerssens De Ruiter Achitecten)
04
SWECO â 2
Wettelijk kader
21 Zoneplichtigheid De Wet geluidhinder stelt dat alle wegen zoneplichtig zijn, met uitzondering van woonerven een wegen die zijn opgenomen in een 30 km-zone. ledere zoneplichtige weg heeft volgens artikel 74 Wet geluidhinder (Wgh), afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied, een onderzoekszone. De zonebreedte wordt gerekend vanaf de as van de weg, zie figuur 2-1, waarbij op- en afritten worden meegerekend. De zonebreedtes zijn opgenomen n tabel 2-1.
geluidszone
s van de weg
Figuur21
_ Onderzoekszone lang een weg
Tabel2-1 Aantal
__ Onderzoekszones langs wegen rijstroken
Onderzoekszone Binnenstedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1of2
200
meter
250
meter
3of4
350
meter
400
meter
5 of meer
350
meter
600
meter
In de directe omgeving van het plangebied liggen de wegen: °
N504;
e
Handelskade;
e e e e
Veilingweg; Oranjestraat; Dorpstraat; Voorburggracht.
Hiervan is alleen de N504 een zoneplichte weg. De andere wegen liggen binnen een 30 km/uur zone. Volgens de huidige wetgeving geldt geen zone voor wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Hierdoor is het geluid van deze wegen uitgesloten van de verplichte toetsing aan de wettelijke grenswaarden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden deze wegen wel in de beschouwing genomen. 22 Normstelling ‘Conform de wet dient te worden getoetst in het tiende jaar na realisatie van de plannen of vaststelling van het bestemmingsplan. In deze situatie is het jaar 2030 als toetsingsjaar gekozen. In principe dient bij de toetsing van de geluidsbelasting aan de normen van de wet uitgegaan te worden van ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting op de gevel, in dit geval
48 dB. Indien deze grenswaarde niet wordt overschreden, is geen verdere geluidsprocedure noodzakelijk.
st4
SWECO â Tabel2-2
_ Grenswaarden nieuw te projecteren woningen langs bestaande weg
Normering
Grenswaarden (Lden)
Hoogste toelaatbare geluidsbelasting Uiterste grenswaarde (buiten stedelijk) Uiterste grenswaarde (binnenstedelik) Vervangende nieuwbouw (binnenstedelijk) Binnenhuisbelasting
484B 534B 634B 689B 33 dB (Bouwbesluit en Wet geluidhinder)
Bij overschrijding van de hoogste toelaatbare geluidsbelasting dienen n eerste instantie mogelijke (aanvullende) geluidsreducerende maatregelen te worden onderzocht. In de wet wordt een voorkeur uitgesproken voor de volgorde waarin de haalbaarheid van de diverse categorieën maatregelen onderzocht moet worden. Deze volgorde is: a. Bronmaatregelen (bijvoorbeeld stiller wegdek, lagere intensiteiten, wijziging vormgeving). b. Overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld schermen/wallen of in acht nemen grotere afstand). c. Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld gevelisolatie). Toepassing van deze maatregel is alleen mogelijk indien via een ontheffingsverzoek aan het college van burgemeester en wethouders een hogere waarde dan de hoogste toelaatbare geluidsbelasting (maar lager dan de uiterste grenswaarde) wordt vastgesteld. Onder de geluidsbelasting vanwege een weg wordt volgens artikel 1 uit de Wet geluidhinder verstaan de energetisch gemiddelde geluidsniveaus van de verschillende etmaalperioden (dag, avond en nacht) samengevoegd tot één getal, te weten Lenin dB. Het energetisch gemiddelde geluidsniveau als gevolg van een weg wordt bepaald over de volgende drie waarden:
e e e
de toetsingswaarde over de periode van 7:00 tot 19:00 uur (dag); de met 5 dB verhoogde toetsingswaarde over de periode van 19:00 tot 23:00 uur (avond); de met 10 dB verhoogde toetsingswaarde over de periode van 23:00 tot 7:00 uur (nacht).
Voordat getoetst wordt aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, dient eerst een correctie toegepast te worden op de berekende geluidsbelasting conform artikel {10g van de Wet geluidhinder. De hoogte van deze aftrek wordt bepaald conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (hierna: RMG2012). Voor wegen waarvan de representatieve snelheid lager is dan 70 km/uur wordt een correctie toegepast van 5 dB. Voor wegen waar de toegestane maximumsnelheid hoger of gelijk is aan 70 km/uur geldt een aftrek afhankelijk van de berekende geluidsbelasting. Indien de berekende geluidsbelasting 57 dB bedraagt, is de aftrek 4 dB. Bij een geluidsbelasting van 56 dB bedraagt de correctie 3 dB. Bij alle andere waarden bedraagt de correctie 2 dB.
23 Ontheffingsprocedure Wanneer maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, kan bij het bevoegd gezag, onder bepaalde voorwaarden, onthefing van de hoogst toelaatbare geluidsbelasting worden verzocht. Voor het verkrijgen van een hogere grenswaarde dan de hoogste toelaatbare geluidsbelasting dient de procedure gevolgd te worden zoals omschreven is in het ‘'Besluit
s04
SWECO à geluidhinder’ (Bgh). Eén van de aspecten hierbij is een tervisielegging van de akoestische rapportage.
Gekoppeld aan een hogere grenswaarde is toetsing van de gevelwering vereist in verband met het maximale binnenniveau. Het binnenniveau mag de maximale waarde van 33 dB als gevolg van wegverkeerslawaai niet te boven gaan. De eventuele toetsing van dit binnenniveau
is niet
n
dit onderzoek
beschouwd.
Indien een hogere grenswaarde wordt aangevraagd, mag het bevoegd gezag vragen naar de gecumuleerde geluidsbelasting. De Wet geluidhinder bevat echter geen toetsingskader met betrekking tot de gecumuleerde geluidsbelasting. Het is aan het bevoegd gezag om te oordelen omtrent de aanvaardbaarheid ervan in deze specifieke situatie. 24 Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Langedijk kent een gemeentelijk geluidbeleid. Hierin staat dat de gemeente alleen hogere waarde afgeeft indien bron-, overdracht- of ontwerpmaatregelen onvoldoende doeltreffend zijn, of stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële bezwaren hebben. Het beleid is om alle woningen minimaal één ‘rustige recreatieve zijde’ te geven.
704
SWECO â 3
Uitgangspunten
31
situatie
De situatie en de voor dit onderzoek gebruikte nummering van de toetspunten is weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur3-1
_ Situatie en nummering van de toetspunten
32 Verkeersgegevens Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de N504. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidsbelasting van de omliggende 30 km/u wegen ook inzichtelijk gemaakt. De geluidsbelasting is berekend ter plaatse van de gevels van de geplande appartementen.
De verkeerscijfers zijn door de gemeente Langedijk aangeleverd voor het toetsjaar 2030. Volgens de Wet geluidhinder moet namelijk de situatie in het planjaar tien jaar na wijziging van het bestemmingsplan worden getoetst. In dit geval is gekozen voor het hanteren van de verkeersgegevens voor het toetsingsjaar 2030.
804
SWECO â De verkeersgeneratie als gevolg van het plan, is bepaald op basis van de CROW-publicatie 381 ‘'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. In Langedijk is sprake van de stedelijkheidsgraad ‘matig stedelijk’ waarbij voor een woning in de categorie ‘huur, etage, midden/goedkoop’ rekening moet worden gehouden met 3 à 4 autoverkeersbewegingen per dag. De verkeersgeneratie als gevolg van het plan bedraagt voor 9 appartementen aldus circa 27 tot 36 autoverkeersbewegingen. Hier staat tegenover dat de huidige bedrijfspanden (met name het kappersbedrijf) ook een bepaalde verkeersgeneratie met zich mee brachten. Aannemelijk is daarom dat het bouwplan niet [eidt tot een grotere verkeersgeneratie in vergelijking tot de huidige situatie. Tabel3-1_
Nr. Weg
01
Weekdagintensteiten voor het toetsjaar 2030
N504
Rijsnelheid Wegdektype [km/u]
Km
50
SMA-NL
15.200
Spoorstraat-
50
SMA-NL
17.600
N504-Veilingweg
30
Stille elementen verharding
300
Veilingweg-
30
Stile elementen
700
15.500-
Spoorstraat
02 03
Gedeelte N242
_ Dorpstraat
04
05 _ Veilingweg 06
Mossel
DorpsstraatIndustriestraat
Industriestraat
30 _
30
Oostelijke
verharding
Stille elementen verharding
Stille elementen
Intensiteiten 2030
400 2.300
verharding
Randweg 07
Voorbruggracht
08
Oranjestraat
N504-De Mossel
30
Stille elementen verharding
4.900
30
Stile elementen
1.200
verharding
10
_ Handelskade
30
Elementen verharding
308
33 Rekenmethode en modellering De geluidsbelasting is berekend conform de Standaard Rekenmethode I! uit de bijlage 3 en 4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Hiervoor is gebruik gemaakt van het computermodel Geomilieu (versie 5.20). In het model is de aanwezige bebouwing en zijn de wegen ingevoerd. De gebouwgegevens (xy,z-coördinaten) van de bestaande bebouwing zijn afkomstig uit de basis registratie gebouwen (BAG3D) van 15 juli 2015. Op de gevels van de appartementen zijn waarneempunten gelegd. Deze zijn gelegd op 1,5 m boven het vloerniveau van de betreffende verdiepingen, in dit geval: e 1,5 meter op de begane grond; e 4,5 meter op de eerste verdieping; e 7,5 meter op de tweede verdieping. De bodemfactor ter plaats van het plangebied, wegen en water is 0,0 (akoestisch hard). Daarnaast is in het programma gerekend met een standaard bodemfactor van 0,8. Dit is te plaatse van groenstroken, velden en tuinen. De modelgegevens zijn terug te vinden in bijlage 3, inclusief een kaart met de bodemgebieden. De 3D-visualisatie van het model is weergegeven in onderstaande figuur.
s04
SWECO â
Figuur 3-2
3D-visualisatie van het rekenmodel
1064
SWECO â 4
Resultaten
41
N504
De geluidsbelasting op de gevels van de geplande woningen door het verkeer over de N504 bedraagt ten hoogste 63 dB (Len) inclusief aftrek conform artikel 3.4 uit het RMG 2012. In figuur 4-1 is de berekende geluidsbelasting op de gevels gegeven. In bijlage 4 is de
geluidsbelasting ter plaatse van alle toetspunten gegeven in tabelvorm. De optredende geluidsbelasting overschrijdt de ten hoogste toelaatbare waarde van Laen 48 dB uit de Wet geluidhinder. De waarde overschrijdt niet de hoogst vergunbare waarde van 63 dB. Maatregelenonderzoek
Omdat het gaat om de ontwikkeling van een klein aantal appartementen, kan op voorhand al gezegd worden dat bron- en overdrachtsmaatregelen zoals het aanbrengen van stiller wegdek en het plaatsen van schermen niet kosten effectief zijn. De kosten van deze maatregelen staan niet in verhouding met de omvang van het plan. Daarnaast past het verlagen van de rijsnelheid niet bij de functie van de weg. Tot slot kan gesteld worden dat het verplaatsen van de appartementen niet mogelijk is vanwege de perceelgrenzen. Daarom blift over het aanvragen van hogere waarde. Aan het streven voor een rustige recreatieve zijde uit gemeentelijkbeleid wordt met het realiseren van balkons op de zuidzijde voldaan.
Figuur4-1
_ Toetsingswaarde (Lgen) in dB, door verkeer op de N504 inclusief correctie
104
SWECO â 42 Overige wegen (30 km/u) De geluidsbelasting op de gevels van de geplande woningen door het verkeer over de omliggende 30 km/u wegen bedraagt ten hoogste 52 dB (Lcer). In deze berekening is de geluidsbijdrage van de Handelskade, Veilingweg, Oranjestraat, Dorpstraat en Voorburggracht cumulatief bepaald. Deze waarde is exclusief aftrek conform artikel 3.4 uit het RMG 2012. In figuur 4-2 is de berekende geluidsbelasting op de gevels gegeven.
t: 35/37/37
Figuur 4-2
Berekende geluidsbelasting (Laen) in dB, door verkeer op de 30 km/u wegen exclusief correctie
1204
SWECO â 43
Cumulatief
De gecumuleerde geluidsbelasting exclusief correctie is weergegeven in onderstaande figuur en in bijlage 5. De cumulatieve geluidsbelasting is ten hoogste 68 dB (Len). Als een hogere waarde wordt toegestaan, dient te worden aangetoond dat het binnenniveau in verblijfsgebieden van geluidsgevoelige bestemmingen niet meer bedraagt dan 33 dB. Vanwege de eis in artikel 3.2 van het Bouwbesluit is de karakteristieke geluidwering voor een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied minimaal 20 dB. Daarom zijn geluidsniveaus op de gevel van (33+20=) 53 dB of lager te accepteren zonder extra bouwkundige voorzieningen. Op vrijwel alle toetspunten is de waarde hoger dan 53 dB. Aanvullende onderzoek voor het vaststellen van de gevelgeluidwering en ventilatievoorzieningen is nodig.
Figuur43
_ Cumulatieve waarde (Laer) in dB, door wegverkeer exclusief correctie
1904
SWECO â 5
Conclusie
In opdracht van DNS Planvorming B.V. heeft Sweco Nederland B.V. dit akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de locatie Handelskade 1 in Noord-Scharwoude. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van een gebouw met negen appartementen verdeeld over drie bouwlagen. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de N504. De geluidsbelasting op de gevels van de geplande appartementen zijn in dit rapport inzichtelijk gemaakt. 51 Wegverkeerslawaai De geluidsbelasting ten gevolge van verkeer over de N504 overschrijdt de hoogste toelaatbare geluidsbelasting van Laen 48 dB. De hoogst berekende waarde is Laen 63 dB ten
gevolge van de N504. Deze waarde is inclusief correctie art. 3.4 i het RMG 2012. Deze waarde is hoger dan de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB. De hoogst toelaatbare grenswaarde wordt bij zeven van de negen appartementen overschreden. De geluidsbelasting vanwege de N504 overschrijdt niet de ten hoogste vergunbare waarde van 63 dB. Omdat het gaat om de ontwikkeling van een klein aantal appartementen, kan op voorhand al gezegd worden dat bron- en overdrachtsmaatregelen zoals het aanbrengen van stiller wegdek en het plaatsen van schermen niet kosten effectief zijn. De kosten van deze maatregelen staan niet in verhouding met de omvang van het plan. Daarnaast past het verlagen van de rijsnelheid niet bij de functie van de weg. Tot slot kan gesteld worden dat het verplaatsen van de appartementen niet mogelijk is vanwege de perceelgrenzen. Daarom adviseren wij over te gaan op het aan vragen van hogere waarde. In tabel 5-1 is een overzicht gegeven van het aantal woningen met bijhorende geluidsbelasting. Tabel 5-1 Overzicht aan te vragen hogere waarden vanwege vekeer op de N504
Lden in dB
Appartementen
63
4
62
2
49
1
Totaal
7
Bij het verlenen van de hogere waarden streeft de Gemeente Langedijk voor een rustige recreatieve zijde bij alle woningen. Met het realiseren van balkons aan de zuidzijde wordt hieraan voldaan.
52 Gecumuleerde geluidsbelasting In paragraaf 4.3 en in bijlage 5 is de gecumuleerde geluidsbelasting per waarneempunt gegeven. Hieruit blijkt dat deze ten hoogste 68 dB bedraagt. Deze waarde is exclusief correctie art. 3.4 uit het RMG
2012.
Als een hogere waarde wordt toegestaan, dient bij de aanvraag om Omgevingsvergunning te worden aangetoond dat het binnenniveau in verblijfsgebieden van geluidsgevoelige bestemmingen niet meer bedraagt dan 33 dB. Hiervoor is een aanvullende onderzoek voor het vaststellen van de gevelgeluidwering en ventilatievoorzieningen nodig. De geluidwering van de gevels van de verblijfsgebieden moet minimaal het verschilte zijn tussen de berekende geluidsbelasting zonder aftrek vanwege artikel 3.4 RMG 2012 en een binnenniveau van ten hoogste 33 dB.
1404