CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerp Omgevingseffectrapportage d.d. 31 januari 2024

Gemeenteraad 2 april 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Ter inzage legging ontwerp strategische omgevingsvisie31.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Andere landschapsstructuren kunnen worden gebruikt om recreatieve routes te promoten die de bevolking de verscheidenheid van het Dijk en Waardse landschap laten ervaren. – Benadrukking en promotie van de meest aantrekkelijke recreatieve routes in de gemeente: ringvaart Heerhugowaard, ringfietsroute Langedijk en ringfietsroute Dijk en Waard. Zo stimuleren we lokaal en bovenlokaal toerisme en bewegen. • Meer ruimte voor water: – Uitbreiding van recreatieve vaarnetwerken: uitbreiding van het bevaarbare waternetwerk naar het hele bebouwde gebied van Langedijk. – Onderzoek naar de mogelijke verbinding van de doorvaarbare routes naar het Park van Luna. Dit versterkt het aantrekken van recreatie, stimuleert interactie met natuur en draagt bij aan een betere waterkwaliteit. – Onderzoek naar de mogelijke landschappelijke waterbufferfunctie van de nieuwe natuurgebieden om het bebouwd- en landbouwgebied te beschermen. 21

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Veilige en beloopbare wijken met efficiënte regionale verbindingen • Compleet netwerk van wandel- en fietsroutes: – Verbinding van ontbrekende schakels in de wandel- en fietsnetwerken om veiligheid en bereikbaarheid te verbeteren en zachte mobiliteit te stimuleren en korte autoritten sterk te verminderen. – In regionaal verband werken we verder aan het regionaal doorfietsnetwerk. We passen de historische linten aan als ruggengraat van ons lokaal netwerk. En we verbinden de fietsroutes via oost/westverbindingen goed met centra en voorzieningen. • Veilige en rustige woonbuurten: – Centraal parkeren in parkeerhubs per wijk met een maximale afstand van 800m tussen de parkeerplek en elke woning. Parkeer op straat in de wijk wanneer het echt nodig is, bijvoorbeeld voor ouderen, laden en lossen. – Sterke hiërarchie in het wegennet om het verkeer in woonwijken te beperken tot plaatselijk verkeer met lage snelheid (vb. 15km/u). Zo geven we prioriteit aan vergroenen, spelen, wandelen en ontmoeten in de woonstraten. • Verhoogde betekenis van het treinstation Heerhugowaard: – Voor de volgende ontwikkelingen zijn we sterk afhankelijk van ketenpartners. De gemeente zorgt ervoor dat de randvoorwaarden op orde zijn: de juiste massa van wonen, werken en voorzieningen in de nabijheid van het Stationskwartier.

– Een modern, duurzaam treinstation met goede voorzieningen, waaronder veilige overdekte fietsenstallingen. – Verhoogde frequentie van IC-treinen naar Amsterdam/Randstad. – Snellere treinverbindingen naar Amsterdam/Randstad. – Herontwerp van het busnetwerk om langs het treinstation van Heerhugowaard te gaan. Intensivering buslijnen/frequenties, waarin station Heerhugowaard een belangrijkere rol krijgt als OV-knooppunt. Toekomstig landelijk gebied • Reserveringen voor grootschalige landbouw: – De nieuwe landbouw gaat samen met natuurherstel, energieproductie en recreatie. Daar waar agrarische activiteit opschaalt is er een waardetoevoeging voor bodem, water en recreatie vereist. Op deze manier kan de landbouw pesticidenvrij blijven. – Menging van deze gebieden met recreatieve routes, agro-toerisme, en energieproductie om meervoudig ruimtegebruik, natuurwaarden en aantrekkelijkheid van het gebied te stimuleren. • Reserveringen voor glastuinbouw: – Versterking en verduurzaming van het bestaande glastuinbouw cluster Altongebied. – Menging van deze gebieden met groene functies en natuur-inclusieve landbouw. • Reserveringen voor natuurgebieden: – Verbinding van de geïsoleerde natuurgebieden van de gemeente tot een coherent geheel.

• Reserveringen voor grootschalige energieproductie: – Definitie van gebieden voor intensieve energieproductie (wind en zon) met ondersteunende functies zoals landbouw, groenblauw en recreatie om de energietransitie te versnellen. – Hiërarchie in de selectie van zoekgebieden voor energieopwekking: ten eerste in de bebouwde omgeving (vooral bedrijventerreinen en Altongebied), daarnaast op landbouwgronden. – Altongebied als innovatiestimulator van de gemeente om de koppelkansen tussen kassencomplex en energieopwekking maximaal te benutten. 22

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

•

Balans tussen functies: – In de balans tussen functies blijft de belangrijkste functie de ecosysteemdynamiek van een gezond water- en bodemsysteem. Die twee zijn sturend voor elke andere functie daarboven. – Houd balans tussen landbouw, natuur en recreatie, vooral in de nieuwe reserveringen voor natuurgebieden. Houd balans tussen ruimtes voor natuurinclusieve landbouw, voor (menselijke) recreatie, en voor ontoegankelijke natuur. – Onderzoek naar de mogelijkheid om de vier belangrijkste ruimtelijke claims van het buitengebied energieproductie, landbouw, natuur en recreatie - op gelijke wijze te mengen. Zo maken we maximaal gebruik van de beschikbare ruimte.

2.3.4

Integrale visie gemeente Dijk en Waard

Op basis van de ambities is een integrale visie voor 2047 gegeven: Een leven lang levendig wonen in Dijk en Waard.

Visie 2047: Een leven lang levendig wonen in Dijk en Waard Dijk en Waard is in 2047 een veerkrachtige gemeente waar iedereen een plek kan vinden om te wonen, werken, leren en recreëren. Van jonge gezinnen met kinderen en jonge afgestudeerden op zoek naar werk, tot ouderen die behoefte hebben aan gezondheidszorg. We bouwen verder op landschappelijke en cultuur-historische kwaliteiten die Dijk en Waard als twee onderscheidende identiteiten heeft ontwikkeld, zoals de historische linten en groene woonwijken. We omarmen en verrijken de economische dragers waar Dijk en Waard historisch op gegroeid is. Zo kan iedereen wonen, werken, leren en recreëren in gezonde, aantrekkelijke en diverse omgevingen, dicht bij huis.

De visie is vertaald naar een ruimtelijk wensbeeld dat is opgenomen op de visiekaart, zie Figuur 2-2. In de strategische omgevingsvisie zijn ook aparte kaartbeelden opgenomen voor de woongebieden, mobiliteitsnetwerken, werkgebieden, natuur- en recreatiegebieden en het buitengebied. De strategische omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling van de leefomgeving in de gemeente Dijk en Waard weer. Het halen van het gewenste eindbeeld in 2047 kan niet alleen met het stellen van de ambities en visie. Er is maatschappelijk draagvlak nodig om de doelstellingen te halen. Samen met bewoners, grondeigenaren, ondernemers, bedrijven, instellingen en andere belanghebbenden in de gemeente en regio wil de gemeente dan ook verdere invulling geven aan een concretere uitwerking en invulling van de visie. De strategische omgevingsvisie eindigt met een uitvoeringsagenda, die de volgorde bepaald waarin de gestelde opgaven opgepakt gaan worden, en een kostenverhaal over de benodigde investeringen.

23

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 2-2 Visiekaart Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard. Bron: Gemeente Dijk en Waard (Concept, november 2023)

24

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

3

Beoordelingsmethodiek

3.1

Doel van het OER

Het opgestelde OER is ondersteunend aan het omgevingsvisieproces. Het OER is ontwerpend van aard en heeft het omgevingsvisieproces voorzien van beslisinformatie, die de gemeente Dijk en Waard heeft benut om afwegingen te maken over de langetermijnvisie voor haar fysieke leefomgeving. Op deze manier heeft de gemeente het milieubelang volwaardig mee laten wegen in de besluitvorming, voordat een besluit over de visie genomen is. Het OER bouwt voort op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) die begin 2023 ter visie is heeft gelegen. De NRD en het bijbehorende beoordelingskader geven aan wat de aanpak van de effectbeoordeling is. Het OER bevat een Foto van de leefomgeving, waarin een feitelijke omschrijving van de referentiesituatie (de situatie in de gemeente in 2047 wanneer het beleid uit de nieuwe strategische omgevingsvisie niet wordt uitgevoerd) staat. De Foto van de Leefomgeving laat zien welke opgaven er vanuit de huidige situatie en autonome ontwikkelingen op de gemeente afkomen. De beoordelingen die in het kader van het OER zijn uitgevoerd brengen gestructureerd in beeld in welke mate de voorgestelde maatregelen uit de ontwerp strategische omgevingsvisie bijdragen aan de ambities van de gemeente. Het OER geeft inzicht op welke gebieden ambities elkaar versterken of juist conflicteren, om indien nodig de omgevingsvisie tijdig bij te kunnen sturen.

Ook is beoordeeld of voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot (negatieve) effecten op de leefomgeving en of het nodig is om kaders te stellen om knelpunten te voorkomen. Daarbij is verder gekeken dan de ‘klassieke’ MER-thema’s als bodem, geluid en luchtkwaliteit. Ook thema’s als klimaatadaptatie, gezondheid en energietransitie komen aan de orde. De resultaten van het OER zijn vastgelegd in onderhavig eindrapport.

3.2

Procesbeschrijving

Om het OER de meeste meerwaarde voor de strategische omgevingsvisie te laten hebben, is beperkt afgeweken van de ‘standaard’ OER-aanpak, zoals beschreven in de NRD. In tegenstelling tot een meer traditionele toetsing achteraf is er gezocht naar een wisselwerking tussen de beoordeling op doelbereik en milieueffecten binnen de m.e.r.procedure en de inhoudelijke uitwerking van de ontwerp strategische omgevingsvisie. Het OER is door de gemeente ingezet om de afwegingen die gemaakt worden in het kader van haar ontwerp strategische omgevingsvisie te verdiepen en te voorzien van feitelijke beslisinformatie. De processtappen rond het OER zijn dan ook nauw verweven met de processtappen voor de totstandkoming van de (ontwerp) strategische omgevingsvisie. In Figuur 3-1 staat deze samenhang schematisch weergegeven, waarbij met behulp van pijlen aangegeven is op welke punten er uitwisseling van informatie tussen de twee sporen plaats heeft gevonden. Hieronder zijn de verschillende stappen uit de gecombineerde procedure kort beschreven. Kennisgeving en NRD De procedure is formeel gestart met een openbare kennisgeving van het voornemen om een OER op te stellen voor de (ontwerp) strategische omgevingsvisie, via publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Deze kennisgeving en NRD is op 24 maart 2023 gepubliceerd. In de NRD is de beoogde onderzoeksopzet voor het OER beschreven.

Raadpleging betrokken bestuursorganen en wettelijke adviseurs Op basis van de NRD zijn betrokken bestuursorganen en wettelijke adviseurs geraadpleegd over het op te stellen OER. Ze hebben kunnen reageren op de beoogde onderzoeksopzet zoals beschreven in de NRD. Inspraak NRD Tijdens de terinzagelegging van de NRD heeft iedereen de mogelijkheid gehad om zienswijzen in te dienen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen OER. Ingediende zienswijzen zijn betrokken bij de totstandkoming van het OER. Foto van de leefomgeving Ten behoeve van het OER is een zogenoemde Foto van de Leefomgeving opgesteld. Hierin staat een feitelijke omschrijving van de referentiesituatie (de situatie in de gemeente in 2047 wanneer het beleid uit de strategische omgevingsvisie niet wordt uitgevoerd). De Foto van de Leefomgeving laat zien welke opgaven er vanuit de huidige situatie en autonome ontwikkelingen op de gemeente afkomen. 25

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Eerste concept strategische omgevingsvisie en globale beoordeling OER Op basis van de beschikbare input uit het traject rond de eerder opgestelde omgevingsvisie uit 2021, een beleidsanalyse, interviews met beleidsmedewerkers vanuit de gemeente en de opgaven die zijn beschreven in de Foto van de Leefomgeving, is een eerste concept strategische omgevingsvisie Dijk en Waard opgesteld. Vanuit het OER heeft een globale beoordeling (zogenoemde botsproeven) van deze visie plaatsgevonden. Tweede concept strategische omgevingsvisie Mede op basis van de input uit de globale beoordeling OER is een tweede concept van de strategische omgevingsvisie opgesteld. Gedetailleerde beoordeling OER In het kader van het OER heeft vervolgens een gedetailleerde beoordeling plaatsgevonden van de concept strategische omgevingsvisie (tweede serie botsproeven). Hierbij zijn ook aanbevelingen gedaan voor aanpassingen / aanscherpingen in de omgevingsvisie en aanbevelingen die betrokken kunnen worden bij de verdere uitwerking van de visie in programma’s en projecten. Ontwerp strategische omgevingsvisie De concept ontwerp omgevingsvisie is besproken met zogeheten ketenpartners (andere betrokken overheidspartijen dan de gemeente). Samen met punten die uit deze gesprekken naar voren kwamen, zijn de aanbevelingen vanuit het OER verwerkt in de ontwerp strategische omgevingsvisie.

Inspraak ontwerp strategische omgevingsvisie en OER Het OER wordt samen met de ontwerp strategische omgevingsvisie ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan iedereen reageren op de inhoud van het OER en de ontwerp strategische omgevingsvisie. Toetsingsadvies van de Commissie m.e.r.; De Commissie m.e.r. adviseert de gemeente Dijk en Waard over de inhoud van het opgestelde OER. De Commissie m.e.r. is onafhankelijk en bestaat uit deskundigen op het gebied van onder andere milieu, duurzaamheid, natuur en leefomgeving, en beoordeelt de volledigheid, objectiviteit en accuraatheid van voorliggend OER. Na de inspraakperiode op het concept OER brengt zij haar advies uit. Finaliseren strategische omgevingsvisie De ingebrachte zienswijzen op het OER en de ontwerp strategische omgevingsvisie worden samen met het advies van de commissie m.e.r. gebruikt om de strategische omgevingsvisie en het OER te finaliseren. Vaststellen strategische omgevingsvisie Ten slotte worden de strategische omgevingsvisie en het OER vastgesteld door de gemeenteraad.

26

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 3-1 Schematische weergave van de samenhang tussen het omgevingsvisie- en omgevingseffectrapport-traject.

3.3

Beoordelingswijze

Op hoofdlijnen heeft het OER op twee beoordelingsmomenten concrete input geleverd aan de strategische omgevingsvisie, namelijk bij de botsproeven light (globale beoordeling) en bij de tweede serie botsproeven (gedetailleerde beoordeling). Hieronder is voor beide momenten aangegeven hoe de beoordeling heeft plaatsgevonden.

3.3.1

Botsproeven light (globale beoordeling)

Tijdens de botsproeven light is een globale beoordeling uitgevoerd van een eerste concept van de strategische omgevingsvisie. Onderzocht is of de in de strategische omgevingsvisie beschreven hoofdambities haalbaar zijn, welke eventuele knelpunten en aandachtspunten er zijn, en of er nog ambities of opgaven ontbreken in de visie. 27

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

De resultaten van de botsproeven light zijn besproken tijdens een werkatelier met de gemeente. Ze hebben als input gediend voor een aanscherping van de strategische omgevingsvisie. De resultaten van de botsproeven light zijn beschreven in paragraaf 5.1.

3.3.2

Tweede serie botsproeven (gedetailleerde beoordeling)

Tijdens de tweede serie botsproeven is een gedetailleerde beoordeling uitgevoerd van de concept ontwerp strategische omgevingsvisie. Deze beoordeling bestond uit drie onderdelen: 1. Toetsing van de maatregelen ten opzichte van de tien relevante thema’s uit de Foto van de Leefomgeving. 2. Toetsing van de maatregelen onderling binnen een ambitie. 3. Toetsing van de ambities ten opzichte van elkaar. Hieronder is een korte toelichting gegeven op elk van deze onderdelen. Toetsing Foto van de Leefomgeving Bij deze toetsing is onderzocht in hoeverre de voorgestelde ambities en maatregelen uit de strategische omgevingsvisie de leefomgeving in de gemeente Dijk en Waard beïnvloeden. Bij de beoordeling is het toekomstjaar uit de strategische omgevingsvisie gehanteerd (2047). De effecten van het beleid uit de strategische omgevingsvisie zijn daarbij beoordeeld ten opzichte van de situatie in 2047 wanneer het beleid uit de strategische omgevingsvisie niet wordt uitgevoerd, maar dat andere (vastgestelde) ontwikkelingen en trends wel doorgang vinden. Zo zal bijvoorbeeld de bevolking en het verkeer in 2047 verder toenemen ten opzichte van huidig. Deze situatie wordt ook wel de referentiesituatie genoemd. Toetsing maatregelen onderling Bij deze toetsing is onderzocht in hoeverre maatregelen binnen één ambitie elkaar onderling versterken of (mogelijk) conflicteren.

Per ambitie is elke maatregel uitgezet tegenover de andere maatregelen binnen dezelfde ambitie. Toetsing ambities ten opzichte van elkaar Deze laatste toetsing biedt inzicht in hoe de ambities zich onderling verhouden. Hierbij zijn de maatregelen uit elke ambitie uitgezet tegen de maatregelen uit de andere ambities. De resultaten van de hiervoor beschreven beoordelingen, die onderdeel uitmaken van de tweede serie botsproeven, zijn beschreven in paragraaf 5.2.

28

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

4

Foto van de Leefomgeving

Voorliggend hoofdstuk geeft een breed overzicht van de huidige stand van zaken van de leefomgeving in de gemeente Dijk en Waard en de autonome ontwikkelingen die de komende decennia naar verwachting zullen gaan spelen. Deze ‘Foto van de Leefomgeving’ dient als referentiesituatie voor de beoordeling van het voorgenomen beleid in de ontwerp strategische omgevingsvisie en brengt in beeld welke belangrijke opgaven er op de gemeente af komen. Voor ieder beleidsveld is literatuuronderzoek gedaan om de staat van de leefomgeving te beschrijven. In het literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van landelijk beschikbare bronnen zoals de Atlas van de Leefomgeving en gegevens van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS), alsmede van beleidsstukken en lokale of regionale onderzoeken van bijvoorbeeld gemeente, GGD, provincie en de omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Het onderzoek is aangevuld met informatie vanuit een serie interviews met beleidsmedewerkers van de gemeente. De Foto van de Leefomgeving kijkt ook vooruit naar de toekomst. Immers, er vinden in de periode tot 2040 allerlei externe (autonome) ontwikkelingen plaats waar de gemeente niet of slechts beperkt invloed op uitoefent. Enkele voorbeelden hiervan zijn: • De bevolking vergrijst en ontgroent: er komen naar verhouding meer 65-plussers bij en minder jongeren.

Dit heeft een impact op onder andere de woningmarkt, de arbeidsmarkt en de zorg. • Het klimaat verandert wereldwijd. Door de uitstoot van broeikasgassen warmt het klimaat op en in Nederland zorgt dit de komende decennia voor warmere, drogere zomers. Tegelijkertijd neemt de frequentie en intensiteit van piekbuien toe. Deze ontwikkelingen vergroten de risico’s op schade en letsel in gebieden die nu al gevoelig zijn voor wateroverlast en hittestress en hebben daarnaast een negatieve invloed op landbouw en natuur. • De komende decennia vindt een transitie plaats op het gebied van onze energievoorziening. Nederland moet van het gas af en het aandeel duurzame elektriciteit moet sterk stijgen door de aanleg van windturbines en zonneparken. Ook andere vormen van duurzame energie zoals waterstof doen hun intrede. Deze ontwikkelingen vragen veel ruimte boven- en ondergronds en kunnen gaan knellen met andere maatschappelijke opgaven. Tegelijkertijd kunnen ze tot gevolg hebben dan de leefomgeving schoner en gezonder wordt. • De biodiversiteit dreigt de komende decennia verder af te nemen. Onder invloed van klimaatverandering, vermesting, verdergaande habitatfragmentatie en verstoring verdwijnen er meer dier- en plantensoorten uit Nederland. Naast externe ontwikkelingen is voor veel beleidsvelden sprake van al vastgesteld, autonoom beleid voor de komende jaren.

De mate waarin externe ontwikkelingen en al vastgesteld beleid een effect hebben op de beleidsvelden in de Foto van de Leefomgeving, is voor ieder beleidsveld beschreven onder autonome ontwikkeling. De Foto van de Leefomgeving sluit af met een samenvatting van de belangrijkste opgaven die vanuit de verschillende beleidsvelden relevant zijn voor de strategische omgevingsvisie. Bronnen Hieronder is een aantal belangrijke algemene bronnen genoemd die gebruikt zijn bij het opstellen van de Foto van de Leefomgeving. Bron

Website

Omgevingsvisie Dijk en Waard uit 2021

https://omgevingsvisie.dijkenwaard.nl/

Atlas Natuurlijk Kapitaal

https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten

Atlas van de Leefomgeving

https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten

Klimaateffectatlas

https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/

PDok viewer

https://app.pdok.nl/viewer/

CBS Statline

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/navigatieScherm/thema

Leefbaarometer

https://www.leefbaarometer.nl/home.php

RIVM-indicatoren gezondheid en beweging

https://www.rivm.nl/media/smap/index.html

29

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

4.1

Bodem en Water

4.1.1

Bodem en ondergrond

Huidige situatie Bodemopbouw De ondergrond van Dijk en Waard wordt gekarakteriseerd door zeekleipolders, droogmakerijen en IJsselmeerpolders en laagveen. De bodem bestaat dus voornamelijk uit zavel. Deze grond is zeer vruchtbaar en het buitenstedelijk gebied wordt daarom ook veel gebruikt voor de landbouw. Ongeveer de helft van het oppervlak van de gemeente bestaat uit bebouwd gebied.

Figuur 4-1 Basiskaart natuurlijk systeem voor de gemeente Dijk en Waard.3

3 Geo-Inspiratie & GrondRR (2021). Verkregen op: Kaartviewer - Klimaateffectatlas, Geraadpleegd in: februari 2023

30

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4-2 Bodemvruchtbaarheidskaart van Dijk en Waard.4

4 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) (2015). Verkregen op Kaarten | Atlas Natuurlijk Kapitaal,

geraadpleegd in: februari 2023 31

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4-3 Bodemgebruik in de gemeente Dijk en Waard. 5

Naast de bodemopbouw is ook de ecologische bodemkwaliteit van belang om te benoemen. Bij een goede ecologische bodemkwaliteit kunnen ecologische functies op een duurzame manier worden uitgevoerd. Met ecologische functies worden bijvoorbeeld organismen bedoeld die in de bodem leven en belangrijke bodemprocessen in stand houden. Deze organismen verbeteren de structuur en de doorluchtig van de bodem. Met name regenwormen spelen hier een belangrijke rol in, maar ook schimmels en bacteriën 6. Er zijn verschillende factoren die de ecologische bodemkwaliteit beïnvloeden. De bodemkwaliteit is moeilijk kwantitatief weer te geven, omdat er vaak te weinig metingen zijn. Van geschikte indicatoren zoals het aantal wormen in de bodem zijn te weinig meetdata beschikbaar om een beoordeling te kunnen maken. Wel is het goed om te weten wat de gevoeligheid van een bodem is voor externe stressfactoren. Het RIVM heeft een kaart gemaakt die de robuustheid en het herstelvermogen van de toplaag van de bodem beschrijft. Voor berekening van de robuustheid en herstelvermogen zijn de volgende indicatoren gebruikt: de zuurgraad, organische stof in de bodem, de totale hoeveelheid stikstof en fosfaat in de bodem, de bacteriële activiteit en vermogen in de bodem om stikstof en koolstof te mineraliseren. In Figuur 4-4 is een aantal kwetsbare gebieden in Dijk en Waard te identificeren.

• In en nabij Langedijk: met name de veenbodems zijn zeer kwetsbaar voor verstoringen. • De binnenduinrand in het zuidwesten van de gemeente. • De gronden in het recreatiegebied Geestmerambacht.

5 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2017. Verkregen via Kaarten | Atlas Leefomgeving, geraadpleegd in: 02- 2023 6 https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/607604005.pdf

32

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4-4 Herstelvermogen van de bodem na stress. Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2015. Verkregen via https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten, geraadpleegd in februari 2023

Ruimtelijke ordening in de ondergrond Een ander aandachtspunt in de gemeente Dijk en Waard is de groeiende drukte in de bovenste laag van de ondergrond. Deze laag heeft meerdere functies en wordt bijvoorbeeld gebruikt voor kabels & leidingen en openbaar groen. Naar verwachting neemt de druk op de ondergrond in de toekomst toe. Voor de energietransitie dienen warmtenetten worden aangelegd, riolering wordt gescheiden, parkeren en afvalcontainers worden vaker onder de grond aangelegd en ook voor piekbelasting van neerslag dienen wellicht voorzieningen te worden aangelegd. Ook is het onder de telecommunicatiewet mogelijk om kabels & leidingen aan te leggen, zonder dat de gemeente wezenlijk bezwaar kan maken. Autonome ontwikkeling Chemische bodemkwaliteit Op gebied van bodemkwaliteit zal de situatie autonoom verbeteren. Als ontwikkelingen plaatsvinden waarvoor een hogere kwaliteitsklasse vereist is (industrie vs wonen bijvoorbeeld) zal de grond gesaneerd moeten worden. Gaandeweg verbetert de bodemkwaliteit daarmee.

33

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Nationaal beleid Op 25 november 2022 heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een brief gepubliceerd met als titel ‘Water en bodem sturend’7. In deze brief laat het ministerie weten dat zij willen dat water en bodem sturend worden bij beslissingen over de ruimtelijke inrichting. Dat betekent bijvoorbeeld dat er bij de bouw van nieuwe woningen niet meer in diepe polders met een hoge grondwaterstand mag worden gebouwd. Ook staat in de brief dat het Rijk regie terug wil nemen op de ruimtelijke ordening in Nederland. Dat kan voor het thema bodem- en ondergrond betekenen dat het Rijk actie neemt om bodemdaling en verslechtering van bodemkwaliteit te voorkomen. Aangezien Dijk en Waard voor een zeer groot deel in diepe polders ligt kan dit invloed hebben op de woningbouwplannen in Dijk en Waard.

4.1.2

Waterkwaliteit

Huidige situatie Dijk en Waard is een van oorsprong zeer nat gebied. Heerhugowaard is van oorsprong een veengebied. Door de ontginning van veen in de middeleeuwen in combinatie met stormvloeden ontstonden er veel meren in het gebied. In 1630 is de polder drooggelegd om landbouwgrond te creëren. Dijk en Waard en vooral Heerhugowaard is een erg laaggelegen gebied. De gehele gemeente ligt onder NAP tot ongeveer 3,5 m onder NAP in Heerhugowaard. Er is daardoor ook veel water in de gemeente. Er zijn vele sloten om het watersysteem in de polder te reguleren en er bevinden zich zeven KRW-waterlichamen geheel of gedeeltelijk in Dijk en Waard. Oppervlaktewater De doelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water zijn gericht op het verbeteren van de chemische en ecologische waterkwaliteit in Europa. Voor 2027 moet Nederland aan de KRW-doelen voldoen. Landelijke regelgeving en lokale en landelijke maatregelen zullen moeten leiden tot verdere vermindering van de uitspoeling en afspoeling van verontreinigingen en meststoffen. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de uitvoering van KRW-maatregelen in rivieren, rijksmeren en kunstwateren 8. De provincies zijn verantwoordelijk voor het stellen van doelen voor regionale KRW-waterlichamen9. Het beheer van regionale KRW-waterlichamen wordt gedaan door de waterschappen.

Zij werken onder andere met gemeenten samen om vervuiling van oppervlaktewateren te beperken. Uit onderzoek van het PBL10 blijkt dat met de voorgenomen maatregelen niet alle KRW-doelstellingen gehaald worden. In Dijk en Waard zijn zeven wateren aangewezen als KRW-Water. Deze hebben allemaal een slechte chemische kwaliteit en een matige of ontoereikende ecologische kwaliteit

Chemie totaal

Ecologie totaal

Fosfor

Stikstof

Heerhugowaard Stad van de Zon

Slecht

Matig

Goed

Goed

Schermerboezem-Noord

Slecht

Matig

Ontoereikend

Goed

Polder Heerhugowaard

Slecht

Matig

Slecht

Goed

Polder Oosterdel

Slecht

Ontoereikend

Slecht

Matig

Geestmerambacht

Slecht

Matig

Ontoereikend

Ontoereikend

Polder Geestmerambacht

Slecht

Matig

Slecht

Goed

VRNK-boezem

Slecht

Ontoereikend

Matig

Goed

Waterlichaam

7 https://open.overheid.nl/repository/ronl-c35e65eba0903d738ae26dab222462337b0d8de7/1/pdf/water-en-bodem-

sturend.pdf 8 https://www.drinkwaterplatform.nl/themas/wet-en-regelgeving/kaderrichtlijn-water-krw/ 9 https://europadecentraal.nl/praktijkvraag/voortgang-kaderrichtlijn-water/ 10 PBL (2020), Voorgenomen maatregelen leiden tot verbetering waterkwaliteit, geraadpleegd via https://www.pbl.nl/nieuws/2020/voorgenomen-maatregelen-leiden-tot-verbetering-waterkwaliteit 34

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Het Geestmerambacht, het strand van Luna (bij Heerhugowaard Stad van de Zon) en de Noorderplas (Onderdeel van Oosterdel) zijn belangrijke zwemwateren. Bij het Geestmerambacht en de Noorderplas was de kwaliteit de afgelopen vier jaar uitstekend en bij het strand van Luna slecht. 11 Kleine wateren Een indicator voor de kwaliteit van kleine oppervlaktewateren is toxiciteit. Een hoge toxiciteit is een indicator dat dieren en planten last hebben van giftige stoffen. Het STOWA doet metingen naar de toxiciteit van ammonium (NHx), metalen, PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), gewasbeschermingsmiddelen en overige organische stoffen. Uit de metingen van het STOWA blijken er meerdere locaties met een hoge toxische druk van Ammonia (NH x) te zijn (Figuur 4-5). Voor gewasbeschermingsmiddelen zijn er slechts twee metingen in de gehele gemeente waarbij op een punt een hoge toxiciteit was en op het andere punt geen toxiciteit (Figuur 4-5). Voor metalen en PAK is er over het algemeen geen of een geringe toxiciteit. Voor overige organische stoffen zijn er geen meetpunten binnen Dijk en Waard.

Figuur 4-5 Metingen van de toxische druk door gewasbeschermingsmiddelen (links) en door Ammonia (rechts). Bron: STOWA (2018), verkregen op Kaarten | Atlas Natuurlijk Kapitaal, geraadpleegd in april 2023.

Op dit moment zijn er in de gehele gemeente Dijk en Waard geen oppervlaktewatertekorten. 12 Riolering De huidige afvalwaterketen is primair gericht op het zoveel als mogelijk ingesloten houden van afvalwater en dit transporteren naar een zuiveringslocatie. Tot 2021 werd in Langedijk voornamelijk gescheiden riolering aangelegd, waarbij wegoppervlak op het hemelwaterriool werd aangesloten. In Heerhugowaard werd per project een doelmatigheidsafweging gemaakt over het afkoppelen van openbaar terrein. In het huidige beleid van Dijk en Waard geld het principe “afkoppelen, tenzij…”. Zo kan meer water in de bodem infiltreren en worden overstortingen verminderd. Tabel 4.1 toont de onderdelen en omvang van het huidige rioolsysteem van Dijk en Waard. Er is nog een groot deel gemengde vrij verval riolering. Het geloosde regenwater afkomstig van gemengde riolering is in het algemeen minder schoon dan geloosd regenwater afkomstig van gescheiden riolering. Bij de meest vervuilende externe overstorten zijn randvoorzieningen aangebracht waar het vuil eerst kan bezinken voordat het water overstort, terwijl bij de overige overstorten direct wordt geloosd op het oppervlaktewater als het riool vol is.

11 www.zwemwater.nl, geraadpleegd in maart 2023 12 Tekort oppervlaktewater - Klimaateffectatlas, geraadpleegd in maart 2023

35

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Tabel 4.1 Verdeling verschillende typen riolering in Dijk en Waard. Bron: Arcadis & Gemeente Dijk en Waard (2022), Programma Stedelijk water en Riolering 2022-2027

Systeem

Type

Omvang

Vrij verval riolering

Gemengd

144,7 km

Vuilwater

246,9 km

Hemelwater

241,8 km

Drukriolering

49,7 km

Persleidingen

56,8 km

Hoofdgemalen

81 st

Drukriolering (pompunits)

421 st

Randvoorzieningen

4 st

Externe overstorten

94 st

HWA-uitlaten

590 st

Infiltratievoorzieningen

2 st

Bijzondere hemelwatervoorzieningen (bijv. wadi)

3 st

Lamellenafscheiders

5 st

Olieafscheiders

1 st

Staatkolken

37704 st

Drainage

95 km

Meetpunten

Grondwater

149 st

Afvalwater

64 st

Oppervlaktewater

0 st

Autonome ontwikkeling Vanuit de KRW is de prognose dat het onzeker is of de doelen voor chemische en ecologische waterkwaliteit gehaald worden. Er worden wel op veel gebieden verbeteringen verwacht. Het is voor veel criteria op het gebied van ecologische en chemische waterkwaliteit redelijk zeker of vrijwel zeker dat het doelbereik voor 2027 gehaald wordt. Bij geen van de wateren is het echter voor alle criteria zeker dat het doelbereik gehaald wordt. Tabel 4.2 geeft een samenvatting per aspect over het behalen van de doelen van de KRW-wateren. Ieder aspect bestaat uit verschillende criteria. Tabel 4.2 Samenvatting van de verwachtingen voor het behalen van de KRW-doelen in 2027 voor de KRW-waterlichamen in Dijk en Waard.

Thema

Aspect

Verwachting behalen KRW-doelen in 2027

Chemie totaal

Ubiquitaire stoffen

In alle wateren is er een overschrijding van “som PBDE28, 47, 99, 100, 153, 154” (vlamvertragers). Het is onzeker of hiervoor het doel behaald wordt. In het Schermerboezem-Noord en het VRNK-Boezem zijn er overschrijdingen voor meerdere stoffen en is het ook onzeker of voor deze stoffen de doelen behaald worden

Niet-Ubiquitaire stoffen

Bij de meeste wateren is er op dit moment een overschrijding van fluorantheen en het is onzeker of in 2027 de doelen gehaald worden.

36

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Thema

Aspect

Verwachting behalen KRW-doelen in 2027

Ecologie totaal

Biologie totaal

Bij veel wateren is het voor een van de vier criteria onzeker of de doelen behaald worden

Fysische chemie

Voor de meeste criteria is het voor alle wateren redelijk zeker of vrijwel zeker dat de doelen gehaald worden. In een aantal wateren is dit voor fosfor onzeker en in Geesmerambacht is dit onzeker voor fosfor en stikstof) is

Specifieke verontreinigende stoffen

Voor de meeste stoffen is het redelijk zeker of vrijwel zeker dat de doelen behaald worden. Een uitzondering is dat het in de meeste wateren voor Seleen onzeker is of de doelen behaald worden en in het Schermerboezem is dit onzeker voor vanadium en zink.

Tabel 4.3 Verwachting per KRW-lichaam voor het behalen van de KRW-totaaldoelen in 2027.

Doelbereik Chemie totaal

Doelbereik Ecologie totaal

Heerhugowaard Stad van de Zon

onzeker

onzeker

Schermerboezem-Noord

onzeker

onzeker

Polder Heerhugowaard

onzeker

Vrijwel zeker

Polder Oosterdel

onzeker

onzeker

Geestmerambacht

onzeker

onzeker

Polder Geestmerambacht

onzeker

Vrijwel zeker

VRNK-boezem

onzeker

onzeker

Waterlichaam

Daarnaast kan klimaatverandering nog invloed hebben op de waterkwaliteit. Bij het meest extreme KNMIklimaatscenario kunnen, in tegenstelling tot de huidige situatie, in extreem droge jaren tekorten in de wateraanvoer voor oppervlaktewater ontstaan, wat schadelijk zou zijn voor de waterkwaliteit. Gemeentelijk beleid Om de waterkwaliteit te verbeteren trekken het waterschap en de gemeente gezamenlijk op. De kwaliteit van de KRWwateren is een kerntaak van het waterschap. Het gemeentelijk rioleringssysteem heeft echter veel invloed op de waterkwaliteit. Overstortingen vanuit de riolering zijn een belangrijke bron van vervuiling. Doordat er vaker extreme neerslag zal vallen, kunnen ook overstortingen vaker voorkomen. Om overstortingen te reduceren wil de gemeente relatief schoon hemelwater zoveel als mogelijk en op gecontroleerde wijze door de bodem leiden voordat het wordt geloosd op oppervlaktewater. Veel verharde oppervlakten worden hiervoor van de riolering afgekoppeld. Relatief vuil regenwater afkomstig van industrieterreinen, marktpleinen e.d. blijft de gemeente naar de zuivering transporteren. Een andere bron van vervuiling zijn foutaansluitingen. Bij foutaansluitingen komt onbedoeld vuil water in het oppervlaktewater terecht of regenwater bij de zuivering terecht.

De gemeente spoort foutaansluitingen op en herstelt ze om te voorkomen dat milieubelastende stoffen voortdurend in het oppervlaktewater terecht komen. Om de effectiviteit van het beleid ten behoeve van de waterkwaliteit te monitoren gebruikt de gemeente theoretische berekeningen, de gemeten waterkwaliteit en het verloop van het aantal meldingen met betrekking tot wateroverlast en stank.

37

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Nationaal beleid Op 25 november 2022 heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een brief gepubliceerd met als titel ‘Water en bodem sturend’13. In deze brief laat het ministerie weten dat zij willen dat water en bodem sturend worden bij beslissingen over de ruimtelijke inrichting. Ook het belang van waterkwaliteit wordt daarbij veel genoemd en dient sturend te zijn bij beslissingen over de ruimtelijke inrichting.

4.1.3

Wateroverlast

Huidige situatie Wateroverlast kan verschillende oorzaken hebben. Door klimaatverandering treden er vaker hevige regenbuien op die voor behoorlijk wat overlast kunnen zorgen als er onvoldoende ontwaterings- of afwateringscapaciteit is en dit leidt momenteel al tot problemen in Nederland. Op veel plekken heeft het rioolsysteem namelijk onvoldoende capaciteit om de grote hoeveelheden hemelwater die in extreme buien vallen te verwerken. Ditzelfde geldt voor bodem in met name stedelijk gebied waar water vaak niet goed in kan infiltreren en die juist gevoelig zijn voor schade bij wateroverlast. Het overtollige water hoopt zich dan op de straat op en kan zorgen tot economische schade door onbegaanbare wegen of gebieden, schade aan gebouwen en zelfs onveilige situaties. Ook een stijging in het grondwater kan wateroverlast veroorzaken. De gemeente heeft vanuit de Wet milieubeheer (Wm) de wettelijke zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. De doelen van deze zorgplichten zijn het beschermen van de volksgezondheid, het handhaven van de kwaliteit van de openbare ruimte en het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater. Deze verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de gemeente. Zo is het waterschap bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het water- en zuiveringsbeheer.

Overlast door hemelwater Een Gemeentelijk Rioleringsplan geeft invulling aan de zorgtaak van de gemeente, hierin geeft de gemeente aan hoe zij omgaat met het waterbeheer binnen de gemeentegrenzen, gericht op een klimaatbestendig en duurzaam watersysteem. De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht voor inzameling en verwerking van overtollig hemelwater afkomstig van percelen binnen de bebouwde kom voor zover het niet redelijk is dat terreineigenaren dit zelf doen. De gemeente werkt aan het verminderen en scheiden van afstromend hemelwater. In de openbare ruimte gaat de voorkeur naar groen boven verharding, omdat groen meerdere functies vervult: vasthouden van hemelwater, beperken hittestress en meer biodiversiteit. Dit doet zij met berging in oppervlaktewater, vermindering van verharding, meer groen, half verharding en infiltratievelden. Figuur 4-6 toont de maximale waterdiepte voor het stedelijk gebied en het buitengebied bij een bui van 70 mm neerslag in 2 uur. Deze buien komen in het huidige klimaat gemiddeld eens per 100 jaar voor op een specifieke locatie. Door klimaatverandering kan die kans aan het einde van de eeuw twee keer zo groot zijn. Om de klimaatbestendigheid te monitoren laat de gemeente periodiek klimaatstresstesten uitvoeren. De meest recente klimaatstresstest is in 2019 gedaan voor de toenmalige gemeenten Langedijk en Heerhugowaard 14.

Voor wateroverlast wordt in de klimaatstresstest een maatgevende bui van 100 mm in 2 uur gebruikt. De scores voor wateroverlast worden weergegeven in Tabel 4.4 en een toelichting op de scores staat in Tabel 4.5. In Heerhugowaard hebben hele buurten te maken met meer dan 15 cm water aan de gevel en zijn ontsluitingswegen onbegaanbaar bij 100 mm regen in 2 uur.

13 https://open.overheid.nl/repository/ronl-c35e65eba0903d738ae26dab222462337b0d8de7/1/pdf/water-en-bodem-

sturend.pdf 14 Arcadis Nederland B.V. (2019), Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden Langedijk & Heerhugowaard 38

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Tabel 4.4 Scores met betrekking tot wateroverlast uit de klimaatstresstest. Bron: Arcadis Nederland B.V. (2019), Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden Langedijk & Heerhugowaard

Gemeente

Omvang van water op straat > 10 cm diep bij bui van 100 mm in 2 uur

Panden met meer dan 15 cm water tegen de gevel bij bui van 100 mm in 2 uur

Ontsluitingsweg is onbegaanbaar (± > 30 cm water op straat) bij bui van 100 mm in 2 uur

Grondwateroverlast vanaf lichte stijging grondwater ( ± >10 cm)

Gemeente Langedijk

50

50

60

40

Gemeente Heerhugowaard

70

60

70

50

Tabel 4.5 Toelichting score voor alle criteria met betrekking tot wateroverlast uit de klimaatstresstest. Bron: Arcadis Nederland B.V. (2019), Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden Langedijk & Heerhugowaard

Score Toelichting

0

20

40

60

80

100

n.v.t.

Incidenteel pand

Enkele straten

Hele buurt

Meerdere buurten

Meerdere wijken

Figuur 4-6 Waterdiepte bij kortdurende hevige neerslag (70 mm/2 uur). Deze buien komen in het huidige klimaat eens per 100 jaar voor.15 15 Deltares, 2016. Nationaal Water Model. Verkregen via https://www.klimaateffectatlas.nl/

39

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Grondwateroverlast Een hoge grondwaterstand kan ook overlast veroorzaken. Typen grondwateroverlast die vaak voorkomen zijn onder andere natte kruipruimtes en kelders, optrekkend vocht in muren, drassige tuinen en groenstroken, het omwaaien van bomen door verdrinking van wortels of verweking van de bodem, en schade aan panden als gevolg van een wijziging in de opwaartse waterdruk onder de fundering. Als het risico op grondwateroverlast sterk toeneemt kan het nodig zijn om extra voorzieningen te treffen om het grondwaterpeil te beheersen, of om aanvullende constructievoorschriften te gebruiken om de kwetsbaarheid van gebouwen en infrastructuur te beperken. De kaart in Figuur 4-7 geeft diepte van de huidige gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) onder het maaiveld weer. Deze diepte wordt ook wel het waterbergend vermogen genoemd. In gebieden waar het waterbergend vermogen klein is, is het risico op wateroverlast door grondwater groter. Doordat bijna de gehele polder onder NAP ligt moet overal kunstmatig het grondwater onder maaiveld worden gehouden. In het grootste deel van de gemeente wordt door waterwerken het grondwaterpeil meer dan een meter onder maaiveld gehouden. Verspreid over de gehele gemeente zijn er risicogebieden waar de kans op grondwateroverlast groter is. Dit beeld wordt bevestigd door de score van de klimaatschadeschatter (zie Tabel 4.4).

Veel van deze gebieden zijn echter ook gebieden waar bodemdaling plaatsvindt, omdat op deze van nature natte gebieden veen in de bodem zit. Verdere ontwatering kan de bodemdaling versterken.

Figuur 4-7 Waterbergend vermogen van de ondergrond, weergegeven als het verschil tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld.16

16 Deltares, 2017. Verkregen op Kaarten | Atlas Natuurlijk Kapitaal

40

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Autonome ontwikkeling Korte, hevige buien zullen door klimaatverandering steeds vaker voorkomen. Door de bouwopgaven en verharding van private percelen wordt het risico op wateroverlast bij hevige neerslag vergroot. Wateroverlast bij extreme buien zal niet te voorkomen zijn. Stijgend grondwater kan wateroverlast veroorzaken. In de KNMI-klimaatscenario’s neemt de neerslag in de winter toe en blijft de verdamping ongeveer gelijk. Hierdoor wordt het grondwater sneller aangevuld en zal de grondwaterstand en daarmee gepaard gaande kwel toenemen. Ook bodemdaling kan een stijging van het grondwater ten opzichte van het grondoppervlak veroorzaken. Figuur 4-8 toont een voorspelling van de toename van de kans op grondwateroverlast in 2050 ten opzichte van 2020. In de gehele gemeente zijn er veel gebieden waar een aanmerkelijke toename van de kans op grondwateroverlast is. Lokaal kan de kans op grondwateroverlast sterk toenemen. Dit leidt tot grotere inspanningen om het grondwaterpeil op peil te houden. Het laag houden van het grondwaterpeil is echter ook wat in een aantal gebieden tot bodemdaling leidt.

Figuur 4-8 Ontwikkeling kans op grondwateroverlast door stijgende grondwaterstanden tussen 2020 en 2050. 17 De kaart toont de mate waarin de kans op grondwateroverlast voor stedelijke functies (gebouwen, infrastructuur, tuinen en groenvoorziening) toeneemt tussen nu en 2050. De kaart zegt alleen iets over de verandering tot 2050 en niets over het voorkomen van overlast in de huidige situatie.

Op www.klimaatschadeschatter.nl hebben onderzoeksinstituten, onderwijsinstellingen en adviesbureaus gezamenlijk een inschatting gemaakt van de te verwachte schade door wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Tabel 4.6 geeft de te verwachten schade in Dijk en Waard tussen 2018 en 2050 door wateroverlast en hagel weer. De laagste schatting gaat uit van geen klimaatverandering en de hoogste schatting gaat uit van zeer sterke klimaatverandering. Veranderingen in landgebruik zijn niet meegenomen bij de schatting. 17 Deltares, 2016. Nationaal Water Model. Verkregen via https://www.klimaateffectatlas.nl/

41

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Tabel 4.6 Geschatte schade als gevolg van wateroverlast in de gemeenten Langedijk en Heerhugowaard (data zijn van voor de fusie tot gemeente Dijk en Waard), periode 2018 - 205018

Schade door wateroverlast (€)

Schade door hagel (€)

Langedijk

14 tot 26 miljoen

8,5 tot 12,8 miljoen

Heerhugowaard

49 tot 75 miljoen

20 tot 30 miljoen

Gemeentelijk Beleid In het rioleringsplan wordt rekening gehouden met extreme buien. Nieuwe rioleringssystemen worden ontworpen op een maatgevende bui die eens per 5 jaar voorkomt (bui 9 uit de kennisbank Riolering). Bij deze ontwerpbelasting mag er geen water op straat voorkomen. Het bestaande rioleringssysteem wordt minimaal getoetst aan een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering). Hierbij geldt ook dat er geen water op straat mag voorkomen. Eventuele verbetermaatregelen worden getoetst aan een bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar en eenmaal per 10 jaar (buien 9 en 10 uit de Kennisbank Riolering) waarbij water op straat acceptabel is. In het beleidsprogramma klimaatadaptatie 2021-2026 heeft de gemeente Dijk en Waard zich gecommitteerd aan het basisveiligheidsniveau voor klimaatbestendige nieuwbouw dat is opgesteld door de Metropoolregio Amsterdam (Tabel 4.7). Om deze veiligheidsniveaus te halen doet de gemeente onderzoek naar verplichtingen tot waterberging. Er wordt onderzocht of bij kleine (her)ontwikkelingen bijvoorbeeld 10-15 mm waterberging geëist kan worden. Bij grotere (her)ontwikkelingen denkt de gemeente eraan om waterberging te eisen die eraan bijdraagt dat hevige neerslag (1/100 jaar, 70mm in een uur) niet tot schade leidt aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen.

Ook wil de gemeente dat de vitale en kwetsbare infrastructuur bereikbaar blijft bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm in een uur). Deze eisen worden onderzocht en zijn nog niet vastgelegd. Hierover zouden in de omgevingsvisie keuzes gemaakt kunnen worden. Tabel 4.7 Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw voor wateroverlast19.

18 http://www.klimaatschadeschatter.nl/, geraadpleegd in: februari 2023 19 Gemeente Langedijk & Gemeente Heerhugowaard (2021), Beleidsprogramma Klimaatadaptatie 2021-2026

42

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Nationaal beleid Op 25 november 2022 heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een brief gepubliceerd met als titel ‘Water en bodem sturend’20. In deze brief laat het ministerie weten dat zij willen dat water en bodem sturend worden bij beslissingen over de ruimtelijke inrichting. Dat betekent bijvoorbeeld dat er bij de bouw van nieuwe woningen niet meer in diepe polders met een hoge grondwaterstand mag worden gebouwd. Aangezien Dijk en Waard en dan met name Heerhugowaard voor een zeer groot deel in diepe polders ligt kan dit invloed hebben op de woningbouwplannen in Dijk en Waard.

4.1.4

Droogte, bodemdaling & verzilting

Huidige situatie Droogte Droogte ontstaat als er langere tijd minder neerslag valt dan normaal, in combinatie met een grote verdamping als gevolg van hitte21. Droogte kan grote gevolgen hebben, omdat er bijvoorbeeld schade ontstaat aan natuur, woningen en (veen)dijken. Een neerslagtekort is een maat voor droogte en treedt op als de verdamping gedurende langere tijd hoger is dan de neerslag. Dit is meestal het geval in de loop van de zomer, maar de laatste jaren is het voorjaar ook vaak al droog en warm geweest. Tabel 4.8 geeft de huidige en voorspelde neerslagtekorten weer. De voorspelling van 2050 gaat uit van het meest extreme klimaatscenario van het KNMI. Bij het minst extreme klimaatscenario wordt geen toename van het neerslagtekort voorspeld22. Hoewel er extremere droogtes zullen zijn in de zomers, wordt voorspeld dat de winters natter worden. Netto zal er uiteindelijk meer neerslag vallen, maar door hogere temperaturen en drogere zomers zal de verdamping ook toenemen. De gemiddeld laagste grondwaterstand zal op sommige locaties hoger worden en op andere locaties lager worden (Figuur 4-9). In bijna de gehele gemeente is de grondwaterstand echter vooral afhankelijk van het beleid. Bijna de gehele gemeente ligt lager dan NAP, waardoor er veel gepompt moet worden om te voorkomen dat de gehele gemeente onder water komt de staan.

De mens is de belangrijkste veroorzaker van eventuele droogte in Dijk en Waard. Tabel 4.8 Huidige en voorspelde neerslagtekort per jaar bij de Bilt. Bron: Het wordt droger - Klimaateffectatlas, geraadpleegd in februari 2023

Huidig

2050 hoog

Gemiddeld neerslagtekort in de zomer

180-210 mm

210-270 mm

Neerslagtekort dat eens per 10 jaar voorkomt

240-270 mm

300-360 mm

Figuur 4-9 Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) (links) en de voorspelde verandering van de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 2020-2050. Bron: Nationaal Water Model, 2019. Verkregen op Kaartviewer - Klimaateffectatlas 20 https://open.overheid.nl/repository/ronl-c35e65eba0903d738ae26dab222462337b0d8de7/1/pdf/water-en-bodem-

sturend.pdf 21 https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/droogte 22 Het wordt droger - Klimaateffectatlas 43

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4-10 Kwetsbaarheid grondwaterafhankelijke natuur. Bron: KWR & FWE (2021). Verkregen op https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/, geraadpleegd in februari 2023

Droogte kan grote gevolgen hebben voor landbouw en natuur. Figuur 4-10 toont de kwetsbaarheid van grondwaterafhankelijke natuur in Dijk en Waard. Rond Geestmerambacht en in de Oosterdel bevindt zich zeer kwetsbare grondwaterafhankelijke natuur. Er wordt voor deze gebieden echter niet voorspeld dat de gemiddeld laagste grondwaterstand zal zakken bij het meest extreme klimaatscenario (Figuur 4-9). Het is daardoor onwaarschijnlijk dat deze gebieden sterk aangetast zullen worden door klimaatverandering. Wel is het voor deze gebieden van belang dat voldoende water wordt vastgehouden en in de bodem infiltreert om deze gebieden met grondwater te kunnen voeden. Voor de landbouw is momenteel de opbrengsderving door droogte nog laag. Op de kaarten in Figuur 4-11 is de opbrengsderving door droogte bij een aaneengesloten grasmat weergegeven. Dit is slechts een indicatie van de schade, want in de praktijk ligt er op veel plekken geen gras. Bij sla zou het opbrengsverlies bijvoorbeeld hoger zijn en bij graan lager. Ook in de voorspelling onder het meest extreme KNMI klimaatscenario voor 2050 is de opbrengstderving voor de landbouw laag. Op de plekken waar het droger wordt kunnen boeren hier rekening mee houden door middel van de gewassen die zij verbouwen.

44

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4-11 Opbrengstderving door droogte bij een aaneengesloten grasmat in de huidige situatie (links) en voor 2050 onder het meest extreme KNMI-klimaatscenario (rechts). Bron: KWR Water (2017). Verkregen op https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/, geraadpleegd in februari 2023

Droogte kan ook schade aan funderingen van gebouwen veroorzaken. Deze zijn meestal gemaakt van hout, staal of beton. Na 1975 is vooral gebouwd met betonnen funderingen die niet gevoelig zijn voor schade door droogte. Hout en staal zijn daar wel gevoelig voor. Houten fundering zijn oorspronkelijk onder het grondwaterpeil aangelegd, maar door zakking van het grondwaterpeil kunnen deze boven het grondwater uitkomen. Als de funderingen boven het grondwater uitkomen kan er zuurstof bij komen en worden de palen aangetast door schimmels, wat paalrot wordt genoemd. Binnen de gehele gemeente Dijk en Waard is het percentage panden dat op een houten fundering staat erg laag en daarmee is ook het risico op paalrot erg laag. 23 Stalen funderingen kunnen schade ondervinden door verschilzetting. Op klimaateffectatlas.nl wordt verschilzetting als volgt beschreven. “Verschilzetting kan ontstaan als de bodem daalt, of - op kleigronden - tijdelijk krimpt en daarna weer uitzet (‘zwelt’). In veel gevallen zakt een pand vanwege een wisselende samenstelling van de ondergrond, een ongelijkmatige gewichtsverdeling of een zwakke fundering niet gelijkmatig, waardoor het pand scheef komt te staan. Zo ontstaat er schade, zoals scheuren, scheve vloeren of klemmende deuren en ramen.

Door meer droogte bij klimaatverandering kan de bodem sneller dalen, en kunnen dieper gelegen kleilagen krimpen en zwellen.”23 Figuur 4-12 geeft het risico op verschilzetting voor de gemeente Dijk en Waard weer. Dit risico is gebaseerd op het meest extreme KNMI-klimaatscenario voor 2050. In de gehele gemeente staan veel panden op stalen funderingen, maar in het grootste deel van de gemeente is het risico op verschilzetting laag. In de wijken Zandhorst, Planetenwijk en Sint-Pancras is het risico op verschilzetting wel hoog.

23 Risicokaarten funderingen - Klimaateffectatlas, geraadpleegd in februari 2023

45

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4-12 Het risico op verschilzetting bij panden met stalen funderingen. Bron: Risicokaarten funderingen - Klimaateffectatlas, geraadpleegd in februari 2023

Bodemdaling In het grootste gedeelte van de gemeente is bodemdaling geen probleem, maar met name in de veengebieden is lokaal wel sprake van sterke bodemdaling. Dit kan lokaal gevolgen hebben voor bestaande bebouwing en er moet rekening mee gehouden worden bij het plannen van nieuwe woningen. Daarnaast is de bodemdaling voor een gedeelte het gevolg van veenoxidatie, wat gepaard gaat met CO2-uitstoot.

46

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4-13 Bodemdaling in Dijk en Waard. Bron: Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-Informatica (NCG) (2019), Verkregen op https://bodemdalingskaart.nl/nl/, geraadpleegd in: februari 2023 23

Gecombineerde kaart klimaatkwetsbaarheden In de klimaatstresstest uit 2019 zijn ook kaarten gemaakt waarop de verschillende klimaatkwetsbaarheden worden weergegeven. Op deze kaart is te zien dat enkele van de gebieden met een hoog risico op hemelwateroverlast en/of grondwateroverlast ook gevoelig zijn voor bodemdaling. Hier moet een afweging gemaakt worden tussen het tegengaan van bodemdaling en het tegengaan van wateroverlast, want een oplossing voor het ene probleem kan een verergering van het andere probleem opleveren. Op deze kaarten uit de klimaatstresstest zijn de Zandhorst en de Wuyver (Noord-Scharwoude) niet als gevoelige gebieden voor bodemdaling weergegeven. Uit prognoses door Deltares, WEnR en TNO komen deze gebieden wel naar voren als gevoelig voor bodemdaling (Figuur 4-17).

47

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4-14 Aandachtsgebieden klimaatkwetsbaarheden Langedijk 48

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4-15 Aandachtsgebieden klimaatkwetsbaarheden Heerhugowaard

Verzilting 49

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Verzilting vormt binnen de gehele gemeente Dijk en Waard geen probleem (Figuur 4-16). Zoute kwel wordt voldoende diep weggedrukt door zoet grondwater.

Figuur 4-16 Deze kaart geeft weer tot welke diepte zoet grondwater wordt aangetroffen. Op grotere diepten wordt het grondwater brak of zout. Bron: Deltares (2015), Verkregen op Kaarten | Atlas Natuurlijk Kapitaal, geraadpleegd in maart 2023

Autonome ontwikkeling Bodemdaling Door klimaatverandering wordt het vaker en langer droog. Periodes van extremere droogte zorgen ervoor dat de grondwaterstand daalt en het diepe grondwater minder aangevuld wordt. Door de daling van de grondwaterstanden neemt de bodemdaling toe. Voor het grootste deel van de gemeente is de verwachting dat er weinig significante bodemdaling zal plaatsvinden tot 2050, maar lokaal kan er wel sterke bodemdaling plaatsvinden (zie Figuur 4-17). De belangrijkste oorzaken van bodemdaling in Dijk en Waard zijn: • De belasting van slappe grond, waarna er ook consolidatie en kruip optreedt. • Ontwatering slappe grond, zoals veen en klei. Dit leidt tot consolidatie en kruip van de grond en afbraak van organische stof in de bodem.24 Zoals Figuur 4-17 weergeeft kan er in de toekomst lokaal zeer sterke bodemdaling plaatsvinden. Grote delen van de gemeente zullen geen tot weinig last hebben van bodemdaling. De gebieden waar bodemdaling voorspeld wordt zijn gedeelten van Broek op Langedijk, De Zandhorst II, De Wuyver, en gedeelten van de wijk Sint Pancras. De eerste drie liggen allemaal in de polder. Bij Sint Pancras is er bodemdaling omdat hier door de kwel aan de binnenduinrand in het verleden lokaal veen is ontstaan. Bij de bouw van nieuwe woningen dient wel rekening gehouden te worden met de te verwachten bodemdaling.

24 Bodemdalingsvoorspellingskaarten - Klimaateffectatlas

50

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Figuur 4-17 Prognose bodemdaling 2020-2050. Bron: Deltares, WEnR & TNO, 2021. Verkregen op Kaartviewer - Klimaateffectatlas

Op www.klimaatschadeschatter.nl hebben onderzoeksinstituten, onderwijsinstellingen en adviesbureaus gezamenlijk een inschatting gemaakt van de te verwachte schade door wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Tabel 4.9 geeft de te verwachten schade in Dijk en Waard tussen 2018 en 2050 door droogte weer. Met name de voorspellingen van de schade aan funderingen en wegen en riolering vallen binnen een zeer ruime bandbreedte. De laagste schatting gaat uit van geen klimaatverandering en de hoogste schatting gaat uit van zeer sterke klimaatverandering. Veranderingen in landgebruik zijn niet meegenomen bij de schatting. Tabel 4.9 Te verwachten schade (€) door droogte in Dijk en Waard tussen 2020 en 2050 door droogte.25

Fundering panden

Wegen en riolering

Gemeentelijk groen

Landbouw

Bestrijding natuurbrand

Langedijk

8 tot 96 miljoen

10 tot 32 miljoen

25 tot 38 duizend

7 tot 15 miljoen

0 tot 9 duizend

Heerhugowaard

17 tot 174 miljoen

15 tot 49 miljoen

60 tot 90 duizend

15 tot 31 miljoen

70 duizend tot 90 duizend

In het beleidsprogramma klimaatadaptatie 2021-2026 heeft de gemeente Dijk en Waard zich gecommitteerd aan het basisveiligheidsniveau voor nieuwbouw dat is opgesteld door de Metropoolregio Amsterdam (Tabel 4.10). In het rioleringsprogramma overweegt de gemeente om bij (her)ontwikkelingen verplichtingen in te stellen die een bijdrage kunnen leveren aan het tegengaan van verdroging, hoewel het primaire doel van de verplichting het tegengaan van wateroverlast is. Daarnaast wordt in het rioleringsprogramma genoemd dat de gemeente mogelijk een aanvullende verplichting voor klimaatbestendigheid kan instellen. Als het plangebied groter is dan bijvoorbeeld 5 ha moet via een maatwerkoplossing ook een bijdrage geleverd worden aan biodiversiteit en het tegengaan van hittestress en verdroging.

25 http://www.klimaatschadeschatter.nl/, geraadpleegd in: februari 2023

51

Datum: 11 januari 2024

ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD

Tabel 4.10 Basisniveau klimaatbestendige nieuwbouw voor droogte. 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=e7873a72-e3bf-4c33-9f57-8f10bad73ad1