Bijlage 2 - Ontwerp Omgevingseffectrapportage d.d. 31 januari 2024
Tekst van het document
Ontwerp Omgevingseffectrapport Strategische omgevingsvisie gemeente Dijk en Waard Gemeente Dijk en Waard 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
Inhoudsopgave 0
1
2
3
Samenvatting
6
0.1
Aanleiding en doel OER
6
0.2
Proces en werkwijze
6
0.3
Botsproeven light
7
0.4
Tweede serie botsproeven
8
0.4.1
Toetsing Foto van de Leefomgeving
8
0.4.2
Toetsing maatregelen onderling, binnen een ambitie
9
0.4.3
Toetsing ambities ten opzichte van elkaar
10
0.5
Conclusies en aanbevelingen
11
0.5.1
Conclusies OER
11
0.5.2
Aanbevelingen OER
11
Inleiding
13
1.1
Aanleiding
13
1.2
Doel van het OER
13
1.3
M.e.r.-procedure
13
1.4
Passende beoordeling
14
1.5
Opbouw van dit OER
15
Strategische omgevingsvisie Dijk en Waard
16
2.1
Gemeente Dijk en Waard
16
2.2
De weg naar de omgevingsvisie
16
2.2.1
Omgevingsvisie van Langedijk en Heerhugowaard (2021)
16
2.2.2
Waarom een nieuwe omgevingsvisie?
16
2.2.3
Naar een nieuwe omgevingsvisie
17
2.3
Ontwerp strategische omgevingsvisie
18
2.3.1
Het verhaal van Dijk en Waard
18
2.3.2
Opgaven waar de gemeente voor staat
18
2.3.3
Dijk en Waardse ambities voor 2047
19
2.3.4
Integrale visie gemeente Dijk en Waard
23
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
3
4
4
Beoordelingsmethodiek
25
3.1
Doel van het OER
25
3.2
Procesbeschrijving
25
3.3
Beoordelingswijze
27
3.3.1
Botsproeven light (globale beoordeling)
27
3.3.2
Tweede serie botsproeven (gedetailleerde beoordeling)
28
Foto van de Leefomgeving
29
4.1
Bodem en Water
30
4.1.1
Bodem en ondergrond
30
4.1.2
Waterkwaliteit
34
4.1.3
Wateroverlast
38
4.1.4
Droogte, bodemdaling & verzilting
43
4.1.5
Hittestress
52
4.2
Economie
56
4.2.1
Bedrijvigheid
56
4.2.2
Landbouw
61
4.2.3
Toerisme & recreatie
64
4.3
Leefomgeving
68
4.3.1
Woonopgave
68
4.3.2
Sociale cohesie & leefbaarheid
71
4.4
Landschap
74
4.4.1
Landschap en ruimtelijke kwaliteit
74
4.4.2
Cultureel erfgoed & archeologie
75
4.5
Gezondheid en Veiligheid
78
4.5.1
Gezondheid
78
4.5.2
Veiligheid
79
4.6
Lucht, geluid, licht en geur
84
4.6.1
Lucht
84
4.6.2
Geluid
88
4.6.3
Geur
92
4.7
Duurzaamheid
93
4.7.1
Duurzame elektriciteit
93
4.7.2
Duurzame warmte
98
4.7.3
Circulaire economie
100
4.8
Mobiliteit
103
4.8.1
Bereikbaarheid, duurzame mobiliteit en modal shift
103
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
5
6
4.9
Natuur
113
4.9.1
Natuur & biodiversiteit
113
4.9.2
Stedelijk groen
117
4.10
Samenvatting belangrijkste opgaven omgevingsvisie
120
Beoordeling
123
5.1
Botsproeven light
123
5.2
Tweede serie botsproeven
125
5.2.1
Toetsing Foto van de Leefomgeving
125
5.2.2
Toetsing maatregelen onderling, binnen een ambitie
127
5.2.3
Toetsing ambities ten opzichte van elkaar
129
Conclusies en aanbevelingen
131
6.1
Conclusies OER
131
6.2
Aanbevelingen OER
131
7
Monitoring en evaluatie
133
5
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
0
Samenvatting
0.1
Aanleiding en doel OER
In de strategische omgevingsvisie legt de gemeente beleid vast waarvan op voorhand niet uitgesloten kan worden dat het negatieve effecten op het milieu heeft. De gemeente is daarom verplicht om parallel aan de visie de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. Via deze procedure worden de mogelijke negatieve effecten van het beleid uit de strategische omgevingsvisie op het milieu onderzocht. Omdat de m.e.r.-plicht gekoppeld is aan een plan, namelijk de strategische omgevingsvisie, gaat het om een zogeheten milieueffectrapport voor plannen (planMER). De aspecten die in het planMER voor de strategische omgevingsvisie zijn onderzocht zijn breder dan die in een ‘klassiek’ planMER behandeld worden. Zo komen naast aspecten als bodem, geluid en luchtkwaliteit ook aspecten als klimaatadaptatie, gezondheid en energietransitie aan bod. De gemeente heeft er daarom voor gekozen het planMER een omgevingseffectrapport (OER) te noemen. De term OER sluit beter aan op de reikwijdte van de strategische omgevingsvisie. In voorliggend document wordt daarom vanaf hier gesproken over een OER. Het opgestelde OER is ondersteunend aan het omgevingsvisieproces. Het OER is ontwerpend van aard en heeft het omgevingsvisieproces voorzien van beslisinformatie, die de gemeente Dijk en Waard heeft benut om afwegingen te maken over de langetermijnvisie voor haar fysieke leefomgeving.
Op deze manier kan de gemeente het milieubelang volwaardig mee laten wegen in de besluitvorming voordat een besluit over de visie genomen wordt.
0.2
Proces en werkwijze
Om het OER de meeste meerwaarde voor de strategische omgevingsvisie te laten hebben is afgeweken van de ‘standaard’ OER-aanpak, waarbij het OER voornamelijk een toetsende rol achteraf heeft. Er is gezocht naar een wisselwerking tussen de beoordeling op doelbereik en milieueffecten binnen de m.e.r.-procedure en de inhoudelijke uitwerking van de ontwerp strategische omgevingsvisie. De twee sporen zijn daardoor nauw met elkaar verweven. Op deze manier heeft het OER bijgedragen aan de in de strategische omgevingsvisie gemaakte afwegingen en de onderbouwing van de gemaakte keuzes. Al doorlopen stappen De procedure voor het OER is gestart met het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) waarin de onderzoeksaanpak voor het OER beschreven is. De NRD heeft ter inzage gelegen en iedereen heeft kunnen reageren op de voorgestelde onderzoeksaanpak. Vervolgens is een zogenoemde Foto van de Leefomgeving opgesteld. Hierin staat een feitelijke omschrijving van de referentiesituatie (de situatie in de gemeente in 2047 wanneer het beleid uit de strategische omgevingsvisie niet wordt uitgevoerd). De Foto van de Leefomgeving laat zien welke opgaven er vanuit de huidige situatie en autonome ontwikkelingen op de gemeente afkomen.
Op basis van een eerste concept strategische omgevingsvisie, opgesteld op basis van input vanuit het proces rond de eerder opgestelde omgevingsvisie uit 2021, heeft een globale beoordeling (zogenoemde botsproeven light) plaatsgevonden. De resultaten van deze globale beoordeling zijn besproken tijdens een werkatelier en verwerkt in de concept strategische omgevingsvisie, naast input vanuit andere sporen zoals afstemming met ketenpartners. Vervolgens heeft een eindbeoordeling van de concept strategische omgevingsvisie plaatsgevonden (tweede serie botsproeven). Op basis van deze eindbeoordeling zijn vanuit het OER aanbevelingen opgesteld om het beleid in de strategische omgevingsvisie te wijzigen of verder aan te scherpen. De aanbevelingen zijn besproken in een werkatelier, waarbij besloten is in hoeverre de aanbevelingen worden overgenomen. De resultaten van het OER zijn vervolgens gebruikt bij het opstellen van de ontwerp strategische omgevingsvisie. Nog te doorlopen stappen Het OER wordt samen met de ontwerp strategische omgevingsvisie ter inzage gelegd, waarbij iedereen kan reageren op de inhoud van beide documenten. De Commissie m.e.r. adviseert de gemeente Dijk en Waard vervolgens over de inhoud van het opgestelde OER. De Commissie m.e.r.
is onafhankelijk en bestaat uit deskundigen op het gebied van milieu, duurzaamheid, natuur en leefomgeving en beoordeelt de volledigheid, objectiviteit en accuraatheid van voorliggend OER. Na de inspraakperiode op het concept OER brengt zij haar advies uit. De zienswijzen en adviezen worden vervolgens gebruikt om de strategische omgevingsvisie en het OER definitief te maken.
6
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
Op hoofdlijnen heeft het OER op twee momenten concrete input geleverd aan de strategische omgevingsvisie, namelijk bij de botsproeven light en bij de tweede serie botsproeven. In de volgende paragrafen is voor beide momenten een samenvatting gegeven van de resultaten van de uitgevoerde botsproeven.
0.3
Botsproeven light
Tijdens de botsproeven light is een globale beoordeling uitgevoerd van een eerste concept van de strategische omgevingsvisie. Onderzocht is of de in de strategische omgevingsvisie beschreven hoofdambities haalbaar zijn, welke eventuele knelpunten en aandachtspunten er zijn, en of er nog ambities of opgaven ontbreken in de visie. Uit de globale beoordeling bleek dat de visie een integraal kloppend verhaal bevat, dat logisch volgt uit de geformuleerde opgaven en ambities. De gestelde hoofdambities bouwen voort op belangrijke ruimtelijke keuzes die in de visie gemaakt worden. Zo wordt er voor het stedelijk gebied gekozen voor inbreiding van bestaande woon- en werklocaties, in plaats van het realiseren van nieuwe uitbreidingslocaties. Dit sluit onder andere aan bij de opgave vanuit het kabinet om water en bodem sturend te laten zijn bij te maken ruimtelijke keuzes. Door te kiezen voor inbreiding worden er namelijk geen nieuwe uitbreidingslocaties geplaatst in het laaggelegen buitengebied van de gemeente. De globale beoordeling liet verder zien dat de voorgestelde verdichtingsmaatregelen en de daaraan gekoppelde herinrichting van de infrastructuur (meer ruimte voor voetgangers en fietsers, ten koste van de ruimte voor auto’s) veel vragen van de gemeente.
Ook kunnen met name de voorgestelde maatregelen rond verdichting tot andere (negatieve) gevolgen leiden, zoals het verminderen van groen in de stad of het toenemen van overlast in de buurt. Op basis van de resultaten van de globale beoordeling is de strategische omgevingsvisie op een aantal punten aangevuld en verduidelijkt. Hieronder is per ambitie aangegeven welke punten dit zijn. Gezonde en gemengde woonomgevingen • Ontmoetingszones worden niet geconcentreerd, maar verspreid over een wijk, om hangplekken te voorkomen. • Toegankelijkheid wijken voor hulpdiensten blijft gewaarborgd. • Aanhouden gangbare groennorm bij nieuwe ontwikkelingen om de hoeveelheid groen in de stad te borgen. • Elk verdichtingsproject moet worden begeleid door een gebiedsvisie die integratie met het bestaande karakter van de omgeving waarborgt. • Onderbouwing dat de woonopgave in de gemeente ingevuld kan worden zonder de uitbreidingslocatie Langedijk West. • Naast Heerhugowaard wordt ook (voormalig) Langedijk aangesloten op het warmtenet. Veilige en beloopbare wijken met efficiënte regionale verbindingen • Bij de ontsluiting van woongebieden wordt een maximale afstand tussen een woning en ontsluitingsweg gehanteerd van 10 minuten lopen of 800 meter. • De maximumsnelheid op hoofdwegen blijft 50km/uur, op ontsluitingswegen wordt dit 30km/uur en op de overige wegen 15km/uur.
Aantrekkelijke en diverse werkplekken • Bij de transformatie van gemengde woon-werkgebieden is verduidelijkt dat er sprake is van een toename van de bouwdichtheid in het algemeen, waardoor er meer ruimte komt voor zowel wonen als werken. Ruimte voor wonen op werklocaties gaat dus niet ten koste van ruimte voor werken. Verbinding van cultureel erfgoed, water en natuur • Er vindt geen overlap plaats tussen natuur en landbouw of energieproductie. • De uitbreiding van het vaarnetwerk verbindt waterlichamen met elkaar, wat positief is voor de waterkwaliteit. Toekomstbestendig landelijk gebied • Ten aanzien van de landbouw wordt de ambitie voorgesteld om pesticidenvrij te zijn in 2047.
7
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
0.4
Tweede serie botsproeven
Tijdens de tweede serie botsproeven is een gedetailleerde beoordeling uitgevoerd van de concept ontwerp strategische omgevingsvisie. Deze beoordeling bestond uit drie onderdelen: 1. Toetsing van de maatregelen ten opzichte van de tien thema’s uit de Foto van de Leefomgeving. 2. Toetsing van de maatregelen onderling binnen een ambitie. 3. Toetsing van de ambities ten opzichte van elkaar. De beoordeling liet daarmee zien waar de voorgestelde ambities en maatregelen uit de strategische omgevingsvisie de leefomgeving en elkaar versterken, (mogelijk) conflicteren, of weinig of geen relatie hebben.
0.4.1
Toetsing Foto van de Leefomgeving
Bij deze toetsing is onderzocht in hoeverre de voorgestelde ambities en maatregelen uit de strategische omgevingsvisie de leefomgeving in de gemeente Dijk en Waard beïnvloeden. Hieronder zijn de belangrijkste conclusies uit deze toetsing weergegeven per thema. Bij de beoordeling is het toekomstjaar uit de strategische omgevingsvisie gehanteerd (2047). De effecten van het beleid uit de strategische omgevingsvisie zijn daarbij beoordeeld ten opzichte van de situatie in 2047 wanneer het beleid uit de strategische omgevingsvisie niet wordt uitgevoerd, maar dat andere (vastgestelde) ontwikkelingen en trends wel doorgang vinden. Zo zal bijvoorbeeld de bevolking en het verkeer in 2047 verder toenemen ten opzichte van huidig. Deze situatie wordt ook wel de referentiesituatie genoemd. Bodem en water De voorgestelde maatregelen rond verdichting gaan goed samen met principe ‘Water en bodem sturend’, omdat er geen uitbreiding plaatsvindt in laaggelegen gebieden. Vervuiling van de bodem en het grondwater door de landbouw wordt verminderd door de maatregel dat er sprake moet zijn van waardetoevoeging voor bodem en water bij eventuele opschaling van de landbouw. Ook de ambitie om de landbouw pesticidenvrij te laten zijn in 2047 draagt positief bij aan de kwaliteit van de bodem en het grondwater.
Bij de voorgestelde functiemenging in het landelijk gebied is er geen expliciete aandacht voor de ruimte die nodig is voor water(berging). Dit kan leiden tot een (ruimtelijk) conflict. Landbouw De beoordeling voor landbouw laat weinig bijzonderheden zien. De meeste ambities en maatregelen richten zich op het stedelijk gebied. De voorgestelde functiemenging in het landelijk gebied, waarbij landbouw wordt gecombineerd met natuurherstel en recreatie, waarborgt de toekomstbestendigheid van de landbouw. Extra ruimte voor natuur en recreatie kan echter ook ten koste gaan van landbouwgebied. Toerisme en Recreatie De strategische omgevingsvisie bevat veel ambities en maatregelen voor versterking van toerisme en recreatie in de gemeente (recreatie in het buitengebied, behouden en versterken de verschillende karakters en kwaliteiten in dorpen en steden). De voorgestelde functiemenging in het landelijk gebied biedt kansen voor recreatie, maar kan ook ten koste gaan van de beschikbare ruimte voor recreatie. Wonen De strategische omgevingsvisie bevat veel ambities en maatregelen voor de versterking van het woon- en leefklimaat (vergroening, veiliger inrichten van wijken voor fietsers en voetgangers, betere OV-verbindingen en verbindingen met het buitengebied). Door ruimte te creëren voor sociale huur en woon-zorgcombinaties wordt de woningmarkt voor eengezinswoningen ontgrendeld.
Gezondheid De strategische omgevingsvisie bevat veel ambities en maatregelen voor het creëren van een gezondere leefomgeving (vergroening, inrichten wijken voor fietsers en voetgangers, recreatie in het buitengebied). Als aandachtspunt wordt de gezondheid bij omwonenden van grootschalige energieproductie genoemd. Bijvoorbeeld als gevolg van geluidhinder of slagschaduw van windmolens. (Externe) veiligheid Het terugdringen van het autogebruik verbetert in principe de verkeersveiligheid. Echter leidt een toename van het fietsgebruik wellicht juist tot meer ongevallen met fietsers. Ongevallen met auto’s hebben over het algemeen grotere gevolgen waardoor er netto waarschijnlijk alsnog sprake zal zijn van een verbetering van de verkeersveiligheid. 8
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
Het aspect externe veiligheid vormt een aandachtspunt bij verdichting en functiemenging op bedrijventerreinen, bijvoorbeeld als er op bepaalde bedrijven sprake is van de opslag van gevaarlijke stoffen. Geluid Terugdringen van het autogebruik vermindert de geluidhinder door autoverkeer. Wel is een afname van meer dan 30% nodig voor een hoorbaar verschil. Het is de vraag of dat gehaald wordt. Een eventuele toename van geluidhinder is een aandachtspunt bij functiemenging van wonen en werken op bedrijventerreinen en energieproductie in het landelijk gebied. Duurzaamheid Het aspect duurzaamheid heeft weinig raakvlakken met een groot deel van de ambities en maatregelen. De strategische omgevingsvisie zet in op energieproductie in het landelijk gebied (onderdeel van de voorgestelde functiemenging), maar door de vele ruimteclaims op het landelijk gebied (energie, landbouw, natuur, water en recreatie) is het de vraag of de opwekcapaciteit voldoende gaat zijn. Mobiliteit De strategische omgevingsvisie zet sterk in op het stimuleren van fietsen en lopen (bv. autoluwe wijken, kortere woonwerk afstand door functiemenging). Ook bevat de strategische omgevingsvisie de ambitie om het busnetwerk en de treinverbinding te verbeteren. Voor het behalen van deze ambitie is de gemeente echter wel afhankelijk van partners.
Door de voorgestelde maatregelen zal het autogebruik in de gemeente dalen ten opzichte van de situatie in 2047 als het beleid uit de strategische omgevingsvisie niet wordt uitgevoerd, wat verkeersproblemen vermindert en de verkeersveiligheid verbetert. Natuur / Stedelijk groen De strategische omgevingsvisie zet in op vergroening van de openbare ruimte in stedelijk gebied en natuurherstel in het landelijk gebied. De ambitie voor vergroening van het stedelijk gebied kan onder druk komen te staan door verdichting, maar dit is bijvoorbeeld tegen te gaan door het hanteren van een vaste groennorm per woning. Natuurherstel in het landelijk gebied kan onder druk komen te staan door de voorgestelde functiemenging. De voorgestelde realisatie van natuur in het glastuinbouwgebied Alton is niet kansrijk.
0.4.2
Toetsing maatregelen onderling, binnen een ambitie
Bij deze toetsing is onderzocht in hoeverre maatregelen binnen één ambitie elkaar versterken of (mogelijk) conflicteren. Hieronder zijn de conclusies per hoofdambitie samengevat. Gezonde en gemengde woonomgevingen Het voorgestelde herontwerp van de openbare ruimte gaat goed samen met meer ruimte voor groen, ontmoeting en fietsen. Om mogelijke conflicten te vermijden is het van belang om de balans te bewaren tussen verdichting, de bestaande kwaliteiten van buurten, groen in de openbare ruimte en ruimte voor ontmoeting. Aantrekkelijke en diverse werkplekken Deze ambitie bevat een sterke combinatie van maatregelen die elkaar versterken. Het verbinden van MBO aan bedrijven, het transformeren van bedrijventerreinen, het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte en betere fietsbereikbaarheid bieden kansen voor het behouden van werkgelegenheid en faciliteren en aantrekken van diverse(re) werkvormen. Verbinding van cultureel erfgoed, water en natuur Ook hier is sprake van maatregelen die elkaar over het algemeen versterken. De voorgestelde uitbreiding van natuurlijke verbindingszones (o.a. (Nieuwe) Groene Loper) maakt het natuurnetwerk robuuster. Bevaarbaar maken van het waternetwerk versterkt de recreatieve functie van de gemeente. Een aandachtspunt is het houden van de balans tussen recreatie en natuur, met name in gebieden waar natuur de voornaamste functie is.
Veilige en beloopbare wijken met efficiënte regionale verbindingen Deze ambitie bevat een mooie, integrale combinatie van maatregelen dat het wandelen, fietsen en OV stimuleert. Maatregelen die hier aan bijdragen zijn o.a. het verbeteren van het langzaam verkeersnetwerk, het voorgestelde parkeerbeleid, vergroting van de frequentie van trein en bus, en het herontwerp van de openbare ruimte.
9
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
Toekomstbestendig landelijk gebied Voor het landelijk gebied zijn veel maatregelen opgenomen die functiemenging nastreven. Daarbij is het belangrijk om evenwichtige keuzes te maken. Niet alles kan overal zonder bijvoorbeeld natuurdoelen geweld aan te doen. Ten aanzien van het glastuinbouwgebied Alton is de voorgestelde combinatie met energieopwekking kansrijk, maar een combinatie met natuur leidt tot een conflict (natuur en glastuinbouw gaan niet samen). Het voorgestelde onderzoek naar de wijze van functiemenging in het landelijk gebied is verstandig. Dit onderzoek kan goede inzichten bieden voor de exacte uitwerking van de functiemenging.
0.4.3
Toetsing ambities ten opzichte van elkaar
Deze laatste toetsing biedt inzicht in hoe de ambities zich onderling verhouden. Hierbij zijn de maatregelen uit elke ambitie uitgezet tegen de maatregelen uit de andere ambities. Hieronder zijn, per combinatie van ambities, de belangrijkste conclusies samengevat. Gezonde en gemengde woonomgevingen vs Aantrekkelijke en diverse werkplekken De voorgestelde functiemenging van wonen en werken verkleind de afstand voor woon-werk verkeer. Mensen zijn hierdoor eerder geneigd naar werk te fietsen of lopen, wat positief is voor de gezondheid. Houd bij verdichting en functiemenging op werkgebieden rekening met de bestaande kwaliteiten van de gebieden. Dit is deels geborgd doordat elke verdichtingsproject start met het maken van een gebiedsvisie die integratie met het bestaande karakter waarborgt en ambities prioriteert, maar ook bij het uitvoeren van ‘losse’ projecten (buiten een verdichtingsproject om) in een gebied is hier aandacht voor nodig. Gezonde en gemengde woonomgevingen vs Verbinding van cultureel erfgoed, water en natuur Met uitzondering van recreatie hebben deze ambities weinig raakvlakken. Een verbetering van de recreatieve routes heeft een positieve invloed op de fietsbereikbaarheid van kernen. Daarnaast draagt het versterken van recreatiemogelijkheden bij aan een gezonde woonomgeving.
Gezonde en gemengde woonomgevingen vs Veilige en beloopbare wijken met efficiënte regionale verbindingen Het stimuleren van wandelen en fietsen versterkt de ambities voor gezondheid. Houd bij het realiseren van parkeerhubs en het herontwerp van het busnetwerk rekening met de bestaande kwaliteiten van de gebieden en overige wensen/ambities. Zo past een bus route bijvoorbeeld niet op 15 en 30 km/uur wegen. Gezonde en gemengde woonomgevingen vs Toekomstbestendig landelijk gebied Omdat de raakvlakken tussen stad en land beperkt zijn, hebben de maatregelen uit deze ambities weinig invloed op elkaar. Zoals eerder aangegeven heeft een verbetering van de recreatieve routes een positieve invloed op de fietsbereikbaarheid van kernen en draagt het versterken van recreatiemogelijkheden bij aan gezonde woonomgeving. Aantrekkelijke en diverse werkplekken vs Verbinding van cultureel erfgoed, water en natuur Deze ambities hebben weinig raakvlakken. Voorgestelde groene openbare ruimtes en de groene gordel om de stad, beperken beide de opwarming van de stad (voorkomen hittestress). Dit heeft een positief effect op de aantrekkelijkheid van werkplekken. Verbetering van zowel het recreatief netwerk als de OV- en fietsbereikbaarheid van werkplekken versterkt elkaar.
Aantrekkelijke en diverse werkplekken vs Veilige en beloopbare wijken met efficiënte regionale verbindingen De voorgestelde mobiliteitsmaatregelen (verbeteren fietsroutes, aanleg parkeerhubs, verbeteren OV-netwerk) versterken de bereikbaarheid van bedrijventerreinen. Verder hebben deze ambities weinig raakvlakken. Aantrekkelijke en diverse werkplekken vs Toekomstbestendig landelijk gebied Omdat de raakvlakken tussen stad en land beperkt zijn, hebben de maatregelen uit deze ambities weinig invloed op elkaar. Met name bij de voorgestelde maatregelen voor energievoorziening en het dubbel gebruik van daken zijn kansen om elkaar te versterken. Wellicht ook bij recreatie, bijvoorbeeld de aanleg van wandelpaden bij werkplekken om het maken van wandelingen tijdens pauzes te stimuleren. Verbinding van cultureel erfgoed, water en natuur vs Veilige en beloopbare wijken met efficiënte regionale verbindingen De raakvlakken tussen de ambities voor natuur en mobiliteit zijn beperkt. Wel biedt het versterken van zowel het recreatief netwerk in het buitengebied als het wandel- en fietsnetwerk in de kom kansen voor een betere toegankelijkheid van de natuur. 10
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
Verbinding van cultureel erfgoed, water en natuur vs Toekomstbestendig landelijk gebied In het buitengebied bieden deze ambities veel kansen om elkaar te versterken door de recreatieve netwerken af te stemmen op de recreatieve functies in het landelijk gebied. Het mengen van natuur en recreatie kan wel negatieve effecten hebben op de aanwezige natuur. De voorgestelde zoekgebieden voor grootschalige opwekking van energie liggen dicht bij de (Nieuwe) Groene Loper en de Westfriese Omringdijk. Dit kan leiden tot knelpunten ten aanzien van natuur en de landschappelijke beleving voor recreanten. Veilige en beloopbare wijken met efficiënte regionale verbindingen vs Toekomstbestendig landelijk gebied Omdat de raakvlakken tussen stad en land beperkt zijn, hebben de maatregelen uit deze ambities weinig invloed op elkaar. Wel verbetert de versterking van het OV-netwerk de bereikbaarheid van het glastuinbouwgebied Alton. Ook zijn de betere recreatieve routes goed voor de fietsbereikbaarheid van kernen. De bebouwingslinten bieden kansen voor functiemenging in het buitengebied, met name ten aanzien van recreatie.
0.5
Conclusies en aanbevelingen
In deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies en aanbevelingen vanuit het OER opgenomen.
0.5.1
Conclusies OER
Uit de uitgevoerde beoordelingen blijkt dat de ambities en maatregelen uit de strategische omgevingsvisie over het algemeen een positieve invloed hebben op de leefomgeving. De ambities en maatregelen versterken elkaar grotendeels. Er komen op hoofdlijnen twee belangrijke aandachtspunten naar voren: 1. Functiemenging en verdichting stedelijk gebied vs Openbare ruimte en stedelijk groen De voorgestelde maatregelen voor functiemenging en met name verdichting in het stedelijk gebied kunnen ertoe leiden dat de beschikbare ruimte voor openbaar gebruik en/of stedelijk groen onder druk komt te staan. Beide kunnen prima samengaan, maar dat gaat niet vanzelf. Knelpunten kunnen bijvoorbeeld voorkomen worden door bij verdichtingsprojecten standaardnormen te hanteren voor de hoeveelheid openbare ruimte en groen per woning. 2. Functiemenging landelijk gebied Het mengen van functies kan de ambities voor het landelijk gebied versterken, maar er kunnen ook knelpunten door ontstaan. Zo kan een toename van recreatiedruk in natuurgebieden leiden tot een achteruitgang van de kwaliteit van de natuurgebieden, als gevolg van een toename van verstoring door recreanten. Ook kunnen er ruimtelijke conflicten ontstaan tussen de ruimte die nodig is voor grootschalige energieopwekking en de landbouw.
Het voorgestelde onderzoek naar functiemenging in het landelijk gebied is nodig om keuzes te maken (wat kan waar). Daarbij is het belangrijk om naast de functies energieproductie, landbouw, natuur en recreatie ook aandacht te hebben voor mogelijke ruimteclaims voor bodem en water.
0.5.2
Aanbevelingen OER
Vanuit de uitgevoerde beoordelingen is een aantal aanbevelingen voor de strategische omgevingsvisie geformuleerd. Sommige aanbevelingen zijn relevant voor de teksten in de visie zelf en zijn dan ook verwerkt in de ontwerp strategische omgevingsvisie. Andere aanbevelingen zijn te gedetailleerd voor de visie en worden meegegeven richting eventuele vervolgtrajecten (uitwerking van de visie in programma’s en/of projecten). De aanbevelingen zijn hieronder beschreven, gegroepeerd naar de verschillende uitgevoerde toetsingen. Foto van de Leefomgeving • Bodem en water: Betrek naast energieproductie, landbouw, natuur en recreatie, ook bodem en water(kwaliteit) bij het onderzoek naar functiemenging in het landelijk gebied. • Gezondheid: Houd bij de verdere uitwerking van grootschalige energieproductie in het landelijk gebied rekening met hinder bij omwonenden (bv. geluid en slagschaduw). Nederland heeft geen regels voor de minimale afstand tussen windmolens en woningen, maar er komen nieuwe normen aan. • Externe veiligheid: Houd bij de verdere uitwerking van verdichting en functiemenging op bedrijventerreinen rekening met veiligheidsrisico’s. Stuur bijvoorbeeld op het type bedrijven dat (on)wenselijk is in de directe omgeving van woningen. • Geluid: Bij verdere uitwerking verdichting en vermenging op bedrijventerreinen rekening houden met geluidhinder bewoners.
Sturen op type bedrijven in de omgeving van woningen. • Duurzaamheid / Energie: In de strategische omgevingsvisie zijn zoekgebieden voor grootschalige energieproductie overgenomen uit de Regionale Energiestrategie (RES). De zoekgebieden uit de RES zijn mogelijk niet groot genoeg aan om te voldoen aan de benodigde oppervlakte voor energieproductie. 11
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
• •
Natuur en stedelijk groen: Hanteer bij elke ontwikkeling gangbare normen voor openbaar groen per woning, bijvoorbeeld Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen 1. Natuur en stedelijk groen: Neem geen natuur op in glastuinbouwgebied Alton. Wel zijn er kansen voor de realisatie van ander groen.
Maatregelen binnen ambities • Alle ambities/maatregelen: Als je in een gebied aan de slag gaat, zoek altijd naar balans tussen de verschillende ruimtelijke functies en kijk naar kansen voor behoud/versterking van het bestaande karakter en vergroening. Niet alleen bij grotere projecten/plannen, maar ook bij kleinere ‘losse’ projecten. • Verbinding van cultureel erfgoed, water en natuur: In de maatregelen binnen deze ambitie is op het moment van toetsing weinig (expliciete) aandacht voor cultureel erfgoed. De strategische omgevingsvisie is hierop aangepast. Er zijn niet zozeer andere maatregelen toegevoegd, maar er is explicieter gemaakt wat er al aan maatregelen in zit (historische linten, water, etc.). • Verbinding van cultureel erfgoed, water en natuur: Houd bij de verdere uitwerking van de functiemenging in het landelijk gebied rekening met de balans tussen recreatie en natuur. Maak keuzes waar je recreatie wel en niet wil, gebaseerd op de aanwezige kwaliteiten van de natuur. Geef het verschil aan tussen echte natuur, recreatienatuur en natuurinclusieve landbouw. Ambities ten opzichte van elkaar • Aantrekkelijke en diverse werkplekken: Houd bij de verdere uitwerking van de transformatie van werkgebieden rekening met de nieuwe parkeernorm en het aantal werkplekken, gebaseerd op de nieuwe visie op bereikbaarheid en mobiliteit (minder auto’s, meer fiets en OV).
Dit om de bereikbaarheid van werkgebieden te borgen. • Veilige en beloopbare wijken met efficiënte regionale verbindingen: Stem bij de verdere uitwerking het herontwerp van het infrastructuurnetwerk af op het herontwerp van het busnetwerk. De inrichting van wegen waar bussen overheen rijden nodigt over het algemeen niet uit tot het rijden van 15 of 30 km/uur. Laat bussen over ontsluitingswegen rijden of maak wegen waar bussen rijden ontsluitingswegen. • Verbinding van cultureel erfgoed, water en natuur: Stem de verbetering van het wandel- en fietsnetwerk in bebouwd gebied af op de recreatieve routes in het buitengebied. Zo kunnen beide elkaar versterken • Verbinding van cultureel erfgoed, water en natuur: Stem de verdere uitwerking en inpassing van grootschalige energieopwekking af op de (gewenste) ecologische en landschappelijke kwaliteiten van de (Nieuwe) Groene Loper.
1 Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen, gemeente Amsterdam, 9
januari 2018. 12
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De gemeente Dijk en Waard werkt aan het opstellen van een ontwerp strategische omgevingsvisie. In deze strategische omgevingsvisie geeft de gemeente aan hoe zij aankijkt tegen toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen op de langere termijn. Daarbij gaat het onder meer om woningbouw, de opwekking van duurzame energie, infrastructuur, bedrijvigheid, de omgang met natuur, landbouw en industriële activiteiten, en andere ruimtelijke thema’s waarin de gemeente een rol speelt. De strategische omgevingsvisie vervangt huidige planproducten zoals milieubeleidsplannen, verkeers- en vervoersplannen en voegt deze separate beleidsvelden samen in één integrale visie op de fysieke leefomgeving. In de strategische omgevingsvisie geeft de gemeente weer welke opgaven zij zien, welke ambities hieraan gekoppeld worden en hoe de beleidsdoelen gehaald gaan worden. Het zichtjaar van de strategische omgevingsvisie is 2047. De strategische omgevingsvisie bouwt voort op de eerder door de gemeente opgestelde omgevingsvisie Langedijk en Heerhugowaard, die voorafgaand aan de fusie is opgesteld. Deze omgevingsvisie is op 26 oktober 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Heerhugowaard, maar is niet vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Langedijk, omdat deze raad concreetheid miste in de opgestelde omgevingsvisie.
Het huidige proces om te komen tot een nieuwe ontwerp strategische omgevingsvisie heeft tot doel om de eerder opgehaalde input van alle betrokken stakeholders uit te werken tot een concretere visie op de toekomst van de gemeente Dijk en Waard. Om het verschil aan te duiden tussen de omgevingsvisie van 2021 en de omgevingsvisie waaraan nu wordt gewerkt, noemen we deze laatste de strategische omgevingsvisie. Bij een omgevingsvisie waarin beleid vastgelegd wordt waarvan op voorhand niet uitgesloten kan worden dat ze vanwege negatieve effecten op het milieu of op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn, is het verplicht een m.e.r.-procedure te doorlopen. Omdat de m.e.r.-plicht gekoppeld is aan een plan, namelijk de strategische omgevingsvisie, gaat het om een zogeheten planMER. De gemeente kiest ervoor om dit planMER een omgevingseffectrapport (OER) te noemen omdat de aspecten van de leefomgeving die behandeld worden breder zijn dan die in een ‘klassiek’ planMER behandeld worden. Een OER sluit daarmee beter aan op de reikwijdte van de omgevingsvisie. In voorliggend document wordt daarom vanaf hier gesproken over een OER.
1.2
Doel van het OER
Het opgestelde OER is ondersteunend aan het omgevingsvisieproces en heeft tot doel om het omgevingsvisieproces te voorzien van beslisinformatie. Op deze manier kan de gemeente het milieubelang volwaardig mee laten wegen in de besluitvorming over de strategische omgevingsvisie. Het OER bouwt voort op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) die begin 2023 ter visie is heeft gelegen. De NRD en het bijbehorende beoordelingskader geven aan wat de aanpak van de effectbeoordeling is. In hoofdstuk 3 van dit OER is beschreven waarom er beperkt is afgeweken van de in de NRD beschreven aanpak. Het OER brengt gestructureerd in beeld in welke mate de ontwerp strategische omgevingsvisie bijdraagt aan de ambities van de gemeente. Ook wordt beoordeeld of voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot (negatieve) effecten op de leefomgeving en of het nodig is om kaders te stellen om knelpunten te voorkomen. De resultaten van het OER zijn vastgelegd in onderhavig eindrapport.
1.3
M.e.r.-procedure
De m.e.r. -procedure voor dit OER behorende bij de strategische omgevingsvisie Dijk en Waard bestaat op hoofdlijnen uit de volgende stappen: 1. Openbare kennisgeving van het voornemen om een OER op te stellen voor de (ontwerp) strategische omgevingsvisie, via publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hierbij is aangegeven hoe iedereen op de NRD kan reageren. 2. Raadplegen van betrokken bestuursorganen en wettelijke adviseurs over het op te stellen OER. 3. Mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen door iedereen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen OER. 4. Uitvoering van de onderzoeken en opstellen van het OER.
13
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
5. Opstellen ontwerp strategische omgevingsvisie, waarbij de resultaten van het OER betrokken zijn bij de te maken ruimtelijke keuzes en afwegingen. 6. Kennisgeving, ter inzagelegging en inspraak op het OER tezamen met de ontwerp strategische omgevingsvisie. 7. Toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. 8. Verwerken uitkomsten van inspraak en advies, en finaliseren van de strategische omgevingsvisie. 9. Vaststelling van de strategische omgevingsvisie en OER door de gemeenteraad. Om het OER de meeste meerwaarde voor de Omgevingsvisie te laten hebben is afgeweken van de ‘standaard’ OERaanpak, zoals beschreven in de NRD. Er is gezocht naar een wisselwerking tussen de beoordeling op doelbereik en milieueffecten binnen de m.e.r.-procedure en de inhoudelijke uitwerking van de ontwerp strategische omgevingsvisie. De twee sporen (OER en visie) zijn daardoor nauw met elkaar verweven. In hoofdstuk 3 van dit OER is deze wisselwerking verder toegelicht.
1.4
Passende beoordeling
Wanneer niet kan worden uitgesloten dat de voorgestelde ontwikkelingen in de strategische omgevingsvisie negatieve effecten kunnen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebieden, dient een passende beoordeling uitgevoerd te worden. Gezien het relatief abstracte karakter van de omgevingsvisie bestaat deze beoordeling uit een risico inschatting van de vergunbaarheid van de beleidsvoornemens / maatregelen die in de strategische omgevingsvisie worden voorgesteld. Binnen de gemeente Dijk en Waard zelf komen echter geen Natura2000-gebieden voor. Dichtstbijzijnde Natura2000 gebieden zijn de Schoorlse Duinen (ongeveer 2km ten westen van de gemeentegrens) en Eilandspolder (ongeveer 4km ten zuiden van de gemeentegrens).
Figuur 1-1 Natura2000-gebieden rond de gemeente Dijk en Waard
Gezien het karakter van de voorgestelde beleidsvoornemens in de strategische omgevingsvisie, het feit dat er geen Natura2000 gebieden in de gemeente liggen en de afstand tot de dichtstbij gelegen Natura2000 gebieden, worden geen negatieve effecten op Natura2000-gebieden verwacht. Er is daarom geen passende beoordeling uitgevoerd.
14
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
Wel dient bij de verdere uitwerking in projecten telkens onderzocht te worden of er inderdaad geen negatieve effecten op Natura2000-gebieden zijn. Hieronder is een korte toelichting opgenomen op de te verwachten effecten van de strategische omgevingsvisie op Natura2000-gebieden. Aangezien er geen Natura2000-gebieden aanwezig zijn in de gemeente Dijk en Waard en de dichtstbij gelegen Natura2000-gebieden op meerdere kilometers afstand liggen van de gemeentegrenzen, zijn directe effecten op Natura2000-gebieden door bijvoorbeeld ruimtebeslag en verstoring door geluid, licht en beweging uitgesloten. Mogelijke effecten kunnen alleen optreden door uitstoot van schadelijke stoffen via de lucht en het (grond)water. De gemeente kiest er in de strategische omgevingsvisie voor om geen nieuwe uitbreidingen voor woningen en werkterreinen aan te leggen, maar bestaande woon- en werkgebieden te verdichten en functies te mengen. Dit betekent dat de afstand van woon- en werkgebieden tot Natura2000-gebieden gelijk blijft. Ook zet de gemeente in op maatregelen om het autogebruik in de gemeente te verminderen door het stimuleren van fietsen, lopen en OV. Hierdoor zal de uitstoot van stikstof door auto’s afnemen, wat betekent dat de stikstofdepositie op Natura2000gebieden door autoverkeer binnen de gemeente Dijk en Waard zal verminderen.
In het buitengebied wordt ingezet op natuurherstel en natuur inclusieve landbouw. De gemeente heeft in de strategische omgevingsvisie verankerd dat bij eventuele opschaling van landbouw, een waardetoevoeging voor bodem en water vereist is. Ook de ambitie om de landbouw pesticidenvrij te laten zijn in 2047 draagt positief bij aan de kwaliteit van de bodem en het grondwater. Hierdoor neemt de eventuele uitstoot van schadelijke stoffen vanuit de landbouw richting Natura2000-gebieden af. Verder verbindt de voorgestelde uitbreiding van het vaarnetwerk waterlichamen met elkaar, wat positief is voor de (ecologische) oppervlaktewaterkwaliteit. Aanbevolen wordt om bij het voorgestelde onderzoek naar functiemenging in het buitengebied, ook eventuele effecten op de buiten de gemeente gelegen Natura2000-gebieden mee te nemen.
1.5
Opbouw van dit OER
Hoofdstuk 1 van het hoofdrapport beschrijft de aanleiding voor en het doel van het OER. Hoofdstuk 2 licht de strategische omgevingsvisie toe en het proces dat is doorlopen om tot deze visie te komen. Hoofdstuk 3 gaat in op de wijze waarop de beoordeling van de strategische omgevingsvisie heeft plaatsgevonden. In hoofdstuk 4 wordt per opgave (bodem en water, economie, leefomgeving etc.) beschreven hoe de huidige situatie is en welke autonome ontwikkelingen te verwachten zijn in de periode tot 2047 (tezamen de ‘Foto van de Leefomgeving). Dit hoofdstuk sluit af met een samenvatting van de belangrijkste opgaven vanuit deze Foto van de Leefomgeving voor de strategische omgevingsvisie. Hoofdstuk 5 beschrijft de resultaten van de uitgevoerde beoordeling, opgesplitst in een toetsing aan de Foto van de Leefomgeving, een toetsing van de maatregelen binnen een ambitie en een toetsing van de ambities ten opzichte van elkaar. De conclusies en aanbevelingen uit dit OER zijn beschreven in hoofdstuk 6. Het OER sluit af met een toelichting op de wijze waarop monitoring en evaluatie van het beleid uit de strategische omgevingsvisie zal plaatsvinden.
15
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
2
Strategische omgevingsvisie Dijk en Waard
2.1
Gemeente Dijk en Waard
Vanaf 1 januari 2022 vormen de voormalige gemeenten Heerhugowaard en Langedijk de gemeente Dijk en Waard. In de omgevingsvisie uit 2021 kenschetst de gemeente zichzelf als volgt: “Dijk en Waard wil een sterke en innovatieve gemeente zijn, waar iedereen telt en wordt gezien, met ruimte voor mens en natuur. Dat betekent dat wij mogelijkheden bieden om fijn te wonen, werken en verblijven. We bieden ruimte waar mogelijk en zorg waar nodig. Door actief te sturen en innovatie te stimuleren is de gemeente een sterke partner in de regio die doelen waar kan maken. Dat doen we altijd in samenwerking. Samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties geven wij vorm aan de toekomst. Dat kan in ons gebied waar stad, dorp en buitengebied voor handen zijn. We hebben een geschiedenis van pioniersdrift en ondernemingszin en tegelijkertijd geborgenheid en gehechtheid. Het water en groen leveren een belangrijke bijdrage aan onze ruimtelijke kwaliteit. We hebben alle belangrijke voorzieningen binnen handbereik, maar staan ook in verbinding met onze omgeving in Noord-Holland. Juist de mix van het dorpse karakter en de nieuwstedelijke allure maakt ons gebied zo aantrekkelijk en dynamisch. Het sterke verenigingsleven en de grote gemeenschapszin bepalen de identiteit van onze kernen en daarmee van de gemeenten als geheel.”
2.2
De weg naar de omgevingsvisie
2.2.1
Omgevingsvisie van Langedijk en Heerhugowaard (2021)
Zoals eerder beschreven heeft de gemeente Dijk en Waard voorafgaand aan de fusie een omgevingsvisie opgesteld. Deze omgevingsvisie Langedijk en Heerhugowaard uit 2021 is gebaseerd op een traject waarin inwoners, ondernemers en andere belangstellenden hun ideeën mee konden geven. Deze inbreng is belangrijk geweest om: • de vragen die vanwege ontwikkelingen op de gemeente afkomen scherp te krijgen; • speerpunten en acties te benoemen voor de gemeenten en de samenleving om op ontwikkelingen in te spelen; • waarden te benoemen die belangrijk zijn bij de afweging van plannen. Mede op basis van dit traject zijn in de omgevingsvisie Langedijk en Heerhugowaard en Langedijk 9 speerpunten 2 genoemd voor het beleid in de gemeente, te weten: 1. Een veilige en gezonde omgeving. 2. Een goede woonplek en woonomgeving voor iedereen. 3. Een omgeving die uitnodigt tot contact en zorg voor elkaar. 4. Goede omstandigheden voor scholing, werk en ondernemen. 5. Ontwikkelingen die onze identiteit versterken. 6. Voorbereiding op de gevolgen van klimaatverandering. 7. Een CO2-neutrale gemeente (energietransitie). 8. Een goed leefgebied voor veel verschillende planten en dieren. 9. Een krachtige plek binnen de regio en de wijde omgeving.
2.2.2
Waarom een nieuwe omgevingsvisie?
De hiervoor genoemde abstracte omgevingsvisie is eind 2021 wel door de gemeenteraad van Heerhugowaard maar niet door die van Langedijk vastgesteld. Inmiddels is binnen de gemeente Dijk en Waard het besef gegroeid dat er een meer inhoudelijke omgevingsvisie nodig is waarin (integrale) keuzes worden gemaakt. Dit geeft duidelijkheid aan inwoners en ondernemers. En het zorgt ervoor dat afwegingen en keuzes niet meer binnen projecten en gebiedsontwikkelingen komen te liggen (zoals nu vaak het geval is). De gemeente Dijk en Waard heeft een aantal grote ruimtelijke doelstellingen en opgaven voor zich liggen: woningbouw met alles wat daarbij hoort, de energietransitie en klimaatadaptatie (inclusief biodiversiteit). Omdat ruimte schaars is en steeds schaarser wordt, is het van belang om deze drie grote ruimtelijke opgaven integraal te bekijken en op een goede manier in de gemeente te laten “landen”. Hierbij is het nodig dat keuzes worden gemaakt. 2 zie ook https://omgevingsvisie.dijkenwaard.nl/visie/de-negen-speerpunten-van-langedijk-en-heerhugowaard
16
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
Voor deze “stadsontwikkeling” is een strategische visie voor de hele gemeente nodig (wat komt waar, incl. afweging verdichting en bouwen in het buitengebied). Intentie hierbij is dat de ruimtelijke verschillen binnen de gemeente op een positieve manier uit worden vergroot zodat de diverse karakteristieken van het stedelijk gebied, de verschillende kernen en het landelijk gebied beter tot hun recht komen. Bestuurlijke wens is dat de strategische omgevingsvisie een duidelijk perspectief (toekomstbeeld) biedt en een daarbij passend afwegingskader. Een visie die gedetailleerd ingaat op de vragen: “hoe gaan we om met de fysieke leefomgeving”, “wat vinden we waar belangrijk” en “hoe willen we de beschikbare ruimte gebruiken en invullen”. Met deze uitwerking wordt de strategische omgevingsvisie concreet, gericht op specifieke gebieden en met duidelijke doelen.
2.2.3
Naar een nieuwe omgevingsvisie
Om te komen tot een nieuwe strategische omgevingsvisie heeft de gemeente het afgelopen jaar op hoofdlijnen het volgende proces doorlopen. Stap 1: Analyseren In deze eerste stap is de bestaande omgevingsvisie, het vigerend beleid en de ontwikkelingen waar de gemeente nu en in de toekomst mee te maken heeft, geanalyseerd. De informatie uit deze analyse is verwerkt in vijf gebiedsbiografieën met een kansen- en knelpuntenkaart. Dit vormt ook de inventarisatie van ontwikkelingen en omgevingskwaliteiten van verschillende gebieden in de gemeente. Voor ieder gebiedstype met de grootste strategische uitdagingen is een korte biografie opgesteld waarin de volgende onderdelen zijn opgenomen: 1. Bepalende gebeurtenissen die het gebied hebben vormgegeven tot wat het nu is. 2. Kansen en knelpunten die zich op dit moment in het gebied(stype) voordoen. Deze kunnen beschouwd worden als de opgaven voor de strategische omgevingsvisie. Ze zijn gevisualiseerd in een kansen en knelpunten kaart op gebiedsschaal. Deze geven vorm aan de strategische keuzes die gemaakt moeten worden. 3. Met welke ideeën of projecten wordt er nu al aan een nieuwe toekomst gewerkt (of zijn in de komende jaren gepland/te verwachten). Mede op basis van deze informatie is ook de Foto van de Leefomgeving opgesteld (zie hoofdstuk 4).
De Foto van de Leefomgeving is een overzicht van de huidige en toekomstige situatie, buiten de invloed van de gemeente (en de omgevingsvisie) liggende autonome ontwikkelingen voor alle relevante beleidsvelden. Het doel van de Foto van de Leefomgeving is aan te geven voor welke keuzes de gemeente staat vanuit de beschreven beleidsvelden. Stap 2: Visie opstellen (concept) Bij de totstandkoming van de bestaande omgevingsvisie uit 2021 is uitvoerig en zorgvuldig met bewoners en andere stakeholders geparticipeerd. De uitkomsten hiervan zijn in deze stap (her)gebruikt voor het opstellen van de concept ontwerp strategische omgevingsvisie. De ruimtelijke en omgevingsimpact van de belangrijkste (grootste impact en grootste onzekerheid) strategische keuzes is in kaart gebracht. Daarbij is ingegaan op vragen als: Wat kan waar landen? Welke consequenties heeft dit en welke koppelkansen ontstaan? Tijdens deze stap is ook een eerste globale beoordeling in het kader van het OER uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn gebruikt om de strategische omgevingsvisie verder aan te scherpen. Stap 3: Afstemming ketenpartners In een sessie met alle betrokken overheidspartijen (ketenpartners) is het gesprek aangegaan om aanscherping en uitwisseling van ideeën en argumenten te faciliteren.
Stap 4: Visie aanscherpen en bijstellen In stap 4 is de stap gemaakt van het concept naar de ontwerp strategische omgevingsvisie. Dat is gedaan door het concept aan te scherpen en bij te stellen met de inbreng van de ketenpartners en een tweede, gedetailleerdere beoordeling in het kader van het OER. De laatste lastige keuzes en afwegingen zijn in deze stap gemaakt. Naast de tekst is de omgevingsvisie verbeeld in een overzichtskaart en een aantal gebiedsvisualisaties. De ontwerp strategische omgevingsvisie is behandeld in het college, waarbij de portefeuillehouders meegenomen zijn in de keuzes die in het proces naar voren zijn gekomen. Op basis van deze behandeling zijn de laatste formuleringen, keuzes en uitgangspunten aangescherpt.
17
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
Stap 5: Vaststellen en terinzagelegging De ontwerp strategische omgevingsvisie is vastgesteld door de gemeenteraad en vervolgens (samen met het OER) ter inzage gelegd voor een periode van 6 weken. Op basis van de inspraakreacties op de ontwerp strategische omgevingsvisie en het OER wordt de definitieve strategische omgevingsvisie opgesteld en vastgesteld.
2.3
Ontwerp strategische omgevingsvisie
Het hiervoor beschreven proces heeft geleid tot een ontwerp strategische omgevingsvisie voor de gemeente Dijk en Waard. In deze paragraaf is een korte samenvatting opgenomen van de inhoud van de strategische omgevingsvisie. Voor de volledige inhoud wordt verwezen naar de strategische omgevingsvisie zelf, waar dit OER een bijlage bij is. In de Omgevingswet is bepaald dat iedere gemeente een omgevingsvisie op moet stellen, waarin de gemeente voor de langere termijn haar ambities en beleidsdoelstellingen voor de fysieke leefomgeving vastlegt. De omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag wat voor een gemeente Dijk en Waard wil zijn, welke opgaven er op de gemeente af komen, welke ambities de gemeente heeft en welke keuzes gemaakt moeten worden om de ambities te realiseren. De omgevingsvisie reikt tot het jaar 2047, het 25-jarige bestaan van de gemeente.
2.3.1
Het verhaal van Dijk en Waard
Dijk en Waard is een nieuwe gemeente die bestaat sinds 2022, maar de oorsprong ervan gaat veel verder terug. Al in 1425 verkreeg Langedijk stadsrechten en in 1630 ontstond Heerhugowaard. De bevolking en het bebouwde gebied van de vroegere gemeentes Langedijk en Heerhugowaard namen exponentieel toe vanaf de jaren ‘60. Hiermee gingen veel van de historische, agrarische landschapswaarden verloren aan verstedelijking. Toch zijn nog veel van deze historische elementen aanwezig in de omgeving. Samen met de beeldbepalende elementen die de naoorlogse groei kenmerken, vormen deze een onderdeel van de identiteitsbepalende aspecten van de huidige gemeente Dijk en Waard. De belangrijkste kernkwaliteiten van de gemeente Dijk en Waard zijn: • De woonomgeving als familiegemeente, met de vele gezinswoningen en voorzieningen voor alle leeftijden; • De historische linten die de bepalende structuur- en cultuurdragers vormen waarlangs Langedijk en Heerhugowaard zijn gegroeid; • De zeer diverse bedrijvigheid, waarvan vele familiebedrijven zijn met historische wortels in de gemeente.
In het oog springende bedrijven richten zich op verwerking van aardappels (chips) en zuurkool; • Het waterrijke groene landschap waarbinnen de woonkernen liggen en waar enkele van de woonkernen mee dooraderd zijn; • Het contrast tussen de dorpse woonkernen van Langedijk en het meer stadse Heerhugowaard met de dynamische stationsomgeving.
2.3.2
Opgaven waar de gemeente voor staat
In de strategische omgevingsvisie zijn de ruimtelijke opgaves benoemd waar de gemeente Dijk en Waard nu en in de toekomst mee te maken krijgt. Deze zijn in de omgevingsvisie kort samengevat en vertaald naar de context van Dijk en Waard.
Ambities versus opgaven Onder opgaven verstaan we de ontwikkelingen die op de gemeente af komen. Opgaven zijn zaken waar de gemeente Dijk en Waard iets mee moet; ze kan niet bepalen óf ze een opgave aan gaat pakken, maar vaak wel hóe. Ambities initieert de gemeente zelf, omdat ze passen bij de kracht en identiteit van de gemeente.
Figuur 2-1 vat de lokale opgaven voor de gemeente samen, waarbij een link is gelegd met de grotere opgaven op nationaal en regionaal niveau.
18
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
Figuur 2-1 Lokale opgaven gemeente Dijk en Waard, getoond in hun nationale en regionale verband
2.3.3
Dijk en Waardse ambities voor 2047
Naast nationale, regionale en lokale opgaves, beschrijft de gemeente in de strategische omgevingsvisie hun eigen domein overstijgende ambities. Dit zijn doelen die de gemeente stelt omdat ze passen bij de identiteit van Dijk en Waard en omdat ze bijdragen aan het versterken van de aanwezige kwaliteiten. Ze vormen een samenballing van de wensen en ambities uit beleidsplannen, uit de participatie, uit interviews met de verschillende beleidsafdelingen en de opgaven die op de gemeente afkomen. De ambities zijn beschreven in de vorm van 5 bouwstenen voor 2047. Ze vormen afzonderlijke bouwstenen voor de visie, maar hangen onderling sterk samen. Per bouwsteen is in de strategische omgevingsvisie omschreven hoe Dijk en Waard er uit kan komen te zien, inclusief de bijbehorende te treffen maatregelen om dit te bereiken. Omdat de in de strategische omgevingsvisie benoemde maatregelen de basis vormen voor de beoordelingen in dit OER, zijn deze hieronder per ambitie / bouwsteen opgesomd.
19
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
Gezonde en gemengde woonomgevingen • Ontmoeting in elke buurt: – Bewust kiezen voor ontmoetingszones i.p.v. -plekken, die de ontmoetingsmogelijkheden niet alleen concentreren op één plek, maar verspreiden over een groter gebied. Zo voorkomen we dat ontmoetingsplekken ook hangplekken worden, die overlast kunnen veroorzaken. – Herontwerp van straten om meer ruimte te maken voor groen en voetgangers in plaats van auto’s. Dit verbetert de veiligheid en stimuleert bewegen en sociale interactie. Bij nieuwe ontwikkelingen hanteren we een ruime groennorm. – Creëren van ruimtes voor geplande en toevallige ontmoetingen om de sociale cohesie te versterken. – Bij het ontwerp/verbetering van ontmoetingsruimtes, maar ook bij de transformatie naar voetgangersvriendelijke straten, moet rekening worden gehouden met de cultuurhistorische eigenheid van elke wijk. In veel gevallen zou dit kunnen betekenen dat verloren gegane kwaliteiten (zoals woonerfstraten, nu gedomineerd door auto’s) worden teruggebracht. • Aanpassing mobiliteitsnetwerk: – Historische linten als aantrekkelijke fietsroutes met auto’s te gast. De Dorpsstraat gaat terug naar de oorspronkelijke kwaliteit en de Middenweg wordt heringericht tot een lineair park met fietsprioriteit. Zo maken we de voorzieningen en verschillende centra veilig en makkelijk toegankelijk te voet of met de fiets voor de omliggende woonwijken.
– Het mobiliteitssysteem van elke buurt wordt herzien. Bij nieuwe wijken ontwerpen we autoluwe/autovrije straten mee. Bij bestaande wijken leggen we deze conceptuele benadering bij herinrichtingen voor aan de buurt. Bij dit concept moeten we naar alle ingrediënten kijken om het te laten slagen. We moeten eerst de voorwaarden creëren waardoor mensen minder afhankelijk zijn van de auto voordat we in (bestaande) woonwijken straten autoluw/autovrij kunnen maken. Anders staan de omliggende straten juist extra vol met auto’s. – Om ervoor te zorgen dat alternatieven voor de auto vaker worden gebruikt, verbeteren we de fietsinfrastructuur en introduceren we gedeelde mobiliteit. • Verbetering bestaande centra: – We zetten in op een verdichtings- en transformatie-opgave van Stadshart, Centrumwaard, Broekerveiling, Noord-Scharwoude. Dit draagt bij aan levendige centra met ieder een eigen schaal en identiteit en creëert de dichtheid die nodig is voor een hoger voorzieningenniveau. – We maken het voor onze inwoners aantrekkelijk om te verhuizen in de eigen, bekende omgeving door meer ruimte te bieden voor sociale huur en woonzorgcombinaties. Daardoor kunnen eengezinswoningen die nu bewoond worden door ouderen beschikbaar komen voor gezinnen. De nabijheid van diverse voorzieningen, ontmoetingsplekken en sterk vergroende straten en pleinen maakt deze woonvormen aantrekkelijk voor ouderen.
Het draagt bij aan een gezondere leefomgeving die wandelen en ontmoeten stimuleert en o.a. eenzaamheid tegengaat. • Integratie verdichting in bestaande wijken: – Elk verdichtingsproject starten we met het maken van een gebiedsvisie die integratie met het bestaande karakter waarborgt en ambities prioriteert. – Compacte woonwijken betekent dat de warmtevoorziening overzichtelijk georganiseerd kan worden, met mogelijkheid om aan te sluiten op een warmtenet. Aantrekkelijke en diverse werkplekken • Bedrijvigheid omarmen en toekomstbestendig maken: – Bewuste keuze om bedrijven in Dijk en Waard te houden om lokale werkgelegenheid te beschermen en te diversifiëren. Werken in eigen stad of wijk beperkt het verkeer en creëert een sterkere binding en sociale cohesie. – Bewuste keuze om ook ruimte beschikbaar te houden voor bedrijvigheid die niet passend is binnen de kernen. Gedacht kan worden aan bedrijven die vallen in een zwaardere milieucategorie. Breekland 2 is hiervoor in de visie als ruimte gereserveerd. – Het faciliteren, stimuleren en aantrekken van diverse (nieuwe) werkvormen zoals gedeelde voorzieningen, bedrijfsclusters, maakindustrie, etc. om in te spelen op de snel veranderende vormen van bedrijvigheid. – Ruimte creëren voor de circulaire economie. 20
Datum: 11 januari 2024
ONTWERP OER STRATEGISCHE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DIJK EN WAARD
•
•
Transformatie naar gemengde woonwerkgebieden rond het station: – Herontwerp van de Frans en Beveland naar hogere dichtheid van gebruik en functies (wonen, werken, zorg, onderwijs en recreëren) met aandacht voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. – Ontwerp van MBO-clusters met gedeelde faciliteiten in samenwerking met omliggende bedrijven om onderwijs en werk beter op elkaar aan te sluiten. Transformatie naar duurzame bedrijventerreinen: – Zoeken van professionele partners die mede vorm willen en kunnen geven aan de transformatie van bedrijventerreinen. – Verbeterde toegankelijkheid via fiets en openbaar vervoer voor werknemers en inzetten op groene logistiek door het voorzien van o.a. laadstations (elektra + waterstof). – Dubbel gebruik van daken voor energieopwekking, groen, of andere functies. – Creëren van kwalitatieve groene openbare ruimtes als koude eilanden ter bescherming tegen de oververhitting die vandaag in de bedrijventerreinen plaatsvindt. Aandacht voor de aanleg van niet-bebouwde ruimte verbetert de integratie in de stad en draagt bij aan een gezonde werkomgeving. – De warmtenet (in ontwikkeling) biedt kansen om niet alleen bedrijven, maar ook woningen te verwarmen
Verbinding van cultureel erfgoed, water en natuur • Uitbreiding van hoogwaardige natuurgebieden: – Voortzetting van het project Groene Loper om natuurlijke gebieden in het zuidelijk deel van de gemeente te verbinden. Dit draagt bij aan de leefbaarheid en gezondheid van de gemeente en bewaart het aantrekkelijke groenblauwe karakter. – Nieuw Groene Loper-project in het noorden van de gemeente om Geestmerambacht, Oude Boomgaard en daarbuiten te verbinden tot een groene gordel om de stad heen. We kijken per gebied naar wat de beste balans tussen ecologische, recreatieve, en productieve eigenschappen moeten zijn. – De lopende projecten Kanaalpark en de Groene Loper tezamen met nieuwe uitbreidingen van groengebieden leiden tot een samenhangend geheel. Dit uitgebreide natuur- en recreatienetwerk kan recreatie veerkrachtiger maken in de gemeente en voldoende ruimte bieden aan de groeiende bevolking. • Herkenbare cultuurhistorische routes: – Enkele historische ruimtelijke structuren als ruggengraat voor het toekomstige leven van de gemeente. De kwaliteit van het historische linten kan worden vergroot door ze om te vormen tot voetgangersvriendelijke routes, met meer ruimte voor de lokale economie, en door de monumenten erlangs te bewonderen.