CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota ruimtelijke kwaliteit Heerhugowaard 2016

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 202217.902 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

CRITERIA Indien de gemeente wil meewerken aan een bouwplan dat niet past binnen het bestemmingsplan, zal in ieder geval goedkeuring van de adviseur omgevingskwaliteit nodig zijn. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de algemene criteria. RECLAMES Reclames in het gebied zijn welstandsvrij zolang er géén reclame wordt gemaakt voor derden, geen LED schermen en bewegende beelden worden toegepast en er geen vergunning nodig is voor de activiteit Bouwen waarbij een ontheffing van het bestemmingsplan nodig is. Zie ook paragraaf 4.4: Reclames, deelgebied 4C: Overtoom.

EXCESSEN De excessenregeling is wel van toepassing op het hele gebied.

37

6 SPORT-, RECREATIE- EN GROENE TERREINEN NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT Deze terreinen vallen gedeeltelijk onder toetsing aan ruimtelijke kwaliteit De gemeente stelt geen aanvullende eisen aan de ruimtelijke kwaliteit en het toezicht is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van het gebied. De basiskwaliteiten worden beschreven in enkele gebiedsgerichte criteria.

HET GEBIED DAT NIET ZICHTBAAR IS VANAF HET OPENBAAR GEBIED: Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit De gemeente stelt geen eisen aan de ruimtelijke kwaliteit aan de gebouwen op deze locatie zolang gebouwd wordt binnen de randvoorwaarden van het bestemmingsplan. Dit geld voor de volgende sportterreinen waar géén overlast valt te verwachten richting de woonomgeving: - Sportcomplex De Vork, Middenweg; - Tennisclub Heerhugowaard, van Veenweg 100;

HET GEBIED DAT WEL ZICHTBAAR IS VANAF HET OPENBAAR GEBIED: Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit Hieronder vallen alle overige sportcomplexen, recreatie- en groene terreinen. CRITERIA Situatie  Indien het terrein duidelijk zichtbaar is vanaf het openbare gebied, dient dit zorgvuldig te worden ingericht. Hoofdvorm  Gebouwen die zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied dienen met zorg te worden vormgegeven 

De opbouw gebeurt in heldere volumes op basis van een eenduidige hoofdvorm. De entree van het gebouw wordt helder vormgegeven. Aan het gebouw is afleesbaar wat de functie is.

Materiaal, Detail en kleur  Terughoudend kleur- en materiaalgebruik, passend in de groene, landschappelijke omgeving. OVERIGE CRITERIA 

 

De eisen aan de opslagcontainer bij sportterreinen staat vermeld in paragraaf 5.11: Sneltoetscriteria voor containers. Voor veelvoorkomende kleine bouwwerken gelden (daar waar de toets ruimtelijke kwaliteit wel van toepassing is) tevens de sneltoetscriteria. Voor reclames zijn de criteria opgenomen in paragraaf 4.4: Reclames, deelgebied 6: Overige gebieden.

38

4

OBJECTGERICHTE WELSTANDSCRITERIA

4.1

BESTAANDE STOLPBOERDERIJEN

NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit De bestaande oorspronkelijke agrarische stolpen vallen onder de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit. Inzet voor het beleid is het behoud van de structuur van het gebouw en het bedrijfsmatig karakter met de daarmee samenhangende inrichting van het erf. Deze criteria zijn niet bedoeld voor de moderne stolpwoning en de monumenten.

CRITERIA Situatie  De stolp is in hiërarchisch opzicht het belangrijkste object op het erf. Hoofdvorm  De hoofdvorm, één lage beganegrondlaag plus pyramidevormig dak, geldt als uitgangspunt.      

De voorgevel is gericht op de weg. Aan- of uitbouwen hoofdvolume.

zijn

in

maatvoering

ondergeschikt

aan

het

Het massieve dak grenzend aan het openbaar gebied is zoveel mogelijk gesloten. Grote ingrepen die de oorspronkelijke beeldkwaliteit aantasten worden zoveel mogelijk geconcentreerd aan de achterzijde. Een dakkapel in de vorm van een dakopbouw vanuit de goot mag alleen op de voorgevel worden geplaatst. Loggia’s zijn alleen aan de achterkant en niet naar het openbaar gebied gerichte zijgevels toegestaan.

Materiaal, Detail en kleur  Bij restauratie / verbouwing dienen materialen zoveel mogelijk aan te sluiten bij de oorspronkelijke materialen (hout, betimmering, deuren, ramen, kozijnen, voegspecie, gevelstenen).   

Het toepassen van riet op een dak dat voor de restauratie met pannen was gedekt is toegestaan. De voorgevel is in hiërarchie belangrijker en heeft een rijker karakter dan zij- en achtergevel. Bij de stolpboerderij passende materialen en kleuren kiezen. De volgende materialen zijn in ieder geval niet toegestaan: wit/grijze betonsteen/

39

   

kalkzandsteen, beton, kunststof of aluminium beplating, dakpanplaten, rolluiken en spiegelende vlakke plaatdeuren. Kozijnen, ramen en deuren van kunststof zijn toegestaan als de uitstraling en detaillering vergelijkbaar is met de uitstraling en detaillering van hout. Signaalkleuren zijn niet toegestaan. Extra aandacht is vereist voor: voordeuren, garagedeuren, hekwerk, gootbakken, boeiboorden, windveren, dakkapellen, kozijnen en raamindelingen. Een bestaand reliëf in de gevel door middel van neggen, kozijnhout, onderdorpels, gootlijst etc., wordt gehandhaafd.

40

4.2

AGRARISCHE BEDRIJFSGEBOUWEN

NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT Agrarische bedrijfsgebouwen: - wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; Doorzichtige glaskassen: - géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

CRITERIA Situatie  De bebouwing op het bedrijfsperceel dient zoveel mogelijk compact te blijven om te grote uitwaaiering te voorkomen. 

 

 

Agrarische complexen en andersoortige bebouwing hebben een ingetogen uitdrukking ten opzichte van het omringende landschap, in vorm, massa en kleur. Een heldere ordening van verschillende gebouwen op het erf is belangrijk. Ontwerpen dienen altijd rekening te houden met het ensemble van alle bebouwing op het erf, waarbij wordt gestreefd naar ingetogenheid en doorzichten mogelijk blijven. Bedrijfsgebouwen worden achter de woonzone met haar bijgebouwen gesitueerd, zodat er sprake is van een woon- en een bedrijfszone. Bij bebouwing die buiten het bouwvlak valt dient de terreininrichting onderdeel uit te maken van het architectonische ontwerp. Het omgeven van het erf met inheemse en bij het landschap passende beplanting is een middel om nieuwe bouwwerken niet te laten domineren. De lengte van de bedrijfsgebouwen staat haaks op de richting van de weg. Er wordt niet gebouwd tegen gebouwen die in vorm en massa afwijken. In uitzonderlijke gevallen kan worden samengevoegd via een tussenlid met platte afdekking.

Hoofdvorm  De gekozen kapvorm moet passen bij de al aanwezige kapvormen op het perceel. De gebouwen bestaan uit een onderbouw met een hellend dak dat niet is afgeplat. Minimale dakhelling 30 graden, maximale dakhelling 65 graden. 

Kleine schuren kunnen ook voorzien zijn van een mansardekap. Afwijkende stalvormen zijn denkbaar, waar ze in plaatsing, richting, vorm en geveluitwerking goed aansluiten bij de bestaande bebouwing en een beperkte invloed hebben op de karakteristiek van het open landschap, waarbij in verband met het minder massieve silhouet enkelvoudige vormen zoals boogstallen de voorkeur verdienen boven serrestallen. Bedrijfsgebouwen hebben een horizontale geleding óf een verticale geleding, waarbij de bovenzijde van de kopgevel (de driehoek) kan afwijken.

41

Materiaal, Detail en kleur  Detaillering is eenvoudig en zorgvuldig waarbij aansluiting gezocht wordt bij de bestaande bebouwing. 

  

Materiaal: baksteen, hout, betonplaten met steenmotief,

metaal-

of

eternietgolfplaat,

dakpan,

Vlakke betonplaat voor grote vlakken is niet toegestaan. Agrarische bedrijfsbebouwing is uitgevoerd met windveren en dakgoten. Kleur van de gevels is gedekt en traditioneel, natuurlijke tinten passend in het landschap en op het erf. Signaalkleuren, wit en lichtgrijs zijn niet toegestaan. Lichtgrijs voor daken is mogelijk, maar niet lichter dan RAL 7040. Dichte kassen en verwerkingsruimten bovenstaande criteria.

dienen

te

voldoen

aan

OVERIGE CRITERIA 

Voor reclames zijn er aanvullende criteria opgenomen in 4.4: Reclames, deelgebied 1: Buitengebied.

42

4.3

KUNSTWERKEN: HOOFDWEGENSTRUCTUUR EN BEELDENDE KUNST

NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT Kunstwerken hoofdwegenstructuur: vallen onder de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit;

CRITERIA VOOR DE HOOFDWEGENSTRUCTUUR Het gaat om de civieltechnische kunstwerken die vanwege hun maat en schaal van grote invloed kunnen zijn op de beleving vanuit de omgeving. Dit onderwerp vraagt met de toekomstige aanpassingen in de hoofdwegenstructuur en de realisatie van grootschalige kunstwerken om de nodige aandacht. Het is van belang om naast civieltechnische en verkeerskundige aspecten ook inpassing- en vormgevingaspecten te kunnen beoordelen. Daarbij gaat het om de kwaliteit van de kunstwerken zelf maar ook om de uitwerking op de omgeving. Beeldende kunst, toegepast binnen civieltechnische kunstwerken, is een instrument om de identiteit van de stad te versterken. Situatie  Kunstwerken maken onderdeel uit van een reeks gekoppeld aan een route. 

Kunstwerken worden zorgvuldig landschappelijk ingepast. Kunstwerken worden zo compact mogelijk vormgegeven, zowel in oppervlakte als hoogte.

Hoofdvorm  Kunstwerken hebben eenvoudige krachtige hoofdvormen.     

Er is sprake van een geïntegreerd ontwerp: verkeersfunctie afstemmen op landschappelijk en civieltechnisch ontwerp, verlichting, leuningen etc. Objecten worden zo transparant mogelijk vormgegeven. Er is aandacht voor langzaamverkeerroutes.

overzichtelijkheid

en

lichtniveau

van

Keerwanden van tunnels worden schuin achteroverhellend uitgevoerd. Dit om een sociaal veilige en uitnodigende uitstraling te realiseren. Achterkanten van geluidschermen in de richting van woningen worden mee ontworpen.

43

CRITERIA VOOR BEELDENDE KUNST: NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT: -

Het kunstwerk zelf: Situatie:

géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit in overleg met de stedenbouwkundige.

Objecten in de openbare ruimte kunnen zowel een functie in een groter stedelijk en landschappelijk verband hebben (ondersteuning van structuren, bijvoorbeeld bijzonder straatmeubilair of thematische kunstprojecten), als locatiegebonden, individuele kunstobjecten zijn. Situatie Kunstobjecten zijn passend gesitueerd in de omliggende openbare ruimte en ten opzichte van de omliggende bebouwing.

44

4.4

RECLAMES

DE HIERONDER VERMELDE REGELS LIGGEN OP DIT MOMENT TER CONCULTATIE AAN DE STAKEHOLDERS VAN DE DIVERSE GEBIEDEN. DE REGELS WORDEN WEL VASTGESTELD, MAAR ZULLEN MEDIO SEPTEMBER 2016 WORDEN GEWIJZIGD EN VERSOEPELD. Voor het maken van reclame bestaan er tal van mogelijkheden, bijvoorbeeld via de media. Juist deze veelheid aan alternatieve mogelijkheden is een reden om de openbare ruimte niet te zeer te belasten met reclame-uitingen. Het betreft hier alleen die reclames die definitief worden bevestigd op een gefixeerde plek op een pand of reclamezuil. Mobiele en verplaatsbare reclames vallen niet onder deze regelgeving. Hiervoor wordt doorverwezen naar het ‘objectenbeleid’ van de gemeente. Reclame onmiddellijk achter ramen of deuren, met uitstraling naar buiten, wordt als reclame-uiting aangemerkt. Per deelgebied gelden er eigen reclameregels.

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR ALLE GEBIEDEN Ontoelaatbare reclame in alle deelgebieden: Reclame die niets te maken heeft met de activiteit in of rond het pand, waaronder reclame voor derden (dit geld overigens niet voor de sportterreinen). 

 

Reclamebakken buiten de bouwmassa van het gebouw op daken en in goten. Opsomming van meerdere producten en activiteiten. Dit om wildgroei van reclame te voorkomen.

Reclame die het uitzicht vanuit de aangrenzende gebouwen belemmert.

Lichtreclame met veranderend of knipperend licht.

Daglichtreflecterende reclame.

Mechanisch bewegende reclame.

Lichtkranten en led-schermen met bewegende tekst of beelden. Screens (een frameconstructie waartussen doek met reclameteksten) geplaatst voor de gevel of op het terrein om extra reclames of tijdelijke reclame acties onder de aandacht te brengen.

Reclame in de nabijheid van woningen Bij reclame die grenst aan de bestaande woonomgeving kan, in het kader van lichthinder en overlast, per geval worden bepaald dat tussen 22:00 uur en 07:00 uur de verlichting van het reclameobject uitgeschakeld is. Bebouwde kom Door de vele woningbouwprojecten in Heerhugowaard, wijzigt de bebouwde kom grens regelmatig. Uitgangspunt is de laatst vastgestelde versie. Wegenverordening 2015 van de Provincie Noord-Holland Voor commerciële reclame en andere uitingen die niet dienstbaar zijn aan het doel van de weg wordt, binnen de beheergrens van de weg en op een afstand van 13 meter van die grens, geen vergunning verleend.

45

TOETSINGSCRITERIA PER DEELGEBIED

Deelgebied 1

Buitengebied en de lintbebouwing buiten de bebouwde kom Lintbebouwing binnen de bebouwde kom valt onder deelgebied 2: Woonwijken.

Reclame – en vooral de verlichte reclame – past niet bij het karakter van de omgeving in het buitengebied. Bij agrarische bedrijven is het mogelijk om op eigen terrein kleine bordjes te plaatsen zoals bijvoorbeeld ‘rozen te koop’. Bovendien is één naamsaanduiding op de stal, kas of bedrijfsruimte mogelijk. Ook bij niet-agrarische bedrijven, indien de activiteit past in het bestemmingsplan, is één aanduiding toegestaan. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan er toestemming verleend worden voor grotere reclames, bijvoorbeeld bij benzinestations en restaurants langs provinciale wegen.

Vergunningsvrij Als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan kan de reclame zonder vergunning worden aangebracht: 

 

De reclame moet betrekking hebben op het product of dienst die wordt verleend of het bedrijf of het beroep dat wordt uitgeoefend in of op de onroerende zaak. 2

Eén onverlichte reclame met een maximaal oppervlakte van 0,50 m met geen grotere afmeting in één richting dan 1,50 meter. Reclame op een gebouw mag niet (geheel of gedeeltelijk) boven de dakrand worden geplaatst. Wanneer zij niet aan de gevel wordt aangebracht, mag de reclame zich niet meer dan 1,50 meter boven het maaiveld bevinden, gemeten vanaf het hoogste punt. Per perceel wordt niet meer dan één vlaggenmast opgericht. Deze is maximaal 6 meter hoog.

46

Deelgebied 2

Woonwijken inclusief de lintbebouwing binnen de bebouwde kom en de woonwagenterreinen

Bij woonwijken gelden de volgende criteria: 

 

In een gebied waar hoofdzakelijk wordt gewoond, hoort eigenlijk geen reclame. Er ontbreekt immers een relatie tussen het wonen en reclame. Uitzonderingen zijn huizen met een praktijkruimte of hiermee vergelijkbare functies. In dergelijke gevallen is een bescheiden aanduiding aanvaardbaar op of aan de gevel, bij voorkeur bij de voordeur of bij de toegangsdeur van het bedrijf. De reclame-uitingen mogen alleen worden uitgevoerd volgens de uitgangspunten zoals deze zijn omschreven in de APV. Voor deze reclames is geen vergunning nodig. Bedrijven en winkels in woonwijken: zie deelgebied 3 Centrumgebieden

Vrij van toetsing aan ruimtelijke kwaliteit en Vergunningsvrij Als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan kan de reclame zonder vergunning worden aangebracht: 

  

 

De reclame heeft uitsluitend betrekking op de naam van het bedrijf en de dienst die wordt verleend of het beroep dat wordt uitgeoefend in of bij het pand. Geen van alle uitingen mag een grotere afmeting in één richting hebben dan 1,00 meter. De reclame-uitingen mogen samen geen groter oppervlakte hebben dan 2 0,50 m . De opschriften en aankondigingen zijn niet verlicht. De reclame is aangebracht op een plat bord dan wel losse letters tegen de gevel op de begane grond. Binnen een bestaande, met vergunning geplaatste, lichtbak kan de naam van een bedrijf of winkel worden gewijzigd zolang aan alle (overige algemene en gebiedsgerichte) criteria wordt voldaan. Per perceel wordt niet meer dan één vlaggenmast opgericht. Deze is maximaal 6 meter hoog.

47

Deelgebied 3

Centrumgebieden

In gebieden met een uitgesproken winkel en/of promenade karakter zijn de mogelijkheden om reclame te maken ruimer. Gezien het afwisselende aanzien van de winkelcentra, is het niet mogelijk waterdichte richtlijnen te geven welke reclames aanvaardbaar of onaanvaardbaar zijn. Uitgangspunt is dat reclame bij winkels op de begane grond moet worden geplaatst. Daardoor ontstaat een logische relatie tussen de commerciële aanprijzing en het bedrijf. Bovendien wordt de overlast ingedamd voor eventuele huizen boven de winkel. Aandachtspunt Bij Winkelcentrum Middenwaard zijn er door de eigenaar-beheerder van het winkelcentrum aan de binnen- en buitenzijde aanvullende regels opgesteld voor het aanbrengen van reclame. Deze staan los van de onderstaande gemeentelijke criteria en kunnen eventueel strenger zijn. Hiervoor dient u contact op te nemen met de eigenaar-beheerder. Bij winkelgebieden gelden de volgende criteria  Reclame moet loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan de gevel worden geplaatst. 

   

 

 

Reclame mag niet worden aangebracht op verdiepingen met een woondoel. Lichtreclame bij winkels en bedrijven waarboven zich woningen bevinden, mag geen licht via de bovenzijde uitstralen. De samenhang en ritmiek van de straatwand mag door de reclame niet worden verstoord. Aan de voorgevel komen ten hoogste twee reclames per gebruiker. Deze reclames mogen zowel plat als haaks worden uitgevoerd. Bij hoekpanden mogen per naar het openbaar gebied gerichte gevel ten hoogste twee reclames worden geplaatst. Reclamezuilen die losstaan van de gevel zijn niet toegestaan. Losse reclameletters op de dakrand mogen alleen aangebracht worden bij grotere gebouwen waarin meerdere winkels zijn gevestigd. De reclame moet bij de hoofdingang van het gebouw komen. Bijvoorbeeld de naam van het winkelcentrum. Voorbedrukte reclames op zonneschermen zijn toegestaan. Het per bedrijf plaatsen van meer dan één vlaggenmast is niet toegestaan. Een aantal bedrijven kan samen voor het totale winkelgebied een overzichtsplan maken dat door de gemeente en welstandscommissie wordt beoordeeld. De gevels op de beganegrond richting de openbare ruimte mogen niet gesloten zijn. Het geheel dichtplakken van ramen en deuren is niet toegestaan.

48

Vergunningsvrij Als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan kan de reclame zonder vergunning worden aangebracht: 

  

Er wordt voldaan aan de algemene voorwaarden en aan bovenstaande eisen van centrumgebieden. Plaatsing van de gehele reclame onder de bovenkant van de vloer van de eerste verdieping. Binnen een bestaande, met vergunning, geplaatste lichtbak kan de naam van een bedrijf of winkel worden gewijzigd zolang aan alle (overige algemene en gebiedsgerichte) criteria wordt voldaan. Reclame geplaatst tegen de achterwand van een etalage die minimaal 600 mm terugligt van het raam.

Bij plaatsing van een platte gevelreclame gelden de volgende eisen:  Er geldt een maximale hoogte van 0,60 meter, maximale breedte van 3,50 meter, en maximale dikte van 0,20 m. Een verdere beperking is dat de gevelreclame niet breder mag zijn dan 75% van de breedte van de gevel. 

Aan de voorgevel en aan de zijde van het spoor mogen ten hoogste twee reclames per gebruiker. Deze reclames mogen zowel plat als haaks worden uitgevoerd. Bij hoekpanden mogen per naar het openbaar gebied gerichte gevel ten hoogste twee reclames worden geplaatst.

Bij plaatsing haaks op de gevel gelden de volgende eisen:  De plaatsing is niet lager dan 2,30 meter boven de stoep of maaiveld gemeten vanaf de onderzijde van het reclameobject. 

De maximale afmeting is 0,50 x 0,70 meter, de maximale dikte 0,20 m. De maximale uitsteekmaat van het bord is 0,90 meter, inclusief bevestigingsconstructie. De afstand tot de rijbaan is minimaal 0,60 meter, horizontaal gemeten.

Bij plaatsing van vlaggenmasten gelden de volgende eisen: 

Per perceel wordt niet meer dan één vlaggenmast geplaatst. Deze is maximaal 6 meter hoog.

49

Deelgebied 4

Bedrijventerreinen 4A, 4B en 4D

Het gaat in dit gebied om een grote concentratie van bedrijven, waardoor ook meer reclame in het straatbeeld aanwezig is. Bij bedrijventerreinen gelden de volgende uitgangspunten:  De reclame mag in de voorgevel de samenhang en ritmiek van de straatwand niet verstoren. 

 

Aan de voorgevel van bedrijven met een eigen ingang mogen ten hoogste twee reclames per gebruiker. Bij hoekpanden mogen per naar het openbaar gebied gerichte gevel ten hoogste twee reclames worden geplaatst Bedrijfsverzamelgebouw: Losse reclameletters op de dakrand zijn alleen toegestaan voor grotere gebouwen waarin meerdere bedrijven zijn gevestigd. Zij moeten gerelateerd zijn aan de hoofdentree van het pand. Alleen de naam van het bedrijfsverzamelgebouw. Onderscheid maken tussen centrale ingang bedrijfsverzamelgebouw of individuele eigen ingang.

Reclamezuilen  Er wordt maximaal één reclamezuil opgericht, mits verticaal uitgevoerd en geplaatst bij de toegang van het bedrijf of bij de inrit van het terrein. 

 

Kenmerkend voor een zuil is de verhouding hoogte/breedte. Deze is vastgesteld op 2,5/1. Bijvoorbeeld: een zuil van 2,50 meter hoog mag maximaal 1,00 meter breed zijn. De dikte van de zuil is maximaal 0,50 meter. De hoogtemaat is maximaal 3,80 meter. De breedtemaat is maximaal 1,50 meter. Binnen deze maatvoering moet het voor bedrijven mogelijk zijn hun huisnummer, bedrijfsnaam en soort werkzaamheden te vermelden. Bij bedrijfsverzamelgebouwen is één reclamezuil mogelijk waarop op eenvormige manier de gebruikers worden vermeld. Plaatsing van de zuil bij de entree van het gebouw dan wel bij de inrit van het terrein. De maximale hoogte is 5,00 meter. In zeer uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van deze hoogtemaat. Gedacht wordt dan aan de grote afstand van het pand ten opzichte van de openbare weg in combinatie met een hogere toegestane snelheid dan 50 km/h op die weg. De breedtemaat mag in geen geval breder zijn dan 1,50 meter. Een uitzondering wordt gemaakt voor de zuilen bij benzinestations waarop het logo van de benzinemaatschappij en de literprijzen zijn vermeld. Per benzinestation is één reclamezuil toegestaan. Het maximale formaat is 6,60 meter hoog, 2,00 meter breed en 0,40 meter dik.

50

Reclame vlaggenmasten en banieren Reclamevlaggen en banieren bij een bedrijf zijn toegestaan. Vanuit de openbare ruimte gezien is het belangrijk dat er samenhang wordt gerealiseerd. Dit houdt in dat de vlaggenmasten niet willekeurig over het hele perceel geplaatst worden en het mogen er niet teveel zijn. Dit veroorzaakt een rommelige uitstraling. Door de vlaggenmasten op één lijn langs de erfgrens te plaatsen en het aantal te reguleren wordt dit opgelost. Criteria vlaggenmasten en banieren  De vlaggenmasten worden uitsluitend geplaatst op het eigen perceel, zo dicht mogelijk langs de voorerfgrens binnen 0,50 meter (voor de Vaandel geldt een afstand van 1,50 meter) en evenwijdig aan de voorerfgrens op één lijn. De vlag kan hierdoor op gemeentegrond en over het trottoir wapperen. De vlag mag echter niet over de openbare weg en fietspad wapperen. 

  

Aan de zijerfgrens met het buurperceel mag de vlag niet over de erfgrens van het buurperceel wapperen. De breedtemaat van de vlag bepaald dus de afstand naar het buurperceel. Hoogte gemeten vanaf het maaiveld: mastlengte minimaal 5,00 meter, maximaal 8,00 meter. De vlaggenmasten worden per perceel op één hoogte gehouden. De vlaggen hebben per perceel één afmeting. De vlag moet in verhouding zijn met de mastlengte, zie onderstaande tabel: Mastlengte boven maaiveld 5 meter 6 meter 7 meter 8 meter

   

Vlag HxB (m) 1,20x1,80 1,50x2,25 1,50x2,25 2,00x3,00

Banier HxB (m) 2,50x1,00 3,00x1,20 3,50x1,20 4,00x1,50

De onderzijde van de vlag bevindt zich minimaal 3,00 meter boven het maaiveld. De vlaggen moeten in een bepaald ritme geplaatst worden, bijvoorbeeld onderling op gelijke afstand. Het is ook mogelijk de vlaggenmasten te clusteren per twee of meer. Hoekpercelen hebben ook een zijdelingse erfgrens gericht naar het openbaar gebied. Voor deze zijde gelden dezelfde regels. Aantal: de breedte van de percelen op de industrieterreinen zijn overal verschillend en variëren tussen minimaal 10 tot ongeveer 100 meter. Om een logische verdeling van het maximum aantal vlaggenmasten te regelen is dit in onderstaande tabel per perceelbreedte aangegeven. Uitgangspunt is één vlaggenmast per 10 meter. Voor bedrijven met een kleine perceelsbreedte worden drie vlaggenmasten toegestaan. Bedrijven met een perceelsbreedte van meer dan 100 meter mogen maximaal tien vlaggenmasten plaatsen.

51

Perceelbreedte (m) < 40 40 - < 50 50 - < 60 60 - < 70 70 - < 80 80 - < 90 90 - < 100 100 en meer

Aantal 3 4 5 6 7 8 9 10

Vergunningsvrij (geldt niet voor het bedrijfsverzamelgebouw) Als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan kan de reclame zonder vergunning worden aangebracht: 

 

Er wordt voldaan aan de algemene voorwaarden en aan bovenstaande eisen van bedrijventerreinen. Plaatsing van de gehele reclame onder de bovenkant van de vloer van de eerste verdieping. Binnen een bestaande, met vergunning geplaatste, lichtbak kan de naam van een bedrijf of winkel worden gewijzigd zolang aan alle (overige algemene en gebiedsgerichte) criteria wordt voldaan.

Bij plaatsing van een platte gevelreclame gelden de volgende eisen:  De reclame heeft een maximale hoogte van 0,60 meter, maximale breedte van 3,50 meter, maximale dikte van 0,20 m. Een verdere beperking is dat de gevelreclame niet breder mag zijn dan 75% van de breedte van de gevel.

 Aan de voorgevel van bedrijven met een eigen ingang mogen ten hoogste twee reclames per gebruiker. Bij hoekpanden mogen per naar het openbaar gebied gerichte gevel ten hoogste twee reclames worden geplaatst. Bij plaatsing haaks op de gevel gelden de volgende eisen:  De plaatsing is niet lager dan 2,30 meter boven de stoep of maaiveld gemeten vanaf de onderzijde van het reclameobject.   

De maximale afmeting is 0,50 x 0,70 meter, de maximale dikte is 0,20 m. De maximale uitsteekmaat van het bord is 0,90 meter, inclusief bevestigingsconstructie. De afstand tot de rijbaan is minimaal 0,60 meter, horizontaal gemeten. Reclame op luifels en zonneschermen worden toegestaan als zij bestaan uit losse, geschilderde letters of plakletters.

Bij plaatsing van vlaggenmasten gelden de volgende eisen:

 Per perceel wordt niet meer dan één vlaggenmast geplaatst. Deze is maximaal 6 meter hoog.

52

Deelgebied 4C

Overtoom

Deelgebied 5

Kassenconcentratiegebied

NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit Vanwege de autonome ontwikkelingen van deze locaties acht de gemeente de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit hier minder zinvol. De gemeente stelt geen eisen aan de ruimtelijke kwaliteit van de gebouwen en reclames op deze locatie zolang gebouwd wordt binnen de randvoorwaarden van het bestemmingsplan. Reclames in het gebied zijn vrij zolang er géén reclame wordt gemaakt voor derden, geen LED schermen en bewegende beelden worden toegepast en zolang hiervoor geen vergunning nodig is voor de activiteit Bouwen waarbij een ontheffing van het bestemmingsplan nodig is.

EXCESSEN De excessenregeling is hier wel van toepassing.

53

Deelgebied 6

Overige gebieden Sport-, recreatie- en groene terreinen

NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT Deze terreinen vallen gedeeltelijk onder toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit

Sportterreinen De sportterreinen in Heerhugowaard bevinden zich in een ‘groene’ omgeving. Een aantal grenst aan een woonwijk. Bij deze sportterreinen valt meer overlast voor omwonenden te verwachten. Er wordt daarom onderscheidt gemaakt tussen de sportterreinen die niet en die wel zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied. Het doel is om hiermee de sportverenigingen de mogelijkheid te geven meer reclames te kunnen voeren (inkomsten) en de naaste bewoners en de openbare ruimte te beschermen tegen te veel overlast van reclames.

RECLAMES BIJ SPORTTERREINEN DIE NIET ZICHTBAAR ZIJN VANAF HET OPENBAAR GEBIED: Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit -

Sportcomplex De Vork, Tennisclub Heerhugowaard,

Middenweg; van Veenweg 100;

Reclames in dit gebied zijn vrij zolang er géén reclame wordt gemaakt via LED schermen, geen bewegende beelden worden toegepast en zolang hiervoor geen vergunning nodig is voor de activiteit Bouwen waarbij een ontheffing van het bestemmingsplan nodig is.

RECLAMES BIJ SPORTTERREINEN DIE WEL ZICHTBAAR ZIJN VANAF HET OPENBAAR GEBIED: Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit. Hieronder vallen alle overige sportcomplexen.

Sportterreinen Deze sportterreinen bevinden zich in een ‘groene’ omgeving en grenzen aan het openbaar gebied en tevens aan een woonomgeving. Bij deze sportterreinen valt meer overlast voor omwonenden te verwachten. Het aanbrengen van reclame voor derden, waarbij de teksten niet gericht zijn op het complex zijn daardoor niet aanvaardbaar. Naamsreclame voor de sportvereniging is in verband met de bereikbaarheid wel toegestaan. De naamsaanduiding moet wat betreft maat, vormgeving en kleur zijn afgestemd op de omgeving. Reclameborden van sponsors op het complex zelf zijn gebruikelijk, Dit is aanvaarbaar zolang de teksten niet naar het omliggende gebied gericht zijn, maar alleen naar het complex zelf. Een op zichzelf staand digitaal scorebord langs het speelveld is toegestaan zolang er geen hinder ontstaat voor de directe woonomgeving.

54

Vrij van toetsing aan ruimtelijke kwaliteit en vergunningsvrij Als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan kan de reclame zonder welstandstoets en vergunning worden aangebracht.     

Er wordt voldaan aan de algemene voorwaarden. Borden rond de sportvelden, met een maximale hoogte gerekend vanaf het maaiveld van 1,20 m. Borden in de tribune met de tekst naar het veld gericht (geen beperkingen qua afmetingen). Club naamsaanduiding op de kantine, niet buiten het silhouet van het gebouw (niet op daken en in goten) . één vlaggenmast maximaal 6 meter hoog (volgens de Bor: regeling ‘vergunningsvrij bouwen’).

Ontoelaatbare reclame  Reclameborden met de tekst van sponsors die hoger zijn aangebracht dan 1,20 meter boven het maaiveld van de sportvelden

Recreatie- en groene terreinen NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit Recreatie-, en groene terreinen zijn altijd onderdeel van de openbare ruimte en zijn gebieden waar hoofdzakelijk wordt gerecreëerd. Hier heeft reclame geen toegevoegde waarde. Uitzonderingen zijn gebouwde voorzieningen voor dagrecreatie, wellness, een crematorium en hiermee vergelijkbare functies. In dergelijke gevallen zijn aanduidingen aanvaardbaar op of aan de gevel, bij voorkeur bij de entree of bij de toegang van het terrein. Hiervoor zijn geen standaard criteria opgenomen, omdat in de praktijk blijkt dat elke situatie anders is. Wel zijn er de standaard vergunningsvrije criteria van de APV van toepassing. vrij van toetsing aan ruimtelijke kwaliteit en vergunningsvrij Als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan kan de reclame zonder welstandstoets en vergunning worden aangebracht. 

    

De reclame moet betrekking hebben op het product of dienst die wordt verleend, of het bedrijf of het beroep dat wordt uitgeoefend in of bij het pand. De reclames mogen samen geen grotere oppervlakte hebben dan 0,50 2 m. Geen van de reclames mag een grotere afmeting in één richting hebben dan 1,00 meter. De reclames zijn niet verlicht. De reclames zijn aangebracht op een plat bord, dan wel losse letters, tegen de gevel op de begane grond. Per perceel wordt niet meer dan één vlaggenmast opgericht. Deze is maximaal 6 meter hoog

55

Deelgebied 7

Openbare buitenruimte

NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit

De eisen aan reclame-uitingen in Heerhugowaard zijn bedoeld om de kwaliteit van de omgeving te behouden. De gemeente geeft als eigenaar en beheerder van de openbare buitenruimte ook gelegenheid om reclame te maken. Hiervoor zijn verschillende, soms langdurige contracten afgesloten met hierin gespecialiseerde bedrijven. De reclames variëren van lichtmastborden, route-, verwijzingsborden, reclames op abri’s, stadsplattegronden, infoborden etc. De contracten hebben voornamelijk betrekking op de bebouwde kom. Het is logisch dat ook aan deze reclames beperkingen worden gesteld naar soort, plaats en vorm. Eenvormigheid en kwaliteit zijn belangrijk. Dit om de openbare buitenruimte in de gemeente te vrijwaren van een wirwar van borden. Daarnaast is de verkeersveiligheid een belangrijk punt. Om deze elementen zeker te stellen is het belangrijk dat de gemeente per reclamesoort slechts één bedrijf de opdracht gunt en verantwoordelijk stelt. Indien een nieuwe vorm van reclamevoering in de openbare ruimte wordt voorgesteld, stelt de gemeente de randvoorwaarden op die beoordeeld worden door de adviseur omgevingskwaliteit. Lichtmastreclames Onder deze reclame verstaan we verlichte reclamebakken die, binnen de bebouwde kom, aan lantaarnpalen worden bevestigd. Vaak gaat het om uitingen langs doorgaande wegen. Meestal verwijzen deze borden naar een in de omgeving van het bord gevestigd bedrijf.

De reclamebakken hebben standaard afmetingen en mogen de verkeersveiligheid niet belemmeren. Abri’s Abri’s zijn bushaltehokjes bij haltes van het openbaar vervoer. Om de kwaliteit en uniformiteit te waarborgen wordt er gekozen voor één model. Het bedrijf dat de abri’s plaatst, heeft de verplichting deze te onderhouden en schoon te maken. In ruil daarvoor mag het bedrijf reclame maken in de abri. Dat mag met één verlichte tweezijdige vitrine in de zijgevels of in de achterwand. Stadsplattegronden Bij de toegangswegen in Heerhugowaard zijn bij parkeerstroken verlichte stadsplattegronden geplaatst. Om de kwaliteit en uniformiteit te waarborgen wordt er gekozen voor één model. Het bedrijf dat de stadsplattegronden plaatst, heeft de verplichting deze te onderhouden en schoon te maken. In ruil daarvoor mag het bedrijf reclame maken. Dat mag aan de achterzijde van de stadsplattegrond.

56

Digitale voorlichtingsborden Bij de toegangswegen in Heerhugowaard richting het centrum zijn digitale voorlichtingsborden geplaatst. Hierop wordt met lopende tekst aangegeven welke activiteiten binnenkort in Heerhugowaard plaatsvinden. Het betreft mededelingen van algemeen nut en geen reclameteksten. Om de kwaliteit en uniformiteit te waarborgen wordt er gekozen voor één model. Het bedrijf dat de voorlichtingsborden plaatst, heeft de verplichting deze te onderhouden en schoon te maken. In ruil daarvoor mag het bedrijf reclame maken. Dat mag aan de onderzijde van het voorlichtingsbord door middel van een vastgesteld element waarop de reclame is aangebracht. Route-, verwijzingsborden Op de bedrijventerreinen wordt in overleg met de gemeente en de Bedrijfskring route-, en verwijzingsborden geplaatst. Permanente Plakplaatsen De APV verbiedt om in de openbare ruimte aanplakbiljetten aan te brengen. Dat mag alleen op plaatsen waar dat is toegestaan door burgemeester en wethouders. De gemeente heeft op meer dan tien plaatsen plakzuilen geplaatst, waarop vrij kan worden geplakt. Buiten deze plaatsen is het verboden aanplakbiljetten aan te brengen. In de aanloop naar de verkiezingen geldt een uitzondering voor politieke partijen. De gemeente plaatst dan enkele grote verkiezingsborden op plaatsen waar veel voorbijgangers langskomen.

Reclame op schakelkasten Liander is eigenaar van schakelkasten die op openbare grond staan. Liander heeft toestemming gegeven aan een bedrijf om de schakelkasten te voorzien van wissellijsten. In deze lijsten wordt ideële en culturele reclame aangebracht. Als tegenprestatie verwijdert het bedrijf andere affiches en graffiti van deze objecten. Reclames op rotondes Het onderhoud van alle rotondes in de gemeente wordt uitbesteed aan een extern bedrijf. Als tegenprestatie wordt door het bedrijf reclame gevoerd op de rotonde. De reclame is zichtbaar vanaf elke toegangsweg naar de rotonde. Belangrijke voorwaarde is dat de verkeersveiligheid niet in het geding komt.

57

5.0

SNELTOETSCRITERIA VOOR KLEINE BOUWPLANNEN

5.1

AAN- OF UITBOUW WONING

AAN DE ACHTERGEVEL OF AAN EEN NIET NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERDE ZIJGEVEL VAN DE WONING -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit. De excessenregeling is hier wel van toepassing.

AAN DE VOORGEVEL OF AAN EEN NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERDE ZIJGEVEL VAN DE WONING -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Deze bouwwerken zijn voornamelijk bedoeld voor een uitbreiding van de woonkamer of keuken in de vorm van een erker of een uitbreiding van de entree-hal. Het bestemmingsplan geeft een keuzemogelijkheid: Uitbreiden door middel van een erker aan de woonkamer-keuken of uitbreiden aan de entree-hal. Maar één van deze twee opties is mogelijk. Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is en er is sprake van een aan- of uitbouw aan de voorgevel of aan een zijgevel die aan openbaar toegankelijk gebied ligt, dan voldoet de uitbouw als aan onderstaande criteria wordt voldaan: 

De aan- of uitbouw wordt gebouwd aan: a) de oorspronkelijke voorgevel, of

b) een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde oorspronkelijke zijgevel op meer dan 1 meter van het voorerf. De aan- of uitbouw is niet hoger dan: a) 4,0 meter, gemeten vanaf het maaiveld en b) 0,3 meter boven de vloer van de eerste verdieping van die woning of dat woongebouw, en

   

c) de woning of het woongebouw Een erker aan de woonkamer-keuken aan de voorgevel is niet breder dan 2/3 van de voorgevel. Een uitbouw van de entree-hal is niet breder dan 1/3 van de voorgevel. De diepte van de aan- of uitbouw is maximaal 1,50 meter. De plattegrond van de aan- of uitbouw is rechthoekig, eventueel met afgeschuinde hoeken.

58

Een aanbouw aan de voorgevel wordt vormgegeven als een erker: -

Een lage gemetselde plint van maximaal 0,70 meter hoog. Indien een aanrecht wordt toegepast is een gemetseld plint van maximaal 1,00 meter hoog toegestaan;

-

Daarboven kozijnen met glasvulling en een boeideel;

-

De wand op de erfgrens met de buren mag uitgevoerd worden als een gemetselde wand.

De gevelgeleding wordt afgestemd op het hoofdgebouw.

De aan- of uitbouw heeft een overstek van niet meer dan 0,20 meter.

     

De aan- of uitbouw heeft een plat dak. De aan- of uitbouw mag niet leiden tot een doorgetrokken dakvlak vanaf de kap van het hoofdgebouw. De goot van de aanbouw mag niet hoger liggen dan de goot van het hoofdgebouw (wel gelijk). Bij een aanbouw aan de zijgevel van het hoofdgebouw mag de voor- en zijgevel van de aanbouw niet geheel gesloten zijn. Een secundaire aan- of uitbouw (bijvoorbeeld uitbouw aan uitbouw of bijgebouw) wordt niet toegestaan. Het materiaal- en kleurgebruik van de zichtbare delen wordt afgestemd op het hoofdgebouw. In geval van een luifel geldt het volgende: -

Als gekozen wordt voor een uitbreiding van de woonkamer-keuken, is een luifel boven de voordeur mogelijk: o

met een breedte van maximaal 1/3 van de voorgevel;

o

van maximaal 1,50 meter uit oorspronkelijke gevel van het hoofdgebouw;

-

Bij een uitbreiding van de entree-hal met de maximale dieptemaat van 1,50 m, is een luifel niet toegestaan.

-

Indien de entree-hal een dieptemaat heeft van minder dan 1,50 meter is een luifel mogelijk tot een maximale diepte van 1,50 meter uit de oorspronkelijke voorgevel.

59

5.2

BIJGEBOUW WONING

OF

OVERKAPPING

BIJ

OP HET ACHTERERF OF OP EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJERF -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit De excessenregeling is hier wel van toepassing.

OP HET VOORERF OF EEN NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJERF -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit

Een bijgebouw of overkapping op het voorerf of een naar openbaar gebied gekeerd zij-erf wordt vrijwel nooit toegestaan vanuit planologische overwegingen. Voor de uitzonderlijke situaties dat het bestemmingsplan wel ruimte biedt voor een bijgebouw of overkapping, zijn de onderstaande welstandscriteria van toepassing. Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een bijgebouw of overkapping aan de voorkant in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan: 

Bijgebouw of overkapping wordt gebouwd op: a) het voorerf op meer dan 1,50 meter van de weg of het openbaar groen, of

b) een naar de weg of het openbaar groen gekeerd zij-erf op meer dan 1 meter van het voorerf en op meer dan 0,50 meter van de weg of openbaar groen.

Het ontwerp is afgestemd op het hoofdgebouw.

Een secondair bijgebouw aan een bijgebouw is niet toegestaan.

In geval van een plat dak is de hoogte maximaal 3,00 meter.

Het ontwerp is duidelijk rechthoekig en heeft geen opvallende details.

De dakvorm is plat of hellend, niet afgeplat (zadeldak, mansardekap).

Een carport of fietsenstalling mag voorzien zijn van (transparante) gebogen kunststof dakelementen, maar niet van golfplaten.

Het overstek is niet meer dan 0,20 meter.

Een overkapping heeft niet meer dan drie dichte zijden.

De hoogte van het boeiboord is maximaal 0,25 meter. Een zijgevel aan openbaar gebied mag niet geheel gesloten zijn.

60

Het materiaalgebruik is als volgt: -

Bijgebouw of overkapping wordt uitgevoerd in metselwerk of hout of materiaal in overeenstemming met het hoofdgebouw.

-

Toepassing van beton, betonplaten met steenmotief tussen beton staanders, rietmatten of vlechtschermen is in ieder geval niet toegestaan.

-

Kunststof geveldelen worden alleen toegestaan indien deze in kleur en detaillering niet van hout te onderscheiden zijn.

De kleur is afgestemd op het hoofdgebouw of uitgevoerd in donkere kleurtinten, geen opvallend kleurgebruik.

61

5.3

DAKKAPEL OP WONINGEN

OP HET ACHTERDAKVLAK OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJDAKVLAK

-

        

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; Er zijn hoofdzakelijk criteria opgenomen met betrekking tot maximale afmetingen.

Bij een dakvlak dat doorloopt over twee verdiepingen kan de dakkapel op beide verdiepingen geplaatst worden. Het is dus mogelijk om twee dakkapellen boven elkaar te plaatsen. De dakkapel wordt voorzien van een plat dak. Bij een vrijstaande woning is een dakkapel met een schuin (aangekapt) dak toegestaan. De dakkapel die als eerste op een dakvlak van de woning is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor de andere dakkapel op hetzelfde dakvlak. Bij een twee-onder-één-kapwoning kan een keuze gemaakt worden tussen een dakkapel met plat of schuin dak. De dakkapel die als eerste is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor een dakkapel van de andere woning. Boven het kozijn bevindt zich de dakconstructie met een maximaal overstek van 0,15 meter. De onderzijde van het kozijn sluit direct aan op de dakhelling. In het onderste dakvlak: De hoogte, gemeten vanaf de voet tot bovenkant dakrand van de dakkapel, is maximaal 1,75 meter. In het bovenste dakvlak: De hoogte, gemeten vanaf de voet tot bovenkant dakrand van de dakkapel, is maximaal 1,75 meter. De afstand tussen de onderzijde van de dakkapel en de dakvoet is meer dan 0,50 meter. De afstand tussen de bovenzijde van de dakkapel en de daknok is meer dan 0,50 meter. Bij een schuin dak dient de bovenzijde van het schuine dak minimaal 0,50 meter onder de nok uit te komen.

De plafondhoogte is minimaal 2,10 meter en maximaal 2,60 meter gemeten vanaf de bovenkant van de betreffende verdiepingsvloer. Als de dakkapel grenst aan een buurwoning, dan is de afstand van de zijkant van de dakkapel tot het hart van de bouwmuur meer dan 0,50 meter. Als de dakkapel grenst aan de kopgevel, dan is afstand van de zijkant van de dakkapel tot de zijkant van het dakvlak meer dan 0,50 meter. Een dakkapel op een zijdakvlak (zijgevel) wordt minimaal 0,50 meter van de voordakrand en minimaal 0,50 meter van de achterdakrand geplaatst.

62

OP HET VOORDAKVLAK OF EEN NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJDAKVLAK -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit

Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een dakkapel in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan:   

         

Bij een dakvlak dat doorloopt over twee verdiepingen wordt de dakkapel geplaatst in het onderste dakvlak (niet toegestaan in bovenste dakvlak). De dakkapel wordt voorzien van een plat dak. Bij een vrijstaande woning is een dakkapel met een schuin (aangekapt) dak toegestaan. De dakkapel die als eerste op een dakvlak van de woning is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor de andere dakkapel op hetzelfde dakvlak. Bij een twee-onder-één-kapwoning kan een keuze gemaakt worden tussen een dakkapel met plat of schuin dak. De dakkapel die als eerste is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor een dakkapel van de andere woning. Een dakkapel heeft tussen de zijgevels van de dakkapel één kozijn dat zo transparant mogelijk wordt ingevuld, minimaal 75% glas, met eventuele paneelvullingen in het kozijn. Boven het kozijn bevindt zich de dakconstructie met een maximaal overstek van 0,15 meter. De onderzijde van het kozijn sluit direct aan op de dakhelling. De hoogte, gemeten vanaf de voet tot bovenkant dakrand van de dakkapel, is maximaal 1,75 meter. De afstand tussen de onderzijde van de dakkapel en de dakvoet is meer dan 0,50 meter. De afstand tussen de bovenzijde van de dakkapel en de daknok is meer dan 0,50 meter. Bij een schuin dak dient de bovenzijde van het schuine dak minimaal 0,50 meter onder de nok uit te komen.

De plafondhoogte is minimaal 2,10 meter en maximaal 2,60 meter gemeten vanaf de bovenkant van de betreffende verdiepingsvloer. Als de dakkapel op het voordakvlak of zijdakvlak wordt geplaatst, dan is deze maximaal 2/3 van de breedte van het betreffende dakvlak inclusief het dakoverstek. Als de dakkapel grenst aan een buurwoning, dan is de afstand van de zijkant van de dakkapel tot het hart van de bouwmuur meer dan 0,50 meter. Als de dakkapel grenst aan de kopgevel, dan is afstand van de zijkant van de dakkapel tot de zijkant van het dakvlak meer dan 1,00 meter. Materiaal, kleur en detaillering zijn afgestemd op het hoofdgebouw. Kozijnen en ramen van kunststof zijn toegestaan.

63

5.4

DAKOPBOUW AAN DE ACHTERZIJDE VAN AANEENGEBOUWDE WONINGEN MET EEN SYMMETRISCH ZADELDAK -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; Er zijn hoofdzakelijk criteria opgenomen met betrekking tot afmetingen.

Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een dakopbouw op aaneengebouwde woningen met een symmetrisch zadeldak in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan:   

     

Een dakopbouw is niet toegestaan bij een doorlopende kap over meerdere verdiepingen. De sneltoetscriteria voor dakkapellen staan in deze situatie een dakkapel niet toe. De dakopbouw is de enige oplossing om een verblijfsruimte op de bovenverdieping te kunnen realiseren. Hier gelden de minimale eisen van het Bouwbesluit voor een verblijfsruimte bij het niveau van verbouw: -

hoogte minimaal 2,10 meter;

-

breedte minimaal 1,80 meter;

-

oppervlakte minimaal 5 m .

2

Een dakopbouw mag alleen aan de achterzijde worden geplaatst. Het dakvlak wordt aan de voorzijde verlengd en de nok verhoogd. Aan de voorzijde kan daardoor een dakkapel geplaatst worden. Zie hiervoor de sneltoetscriteria voor een dakkapel. De plafondhoogte in de verblijfsruimten is afgestemd op het minimale niveau van verbouw volgens het Bouwbesluit: 2,10 meter. De onderkant van het kozijn bevindt zich 0,90 meter boven de verdiepingsvloer en minimaal 0,50 meter boven de dakvoet. Het kozijn is maximaal 1,50 meter hoog. Als op het betreffende blok al een goedgekeurde dakopbouw staat moeten de hoogtematen van deze dakopbouw aangehouden worden. De goot is maximaal 0,15 meter hoog. In geval van een tussenwoning mag de dakopbouw het hart van de bouwmuren (de woningscheidende gevels) aan weerszijden niet overschrijden.

64

In geval van een hoekwoning of twee-onder-één-kapwoning: -

mag zijde 1 van de dakopbouw het hart van de bouwmuur (de woningscheidende wand) niet overschrijden, en;

  

-

wordt zijde 2 minimaal 0,50 meter uit de zijgevel geplaatst.

De dakhelling van de dakopbouw is gelijk aan dakhelling van de woning. De dakopbouw heeft tussen de zijgevels van de dakopbouw één kozijn dat zo transparant mogelijk wordt ingevuld, minimaal 50% glas, met eventuele paneelvullingen in het kozijn. Boven het kozijn bevindt zich de dakconstructie met een maximaal overstek van 0,15 meter. De onderzijde van het kozijn sluit direct aan op de dakhelling. Materiaal, kleur en detaillering zijn afgestemd op het hoofdgebouw. Kozijnen en ramen van kunststof zijn toegestaan

65

5.5

GEVELWIJZIGING

AAN DE ACHTERGEVEL, AAN EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERDE ZIJGEVEL VAN EEN HOOFDGEBOUW OF EEN GEVEL VAN EEN BIJBEHOREND BIJGEBOUW -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; De excessenregeling is hier wel van toepassing.

AAN DE VOORGEVEL OF AAN EEN NAAR EEN OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GERICHTE ZIJGEVEL VAN EEN HOOFDGEBOUW -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een gevelwijziging aan de voorkant in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan:    

De gevelwijziging moet passend zijn bij de ritmiek van de overige gevelopeningen in die gevel. Indien er samenhang en ritmiek in het blok aanwezig is mag dit door een incidentele gevelwijziging niet worden verstoord. Materiaal, detaillering, indeling en kleur van de kozijnen, ramen en deuren zijn afgestemd op de oorspronkelijke gevel, geen opvallend kleurgebruik. Toepassing van kunststof of aluminium is toegestaan als de uitstraling en detaillering vergelijkbaar is met de uitstraling en detaillering van de oorspronkelijke kozijnen.

66

5.6

ERFAFSCHEIDING

OP HET ACHTERERF OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJ-ERF -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; De excessenregeling is hier wel van toepassing.

OP HET VOORERF OF EEN NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJERF -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een erfafscheiding in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan:  

 

  

De erfafscheiding is niet hoger dan 1,00 meter. De erfafscheiding is uitgevoerd als een volledig te begroeien metalen rasterwerk, indien volgens het bestemmingsplan een erfafscheiding aan de voorzijde en bij hoeksituaties hoger mag zijn dan 1,00 meter tot maximaal 1,30 meter hoog. De erfafscheiding is niet hoger dan 2,00 meter en gebouwd op meer dan 1,00 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw. De erfafscheiding bestaat bij voorkeur uit haagplanten, zoals liguster of haagbeuken, of een volledig te begroeien gazen hekwerk. In andere gevallen wordt gekozen voor materiaal overeenkomstig een eventuele aangrenzende erfafscheiding, overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in metselwerk of hout of ander natuurlijk en niet snel verwerend materiaal. Toepassing van beton, betonplaten met steenmotief tussen beton staanders, kunststof, en metalen damwandprofielen is niet toegestaan. De erfafscheiding is qua kleur afgestemd op het hoofdgebouw of uitgevoerd in donkere kleurtinten, geen opvallend kleurgebruik. In de (historische) lintbebouwing is ter plaatse van de inrit een transparante toegangspoort mogelijk met een: - breedte van maximaal 20% van de perceelsbreedte, met een maximum van 4,50 meter; - hoogte van maximaal 1,50 meter.

67

5.7

ROLHEK, LUIK OF ROLLUIK IN EEN WINKELGEBIED

OP HET ACHTERERF OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJ-ERF -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; De excessenregeling is hier wel van toepassing.

OP HET VOORERF OF EEN NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJERF -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een rolhek, luik of rolluik in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan:    

Een geheel gesloten (rol)luik is alleen toegestaan als dit wordt aangebracht op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de winkelpui. Tussen winkelpui en (rol)luik wordt een etalage aangebracht. Aan de buitenzijde of direct achter de gevel moet de voorziening een open structuur hebben, voor minimaal 70% bestaande uit glasheldere doorkijkopeningen. De rolhekken, luiken of rolluiken en de geleidingen moeten zo goed mogelijk in de architectuur van de gevel worden ingepast. Uitstekende kasten op plaatsen waar inbouw mogelijk is zijn niet aanvaardbaar. Kleuren zijn afgestemd op de gevel, geen opvallend kleurgebruik.

68

5.8

ANTENNES

Hieronder vallen de volgende installaties: 

antenne-installatie: Een installatie voor mobiele telecommunicatie bestaande uit antenne(s), antennedrager, bedrading en apparatuur- of techniekkast(en) met bijbehorende bevestigingsconstructie. Dit betreft voornamelijk antennes om landelijke dekking te realiseren voor de netwerken van de telecombedrijven. antenne-installatie voor de C2000-infrastructuur: Een antenne-installatie met bijbehorend opstelpunt ten behoeve van de C2000-infrastructuur voor de mobiele communicatie door hulpverleners.

NIVEAU VAN RUIMTELIJKE KWALITEIT -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

De gemeente stelt ten behoeve van de visuele inpasbaarheid aan de bovenstaande antenne-installaties de volgende eisen: 

De kleur van de techniekkast, de kleur van het zichtbare deel van de bekabeling en kabelgoten en de kleur van eventuele gevelantennes moet worden aangepast aan de kleur van de omgeving of het bouwwerk waarop deze wordt aangebracht. Zo valt de antenne-installatie zoveel mogelijk weg tegen zijn omgeving of tegen het bouwwerk. Daartoe kan het noodzakelijk zijn af te wijken van de standaardkleur.

69

SNELTOETSCRITERIA VOOR SPRIET-, STAAF OF SCHOTELANTENNES Hieronder vallen de volgende installaties: 

overige antennes: De schotel- of staafantennes voor het zenden of ontvangen van signalen ten behoeve van particulier, hobbymatig of bedrijfsmatig gebruik, ter uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting zoals is bedoeld in artikel 10 van het Verdrag van Rome.

OP HET ACHTERERF OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJ-ERF -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit;

-

De excessenregeling is hier wel van toepassing.

OP HET VOORERF, EEN NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJERF OF OP HET HOOFDGEBOUW -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

De gemeente stelt ten behoeve van de visuele inpasbaarheid aan de bovenstaande antenne-installaties de volgende eisen: Een spriet-, staaf- of schotelantenne voldoet in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan:    

De antenne wordt niet aangebracht op het perceel van, op of aan monumenten. De antenne wordt niet aangebracht aan de voorzijde van bouwwerken c.q. gebouwen. De antenne is niet voorzien van tuidraden. Materiaal, kleur en detaillering zijn onopvallend en in relatie tot de omgeving.

Indien het een schotelantenne betreft: 

 

De doorsnede van een schotelantenne is niet meer dan 2,00 meter. De hoogte van de antenne met antennedrager is maximaal 3,00 meter vanaf de voet. De antenne is niet voorzien van tuidraden.

Indien het een andere antenne betreft:  

De hoogte van de antenne met antennedrager gemeten vanaf de voet, of indien deze is bevestigd aan de gevel, gemeten vanaf het punt waarop de antenne met antennedrager het dakvlak kruist, is maximaal 5,00 meter. De antenne is niet voorzien van tuidraden.

70

5.9

TECHNISCHE INSTALLATIES

OP HET ACHTERERF OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJ-ERF -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit;

-

De excessenregeling is hier wel van toepassing.

OP HET VOORERF, EEN NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJERF OF OP HET DAK VAN HET HOOFDGEBOUW -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Een technische installatie voldoet in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan:      

 

Dakopbouwen voor liften of andere technische installaties en zonnepanelen moeten geïntegreerd worden in de bouwmassa en onderdeel zijn van de architectuur van het gebouw. Technische installaties bij gestapelde woningbouw, bedrijven en winkels worden op het platte dak geplaatst. Op een plat dak is de afstand tot de zijkanten van het dak minstens gelijk aan de hoogte van de technische installatie. Airco’s zijn, voor zover geplaatst aan de zijde van het openbaar toegankelijk gebied, niet toegestaan. Meerdere installaties worden als één geheel vormgeven. Rookgasafvoeren worden geïntegreerd in de architectuur. Materiaal, kleur en detaillering zijn onopvallend en aanvaardbaar in relatie tot de omgeving, dus geen felle contrasterende kleuren, maar antraciet of donker grijs. Technische installaties worden niet aangebracht op of aan monumenten.

71

5.10

BESCHOEIINGEN

OP HET ACHTERERF OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJ-ERF -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit;

-

De excessenregeling is hier wel van toepassing.

OP HET VOORERF OF EEN NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJERF -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Standaardplan: de beschoeiing voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identieke beschoeiing is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een beschoeiing in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan: Lintbebouwing:    

De beschoeiing mag het open karakter met doorzichten van de lintbebouwing niet belemmeren. Vormgeving: een lage beschoeiing met een, vanaf deze beschoeiing, oplopend talud. Hoogte: maximaal 1,00 meter boven het gemiddelde waterpeil ter plaatse, maar niet hoger dan het bestaande maaiveld. Materiaal: hardhouten delen.

Bestaande stad: 

 

Hoogte: maximaal 1,00 meter, maar is niet hoger dan het bestaande maaiveld. Het materiaalgebruik is overeenkomstig een goedgekeurde aangrenzende beschoeiing. In alle andere gevallen wordt gebruik gemaakt van hardhouten delen. Kleur: donkere kleurtinten, geen opvallend kleurgebruik.

72

5.11

CONTAINERS VOOR PERMANENTE OPSLAG

OP HET ACHTERERF OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJ-ERF 

In de welstandsvrije deelgebieden: 4C Overtoom, 5 Alton I en Alton II. In deelgebied: -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit;

-

De excessenregeling is hier wel van toepassing.

IN ALLE OVERIGE DEELGEBIEDEN: -

4A Bedrijventerreinen Zandhorst, De Frans, Harlingerstraat;

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Een container geplaatst in deelgebied 2A Bestaande woonwijken, is niet toegestaan en wordt gezien als een exces.

Een container voor permanente opslag, wordt bij plaatsing niet gezien als een exces als aan onderstaande criteria wordt voldaan:  Geplaatst in deelgebied 6 Sport-, recreatie- en groene terreinen. 

 

Er is maximaal één container toegestaan en er gelden ook de gebiedsgerichte criteria. Geplaatst minimaal 1,00 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw. Geplaatst minimaal 1,00 meter achter de zijgevel van het hoofdgebouw bij een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijerf. Indien het achtererf grenst aan het openbaar gebied: -

   

plaatsing minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn van ernaast gelegen panden. Er dient rekening gehouden te worden met een evenwichtige samenhang tussen de container en de overige bebouwing op het perceel. De container staan met de smalste zijde naar het openbaargebied gericht. Geen armoedig materiaalgebruik. Het kleurgebruik is passend bij het hoofdgebouw of terughoudend, geen felle of contrasterende kleuren.

OP HET VOORERF OF EEN NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJ-ERF 

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Containers zijn hier niet toegestaan en worden gezien als exces. Uitgezonderd de deelgebieden: 4C Overtoom, 5 Alton I en Alton II.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=04e02050-2734-41bd-b63d-c828e65849c9