CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - i - Toelichting bestemmingsplan

Gemeenteraad 2 april 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Woningbouw Gildestraat16.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woningbouw Gildestraat

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging Plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan

4 4 4 5

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Planbeschrijving

6 6 6

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid 3.6 Conclusie beleid

10 10 10 13 14 14 20

Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Besluit milieueffectrapportage 4.4 Verkeer en parkeren 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe Veiligheid 4.8 Bodem 4.9 Water 4.10 Ecologie 4.11 Trillingshinder 4.12 Archeologie 4.13 Cultuurhistorie

21 21 21 22 23 28 33 34 35 36 43 45 46 46

Hoofdstuk5 Financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1 Financiële uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

48 48 48

Woningbouw Gildestraat Pagina 2 van 50

Toelichting

Woningbouw Gildestraat Pagina 3 van 50

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De aanleiding voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is het voornemen van Woonstichting Langedijk, in samenwerking met de gemeente Dijk en Waard, om een perceel aan de Gildestraat in Heerhugowaard te ontwikkelen met maximaal 107 appartementen en een maatschappelijk steunpunt. De gronden die voor 107 huurwoningen en een maatschappelijk steunpunt herontwikkeld worden, liggen in het deelgebied Gildestraat van het Stationskwartier Dijk en Waard. Voor dit deelgebied is vanaf zomer 2023 een integrale gebiedsontwikkeling in voorbereiding, conform het Masterplan Stationsgebied Dijk en Waard uit 2021. Gelet op de grote woningbehoefte en binnen de kaders van het Masterplan Stationsgebied Dijk en Waard wil de gemeente inzetten op woningbouw in het plangebied, in de directe nabijheid van het OV- knooppunt. Samen met De Scheg krijgt Dijk en Waard langs de N242 en het spoor de komende jaren een volledig nieuwe entree. De voorgenomen ontwikkeling is niet passend binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuw ruimtelijk regime van kracht, waarmee de woningbouw binnen het plangebied planologisch mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging Plangebied

Het plangebied ligt ingeklemd tussen de spoorlijn Amsterdam - Heerhugowaard aan de zuidoostkant en de Gildestraat aan de noordwestkant. De begrenzing is op onderstaande afbeelding weergegeven.

Figuur 1-1: Ligging Plangebied (bron: Cyclomedia) Aan de Gildestraat is verder ook een oogcentrum, een reclamebureau, een hypotheekadviesbureau en een restaurant/evenementcentrum gelegen.

Woningbouw Gildestraat Pagina 4 van 50

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan 'Stationsgebied', vastgesteld op 23 juni 2015. Ter plaatse van het plangebied geldt de enkelbestemming Agrarisch. Deze gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijvigheid met daarbij behorende verkeers-, parkeeren groenvoorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, water en terreinen. De voorgenomen ontwikkeling is niet passend binnen het bestemmingsplan. Het geldende bestemmingsplan staat geen wonen toe. Zie hieronder een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan.

Figuur 1-2: Een uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan Stationsgebied ter plaatse van het plangebied.

Woningbouw Gildestraat Pagina 5 van 50

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied is momenteel een met gras begroeid terrein. De gronden zijn in het huidige bestemmingsplan bestemd voor agrarisch gebruik. De gronden zijn al enige tijd in bezit van Woningstichting Langedijk. Dit heeft als gevolg dat het terrein enkel onderhouden wordt. Er vinden geen agrarische activiteiten plaats. In figuur 2-1 is een luchtfoto van het terrein te zien.

Figuur 2-1: Luchtfoto van het plangebied

2.2

Planbeschrijving

Conform de strategie van uitnodigingsplanologie uit de vigerende Structuurvisie Stationspark Heerhugowaard (2011) en het Masterplan Stationsgebied Dijk en Waard (2021) kunnen de voorliggende gronden binnen het plangebied worden getransformeerd naar wonen. Tussen de gemeente Dijk en Waard en Woonstichting Langedijk zijn afspraken gemaakt om de betreffende gemeentelijke percelen in samenwerking met elkaar te ontwikkelen ten behoeve van sociale woningbouw. Het plan bestaat uit de ontwikkeling van maximaal 107 sociale huur appartementen en een maatschappelijk steunpunt. De uitgangspunten voor het programma zijn als volgt:

Woningbouw Gildestraat Pagina 6 van 50

Het betreft nog een globaal plan waarvan voorliggend bestemmingsplan de kaders schetst. Er is een verkavelingsstudie uitgevoerd waarbij bovenstaande aantallen woningen zijn bestudeerd. Een globale schets van het plan staat in de figuren hieronder.

Figuur 2-2: Concept-verkaveling Gildestraat

Woningbouw Gildestraat Pagina 7 van 50

Figuur 2-3: Concept-doorsnede nieuwe gebouw

Figuur 2-4 Impressie nieuwe gebouw De nieuwbouw zal bij voorkeur bestaan uit 1 blok met verschillende bouwhoogtes. Het parkeren zal op eigen terrein worden voorzien. De ontsluiting van het plan ligt direct aan de Gildestraat. Het maatschappelijk steunpunt is bedoeld voor persoonlijke ondersteuning en Woningbouw Gildestraat Pagina 8 van 50

ontmoetingsactiviteiten voor bewoners van de wijk. Mensen kunnen daar terecht als ze vragen hebben over bijvoorbeeld geldzaken, brieven die men niet begrijpt, praktische ondersteuning nodig hebben, of simpelweg contact zoeken omdat men daar behoefte aan heeft. Omdat het voor de bewoners van het woongebouw en de wijk is (denk aan Vaanpark en toekomstige woningbouw), ontstaat er geen extra parkeerbehoefte. De oppervlakte is in de regels ook beperkt tot 50 m2 bvo. Zoals reeds benoemd is er nog geen formeel ontwerp voor het plan. Er zijn daarom in de verbeelding en de regels randvoorwaarden opgenomen waar het plan aan moet voldoen in de uitwerking.

Woningbouw Gildestraat Pagina 9 van 50

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op nationaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de ontwikkeling plaats dient te vinden. Met betrekking tot het gemeentelijk beleid is van belang dat de gemeente Heerhugowaard per 1 januari 2022 met de gemeente Langedijk is gefuseerd tot de nieuwe gemeente Dijk en Waard. Het nog steeds geldende, ruimtelijke relevante beleid van de voormalige gemeente Heerhugowaard voor deze planontwikkeling is in paragraaf 3.5 omschreven.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 1 januari 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot 'sterke en gezonde steden en regio's' is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Betekenis voor het project Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het thema 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de NOVI. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte. De gebouwen worden ingepast in een te versterken groenstructuur en de woningen zullen voldoen aan de huidige duurzaamheids-eisen. 3.2.2

Nationale Omgevingsvisie Extra (Novex)

Om meer invulling te geven aan de Nationale Omgevingsvisie wordt het programma NOVEX opgesteld. In dat programma werken alle overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland. In de Novex staat de provinciale en gebiedsgerichte samenwerking centraal, evenals het versterken van de uitvoeringskracht. In december 2022 is er een startpakket gepubliceerd, deze bestaat uit de volgende drie onderdelen: 1. de vragen aan de provincies die voortvloeien uit de nationale programma's; 2. het proces om deze opgaven ruimtelijk te vertalen in elke provincie; 3. beoogde resultaat. Momenteel zijn alle provincies bezig om de vragen uit het eerste onderdeel te beantwoorden. Dit leidt tot een ruimtelijk voorstel waarin de nationale en decentrale opgaven zijn opgenomen. Woningbouw Gildestraat Pagina 10 van 50

Vervolgens werken Rijk en provincie naar een ruimtelijk arrangement eind 2023. Daarin maken het Rijk en provincies wederkerige, bestuurlijke afspraken die nodig zijn om de voorstellen daadwerkelijk uit te voeren. Betekenis voor het project Momenteel vloeit er nog geen toetskader uit de Novex voor dit plan omdat er nog geen concrete afspraken zijn gemaakt. 3.2.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording van de behoefte daarvan moet plaatsvinden. Deze ontwikkeling dient te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Betekenis voor het project Bij het bouwen van woningen is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. In dit plan worden maximaal 107 woningen mogelijk gemaakt. Er is daarom sprake van een nieuwe stedelijk ontwikkeling en daarom moet er getoetst worden aan de ladder. De voorgenomen woningbouw geeft invulling aan de aanwezige kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. In paragraaf 3.4.1 en 3.4.2 is dit toegelicht. De ladder schrijft voor dat bekeken moet worden of in de behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied (BSG).

In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied heeft een agrarische bestemming en heeft geen stedelijke functie. Echter, de kenmerken van de locatie kunnen aanleiding zijn om deze gronden toch als bestaand stedelijk gebied aan te merken. De agrarische bestemming wordt aan alle zijden begrensd door stedelijke functies (parkeerterrein voor het oogcentrum, het oogcentrum zelf, infrastructuur in de vorm van het spoor, de Gildestraat en de kantoorfunctie van Anytime). De Gildestraat biedt tevens ontsluitingsmogelijkheden voor het westelijk gelegen plangebied van De Scheg waar 345 woningen zijn gepland. Het grotere gebied waar voorliggend plangebied onderdeel van is wordt volledig omgevormd tot een woon-werkgebied. Het huidige gebruik is niet meer agrarisch en aangezien het eigendom van de agrarische gronden bij de woningcorporatie ligt, is agrarisch gebruik niet meer waarschijnlijk. Er is voor deze locatie gekozen omdat andere binnenstedelijke locaties reeds worden herontwikkeld of niet beschikbaar zijn.

Het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is daarmee gebaseerd op zorgvuldig ruimtegebruik. 3.2.4

Nationaal Waterbeleid

Europese Kaderrichtlijn Water Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De belangrijkste doelstelling is het geven van een kader voor het beheer van oppervlaktewater en grondwater op basis van stroomgebieden en stroomgebieddistricten. De richtlijn wil het duurzaam gebruik van water bevorderen en de gevolgen van overstroming en droogte beperken. Daarnaast wil de richtlijn Woningbouw Gildestraat Pagina 11 van 50

de aan water gebonden natuur beschermen en verbeteren met als uitgangspunt een goede ecologische toestand van het water. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Waterbeleid voor de 21e eeuw'. De belangrijkste aanbevelingen waren: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte naast techniek en 'vasthouden-bergen-afvoeren'. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, heeft het kabinet zijn standpunt bepaald in de nota 'Anders omgaan met water' (2000). Deze Nota benadrukt dat het antwoord op de problemen niet alleen ligt in technische oplossingen, maar vooral ook in het ruimte geven aan water (flexibel peilbeheer en ruimtelijke maatregelen in de vorm van calamiteitenberging, piekberging en voorraadbeheer, etc.). Daarnaast moet meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om water vast te houden. Als meer water vasthouden niet zomaar gaat, moeten er voorzieningen worden aangelegd om tijdelijk water te bergen. Pas als deze twee mogelijkheden, vasthouden en bergen, zijn gebruikt mag het overtollige water worden afgevoerd.

Nota “Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw” Met de nota Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw wil het Rijk een ander waterbeleid realiseren. Er moet geanticipeerd worden op een stijgende zeespiegel, een stijgende rivierafvoer, bodemdaling en een toename van de neerslag. Nieuwe ruimtelijke besluiten mogen de problematiek van veiligheid en wateroverlast niet ongemerkt vergroten. Bij nieuwe ruimtelijke besluiten moeten de gevolgen voor veiligheid en wateroverlast expliciet in beeld worden gebracht. De nota geeft twee drietrapsstrategieën als uitgangspunten. Voor waterkwantiteit bestaat die uit vasthouden, bergen en afvoeren. Voor waterkwaliteit is het schoonhouden, scheiden en zuiveren. Deze strategieën vertalen zich voor het stedelijk gebied in aandachtspunten als: meer ruimte voor water, relatie tussen het stedelijk water en het water in het omliggende gebied, vergroting van het waterbergend vermogen met name in de stadsranden, verbetering van de waterkwaliteit, vergroting van de belevingswaarde van water, en kansen voor natuur en recreatie in en rondom stedelijk water. Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen.

Dit staat in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022 – 2027. Uitgangspunt is schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is Betekenis voor het project Onderdeel van het bestemmingsplan is de watertoets. In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. De watertoets wordt afgestemd met de betreffende waterbeheerder. Het plan leidt tot het toename van het verhard oppervlak. In paragraaf 4.9 wordt hier nader op ingegaan.

Woningbouw Gildestraat Pagina 12 van 50

3.2.5 Ontwerp-tracébesluit van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Alkmaar - Amsterdam Binnen afzienbare tijd wordt gestart met de realisatie van de aanpassingen op het tracé tussen Alkmaar/Heerhugowaard en Amsterdam. Tevens is ten noordoosten van Heerhugowaard op het bedrijventerrein de Vaandel een opstelterrein voor treinstellen gepland. Deze aanpassingen zijn onderdeel van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS). De geplande wijzigingen aan het spoor zijn in het ontwerp-tracébesluit van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Alkmaar – Amsterdam op 3 maart 2021 gepubliceerd. Verwacht wordt dat het definitieve tracébesluit binnenkort wordt vastgesteld. Betekenis voor het project In het akoestisch onderzoek (zie Bijlage 4) en het trillingsonderzoek (zie Bijlage 12) is rekening gehouden met de aanpassingen op en nabij het tracé die zijn opgenomen in het ontwerp-tracébesluit.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020

Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020. Betekenis voor het project Hieronder zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 toegelicht die voor het onderhavige bestemmingsplan relevant zijn. Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.3 is bepaald dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.

De gemeenten in de regio Alkmaar hebben een regionale woningprogrammering opgesteld. Deze wordt enkele malen per jaar geactualiseerd. Het project Gildestraat is met 90 woningen opgenomen in deze programmering. Er dient voor 17 woningen nog regionale afstemming plaats te vinden. Aangezien alle woningen die hier gerealiseerd worden in de sociale sector vallen, zal regionale afstemming geen probleem vormen. Artikel 6.62: Klimaatadaptatie Op grond van artikel 6.62 dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering. Deze beschrijving dient in te gaan op het risico op wateroverlast, overstroming, hitte en droogte en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico's te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Ten behoeve van de beschrijving is overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt noodzakelijk. In de watertoets die is beschreven in paragraaf 4.9 is hier invulling aan gegeven. Woningbouw Gildestraat Pagina 13 van 50

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Woonagenda 2020-2050

In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. Betekenis voor het project Met het plan wordt een bijdrage geleverd aan de vraag naar sociale woningen in verschillende omvang. In paragraaf 3.4.2 is nader ingegaan op de het regionaal Woonakkoord. 3.4.2

Woonakkoord regio Alkmaar

In de Woonagenda 2020-2025 van de provincie Noord-Holland is bepaald dat de regio's samen met de provincie Woonakkoorden opstellen. Hierin zijn afspraken over woningbouw, nieuwbouw en een overzicht van woningbouwplannen in het landelijk gebied opgenomen. Het Woonakkoord is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma (RAP). De regio Alkmaar, waar de gemeente Dijk en Waard onderdeel van uit maakt, ziet het Woonakkoord als een goede basis om de woningbouw versneld te realiseren. Het akkoord biedt een actuele en krachtige impuls en inspiratie voor lokale woonvisies en prestatieafspraken, maar heeft zelf niet die status. Het Woonakkoord zet in op het toevoegen van minimaal 2.000 woningen per jaar binnen de regio tot 2030. De regio Alkmaar zet in op binnenstedelijk bouwen. Er wordt prioriteit gegeven aan de ontwikkeling van woningen op inbreidingslocaties, nabij OV-knooppunten en in de nabijheid van andere voorzieningen. In de Regio Alkmaar is ruimte om een deel van de benodigde nieuwbouwopgave van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) op te vangen door aanvullende woonmilieus en productmarktcombinaties te realiseren. De regio bouwt niet meer woningen dan nodig is voor de woningbehoefte, maar zoekt wel naar flexibiliteit waar dat leidt tot een grotere vraaggerichtheid van de nieuwbouw.

Betekenis voor het project Het plan sluit aan bij de afspraken die de regio zijn gemaakt met betrekking tot de realisatie van een divers woningaanbod. Op grond van de actuele behoefteprognose en de aanwezige plancapaciteit, wordt geconcludeerd dat er voldoende kwantitatieve behoefte is. Tevens wordt invulling gegeven aan de kwalitatieve behoefte vanwege volledige realisatie in de sociale sector.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Omgevingsvisie Heerhugowaard

De gemeenteraad van de gemeente Heerhugowaard heeft op 26 oktober 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. De omgevingsvisie richt zich op negen speerpunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

een veilige en gezonde leefomgeving een goede woonplek en woonomgeving voor iedereen een omgeving die uitnodigt tot contact en zorg voor elkaar goede omstandigheden voor scholing, werk en ondernemen ontwikkelingen die onze identiteit versterken voorbereiding op de gevolgen van klimaatverandering een CO2-neutrale gemeente een goed leefgebied voor veel verschillende planten en dieren Woningbouw Gildestraat Pagina 14 van 50

9. een krachtige plek binnen de regio en de wijde omgeving. Bij de Omgevingsvisie hoort tevens een visiekaart waarbij sommige speerpunten gelden voor een specifiek gebied. Deze gebieden zijn aangewezen op de visiekaart. De visiekaart laat zien welke ontwikkelingen of plekken een belangrijke rol hebben bij het oppakken van vraagstukken uit de omgevingsvisie de komende jaren. Het gaat hierbij om de fysieke leefomgeving en kent een ruimtelijke en ook sociale invulling. De kaart is ter aanvulling op de tekst van de omgevingsvisie. In figuur 3-2 is een uitsnede van de visiekaart te zien. Het plangebied is daarbij met een gele ster aangegeven.

Figuur 3-2: Visiekaart van de Omgevingsvisie Heerhugowaard. Het plangebied is bij benadering met een gele ster aangegeven. Betekenis voor het project

Woningbouw Gildestraat Pagina 15 van 50

Het plangebied is in de visiekaart gelegen in het deelgebied 'aan de slag ' en in het Stationsgebied. Voor het Stationsgebied is een masterplan en een structuurvisie opgesteld, zie paragrafen 3.5.2 en 3.5.3. Het voorliggende plan is vanwege de ligging in de ontwikkellocaties in lijn met de omgevingsvisie van de gemeente Heerhugowaard. 3.5.2

Masterplan Stationsgebied Dijk en Waard

Heerhugowaard wil een vitale stad zijn, waar het prettig wonen, werken, ondernemen, opgroeien, studeren en verblijven is. In het gemeentelijk economisch beleid wordt een 'gezonde economische positie' voor de gemeente nagestreefd. Om zo'n stad te worden, zal Heerhugowaard zich verder moeten ontwikkelen tot een stedelijk knooppunt: een volwaardig, meer complete stad in de regio, een prettige plek om groen-stedelijk te wonen en een belangrijk voorzieningencentrum. Ruimtelijke ontwikkelingen rondom het OV-knooppunt hebben in dat kader prioriteit gekregen. Goede verbindingen zijn voorts van belang voor de attractiviteit van het woonklimaat in Heerhugowaard en directe omgeving, en vormen de randvoorwaarde voor het bereikbaar houden van werk en voorzieningen, ook voor bezoekers van de regio. In 2016 is de ontwikkeling van het Stationsgebied opgenomen en vastgelegd in de raadsstrategie voor 'de Economische Boulevard', de transformatiezone die vanwege de 1.200 meter cirkel vanaf het NS-station ook in 'Maak Plaats!' is opgenomen. Vanuit een breed ingestoken participatieproces met ondernemers heeft de gemeenteraad de verbinding tussen de drie verschillende gebieden Beveland, Stationsgebied en De Frans benoemd. Het kloppend hart daarin is het OV-knooppunt. In 2016 is na de raadsstrategie voor de Boulevard ook de ontwikkelingsstrategie voor het Stationsgebied vastgelegd.

Daarmee kiest de gemeente nogmaals voor binnenstedelijk ontwikkelen en de bewuste keuze om te starten met de ontwikkeling van het knooppunt middels een aantal concrete activiteiten. Een masterplan is een nadere uitwerking van de hiervoor genoemde structuurvisie. Het Stationsgebied van Heerhugowaard wordt ontwikkeld als het hart van Dijk en Waard. Met de structuurvisie uit 2011 als basis, is in 2020 het Masterplan Stationsgebied Dijk en Waard vastgesteld. Het is het meest actuele raadskader voor een Dijk en Waardse OV-knooppuntontwikkeling aan De Zaancorridor. Op basis van het masterplan wordt er gewerkt aan een hart waar wonen, werken en recreëren gecombineerd worden met gezondheid- en onderwijsvoorzieningen, in een prettige en veilige omgeving voor iedereen. Het masterplan zet hoogwaardige architectuur, innovatieve zorg, ontmoeting en bedrijvigheid voorop. De grote ontwikkel- en transformatiegebieden in het Stationsgebied Dijk en Waard zijn de Industriestraat e.o. en de Gildestraat. Ze lopen logischerwijs in elkaar over. De Industriestraat en Gildestraat zijn als eerste straten conform masterplan opgefrist met onder andere nieuw groen en gebakken klinkers. De rijweg wordt geflankeerd door fraaie bloemenbermen met een wandel- en fietspad.

Voor de materialen is al vooruitgekeken naar de herinrichting van de rest van de openbare ruimte in het Stationsgebied en een relatie gezocht met het Stadshart. Op die manier wordt de samenhang van de openbare ruimte in het hart van Dijk en Waard geborgd. Het wordt een flinke kwaliteitsimpuls, stapsgewijs uitgevoerd. Nu de komende jaren de omgeving geleidelijk transformeert en intensiveert met meer woningen, kunnen de Industriestraat en Gildestraat verder vergroenen. Beide straten zijn met een verkeersbesluit in de toekomst geschikt te maken om in te richten als 30 km/u weg. De hernieuwde Zuidtangent is de komende jaren bovendien in aanleg en maakt het voor langzaam verkeer mogelijk om ongelijkvloers te kruisen. De hoofdontsluiting van de Gildestraat en Industriestraat e.o. voor het autoverkeer wordt met de hernieuwde Zuidtangent toekomstvast ingericht. Meer specifiek geldt voor de Gildestraat (blz 67 e.v. Masterplan Stationsgebied Dijk en Waard, 2020) dat het de oprijlaan moet worden naar de drie woongebouwen op De Scheg (Het Vaanpark). Het beeld voor de Gildestraat is dat deze wordt begeleid door een afwisselende bebouwingsrand en een robuuste groenstructuur van bomen en bermen met bloemrijke beplanting. De Gildestraat wordt zo stap voor stap een gemengd gebied met wonen, werken en voorzieningen zoals het hotel.

Het Oogcentrum Noordholland is al gerealiseerd, een opvallend gebouw. Met voorliggend

Woningbouw Gildestraat Pagina 16 van 50

bestemmingsplan en het in voorbereiding zijnde bouwplan van Woonstichting Langedijk wordt nu ook de in het masterplan gewenste woningbouw mogelijk gemaakt. In het bouwplan is aandacht voor het belangrijke thema 'ontmoeting' in de openbare ruimte en in de gebouwen in het Stationsgebied. Onder andere een ontmoetingsruimte in de plint van het woongebouw, een fraaie herkenbare entree, woningen langs de groene berm en het voetpad en een openbare en private ruimte die in elkaar over lopen dragen daar aan bij. Betekenis voor het project De beoogde ontwikkeling is in lijn met het masterplan. Het initiatief met stedelijk wonen, ruimte voor ontmoeten en parkeervoorzieningen ligt vlak bij het station en past goed binnen de ambities van het Masterplan. Het draagt bij aan het gewenste stedelijk ontwikkelen rondom het OV-knooppunt. 3.5.3

Structuurvisie Stationsgebied Heerhugowaard

In 2012 is een nadere visie op het Stationsgebied van Heerhugowaard geschreven. Het Stationsgebied van Heerhugowaard is naast het ontwikkelende stadshart een belangrijke plek voor de stad en voor de regio. Op provinciaal niveau is het gebied al aangewezen als belangrijke vervoersknoop en vestigingslocatie voor hoogwaardige werkgelegenheid, wonen, onderwijs en zorg. Het Stationsgebied vormt een aantrekkelijke en voor de hand liggende entree van de stad, het stadshart en het noordoostelijke deel van de regio Alkmaar. In die rol heeft het nadrukkelijk ook een functie voor Langedijk, de Broekhornpolder en het Oosterdelgebied.

Figuur 3-3: Stationsgebied als entree voor de stad en omgeving In de structuurvisie is de ambitie vastgelegd om het Stationsgebied te laten transformeren tot een hoogwaardige entree en een dynamisch, stedelijk gebied. Met de opwaardering van het Stationsgebied ontstaat dan een stedelijk gebied, dat complementair en versterkend is ten opzichte van het Stadshart en daarmee uniek in de Regio Alkmaar. Een stedelijk gebied met een zeer goede bereikbaarheid voor zowel auto, openbaar vervoer als langzaam verkeer en met een levendige mix van wonen, werken, recreëren en reizen. Een OV-knooppunt, waarmee ook de directe omgeving wordt ontsloten en bereikbaar wordt gemaakt voor bezoekers. De opgave voor de toekomstige opwaardering en transformatie van het Stationsgebied is drieledig: het duurzaam oplossen van de verkeersknoop; het verbeteren van de uitstraling en samenhang van de openbare ruimte; het toevoegen en intensiveren van stedelijke functies. Als leidraad voor de geleidelijke ontwikkeling en opwaardering van het Stationsgebied vormen vijf kernkwaliteiten uit de structuurvisie samen het verleidelijke toekomstperspectief: een vanzelfsprekende spil in de stad en regio; een soepel verkeersknooppunt; Woningbouw Gildestraat Pagina 17 van 50

een hoogwaardig stationspark als aangename verblijfsruimte en nieuwe entree; een belangrijk sluitstuk in de transformatie naar een completere stad; een nieuwe stap in het verduurzamen van de gemeente. In de visie wordt de landschapszijde van het spoor benoemd als een gebied waar mogelijkheden liggen voor verdere intensivering en functionele transformatie. Het gebied moet stap voor stap transformeren en zowel ruimtelijke en functioneel meer relatie krijgen met het Stationsgebied. Het plangebied ligt binnen deze landschapszijde en is daarmee in overeenstemming met de Structuurvisie Stationsgebied Heerhugowaard. 3.5.4

Woonvisie Heerhugowaard 2018-2050

In de Woonvisie Heerhugowaard 2018-2050 is aangegeven dat de gemeente staat voor een trendbreuk met het woonbeleid van de afgelopen decennia. De laatste uitbreidingsgebieden zijn gepland, waarna er enkel nog binnen de stadsgrenzen dichter gebouwd zal worden om te voldoen aan de bevolkingsgroei. In combinatie met de landelijke ontwikkelingen op het gebied van aardgasvrij wonen, het invoeren van de Omgevingsvisie en het vergrijzen van de bevolking vraagt dit een andere manier van kijken naar woningbouw. De woonvisie bestaat uit drie delen: trends, ambities en beschrijving deelgebieden. Opvallende zaken zijn dat bijna 80% van de inwoners van de voormalige gemeente Heerhugowaard tevreden is met het wonen in deze gemeente. Ook zal het aantal ouderen ouder dan 65 en 75 toenemen, neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe en staan er mogelijk teveel eengezinswoningen in de gemeente. De cijfers zijn deels gebaseerd op de woontest, een breed uitgezette enquête onder de inwoners. Om de regio en de gemeente economisch vitaal te houden is het van belang dat de beroepsbevolking op peil blijft. Deze mensen moeten een plek hebben om te wonen en ook de bereikbaarheid vanuit de Metropoolregio Amsterdam draagt bij aan de aantrekkelijkheid van Heerhugowaard. Al deze ambities hebben invloed op elkaar en vormen een beeld van waar de gemeente heen wil op termijn.

Heerhugowaard heeft op verschillende thema's al de nodige ambities vastgesteld die samenhangen met of gevolgen hebben voor de woonvisie. Dat zijn ambities die invloed hebben op het woonbeleid. Daarnaast zijn er al verschillende visies en plannen vastgesteld voor onder meer het Stationsgebied, de boulevard en de bereikbaarheid van de wijken in Heerhugowaard. De ambities met betrekking tot wonen zijn verdeeld over de volgende thema's: Duurzaam wonen Fysiek domein Sociaal domein Economisch domein Betekenis voor het project Met het voorliggende plan wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van de ambities uit de woonvisie. Het heeft hierbij voornamelijk raakvlakken met duurzaam wonen en het fysiek domein. De woningen worden gasloos en duurzaam gebouwd, conform de eisen van het Bouwbesluit en BENG (bijna energieneutraal). Daarnaast wordt aangesloten bij de ambitie om binnenstedelijk bouwen voorrang te geven. Bovendien worden er betaalbare woningen gerealiseerd. De behoefte aan sociale woningen komt uitdrukkelijk terug in de woonvisie. Er wordt geconcludeerd dat het plan in lijn is met de woonvisie. 3.5.5

Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021

Voor de gemeente Dijk en Waard is in lijn met de Omgevingswet het Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021 opgesteld. Bij het opstellen van het Omgevingsprogramma is aangesloten op de raadsagenda Heerhugowaard en het bestuursakkoord Langedijk. Het Omgevingsprogramma continueert wat reeds goed gaat en brengt op onderdelen accentverschillen aan.

Woningbouw Gildestraat Pagina 18 van 50

Een Omgevingsprogramma volgt uit een Omgevingsvisie waarin ambities geformuleerd zijn. Het Omgevingsprogramma is uitvoeringsgericht en bevat concrete maatregelen om doelen te realiseren, effecten te monitoren en waar nodig bij te sturen. In het programma zijn de volgende mobiliteitsdoelen geformuleerd: I.

II.

De gemeente Dijk en Waard heeft als doel een bereikbare, duurzame, veilige en leefbare gemeente te zijn. De gemeente zet hierbij meer dan voorheen in op lopen, fietsen en duurzame mobiliteit. Nadrukkelijk wordt niet gekozen voor een compleet nieuwe insteek: wat goed gaat wordt gecontinueerd. Op onderdelen worden wijzigingen aangebracht. De gemeente blijft zich de komende jaren inzetten op verbetering van de multimodale bereikbaarheid van de gemeente voor inwoners, werknemers en bezoekers. Een inrichting van de openbare ruimte die gericht is op veilig bewegen en verblijven vormt de kern van het mobiliteitsbeleid. Daarbij geldt dat voorzieningen bereikbaar moeten zijn en blijven. De focus ligt hierbij meer dan voorheen op lopen en fietsen. Tegelijkertijd zorgt de gemeente voor goede auto-ontsluitingen, waarmee wordt bijgedragen aan de aantrekkelijkheid van de gemeente voor inwoners, ondernemers en toeristen.

Voornoemde mobiliteitsdoelen zijn in het Omgevingsprogramma uitgewerkt tot de volgende maatregelen: Veilige en duurzame bereikbaarheid: het nemen van maatregelen zodat binnenwijkse en binnenstedelijke verplaatsingen vooral te voet, met de fiets of het openbaar vervoer kunnen worden gemaakt. Tevens wordt aandacht besteed aan de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en voorzieningen, logistiek verkeer en de bereikbaarheid van de regio. Veilige en gezonde woonomgeving: hierbij gaat het om de mate waarin alle mogelijke inwoners samen kunnen functioneren met verkeer. De openbare ruimte moet levensloopbestendig zijn. Een levensloopbestendige wijk is een wijk waarin bewoners zich goed kunnen verplaatsen, zonder onnodige hindernissen tegen te komen. Dit leidt tot maatregelen ten aanzien van het wandelnetwerk, het fietsnetwerk, de inrichting van de openbare ruimte, parkeren (en oplaadvoorzieningen), het collectief openbaar vervoer en de stadslogistiek (waaronder pakketbezorging). Levendig Stationsgebied en Stadshart: het Stadshart van Heerhugowaard heeft zich de afgelopen 15 jaar sterk ontwikkeld. Ook in het Stationsgebied gaat de komende jaren veel veranderen.

Het doel is om een nieuw stedelijk gebied te ontwikkelen, gevormd door het Stadshart en het Stationsgebied, dat gericht is op doelgroepen die zich qua wonen en werken richten op de nabijheid van openbaar vervoer en voorzieningen (minder auto-afhankelijk): compact, intensief, aantrekkelijk en met veel aandacht voor de kwaliteit van gebouwen en (groene) inrichting van de buitenruimte. Daarbij is vooral behoefte aan functies die gebruik maken van het openbaar vervoer, zoals stedelijk wonen, onderwijs, zorg en kennisintensieve bedrijvigheid. Maatregelen voor het Stationsgebied zijn uitgewerkt in het Masterplan Stationsgebied, zie paragraaf 3.5.2 Goede omstandigheden voor werk en ondernemen: in 2020 is een visie op retail- en werklocaties in Dijk en Waard opgesteld. De gemeente kent veel verschillende werkmilieus, waaronder hoogwaardige, functionele, lokaal gerichte en regionaal gerichte werklocaties. Goede doorstroming op het provinciaal wegennet is essentieel. Tevens wordt ingezet op scheiding van langzaam en snelverkeer. Het gemeentelijk fietsnetwerk wordt opgewaardeerd, in combinatie met doorfietsroutes, als alternatief voor het OV en autoverkeer.

Aansluiting op de regio en wijde omgeving: doorgaand autoverkeer wordt, in afstemming met de provincie, via het regionaal weggennet geleid, daarnaast wordt ingezet op de doorfietsroute Heerhugowaard-Alkmaar, ter aansluiting op het openbaar vervoer waarmee de fiets de mobiliteitsgroei voor een deel kan opvangen. Via de Regio Alkmaar wordt ingezet op versterking en versnelling van de treinverbindingen naar de MRA. Recreatieve kwaliteiten benutten: kwaliteiten zijn onder andere Het Duizend Eilandenrijk (Oosterdel), het lint met haar monumenten en karakteristieke gebouwen, het museum Broeker Veiling en de haven van Broek op Langedijk, Park- en Strand van Luna, Waarderbos, het museum Het Oude Gemaal in Heerhugowaard en recreatiegebied het Geestmerambacht in Koedijk. Het Stationsgebied wordt op termijn met aantrekkelijke fiets- en wandelroutes verknoopt met de Woningbouw Gildestraat Pagina 19 van 50

omgeving. Daarnaast ligt er in de bereikbaarheidsopgave van recreatiegebieden een relatie met het intern fietsnetwerk en de doorfietsroutes Betekenis voor het project Het voorliggende project maakt onderdeel uit van de transformatie van het Stationsgebied. In overleg met de gemeente is op basis van het programma een parkeerbalans opgesteld die past bij een ontwikkeling in de nabijheid van een OV-knooppunt en de mobiliteitsambities die daarbij horen. Verder is het plangebied vanwege de ligging nabij het NS-station (400 meter van het station) uitstekend te voet, per fiets en met het openbaar vervoer te bereiken. Er leiden ook diverse snelfietsroutes naar het gebied, namelijk de Zuidtangent en de Stationsweg. De gemeente Dijk en Waard werkt daarnaast in de regio samen om een regionale doorfietsroute, die ook langs het NS-station van Heerhugowaard voert, te realiseren. Met deze routes kunnen toekomstige bewoners en werknemers in de commerciële plint zich gemakkelijk per fiets door de regio verplaatsen. Daarnaast wordt het Stationsgebied met een gemengd programma herontwikkeld. Zo komen er naast woningen ook commerciële functies en voorzieningen. Deze zijn voor bewoners goed te voet te bereiken. Hiermee is het plan in lijn met het Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021.

3.6

Conclusie beleid

De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidsdoelstellingen van alle overheidsniveaus.

Woningbouw Gildestraat Pagina 20 van 50

Hoofdstuk 4

4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Diverse milieuaspecten vormen belangrijke input bij de ontwikkeling van het plangebied. In dat verband dient bij de afweging van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Algemeen Bij nieuwe ontwikkelingen dient voldoende afstand in acht genomen te worden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). Voor het bepalen van deze afstand wordt de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) gebruikt. Deze publicatie geeft voor vele bedrijfstypen, opslagen en installaties aan welke milieuaspecten (geur, stof, geluid en/of gevaar) een rol kunnen spelen en biedt een handreiking ten aanzien van welke gemiddelde afstanden tot woonbebouwing vanuit een goede ruimtelijke ordening 'passend' zijn. Beschouwing In voorliggend plan worden gevoelige functies gerealiseerd, namelijk woningen. In de nabije omgeving liggen diverse (milieubelastende) bedrijven. Hieronder volgt een analyse van de aan te houden richtafstanden. In tabel 4-1 is een overzicht opgenomen van verschillende functies die in de nabije omgeving van het plan aanwezig zijn en de zoneringscategorie waartoe zij behoren. Deze functies vertegenwoordigen tevens de maximaal planologische functies. Het gebied rondom de planlocatie betreft een gemengd gebied. Bij een gemengd gebied mag er volgens de VNG-publicatie één afstandsstap worden gecorrigeerd ten opzichte van de (basis) richtafstanden (die gelden voor functies ten opzichte van een rustige woonwijk). Deze kleinere afstanden zijn reeds opgenomen in tabel 4-1.

Tabel 4-1: Overzicht van milieubelastende functies nabij het plangebied Nummer Omschrijving

Categorie Richtafstand Werkelijke afstand gemengd in meters gebied in meters

1

Oogcentrum

1

0

35

2

Reclamestudio

1

0

5

3

Advies- en revalidatie kantoor

1

0

40

4

Event center en restaurant

2

10

33

5

Hypotheek kantoor

1

0

130

6

Bedrijventerrein Beveland t/m categorie 2 2

10

40

7

Bedrijventerrein Beveland t/m categorie 3 3

30

100

Zie hieronder de ligging van deze functies. De nummers uit de tabel komen overeen met de nummers op de kaart. Woningbouw Gildestraat Pagina 21 van 50

Figuur 4-1: Ligging van milieubelastende functies nabij het plangebied (rood omlijnd). Er wordt aan alle richtafstanden voldaan. Bedrijven en functies in de omgeving staan ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Tevens leidt de voorgenomen ontwikkeling niet tot beperkingen voor omliggende bedrijven. Conclusie Het plan is in het kader van bedrijven en milieuzonering uitvoerbaar.

4.3

Besluit milieueffectrapportage

Relevant kader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) is. De activiteiten zijn onderverdeeld in: activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijlage bij Besluit m.e.r.); activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r.). Voor het merendeel van de activiteiten van de onderdelen C en D gelden drempelwaarden. Wanneer het bestemmingsplan (of omgevingsvergunning) een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer een omgevingsvergunning een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van die bijlage geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Als door de activiteit de drempelwaarde wordt overschreden is het verplicht een m.e.r.-beoordeling te maken. Wanneer de drempelwaarde niet wordt overschreden door de activiteit is het verplicht een m.e.r.-beoordeling te maken, maar is deze vormvrij.

In beide gevallen gelden de volgende verplichtingen: de initiatiefnemer moet een aanmeldnotitie opstellen (deze verplichting geldt niet wanneer de gemeente initiatiefnemer is); Woningbouw Gildestraat Pagina 22 van 50

het bevoegd gezag moet een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen; dit besluit moet zijn genomen voordat het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd; de initiatiefnemer moet het m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen. Beschouwing Met de ontwikkeling van de woningen aan de Gildestraat wordt een activiteit mogelijk gemaakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het besluit m.e.r., te weten: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, categorie D11.1. De omvang van de voorgenomen ontwikkeling is kleiner dan de drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling (2.000 woningen of 100 ha). Daarom voldoet een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling die is bijgevoegd in Bijlage 1, blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van onderhavig plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de relevante milieuaspecten geldt dat er geen nadelige effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving.

Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebleken dat kan worden uitgesloten dat het realiseren van dit plan belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en daarom is het opstellen van een planMER niet noodzakelijk

4.4

Verkeer en parkeren

Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Beschouwing Om inzicht te geven in de verkeerssituatie en de parkeervraag als gevolg van de ontwikkeling is er een onderzoek uitgevoerd, deze is toegevoegd in Bijlage 3. Op het kavel ten zuidwesten van het plangebied ('De Scheg') worden in totaal 345 woningen gerealiseerd. Het plangebied aan de Gildestraat deelt dezelfde ontsluitingen op het hoofdwegennet als de woningbouwontwikkeling op De Scheg. Conclusies uit een eerder uitgevoerd onderzoek door bureau Goudappel naar de verkeerskundige effecten van deze woningbouwontwikkeling op De Scheg dienen als basis voor het onderzoek. Dit basisonderzoek is in Bijlage 2 toegevoegd. 4.4.1

Verkeer

Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie van de planontwikkeling is berekend aan de hand van CROW-publicatie 381. In tabel 4-2 is af te lezen dat deze is berekend op minimaal 214 en maximaal 309 motorvoertuigen per (werkdag) etmaal. In het drukste uur betekent dit 21 tot 31 motorvoertuigen.

Tabel 4-2: Verkeersgeneratie planontwikkeling Gildestraat Doorsteek

Woningbouw Gildestraat Pagina 23 van 50

In de toekomstige situatie komt er mogelijk een doorsteek tussen de Abe Bonnemaweg en de Gildestraat. Beide varianten zijn beoordeeld. Situatie zonder doorsteek In de situatie zonder doorsteek wordt het volledige plangebied ontsloten middels de kruising Gildestraat – Zuidtangent. In het drukste uur (10% van de etmaalintensiteit) komen er op deze kruising derhalve zo'n 30 motorvoertuigen bij. Situatie met doorsteek Het plangebied wordt, in de 'situatie met doorsteek' , op het hoofdwegennet ontsloten aan zowel de noordoost- als de zuidwestzijde. Aan de zuidwestzijde gebeurt dit middels een nieuw te realiseren doorsteek tussen De Scheg en de Abe Bonnemaweg. Zie hiervoor ook figuur 4-2.

Figuur 4-2: Schematische weergave van de nieuwe doorsteek tussen de Scheg en de Abe Bonnemaweg. De situatie is op beide kruispunten doorgerekend aan de hand van het woningbouwprogramma dat op de Scheg wordt gerealiseerd. Dit betekent dat de woningbouwontwikkeling aan de Gildestraat hierin nog niet is meegenomen. Om een aanname te kunnen doen over hoe het verkeer vanuit het plangebied aan de Gildestraat zich verdeelt over de twee kruispunten uit afbeelding 4-2, is gekeken naar de verdeling van verkeer afkomstig vanuit de in de rapportage van Goudappel doorgerekende 345 woningen. Bij bovenstaande moet wel in ogenschouw worden genomen dat het een verdeling bij benadering betreft; met de informatie die uit het model voorhanden is kan niet met zekerheid worden gezegd hoe verkeer vanuit het plangebied Gildestraat zich in de toekomst daadwerkelijk spreidt. De aanname is echter wel gestoeld op de modelberekeningen uit de rapportage van Goudappel. De verkeersgeneratie van de 345 woningen in De Scheg is door Sweco berekend op maximaal 1.750 motorvoertuigen per etmaal. In de rapportage van Goudappel is verder te lezen dat de nieuwe doorsteek in het zuidwesten door 'ongeveer 600 motorvoertuigen per etmaal gebruikt zal

Woningbouw Gildestraat Pagina 24 van 50

worden'. Dit betekent dat zo'n (600 / 1.750) 35% van het verkeer via de Abe Bonnemaweg en het zuidwestelijke kruispunt zal ontsluiten. 65% van alle verkeer ontsluit daarmee via de Gildestraat en de noordoostelijke aansluiting nabij de Zuidtangent. Westtangent – Abe Bonnemaweg Voor het kruispunt aan de Abe Bonnemaweg betekent bovenstaande berekening dat op etmaalniveau zo'n 106 motorvoertuigen (35%) extra afgewikkeld moet worden ten behoeve van verkeer vanuit het plangebied aan de Gildestraat. Wanneer als uitgangspunt wordt genomen dat 10% van de etmaalintensiteit in het drukste uur rijdt, komt dit neer op zo'n 11 motorvoertuigen. Zuidtangent – Gildestraat Voor het kruispunt aan de zijde van de Zuidtangent betekent een verkeersgeneratie van 65% van de etmaalintensiteit in absolute aantallen een extra belasting van circa 200 mvt/etmaal. Dit komt neer op een extra belasting van zo'n 20 motorvoertuigen in het drukste uur. Effectbepaling op de kruispunten Kruising Westtangent - Abe Bonnemaweg Er is onderzocht wat het effect van de woningbouwontwikkeling op de Scheg en in Westpoort betekent voor de doorstroming op kruising Westangent - Abe Bonnemaweg wanneer de Scheg middels een nieuw te realiseren weg wordt aangetakt op de Abe Bonnemaweg. De avondspits is de drukste spits en is voor de in de rapportage uitgevoerde berekeningen dus maatgevend.

Geconcludeerd wordt dat de cyclustijd van het kruispunt beperkt blijft tot enkele seconden extra wachttijd ten gevolge van de planontwikkeling in De Scheg en Westpoort. In de berekening zijn de woningaantallen van het plangebied aan de Gildestraat nog niet meegenomen. Zoals hierboven berekend, bedraagt de geschatte extra verkeersbelasting ten behoeve van de woningbouwontwikkeling aan de Gildestraat zo'n 100 motorvoertuigen per etmaal. Deze toename is niet significant wanneer deze naast de intensiteiten uit de rapportage van Goudappel worden gehouden. Ook de totale intensiteiten geven geen reden tot een andere conclusie dan in het rapport van Goudappel worden getrokken. De berekende cyclustijd komt volgens de rapportage op 96 seconden (matig) wanneer uit wordt gegaan van een situatie zonder voetgangers. Wanneer uit wordt gegaan van een situatie met voetgangers bedraagt deze cyclustijd 130 seconden (slecht). Zie hiervoor ook het 'beoordelingskader cyclustijd' zoals weergegeven in tabel 3. In de rapportage wordt de aanwezigheid van voetgangers echter weerlegd: door de afstand tot voorzieningen (1.300 – 2.000 meter) wordt geacht dat andere vervoerswijzen de voorkeur genieten en er bij lang niet elke cyclus voetgangers aanwezig zijn.

Tabel 4-3 Beoordelingskader Cyclustijd

In tabel 4-4 is de wachttijd per ochtend- en avondspits weergegeven in een situatie zowel met als zonder voetgangers. Zonder aanwezigheid van voetgangers kwalificeert het kruispunt in de ochtendspits als goed. In de avondspits is deze score matig. De wachttijd met aanwezigheid van voetgangers neemt in de ochtendspits toe met 22 seconden en kwalificeert dan als matig. In de avondspits neemt deze toe met 34 seconden en krijgt de kwalificatie slecht. Tabel 4-4: Wachttijd kruising Westtangent - Abe Bonnemaweg (bron: rapportage Goudappel)

Woningbouw Gildestraat Pagina 25 van 50

Kruising Zuidtangent - Gildestraat De verkeerssituatie op de kruising Zuidtangent – Gildestraat verandert toekomstig als gevolg van de realisatie van de onderdoorgang van de Zuidtangent bij het spoor, zoals op hoofdlijnen weergegeven op afbeelding 4-3. Het middenvak van de kruising wordt in de toekomst afgesloten, zoals in de afbeelding weergegeven middels een rode lijn. Het is nog steeds mogelijk vanuit de Gildestraat de Zuidtangent te bereiken in zuidelijke richting. In noordelijke richting dient men toekomstig gebruik te maken van een “by-pass”. Hierbij rijden de voertuigen over de Zuidtangent vanuit de Gildestraat naar de Handelsstraat en de Industriestraat. Vanuit de Industriestraat is invoegen op de Zuidtangent in Noordelijke richting mogelijk. Vanuit de Industriestraat is de Zuidtangent in zuidelijke richting bereikbaar door de “by-pass” in tegenovergestelde richting te nemen. Dit geldt ook voor route vanuit de Gildestraat direct naar de Industriestraat, en andersom.

Figuur 4-3: kruising Zuidtangent - Gildestraat (-industriestraat) Situatie zonder doorsteek In de berekeningen is in eerste instantie gekeken naar de situatie zonder doorsteek. Door het toevoegen van de 107 woningen in het plangebied aan de Gildestraat stijgt de belasting van deze kruising in de nieuwe situatie met ongeveer 309 motorvoertuigen per werkdagetmaal. In het drukste uur betekent dit een extra verkeersbelasting van maximaal 31 motorvoertuigen. Woningbouw Gildestraat Pagina 26 van 50

In de situatie zonder toevoegen van de 107 woningen blijft de wachttijd in alle gevallen ver binnen de acceptabele marges – er is sprake van een goede verkeersafwikkeling. Een extra verkeersbelasting van 31 motorvoertuigen in een drukste uur is marginaal en zal niet bijdragen aan onacceptabele wachttijden. Situatie met doorsteek In de situatie met een nieuwe doorsteek langs het spoor gerealiseerd zoals in de afbeelding middels een oranje stippellijn schematisch weergegeven verbetert de situatie. De voorrang op de kruising Zuidtangent – Gildestraat is in de huidige situatie niet middels een verkeersregelinstallatie geregeld. In de toekomstige situatie blijft dit onveranderd. Door het toevoegen van de 107 woningen in het plangebied aan de Gildestraat stijgt de belasting van deze kruising in de nieuwe situatie met zo'n 200 motorvoertuigen per etmaal. Door Goudappel is berekend dat er in de nieuwe situatie met doorsteek in het drukste uur van zowel de ochtend- als avondspits al zo'n 620 motorvoertuigen afslaan of invoegen richting de Gildestraat of de Industriestraat. Een stijging van zo’n 20 motorvoertuigen in het drukste uur op deze kruising is niet significant te noemen. Conclusie verkeer De berekende toename van verkeer op beide kruispunten is in beide gevallen niet significant.

Hoewel de verdeling van verkeer afkomstig vanuit het plangebied is gestoeld op een modelberekening en dit altijd een 'benadering' van de realiteit blijft, leidt deze toename in verkeer met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet tot een wachttijd langer dan 120 seconden op kruispunt Abe Bonnemaweg – Westtangent. Met een toename van zo'n 20 motorvoertuigen in het drukste uur op de kruising Zuidtangent – Gildestraat is ook hier de geschatte toename in wachttijd marginaal. Er wordt geen substantiële bijdrage aan doorstromingsproblematiek voorzien op beide kruispunten ten gevolge van de planontwikkeling. 4.4.2

Parkeren

Autoparkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen van de planontwikkeling is berekend middels een parkeerbalans. Deze balans is in versimpelde vorm weergegeven in tabel 4-5. In de onderzoeksrapportage is een uitgebreidere parkeerbalans opgenomen.

Tabel 4-5: Parkeerbalans In de tabel is af te lezen dat de parkeerbehoefte op de werkdagavond met een parkeervraag van 85 parkeerplaatsen, het hoogste is. Reductie fietsparkeren Initiatiefnemer en de gemeente Dijk en Waard hebben gezamenlijk ook gekeken naar een reductie van het aantal benodigde parkeerplekken. Dit kan worden verwezenlijkt door het realiseren van voldoende fietsparkeerplekken in het plan. Hierdoor kan een reductie van 0,1 parkeerplek per woning worden verwezenlijkt. De parkeernorm van bezoekers blijft hierbij gelijk (0,3). Uit de berekening volgt dat het aantal autoparkeerplekken kan worden gereduceerd met 9. Er zijn in dit geval 77 autoparkeerplekken nodig in het plan.

Woningbouw Gildestraat Pagina 27 van 50

De gemeente Dijk en Waard stelt een aantal voorwaarden voor bovengenoemde reductie. Dit betreft in het algemeen: Er dient te worden voorzien in een voldoende parkeerregulering in en rondom het plangebied. De fietsparkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd in een centrale afgesloten ruimte op eigen terrein. Deze parkeerplaatsen zijn bedoeld voor langparkeerders. De collectieve fietsvoorziening is eenvoudig en comfortabel bereikbaar vanaf de openbare weg. In de collectieve fietsvoorziening wordt rekening gehouden met stallingsruimte voor bijzondere fietsen, scooters, oplaadpunten voor elektrische fietsen, etc. Het minimaal benodigde aantal extra fietsparkeerplaatsen wordt berekend door het aantal woningen te vermenigvuldigen met 0,5. De verhouding geeft vijf extra fietsparkeerplaatsen in plaats van één autoparkeerplaats. Bovenstaande uitgangspunten worden meegenomen bij de uitwerking van het gebouw. Fietsparkeren De Nota Parkeernormen van de gemeente Dijk en Waard geeft ook kengetallen voor aantallen fietsparkeerplaatsen. Er wordt gebruikgemaakt van een reductie voor autoparkeerplekken door het realiseren van extra fietsparkeerplekken. In de rapportage dat is bijgevoegd als Bijlage 3 is berekend dat in totaal 398 fietsparkeerplekken benodigd zijn. In het plan zijn momenteel 308 fietsparkeerplekken inpandig opgenomen.

Er is nog geen specifieke ruimte opgenomen voor de 107 benodigde fietsparkeerplekken in de openbare ruimte. Er wordt vanuit gegaan dat dit te realiseren is binnen de plangrenzen maar ook in combinatie met locaties buiten deze grenzen, bijvoorbeeld rondom de Gildestraat. In een vervolgfase dient dit verder te worden uitgewerkt, waarbij in overleg met de gemeente Dijk en Waard verder invulling wordt gegeven aan de hoeveelheid fietsparkeerplekken in de openbare ruimte en de locatie hiervan (bijvoorbeeld rondom de entrees). Conclusie parkeren Middels een parkeerbalans is de parkeerbehoefte van het plangebied bepaald. Het maatgevende moment ligt op de werkdagavond met een parkeervraag van 85 parkeerplaatsen. Dit aantal wordt gereduceerd naar 77 plekken als gevolg van het realiseren van een centrale fietsvoorziening in het plan. In het ontwerp van de nieuwbouwontwikkeling zijn 78 parkeerplaatsen opgenomen. Dit betekent dat er een positieve parkeerbalans ontstaat. Bij uitwerking van wordt er daarnaast voor gezorgd dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Er is hiervoor een algemene regel opgenomen in artikel 7.2 van de regels. Deze regel borgt dat de woningen in het plan alleen gebruikt mogen worden als er in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.

Voor wat betreft fietsparkeren is het ook mogelijk om voldoende parkeerplekken te realiseren in het gebouw en in de buitenruimte. 4.4.3

Conclusie verkeer en parkeren

In het kader van verkeer en parkeren is het plan uitvoerbaar.

4.5

Geluid

Wettelijk kader Eén van de grondslagen voor de ruimtelijke afweging is de Wet geluidhinder (Wgh). De Wet geluidhinder bevat geluidnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. Op grond van de Wet geluidhinder gelden zones rond geluidbronnen met een grote geluiduitstraling, zoals (spoor)wegen en industrieterreinen. De belangrijkste bestaande geluidzones bevinden zich langs bestaande wegen en spoorwegen en rond grote bestaande industrieterreinen. De voorliggende projectlocatie is gelegen binnen de geluidszone van de N242 en de Zuidtangent. Het is tevens gelegen binnen de geluidszone van het nabijgelegen spoor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=baf12d7b-9e22-40e6-a01d-63b6fd81ba9c