CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

Gemeenteraad 10 oktober 2023, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Harmonisatie Klimaatadaptatiestrategie uitvoeringsagenda regio Alkmaar12.957 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Duurzaamheid en Leefomgeving

Beleidsplan Klimaatadaptatie Dijk en Waard

Foto: watertuinen vangen hemelwater op in het stadshart van Heerhugowaard

16-08-2023

De weg naar een klimaatbestendig Dijk en Waard in 2050

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

Positionering beleid Programma 7 – Volksgezondheid en milieu Domein Ruimte Beleidsterrein Duurzaamheid en Leefomgeving

Product en dienst Klimaatadaptatie

Economie en Ondernemen

Mobiliteit

Onderwijshuisvesting Ruimtelijke Ordening

Wonen

Stedenbouw en Landschap

2

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................. 4 Samenvatting ............................................................................................................ 5 1

Aanleiding ........................................................................................................... 6 1.1

Het klimaat verandert ............................................................................................ 6

1.2

Klimaatschade ....................................................................................................... 6

1.3

Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) .............................................................. 7

1.4

Werkregio ‘Samenwerking klimaatadaptatie Noorderkwartier’ .......................... 8

1.5

Leeswijzer .............................................................................................................. 9

2

Analyse (Weten) ................................................................................................ 11

3

Visie (Willen) ..................................................................................................... 12

4

Beleid (Werken) ................................................................................................ 15

5

4.1

Beleidsuitgangspunten meegegeven door het Rijk ...........................................15

4.2

Beleidsuitgangspunten Dijk en Waard................................................................17

4.3

Beleidskaders .......................................................................................................20

4.4

Maatlat klimaatbestendige bouw .........................................................................23

Uitvoeringsparagraaf 2024-2030 (Werken) ..................................................... 28 5.1

Inspanningen ........................................................................................................28

5.2

Kosten klimaatbestendige bouw .........................................................................30

5.3

Monitoring en evaluatie .......................................................................................31

6

Huidig beleid .................................................................................................... 33

7

Bijlage: toelichting maatlat klimaatbestendige bouw ................................... 35 7.1

Vitale en kwetsbare functies................................................................................35

7.2

Wateroverlast........................................................................................................36

7.3

Droogte .................................................................................................................40

7.4

Bodemdaling ........................................................................................................42

7.5

Hitte .......................................................................................................................43

7.6

Overstroming........................................................................................................47

7.7

Natuurinclusiviteit en biodiversiteit ....................................................................49

3

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

Voorwoord Klimaatverandering, u zult het vast herkennen. We krijgen steeds meer te maken met weersextremen. Wanneer het regent kan er in korte tijd veel regen vallen, waardoor water op straat blijft staan. Tegelijkertijd worden periodes van droogte langer, waardoor schade aan openbaar groen, tuinen en houten paalfunderingen kunnen ontstaan en drinkwatertekorten dreigen. Zomers worden steeds heter, waardoor het binnenshuis en in versteende buurten steeds moeilijker uit te houden is. Deze gevolgen van klimaatverandering zullen steeds duidelijker worden. Hoe kunnen we daar mee omgaan en kunnen we onze leefomgeving er op aanpassen? Dat kan. Met enthousiasme presenteren wij u hierbij het beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard, waarin we voor Dijk en Waard vooruitblikken op en stappen zetten naar een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving in 2050. Dat is namelijk de termijn die is meegegeven door het Rijk. Dit beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard betreft een harmonisatie en actualisatie van het beleidsprogramma klimaatadaptatie 2021-2026, dat in 2021 door de toenmalige gemeenten Heerhugowaard en Langedijk is vastgesteld. Het beleid bevat handvatten om nu al waterrobuust en klimaatbestendig te handelen. Dit kan door de stad in te richten als spons: water op te slaan als er veel regen valt en te gebruiken in periodes van droogte.

Door bomen te planten welke meer schaduw en verkoeling bieden. Dit doen we zelf op natuurlijke vervangingsmomenten, bijvoorbeeld bij de herinrichting van bestaande wijken of wanneer de straat open gaat voor het vervangen van de riolering. Tegelijkertijd zijn we ons bewust dat we niet altijd zelf aan de lat staan. We zetten ons in om ook inwoners, ondernemers en organisaties klimaatbestendig te laten handelen. In de komende periode kunnen we daarbij veel leren. Wat hebben we nodig om klimaatbestendig te handelen? Welke maatregelen werken goed en hoe worden ze ervaren? Een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving is een aantrekkelijke, veilige en bovenal gezonde leefomgeving voor iedereen. Wij wensen u veel leesplezier.

Namens gemeente Dijk en Waard,

Annette Groot, wethouder klimaatadaptatie.

4

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

Samenvatting Het klimaat in Nederland is aan het veranderen en dat brengt uitdagingen met zich mee. Dit is ook merkbaar in Dijk en Waard. Zomers worden heter, waardoor met name in bebouwd (versteend) gebied een hitte-eiland effect kan ontstaan. Dit is vooral schadelijk voor ouderen en kwetsbaren. Wanneer het regent, kan er in korte tijd veel regen vallen. Het riolerings- en watersysteem kan hierdoor overbelast raken waardoor wateroverlast ontstaat. Langere periodes van droogte kunnen daarnaast zorgen voor schade aan groen, bodemdaling en drinkwatertekorten. Het is daarom belangrijk dat de gemeente, maar ook onze inwoners, bedrijven en projectontwikkelaars hiermee aan de slag gaan en de gemeente hier op inrichten. Door bijvoorbeeld minder oppervlakte te verharden, voldoende water te bergen en meer schaduw te bieden, kan de schade en overlast die door klimaatverandering wordt veroorzaakt aanzienlijk worden beperkt. Onze ambitie is: een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard in 2050. Bij deze ambitie horen de volgende doelen: ✓ ✓ ✓ ✓

Het beperken van de overlast die wordt veroorzaakt door hevige neerslag. Het bieden van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving tijdens hitte. Het voorkomen van schade door langdurige droogte. Het waar mogelijk beperken van de schade die wordt veroorzaakt bij een eventuele overstroming.

Om zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie stappen te zetten zijn de volgende speerpunten bepaald; onze strategie om de ambitie waar te maken: ✓ Binnen de gemeentelijke organisatie zijn we ons allemaal bewust van het thema, handelen klimaatbestendig in de hele keten en benutten waar mogelijk meekoppelkansen in de openbare ruimte. ✓ De gemeente borgt haar doelstellingen in beleid, regelgeving en plantoetsing voor zowel de openbare als private ruimte. ✓ Inwoners, ondernemers en organisaties zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering, hebben toegang tot middelen om klimaatadaptief te handelen en ondernemen actie in de private ruimte. Dijk en Waard maakt werk-met-werk. Nieuwbouwontwikkelingen worden waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Bestaande wijken worden bij groot-onderhoud zo veel mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig heringericht. Dijk en Waard hanteert hiervoor doelen, normen en richtlijnen die zijn vastgelegd in de maatlat klimaatbestendige bouw. Middels inspanningen werkt de gemeentelijke organisatie aan de implementatie van het beleid. Per speerpunt zijn inspanningen opgenomen die bijdragen aan de doelen en de ambitie: een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard in 2050.

5

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

1 Aanleiding 1.1 Het klimaat verandert De aarde warmt op en deze ontwikkeling verandert sneller dan gedacht1. Het klimaat in Nederland is aan het veranderen en dat brengt uitdagingen met zich mee doordat het weer extremer wordt. De zomers worden heter, waardoor met name in bebouwd (versteend) gebied een hitte-eiland effect kan ontstaan. Vooral ouderen en kwetsbaren in onze gemeenten kunnen te maken krijgen met hittestress. Doordat de lucht in een warmer klimaat meer vocht kan bevatten, ontstaan ook extremere buien, met name in de zomer. Het riolerings- en watersysteem kan hierdoor overbelast raken, waardoor water op straat kan blijven staan en mogelijk gebouwen kan binnentreden. Echter, door de hogere temperaturen en door meer zonnestraling stijgt ook de verdamping. De kans op langere periodes van droogte in het voorjaar en in de zomer wordt daardoor groter. Dit kan leiden tot schade aan groen, houten paalfunderingen, hogere risico’s op natuurbranden, versnelde bodemdaling, drinkwatertekorten en sproeiverboden voor de landbouw. Samengevat kunnen de volgende effecten van klimaatverandering verwacht worden:

1.2 Klimaatschade De effecten van klimaatverandering zijn veelomvattend en kunnen bij ongewijzigd beleid grote risico’s en kosten met zich meebrengen. De Klimaatschadeschatter2 geeft per Nederlandse gemeente een indicatie van de kosten als gevolg van schade die klimaatverandering de komende decennia kan veroorzaken. In Tabel 1 ziet u de resultaten van de Klimaatschadeschatter voor Dijk en Waard tot en met 2050.

1 KNMI - Klimaatsignaal’21

De Klimaatschadeschatter (www.klimaatschadeschatter.nl) is voortgekomen uit de onderzoekslijn Klimaatbestendige Stad van het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK) en is ontwikkeld door Deltares, Wageningen Environmental research, HKV, TNO, Hogeschool van Amsterdam, Tauw, RIVM , Arcadis, Sweco, KCAF, Aveco de Bondt en stichting CAS. Voor dit rapport is de versie van december 2020 gebruikt. 2

6

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

Dijk en Waard Effect Wateroverlast Hitte Droogte

Schatting schade € 91 tot 144 miljoen € 26 tot 28 miljoen € 73 tot 398 miljoen

Tabel 1: Geschatte schade als gevolg van klimaatverandering in Dijk en Waard in de periode 2018- 2050

De bandbreedte in schadekosten in bovenstaande tabel ontstaat doordat de Klimaatschadeschatter gebruik maakt van de volgende scenario’s: -

de schadekosten als het huidige klimaat tot 2050 hetzelfde zou blijven. de schadekosten als het klimaat sterk verandert: het zogenaamde WH-scenario van KNMI’14.

In alle gevallen tonen de scenario’s flinke kosten als gevolg van klimaatverandering3. Gelukkig is het mogelijk om de leefomgeving en ons gedrag aan te passen aan klimaatverandering. Dit heet klimaatadaptatie. Door nu actie te ondernemen kan de schade en de overlast voor inwoners, bedrijven en organisaties beperkt worden.

1.3 Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) De ambitie vanuit het Rijk is helder: Nederland is in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Om daar te komen weet elke gemeente waar de kwetsbaarheden liggen (weten), vertaalt elke gemeente de resultaten naar een adaptatiestrategie met concrete doelen (willen) en borgt elke gemeente de beleidsmatige en juridische doorwerking van deze ambitie (werken). Deze cyclus van weten-willen-werken wordt elke zes jaar herhaald, of eerder als daar aanleiding voor is. Gemeenten staan aan de lat om klimaatadaptatieve maatregelen te stimuleren, faciliteren, reguleren en borgen. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is een gezamenlijk nationaal plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk met concrete acties en doelen voor de

3

De resultaten van de Klimaatschadeschatter hebben een aantal onzekerheden. Het zijn schattingen die gemaakt zijn op basis van landelijk beschikbare gegevens, waaronder de Klimaateffectatlas. Daarnaast is niet zeker hoe het klimaat precies gaat veranderen. De resultaten in de Klimaatschadeschatter zijn daarom gebaseerd op de KNMI’14 scenario’s. De berekeningen houden onder andere rekening met de schade aan panden door extreme regenval, arbeidsproductiviteitsverlies, toegenomen sterfte en ziekenhuisopnames door extreme hitte en schade aan landbouw gewassen, gemeentelijk groen en infrastructuur door droogte. Resultaten van de Klimaatschadeschatter blijven een onderbouwde schatting. Berekeningen houden geen rekening met waardeveranderingen van kosten en baten in de toekomst, demografische ontwikkelingen en toekomstige veranderingen in landgebruik. De schadekosten van mogelijke overstromingen zijn niet verwerkt op gemeenteniveau omdat dit sterk per wijk kan verschillen. Voor de thema’s hitte, droogte en wateroverlast zijn niet alle effecten van potentiële veranderingen doorgerekend. Zo zijn er bijvoorbeeld geen schades berekend voor een verandering in de waterkwaliteit door opwarming van het oppervlaktewater. Een compleet overzicht van de uitgangspunten staat op www.klimaatschadeschatter.nl.

7

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

verantwoordelijke overheden. Het DPRA versnelt en intensiveert de totstandkoming van een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting door te werken aan zeven ambities:

Figuur 1: De 7 ambities (bron: DPRA).

1.4 Werkregio ‘Samenwerking klimaatadaptatie Noorderkwartier’ Conform het DPRA is een landsdekkende samenwerkingsstructuur voor ruimtelijke adaptatie opgezet. Samenwerken op lokaal en regionaal schaalniveau is nodig bij het concreet uitwerken van de zeven ambities van het Deltaplan. Dijk en Waard valt in de sub-regio Alkmaar4, onderdeel van de werkregio ‘Samenwerking klimaatadaptatie Noorderkwartier’5. Waar het kan werkt Dijk en Waard in de regio samen. Zo zijn in samenwerking met de regio kwetsbaarheden voor weersextremen via een stresstest inzichtelijk gemaakt. Ook zijn gezamenlijk risicodialogen gevoerd. Dit heeft geleid tot de Klimaatadaptatiestrategie en Uitvoeringsagenda Regio Alkmaar.

4 Bestaande uit de gemeenten Alkmaar, Bergen (NH.), Castricum, Dijk en Waard, Heiloo, en Uitgeest en Hoogheemraadschap Hollands

Noorderkwartier en drinkwaterbedrijf en natuurbeheerder PWN. 5 Bestaande uit de gemeenten Alkmaar, Beemster, Bergen (NH.), Beverwijk, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Drechterland, EdamVolendam, Enkhuizen, Heemskerk, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Landsmeer, Medemblik, Oostzaan, Opmeer, Purmerend, Schagen, Stede Broec, Texel, Uitgeest, Waterland, Wormerland, Zaanstad en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en drinkwaterbedrijf en natuurbeheerder PWN.

8

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

De Klimaatadaptatiestrategie en Uitvoeringsagenda Regio Alkmaar is vertaald en verder uitgewerkt in dit gemeentelijke beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard. Dit is noodzakelijk omdat de aanpak en financiering van klimaatadaptatiemaatregelen tussen de regiogemeenten kan verschillen. Daarnaast biedt het regionaal beleid ruimte voor nadere invulling door gemeenten. Dit uit zich bijvoorbeeld in de eisen voor klimaatbestendige bouw of de wijze waarop het klimaatadaptatiebeleid wordt ingebed in de gemeentelijke organisatie.

1.5 Leeswijzer De stappen weten-willen-werken uit het DPRA vormen de basis voor de opbouw van dit beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard. Hoofdstuk 2 Analyse (Weten) beschrijft hoe de klimaatkwetsbaarheden in Dijk en Waard in beeld zijn en worden gebracht. Hoofdstuk 3 Visie (Willen) beschrijft de ambitie van Dijk en Waard, de doelen die daaruit voortkomen en de strategie (speerpunten) om de ambitie te halen. Hoofdstuk 4 Beleid (Werken) geeft de uitgangspunten en kaders mee op welke wijze Dijk en Waard tot een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting komt. Het geeft de strategie weer om werk-met-werk te maken door toepassing van de maatlat klimaatbestendige bouw bij locatie- en gebiedsontwikkeling en bij de herinrichting van bestaande wijken. Hoofdstuk 5 Uitvoeringsparagraaf 2024-2030 (Werken) richt zich op de implementatie van het beleid. Aan de hand van de speerpunten geeft het globaal weer welke inspanningen Dijk en Waard neemt om de gemeentelijke organisatie en inwoners, ondernemers en organisaties klimaatadaptief te laten handelen. Hoofdstuk 6 Huidig beleid geeft kort weer welk beleidsdocument vervalt bij vaststelling van dit Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard. Als laatste volgt de bijlage: toelichting maatlat klimaatbestendige bouw.

9

Groene gevels dragen bij aan de biodiversiteit en houden minder warmte vast dan harde stenige materialen. Gemeentehuis Dijk en Waard

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

2 Analyse (Weten) Hoe raken extreme neerslag, hitte, droogte en eventuele overstromingen Dijk en Waard? Volgens de DPRA zijn in 2019 de klimaatkwetsbaarheden in beeld gebracht met een klimaatstresstest die: -

gebiedsdekkend is, zowel in stedelijk als landelijk gebied. is gericht op de kwetsbaarheid voor wateroverlast (zowel hoosbuien als langdurige regen), hittestress, droogte en overstromingen. specifieke aandacht heeft voor vitale en kwetsbare functies. aandacht heeft voor andere ontwikkelingen die de kwetsbaarheid vergroten (zoals bodemdaling en veranderende grondwaterstanden).

In 2020 zijn in samenwerking met de regio Alkmaar risicodialogen gevoerd met ambtelijke kennisdragers en gebiedsgerichte partners. In deze dialogen zijn de geïdentificeerde risico’s van klimaatverandering geclassificeerd in onaanvaardbaar, onwenselijk en acceptabel. De resultaten zijn te vinden in bijlage C van de Klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda Regio Alkmaar.

Analyse klimaatkwetsbaarheden voor projecten Bovengenoemde klimaatstresstest is een basisinventarisatie. Dit betekent dat gebruik is gemaakt van landelijke en regionale gegevens die zijn ontsloten via de klimaateffectatlas en de klimaatatlas van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Deze landelijke en regionale gegevens worden regelmatig aangevuld en vernieuwd en kunnen daardoor betrouwbaarder zijn dan de laatst uitgevoerde klimaatstresstest van Dijk en Waard. Toch is voorzichtigheid geboden. De weergave van klimaatgegevens op kaarten kan de indruk wekken van grote geografische nauwkeurigheid, maar ze zijn meestal niet geschikt voor detailstudies op lokaal schaalniveau (wijk, straat). Het geeft vooral een eerste indicatie van de klimaateffecten en de kwetsbaarheden in een gebied, maar in veel gevallen zal het nodig zijn verdiepende (model)onderzoeken en -berekeningen uit te voeren om beslissingen te nemen over maatregelen.

11

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

3 Visie (Willen) Onze ambitie: een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard in 2050. Want een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard draagt bij aan een veilige en gezonde leefomgeving. Een veilige en gezonde leefomgeving vertaalt Dijk en Waard naar de volgende doelen op het gebied van klimaatadaptatie: ✓ ✓ ✓ ✓

Het beperken van de overlast die wordt veroorzaakt door hevige neerslag. Het bieden van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving tijdens hitte. Het voorkomen van schade door langdurige droogte. Het waar mogelijk beperken van de schade die wordt veroorzaakt bij een eventuele overstroming.

Deze doelen zijn op hoofdlijnen geformuleerd. Door adaptieve beleidsvorming kan de invulling hiervan richting 2050 veranderen. De ambitie strekt tot 2050. Dat is nodig om de benodigde maatregelen te kunnen nemen die aan de hoofddoelen bijdragen. Bovendien biedt dit de kans om maatregelen zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te nemen, zoals bij herinrichting van bestaande wijken, gebiedsontwikkeling en andere opgaven zoals rioolvervanging en de aanleg van warmtenetten. Zo worden onnodige kosten voorkomen. Om de ambitie te verwezenlijken gaat de gemeente de komende jaren enthousiast aan de slag. Maar om goed voorbereid te zijn op extreem weer hebben we iedereen in Dijk en Waard nodig. Een meerderheid van de ruimte in Dijk en Waard is in eigendom van particulieren, bedrijven en organisaties. De gemeente ziet het als taak om naast eigen acties ook inwoners bewust te maken, te inspireren en in beweging te krijgen. Om zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie stappen te zetten zijn de volgende speerpunten bepaald; de strategie om de ambitie waar te maken: ✓ Binnen de gemeentelijke organisatie zijn we ons allemaal bewust van het thema, handelen klimaatbestendig in de hele keten en benutten waar mogelijk meekoppelkansen in de openbare ruimte. ✓ De gemeente borgt haar doelstellingen in beleid, regelgeving en plantoetsing voor zowel de openbare als private ruimte.

✓ Inwoners, ondernemers en organisaties zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering, hebben toegang tot middelen om klimaatadaptief te handelen en ondernemen actie in de private ruimte.

12

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

AMBITIE 2050 Een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard in 2050 Een waterrrobuust Dijk en Waard draagt bij aan een veilige en gezonde leefomgeving.

DOELEN 2050 ✓ ✓ ✓ ✓

Het beperken van de overlast die wordt veroorzaakt door hevige neerslag. Het bieden van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving tijdens hitte. Het voorkomen van schade door langdurige droogte. Het waar mogelijk beperken van de schade die wordt veroorzaakt bij een eventuele overstroming.

Speerpunt 1

Speerpunt 2

Speerpunt 3

Binnen de gemeentelijke organisatie zijn we ons allemaal bewust van het thema, handelen klimaatbestendig in de hele keten en benutten waar mogelijk meekoppelkansen in de openbare ruimte.

De gemeente borgt haar doelstellingen in beleid, regelgeving en plantoetsing voor zowel de openbare als private ruimte.

Inwoners, ondernemers en organisaties zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering, hebben toegang tot middelen om klimaatadaptief te handelen en ondernemen actie in de private ruimte.

13

Bodem als een spons. Wadi en waterbergende wegfundering vangen (hevige) buien op. Hemelwater infiltreert in de bodem en de omgeving is daardoor minder kwetsbaar voor droogte. Parallelweg, Sint-Pancras

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

4 Beleid (Werken) Om de hiervoor benoemde ambitie en doelen te verwezenlijken is beleid geformuleerd. Het beleid is uiteengezet in drie onderdelen. Te beginnen met beleidsuitgangspunten. Deze zijn het fundament en de onderbouwing voor de daaropvolgend omschreven beleidskaders. Ze geven richting aan de gewenste resultaten. De beleidskaders zijn een praktische vertaling van de beleidsuitgangspunten en bieden een raamwerk voor het nemen van beslissingen en het uitvoeren van activiteiten. Als laatste is de maatlat klimaatbestendige bouw opgenomen. Deze maatlat vat waterrobuustheid en klimaatbestendigheid in concrete doelen, normen, richtlijnen en voorkeursvolgorden voor de inrichting van onze leefomgeving. De maatlat is nodig om de beleidskaders toe te kunnen passen en uiteindelijk de ambitie voor een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard te bereiken.

4.1 Beleidsuitgangspunten meegegeven door het Rijk Water en Bodem sturend Water en bodem wordt sturend bij de ruimtelijke inrichting van ons land. In de kamerbrief Water en Bodem sturend (2022) hanteert het Rijk de volgende uitgangspunten hiervoor. Dijk en Waard erkent onderstaande uitgangspunten voor Water en Bodem sturend en past ze ook zoveel mogelijk toe. 1. Niet afwentelen: niet op toekomstige generaties, andere gebieden of functies en ook niet van privaat naar publiek. 2. Meer rekening houden met extremen: extreme weersituaties volgens de klimaatscenario’s, waaronder hevige regenval, hitte en droogte. 3. In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en de bodem: Nederland moet van een vergiet weer een spons worden. Niet meer zo snel mogelijk al het water afvoeren, maar het vasthouden en bergen. Dit bereiken door een vitale bodem, die als een spons het water opneemt, maar ook door voldoende buffer- en afvoercapaciteit. 4. Meerlaagsveiligheid: naast dijken en keringen aanleggen, ook meer aandacht voor de ruimtelijke inrichting om de gevolgen van overstroming te beperken, crisisbeheersing, snel herstel van schade en waterbewustzijn. 5. Minder afdekking, minder vergraven en niet verontreinigen: benut de natuurlijke kracht van de bodem.

Een gezonde, organisch rijke en vitale bodem werkt als een spons voor waterbuffering, is beter bestand tegen verdroging, slaat koolstof op, houdt stikstof vast en draagt bij aan de biodiversiteit en de waterkwaliteit. 6. Integrale aanpak in de leefomgeving: hanteer een integrale aanpak met alle opgaven in de fysieke leefomgeving, waarbij het water- en bodemsysteem sturend is. Zoek actief naar functiecombinaties. 7. Comply or explain: pas toe of leg uit. Wanneer wordt afgeweken geldt dat dit expliciet uitlegbaar en toetsbaar moet zijn en dat doelen nog steeds gehaald worden.

15

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

De uitgangspunten hebben geleid tot 33 structurerende keuzes van het Rijk voor water, bodem en verschillende gebiedstypen. Borging en uitvoering vindt plaats in programma’s van het rijk, gebiedsprocessen van de provincie en regelgeving van waterschappen. Op deze manier kunnen de structurerende keuzes van het Rijk doorsijpelen naar Dijk en Waard. Een aantal noemenswaardige keuzes: Water en bodem: - Breng de omvang van alle grondwateronttrekkingen in beeld. Werk toe naar een drinkwatergebruik van 100 liter in 2035 (thans 125 liter) per hoofd van de bevolking en beperk laagwaardig gebruik van drinkwater. - Geef uitvoering aan de maatregelen uit de Kaderrichtlijn Water. - Creëer ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in ruimtelijke inrichting, landgebruik en landbeheer. - Reserveer 5% tot 10% van de diepe polders voor waterberging, bij voorkeur de diepste delen. Hier is geen nieuwe bebouwing toegestaan, tenzij het niet ten koste gaat van het waterbergende vermogen. - Versterk de regie op de inrichting van de ondergrond. Zodanig dat een efficiënte inrichting ontstaat en ontwikkelingen als woningbouw en energietransitie mogelijk worden gemaakt zonder de bodem aan te tasten. - Maak bij verstedelijking en infrastructuur zo efficiënt mogelijk gebruik van de ruimte. Voorkom onnodig landgebruik. Dek de bodem zo min mogelijk af en herstel de bodem waar mogelijk.

Behoud waardevolle organisch rijke landbouw- en natuurbodems en behoud de sponswerking van de bodem. - Stuur ook in bestaand bebouwd gebied op de vermindering van onnodige bodemafdekking. Herstel de bodem en zet in op stedelijk groen. - Ga bodemverstoring door ontgraving zo veel mogelijk tegen en hergebruik grond hoogwaardig. Behoud daarmee een gezonde en vitale bodem. Bebouwd gebied: - Maak de risico’s op overstroming, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid sturend bij de locatiekeuze en inrichting van nieuwbouw. - Pas de maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving toe en ontwikkel gebieden daarmee klimaatbestendiger. Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving Als uitwerking van een deel van de kamerbrief Water en Bodem sturend ontwikkelt het Rijk een ruimtelijke afwegingskader. Met het ruimtelijke afwegingskader worden risico’s op overstroming, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid sturend bij de locatiekeuze, inrichting en bouwwijze van nieuwbouwprojecten. Het is geen instrument dat per locatie exacte duiding geeft over wel of niet bouwen. Het is een hulpmiddel dat door de provincie meegenomen wordt bij ruimtelijke puzzels en richting geeft aan gemeenten voor het maken van lokale afwegingen en keuzes voor locatie, inrichting en bouwwijze van nieuwbouwprojecten.

16

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving Naast de keuze waar te bouwen vanuit het (toekomstige) water- en bodemsysteem, is een standaard klimaatrobuuste inrichting en bouwwijze voorwaarde om nu en in de toekomst schade en extra kosten als gevolg van klimaatverandering te voorkomen. Daarom heeft het Rijk de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving ontwikkeld. Deze maatlat geeft richting bij de vraag ‘hoe’ een gebied klimaatbestendig kan worden ingericht of bebouwd. Dit geldt zowel voor bestaand bebouwd gebied als nieuw in te richten gebieden. De landelijke maatlat is samengesteld uit regionale voorbeelden en verrijkt met de ervaringen die inmiddels zijn opgedaan. Deze maatlat zal periodiek herijkt worden, als praktijkervaringen, kennisontwikkeling en klimaatveranderingen volgens de klimaatscenario’s van het KNMI hiertoe aanleiding geven. De landelijke maatlat bevat alleen landelijke normen als ze in heel Nederland gelden en geeft daarnaast opdracht om decentraal gebiedsspecifieke ondergrenzen vast te stellen en te borgen. Ook zijn er landelijke richtlijnen en voorkeursvolgorden met een minder hard karakter vanwege de nog beperkte ervaring of onderbouwing. De landelijke maatlat vraagt dus uitwerking in beleid van Dijk en Waard.

4.2 Beleidsuitgangspunten Dijk en Waard Werk-met-werk maken De ambitie is een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard in 2050. Dit biedt de mogelijkheid om de omgeving waterrobuust en klimaatbestendig te maken op logische momenten. Dijk en Waard hanteert daarom het beleidsuitgangspunt werk-met-werk maken. Dit maakt de opgave voorspelbaar, efficiënt en voorkomt dubbele uitgaven en overlast. Maar hoe werkt dit? Dijk en Waard is continu in verandering. De gemeente staat voor een enorme (woning)bouwopgave. Dit uit zich in inbreidingslocaties zoals woon- en werkgebied de Frans, het Stationskwartier en uitbreidingslocaties zoals Westpoort/De Scheg en de Oostrand Noord- en Zuid Scharwoude. Ook zijn er bedrijventerrein in ontwikkeling, zoals De Vaandel. Dus zowel binnen de stad als buiten de stad vinden nieuwbouwprojecten plaats. Dit zijn echter niet de enige veranderingen. De bestaande gebouwde omgeving is, vaak na een jaar of 40, toe aan groot onderhoud. De openbare ruimte wordt dan heringericht door de gemeente om opnieuw voor een dergelijke periode door te kunnen. Om in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig te zijn ingericht is het uitgangspunt dat: - nieuwbouwontwikkelingen waterrobuust en klimaatbestendig ingericht worden. - bestaande wijken bij groot onderhoud waterrobuust en klimaatbestendig heringericht worden.

Niet alle bestaande wijken zullen voor 2050 heringericht worden. Voor deze wijken is nader onderzoek nodig naar de klimaatkwetsbaarheden. Op basis van dit onderzoek kan worden bezien of het noodzakelijk is (een deel van) de herinrichting naar voren te halen. Daarbij

17

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

wordt ook bekeken of koppelkansen, zoals de aanleg van een warmtenet, aanleiding geven om de klimaatbestendige (her)inrichting naar voren te halen.

Ook privaat terrein levert een bijdrage Binnen de bebouwde kom is slechts 35% van de ruimte in eigendom van de gemeente. Zonder maatregelen op privaat terrein, worden weersextremen afgewenteld op publiek terrein, naar andere functies of op toekomstige generaties. Bij nieuwbouw wordt nieuw privaat terrein gerealiseerd. Nieuwbouw biedt daarom een uitgelezen mogelijk om (ook) het privaat terrein klimaatbestendig in te richten. Bij herinrichting van de openbare ruimte in bestaande wijken is dit niet zomaar het geval. De ontwerpvrijheid is dan beperkt. Ontwerpers hebben rekening te houden met de bestaande stedenbouwkundige structuren, bebouwing, (ondergrondse) infrastructuur en bewoners. De bestaande private eigendommen zijn vaak niet klimaatbestendig ingericht, waardoor de gevolgen van bijvoorbeeld hevige regenval worden afgewenteld op de openbare ruimte. Het is fysiek daarom niet altijd mogelijk om wijken volledig waterrobuust en klimaatbestendig te maken door de openbare ruimte her in te richten. Dijk en Waard gaat echter voor het maximaal haalbare. Na herinrichtingsprojecten kunnen klimaatkwetsbaarheden resteren. Het is van belang om resterende klimaatkwetsbaarheden voorafgaand aan de uitvoering van de herinrichting te rapporteren en daarmee (voorlopig) te accepteren.

Bestaande private eigendommen kunnen dus een grote bijdrage leveren aan het realiseren van een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving. Dit kan op logische momenten, zoals bij nieuwbouw. Maar het merendeel van de private ruimte is bestaand. Dijk en Waard zet zich daarom in om inwoners, ondernemers en organisaties aan te sporen hun eigendommen klimaatadaptief in te richten.

Dijk en Waard hanteert een maatlat voor klimaatbestendige bouw Maar wat is waterrobuust en klimaatbestendig inrichten? De Metropoolregio Amsterdam (MRA) heeft hiervoor zogenoemde uitgangspunten en basisveiligheidniveaus voor klimaatbestendige nieuwbouw opgesteld. In 2021 hebben voormalige gemeenten Heerhugowaard en Langedijk versie 2.0 hiervan overgenomen in haar beleid en vastgesteld als werkkader voor nieuwbouw en (her)inrichtingen. Na de fusie heeft Dijk en Waard de intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland ondertekend en zich gecommitteerd aan versie 3.0 van de uitgangspunten en basisveiligheidniveaus voor klimaatbestendige nieuwbouw. Deze intentieovereenkomst is ondertekend door een veelvoud aan gemeenten, waterschappen en bouwende partijen. Ook andere regio’s in Nederland ontwikkelden soortgelijke kaders. Dit heeft ertoe geleid dat het Rijk de handschoen heeft opgepakt en begin 2023 de landelijke maatlat ‘groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ heeft gelanceerd. Zoals eerder aangegeven vraagt de landelijke maatlat om uitwerking in lokaal beleid. Dijk en Waard hanteert daarom een eigen maatlat klimaatbestendige bouw voor (her)inrichting van wijken en locatie- en gebiedsontwikkelingen. De eigen maatlat is een samenvoeging van de landelijke maatlat en

18

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

de uitgangspunten en basisveiligheidniveaus versie 3.0 en is waar nodig decentraal en gebiedsspecifiek verrijkt. Gezien de snelheid waarin inzichten over klimaatverandering en klimaatadaptatie worden opgedaan is het ook gewenst daarin te kunnen meebewegen. Dit kan aanleiding geven om de maatlat klimaatbestendige bouw aan te passen of te concretiseren. Om een waterrobuuste en klimaatbestendige (her)inrichting te realiseren is het cruciaal om dit vanaf de eerste ontwerpfase mee te nemen. De stedenbouwkundige opzet, situering van gebouwen, straten, waterlopen, plantvakken en bomen kunnen een aanzienlijk effect hebben. Het is niet onmogelijk om in een latere ontwerpfase een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting te borgen, maar dit maakt het wel een stuk ingewikkelder. Als voorbeeld: wanneer de bomen niet juist gepositioneerd staan bieden ze geen schaduw op het heetste moment van de dag. Of: wanneer het ontwerp gericht is op een snelle afvoer van hemelwater naar de sloot, wordt het lastig alsnog hemelwater vast te houden, te infiltreren en vertraagd af te voeren via wadi’s en/of andere groenvoorzieningen. Oplossingen worden dan veelal technischer, minder gebaseerd op natuurlijke principes, moeilijker in stand te houden en daarmee minder robuust, en veelal duurder bij aanleg of in onderhoud. Denk bijvoorbeeld aan ondergrondse retentiekratten.

Het uitgangspunt is daarom dat het klimaatbestendige ontwerp meegroeit met de verschillende ontwerpfases van gebiedsontwikkeling, locatieontwikkeling en herinrichting.

Klimaatadaptieve voorzieningen worden in stand gehouden Na de realisatie van een gebiedsontwikkeling, locatieontwikkeling en herinrichting start de gebruiksfase. De gemeente heeft zelf controle over het functioneren van de openbare ruimte en klimaatadaptieve voorzieningen daarin. Middels beheer- en onderhoud houdt de gemeente klimaatadaptieve voorzieningen op eigen terrein in stand op het niveau van de bij realisatie geldende maatlat klimaatbestendige bouw. Ook op privaat terrein zullen steeds meer klimaatadaptieve voorzieningen gerealiseerd worden die bijdragen aan een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving en de schade door weersextremen beperken. Instandhouding hiervan is belangrijk. Sommige voorzieningen zullen zonder onderhoud minder functioneren. Ook zijn er voorzieningen onder de grond, waarbij een mindere werking niet direct zichtbaar is. Een terugkerende inspectie is dan belangrijk. Waar mogelijk wordt instandhouding in publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke documenten opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan het omgevingsplan of in koopcontracten (bijv. door een kwalitatieve verplichting of kettingbeding met doorgeefverplichting). Een volgende stap kan zijn om hierop toezicht te houden en te handhaven. Op dit moment gebeurt dat nog niet.

De juridische mogelijkheden, de noodzaak, de wenselijkheid, de wijze waarop en de gevolgen voor de gemeentelijke organisatie moeten nog in beeld gebracht worden.

19

4.3 Beleidskaders Bij herinrichting van bestaande wijken worden deze zo goed als mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Nieuwbouw locatie- en gebiedsontwikkelingen worden waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Dijk en Waard hanteert hiervoor een maatlat klimaatbestendige bouw. De maatlat klimaatbestendige bouw is van toepassing voor de nieuwbouw en (her)inrichting in de publieke en private ruimte. Juridische borging van de maatlat voor klimaatbestendige bouw vindt voor locatie- en gebiedsontwikkelingen waar mogelijk plaats in privaatrechtelijke overeenkomsten (zoals intentie- en anterieure overeenkomst, kavelpaspoort, algemene verkoopvoorwaarden) en publiekrechtelijk in daarvoor bestemde documenten (zoals bestemmingsplan, ruimtelijke onderbouwing, omgevingsplan, omgevingsvergunning). In privaatrechtelijke en publiekrechtelijke documenten wordt, indien mogelijk, een instandhoudingsplicht opgenomen om de mate van waterrobuustheid en klimaatbestendigheid te borgen gedurende de gebruiksfase. Bij herinrichting van bestaande wijken en bij locatie- en gebiedsontwikkelingen worden klimaatkwetsbaarheden in beeld gebracht (de 0-situatie) alvorens belangrijke ontwerpkeuzen gemaakt worden. Verdiepende (model)onderzoeken en-berekeningen worden uitgevoerd indien dit nodig is om tot betrouwbare ontwerpkeuzen te komen.

Het klimaatbestendige ontwerp groeit mee met het detailniveau van de verschillende ontwerpfases van gebiedsontwikkeling, locatieontwikkeling en herinrichting van bestaande wijken. Gedurende die ontwerpfases wordt in steeds meer detail aangetoond en beoordeeld of aannemelijk is dat de inrichting aan de maatlat klimaatbestendige bouw zal voldoen. Bij locatie- en/of gebiedsontwikkeling wordt ten minste voor vergunningverlening aangetoond dat aan de maatlat voor klimaatbestendige bouw wordt voldaan. Bij herinrichting van bestaande wijken wordt uiterlijk voor de uitvoering aangetoond dat deze zo goed als mogelijk aan de maatlat voor klimaatbestendige bouw voldoet. Bij locatie- en/of gebiedsontwikkeling moet in principe altijd voldaan worden aan de maatlat voor klimaatbestendige bouw. Alleen indien het voldoen aan deze regels redelijkerwijs niet mogelijk is, kan hiervan afgeweken worden. In dat geval kan aan de initiatiefnemer een financiële bijdrage gevraagd worden, zodanig dat de gemeente buiten het plangebied alsnog een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving kan realiseren, beheren en onderhouden. Deze situatie kan zich voordoen indien het technisch niet mogelijk is om afdoende klimaatbestendige maatregelen te nemen of als maatregelen buiten het plangebied een veel duurzamere of robuustere oplossing bieden.

De gemeente houdt de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid van heringerichte wijken in stand op de bij (her)inrichting geldende normen en richtlijnen voor klimaatbestendige bouw. Er kunnen redenen zijn om de maatlat voor klimaatbestendige bouw te vernieuwen, bijvoorbeeld door beleid van rijk, provincie of functionele overheden zoals het waterschap. Ook nieuwe inzichten in klimaatverandering of de adaptatie daarop, en ervaringen binnen Dijk en Waard kunnen hier aanleiding toe geven. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om deze vernieuwingen door te voeren.

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

De ambtelijke organisatie is bevoegd om de maatlat klimaatbestendige bouw verder te concretiseren als daar behoefte aan is. Geenszins zal dit een mindere- of verdere mate van waterrobuustheid en/of klimaatbestendigheid betekenen. Het betreft in deze het verduidelijken, bijvoorbeeld door deze specifiek of meetbaar te maken.

21

Combineren van functies. Schaduwrijke koele groene verblijf- en speelplek. Stadspark de Parel

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

4.4 Maatlat klimaatbestendige bouw De maatlat klimaatbestendige bouw werkt met doelen, normen, richtlijnen en voorkeursvolgorden. Doel: Norm:

Basisprincipe en startpunt voor verdere uitwerking. Ondergrens of ontwerpvoorschrift die ongeacht de gebiedsspecifieke condities geldt. Richtlijn: Richtlijn of ontwerpvoorschrift waarbij maximaal resultaat wordt nagestreefd. Voorkeursvolgorde: Selecteren van maatregelen op volgorde van de waarde voor de leefomgeving. De doelen, normen, richtlijnen en voorkeursvolgorden zijn hieronder per klimaatthema uiteengezet. De thema’s zijn wateroverlast, droogte, bodemdaling, hitte, overstroming en natuurinclusiviteit en biodiversiteit. In de bijlage is een uitgebreidere toelichting van de thema’s en daarbij horende doelen, normen, richtlijnen en voorkeursvolgorde te vinden.

Wateroverlast Doel Hevige neerslag leidt niet tot waterschade aan gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar. Norm Hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm in een uur) zorgt niet voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en beschikbaar. Neerslag van een hevige bui (70 mm) op het verharde deel van privaat terrein en openbaar terrein wordt verwerkt (geïnfiltreerd, opgevangen en/of vertraagd afgevoerd) op het terrein zelf of in extra (water)voorzieningen in of toegerekend aan het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. Bij een waterdiepte van 20 cm op (het laagste punt van) de rijbaan door extreme regen en/of overstroming mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer op watersystemen of gebieden buiten de plangrens. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, in de bodem gebracht en hergebruikt in het plangebied. Richtlijn In het gebied is natuurlijke en oppervlakkige afwatering zoveel mogelijk aanwezig.

Voorkeursvolgorde - Benutten en besparen - Vasthouden en infiltreren - Bergen - Afvoeren

23

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

Droogte Doel Bij langdurige droogte wordt structurele schade aan bebouwing, wegen, groen, water en vitale en kwetsbare functies voorkomen. Norm De verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte zijn sturend voor de inrichting van het plangebied. Richtlijn Buitenstedelijke ontwikkeling is infiltratieneutraal: grondwateraanvulling blijft gelijk ondanks verhardingstoename, mits dit niet leidt tot grondwateroverlast gezien de grondwatersituatie, bebouwingsdichtheid en bodemtype. Binnenstedelijke ontwikkeling is infiltratiepositief: er is meer infiltratie (range 0 tot +10 %) dan voor de ontwikkeling, mits dit niet leidt tot grondwateroverlast gezien de grondwatersituatie, bebouwingsdichtheid en bodemtype. Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren waterkwaliteit is onderdeel van het ontwerp. Voorkeursvolgorde - Benutten en besparen - Vasthouden en infiltreren - Bergen - Afvoeren

Bodemdaling Doel Bodemdaling van gebouwd gebied en de gevolgen ervan blijven nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar. Norm Draagkracht bodem is mede sturend bij keuze functie, systeem en inrichting. De bodem heeft een maximale restzetting van 10 cm over een periode van dertig jaar voor openbaar en privaat terrein.

24

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

Hitte Doel Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Richtlijn Koele groene plekken (minimaal 200 m2) zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig. Er is tenminste 40% schaduw op belangrijke loop- en fietsroutes, verblijfsplekken en drinkwaterstroken in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer. Tenminste 50% van alle horizontale en verticale oppervlakten worden warmtewerend of verkoelend ingericht/ gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied (het hitte-eiland effect) te beperken. Vitale en kwetsbare functies blijven beschikbaar bij hitte. Geen directe opwarming van verblijfsplekken in de private of openbare buitenruimte door gebouwinstallaties. Voorkeursvolgorde De ladder van koeling door OSKA (Overleg Standaarden KlimaatAdaptatie): - Koele omgeving - Warmte werend - Passief koelen - Actief koelen

Natuurinclusiviteit en biodiversiteit Doel Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt op alle schaalniveaus. Richtlijn Groene oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen en structuren van het specifieke gebied hebben de voorkeur boven 'puur technische' oplossingen: groen, tenzij. Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren en ecosystemen in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 30% groen op buurtniveau, boomkroonoppervlak in volgroeide staat telt mee). Het plangebied creëert, afhankelijk van de grootte, een hoogwaardig habitat voor één of meer soortencategorieën. Habitat Gebouw bewonende soorten Middelgroot project <2000 m2 en/of 15-30 m Gebouw bewonende soorten + een andere soortencategorie. Grootschalig project >2000 m2 en/of >30 m Tenminste 3 soortencategorieën. Soorten categorieën: gebouw bewonend, boom bewonend, aan struweel gebonden, aan bloemrijk grasland gebonden, aan water en oevers gebonden. Kleinschalig project

Footprint <500 m2

Hoogte en <15 m

25

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

Overstroming Doel De gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen in buitendijks gebied, vanuit het regionale watersysteem en door dijkdoorbraken. Richtlijn Afhankelijk van de plaatselijke overstromingskans en optredende waterdiepte wordt ingezet op het voorkomen van schade, het beperken van schade of het voorkomen van slachtoffers. Voor vitale en kwetsbare functies gelden aanvullende eisen. Welke eisen van toepassing zijn op het plangebied is dus afhankelijk van de overstromingskans en diepte. Wat de overstromingskans per waterdiepte is, is te vinden in de klimaateffectatlas. Schade voorkomen Bij overstroming mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. Schadebeperking Er dienen maatregelen genomen te worden om schade te beperken in het geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn. Schuilen en evacueren Er moeten maatregelen getroffen worden om veilig te kunnen schuilen of te evacueren in het geval van een overstroming.

v&k = vitale en kwetsbare functies

26

Wandelen en fietsen wordt aantrekkelijker doordat bomen schaduw geven en de wind breken Oosttangent, Heerhugowaard

5 Uitvoeringsparagraaf 2024-2030 (Werken) De hiervoor beschreven beleidsuitgangspunten, beleidskaders en maatlat klimaatbestendige bouw borgen dat herinrichtingsprojecten en nieuwbouwontwikkelingen waterrobuust en klimaatbestendig zijn ingericht. Dit zou moeten leiden tot concrete prestaties, vooruitgang en tastbare resultaten. Het stellen van beleidskaders zorgt er echter niet automatisch voor dat ze ook uitgevoerd worden. Daarnaast zijn er nog onzekerheden. Zo zijn er delen van de gemeente die niet voor 2050 opnieuw ingericht worden. Ook bezitten inwoners, ondernemers en organisaties een belangrijk deel van het grondgebied en kunnen daardoor een aanzienlijke bijdrage leveren aan een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving. De uitvoeringsparagraaf richt zich daarom op de implementatie van het beleid. Aan de hand van de speerpunten geeft het globaal weer welke inspanningen Dijk en Waard neemt om de doelstellingen te behalen en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn.

5.1 Inspanningen De programmabegroting geeft inzicht in het budget dat beschikbaar is voor de uitvoering van klimaatadaptatiebeleid. Begroting

Budget 2024

Programma 5: Sport, cultuur, recreatie en openbare ruimte Het onttegelen van de openbare ruimte € 70.000 Het stimuleren van het onttegelen van particuliere ruimten6 € 110.000 Programma 7: Volksgezondheid en milieu Uitvoering geven aan de klimaatadaptatiestrategie en € 30.000 uitvoeringsagenda regio Alkmaar Uitvoering gemeentelijk beleid klimaatadaptatie € 62.000

Gewenst budget/ jaar € 70.000 € 110.000 € 60.000 € 70.000

Totaal Totaal

€ 272.000

€ 310.000

Hierna staat per speerpunt globaal weergegeven waar Dijk en Waard aan werkt. De meeste van deze inspanningen zijn structureel en daarmee terugkerend. Enkele inspanningen zijn incidenteel, bijvoorbeeld een verdiepend onderzoek. Dergelijke vragen komen echter wel jaarlijks terug, waardoor de inspanningen goed te plannen zijn.

6 Dijk en Waard gebruikt deze post voor het stimuleren van klimaatadaptieve maatregelen op privaat

terrein. Dit past beter bij de doelstelling voor een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting dan de weliswaar waardevolle, maar eenzijdige focus op onttegelen.

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

In blauw 7 staan de beperkingen van het huidige budget aangegeven. Via de begrotingscyclus wordt het gewenste budget opgevoerd. Dit biedt ruimte om de blauwe inspanningen volledig te kunnen leveren. Indien dit budget niet beschikbaar komt, kunnen deze inspanningen alleen volledig uitgevoerd worden ten koste van andere inspanningen. Aangegane verplichtingen in het samenwerkingsverband regio Alkmaar gaan hierbij voor eigen inspanningen. Speerpunt 1: Binnen de gemeentelijke organisatie zijn we ons allemaal bewust van het thema, we handelen klimaatbestendig in de hele keten en wet benutten waar mogelijk meekoppelkansen in de openbare ruimte. -

-

Uitdragen van het beleid in de gemeentelijke organisatie. Kennisontwikkeling. Het delen van voorbeeldprojecten. Registeren van klimaatadaptieve maatregelen in de openbare en private ruimte (bijv. in beheersystemen). Monitoring en evaluatie van de effectiviteit van het beleid. Het aanvragen van subsidies om een meer waterrobuuste of klimaatbestendige omgeving te realiseren of om deze sneller te realiseren. Samenwerken in de regio en het uitvoeren van de Klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda regio Alkmaar. Verdiepende onderzoeken naar klimaatkwetsbaarheden en oplossingsrichtingen: o Voor delen van de openbare ruimte die niet voor 2050 (her)ingericht worden. o Voor delen van de gemeente die ogenschijnlijk omvangrijke en/of urgente klimaatkwetsbaarheden hebben. Beheer- en monitoringssystematiek inregelen met kaartmateriaal en/of modelsimulaties die beter inzicht geven in de klimaatkwetsbaarheden en voortgang.

Speerpunt 2: De gemeente borgt haar doelstellingen in beleid, regelgeving en plantoetsing voor zowel de openbare als private ruimte. -

-

7

Waterrobuustheid en klimaatbestendigheid als een vast onderdeel in op te stellen gebiedsvisies en andere ruimtelijke plannen. Inzicht bieden in de onderbouwing die nodig is gedurende de verschillende fasen van (her)inrichtingsprojecten, locatie- en gebiedsontwikkeling om aan te tonen dat voldaan wordt aan het beleid (de maatlat klimaatbestendige bouw). Klimaatadaptatiebeleid verbinden met ander beleid en programma’s dat wordt opgesteld in de gemeente, regio of door ketenpartners. De maatlat klimaatbestendige bouw borgen in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte.

Beperkingen: Het budget om uitvoering te geven aan de klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda regio Alkmaar daalt volgens de programmabegroting 2023 vanaf 2024 naar €30.000. Daarmee is alleen de regionale programmasturing begroot en niet het uitvoeren van de activiteiten die in de uitvoeringsagenda zijn opgenomen. Zonder verhoging van het budget, zal dit ten koste gaan van andere gemeentelijke inspanningen. Inhuur externe specialisten om specifieke opdrachten uit te werken op onderdelen waar nu nog kennishiaten zijn en/of ambtelijk niet te leveren zijn.

29

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

-

Het uitvoeren van de (zesjaarlijkse) cyclus uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (wetenwillen-werken). Op basis daarvan het huidige beleid evalueren en mogelijk vernieuwen. De maatlat klimaatbestendige bouw waar mogelijk uitwerken naar juridische regels voor publiekrechtelijke en privaatrechtelijke overeenkomsten. In kaart brengen gewenste toezicht en handhavingsstrategie. Onderzoek andere instrumentaria om klimaatbestendigheid in de openbare en private ruimte te realiseren.

Speerpunt 3: Inwoners, ondernemers en organisaties zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering, hebben toegang tot middelen om klimaatadaptief te handelen en ondernemen actie in de private ruimte. -

-

Inzicht geven in de gevolgen van klimaatverandering en de mogelijkheden om klimaatadaptief te handelen. Draagvlak en gevoel van urgentie vergroten om klimaatbestendige maatregelen te nemen. Het delen van inspirerende voorbeelden van klimaatbestendige oplossingen in de openbare ruimte en private ruimte. Subsidieregeling voor klimaatadaptieve maatregelen op privaat terrein. Stimuleringsacties zoals NK-tegelwippen.

5.2 Kosten klimaatbestendige bouw Herinrichting van bestaande wijken Bij herinrichting van bestaande wijken worden deze zo goed als mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig ingericht volgens de maatlat klimaatbestendige bouw. Dit staat verder beschreven in het hoofdstuk Beleid (Werken) en in de Maatlat klimaatbestendige bouw. Hieronder is uiteengezet wat de financiële consequenties zijn van dit beleid en hoe dit verankerd is in de gemeentelijke begroting. Er zijn op dit moment nog geen toepasbare landelijke kengetallen om te bepalen in welke mate de kosten van een klimaatbestendige herinrichting afwijken van de huidige inrichting. Deskundigen geven aan dat de opgave per wijk verschilt, afhankelijk van lokale klimaatkwetsbaarheden en de reeds aanwezige ruimtelijke randvoorwaarden. Desondanks wordt in verschillende gemeenten en door verschillende ingenieursbureaus rekening gehouden met een plus van 10% á 15%. In Dijk en Waard is dit daarom als volgt geregeld: -

-

De kosten voor het herinrichten van de openbare ruimte (verharding en groen) nemen met 10% toe. Daarvan is 5% toe te wijzen aan water gerelateerde opgaven (wateroverlast en droogte) en te dekken uit het programma stedelijk water en riolering Dijk en Waard. De andere 5% is niet toe te wijzen aan water gerelateerde opgaven, bijvoorbeeld doordat deze specifiek gericht zijn op het tegengaan van hitte-eilanden en hittestress. Deze uitgaven zijn gedekt via de voorziening voor het groot-onderhoud/herinrichting van wijken. De voorziening voor het groot-onderhoud/herinrichting van wijken en programma stedelijk water en riolering zijn afhankelijk van onder andere het prijspeil en de areaalgrootte. Beide zijn aan verandering onderhevig, en dus het budget voor klimaatadaptatie ook.

30

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

Beheer openbare ruimte Vaak bevat een klimaatbestendige inrichting meer groen en water en minder verharding dan een niet-klimaatbestendige inrichting. Bepaalde keuzes (bijv. soorten beplanting) vragen meer onderhoudskosten dan verharding. Over het algemeen is onderhoud aan verharding echter duurder dan onderhoud aan groen en water. Daarom is vooralsnog het uitgangspunt dat er geen extra middelen voor het structurele onderhoud nodig zijn. Locatie- en gebiedsontwikkeling Locatie- en gebiedsontwikkelingen worden waterrobuust en klimaatbestendig ingericht volgens de maatlat klimaatbestendige bouw. Dit staat verder beschreven in het hoofdstuk Beleid (Werken) en in de Maatlat klimaatbestendige bouw. De gevolgen hiervan kunnen (deels) bij de gemeente terecht komen, maar ook (deels) bij ontwikkelaars, corporaties en woningeigenaren. De gevolgen zijn sterk afhankelijk het type gebiedsontwikkeling, de ruimtelijke randvoorwaarden, de grondpositie en de rol van de gemeente. De gevolgen zullen daarom per gebiedsontwikkeling inzichtelijk gemaakt worden via het gebruikelijke proces.

5.3 Monitoring en evaluatie Klimaatkwetsbaarheden Conform de werkwijze van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie zullen iedere 6 jaar de klimaatkwetsbaarheden (stresstesten) in beeld gebracht. Hiermee wordt de ambitie een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard in 2050 op hoofdlijnen gemonitord. De resultaten hiervan kunnen aanleiding geven tot het vernieuwen of uitbreiden van het beleid.

Klimaatbestendige herinrichting, locatie- en gebiedsontwikkeling. In de ontwerpfase van herinrichtings- en nieuwbouwprojecten wordt de situatie (klimaatkwetsbaarheden) voorafgaand en na uitvoering van het project weergegeven. Hiermee wordt aangetoond dat de omgeving voldoende waterrobuust en klimaatbestendig is na afronding van het project. Na herinrichtingsprojecten kunnen klimaatkwetsbaarheden resteren. Het is van belang om resterende klimaatkwetsbaarheden te rapporteren. Er is nu nog geen beheersystematiek om alle klimaatadaptieve maatregelen in de openbare en private ruimte vast te leggen. Beheerders kijken vooral naar hun eigen beheerareaal. Tegelijkertijd zijn stresstesten, de klimaateffectatlas en de klimaatatlas van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) gebaseerd op (landelijke) data en satellietbeelden. Dijk en Waard beschikt daarnaast over grondwatermeetnetten en een dynamisch grondwatermodel. Veel van de klimaatkwetsbaarheden zijn op basis van deze gegevens te monitoren. Er zijn klimaatadaptieve maatregelen die niet zichtbaar zijn in deze gegevens, bijvoorbeeld omdat ze onder de grond of in de kruipruimte van een gebouw geplaatst zijn. Een plek kan dus klimaatbestendig ingericht zijn, maar de data die voorhanden is kan nog steeds het idee geven dat dit niet het geval is.

31

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

In het beleid is daarom een inspanning opgenomen om een beheer- en monitoringssystematiek in te regelen. In ieder geval betreft het hierbij het registreren van klimaatadaptieve maatregelen die niet automatisch gemonitord worden via (landelijke en gemeentelijke) data en satellieten.

Maatlat klimaatbestendige bouw Er kunnen redenen zijn om de maatlat voor klimaatbestendige bouw te vernieuwen, bijvoorbeeld door beleid van rijk, provincie of functionele overheden zoals het waterschap. Ook nieuwe inzichten in klimaatverandering of de adaptatie daarop, en ervaringen binnen Dijk en Waard kunnen hier aanleiding toe geven. Jaarlijks zal in gesprek met water-, riool en groenbeheerders en gemeentelijke projectleiders voor herinrichting van wijken en locatie- en gebiedsontwikkelingen een evaluatiegesprek plaatsvinden. Zo wordt er stilgestaan bij de haalbaarheid van het beleid en/of dit tot de gewenste resultaten leidt. Indien nodig wordt de maatlat klimaatbestendige bouw vernieuwd en/of concreter gemaakt.

Inspanningen Jaarlijks wordt de voortgang van de inspanningen gemonitord. Daarbij wordt ook beoordeeld in hoeverre de inspanningen nog aansluiten bij de speerpunten en/of het gewenste effect teweegbrengen.

32

Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

6 Huidig beleid Wat is het huidige beleid en wat vervangt deze nota Nieuw beleid (na vaststelling) Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=71840b13-935e-4fe8-bfdd-797c0a730743