Bijlage 2.a Toelichting bplan L. Bogtmanstraat
Tekst van het document
Risico's Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico’s gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Groepsrisico (GR) Dit is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Wet- en regelgeving Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving. De volgende besluiten zijn relevant: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Met het Bevi zijn risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. 2. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op basis van het Bevb dienen plannen, vergelijkbaar met het Bevi, te worden getoetst aan de grensen richtwaarde voor het PR en de oriëntatiewaarde voor het GR.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
24
3. Basisnet Het basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over de weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Het basisnet is vastgelegd in onder andere de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. 4. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is het Bevt opgesteld. Hierin zijn de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet wettelijk vastgelegd. 5. Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) Het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende regeling is de opvolger van een groot aantal AMvB’s. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor verschillende milieuaspecten, zoals veiligheidsafstanden waaraan voldaan moet worden. Verantwoordingsplicht In het Bevi, Bevb en het Bevt is onder andere een verantwoordingsplicht GR opgenomen. Deze verantwoording houdt in dat in bepaalde gevallen planologische keuzes moeten worden onderbouwd en verantwoord door het bevoegd gezag. 5.7.2 Onderzoek In de directe omgeving van het plangebied komen geen risicobronnen. De dichtstbij zijnde risicobron ligt op ruim 700 meter ten oosten van het plangebied.
Uitsnede van de risicokaart (www.risicokaart.nl) 5.7.3 Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
25
5.8 Luchtkwaliteit 5.8.1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • • •
Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (Luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (Luchtkwaliteitseisen); Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.
Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit 'niet in betekenende mate' bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIMB kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Met grenswaarden voor beide stoffen van 40 µg/m³ komt dit neer op een bijdrage van 1,2 µg/m³. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerzijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 In deze regeling staat staan criteria en eisen vastgelegd waaraan de berekeningen en de rekenmodellen moeten voldoen. Hieronder een overzicht van de rekenmodellen: • • • •
CARII: berekening van emissies voor binnenstedelijk verkeer; NIBM-tool: eenvoudige berekening van emissies van verkeer volgens worst case benadering; ISL2: berekening van emissies voor buitenstedelijk verkeer; ISL3a: berekening van emissies van industrie (onder meer veehouderijen).
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
26
5.8.2 Onderzoek De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 30 woningen. Dit aantal is lager dan 1.500 woningen en past daarmee binnen de lijst met categorieën van gevallen waarbij sprake is van een 'niet in betekende mate bijdrage' aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. 5.8.3 Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.9 Water 5.9.1 Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. 5.9.2 Watertoets Het doel van de watertoets is om in een vroeg stadium in overleg te treden met het waterschap over de voorgenomen ontwikkeling. De watertoets is uitgevoerd op www.dewatertoets.nl.
Op basis hiervan heeft het Waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een wateradvies uitgebracht. Op basis van de ingevoerde gegevens concludeert het Waterschap dat er sprake is van een normale procedure bij de voorgenomen ontwikkeling. De samenvatting van de watertoets is als bijlage 8 van de bijlagen bij toelichting opgenomen in de toelichting. 5.9.3 Waterparagraaf Onderstaande toelichting beschrijft op welke wijze op de planlocatie rekening is gehouden met het watersysteem, gelet op de waterhuishoudkundige situatie, beleid en regelgeving. Als onderdeel hiervan een motivering van getroffen maatregelen om negatieve effecten op/van het watersysteem tot een minimum te beperken, inclusief de ruimtelijke consequenties daarvan. Watersysteem Ter plaatse bevindt het maaiveld zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa -0,82 m tot 5,9 m +NAP. De gemiddeld hoogste grondwaterstand GHG is circa 1,0 tot 1,5 m +NAP. De GHG ten opzichte van maaiveld is circa 0,68 tot 4,4 m -mv (afgeleid van de klimaateffectatlas). Volgens het binnen het plangebied uitgevoerde bodemonderzoek bestaat de bodem vanaf maaiveld tot in ieder geval de eerste circa 0,5 m-mv uit zand. Daaronder bestaat de bodem tot 1,5 m-mv voornamelijk uit matig zandige klei. Van 1,5 tot 2,0 m-mv bestaat de bodem vervolgens weer uit zand.
Infiltratie van hemelwater in de ondergrond is mogelijk, omdat de ontwateringsdiepte voldoende groot is en het zand een goed doorlatende ondergrond is.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
27
Waterkwantiteit In de bestaande situatie is circa 3.414 m² (verharding bebouwing circa 753 m² + 50% verharding kavels (circa 1.880 m²) 940 m² + verharding openbaar gebied 1.721 m²) verhard oppervlak aanwezig. In de toekomstige situatie is sprake van circa 3.923 m² verharding (verharding bebouwing circa 1.435 m² + 50% verharding kavels (circa 1.240 m²) 620 m² + verharding openbaar gebied 1.868 m²). Dit resulteert in een toename van 3.923 m² - 3.414 m² = 509 m² meer verharding. Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van het totale vierkante meters aan verharding in de bestaande situatie weer.
Overzichtstekening toename verharding Bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een relatief kleine verhardingstoename tot 800 m² zijn compenserende maatregelen voor de hemelwaterberging niet noodzakelijk. Echter, in onderhavig plan is rekening gehouden met de thema’s klimaatverandering, droogte en wateroverlast. In het plan wordt bij de aanleg van (nieuwe) parkeerplaatsen gebruik gemaakt van waterdoorlatende verharding (bestaande uit graskeien en gebakken klinkerbestrating) met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag. Verder is het in het kader van ‘klimaatadaptatie’ wenselijk rekening te houden met hittestress en droogte. Dit vindt zijn uitwerking in het ontwikkelen van een zo groen mogelijk karakter van het hof. Daarnaast wordt bijvoorbeeld het toepassen van waar mogelijk zonnepanelen, regenwaterinfiltratie, e.d mogelijk gemaakt. Dit wordt bij de aanvraag omgevingsvergunning nader uitgewerkt. Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd.
Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Er is binnen het plan geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). 5.9.4 Advies Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Met de gegevens die zijn opgegeven in de watertoets is bepaald dat bepaalde aspecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap dat de normale procedure moet worden gevolgd. In overleg met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
28
blijkt dat de genoemde maatregelen afdoende zijn en dat het doorlopen van enige procedure niet noodzakelijk is. 5.9.5 Conclusie Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.10 Ecologie 5.10.1 Beoordelingskader Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming en gebiedsbescherming. Verder zijn in de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland regels opgenomen ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Zorgplicht Het eerste artikel in de Wnb heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. 5.10.2 Onderzoek 5.10.2.1 Quickscan flora en fauna Om de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor beschermde plant- en diersoorten en gebieden te bepalen is quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het rapport van de quickscan is als bijlage 9 van de bijlagen bij toelichting opgenomen in dit bestemmingsplan. Beschermde gebieden Natura-2000 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Schoorlse duinen op circa 7,3 kilometer km afstand van het plangebied en wordt hiervan gescheiden door agrarisch gebied en de bebouwde kom van Oudkarspel en Schoorl.
Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 9.6 kilometer) van het plangebied. Het plangebied is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het plangebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet aannemelijk. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft het Natura 2000-gebied Schoorlse duinen en enkele percelen op 580 meter afstand van het plangebied. Het plangebied wordt van dit Natuurnetwerk Nederland gebied gescheiden door de bebouwde kom van Oudkarspel en agrarisch gebied. Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Noord Holland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk.
Verstoring van op circa 500 meter afstand gelegen NNN-gebieden kan bovendien op voorhand worden uitgesloten, gelet op de ligging van het plangebied en de beperkte impact van de ingreep.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
29
Houtopstanden Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. Beschermde plant- en diersoorten Vleermuizen In het pand aan de Voorburggracht 341 zijn holtes of scheuren aangetroffen die groot genoeg en geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in dit pand kan daarom op voorhand niet worden uitgesloten. Nader onderzoek naar vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is benodigd. Kleine marterachtigen Een groot deel van het terrein bestaat uit struiken en bosschages. Het plangebied beschikt hiermee over geschikt leef- en voortplantingsgebied voor kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Voor deze soorten is er in de provincie Noord-Holland geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. De geplande werkzaamheden resulteren mogelijk in vernietiging van het leefgebied van deze soorten. Nader onderzoek naar kleine marterachtigen en/of een ontheffingsaanvraag is benodigd. Rugstreeppad Een deel van het plangebied bestaat uit braakliggende grond met onder andere vergraaf baar zand en stapels stoeptegels. Dit is geschikt leefgebied voor rugstreeppadden. Rugstreeppadden kunnen hier een zomerverblijfplaats en/of een winterverblijfplaats hebben. De aanwezigheid van een voortplantingslocatie in het plangebied is niet aannemelijk.
Bij de geplande werkzaamheden gaan mogelijk zomerverblijfplaatsen en/of winterverblijfplaatsen van rugstreeppadden verloren. Een nader onderzoek naar rugstreeppadden en/of een ontheffingsaanvraag is benodigd. Huismus Het pand aan de Voorburggracht 341 heeft dakpannen waartussen gaten en kieren aanwezig zijn. Tussen deze openingen kunnen huismussen nesten en verblijfplaatsen hebben. Huismussen zijn jaarrond beschermd. De geplande werkzaamheden resulteren mogelijk in de vernietiging van nesten en leefgebied van huismussen. Nader onderzoek naar huismussen en/of een ontheffingsaanvraag is benodigd. Broedvogels Het plangebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het plangebied gebruiken als broedlocatie. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat er buiten het broedseizoen om gewerkt wordt, of eventuele nesten in de bosschages tijdens het broedseizoen niet verstoord worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: 'De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving.
In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.' 5.10.2.2 Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Op basis van de uitkomsten van de Quickscan flora en fauna is aanvullend soortenonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van vleermuizen, huismussen, rugstreeppadden, gierzwaluwen en
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
30
kleine marterachtigen. Het rapport van het aanvullend soorten is als bijlage 10 van de bijlagen bij toelichting opgenomen in dit bestemmingsplan. Vleermuizen Er zijn geen waarnemingen gedaan van verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied. Ook is er geen sprake van een vliegroute of essentieel foerageergebied. Van een negatief effect op vleermuizen als gevolg van de geplande werkzaamheden is geen sprake. Huismus Er zijn geen waarnemingen gedaan van huismussen in het projectgebied. Van een negatief effect op huis-mussen als gevolg van de geplande werkzaamheden is geen sprake. Rugstreeppad Er zijn geen rugstreeppadden waargenomen in het projectgebied en de omgeving daarvan. Van een negatief effect op rugstreeppadden als gevolg van de geplande werkzaamheden is geen sprake. Gierzwaluw Er is één nestlocatie van de gierzwaluw aangetroffen binnen het projectgebied. De exacte locatie is beschreven in hoofdstuk 3. De voorgenomen ontwikkeling resulteert in het verlies van de nestlocatie. Er is sprake van een negatief effect op de aanwezige gierzwaluwen. Kleine marterachtigen Er zijn sporen aangetroffen van kleine marterachtigen in de sporenbuizen. Gezien de grootte van de sporen gaat het hier vermoedelijk om een wezel. De aanwezigheid van rust- en/of nestplaatsen binnen het projectgebied is daardoor aannemelijk.
De huidige voorgenomen ontwikkeling resulteert in een verlies van leef-, foerageergebied en mogelijk ook rust- en/of nestplaatsen. Er is sprake van een negatief effect op de aanwezige kleine marterachtigen. Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd voor gierzwaluw en wezel. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: 'De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.' Advies Geadviseerd wordt een ontheffing op de wet natuurbescherming aan te vragen voor gierzwaluw en wezel. Het aanvragen van een ontheffing gaat gepaard met een projectplan waarin de te nemen maatregelen worden beschreven. Ook zal na het verkrijgen van de ontheffing een werkprotocol gemaakt moeten worden. Het werkprotocol is als bijlage 11 van de bijlagen bij toelichting opgenomen in dit bestemmingsplan. 5.10.3 Conclusie Omdat de voorgenomen ontwikkelingen leiden tot het verlies van nest- en verblijflocaties van de gierzwaluw en een kleine marterachtige, waarschijnlijk een wezel, zal een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd moeten worden.
De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is mede afhankelijk van het verlenen van de ontheffing. Indien de ontheffing wordt verleend is het bestemmingsplan voor het aspect 'ecologie' uitvoerbaar.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
31
5.11 Archeologie en cultuurhistorie 5.11.1 Archeologie 5.11.1.1 Beoordelingskader Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In het kader van een ruimtelijk plan is het noodzakelijk te onderzoeken in hoeverre de betreffende gronden van archeologische waarde kunnen zijn. De uitkomsten hiervan worden door het bevoegde gezag meegenomen in de belangenafweging. 5.11.1.2 Onderzoek In het bestemmingsplan 'Oudkarspel en Koedijk' is ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' opgenomen. In deze dubbelbestemming is opgenomen dat voor bouwplannen met een oppervlakte groter dan van 10.000 m² en een diepte van 0,40 meter onder maaiveld het uitvoeren van een archeologisch onderzoek verplicht is. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5.700 m². Het uitvoeren een archeologisch onderzoek is daarmee niet noodzakelijk. 5.11.1.3 Conclusie archeologie Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.11.2 Cultuurhistorie 5.11.2.1 Beoordelingskader Volgens artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen.
Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in de ontwikkelingslocatie en moeten aangeven welke conclusies ze daar aan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan. 5.11.2.2 Onderzoek Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. De in het plangebied aanwezige bebouwing is niet aangewezen als een rijks- of gemeentelijk monument. In de directe omgeving van het plangebied komen geen aangewezen rijks- of gemeentelijke monumenten voor. 5.11.2.3 Conclusie cultuurhistorie Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.11.3 Conclusie Het aspect 'archeologie en cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het bestemmingsplan.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
32
6. Besluit Milieu-effectrapportage 6.1 Inleiding De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemmingsplan ‘ Oudkarspel en Koedijk’. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken is een besluit in het kader van artikel 3.1, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk, in casu een bestemmingsplan. Op dergelijke besluiten is het Besluit milieueffectenrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing.
6.2 Beoordelingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel.
6.3 Procedure In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden: 1. de initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op. 2. het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. de initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).
6.4 Aanmeldnotitie Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen is een Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. opgesteld. In de Aanmeldnotitie zijn de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu beschreven, waarbij is ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten. De Aanmeldnotitie wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders met het verzoek te besluiten geen milieueffectrapportage op te laten stellen. De Aanmeldnotitie is als bijlage 11 opgenomen in de bijlagen bij toelichting.
6.5 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het besluit tot het vaststellen van een bestemmingsplan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
33
Beoordeling De concrete omstandigheden in dit geval betreft de bouw van 30 woningen met bijhorende verkeers, groen- en watervoorzieningen. Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 5.685 m² en blijft hiermee onder de drempelwaarde van 100 hectare. De voorgenomen ontwikkeling maakt 30 woningen mogelijk en blijft daarmee onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. Omdat de ontwikkeling niet voorziet in bedrijfsmatige activiteiten wordt de drempelwaarde voor bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² niet overschreden. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de locatie die niet in of bij beschermde natuurgebieden ligt en het feit dat er geen sprake is van nadelige effecten op de leefomgeving, maakt dat kan worden volstaan met deze een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. De Aanmeldnotitie wordt voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders met het verzoek te besluiten dat kan worden volstaan met deze vormvrije m.e.r.-beoordeling en geen milieueffectrapportage op te laten stellen. Het college besluit wordt te zijner tijd opgenomen als bijlage bij de toelichting.
6.6 Conclusie Het Besluit m.e.r. vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
34
7. Toelichting op de regels 7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzen voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Met het bestemmingsplan 'Oudkarspel - L. Bogtmanstraat' worden de huidige bestemmingen gewijzigd, zodat de bouw van 30 woningen met de daarbijbehorende voorzieningen mogelijk worden gemaakt .
Dit bestemmingsplan is mede gebaseerd op het bestemmingsplan 'Oudkarspel en Koedijk' en opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • • • •
Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.
7.2 Opzet van de regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. 7.2.1 Inleidende regels In hoofdstuk 1 zijn regels opgenomen die gelden voor het gehele plangebied. Het hoofdstuk bevat de volgende artikelen: • •
artikel 1 (Begrippen): In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 2 (Wijze van meten): Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
35
7.2.2 Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 zijn de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied vertaald in juridische regels. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven. De regels zijn per bestemming onderverdeeld in onder meer: • • • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan (wonen, bedrijvigheid etc.); Bouwregels: ruimtelijke bouwregels waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage etc.); Gebruiksregels: regels ten aanzien van het toegestane gebruik van gronden en bouwwerken; Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: regels voor gevallen waarin kan worden afgeweken en onder welke voorwaarden van bouw- en gebruiksregels.
In paragraaf 7.3 van de toelichting worden de verschillende bestemmingen nader toegelicht. 7.2.3 Algemene regels In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
•
•
•
• •
artikel 10 (Anti-dubbeltelregel): deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te kunnen voorkomen. Dit kan zich met name voordoen, indien een deel van een bouwperceel, dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken, wederom - nu ten behoeve van de berekening van het maximale bebouwingspercentage van een ander bouwperceel - wordt betrokken; artikel 11 (Algemene bouwregels): in de algemene bouwregels zijn regels opgenomen ten behoeve van het realiseren van dakkapellen en dakopbouwen. Voor de hofwoningen geldt dat dakkapellen in het voor- en zijdakvlak niet zijn toegestaan, tenzij deze zijn meeontworpen in het gebouw; artikel 12 (Algemene gebruiksregels): in de algemene gebruiksregels zijn een aantal functies opgenomen die in elk geval in strijd met het bestemmingsplan. Tevens zijn in dit artikel regels opgenomen ten aanzien van het realiseren van voldoende parkeerplaatsen indien sprake is van een verwachte parkeerbehoefte als gevolg van het gebruik van gronden en/of gebouwen; artikel 13 (Algemene afwijkingsregels): op basis van de algemene afwijkingsregels kunnen Burgemeester en wethouders omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van onderdelen van bestemmingsregels, mocht dat in die regels zelf niet geregeld zijn.
Bedoeld worden onder meer geringe afwijkingen van bouw- of bestemmingsgrenzen; artikel 14 (Algemene wijzigingsregels): op basis van de wijzigingsregels kan met een wijzigingsplan in concreet benoemde gevallen worden afgeweken van het bestemmingsplan; artikel 15 (Overige regels): in dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van het realiseren van voldoende parkeerplaatsen en laad- en losmogelijkheden indien een bestemming daar om vraagt.
7.2.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 16 (Overgangsrecht) is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De inhoud van deze regels is overgenomen uit de standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In artikel 17 (Slotregel) is de officiële benaming van dit bestemmingsplan weergegeven en de datum van vaststelling door de gemeenteraad.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
36
7.3 Nadere toelichting op de bestemmingen Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de keuzes die zijn gemaakt nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer', 'Wonen - Rij', 'Wonen Vrijstaand' en 'Wonen - Woongebouw' opgenomen. De regels voor deze bestemmingen zijn overgenomen uit het bestemmingsplan 'Oudkarspel en Koedijk' en op ondergeschikte punten aangepast aan het stedenbouwkundig plan. De bestemming 'Groen' is opgenomen ten behoeve van het realiseren van plantsoenen en groenvoorzieningen rondom de woongebouwen.
Binnen deze bestemming kunnen groen-, speel-, parkeer- en water en waterhuishoudkundige voorzieningen en fiets- en voetpaden worden gerealiseerd. Deze bestemming biedt enkel de mogelijkheid tot het realiseren van andere bouwwerken. De bestemming 'Tuin' is opgenomen ter plaatse van de ruimte tussen de voorgevelrooilijn en de bestemming 'Verkeer' straat bij vrijstaande woningen. Binnen deze bestemming is uitsluitend het bouwen van bijbehorende bouwwerken aan de voorgevels van woningen waarbij de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - erker' is opgenomen toegestaan in de vorm van erkers. Verder is deze bestemming opgenomen ter plaatse van de hofwoningen. Vanuit stedenbouwkundig opzicht is het niet wenselijk dat op basis van de bestemmingen 'Wonen - Rij' en 'Wonen Woongebouw' bijbehorende bouwwerken worden gerealiseerd. Om die reden is geen sprake van een achtererfgebied, omdat op deze locatie een verbijzondering plaatsvindt van een zogenaamd (knarren)hofje betreft waarop de bijgebouwenregeling niet van toepassing is. De bestemming 'Verkeer' is opgenomen ten behoeve van de ontsluiting van de woningen in het plangebied. Binnen deze bestemming kunnen wegen, parkeervoorzieningen en voet- en rijwielpaden worden gerealiseerd met de daarbij behorende groen-, speel-, parkeer- en water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
De bestemmingen 'Wonen - Rij', 'Wonen - Vrijstaand' en 'Wonen - Woongebouw' zijn opgenomen ten behoeve van de bouw van respectievelijk woningen in rijen, vrijstaande woningen en woongebouwen, uitsluitend binnen de op de verbeelding opgenomen bouwvlakken. Het wonen is toegestaan eventueel in combinatie met beroep of bedrijf aan huis. Ten behoeve van de stedenbouwkundige inpassing is aan het bouwen van woningen een maximum bouw- en goothoogte.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
37
8. Financiële uitvoerbaarheid 8.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken.
8.2 Exploitatie De Grondexploitatiewet (afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening) gaat ervan uit dat bij het bestemmingsplan een exploitatieplan wordt vastgesteld tenzij het kostenverhaal anders verzekerd is.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
38
9. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure).
9.2 Overleg Conform artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening wordt dit bestemmingsplan toegestuurd aan bevoegde instanties. Eventuele reacties worden in deze paragraaf opgenomen.
9.3 Zienswijzen Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft vanaf 1 oktober 2022 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan ingebracht.
3 februari 2023 | Bestemmingsplan ‘Oudkarspel - L. Bogtmanstraat’ | Witpaard
39